CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 10-11-2022 Programmabegroting 2023 2026 Bergen, versie 2.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 9: Voorstel betreft het vaststellen van de Programmabegroting 2023-2026 en de daarbij behorende begrotingswijziging34.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Onroerende Zaak Belastingen (OZB) Het uitgangspunt voor de indexatie van de OZB opbrengsten in het nieuwe begrotingsjaar is minimaal het indexcijfer (inflatie pNB, voor 2023 3,1%) zoals door het rijk wordt gepubliceerd in de meicirculaire en gebruikt wordt voor de vaststelling van het rekentarief voor de OZB. Dit voor zover dit cijfer hoger is dan de standaard 2% stijging van de opbrengsten per jaar die meerjarig in de begroting wordt opgenomen. Daarnaast worden de OZB opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Deze extra opbrengst wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten

Pagina 53 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

door nieuwbouw. Voor 2023 heef de raad besloten om de indexatie beperkt te houden tot 2%.

Er wordt nu in plaats van 100% slechts 60% van de overhead toegerekend. Verder wordt er geen BTW over kosten wagenpark toegerekend.

Parkeerbelasting Uitgangspunt is dat er structureel een stijging van € 0,05 per jaar staat begroot. Bij de behandeling van de Kadernota 2023 heeft uw raad besloten om in 2023 het tarief te verhogen met € 0,15 in plaats van de begrote € 0,05. Dit in verband met de hoge inflatie in 2022 en de verwachte hoge inflatie in 2023. Het tarief voor 2023 wordt komt daarmee op € 2,20.

Doorbelastingen riool Doorbelast worden de kosten van riool, inclusief omslagrente, personeel, overhead en BTW en 1% oninbaarheid.

Afvalstoffen- en rioolheffing Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn/worden ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Mocht er in een jaar minder uitgegeven zijn dan dat er aan heffingen binnen is gekomen dan wordt het teveel ontvangen bedrag gestort in de egalisatie voorziening afval c.q. riool. Als er meer is uitgegeven dan begroot dan wordt het tekort zoveel mogelijk uit de egalisatievoorziening onttrokken. De egalisatievoorziening mag niet negatief komen te staan. Doorbelastingen afval Doorbelast worden de kosten van de afvalverwerking, de belasting de personeelskosten en 1% oninbaarheid en 60% van de overheadkosten. Niet doorbelast aan afval Eerder is al besloten om de volgende zaken voorlopig niet toe te rekenen aan afval terwijl dat wettelijk wel kan; -30% kosten straatreiniging -Kosten schoonmaak strand. -In de nieuwe situatie per 1 januari 2023 is het mogelijk meer overhad toe te rekenen aan de afvalstoffenheffing.

Niet doorbelast aan riool Er vindt geen doorbelasting plaats van straatreiniging en baggerkosten. Tevens wordt er vanaf 2022 geen extra rente bovenop de omslagrente aan riool meer toegerekend. Toeristenbelasting Uitgangspunt is dat er structureel een stijging van € 0,05 per jaar staat begroot. Bij de behandeling van de kadernota 2023 heeft u raad besloten om in 2023 het tarief te verhogen met € 0,15 in plaats van de begrote € 0,05. Dit in verband met de hoge inflatie in 2022 en de verwachte hoge inflatie in 2023. Het tarief voor 2023 wordt komt daarmee op € 2,10. Procentuele tarieven De tarieven voor de belastingsoorten waarvan op dit moment onvoldoende duidelijkheid is over de omvang van het areaal worden in deze paragraaf niet genoemd. Dit betreffen de procentuele tarieven op basis van de WOZ-waarde omvang. Deze worden, net als alle andere in deze paragraaf genoemde belastingtarieven opgenomen in de betreffende belastingverordeningen en in december 2022 aan uw raad voorgelegd. Een opbrengststijging van 2% over heffingen en leges kan in de praktijk leiden tot onwerkbare tarieven van centen achter de komma. Op dit punt is er al een staande praktijk van afronding naar

Pagina 54 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

beneden op 5 eurocenten, 10 cent of hele euro’s afhankelijk van de belastingsoort. 2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een kostendekkende heffing ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Tot de toegerekende kosten behoren:  De directe kosten voor het inzamelen en verwerken van de afvalstoffen inclusief fte en overhead.  BTW: sinds de invoering van het BTW compensatiefonds werkt het niet doorrekenen van BTW nadelig uit door een korting op de algemene uitkering. Vandaar dat de BTW onderdeel uitmaakt van de toe te rekenen kosten. Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan de toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken. Kerncijfers Belastingplichtig is de gebruiker van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor huishoudelijke afvalstoffen.

In de berekening van de opbrengst in relatie tot de kostendekkendheid wordt uitgegaan van de aantallen: - Percelen in gebruik bij één persoon - Percelen in gebruik bij meer dan één persoon - Extra containers restafval van 140 liter - Extra containers restafval van 240 liter - Tweede woningen en vakantiewoningen.

Opbrengsten Rekening houdend met een nagenoeg gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers, worden de opbrengsten voor 2023 tot en met 2026 als volgt geraamd: 2023 2024 2025 2026 Afvalstoffenheffing 5.023.000 4.869.000 4.869.000 4.969.000 Tarieven Om de geraamde opbrengsten te realiseren worden de tarieven als volgt voorgesteld: 2023 2024 2025 2026 370 359 359 366 Meerpersoonshuishouden 278 269 269 275 Eénpersoonshuishouden 278 269 269 275 Tweede woning/vakantiewoning 208 202 202 206 Extra rolemmer 140 liter 353 342 342 349 Extra rolemmer 240 liter

Pagina 55 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

2.2 Forensenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De forensenbelasting wordt geheven van personen die niet in Bergen wonen, maar wel in Bergen gedurende meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. De heffingsgrondslag voor de forensenbelasting is een percentage van de WOZ-waarde. De forensenbelasting wordt geheven na afloop van het belastingjaar omdat pas dan kan worden bepaald of er sprake is van een belastingplicht. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal Het areaal voor deze belasting bestaat uit het aantal (tweede) woningen dat voldoet aan de criteria van de forensenbelasting in combinatie met de verwachte totale WOZ-waarde van deze woningen op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar (waardepeildatum). Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van 2% stijging van de opbrengsten en de voor 2023 voorziene extra stijging van 4% worden de opbrengsten 2023 tot en met 2026 als volgt geraamd: 2025 2026 2023 2024 Forensenbelasting 1.622.000 1.654.000 1.687.000 1.721.000 2.3 Leges Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening.

Kostendekkendheid en transparantie De legestarieventabel is in 2019 geactualiseerd en waar mogelijk geharmoniseerd voor de BUCH-gemeenten. Dit heeft geleid tot een uniforme tarieventabel en bijbehorende kostenonderbouwing voor de gezamenlijke BUCH-gemeenten.

Kosten en opbrengsten Evenals voor 2022 is gedaan, is ook voor 2023 de kostendekkendheid van de leges onderzocht. De opbrengsten betreffen de verwachte inkomsten in 2023, zoals die in het financieel systeem zijn opgenomen. De kosten bestaan uit verschillende componenten: - de directe kosten die aan het product zijn te relateren (bijvoorbeeld afdracht aan Rijk voor een geleverd paspoort); - de directe apparaatskosten (de salarislasten van het personeel dat direct aan het product werkt); - de toegerekende overhead. Door de berekende kosten af te zetten tegen de begrote opbrengsten, kan de kostendekkendheid worden bepaald. Zie opbrengsten- en kostendekkendheid overzichten onder 4. 2.4 Begraafplaatsrechten Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De grafrechten worden geheven voor onder meer het begraven van personen en voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingrechten. Kerncijfers en areaal De kerncijfers voor de begraafplaatsrechten bestaan hoofdzakelijk uit het aantal meerjarige rechten op graven en dergelijke, het aantal begravingen en bijzettingen per jaar en het aantal onderhoudsrechten op graven en dergelijke. In 2021 zijn ten opzichte van 2020 beduidend minder graven uitgegeven.

Dit heeft tot gevolg dat er minder rechten zijn ontvangen op graven, verlengingen en afkoop onderhoud. De beheerskosten van de begraafplaatsen zijn hoger dan de inkomsten. Er is geen sprake van volledige kostendekking. Dit is in overeenstemming met het beleidsplan begraafplaatsen.

Pagina 56 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

van het marktgeld vindt plaats naar het aantal meters van de frontbreedte van de kraam. Kerncijfers en areaal Het heffingsareaal wordt bepaald door het aantal strekkende meters aan kramen dat op de markt wordt geplaatst. Normaliter is er voor de markt in Egmond maximaal 97 meter beschikbaar. Voor de markt in Bergen is er maximaal 169 meter beschikbaar. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt zijn de kosten van de markten hoger dan de inkomsten. Er is geen sprake van volledige kostendekking. Gelet op de huidige situatie van het marktwezen wordt het niet mogelijk geacht de mate van kostendekkendheid te verhogen. Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van 2% stijging van de opbrengsten voor 2023 tot en met 2026 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: 2026 2023 2024 2025 Begraafplaatsrechten

451.000

460.000

469.000 478.000

Tarieven De diverse tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel behorend bij de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten. De tarieven zijn in 2019 waar mogelijk in BUCH verband geharmoniseerd. In verband met kleine verschillen van de hoogte van de toegepaste inflatie percentages in BUCH verband zijn er geringe afwijkingen ontstaan in de tarieven. 2.5 Marktgelden Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Voor het innemen van een standplaats op de markten in Egmond en Bergen wordt marktgeld geheven. De berekening van de hoogte

Opbrengsten Bij een gelijkblijvend areaal en 2% stijging van de opbrengsten per begrotingsjaar zien de opbrengsten er als volgt uit: 2023 2024 2025 2026 Marktgeld 20.360 20.770 21.190 21.610

Pagina 57 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

2.6 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De onroerende-zaakbelastingen betreffen een tweetal belastingen, te weten;  een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van woningen;  een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van nietwoningen. Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De onroerende zaakbelastingen voor het eigendom van woningen en niet-woningen worden geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar in het Kadaster bekend staat als de zakelijk gerechtigde van de onroerende zaak. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak. De belasting wordt geheven als percentage van deze waarde. De waarde van de onroerende zaken wordt vastgesteld onder het regime van de Wet WOZ. Vanaf 2022 wordt de WOZ waarde van woningen berekend naar de oppervlakte in plaats van de inhoud. Deze gewijzigde WOZ waarde berekeningsmethodiek sluit daarmee beter aan bij publicaties op de diverse woningaanbod-websites waar de grootte van woningen doorgaans in vierkante meters wordt uitgedrukt. Tevens wordt hiermee een hogere acceptatiegraad van de WOZ waarde beoogd.

Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal De kerncijfers voor de bepaling van de te verwachten opbrengst van de onroerende zaakbelastingen betreffen het aantal woningen, het aantal niet-woningen, de totaalwaarde van de woningen en nietwoningen op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar en de omvang van de vrijgestelde WOZ waarde waarover geen OZB kan worden geheven.

percentage leegstand en de omvang van de vrijstelling op woondelen bij niet-woningen. Beide factoren zijn van belang voor het tarief waarmee de begrote opbrengst van de OZB voor gebruikers wordt gegenereerd. Voor de OZB-eigenaren opbrengst zijn beide factoren echter niet relevant. Uitgangspunt is dat de OZB opbrengsten worden verhoogd met de inflatie pNB (3,1% voor 2023) zoals die in de meicirculaire is opgenomen. Voor 2023 is bij de kadernota al besloten om hier van af te wijken en slecht met 2% te indexeren. Naast de indexering van 2% worden de OZB opbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Dit wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ objecten door nieuwbouw. Tarieven De hoogte van de aanslag OZB 2023 is afhankelijk van de beschikte WOZ-waarde Deze waarde, vermenigvuldigd met een percentage daarvan (het tarief) vormt het aanslagbedrag OZB. De belasting wordt geheven in de vorm van een eigenarenbelasting, per 2020 wordt in Bergen geen OZB van gebruikers meer geheven. Opbrengsten Rekening houdend met de genoemde mutaties worden de begrote opbrengsten voor 2023 tot en met 2026 als volgt geraamd: 2026 2023 2024 2025 OZB woningen

3.283.000 8.078.000

Totaal OZB

11.361.000 11.589.000 11.821.000 12.057.000

OZB bedrijven

3.349.000 8.240.000

3.416.000 8.405.000

3.484.000 8.573.000

In Bergen is de heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen per 2020 opgeheven onder gelijktijdige evenredige verhoging van het tarief voor eigenaren van niet-woningen. Hierdoor zijn 2 kerncijfers niet meer van invloed op de tariefstelling. Dit is het Pagina 58 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

2.7 Parkeerbelastingen Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Parkeerbelastingen onderscheiden we in drie soorten belastingen: 1. Parkeergelden 2. Parkeernaheffingsaanslagen (parkeerboetes) 3. Rechten parkeervergunningen 1. Parkeergelden Voor het parkeren van voertuigen op bepaalde dagen en tijden, op daartoe aangewezen openbare parkeerplaatsen, is parkeergeld verschuldigd. Het doel van de belasting is het reguleren van parkeergedrag en verkeersstromen. Vanaf 2021 is meerjarig een indexatie opgenomen van € 0,05 op het tarief. Verder wordt ieder jaar een nieuw driejarig gemiddelde berekend van het aantal parkeeruren. Hierop wordt het areaal gebaseerd. Voorstel is om in 2023 het tarief te verhogen met € 0,15 in plaats van de begrote € 0,05 naar € 2,20. Dit in verband met de hoge inflatie in 2022 en de verwachte hoge inflatie in 2023.

Tarieven parkeerbelasting De tarieven parkeerbelasting zijn opgenomen in de tarieventabel behorend bij de verordening parkeerbelasting. De hierin opgenomen tarieven voor kort parkeren worden verhoogd met € 0,15 en de tarieven voor parkeervergunningen met 2%. Er wordt een apart besluit voorgelegd om de verordening met de gewijzigde tarieventabel en daarmee de tarieven 2023 vast te stellen.

2. Naheffingsaanslagen Als er geen of onvoldoende parkeergeld is betaald worden naheffingsaanslagen opgelegd. Hiervoor wordt het door het rijk vastgestelde maximumtarief gehanteerd. Op de opbrengsten vindt geen indexatie plaats. Naar aanleiding van de laatste jaarrekening wordt een nieuwe inschatting gemaakt.

2.8 Precariobelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Precariobelasting wordt geheven van degenen die voorwerpen hebben die zich op, onder of boven openbare gemeentegrond bevinden. De precariobelasting bestaat uit permanente belastbare feiten (bijvoorbeeld terrassen en uithangborden) en incidentele belastbare feiten (bijvoorbeeld een tijdelijke bouwcontainer). De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting.

3. Rechten parkeervergunningen Voor bepaalde gebieden binnen onze gemeente kan tegen een vergoeding een parkeervergunning worden aangevraagd. Uitgangspunt is 2% stijging van het tarief en niet de opbrengsten. Hierdoor is het tarief niet afhankelijk van opbrengst en leidt een lager aantal afgegeven vergunningen niet tot extra prijsstijging. Kerncijfers en areaal Op basis van gerealiseerde opbrengsten wordt het hieraan gerelateerde gemiddelde aantal parkeeruren geactualiseerd.

Opbrengsten Uitgaande van het bovenstaande worden de begrote opbrengsten voor 2023 tot en met 2026 als volgt geraamd: 2023

2025

2026

Parkeerbelasting (parkeergeld) 4.337.000 4.435.000 4.533.000 4.631.000 275.000 275.000 Naheffingsaanslagen 275.000 275.000 Parkeervergunningen 857.000 874.000 891.000 909.000

In de regel worden de aanslagen voor de permanente belastbare feiten na afloop van het belastingjaar opgelegd. Dit aangezien pas na afloop van het belastingjaar de omvang van de belastingplicht bekend is. Kerncijfers en areaal Door periodieke controles in het veld wordt de actualiteit van de bestandsgegevens voor de precariobelasting op peil gehouden.

Pagina 59 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

2024

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

Daarnaast leiden vergunningaanvragen tot inzicht in belastbare feiten. Het areaal voor de precariobelasting van de permanente belastbare feiten is redelijk stabiel. Opbrengsten Rekening houdend met 2% stijging van de opbrengsten voor 2023 tot en met 2026 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: 2026 2023 2024 2025 151.820 154.860 158.000 161.200 Precariobelasting De Eerste Kamer heeft op 21 maart 2017 ingestemd met de beperking van de heffingsbevoegdheid voor de precariobelasting. Na 1 januari 2022 mag geen precariobelasting meer worden geheven over netwerken van nutsbedrijven. Daarom is in deze paragraaf geen informatie over de tarieven en verwachte opbrengsten opgenomen. 2.9 Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een object van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. De heffingsgrondslag voor de rioolheffing heeft een relatie met de hoeveelheid water dat vanuit het object wordt afgevoerd. Er is sprake van een gedifferentieerd tarievenstelsel dat opgebouwd is uit eenheden waarbij 300 m3 waterverbruik als uitgangspunt is gebruikt voor het basistarief. Veruit de meeste woningen vallen onder de eerste eenheid: het basistarief.

het aantal percelen waarvoor het basistarief geldt (0 tot en met 300 m3 waterafvoer);  het aantal percelen vallend onder grootverbruik (gestaffeld boven de 300 m3 afgevoerd water). gedifferentieerd naar de tariefstaffel.  het aantal percelen waarvan water indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. In de berekening van de opbrengst wordt uitgegaan van eenheden. In dit aantal zijn de grootverbruiktarieven teruggerekend naar het tarief van de basiseenheid. In dit aantal wordt de komende jaren geen groei verwacht. Kerncijfers voor de bepaling van de kosten van riool zijn:  De directe kosten voor riool inclusief fte en overhead  BTW: Het niet doorrekenen van BTW leidt sinds de invoering van het BTW compensatiefonds tot een extra nadeel in de vorm van een korting op de algemene uitkering. Vandaar dat de BTW onderdeel uitmaakt van de aan het taakveld riool- en afval toe te rekenen kosten.  Voor de berekening van de rioolheffing wordt de omslagrente gehanteerd.

Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken. Kerncijfers (kosten en opbrengsten) Kerncijfers voor de bepaling van de inkomsten uit rioolheffing zijn: Pagina 60 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

kostenontwikkeling en bij gelijkblijvend beleid is een stijging van 2% per jaar nodig. Het basistarief wordt als volgt voorgesteld: 2023 2024 2025 2026 185 189 193 197 Rioolheffing 46 47 48 49 Rioolheffing indirecte aansluiting 2.10 Toeristenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen betaling overnachten in de gemeente door personen die geen inwoner van Bergen zijn. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot nachtverblijf biedt. Deze kan de belasting verhalen op de verblijfhoudende personen. De aanslagoplegging voor de toeristenbelasting vindt plaats na afloop van het belastingjaar. op basis van de ingediende aangiften.

Opbrengsten Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers en een positief blijvende voorziening worden de opbrengsten voor 2023 tot en met 2026 als volgt geraamd:

Rioolheffing

2026 2023 2024 2025 3.493.000 3.569.000 3.644.000 3.720.000

Tarieven Jaarlijks wordt bepaald in hoeverre een stijging van het tarief kan worden voorkomen. Naar het huidige inzicht in de

Kerncijfers en areaal Bij de uitvoering van de toeristenbelasting wordt doorlopend gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van de gevoerde verblijfsadministraties door de aanbieders van verblijf. Sinds een aantal jaren is het aanbieden van verblijf via internet aanzienlijk toegenomen. Via diverse methodes wordt intensief ingezet op opsporing van verborgen verblijfbieders en wordt ingezet op het verder vergroten van de (digitale) aanmeld- en aangiftemogelijkheden. Bij de berekening van de opbrengsten in de programmabegroting is uitgegaan van het gemiddelde aantal overnachtingen van de 3 voorgaande belastingjaren 2019-2021. Tarief Aan uw raad wordt net als voorgaande jaren een apart besluit voorgelegd om de verordening en daarmee het tarief

Pagina 61 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

toeristenbelasting 2023 vast te stellen. Begroot staat een stijging van het tarief met € 0,15. Het tarief toeristenbelasting stijgt hierdoor van € 1,95 naar € 2,10 per persoon per overnachting. Voor de jaren erna wordt een jaarlijkse indexatie van 2% op het tarief begroot (afgerond € 0,05 per jaar). Naast de berekening op basis van het exacte aantal overnachtende personen kent de toeristenbelasting ook een berekeningswijze voor vaste jaarplaatsen en seizoenplaatsen. Hiermee vindt tarifering plaats op basis van het gemiddelde aantal gasten en verblijfsduur waarbij het jaarlijks vastgestelde tarief van toepassing is. Deze forfaitaire berekeningswijze leidt tot een efficiënte uitvoering van de heffing en vermindering van de administratieve lastendruk. Opbrengsten Het is lastig een inschatting te maken ten aanzien van de gevolgen van corona. Er op dit moment vanuit gaande dat in 2023 de zomer relatief normaal kan verlopen en rekening houdend met het uitgangspunt van een tariefstijging van € 0,15 worden de begrote opbrengsten voor 2023 tot en met 2026 als volgt geraamd:

Toeristenbelasting

2026 2023 2024 2025 3.198.000 3.274.000 3.351.000 3.427.000

2.11 Bedrijven investeringszone (BIZ) In 2021 is op initiatief van de ondernemers in Egmond aan Zee een reclamebelasting ingevoerd. De gemeente faciliteert de BIZorganisatie door de BIZ-bijdragen te innen. Door de invoering van de BIZ-belasting met een tarief van € 325,00 per jaar worden belastingopbrengsten gegenereerd met een omvang van € 65.000. Deze opbrengst wordt, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van een subsidie uitgekeerd aan de BIZ vereniging die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De ondernemers bepalen zelf de activiteiten. De gemeenteraad moet wel instemmen en toetsen op het algemeen belang in de openbare ruimte.

3 Kwijtscheldingsbeleid Voor de afvalstoffen- en rioolheffing bestaat de mogelijkheid om op basis van het “Besluit kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bergen 2023” een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In Bergen wordt bij de kwijtschelding afgeweken van de normen zoals deze zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierin zijn in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en b, de kosten van bestaan gesteld op 90% van de bijstandsnorm. Bergen gaat echter uit van de meest ruime, de zogenaamde 100% norm. Dit houdt in, dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt. De kwijtschelding wordt opgevangen binnen de kostendekking van afvalstoffen- en rioolheffing. Kwijtschelding wordt zoveel mogelijk automatisch verleend. Dit gebeurt middels een automatische koppeling met landelijke inkomens- en vermogensgegevens door het Inlichtingenbureau met belastingplichtigen die hiervoor toestemming hebben gegeven. Kerncijfers Sinds de start van de belastingsamenwerking met Cocensus wordt actiever gestuurd op de mogelijkheden voor kwijtschelding. Naast de toegekende gehele kwijtschelding bestaat er een grote variatie in gedeeltelijk toegekende verzoeken waarbij een percentage van de aanslag wordt kwijtgescholden.

Om deze reden wordt niet uitgegaan van het totale aantal toekenningen maar van de bedragen kwijtschelding riool- en afvalstoffenheffing uit de laatste jaarrekening. Voor de komende jaren verwachten we geen grote veranderingen. Rekening houdend met een gelijkblijvend aantal toekenningen zoals genoemd bij de kerncijfers worden de uitgaven voor 2023 tot en met 2026 als volgt geraamd: 2026 2023 2024 2025 Kwijtschelding riool 106.000 108.000 110.000 112.000 Kwijtschelding afval 156.000 156.000 156.000 156.000

Pagina 62 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

4 Opbrengstenoverzicht In de volgende tabel wordt op volgorde van programmaonderdeel per belastingsoort en heffing een overzicht gegeven van de geraamde opbrengsten 2023 en verder. PO Grootboek Omschrijving Begroot Begroot Begroot Begroot 2023 2024 2025 2026 1a 1a 1a 1a 1a 1a 1b 1d 2a 2b 3a 3a 3b 3b 3c 3c 4a 4a 4a 4a 4a 4a 4a 4a

6020010 6020020 6020030 6020050 6020070 6020080 6660400 6120060 6570400 6330100 6810100 6830500 6720100 6730100 6210800 6750100 6061100 6062100 6063100 6063100 6063100 6064200 6340100 6340200

Rijbewijzen Burgerlijke stand Reisdocumenten Diverse leges Naturalisaties Verklaring Omtrent Gedrag VOG Gehandicapten parkeerkaarten Leges APV titel 1(Winkeltijden, overige APV) Evenementen en volksfeesten Inkomsten Markten Bestemmingsplannen Leges omgevingsvergunningen Baten Rioolheffing Baten Afvalstoffenheffing Leges kabels en leidingen Baten begraafplaatsrechten Baten OZB woningen Baten OZB bedrijven Opbrengsten parkeerbelasting Opbrengsten parkeernaheffing Opbrengsten parkeervergunningen Baten precariobelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting

107.900 117.700 109.500 135.200 44.000 45.000 46.000 47.000 54.000 351.000 551.000 596.000 7.560 8.470 9.400 9.590 20.400 20.810 21.230 23.300 10.200 10.400 10.610 11.640 8.160 8.320 8.490 9.320 47.050 47.990 48.950 49.930 10.200 10.400 10.610 11.640 20.360 20.770 21.190 21.610 15.300 15.610 15.920 17.480 1.607.000 1.089.000 812.000 828.000 3.493.000 3.569.000 3.644.000 3.720.000 5.023.000 4.869.000 4.869.000 4.969.000 30.600 31.210 31.830 34.940 451.000 460.000 469.000 478.000 8.078.000 8.240.000 8.405.000 8.573.000 3.283.000 3.349.000 3.416.000 3.484.000 4.337.000 4.435.000 4.533.000 4.631.000 275.000 275.000 275.000 275.000 857.000 874.000 891.000 909.000 151.820 154.860 158.000 161.200 1.622.000 1.654.000 1.687.000 1.721.000 3.198.000 3.274.000 3.351.000 3.427.000 32.751.550 32.930.540 33.394.730 34.143.850

Pagina 63 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

Kostendekkendheid Leges In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de kosten en opbrengsten van de leges van de in titel 1, 2 en 3 opgenomen hoofdstukken. nr. omschrijving Titel 1 Algemene dienstverlening hoofdstuk

realisatie 2021 KostenKosten Opbrengst dekking 94.993 39.353 41%

1 Burgerlijke stand Reisdocumenten en Nederlandse hoofdstuk 2 137.254 identiteitskaart hoofdstuk 3 Rijbewijzen 171.537 Verstrekkingen uit de Basisregistratie hoofdstuk 4 7.483 personen hoofdstuk 5 Vervallen 0 hoofdstuk 6 Vervallen 0 hoofdstuk 7 Bestuursstukken 0 hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie 0 hoofdstuk 9 Overige publiekszaken 50.341 hoofdstuk 10 Gemeentearchief 0 hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014 0 hoofdstuk 12 Leegstandswet 0 hoofdstuk 13 Vervallen 0 hoofdstuk 14 Vervallen 0 hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet 0 hoofdstuk 16 Kansspelen 945 hoofdstuk 17 Kabels en leidingen 46.442 hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer 51.874 hoofdstuk 19 Diversen 7.606 Kostendekking Titel 1 568.475 Titel 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Kostendekking Titel 2 1.331.736 Titel 3 Europese dienstenrichtlijn Kostendekking Titel 3 29.797 Kostendekkendheid leges titel 1 t/m 3 1.930.008

begroting 2022 KostenKosten Opbrengst dekking 221.319 74.000 33%

begroting 2023 KostenKosten Opbrengst dekking 109.945 44.000 40%

122.611

89%

220.762

91.000

41%

172.645

55.500

32%

148.841

87%

218.919

117.200

54%

104.145

107.900

104%

10.581

141%

41.844

6.670

16%

80.445

7.560

9%

0 0 0 0 44.827 0 0 0 0 0 0 3.490 62.758 12.388 6.491 451.340

0% 0% 0% 0% 89% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 369% 135% 24% 85% 79%

0 0 0 0 28.986 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 10.000 0 0 0 0 0 0 zie titel 3 30.000 8.000 0 336.870

0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

0 0 0 0 84.945 0 0 0 0 0 0

0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

41% 16% 0% 39%

146.803 114.096 0 813.026

0 0 0 0 10.200 0 0 0 0 0 0 zie titel 3 30.600 8.160 0 263.920

21% 7% 0% 32%

73.480 49.572 0 854.883

1.238.932

93% 3.133.081 2.285.000

73% 1.979.974

1.606.902

81%

23.007 1.713.279

77% 432.772 89% 4.420.736

11% 60%

47.050 1.917.872

6% 54%

Pagina 64 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

46.130 2.668.000

771.999 3.564.999

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

5 Lokale lastendruk De lokale woonlasten worden bepaald door de afvalstoffenheffing, de onroerende zaakbelastingen (OZB) en de rioolheffing. De hoogte van deze belasting en heffingen tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk” De lokale lastendruk wordt in Nederland door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) bijgehouden. De lokale lastendruk 2022 in Bergen bedraagt gemiddeld voor een: - éénpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.023, in 2021 was dat € 938. - meerpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.117, in 2021 was dat € 1.031. - éénpersoonshuishouden met een huurwoning € 465, in 2021 was dat € 493. - meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 559, in 2021 was dat € 586.

benchmark waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark beoogt door middel van vergelijking van de tarieven en de gemeentelijke woonlasten op provinciaal niveau, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt binnen een provincie de hoogte van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. In de ‘benchmark woonlasten Noord-Holland 2022’ zijn 47 gemeenten betrokken. Bergen neemt met gemiddelde woonlasten van € 1.117 voor een meerpersoonshuishouden, plaats 39 in. In 2021 was dat plaats 41. De gemeente op plaats 1 kent met € 709 de laagste gemiddelde woonlasten en de gemeente op plaats 47 de hoogste met € 1.736.

Bergen bezet daarmee in de landelijke ranglijst van de gemeenten met de laagste woonlasten in 2021 de volgende plaatsen: - meerpersoonshuishouden met een eigen woning plaats 323, in 2021 was dat plaats 349; - meerpersoonshuishouden met een huurwoning plaats 299, in 2021 was dat plaats 352. De gemeente op nummer 1 van de ranglijst heeft de laagste woonlasten, de gemeente op nummer 354 de hoogste.

Gemeente

Tarief OZB

Afvalstoffenheffing 1 pers huishouden

Afvalstoffenheffing meerpers huish.

Rioolheffing

Bergen

0,09910%

€ 284,00

€ 378,00

€ 181,00

Uitgeest

0,11185%

€ 224,25*

€ 342,00*

€ 161,50

Castricum

0,07554%

€ 234,12* € 277,52* / € 319,40*

€ 204,84

Heiloo

0,08631%

€ 217,50*

€ 187,00

Wat de plaatsen op de landelijke ranglijst worden in 2023, hangt naast de hoogte van de tarieven in Bergen, mede af van de ontwikkelingen elders in Nederland.

Onderstaande tabel bevat de tarieven 2022 in BUCH verband van de belastingen en heffingen waarop de lokale lastendruk is gebaseerd.

Landelijk 0,09780% € 256,00 € 317,00 € 207,00 * basistarief + €50 (m.pers.hh) of €30 (1pers.hh) voor lediging container of inworp verzamelcontainer

Ontwikkeling van de tarieven 2020 - 2022 in Bergen van de belasting en heffingen waarop de lokale lastendruk is gebaseerd. Ontwikkeling tarieven OZB (woningen)

Benchmark woonlasten Noord-Holland Vanaf 2007 werd door middel van de macronorm de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten bepaald van alle gemeenten samen. Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de

Afval (meerpers.huish.) Riool (huishouden) Ranglijst

Pagina 65 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

€ 345,40*

Bergen 2020

Bergen 2021

Bergen 2022

NL-gem. 2022

0,0899%

0,09540%

0,0991%

0,0978 %

€ 371,00

€ 378,00

€ 317,00

€ 265,00

€ 215,00

€ 181,00

€ 207,00

364

349

323

€ 350,00

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

PARAGRAAF C: ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In onze gemeente maken de inrichting en het beheer van de openbare ruimte met alles wat daarin en daarop ligt, ook wel de kapitaalgoederen genoemd, een belangrijk onderdeel uit van onze taken. Dit legt dan ook een aanzienlijk beslag op de financiële middelen. Deze paragraaf geeft inzicht in het (beleid met betrekking tot het) onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente. a. Wegen en kunstwerken Het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd conform het Beleidsplan Wegen 2021 t/m 2025. De beheerstrategie is afgestemd op het voldoen aan wet en regelgeving en de doelstellingen van de gemeente. Op basis van weginspecties (elke 2 jaar) wordt het uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierbij worden de doelen en de wensen van de gemeente vertaald naar een jaarlijks onderhoudsprogramma. Het onderhoud wordt zo integraal als mogelijk gepland, om het aantal onderhoudsmomenten(en dus belemmering van de doorstroming) te beperken. Het gewenste onderhoudsniveau is basisniveau (in de kernen Aniveau). In 2021 zijn alle verhardingen voor het laatst geïnspecteerd. Uit deze weginspectie is gebleken dat wordt voldaan aan de landelijke CROW norm.

De benodigde financiële middelen, om het areaal op ambitieniveau te houden, zijn bepaald voor de exploitatie (het daadwerkelijk uitvoeren van onderhoud en de overige kosten) en voor de investeringen op basis van technische noodzaak (budgetten voor rehabilitatie) voor de verhardingen. Grote 'nieuwe' overstijgende opgaven, zoals de energietransitie, ondergrondse ordening, circulariteit en klimaatadaptatie zijn uitdagingen waar de gemeente voor staat en waar ook wegbeheer een inbreng heeft. Wij blijven daarom steeds afstemming zoeken bij grootschalige ingrepen.

Uit recente inspecties is gebleken dat er achterstallig onderhoud is bij diverse kunstwerken. In 2022 is daartoe een beheerplan kunstwerken opgesteld om de achterstand (naar schatting binnen vier jaar) in te halen. b. Riolering Het onderhoud en vervanging van de riolering voeren we uit conform het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016 – 2020. De gemeenteraad heeft op 20 mei 2021 besloten om, in afwachting van de inwerkingtreding van de omgevingswet, de looptijd van het GRP met twee jaren te verlengen. De termijn loopt af in 2023 en ook het beleid moet herzien worden vanwege nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, met name rond klimaatverandering, klimaatadaptatie, en de omgevingswet en verordeningen. Eind 2022 wordt een geactualiseerd Programma Water en Riolering (PWR) opgesteld. Besluitvorming is begin 2023. Met het opstellen van een PWR wordt ook de relatie gelegd met de omgevingswet. De beschrijving wordt hierbij meer afgestemd op het proces van omgevingsvisie, omgevingsprogramma, omgevingsplannen. c. Water De gemeente richt zich in samenwerking met het hoogheemraadschap op: waterveiligheid; Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterbeheer 21e eeuw (WB21); grondwaterbeheer; herinrichting en uitbreiding stedelijk gebied; recreatie; duurzaamheid en verbetering van de belevingswaarde van water.

Maatregelen worden in goede samenwerking met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier uitgevoerd. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. Ook

Pagina 66 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

klimaatadaptatie wordt samen met het hoogheemraadschap en gemeenten in de regio opgepakt. Water en groen vormen een belangrijke basis voor het klimaatadaptief maken van de openbare (en particuliere) ruimte. Uw raad heeft op 28 januari 2021 de rapportage ‘Meerjarenplanning baggeren watergangen 2021-2028 gemeente Bergen’ vastgesteld. Deze rapportage geeft voor de planperiode inzicht in de hoeveelheid te baggeren watergangen en de bedragen die hier de komende jaren voor moeten worden gereserveerd. Via jaarlijkse stortingen aan de egalisatievoorziening groot onderhoud kunnen begrotingsafwijkingen worden beperkt en blijft de continuïteit van de baggerwerkzaamheden gewaarborgd. Tot voor kort voerde de gemeente Bergen haar baggerwerkzaamheden uit op basis van de baggerschouw van het Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier (HHNK). Om de meerjarenplanning op te stellen, zijn meer gedetailleerde metingen van de baggerlaag in deze watergangen uitgevoerd zodat nu voor de langere termijn duidelijker is welke baggerwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Beoogd wordt dat de watergangen die in gemeentelijk eigendom zijn, voldoen aan het vastgestelde profiel (legger). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een goede waterkwantiteit (doorstroming) en waterkwaliteit. Recreatieve en ecologische functies worden versterkt en gewaarborgd.

Deze werkzaamheden zijn ook van belang voor een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving.

d. Groen en spelen Het Groenbeleidsplan 2021 – 2031 is in 2021 vastgesteld. Het Bomenbeleidsplan uit 2016 is als bijlage toegevoegd aan dit Groenbeleidsplan. Hoofdthema’s zijn groenstructuur, onderhoudskwaliteit, biodiversiteit en bewonersparticipatie. Een fenomeen waar we de komende jaren nadrukkelijk rekening mee moeten houden is klimaatverandering (klimaatadaptatie): extreme wateroverlast en droogte, maar ook hittestress en de toename van fijnstof. Een groene inrichting gaat daarom een steeds belangrijkere rol spelen. Het speelbeleid wordt uitgevoerd conform het Speelbeleidsplan 2012 – 2022. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw speelbeleidsplan dat in 2023 ter vaststelling aan uw raad wordt aangeboden.

Voor de vervanging van beschoeiingen van sloten/watergangen wordt een meerjaren vervangingsplan opgesteld. De vervanging van de beschoeiingen is noodzakelijk om te voorkomen dat de berm en/of de weg in de sloot schuiven. Het plan wordt naar verwachting in 2023 ter besluitvorming voorgelegd aan ons college en raad.

Pagina 67 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

e. Accommodaties In de Nota Vastgoed Portefeuille Management heeft uw raad het onderhoudsniveau van het gemeentelijk vastgoed vastgesteld. Hieruit voortvloeiend wordt in een Meerjarenonderhoudsplanning inzicht gegeven in de te verwachten onderhoudsuitgaven. Voor een groot deel van de portefeuille wordt gewerkt met een egalisatievoorziening. Niet alle gebouwen worden hierin meegenomen. De Watertoren, De Beeck, Jan Ligthartstraat 4 en strategische verwervingen binnen het project “Mooi Bergen” worden gezien als aparte producten. Beleidskader Eind 2013 heeft uw raad de nota Vastgoed Portefeuille Management vastgesteld waarin onder andere wordt voorgesteld om de samenstelling en het onderhoudsniveau van de vastgoedportefeuille te herijken. Het gewenste onderhoudsniveau wordt conform de NEN 2767 standaard begroot. Hierin onderscheiden we de volgende onderhoudsniveaus: 1. Het object dient in nieuwstaat te worden gehouden; 2. Het object dient in goede conditie te worden gehouden; 3. Het object dient in een redelijke conditie te worden gehouden; 4. Het object dient in matige conditie te worden gehouden; 5. Er wordt alleen onderhoud uitgevoerd als er problemen zijn; 6. Er is opdracht gegeven voor sloop. Voor de meeste operationele objecten van de gemeente is het onderhoudsniveau 3 of 4 van toepassing.

Bij niveau 3 mag enige veroudering wordt geaccepteerd, dit mag echter nooit het gebruik beperken.

Meerjarenplanning en Financiën Meerjarenonderhoudsplanningen worden op basis van 2-jaarlijkse inspecties geactualiseerd. Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de voorziening ‘onderhoud gemeentelijke gebouwen en woningen’. Het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed dat is opgenomen in de egalisatievoorziening wordt conform planning uitgevoerd. Jaarlijks worden de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de gemeentelijke gebouwen gepland: - het buitenschilderwerk; - de vervanging van technische installaties; - bouwtechnische werkzaamheden - het preventief onderhoud; - klachtenafhandeling. De schoolgebouwen vallen direct onder beheer en onderhoud van de diverse schoolbesturen (is verder opgenomen in de paragraaf 1B Samenleven / onderwijshuisvesting). f. Openbare verlichting Het beleid openbare verlichting is in 2017 geactualiseerd. Deze is voor de komende planperiode basis voor het vervangingsschema van lampsoorten en masten binnen de gemeente (aan de hand van de beheergegevens kwaliteit, levensduur, etc. en geplande integrale projecten). In de onderstaande tabel staat een overzicht van alle beleidsvelden en belangrijkste aandachtpunten.

Pagina 68 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

Categorie*

Wegen (incl. kunstwerken en verlichting)

Riolering

Water

Groen en bomen

Gebouwen (excl. Onderwijs)

Beleidskaders

Gewenst kwaliteitsniveau

Beheers- en onderhoudsplannen/ looptijd plannen

Financiele consequenties conform plannen

Ramingen t.l.v exploitatie/ voorzieningen **

Wegenbeleidsplan 2021-2025

basis

tot 2025

ja

exploitatie

ja

Nee

n.v.t

Kunstwerken (zit in wegenbeleid)

basis

tot 2025

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

Beleidsplan openbare verlichting 2017-2030

basis

2017- 2030

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

GRP 2016- 2020

volledig ingevulde verbrede zorgplicht

2016-2020; verlengd met 2 jaar

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

Keur en legger HHNK

basis (C niveau)

2019-2029

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

Baggerplan 2021

n.v.t.

2021-2028

ja

voorziening

ja

ja

ja

Groenbeleidsplan 2021

basis (C niveau)

2021-2031

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

Speelruimtebeleidsplan 2012- 2022

basis (C niveau)

2012- 2022

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

Nota Vastgoed Portefeuille Management

conform NEN 2767 onderhoudsniveau 3,4

2019- 2029

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

Pagina 69 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

Ramingen Is sprake van Zo ja, volledig en achterstallig zijn er toereikende reëel in onderhoud? *** voorzieningen/ reserves begroting ? ** voor achterstallig onderhoud? ***

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

PARAGRAAF D: FINANCIERING 1. Inleiding In deze paragraaf staat de gemeentelijke financieringsfunctie centraal en de beheersing van bijbehorende risico’s. De gemeentelijke treasuryfunctie voert financiële taken uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (fido) en het treasurystatuut. Allereerst wordt in deze paragraaf ingegaan op de toekomstige financieringsbehoefte en komt de bijbehorende renteverwachting aan bod. Hierbij wordt ingegaan op de balansprognose en het verwachte EMU-saldo. Ten slotte worden de verschillende risico’s en de beheersing hiervan behandeld. 2. Financiering 2.1 Marktontwikkelingen en rentevisie De rentevisie van de gemeente is gebaseerd op de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten stand september 2022. “De inflatie is nog altijd veel te hoog. De ECB zal het monetaire beleid in het komende jaar verkrappen. De lange rentetarieven zullen daardoor in alle looptijden naar verwachting opgelopen. Voor de tarieven op de geldmarkt (leningen korter dan een jaar) wordt veelal gekeken naar het rentetarief dat banken elkaar onderling berekenen (de Euribor) en voor de kapitaalmarkt (leningen langer dan een jaar) naar de rente op staatsleningen. Over het algemeen geldt dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd van de lening. Overzicht ontwikkeling Nederland 10 jaar staatslening (link)

2.2 Renteschema De aanbeveling van de BBV is om via het zogenaamde renteschema het renteresultaat op het taakveld treasury inzichtelijk te maken. Renteschema conform Notitie Rente (bedragen x € 1.000) a b

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

c1 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/c2 De rente van project-financiering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-

-/-

165 1.085

-/-

2 1.083

2 0

c3 De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken + (= projectfinanciering)

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1 Rente over eigen vermogen d2 Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f

Renteresultaat op het taakveld Treasury

Pagina 70 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

1.250

0 0 1.083 -/-

1.154 -71

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

Omslagrente Conform BBV voorschriften dient de omslagrente jaarlijks herijkt te worden en indien nodig aangepast. Uit de actualisatie blijkt dat er geen aanpassing nodig is. De omslagrente voor 2023 blijft na afronding 1%. 2.3 Financieringspositie Voor de financiering van de investeringen passen wij totaalfinanciering toe. Dit betekent dat voor iedere investering niet 1-op-1 een lening wordt aangetrokken, maar voor de investeringen maken wij gebruik van meerdere financieringsbronnen. Deze bronnen zijn primair het eigen vermogen en de langlopende schulden. Voor de programmabegroting is een liquiditeitsprognose opgesteld. Op basis hiervan is bepaald of extra leningen moeten worden aangetrokken en welke gevolgen dit heeft voor de rentekosten. Dit resulteert in onderstaande prognose:

De liquiditeitsprognose laat zien dat vanaf 2023 de rekening-courant negatief wordt. Dit kan tot circa € 7 miljoen worden opgevangen binnen de kortlopende kasgeldlimiet. Naar aanleiding van bovenstaande is er de komende jaren behoefte aan de nieuwe leningen. Zie onderstaande tabel.

2.4 Balansprognose De geprognosticeerde balans is bedoeld om meer inzicht te geven in de financieringspositie en de ontwikkeling van het EMU-saldo. Dit levert het volgende beeld op:

Verschil 1 of 2 is door afronding.

Pagina 71 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

2.5

EMU-saldo

3 Risicobeheer 3.1 Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Teneinde een grens te stellen aan de korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een vastgesteld percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel volgt de ontwikkeling van de kasgeldlimiet:

De Wet Houdbare overheidsfinanciën (hof) bevat de bepaling dat het Rijk en de decentrale overheden een gezamenlijke en gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de Europese begrotingseisen te respecteren (maximaal 3% tekort van bruto binnenlands product). Dit wordt gemonitord via het zogenaamde EMU-saldo. Dit is gebaseerd op werkelijke kasstromen en niet op baten en lasten. Zie voorgaande tabel.

Pagina 72 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

3.2 Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm is ingesteld om de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met een rentetypische looptijd van langer dan een jaar te beperken. De renterisiconorm wordt berekend als een vastgesteld percentage (20%) van het begrotingstotaal. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover renterisico wordt gelopen. Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de herfinancieringen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm vergeleken met het renterisico:

3.3 Krediet-en beleggingsrisico Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen en dus aan de gemeente zijn verstrekte lening niet terugbetaalt. Het beleggingsrisico is het risico dat bellegingen minder waard kunnen worden door de economische situatie, door stijging van de rente, indien aandelen nauwelijks verhandeld kunnen worden of indien instelling waarin is belegd niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen of failliet gaat. Aangezien wij

enkel aandelen hebben in de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en Liander is het beleggingsrisico minimaal.

3.4 Kredietrisico waarborgen en garanties Borgstellingen kunnen op twee manieren voorkomen: 1. Directe borgstelling 2. Achtervang Bij directe borgstelling staat de gemeente jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door lokale organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken die veelal activiteiten verzorgen welke in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Achtervang houdt in dat de gemeente, al dan niet samen met het Rijk, een rol speelt in de zekerheidsstructuur van een waarborgfonds, bijvoorbeeld de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Door deze structuur kunnen instellingen die bij een waarborgfonds zijn aangesloten tegen de laagste rente lenen. Mede vanwege de strenge toelatingscriteria en periodieke toetsing door het fonds loopt de gemeente hierbij een veel lager risico dan bij directe borgstellingen. Waarborgen en garanties x (€ 1.000) A Instellingen / verenigingen

2023

2024

2025

B WSW leningen 50%

1.626

1.543

1.473

1.403

47.279

47.184

47.084

46.980

6.033

6.033

6.033

6.033

D HVC

7.998

7.998

7.998

7.998

F Hypotheken

2.413

2.350

2.286

2.223

Totaal

65.349

65.108

64.874

64.637

WSW leningen nieuwe verdeling

Pagina 73 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

2026

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

WSW leningen Als het financieel niet goed gaat met een woningcorporatie (bijvoorbeeld rente en aflossing worden niet meer betaald en de borg dreigt te worden aangesproken), zijn er verschillende vangnetten en buffers in het garantiestelsel: - Primaire zekerheid: De financiële middelen van de corporatie - Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) - Tertiaire zekerheid: de achtervangpositie van Rijk en gemeenten. Alleen indien voorgaande zekerheden ontoereikend zijn, moeten Rijk en gemeenten op verzoek van het WSW renteloze leningen aan het WSW verstrekken. De kans dat onze gemeente als achtervang wordt aangesproken is bijzonder klein.

Pagina 74 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

PARAGRAAF E: GRONDBELEID Wat is grondbeleid? Grondbeleid is het samenhangende geheel van handelingen betreffende grondtransacties en -ontwikkeling. Het geeft aan welke mogelijkheden er zijn om een gebied tot ontwikkeling te brengen en welke rol de gemeente (actief/ faciliterend) hierin kan vervullen. Actief grondbeleid omvat alle fasen van het exploiteren van grond. De aankoop van gronden, sloop of bouwrijp maken tot en met de uitgifte/verkoop van bouwgrond. Bij actief grondbeleid exploiteert de gemeente voor eigen rekening en risico gronden. De gemeente legt bij actief grondbeleid de publieke voorzieningen aan en kan in beginsel alle productiekosten doorberekenen in de gronduitgifteprijzen, mits de marktprijs niet wordt overschreden. Bij een actief grondbeleid wordt een gemeentelijke grondexploitatie opgesteld. Faciliterend grondbeleid houdt in dat de gemeente het particulieren mogelijk maakt grond te exploiteren. Gemeentelijke kosten verbonden aan de desbetreffende ontwikkelingen moet de gemeente verhalen op de particuliere exploitant. De gemeente koopt zelf geen grond aan en beperkt zich tot de wettelijke publieke taak. Deze taak bestaat vooral uit het toetsen van de plannen aan vastgestelde beleidskaders, inspraakprocedures, het vaststellen van het bestemmingsplan en zo nodig het exploitatieplan.

Bij faciliterend grondbeleid wordt geen gemeentelijke grondexploitatie opgesteld.

Grondbeleid in Bergen Het grondbeleid wordt gebruikt als sturingsinstrument om gemeentelijke doelstellingen te realiseren op verschillende beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, wonen, economische ontwikkeling, energietransitie, infrastructuur, duurzame leefomgeving en voorzieningen. Het grondbeleid van de gemeente Bergen is vastgelegd in de nota Grondbeleid uit november 2019. De gemeente neemt een actieve houding aan ten aanzien van strategische verwervingen, maar voert in de basis een faciliterend grondbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen, tenzij het verdedigbaar is actieve grondpolitiek te voeren. Actief grondbeleid wordt niet uitgesloten, met name in het realiseren van maatschappelijke voorzieningen of sociale woningbouw kan het voorkomen dat de gemeente actief handelt. Wanneer wordt gekozen voor actief grondbeleid, met een financiële vertaling er van in een grondexploitatie, dan gaat dit altijd via aparte goedkeuring van de raad. Toetsingscriteria voor de keuze in faciliterend of actief grondbeleid zijn: gemeentelijke ambitie, beleidsdoelstellingen, maatschappelijk belang, grondpositie, het al dan niet ontbreken van marktinitiatief, risico’s en rendement.

Pagina 75 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

Rapportages P&C-cyclus Aan het opstellen van financiële rapportages van gemeenten zijn regels verbonden. De Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten om in de begroting en jaarrekening een paragraaf over het grondbeleid op te nemen (artikel 9 lid 2). Het verbeteren van de verantwoording over, toezicht op en transparantie van de financiële gegevens is een continue proces.

Actuele prognose van de grondexploitaties Ondanks dat er landelijk sprake van enige afkoeling van de woningmarkt, is de verwachting dat de vraag naar nieuwbouwwoningen in de gemeente Bergen hoog blijft ten opzichte van de beschikbare projecten. De vraag overtreft de het aanbod nog steeds, waardoor constant wordt bekeken waar we projecten kunnen versnellen.

Om de gemeenteraad in staat te stellen zijn controlerende rol adequaat te kunnen uitvoeren, is een transparant inzicht in de grondexploitaties en de geprognotiseerde resultaten noodzakelijk. Jaarlijks worden de grondexploitaties geactualiseerd. Aan de hand van de vastgestelde ruimtelijke kaders, uitgangspunten en planning worden eventuele afwijkingen in programma, fasering en resultaat inzichtelijk gemaakt. Medio 2022 is de Nota Actualisatie Gebiedsontwikkeling (NAG) vastgesteld. Deze geeft een beeld van de projecten met gemeentelijk grondeigendom en de faciliterende projecten met grondeigendom van initiatiefnemers. In de NAG is een projectenlijst opgenomen.

Als nasleep van de coronapandemie en de huidige situatie in Oekraïne en de daaruit volgende volatiliteit op de wereldmarkt, is er sprake van (bouw)product schaarste door stagnatie bij producenten en in de logistieke keten. Deze schaarste in combinatie met de aanhoudende inflatie, leidt tot hogere prijzen in zowel de bouw van woningen als de inrichting van het openbaar gebied. Als reactie op de hoge inflatie heeft de ECB de rentetarieven naar boven bijgesteld. Dit heeft een weerslag op de hypotheekrente en de leencapaciteit. Gelet op de aanhoudende hoge vraag naar nieuwbouwwoningen en de hoge kwaliteitsambities aan zowel de woningen als het openbare gebied, wordt een aanzienlijke prijsdaling op korte termijn niet voorzien.

Voor de grondexploitatieprojecten geldt dat de grondkosten, uitvoeringskosten, plankosten en bijkomende kosten (rente) ten laste van een complex worden gebracht. De opbrengsten uit grondverkoop en overige baten komen ten gunste van het complex.

De vraag naar nieuwbouwwoningen in Bergen blijft onverminderd hoog. In de NAG zijn de belangrijkste projecten gerapporteerd. De Small Five projecten met sociale woningbouw zijn op dit moment de enige vijf grondexploitaties binnen de gemeente.

Pagina 76 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

Sociale woningbouw Bergen

BIE

Nog vast te stellen grondexploitaties (MVA) Voor het BSV terrein in Bergen is een bestemmingsplan vastgesteld dat woningbouwontwikkeling mogelijk maakt. De gronden worden ingebracht in de grondexploitatie. Deze wordt separaat aan uw raad ter vaststelling aangeboden.

Programma 3: Een leefbare gemeente Programma 2: Een aantrekkelijke gemeente

Ontwikkelingen Op vijf locaties in Bergen, Schoorl en Groet werkt de gemeente samen met Kennemer Wonen aan ca. 100 nieuwe sociale huurwoningen (Small Five). Het gaat om de: T&O-locatie, Elkshove, het voormalige Rabobankgebouw en de voormalige Oosterkim- en Petrusschool. De verwachtte mutatie in 2023 betreft het saldo van exploitatiebijdrage en grondverkoop alsmede de plan-, uitvoeringsen rentekosten. De projecten Rabobanklocatie en Elkshove hebben een negatieve eindprognose met een verliesvoorziening van € 571.000. De projecten Oosterkimschool, T&O terrein en Petrusschool hebben een positieve eindprognose van € 826.000. Kengetallen Nominaal jaarsaldo Boekwaarde 31-12 Voorziening 31-12 Exploitatieresultaat NCW Exploitatieresultaat EW

2022

2023

202

€ 1.186.000 € 204.000 € -571.000

€ 88.000 € 292.000 Per 1-1-2023

€ -26.000 € 265.000

€ 826.000

Per 1-1-2023

€ 265.000

Per 31-12-2024

Overige projecten Voor alle andere projecten geldt een faciliterende grondhouding waarbij wij onze kosten verhalen via een exploitatiebijdrage. Er zijn ook projecten waarvoor geldt dat deze zich nog in de planvoorbereidingsfase bevinden en daarmee nog niet concreet genoeg zijn om een grondexploitatie vast te stellen.

Het voornoemde exploitatieresultaat betreft het resultaat van onze eigen grondexploitatieactiviteiten vóór aftrek van de vennootschapsbelasting.

Pagina 77 van 100 Programmabegroting 2023 v2 10-11-2022

. …………………… Gemeente Bergen, raad 10-11-2022 …………………… ………………….….

PARAGRAAF F: VERBONDEN PARTIJEN Inleiding Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Wanneer een verbonden partij een publiekrechtelijke rechtsvorm heeft, is er sprake van een gemeenschappelijke regeling. Privaatrechtelijke organisaties kunnen stichtingen, verenigingen en vennootschappen zijn. De gemeente heeft een bestuurlijk belang wanneer zij zeggenschap heeft, door vertegenwoordiging in het bestuur of stemrecht. Zij heeft een financieel belang wanneer zij een bedrag ter beschikking heeft gesteld, dat niet verhaalbaar is wanneer de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Organisaties waarmee een subsidierelatie is aangegaan zonder dat het hiervoor beschreven bestuurlijk en financieel belang aanwezig is, vallen buiten de definitie van verbonden partij. Visie en kaders Op 15 oktober 2015 is de nota Verbonden Partijen door uw raad vastgesteld. In deze nota zijn de uitgangspunten opgenomen voor sturing, beheersing en evaluatie van de samenwerkingsverbanden. Ook zijn de rollen van en verantwoordelijkheden van de raad en het college benoemd. Begin 2018 hebben de vier gemeenteraden ingestemd met de financiële uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen (FUGR).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4766/documents/35590