CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 1 Programma Water en Riolering 2023-2026 v2.pdf

Algemene Raadscommissie 22 juni 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 3: Voorstel betreft het programma water en riolering 2023-2026 BUCH en de bijbehorende begrotingswijziging vast te stellen22.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 22

4.2

Zorgplicht hemelwater

Verwerking van hemelwater Door de toename van piekbuien als gevolg van klimaatverandering is het van belang geworden om anders om te gaan met hemelwater. In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren, willen we het vasthouden om lange perioden van droogte te overbruggen en tijdelijk bovengronds bergen om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Ook bewoners hebben vaak mogelijkheden om regenwater vast te houden door wateropslag onder de grond of in een vijver om schade door droogte te beperken. Het blijven vergroten van rioolbuizen is immers geen optie als gevolg van de beperkte ruimte in de ondergrond, de hoge kosten en beperkte doelmatigheid. We hanteren de bekende voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater (waterkwantiteit): • Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen en de bodem. • Bergen: overtollig hemelwater bergen we eerst in bovengronds in voorzieningen zoals bijvoorbeeld wadi’s. • Afvoeren: pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem. Over het functioneren van het systeem vindt afstemming met het waterschap plaats. maar we voegen de thema’s Besparen (minder huishoudelijk waterverbruik) en Aanpassen (watervasthoudende, verkoelende en robuuste beplanting) toe.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 23

We streven ernaar om het rioleringssysteem en de openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen de ideeën daarvoor af met andere gemeentelijke vakdisciplines en integreren de werkzaamheden; als we straten opengooien voor rioleringswerkzaamheden verbeteren we waar mogelijk ook de afvoer van water op straat en de kwaliteit van het groen. De werkzaamheden in de openbare ruimte beogen ook om water meer ruimte te geven en beter zichtbaar te maken. Ook willen we de beleving bij inwoners van water en groen versterken. Door praktijkervaringen (meldingen en waarnemingen van bewoners) te monitoren, verbeteren we het zicht op het daadwerkelijk functioneren van de verschillende voorzieningen, zoals aanpassingen in bestrating, berging van water en het vernieuwde klimaatbestendige groen. Zo is bijvoorbeeld op basis van de extreme buien in de periode 18-20 juni 2021 een wateroverlastmeldingenkaart gemaakt. Daarin staan meldingen, gesorteerd in relevante categorieën, met foto's en filmpjes van de gebeurtenis. Beperking van risico op wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem niet onbeperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid tussen hinder, ernstige hinder en waterschade. DEFINITIE EN AANPAK van Hinder, Ernstige hinder, Waterschade -

Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: – kortdurende periode van water op straat; – waarbij verkeer nog mogelijk is. – duur in de orde van 15-30 minuten

-

Ernstige hinder Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: – langer durende periodes van water op straat; – verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). – duur in de orde van grootte van 30-120 min.

-

Waterschade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: – grote economische schade; – gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); – water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg.

Wateroverlast in de vorm van hinder vinden we acceptabel. Als gevolg van klimaatverandering zal dit vaker voorkomen. Wateroverlast in de vorm van ernstige hinder pakken we aan op het moment dat er sprake is van een renovatie van de onder- of bovengrond. Wateroverlast in de vorm van waterschade willen we voorkomen. Bepaalde locaties zijn als gevolg van hun lage ligging en historische ontwikkelingen dermate kwetsbaar voor wateroverlast dat dit probleem niet eenvoudig en kosteneffectief is op te lossen. De klimaatatlas van het hoogheemraadschap is een goed hulpmiddel bij deze vraagstukken. We inventariseren de problemen en risico’s en maken dat openbaar. Ook adviseren we de bewoners bij problematische situaties.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 24

Uitgangspunten wateroverlast volgens het Beleidsplan Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen & Uitvoeringsprogramma 2023-2026 In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm/uur) geen schade op aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen. Bij 90 mm/uur (1/250 jaar) blijven vitale infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar.  Op particulier terrein (bebouwde deel) wordt een groot deel van de neerslag (range 40-70 mm) van een hevige bui (70 mm/uur) verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd). Dit gebeurt op het terrein zelf of in extra (water)voorzieningen toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren het water de eerste 24 uur vertraagd af (niet extra naar riolering of watersysteem).  In het plangebied is oppervlaktewater voor afwatering zoveel mogelijk aanwezig.  Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte. Daarnaast blijven hoofdwegen begaanbaar.  De bouw of herinrichting gebeurt waterneutraal. Als door verharding het waterbergend vermogen afneemt, worden op hetzelfde terrein compenserende maatregelen getroffen om mogelijke wateroverlast te voorkomen. De ontwikkeling leidt niet tot extra afvoer van water.

Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied.

Het rioleringssysteem bij nieuwbouw toetsen we op buien gebaseerd op de statistieken van 2050:  Bij buien eens in de 10 jaar geen water op straat (redelijk vergelijkbaar met bui 10 van Rioned)  Bij buien eens in de 100 jaar (70 mm/uur) geen schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen.  Bij buien eens in de 250 jaar (90 mm/uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar Het bestaande rioleringssysteem toetsen we minimaal aan een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar. Hierbij geldt ook dat er geen water-op-straat mag voorkomen. Eventuele verbetermaatregelen toetsen we aan een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 10 jaar, waarbij water op straat acceptabel is. De keuze voor rioleringsmaatregelen tegen een zwaardere toetsingsbui is een afweging tussen de meerkosten van diameterverruiming en de mogelijkheden om bovengronds extra regenwater te kunnen verwerken door bijvoorbeeld tijdelijke berging (maatwerk). Zware buien vereisen bovengrondse (extra) klimaatadaptieve maatregelen om wateroverlast te voorkomen, omdat de capaciteit van het riool eindig is. Inwoners zullen ermee moeten leren leven dat water vaker en langer op straat blijft staan na een extreme hoosbui.

Om de watertaken, bekostigd vanuit de rioolheffing voor inwoners, betaalbaar te houden, zal de gemeente de inwoners meer gaan betrekken bij de hemelwaterverwerking. Bijvoorbeeld door inwoners te vragen hun daken af te koppelen van het riool en het hemelwater op eigen terrein te verwerken, via bijvoorbeeld een regenton. In de komende planperiode wordt de communicatie naar de bewoners geïntensiveerd. Als bij herinrichting van het stedelijk gebied een nieuw hemel- of infiltratieriool wordt aangelegd, stimuleert de gemeente inwoners, die op een gemengd riool zijn aangesloten, de voorkant van hun huis direct aan te sluiten op het hemelwaterriool. De gemeente betaalt de hemelwateraansluiting. Ook bekostigt zij een infiltratie-unit in de tuin, als dat mogelijk en gewenst is. De gemeente geeft bovendien voorlichting over de taken en verantwoordelijkheden van de perceeleigenaren en informeert actief over het ontstaan van ‘water op straat’. Een ontlastvoorziening, zoals een bladscheider in de regenpijp, is een effectief object dat vaak wateroverlastproblemen kan voorkomen. De gemeente gaat komende jaren kijken of deze voorziening gestimuleerd kan worden bij inwoners door campagne en eventueel subsidie/korting. Basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw MRA / Noord-Holland Zoals ook beschreven in 1.3. (pag.

6) heeft de regionale samenwerking op het gebied van klimaatadaptatie geleid tot een overeenkomst over een MRA-basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw en herinrichting. De regio Alkmaar heeft deze ook ondertekend. Het gaat om een breed gedeeld programma van eisen voor klimaatbestendig en waterrobuust inrichten voor zowel nieuwbouwlocaties als bestaand gebied. De woningbouwopgave is groot. Nieuwe woonwijken moeten worden voorbereid op extremere weersomstandigheden (het risico op hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen) ten gevolge van klimaatverandering.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 25

Het basisveiligheidsniveau beschrijft een totaalpakket aan doelvoorschriften waaraan nieuwbouw zou moeten voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en leefbaarheid te vergroten. Momenteel wordt dit in beleid verwerkt en in projecten toegepast. In het Beleidsplan Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen & Uitvoeringsprogramma 2023-2026 zijn deze uitgangspunten beschreven en toegelicht.

Afbeelding 6: Rioleringswerkzaamheden in bestaand gebied

Omgaan met (sterk) vervuilde oppervlakken Het hemelwater, dat van daken afkomt, is relatief schoon en lozen we, waar mogelijk, direct in de bodem, of op oppervlaktewater. Een groot deel van de beperkte vervuiling wordt bij een bodemlozing op natuurlijke wijze (deels) gezuiverd, verdund en opgenomen in de toplaag van de bodem. Indien nodig vervangen we deze toplaag met schone grond (op basis van praktijkervaring na 20-30 jaar). Om te voorkomen dat relatief veel schoon regenwater van gescheiden rioolstelsels naar de RWZI wordt getransporteerd, optimaliseren we deze rioleringssystemen. Dat doen we bijvoorbeeld via een (tijdelijke) afschakeling van pompen of wellicht, op termijn, via monitoring van en sturing op waterkwaliteit. Voor dit maatwerk trekken gemeente en waterschap samen op. Volgens de huidige Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) mag afvloeiend hemelwater alleen in een vuilwaterriool worden geloosd als het lozen op of in de bodem, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater (die geen vuilwaterriool is), of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is*. We kiezen ervoor om de huidige algemene regels met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater ongewijzigd te laten. Lozing van hemelwater op drukriolering vinden we niet acceptabel. Hiervoor gaan we een hemel- en grondwaterverordening toepassen.

*Dit is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 26

Afkoppelen verhard oppervlak We hanteren het principe dat stedelijk afval- en hemelwater gescheiden worden ingezameld. Als herinrichting en rioolvervanging of -verbetering aan de orde zijn, onderzoeken we vooraf de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen van hemelwater van het riool is hierbij geen doel op zich, maar een middel om het transport van water naar de RWZI te verminderen. Bij bestaande bebouwing bepaalt de gemeente per locatie of afkoppelen doelmatig is en een bijdrage levert aan de doelstellingen. Het hoogheemraadschap adviseert hierbij. Bij nieuwbouwlocaties wordt in de meeste gevallen een gescheiden stelsel aangelegd. Bij een onderbouwde uitzondering is ook een gemengd stelsel mogelijk, afhankelijk van de situatie, zoals in centrumgebieden. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat eigenaren hun afvalwater en (schoon) hemelwater gescheiden moeten aanbieden op de erfgrens. De toekomstige bewoners of bedrijven worden hierover tijdig en uitgebreid geïnformeerd. Indien percelen zelf voldoende hemelwater kunnen verwerken, worden deze niet aangesloten op de riolering. Op zich is het einddoel een volledig gescheiden systeem, maar bij een gemengd riool wordt mogelijk voor een deel versteviging van de buis toegepast door relinen. Dit hangt af van de situatie.

Bij rioolvervanging bij herinrichting van de openbare ruimte ontzorgen we omwonenden die nog niet zijn aangesloten. Wij realiseren nieuwe aansluitingen voor hen maar stimuleren tegelijkertijd in afkoppelgesprekken dat hemelwater daarbij wordt afgekoppeld van het gemengde stelsel. We zoeken meteen mogelijkheden om dit in de tuin op te vangen met een infiltratie-unit. Problematiek WKO-lozingen (bodemenergiesystemen) Warmte-koude-opslag (WKO) installaties worden steeds vaker toegepast voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Bij de aanleg en in veel gevallen ook bij het onderhoud aan een WKO wordt het zoute spoelwater geloosd op de riolering. Als de frequentie van pieklozingen in de toekomst toeneemt, kan het functioneren van het rioolstelstel verstoord worden. Een volledig beeld van de locaties van WKO’s ontbreekt en mogelijke negatieve effecten op de omgeving zijn onbekend. In deze planperiode inventariseren we de locaties en onderzoeken we de effecten. Dat doen we samen met andere gemeentes, het hoogheemraadschap en de omgevingsdiensten in de regio Noorderkwartier. De problematiek lijkt binnen de BUCH beperkt.

4.3

Zorgplicht grondwater

Voorkomen grondwaterproblemen Gemeente en hoogheemraadschap werken nauw samen bij grondwaterbeheer. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterpeil. De gemeente heeft vanuit haar wettelijke zorgplicht de regie over processen als gevolg van grondwaterproblemen. Allereerst verschaft de gemeente zich dan inzicht in de oorzaken. Vervolgens worden mogelijke oplossingen verkend. Maatregelen worden uiteindelijk genomen door de partij die daarvoor (wettelijk) verantwoordelijk is. Het grondwaterpeil willen we zoveel mogelijk op natuurlijke wijze laten blijven fluctueren. De gemeenten in de regio Alkmaar liggen deels in duingebieden en deels in poldergebieden. De bodemopbouw varieert nogal. De mate waarin grondwateroverlast zich voordoet, is dan ook sterk afhankelijk van de lokale situatie. Bij planologische wijzigingen bepalen en beoordelen gemeente en hoogheemraadschap gezamenlijk de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van nieuwe ontwikkelingen. Hiermee willen we voorkomen dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. Mogelijk wordt een aangepaste bouwwijze en een grondwatermeetnet aanbevolen.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 27

Met het in werking treden van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Denk bijvoorbeeld aan watercompensatie (tijdelijke berging of iets dergelijks) in verband met toenemende verharding en aan het ontmoedigen van bouwplannen in de omgeving van waterwinning. Er gelden geen regels voor de wijze waarop de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. Als gemeente zijn we vrij om hier zelf invulling aan te geven. Vooralsnog zien we geen aanleiding om de huidige procesgang te wijzigen.

Ontwatering bestaand gebied De gemeente moet maatregelen treffen in het openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen of beperken. Ontwatering kan zo’n maatregel zijn in bestaand gebied. Ontwatering is maatwerk en afhankelijk van de lokale situatie. De gemeente treft maatregelen die doelmatig zijn en niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap en de provincie behoren. We beoordelen de doelmatigheid van grondwatermaatregelen per locatie met behulp van de volgende vragen: a) Zijn de grondwaterstanden structureel hoog? Wanneer de representatieve grondwaterstand voor een gebied hoger is dan 0,70 meter onder maaiveld, beoordeelt de gemeente dat als hoog met een risico op overlast afhankelijk van de functie die het gebied heeft (zoals wonen, landbouw). Als representatieve waarde geldt de waarde die in een hydrologisch jaar (van 1 april t/m 31 maart) in 10 procent van de tijd wordt overschreden. b) Waar leiden de hoge grondwaterstanden tot structureel nadelige gevolgen voor de functies van het perceel? Er is volgens de gemeente sprake van nadelige gevolgen, wanneer bij de invulling van de gebiedsfunctie hinder wordt ondervonden van grondwater. De normale functievervulling, bijvoorbeeld wonen of ‘boeren’ is daardoor (tijdelijk) niet of slechts gedeeltelijk mogelijk.

c) Wat is het effect van grondwatermaatregelen in de openbare ruimte op de grondwaterstand (bij woningen) bij de laagst mogelijke (verantwoorde) hoeveelheid af te voeren water (afvoerniveau)? d) Worden met een dergelijke verlaging van de grondwaterstand structureel nadelige gevolgen effectief verholpen? Kan het probleem worden opgelost vanuit het openbaar terrein? e) Wat zijn de (globale) investerings- en beheerkosten van de maatregelen in relatie tot de bovengenoemde aspecten en de kosten van maatregelen binnen particuliere percelen (zoals bouwkundige maatregelen of drainage op eigen perceel, door de eigenaren zelf uit te voeren)? De gemeente maakt dus per locatie de afweging wanneer maatregelen getroffen worden tegen te hoge of te lage grondwaterstanden. Daarbij houdt zij rekening met de kosten en verschillende randvoorwaarden (zoals een duurzaam watersysteem, leefomgeving, functie van een gebied, milieu, natuur, volksgezondheid). De gemeente heeft daarbij geen resultaatsverplichting om het gewenste grondwaterpeil te handhaven. Ontwatering nieuwbouw De bodemgesteldheid en waterdoorlatendheid kunnen lokaal en regionaal sterk verschillen. We kijken zoals gezegd per gebied hoeveel ontwatering nodig is. Bij nieuwbouw zorgen we voor een ontwateringsdiepte die het risico op grondwater over- of onderlast minimaliseert.

Onderstaande ontwateringsdiepten (zie Tabel 1) beschouwen we als een inspanningsplicht. We kunnen als gemeente niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden voor bestaande situaties. Door bij nieuwbouwsituaties, bijvoorbeeld kruipruimteloos te bouwen, beperken we het risico op grondwateroverlast verder.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 28

Tabel 1: Ontwateringsdiepten Functie

Minimaal benodigde ontwatering

Woningen (met kruipruimte)

0,9 m t.o.v. vloerpeil, 0,7 m kruin van de weg

Tuinen / groenvoorzieningen

0,5

Handelen bij grondwaterproblemen We beschouwen grondwateroverlast als structureel, als er én gedurende een aantal aaneengesloten jaren (3-5 jaar) te hoge grondwaterstanden worden gemeten én meerdere (relevante) meldingen over grondwateroverlast zijn geregistreerd. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand nemen we als gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen voeren we, wanneer mogelijk, uit in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte. Als gemeente nemen we maatregelen als beide stellingen van toepassing zijn: • Maatregelen op het openbaar terrein voorkomen schade als gevolg van grondwater. • De investerings- en exploitatiekosten van de maatregelen voor de gemeente staan in verhouding tot (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten schadekosten. Bij erkende probleemgebieden waarin de grondwaterstand structureel nadelige gevolgen heeft, leggen we drainage aan tegelijk met andere (waterhuishoudkundige) werkzaamheden in het gebied. Particulieren zijn zelf verantwoordelijk voor grondwater op eigen terrein. Van eigenaren verwachten we dat deze bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen op hun eigen perceel.

De gemeente geeft de eigenaar desgewenst voorlichting over te nemen maatregelen. Voorkomen van grondwaterverontreiniging De bescherming van het grondwater is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Deze bescherming is geregeld door grondwaterbeschermingsgebieden aan te wijzen. In voorkomende gevallen verwijzen we naar deze verordening. De omgevingsdienst handhaaft hierop namens de gemeente. Monitoren Via doorlopende digitale peilbuismetingen houden we een vinger aan de pols. Binnen de regio streven we ernaar om de meetgegevens onderling te delen en op uniforme wijze voor partners beschikbaar te houden. Grondwater en klimaat Droogte en wateroverlast in het bebouwde gebied pakken we binnen de regio Alkmaar in samenhang op. We verkleinen de kwetsbaarheden voor klimaatverandering door specifieke aandacht te geven aan waterberging, waterafvoer, waterkwaliteit, stijgend grondwater, droogteschade aan groen, paalrot en bodemdaling. We hebben als strategie opgenomen dat we bedrijven en inwoners betrekken en om de tafel gaan met private partijen als projectontwikkelaars en makelaars. We hanteren de klimaatbestendige uitgangspunten om verdroging tegen te gaan bij herinrichting en bij nieuwbouw.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 29

Afbeelding 7: Hevige neerslag komt soms erg lokaal voor

Grondwater en klimaat We zijn ons ervan bewust dat klimaatverandering effect heeft op de grondwaterstanden. In de regio verkleinen we de kwetsbaarheid door specifiek aandacht te geven aan onder meer waterberging, waterkwaliteit, droogteschade van groen, bodemdaling, infiltratie en fluctuerend grondwater. Bij herinrichting en nieuwbouw hanteren we ten aanzien van droogte en wateroverlast de klimaatbestendige uitgangspunten van het MRA-basisveiligheidsniveau. Naar verwachting zal door droogte in de zomer de gemiddelde grondwaterstand dalen. Daartegenover staat wel dat door extreme zomerse buien flinke fluctuatie op kan treden in de grondwaterstanden. Bovendien worden de winters steeds natter, met als gevolg een hogere gemiddelde grondwaterstand in de winter. De precieze invloed van klimaatverandering op de grondwaterstanden in stedelijk en landelijk gebied is echter nog lastig in te schatten. In overleg met het hoogheemraadschap onderzoeken we de mogelijkheden om in nader te bepalen woonkernen vanaf oktober tot maart het waterpeil bijvoorbeeld met 10 cm te verlagen om grondwaterstijging tegen te gaan.

Uitgangspunten droogte volgens het Beleidsplan Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen & Uitvoeringsprogramma 2023-2026 Bij langdurige droogte (potentieel maximaal neerslagtekort 300mm, eens per 10 jaar) wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies (infrastructuur, ziekenhuizen etc.) voorkomen.  De verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend voor de inrichting van het plangebied.  Per gebied worden een restzettingseis en bijbehorende set van maatregelen tegen bodemdaling gekozen. Deze zijn over de levensduur van 60 jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief. Een restzettingseis geeft aan hoeveel centimeter de grond maximaal nog mag zakken in een afgesproken periode als de grond gestort is.  Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 30

4.4

Oppervlaktewaterkwaliteit

Schoon water in onze sloten, meren en rivieren is belangrijk voor mens, dier en plant. De kwaliteit van het water moet voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. In de regio Alkmaar is het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) hiervoor verantwoordelijk. HHNK werkt daarbij samen met provincies, gemeenten en drinkwaterbedrijven. De uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater, gronden afvalwater kan effecten hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Indirecte lozingen De kwaliteit van het oppervlaktewater verbetert geleidelijk maar voldoet nog niet aan de Kaderrichtlijn. Om wateroverlast te voorkomen, zijn overstortingen vanuit het rioolstelsel onvermijdelijk. In de meeste gevallen leidt dit niet volksgezondheids- of milieuproblemen. We gaan door met het afkoppelen van verhard oppervlak van het gemengd riool om overstortingen te beperken en de milieubelasting aanvaardbaar te houden. We zien indirecte lozingen op het oppervlaktewater als een groot probleem. Een indirecte lozing is een lozing die niet direct op het oppervlaktewater uitkomt, maar wordt geloosd via bedrijfsriolering of een ander tussenliggend rioleringsonderdeel van een gemeente of waterschap. In de Samenwerkingsovereenkomst Waterketen Noorderkwartier 2021-2030 is ‘meer grip op indirecte lozingen’ één van de prioriteiten.

Het betreft onvoldoende gezuiverde lozingen (via riooloverstorten of RWZI) of (vaak bedrijfsmatige) lozingen die negatieve effecten hebben op het functioneren van riolen, gemalen of de RWZI. Ze kunnen leiden tot verstopping of aantasting van de riolering of verstoring van de werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Daarnaast gebruiken en lozen sommige bedrijven steeds meer stoffen van de lijst met 1600 zeer zorgwekkende of potentieel zeer zorgwekkende stoffen, zoals PFAS. Dat is een groeiende bedreiging voor de waterkwaliteit. Het is belangrijk te weten wat bedrijven lozen (de bron) en daarop te acteren. Het bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op bedrijfslozingen ligt bij gemeenten en provincie. De uitvoering vindt plaats door de Omgevingsdiensten. Om de taken op het gebied van afvalwaterlozingen efficiënter uit te voeren, is gezamenlijk gestart met een project dat bestaat uit vijf onderwerpen: 1. Capaciteit en budget, een analyse hoe omgevingsdiensten VTH hebben georganiseerd. 2. Netwerk in beeld, waarbij wordt uitgezocht welke partijen precies betrokken zijn bij indirecte lozingen, wie deze controleert en wie met wie contact heeft. 3. Ken uw lozingen gaat over het delen van informatie over bedrijven en wat ze lozen. 4. Kaders voor afvalwater gaat om de overgang van de regels voor lozing naar de Omgevingswet (bruidsschatregels).

Hieruit volgt een handreiking aan gemeenten die de Rijksregels moeten opnemen in de omgevingsplannen. 5. Prikkels voor bedrijven betreft het stimuleren van bedrijven tot gedragsverandering om zo aan de bron minder probleemstoffen in de afvalwaterketen te krijgen. Medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics Als gevolg van lozingen komen medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics in ons oppervlaktewater terecht. Dit is schadelijk voor ons milieu. We willen dit uiteraard zoveel mogelijk beperken. Hiervoor is een gecombineerde bron-, systeem-, en end-of-pipe aanpak nodig. Met het maken van (inter)nationale afspraken kunnen fabrikanten worden gestimuleerd of verplicht om meer duurzaam te produceren. Hier ligt vooral een opgave voor de rijksoverheid. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan Rijksomgevingswaarden voor de kwaliteit van oppervlaktewater voor aangewezen oppervlaktewaterlichamen. Een deel van die omgevingswaarden zijn een vertaling van de Europese regels. In dit geval de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Provincies kunnen in een omgevingsverordening omgevingswaarden stellen voor de waterkwaliteit van oppervlaktewater. Deze omgevingswaarden mogen alleen strenger zijn dan, of aanvullend zijn op, de Rijksomgevingswaarden. Bij de vaststelling daarvan betrekt de provincie de economische effecten.

Denk hierbij aan de effecten op het vestigingsklimaat voor bedrijven en de werkgelegenheid.

Met publiekscampagnes willen we het bewustzijn van zowel bewoners als bedrijven verhogen en een goed gebruik van het riool stimuleren.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 31

Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn in het verleden ecoscans uitgevoerd door het hoogheemraadschap voor Bergen, Castricum en Heiloo. Hiermee is een nulmeting gedaan van de chemische en ecologische waterkwaliteit en de sociale beleving. Onderscheid is gemaakt tussen de watergang en de oever. Het hoogheemraadschap heeft aangeboden om ook een ecoscan uit te voeren voor Uitgeest, omdat dit nog niet gebeurd is. In de toekomst kunnen we een ecoscan herhalen om de voortgang te onderzoeken. In het buitengebied is het hoogheemraadschap waterkwaliteitsbeheerder. Wij denken mee met het hoogheemraadschap, de provincie en de gebiedseigenaren hoe de chemische en ecologische toestand van het oppervlaktewater verbeterd kan worden. Uitgangspunt daarbij zijn ook de doelstellingen van de Kader Richtlijn Water die in 2027 gehaald moeten zijn. Ook stemmen we de komende planperiode het opnemen van lozingsregels met betrekking tot waterkwaliteit in het omgevingsplan af met het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap scherpt de regels aan voor lozingen van huishoudelijk afvalwater van bedrijven, zoals campings, recreatieterreinen en ook groepsaccommodaties. Er komt een verbod voor lozingen van afvalwater van huishoudelijke aard van bedrijven en groepsaccommodaties op secundaire en tertiaire wateren, in de Waterschapsverordening vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.

Afbeelding 8: De rioolwaterzuiveringsinstallatie van HHNK in Wervershoof (bron: HHNK, Philippe van de Loo)

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 32

Opheffen foutaansluitingen De afvalwaterketen is primair erop gericht om afvalwater zoveel mogelijk in de riolering ingesloten te houden en uiteindelijk te transporteren naar een zuivering. Foutaansluitingen en riooloverstortingen vanuit een gemengd rioleringssysteem op oppervlaktewater vormen hierin de zwakke schakels. Bij foutaansluitingen komt onbedoeld vuil water in het oppervlaktewater terecht of regenwater bij de zuivering. De ongezuiverde lozingen kunnen de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden. We sporen foutaansluitingen op en herstellen deze zoveel mogelijk. Via het opsporen en (laten) herstellen van foutaansluitingen voorkomen we dat milieubelastende stoffen onbedoeld maar voortdurend in het oppervlaktewater terechtkomen. Recreëren in, op of nabij het water Klimaatverandering heeft gevolgen voor waterrecreatie. Aan de ene kant leiden langdurige periodes van hitte tot meer recreatie in, op of nabij water. Aan de andere kant leidt de toename van extreme buien bij zomerse hitte mogelijk tot meer lozingen vanuit het riool op het water en tot verontreiniging. Voor ons gemeentelijk oppervlaktewater kunnen we dus niet de kwaliteit en veiligheid garanderen, zoals Rijkswaterstaat dat doet voor de aangewezen zwemwateren. Na regenval kan het water bijvoorbeeld verontreinigd zijn met fecaliën. In of op de waterbodem kunnen gevaarlijke voorwerpen, zoals afval liggen.

Water afkomstig uit landelijk gebied en verontreinigd met chemicaliën/parasieten, kan in het stedelijk oppervlaktewater terecht komen. Vanuit het oogpunt van publieke gezondheid en openbare veiligheid zetten we daarom voorlopig in op informeren van de omwonenden. Als we grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s zien, gaan we in gesprek hierover met belanghebbende partijen en nemen we zo nodig veiligheidsmaatregelen. Het zou mooi zijn als op de lange termijn een deel van het oppervlaktewater van voldoende kwaliteit is om veilig te kunnen zwemmen, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. In beleid en uitvoering handelt de gemeente zodanig dat de waterkwaliteit tenminste niet verslechtert. Voor oppervlaktewater dat door Rijkswaterstaat niet is aangewezen als zwemwater bestaat nog geen specifieke regelgeving. Dit is nog een grijs gebied waarvoor de komende jaren meer aandacht zal komen.

4.5

Risicogestuurd beheer

We nemen meer risico waar het kan en minder risico waar het moet Met het slijten van de bestaande riolering als gevolg van ouderdom neemt de vervangingsopgave toe. Om te kunnen beoordelen of een riool aan vervanging toe is, hebben we de afgelopen planperiode de toestand van het rioleringssysteem grotendeels geïnspecteerd. Met deze inspectieresultaten zijn we in staat om een afweging te maken tussen het wel of niet vervangen/verbeteren van een riool. Door met reparaties de levensduur iets te verlengen of riolen indien nodig eerder te vervangen, houden we in timing rekening met geplande aanpassingen in de bovengrond, zoals vervanging van een wegdek. Tegelijkertijd streven we naar kostenefficiëntie door slim in te spelen op fysieke verbeteringen voor de volksgezondheid, verbetering van de afvoercapaciteit van riolering, beheersing van de grondwaterstand en klimaatadaptatie. We nemen dan meer risico waar het kan en minder risico waar het moet. Het onderhoud aan alle riolen is erop gericht om de geplande levensduur te behalen, zonder dat de volksgezondheid, het milieu of openbare veiligheid in het geding komen. Tijdelijke hinder of beperkte schade als gevolg van hevige regenbuien calculeren we in als risico. Ernstig lichamelijk letsel of grote materiële schade willen we uiteraard voorkomen. Om de resterende levensduur te verlengen, is wel extra reparatiebudget nodig.

In het plan houden we hier rekening mee. De functie van de bovengrondse infrastructuur (doorgaande wegen en calamiteitenroutes) en andere factoren, zoals het aantal aangesloten woningen, bepalen in hoeverre het verantwoord is om meer of minder risico te nemen. Zo accepteren we een wegverzakking als gevolg van een ingestort riool eerder in een rustige woonwijk, maar proberen dat te allen tijde te voorkomen in een drukke woonwijk, bij doorgaande wegen of op een bedrijventerrein.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 33

Voor het risicogestuurd beheer gebruiken we een beslisboom risicoriolen. Deze beslisboom hanteert een onderscheid tussen riolen met een reguliere risicoklasse en rioolleidingen die een hoger beschermingsniveau krijgen, omdat voortijdig falen te grote risico’s inhoudt. Voor de bepaling van de risicoklasse hebben we een aantal variabelen gedefinieerd. Voorbeelden van deze variabelen zijn onder meer de afstand tot belangrijke infrastructuur, de diepteligging, de leidingdiameter, kruisingen met spoorwegen/waterkeringen en de ligging ten opzichte van bebouwing of bedrijvigheid. We maken een verdeling tussen vrijvervalriolen met een reguliere risicoklasse en risicoriolen. Voor risicoriolen hanteren we een gemiddelde verwachte levensduur van 60 jaar. Deze riolen worden sneller dan normaal gesproken vervangen. Voor de overige vrijvervalriolen hanteren we een verwachte levensduur van 75 jaar. Deze riolen worden dan later vervangen dan we in de afgelopen planperiode deden.

4.6

Baggeren

Tot voor kort voerden we voor het landelijke gebied baggerwerkzaamheden uit op basis van de baggerschouw van het hoogheemraadschap. Deze schouw vindt voor elk gebied eenmaal per 7 jaar plaats. Onlangs hebben we op basis van metingen van waterbodems meerjarenplanningen voor baggeren opgesteld. Het doel is om de watergangen die in gemeentelijk eigendom zijn, te laten voldoen aan het profiel. Dit profiel is vastgelegd in de legger. Een kaart met alle wateren en waterkeringen. Met deze meerjarenplanning wordt een betere bijdrage geleverd aan een goede waterkwantiteit (doorstroming) en waterkwaliteit. De rapportages geven inzicht in de hoeveelheid te baggeren watergangen en de bedragen die hiervoor de komende jaren moeten worden gereserveerd.

4.7

Bedrijfsvoering

De deelnemers aan de Samenwerking Waterketen regio Alkmaar hebben de afgelopen jaren intensief samengewerkt om de doelstellingen uit het Bestuursakkoord Water (2011) te bereiken. In de Samenwerkingsovereenkomst Waterketen regio Alkmaar van 2020 is vastgelegd dat de samenwerking wordt voortgezet om verder te verbeteren en om goed te kunnen blijven inspelen op de vele nieuwe ontwikkelingen en doelen. De komende jaren werkt de samenwerkingsregio aan de volgende onderwerpen:  Data, meten en monitoren  Risicogestuurd beheer  Personeel & Organisatie  Beleid en lozingen  Overige projecten (incidentenplan, praktijk klimaatadaptatie, project sanering IBA’s, rioolvreemd water) Behalve aan deze regionale projecten levert de regio Alkmaar ook bijdragen aan gebiedsoverstijgende projecten op het niveau van de regio Noorderkwartier. Gegevensbeheer en digitalisering Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens, zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden met tussenperioden geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit onder meer meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(re) frequentie ingezameld. Een goed gegevensbeheer draagt bij aan een goed functioneren van de fysieke systemen (assets) van de (afval)waterketen.

Behalve praktijkmetingen benutten we ook geografisch informatie (GIS) om analyses te kunnen maken en hiermee:  efficiënte en effectieve investeringen in het (afval)watersysteem te bepalen;  relaties met overige vakdisciplines in openbare ruimte (wegen/groen, kunstwerken) in beeld te brengen;  relaties met de uitvoeringsplannen voor klimaatadaptatie en energietransitie in beeld te brengen en in overleg met andere partijen acceptabele maatregelen te kiezen. Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 34

Meten en monitoren Om zicht te hebben op het functioneren van de afvalwaterketen is meten en monitoren noodzakelijk. De afvalwaterketen is een ‘open’ systeem met aanvoer van vuilwater en hemelwater. Op basis van praktijkmetingen kunnen we analyses maken van het feitelijk functioneren van de afvalwaterketen. Op regionaal niveau bundelen we de hiertoe benodigde kennis en maken we een methode om beslissingen te onderbouwen.

Figuur 9: Gemeente Uitgeest tekent overeenkomst met Steenbreek

Communicatie en samenwerking Meer dan de helft van de oppervlakte van de openbare ruimte is eigendom van private partijen. De gemeente kan overlast als gevolg van extreme regen of droogte niet voorkomen zonder medewerking van inwoners, bedrijven en andere particulieren. We geven hen daarom handvatten voor het nemen van concrete maatregelen in hun directe omgeving. We doen dit met voorlichting aan de hand van foto’s van maatregelen voor typische problemen met wateroverlast of hittestress in de regio. Wij sluiten daarbij aan op het communicatieplan van regio Noorderkwartier. Bovendien sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande campagnes om inwoners te betrekken, zoals Operatie Steenbreek, campagne Waterbazen (in samenwerking met HHNK) en andere lokale initiatieven. Ook heeft ‘Samen blauwgroen’, een samenwerking van 27 gemeenten in Noord-Holland, het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en PWN een gezamenlijk initiatief. Deze campagne stimuleert inwoners om kleine maatregelen in en om het huis te nemen om de kans op wateroverlast en watertekort te verkleinen. Denk aan meer planten of minder verharding dan wel waterdoorlatende verharding als grind. Tegelijkertijd gaan we om tafel met bedrijven, zoals projectontwikkelaars en makelaars om klimaatbestendige en waterrobuuste maatregelen in de stedelijke omgeving te stimuleren.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 35

Capaciteit en kennis op orde Binnen de regio Alkmaar vullen we elkaar met kennisdeling aan op punten waar we nu het meest kwetsbaar zijn en/of waaraan we nu als gemeente zelf geen invulling (kunnen) geven. Voorbeelden hiervan zijn het verwerken van data en specialistische onderzoeken. We streven naar een optimale organisatie voor de samenwerking in de waterketen met de juiste mensen, op de juiste plaats, ook voor de toekomst. We passen de branchestandaard/kennisscan van Stichting RIONED toe om in beeld te krijgen waar de capaciteits- en/of kennisbehoefte ligt. Gezamenlijk stellen we hiervoor binnen de regio een opleidingsplan op binnen het daarvoor beschikbare budget. Calamiteitenplannen In gezamenlijkheid met de regio brengen we ook in beeld op welke wijze incidenten afgehandeld kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan lozing van een gevaarlijke stof in het riool, langdurige uitval van een rioolgemaal, een breuk in een persleiding, het bezwijken van een hoofdriool onder een belangrijke weg of wateroverlast door extreme neerslag. We maken afspraken met partijen die bij calamiteitensituaties betrokken zijn, zoals de veiligheidsregio. Ook onderzoeken we de kwetsbaarheid van onze waterketenvoorzieningen bij overstroming.

Figuur 30: Brandweer in Castricum

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 36

4.8

Verordeningen

Verordeningen zijn de juridisch bindende regels die aan activiteiten worden gesteld. Eind 2022 hebben we de volgende verordeningen vastgesteld om de regels eenduidig, toekomstbestendig en zo veel mogelijk BUCH breed gelijk te maken: 1. Aansluitverordening: regels met betrekking tot de rioolaansluiting en wijzigingen daaraan. 2. Verordening eenmalig rioolaansluitrecht: kosten voor een nieuwe aansluiting op de riolering. 3. Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater: Deze verordening gaat over het verplicht afkoppelen van hemelwater en grondwater in gebieden waar het riool of het drukrioolgemaal niet bedoeld is voor hemelwater en grondwater. Een hemelwaterscheidingskaart geeft het werkingsgebied aan waarop deze verordening van toepassing is. Het werkingsgebied is gebaseerd op locaties waar regenwater nooit aangesloten had moeten worden op het vuilwaterriool of drukrioolgemaal, omdat het rioolsysteem in die gebieden daar niet voor ontworpen is. Deze hemelwaterscheidingskaart wordt in de toekomst uitgebreid met nieuwbouwontwikkelingen met gescheiden rioolstelsel. Deze verordening dient ongewenste effecten zoals gemaalstoringen, rioolwateroverstortingen in de sloot, stankoverlast en sanitaire problemen in huis tegen te gaan. Wanneer een inwoner wordt aangeschreven om hemel- en grondwater af te koppelen, dan geeft de gemeente daar een half jaar de tijd voor.

In bijzondere gevallen wijken we af van deze termijn. 4. Verordening hemelwaterberging: Eén van de klimaatbestendige uitgangspunten bij nieuwbouw is dat waterberging op privaatterrein aangelegd wordt. De verordening voor hemelwaterberging zorgt ervoor dat een hoeveelheid neerslag tussen de 40 en 70 mm per vierkante meter bebouwd oppervlak van privaat terrein op een effectieve manier wordt verwerkt. Dit kan door infiltratie, opvang en/of vertraagde afvoer om overlast op aangrenzende percelen of openbaar terrein te voorkomen. Bij nieuwbouw wordt dus minimaal 40 mm waterberging op particulier terrein aangelegd. Volgens het klimaatadaptatiebeleid moet dit minimale niveau behouden blijven. In Uitgeest, Castricum en Heiloo is afgesproken dat 40 mm voldoende is, terwijl in Bergen minimaal 60 mm waterberging vereist is. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat bij hevige regenval tot 40 mm in Uitgeest, Castricum en Heiloo en tot 60 mm in Bergen geen hemelwater wordt afgevoerd naar het terrein van de buren of openbaar terrein. Dit vermindert de kans op wateroverlast. Hierop kan ook gehandhaafd worden bij gevallen van schade door wateroverlast. De gebieden waarvoor de verplichte waterberging geldt, zijn vastgelegd op de hemelwaterbergingskaart. Deze kaart wordt in de toekomst uitgebreid met nieuwbouwgebieden.

Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) gaan deze verordeningen vanzelf over in de nog op te stellen omgevingsplannen. De vervanging van de Verordening Rioolheffing door de Verordening Riool- en Waterzorgheffing vraagt nog meer voorbereiding en afstemming en volgt later. Deze verordening biedt mogelijkheden om de kosten van de afvoer van afvalwater en de zorg voor hemelwater en grondwater te scheiden. Dit maakt financiële sturing mogelijk op enerzijds de heffing op lozing van rioolwater, regenwater en grondwater, en anderzijds de kosten voor klimaatadaptief waterbeheer waarvan iedereen profijt heeft (bijvoorbeeld zorgen dat de wegen zoveel mogelijk vrij blijven van wateroverlast).

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 37

5

Uitvoeringsagenda

In dit hoofdstuk beschrijven we welke activiteiten en maatregelen wij zelfstandig of in samenwerking met onze waterpartners uitvoeren voor onze watertaken en de klimaatadaptieve ambities.

5.1

Gezamenlijk programma

Om kennis te delen en kosten te besparen voeren we gezamenlijke activiteiten uit in de samenwerkingsregio Alkmaar. De kosten van gezamenlijke activiteiten zijn verdeeld volgens een verdeelsleutel. We streven ernaar zo integraal mogelijk te werken door opgaven met verschillende vakdisciplines en andere gemeenten op te pakken. Als ingrepen nodig zijn in de openbare ruimte, zoals grootschalig onderhoud, bekijken we of op die plek ook klimaatmaatregelen nodig en nuttig zijn. Dat scheelt tijd, overlast en geld. Tegelijkertijd dragen die ingrepen bij aan een leefbare omgeving. Om overlast voor onze inwoners en bedrijven zo veel mogelijk te beperken en kosten te besparen, stemmen de betrokken publieke en private partijen de plannen zo goed mogelijk af. De gemeente neemt hierbij de regie. Ons programma bestaat uit eigen projecten en gezamenlijke projecten. Dit zijn o.a.

 Activiteiten Samenwerken klimaatadaptatie regio Alkmaar op basis van de uitvoeringsagenda  Sanering IBA’s in de periode 2023-2026  Ontwikkeling van een subsidieplatform klimaatadaptieve maatregelen particulieren in 2023  Verlenen van subsidies klimaatadaptieve maatregelen particulieren na juli 2023  Onderzoek extra opgave klimaatadaptatie buiten reguliere rioolvervanging in 2023  Uitwerking belastingverordening riool- en waterzorgheffing in 2023  Systeemoverzicht Stedelijk Water uitgebreid met toetsing klimaatbestendig (stresstest) in 2025 en aandacht voor ‘water en bodem sturend’  Actualiseren van het klimaatadaptatiebeleid in 2026  Actualiseren van het PWR in 2026

5.2

Gemeentelijk programma

5.2.1

Planvorming en onderzoek

Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Om inzicht te behouden en verkrijgen in de staat en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. De plannen en onderzoeken die de gemeente tijdens de planperiode opstelt, zijn opgenomen in de exploitatie. Tijdens de planperiode willen we nader analyseren waar we maatregelen tegen wateroverlast en droogte nodig vinden op locaties waar geen rioolvervanging gepland is. Ook de thema’s hitte, overstroming en natuurinclusief bouwen worden hierbij betrokken. Voor deze analyse gebruiken we de informatie van de rioolvervangingskaarten en de klimaatatlas.

5.2.2

Cyclisch onderhoud

Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het behoud en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden. De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand en hemelwatervoorzieningen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het reinigen, inspecteren en onderhouden van de (pers)leidingen, putten, kolken, gemalen, randvoorzieningen, het vegen van straten en baggeren van watergangen. Het beheer en onderhoud wordt zo uitgevoerd dat maximaal effect wordt bereikt.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 38

Rioolreiniging De doelstelling voor reiniging blijft ongewijzigd ten opzichte van de vorige planperiode. Er wordt volgens een strategisch jaarplan reiniging gewerkt. Dit plan ziet er globaal als volgt uit:  Voordat camera-inspecties (alleen met rijdende camera’s in de buizen) worden uitgevoerd, wordt gereinigd  Actief reinigen op basis van meldingen en klachten rond vervuiling en/of Verstoppingen. Rioolinspectie De inspectiecyclus voor de vrijvervalriolen wordt voor de komende jaren als volgt ingevuld:  Riolen worden 20 jaar na aanleg voor het eerst geïnspecteerd  Incidenteel wordt geïnspecteerd bij klachten  Riolen ouder dan 20 jaar worden met een gemiddelde frequentie van 1 keer per 10 jaar geïnspecteerd. In detail wordt afhankelijk van bijvoorbeeld ligging, materiaal en knelpunten, bepaald hoe vaak en waar inspectie plaatsvindt. Gemalen, pompen en persleidingen We willen de drukriolering zo betrouwbaar mogelijk houden en de hoeveelheid en duur van storingen in het systeem zoveel mogelijk beperken. Hiertoe worden standaard reinigings- en inspectiefrequenties bijgesteld op basis van een klachten- en risicogestuurde aanpak. Op basis van de praktijkervaringen van het serviceteam en risicoafwegingen kunnen de frequenties bij specifieke installaties worden aangepast. We hanteren het meest doelmatige scenario van telemetrie in het buitengebied.

Hierbij worden niet alleen de kosten afgewogen tegen de voordelen of de risico’s op langer durende storingen. Ook wegen we mee in hoeverre we de betrokken inwoner(s) ontzorgen. Kolkenreiniging We hanteren vaste frequenties voor het reinigen van de kolken, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen drukke en rustige gebieden. Zo worden bijvoorbeeld boulevards aan zee na elke storm door het serviceteam aangepakt. Verhelpen van storingen Ook het verhelpen van storingen gaat volgens een strategie. De werkzaamheden zijn verdeeld tussen het serviceteam en een aannemer. Wie in actie komt, hangt af van de aard van de storing en het tijdstip. De beheer en onderhoudskosten zijn onderdeel van de exploitatie.

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen

Voor de drie wettelijke zorgplichten van de gemeente is het van belang dat het rioleringssysteem optimaal functioneert. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden, voordat deze een risico kunnen vormen. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen. Om de afvoercapaciteit te verbeteren en de vuiluitworp te verminderen worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd. We werken zo veel mogelijk wijkgericht. Zo kunnen we de inwoners en bedrijven goed betrekken en uitleg geven. Ook kunnen wij hen een overzicht bieden van de verschillende opgaves die we op dat moment in de wijk aanpakken. In 2023 actualiseren we ons Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), zodat de algemene inrichtingseisen voor de openbare ruimte worden opgenomen. De eisen hebben betrekking op zowel het proces als bijvoorbeeld het ontwerp, materiaalkeuze, beheersaspecten en het eindresultaat. In herinrichtingsprojecten worden klimaatadaptieve maatregelen meegenomen. Het gaat dan ook om situaties waar geen rioolvervanging plaatsvindt.

Strategie op schaalniveaus volgens het Beleidsplan Klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen & Uitvoeringsprogramma 2023-2026 Een klimaatadaptieve en natuurinclusieve (her)inrichting van tuinen, de straat, wijken en gebieden heeft een direct effect op de inwoners en op de werkvelden van de BUCH werkorganisatie. Voor de klimaatadaptieve aanpak onderscheiden we daarom drie schaalniveaus: Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 39

1 2 3

Huis en pand Straat, wijk en gebied Regio

De gemeenten zijn in de uitvoering vooral aan zet op de schaalniveaus straat, wijk en gebied en in samenwerking met de regio. Twee derde van de bebouwde omgeving is echter particulier terrein. Dit betekent dat inwoners een belangrijke rol spelen in de ambitie om in 2050 klimaatbestendig en natuurinclusief ingericht te zijn. Activiteiten in dit uitvoeringsprogramma zijn gericht op deze verschillende schaalniveaus en de gemeenten vervullen hierin verschillende rollen. De gemeenten werken integraal samen vanuit het Ambitiedocument Programma Klimaat. Dit doen we omdat we daardoor het meest effectief de doelstellingen kunnen bereiken. De gemeenten zijn partner De gemeenten richten zich op het schaalniveau huis en pand op het aansluiten bij initiatieven van ‘koplopers’. Dit zijn inwoners die al klimaatadaptieve maatregelen toepassen in eigen huis en tuin. Tevens richten de gemeenten zich op het voorlichten en stimuleren van inwoners en bedrijven. Dit sluit aan bij het uitgangspunt: ‘faciliteren en stimuleren van lokale initiatieven’ uit het ambitiedocument programma Klimaat. De gemeenten dirigeren en stellen kaders De gemeenten richten zich op het schaalniveau straat, wijk en gebied op het geven van het goede voorbeeld. De gemeenten maken het eigen vastgoed en de openbare ruimte klimaatadaptief en natuurinclusief (de gemeente doet het zelf).

Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen geven de gemeenten richting en stellen zij kaders met betrekking tot klimaatbestendige uitgangspunten en natuurinclusief bouwen. Dit doen de gemeenten bij de start van elk project. De gemeenten werken kosteneffectief De gemeenten werken onderling en binnen de regio samen aan onderzoeken, een communicatiestrategie, organisatorische activiteiten en activiteiten rondom klimaatadaptatie. Zo werken we kosteneffectief aan een klimaatbestendige regio.

5.2.4

Facilitair / overig

Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen. Deze worden gegroepeerd onder ‘Overig’. Ondersteunende aspecten die betrekking hebben op organisatie en financiën zijn opgenomen in de bijlage.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 40

6

Middelen

De vervangingswaarde van het rioleringssysteem in de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo bedraagt achtereenvolgens 100, 32, 124 en 72 miljoen euro. Voor het beheer van dit systeem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de komende planperiode geven we hieraan flinke bedragen uit. Het geld voor deze uitgaven brengen inwoners en ondernemers bijeen via de rioolheffing. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen ten behoeve van een goed en doelmatig rioleringsbeheer.

6.1

Personele middelen

Voor dit nieuwe Programma Water en Riolering voor de BUCH-gemeenten is ook de benodigde en beschikbare personeelscapaciteit goed in beeld gebracht. Het Branchestandaard onderzoek dat in 2022 voor de regio Alkmaar is uitgevoerd, geeft inzicht in de sterke en minder sterke kanten van de organisatie, maar gaat nog niet expliciet in op de vraag hoeveel personeel er nodig is. De Kennisbankmodule Personele Aspecten van de stichting RIONED heeft een Rekentool, waarmee inzicht wordt verkregen in de benodigde kwantiteit. Met de uitkomsten van de Rekentool kan een vergelijking worden gemaakt met de beschikbare hoeveelheid fte’s. De Rekentool geeft een redelijk inzicht in de benodigde formatie, maar houdt geen rekening met de kwaliteit van de medewerkers. De berekeningen gaan uit van zelfstandig werkende, redelijk ervaren medewerkers. Voor het opleiden van nieuwe medewerkers is extra capaciteit nodig. Belangrijker voor het bepalen van de omvang is dat de Rekentool (nog) geen rekening houdt met twee belangrijke ontwikkelingen: 1. Klimaatadaptatie: De veranderend weersomstandigheden zullen leiden tot grotere belasting van de bebouwde omgeving en de daarin gelegen ontwateringsstelsels. Het onderzoek naar en de opgave van klimaatadaptatie gaat veel verder dan de modelonderzoeken die nu in de Rekentool zijn opgenomen. 2.

Nieuwe werkwijze beoordelen inspecties: Bij de Rekentool is uitgegaan van de werkwijze voor inspectie en beoordeling van riolen, zoals die tot 2018 plaatshad. Hierbij maakten de beoordeling en het advies deel uit van de externe onderzoeksopdracht. De huidige werkwijze legt de beoordeling en het advies bij de opdrachtgever neer. Voor de BUCH-gemeenten betekent dit dat er ongeveer 0,5 fte meer nodig is. De eigen beoordeling en advies kan tot aanzienlijke besparingen leiden, omdat ook het inschatten van risico’s in huis gebeurt en niet wordt uitbesteed. Voor het uitzetten en begeleiden van de onderzoeken, het programmeren van investeringen, het interdisciplinair afstemmen van de werkzaamheden, de communicatie hierover, het toezicht op uitvoering van maatregelen, en de uitwerking van een gezamenlijke aanpak met andere regionale partijen heeft een gemeente met de omvang van de BUCH een uitbreiding van personeel op watergerelateerde taken nodig van tenminste 2 fte. Dit PWR voorziet in de uitbreiding van de personele capaciteit voor de functie werkvoorbereider/toezichthouder verdeeld over de 4 BUCH gemeenten: Castricum 0.8 fte, Bergen 0.8 fte, Heiloo 0.5 fte, Uitgeest 0.4 fte. In de vorige GRP-periode is begonnen met de inzet van eigen personeel uit de BUCH-organisatie voor het houden van toezicht en voorbereiding van onderhoudswerken aan de riolering.

In dit PWR zetten we deze aanpak door via het afbouwen van externe inhuur en het aanvragen van de vaste formatie van 2,5 fte, zoals hierboven toegelicht. Hiermee verminderen onze afhankelijkheid van externe bedrijven, sorteren we voor op interne doorstroming bij uitstroom of uitval, borgen we de kennis binnen de organisatie, met als resultaat: het in de toekomst kunnen continueren van onze dienstverlening met het watersysteem aan onze inwoners.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 41

6.2

Financiële middelen

In het kostenoverzicht maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om de jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de onvermijdelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, de kapitaallasten, bestaan uit rente en afschrijvingen.

6.2.1

Uitgangspunten

In de rapporten ‘Kostendekking’ van Arcadis (februari 2023) zijn de kostendekkingsberekeningen per gemeente uitgewerkt en toegelicht. Startsituatie

Rente en inflatie  De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,0%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het jaar van investering.  Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen;  Er vindt per jaar 2,4% indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie). BTW Jaarlijks belasten we 21% aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten (variant C) en daarnaast ook over afschrijvingen (variant A en B). Voorzieningen  Het saldo van de Egalisatievoorziening riolering (BBV 44.2) per 1 januari 2023  Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn;  Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. Het beleidsuitgangspunt ten aanzien van de voorziening is om gemiddeld een voorziening van 1 miljoen aan te houden. Investeringen  De langjarige, cyclische vervangingsinvesteringen hebben we voor de hele beschouwde periode bepaald op basis van het beheersysteem en standaard levensduren.

Onze referentie: D2023:10 - Datum: 23 juni 2023 42

       

De onderliggende kostenkengetallen zijn een combinatie van kostenkengetallen Kennisbank en eigen kostenkengetallen. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2015) hebben we met 2% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2023 te brengen. We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, drukriolering, persleidingen en VST’s bedraagt 60 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van gemalen en randvoorzieningen bedraagt 45 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van randvoorzieningen bedraagt 45 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechaniche delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 15 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 30 jaar. De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4975/documents/37513