Bij 1. Ontwerp omgevingsvisie Bergen vs 30112023.pdf
Tekst van het document
Toekomstbestendig buitengebied
Onze speerpunten zijn: 1.
we ontwikkelen met respect voor onze waarden; de cultuurhistorie, het landschap en onze natuur;
2.
ons buitengebied is vitaal en aantrekkelijk;
3.
ondernemen in het buitengebied is toekomstbestendig én lonend;
4.
ons buitengebied is goed toegankelijk voor wandelen, fietsen, watersport en andere vormen van dagrecreatie;
5.
de openbare ruimte in het buitengebied richten we zo in en beheren we zo dat onze maatschappelijke opgaven hier samen komen.
Ad 1. Ontwikkelen met respect voor onze waarden doen we ook in het buitengebied door gebruik te maken van de waardenkaart. En van het bestaande beleid dat al op het gebied van cultuurhistorie en identiteit is ontwikkeld12. Daarnaast gebruiken we de waardenkaart bij de afweging van verzoeken vanuit de samenleving die niet in het omgevingsplan passen. Specifiek voor het buitengebied versterken we het beleid en de inzet op natuur, landschap en cultuurhistorie in samenwerking met ketenpartners, ondernemers en bewoners. De insteek is daarbij om de ontwikkeling naar kringlooplandbouw zoveel mogelijk te ondersteunen. Onderdeel van dit speerpunt is tevens de in hoofdstuk 2 aangekondigde uitbreiding van het aantal beschermde gemeentelijke monumenten, die voor een deel ook in ons buitengebied zullen liggen. Tevens zullen ensembles van monumenten, landschapselementen en historische structuren een specifieke bescherming krijgen in het omgevingsplan. Ad 2. Een vitaal en aantrekkelijk buitengebied bevorderen we door goede voorzieningen gericht op betrokken inwoners en bezoekers. We streven naar meer spreiding en sturing van de recreatieve druk in ruimte, tijd en soort recreatie. Uitbreiding van op toerisme en recreatie gerichte bedrijven is mogelijk maar dan moet het wel een toevoeging zijn op het bestaande aanbod en een verbetering van de kwaliteit.
We vragen ondernemers om daarbij aan te sluiten bij de karakterisering van de kernen zoals omschreven in hoofdstuk 5. Onderdeel van dit speerpunt is dat we met het oog op rust willen inzetten op duurzaam toerisme. En dat we voor het buitengebied met name inzetten op uitbreiding van de rustige vormen van recreatie (zoals wandelen, fietsen en kanovaren). Ad 3 Grote delen van ons buitengebied worden onderhouden door agrarische ondernemers. Zij moeten de kans hebben om op een toekomstbestendige en lonende manier een bedrijf te runnen. Zij kunnen kiezen voor schaalvergroting binnen de grenzen die de provincie daaraan stelt. En daarnaast kunnen zij ook kiezen voor combinaties met landschapsonderhoud, onderhoud van de natuur, nevenfuncties voor de opwekking van duurzame energie, waterberging of nevenfuncties in de zorg of recreatie. Het moet daarbij gaan om activiteiten die geen grote verkeersaantrekkende werking hebben. Dit omdat we rust in het buitengebied belangrijk vinden en wegen en paden (uitgezonderd de doorgaande wegen) met name voor het agrarische verkeer en voor rustige vormen van recreatie zijn ingericht.
11 12
Toekomstige oplossingen voor warmteopwekking, verzwaring kabels voor elektriciteit, bodemenergiesystemen en plek voor elektrische laadpunten Dit beleid is vastgelegd in de Structuurvisie landelijk gebied, zie ook paragraaf 6.4.
27
Agrarische bedrijven wordt gevraagd de stap te maken naar een duurzame bedrijfsvoering. Als gemeente zorgen we ervoor dat we ondernemers daar de ruimte voor geven binnen de voor het gebied omschreven waarden. Als bedrijven meer circulair en duurzaam willen worden, als ze nevenfuncties willen ontwikkelen of willen stoppen. Voor stoppende ondernemers voorzien we in mogelijkheden om vrijkomende gebouwen her te gebruiken. En we onderzoeken of we bouwrechten van overtollige niet karakteristieke schuren ook kunnen verplaatsen. Dit past bij ons streven om het buitengebied zo groen mogelijk te houden en bouwen zoveel mogelijk te concentreren bij kernen. Ad 4 en 5. Een toegankelijk buitengebied is gunstig voor de mogelijkheden van inwoners en bezoekers om te recreëren. Paden, bermen en waterlopen in eigendom van de gemeente richten we zo in dat ze behalve de recreatieve functie ook andere maatschappelijke functies vervullen. Net als bij de openbare ruimte in de kernen zijn dit klimaatadaptie, biodiversiteit, en toegankelijke plekken om te ontmoeten, bewegen en te sporten. In overleg met de terreinbeheerders en eigenaren van onze natuurgebieden en onze polder kijken we naar een goed netwerk van paden voor verschillende doelgroepen. Niet alleen ten gunste van de recreatie maar ook om het duurzame vervoer met de fiets te stimuleren ten opzichte van de auto (zie ook paragraaf 4.4). 4.3
Gezond, samen en inclusief
Onze speerpunten zijn: 1.
onze omgeving is gezond;
2.
de inrichting van onze ruimte nodigt uit tot gezond gedrag;
3.
we zijn een samenleving waarin iedereen mee kan doen en zich betrokken voelt;
4.
we werken in goede samenwerking aan onze maatschappelijke opgaven.
Ad 1. Het waken over een gezonde omgeving is een van de kerntaken van de gemeente en andere overheden. De gemeente vervult haar taak nu en in de toekomst door naleving en handhaving van wet- en regelgeving. Daarnaast ziet zij toe op een goede leefomgeving bij de beoordeling van plannen uit de samenleving en planning van nieuwe locaties voor kwetsbare functies zoals wonen. Om een goed woon- en leefklimaat in woonwijken te houden zal de gemeente in woonwijken géén gebruik maken van de mogelijkheid om milieunormen te verruimen. Samen zijn we verantwoordelijk voor een schone omgeving. Een omgeving zonder zwerfafval. De gemeente en strandexploitanten zetten zich in voor schone stranden. Schone lucht wordt mede bereikt in samenhang met de verduurzaming van ons vervoer. Meer elektrische auto’s en meer fietsen levert minder ongezonde uitlaatgassen. Schone bodem en schoon water bereiken we onder meer door de verduurzaming van de landbouw en door minimalisering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Een schone bodem is niet alleen belangrijk voor onze gezondheid in het algemeen, maar ook voor de natuur en de landbouw. Het herstel van het bodemleven is belangrijk. Een gezonde bodem geeft gezonde voeding met meer voedingsstoffen. Ook houdt een gezonde bodem het water beter vast. CO2 wordt opgeslagen, de productie van landbouwgronden verbetert.
En dit zonder dat daar (veel) kunstmest voor nodig is. Ad 2. Een gezonde omgeving betekent ook dat onze omgeving uitnodigt tot gezond gedrag. We zorgen door inrichting van de openbare ruimte en sportvoorzieningen dat bewegen, sporten en ontmoeten worden aangemoedigd. Actieve vervoerwijzen worden gestimuleerd. Dit kan bijvoorbeeld door de fietsenstalling dichter bij de bestemming te plaatsen dan de parkeerruimte voor auto’s. Of door de route te voet of met de fiets beduidend sneller te maken dan die met de auto. In de openbare ruimte willen we per saldo meer aandacht voor groen, verblijfskwaliteit en bewegingsmogelijkheden en minder voor de auto. Bij nieuwe woonwijken en bij herinrichting van bestaande woonwijken krijgt dat aandacht. Ad 3 en 4. Dat iedereen mee kan doen komt tot uiting in het (ver)bouwen van woningen voor alle doelgroepen. In woonwijken streven we naar menging van verschillende typen woningen voor een verscheidenheid aan doelgroepen. Dat iedereen mee kan doen komt ook tot uitdrukking bij de aandacht voor toegankelijkheid van de openbare ruimte en van publieke voorzieningen. Of het nu gaat om kwetsbare mensen, of mensen met een beperking, in onze fysieke leefomgeving houden we rekening met al die
28
doelgroepen. Dit betekent dat we overal letten op voldoende doorloopruimte op trottoirs. En dat we op logische plekken extra voorzieningen maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om blindengeleidestroken of parkeerplaatsen voor gehandicapten. Het samen werken aan maatschappelijke opgaven stimuleren we vooral door participatie vanaf het begin van ieder plan of ontwikkeling. Dit geldt voor plannen van de gemeente maar wij vragen dat ook van initiatiefnemers met een plan. Onderdeel van dit speerpunt is ook dat we toegroeien naar een samenleving waarin bewoners of bewonerscollectieven steeds meer het initiatief nemen en daartoe ook ruimte en soms ook middelen kunnen krijgen. We beseffen dat het voor sommige doelgroepen moeilijker is om aan te sluiten bij noodzakelijke veranderingen dan anderen. Zo hebben mensen met beperkte financiële middelen minder mogelijkheden om hun woning te verduurzamen. We willen energiearmoede zoals dat wel wordt genoemd voorkomen. 4.4
Duurzaam en bereikbaar
Onze speerpunten zijn: 1.
onze gemeente is duurzaam, de landelijke en provinciale doelen op het gebied van vermindering van CO2, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit zijn vertaald naar onze gemeente;
2.
wonen, werken en voorzieningen zijn goed en duurzaam bereikbaar.
Voor ons beleid op het gebied van duurzaamheid werken we veel samen met de regio. Alle gemeenten staan voor dezelfde opgaven. CO2, duurzame mobiliteit, klimaat, biodiversiteit en circulariteit zijn onderwerpen waarin juist veel relaties liggen met de wijdere omgeving. De Regionale Energiestrategie (RES) loopt gelijktijdig met deze omgevingsvisie. De onderdelen van het energiebeleid die al duidelijk zijn, zijn opgenomen in voorliggende visie. Na besluitvorming in het proces van de RES zullen ook deze besluiten in de omgevingsvisie worden verwerkt. Hetzelfde geldt voor het beleid op het gebied van klimaatadaptatie; wat al duidelijk is, is hier opgenomen. Daarnaast wordt ook op het gebied van duurzame mobiliteit op regionale schaal samengewerkt aan het Regionaal Mobiliteit Programma (RMP). En moet iedere gemeente een Transitievisie Warmte opstellen. Ad 1. Om inhoud te geven aan onze opgave om op termijn CO2-neutraal te worden zetten we als eerste optimaal in op energiebesparing. Daarnaast zetten we in op het duurzaam opwekken van energie. Dit doen we met respect voor onze natuur, ons landschap en onze cultuurhistorie. We zoeken zoveel mogelijk de combinatie met veranderingen die al gaande zijn. Dit zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen zoals de bouw en verbouw van woningen, bedrijfsgebouwen of vakantiehuisjes.
Duurzame opwek van energie wordt in ieder geval mogelijk gevonden op gebouwen. Ook grote parkeerplaatsen lenen zich voor overkappingen met zonnedaken. Plannen voor duurzame opwek die invloed hebben op de omgeving willen we goed begeleiden door mogelijkheden te geven voor proces- en financiële participatie. Naast aandacht voor energiebesparing en duurzame opwek stellen wij een Transitievisie Warmte op. In deze visie geven we inhoud aan het voornemen om wijken of buurten af te koppelen van aardgas. Iedere gemeente maakt hiervoor een planning. Daarbij hoort een visie op de alternatieve meer duurzame wijze waarop warmte opgewekt gaat worden. Voor duurzame mobiliteit is het belangrijk om het aansluitend vervoer van de treinstations naar de dorpen en de kust te verbeteren. We geven veel aandacht aan de vervoersmogelijkheden op eigen kracht (met de fiets of te voet) naast vormen van schoon collectief of gedeeld vervoer. Een goed voorbeeld is het realiseren van een doorfietsroute tussen Heerhugowaard en Uitgeest/Velsen. Op deze route wordt ook Bergen aangesloten. Bij locatiekeuzes voor woningbouw of werkgelegenheid sturen we op duurzame vervoersmogelijkheden. Ten behoeve van elektrische fietsen en auto’s zorgen we voor voldoende laadpunten. We stabiliseren waar mogelijk het aantal parkeerplaatsen om duurzame alternatieven aantrekkelijker te maken.
Op nieuwe woonplekken of als pilot voor bestaande buurten experimenteren we met autoluw wonen en/of deelauto’s.
29
Voor klimaatadaptatie werken we volgens de trits besparen, vasthouden, bergen, aanpassen en afvoeren. Dit betekent dat we inzetten op waterbesparing. En daar waar het regenwater valt inzetten op het vasthouden en bergen van water alvorens het af te voeren. Bij de inrichting van de openbare ruimte nemen we maatregelen tegen wateroverlast, voor wateropvang en tegen hittestress. We vergroten het bewustzijn bij inwoners en ondernemers. Dit doen we opdat zij ook in hun tuin of op hun erf rekening houden met de veranderingen in het klimaat. We zetten in op maatregelen die nodig zijn i.v.m. de zeespiegelstijging, bodemdaling, verzilting, zoetwaterbeschikbaarheid en biodiversiteit. Dit betekent dat we voldoende ruimte maken voor water en groen en in sommige situaties een ander grondwaterbeheer toepassen. Het bodem- en watersysteem wordt meer en meer bepalend voor de mogelijkheden van gebruik. Om de biodiversiteit te vergroten maken we het mogelijk om natuurpotenties van de duinen, binnenduinrand en polder verder te vergroten. Een belangrijke kans daarbij is het herstellen van duinrellen in de binnenduinrand waar relatief schoon kwelwater uit het duinpakket optreedt. Door aanplant en beheer versterken we daarnaast de biodiversiteit in groenvoorzieningen en bermen van het openbaar gebied in onze dorpen en wijken. Tot slot liggen er ook stevige kansen voor natuurinclusieve landbouw.
Dit soort landbouw heeft een gunstig effect op de nabijgelegen natuurgebieden. Voor circulariteit stellen we eisen bij de circulariteit van bouwmaterialen. Dit geldt voor nieuwbouw en verbouw van woningen of bedrijfspanden. We onderzoeken of de afvalstraat en kringloopwinkel aan elkaar gekoppeld kunnen worden waarbij combinaties worden gelegd met het opknappen van tweedehands goederen en hergebruik van materialen. We stimuleren kringlooplandbouw en circulair ondernemerschap in andere sectoren. Samen maken we van hergebruik de norm. Op het gebied van bereikbaarheid moeten wonen, werken en voorzieningen, voor iedereen op een duurzaam veilige manier ontsloten zijn. En dat zonder onevenredige overlast of schade aan de omgeving. De gemeente werkt op dit punt veel samen met de regio. Dit gebeurt onder meer om de veiligheid van de N9 te verbeteren. Daarnaast is in onze recreatief aantrekkelijke gemeente veel aandacht nodig voor de veiligheid van de verschillende vormen van fietsen in relatie tot elkaar en het auto en landbouwverkeer. In het bijzonder is het voor bereikbaarheid van de kust goed om de fietsbereikbaarheid te verbeteren en transferia aan te leggen. Vanaf deze transferia moet het makkelijk worden om per fiets of schone collectieve voorziening naar de plaats van bestemming te komen. Ook de verbindingen tussen de dorpen moeten beter worden.
Dit kan bijvoorbeeld door vraaggestuurde vormen van OV. Op het niveau van de dorpen werken we aan een verandering waarbij openbare ruimte meer op verblijf en veiligheid is gericht dan op de auto. Hierbij past dat een snelheidsregime van 30 km/uur de norm is, en 50 km/uur de uitzondering. In het hoofdstuk 4 zijn de speerpunten uitgewerkt. In dit hoofdstuk geven we aan waar deze speerpunten leiden tot gebiedsgerichte keuzes. In de hierbij horende visiekaart en kernenkaarten is dit tevens in beeld gebracht. We maken onderscheid tussen buitengebieden, kernen en verbindingen.
30
Smitstraat en vuurtoren Egmond aan Zee
31
Visiekaart
32
5 5.1
Wat is onze visie op gebieden?
Buitengebied (van strand en duinen tot strandvlakte)
Onze omgeving is ons goud. Ieder deelgebied heeft zijn eigen hoofdfuncties, zijn eigen identiteit en zijn specifieke kansen. Bij het strand is die hoofdfunctie die van kustveiligheid, badplaatsen en stranden. De hele strook functioneert daarnaast als recreatieve zone; waar je kan wandelen, vliegeren, (water)sport beoefenen enzovoort; kortom strandbeleving. Werkzaamheden voor kustveiligheid zijn noodzakelijk en kunnen gecombineerd worden met het versterken van de eigen identiteit van de badplaatsen en onderscheidende kwaliteit van de stranden. Zo wordt de strandzone meer uitgesproken en trekt ieder deel zijn eigen publiek. Camperduin en Hargen; sterk, stoer en sober. Schoorl aan Zee voor de echte rust- en natuurliefhebber. Bergen aan Zee als kleinschalige familiebadplaats en Egmond aan Zee als een levendige badplaats waar de historie als vissersplaats kleur geeft. Tot slot Egmond-Binnen voor een ruim strand dat relatief rustig is. Voor activiteiten en mogelijkheden voor bouwwerken houden we vast aan de afspraken uit het Kustpact. In dit Kustpact zijn delen van het strand voor de meer actieve vormen van recreatie aangewezen en anderen voor relatieve rust en natuur. De ambitie is om het strand energieneutraal te maken. Elk strandpaviljoen zou daarbij voorzien in zijn eigen energiebehoefte. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van omgevingswarmte.
Bij de duinen is de hoofdfunctie kustveiligheid, natuur en drinkwatervoorziening. Daarnaast is het gebied belangrijk vanwege de mogelijkheden voor recreatie. De rust en de beleving van bos en duinen en de daaraan verbonden natuur staan daarbij centraal. Kansen in dit gebied liggen in het nog biodiverser en daardoor veerkrachtiger maken van de natuur. Onderdeel van het gebiedsgerichte beleid is dat we met alle belanghebbenden in gesprek gaan over een zonering van het duingebied. Dit opdat de rust in dit natuurgebied zoveel mogelijk bewaard kan blijven. De binnenduinrand is het gebied met gemengde functies; zowel in de bebouwing als in de groene functies. Naast woningen zijn er veel campings en huisjesterreinen te vinden. Een gebied waar naast veeteelt veel bollenteelt aanwezig is. Afwisseling is hier troef. De beleving van de verschillende landschappen naast elkaar is hier een kwaliteit. Het gebied biedt bij uitstek kansen voor versterking van zowel natuurwaarden als landschapsbeleving. De aanplant van loofbomen dient de biodiversiteit, legt CO2 vast en zorgt voor vermindering van hittestress. Deze aanplant kan samen gaan met de verbetering van enkele dorpsranden die op dit moment minder fraai zijn. Ook initiatieven voor kleine voedselbossen kunnen in beperkte mate in de randen van dorpen een plek krijgen.
De reconstructie van duinrellen leidt tot schoon water met de daarbij horende natuur. Natuurinclusieve landbouw helpt om biodiversiteit te vergroten en kwaliteit van bodem en water te verbeteren. Onderdeel van het gebiedsgerichte beleid is het doel om in de periode tot 2040 uitbreiding te realiseren van het areaal bos en natuur in dit gebied. In het deelgebied strandvlakte en droogmakerijen zijn groene functies in de hoofdrol. Het gaat om landbouw, natuur en alle mengvormen daar tussenin. De landbouw speelt een cruciale rol omdat landbouwbedrijven grote delen van dit gebied beheren. Ook in de toekomst zal dat in belangrijk mate zo blijven. Waarbij agrarische ondernemers zoals eerder aangeven keuzemogelijkheden hebben om zich verder in de (kringloop) landbouw te specialiseren of om combinaties te maken met andere bronnen van inkomsten. Zolang de duurzame kwaliteit van het buitengebied en de relatieve rust in dit gebied voorop staan, zijn beide ontwikkelingen mogelijk.
33
Qua beleving is in dit deelgebied vooral de groene ruimte en de relatieve stilte belangrijk. Openheid is van belang vanwege het contrast met de binnenduinrand en de duinen. Zolang het gaat om verduurzaming, groen en gezond zijn ook functies denkbaar die opgaande gewassen met zich meebrengen als dit in aansluiting op dorpen gebeurt en niet op de plekken waar doorzichten belangrijk zijn. Ook gebieden die van belang zijn voor de weidevogels zijn hiervan uitgesloten. Functies in de sfeer van zonne-energie zijn denkbaar mits hier voldoende draagvlak en participatiemogelijkheden zijn vanuit bewoners en ondernemers. En mits dergelijke ontwikkelingen goed landschappelijk worden ingepast. Ook versterking van het waterbergende vermogen is een kans. Dit met het oog op klimaatadaptatie en biodiversiteit. Op recreatief gebied liggen er kansen om het recreatieve routenetwerk te versterken voor rustige vormen van recreatie. Dit geeft tevens goede mogelijkheden voor sport en beweging vanuit de kernen. Onderdeel van het gebiedsgerichte beleid is dat we de stiltegebieden in de polder willen versterken. 5.2
Kernen
We geven hier aan welke waarden belangrijk zijn in de verschillende kernen van de gemeente. En hoe de keuzes van de gemeente en de speerpunten hun beslag krijgen op kernniveau. We beginnen bij de kustdorpen Bergen aan Zee en Egmond aan Zee. En behandelen daarna de kernen die van noord naar zuid op de strandwal zijn gesitueerd. Kustdorpen Bergen aan Zee is een kleine nog relatief jonge badplaats. Een familiebadplaats aan het einde van de Zeeweg; ingebed en verbonden met de natuur. De badplaats werd aan het begin van de 20e eeuw gesticht naar ontwerp van H.P. Berlage. Een plaats met een compact hart daar waar het dorp de zee raakt. En met aan weerszijden villa’s aan meanderende wegen rond het Engelse veld en Parnassiapark. In het hart staat hogere bebouwing, maar rond de beide groene ruimtes staat overwegend bebouwing in een of twee bouwlagen met een kap. De waarden van Bergen aan Zee zijn: y
kleinschalige familie badplaats;
y
overwegend lage kleinschalige villabebouwing;
y
historische koloniehuizen en kerkje;
y
boulevard badplaats;
y
in Engelse landschapsstijl ontworpen recreatiedorp;
y
omringd door en verbonden met de natuur;
y
horecavoorzieningen en zeeaquarium;
y
zee en strand.
Villa’s Parkweg rond het Parnassiapark en Koloniehuis in Bergen aan Zee
34
In Bergen aan Zee richten we ons op het behoud en de versterking van deze kleinschalige familiebadplaats, als plek om te wonen en als belangrijke recreatiekern. De sfeer van een dorp dat omringd is door de natuur en hiermee verbonden is houden we vast. De kwaliteit van het hart van het dorp kan beter. In de Structuurvisie Bergen aan Zee is dit goed omschreven. Belangrijk daarbij is het versterken van de verblijfskwaliteit. En het versterken van de binding met het strand en de zee. Ook de bereikbaarheid van het dorp vraagt om aandacht. Bergen aan Zee is geen plaats voor structurele woninguitbreidingen. Het dorp heeft geen daarop gerichte voorzieningen en ligt in kwetsbaar en beschermd gebied. Wel is het voor de leefbaarheid gewenst dat er in de bestaande woningvoorraad meer jaarrond aanwezigheid en betrokkenheid komt in het dorp. In daarvoor geschikte situaties zijn functieveranderingen naar permanente woningen daarom mogelijk. Het bebouwingsbeeld van Bergen aan Zee blijft een beeld met één tot twee bouwlagen met kap uitgezonderd de gebouwen in het centrum en de karakteristieke koloniehuizen. Egmond aan Zee is ontstaan als vissersplaats. In de Tweede Wereldoorlog moest bijna de gehele bevolking het dorp verlaten. Een gehavend dorp werd in de naoorlogse periode herbouwd tot de badplaats die het nu is.
Egmond aan Zee is een levendige kustplaats, waarin het vissersverleden nog afleesbaar is. De oude kern is compact en kleinschalig. Bebouwing in een tot twee bouwlagen met kap is hier het beeld. De boulevard met uitzicht op de zee wordt geflankeerd door een reeks van stevige, hoge hotelen woongebouwen. Ook langs de Zeeweg staat hogere bebouwing. De vuurtoren en het vuurtorenduin vormen de voor Egmond kenmerkende onderbreking tussen het noordelijke en zuidelijke deel van deze boulevard. De waarden van Egmond aan Zee zijn: y
levendige badplaats met een vissershart;
y
overwegend kleinschalige bebouwing, uitgezonderd de boulevard en het koloniehuis;
y
boulevard badplaats;
y
de vuurtoren, visserswoningen en Prins Hendrikstichting als bijzondere kwaliteit;
y
stevige toeristische economie;
y
centrum met horecavoorzieningen en winkels;
y
dorpshuis Post aan Zee;
y
zee en strand;
y
sportvoorzieningen.
35
Boulevard en winkelstraat Egmond aan Zee
In Egmond aan Zee staat behoud en versterking van deze levendige badplaats centraal. De beeldkwaliteit van het centrum willen we verbeteren. De voorzieningen zoals winkels en horeca houden we zoveel mogelijk geconcentreerd in het hart. Egmond aan Zee is één van de kernen waarbij het dagrecreatieve aanbod in het horeca- en winkelcentrum verder kan worden versterkt. De status van het dorp als vissersplaats/zeemansdorp is daarbij een belangrijke bron om de aantrekkelijkheid en belevingswaarde van het dorp te vergroten Op de locatie van de sportvelden en sporthal komt grond vrij. Dit is een kans om de verbindingen tussen verschillende omliggende natuurgebieden te versterken en mogelijk ook een kans voor woningbouw. Dit laatste op de plek van de sporthal. Daarnaast zijn er in het dorp kansen voor een woonfunctie bij gebouwen die hun functie verliezen. Door aanwezigheid van een echt centrum van voorzieningen en een boulevard leent Egmond aan Zee zich om ook goed ingepaste gestapelde bouw te realiseren naast grondgebonden woningen in een tot twee bouwlagen. Gestapelde bouw is maatwerk; de plek moet er geschikt voor zijn. En het vraagt om goede architectuur. Er vindt geen uitbreiding plaats in het duingebied. DORPEN OP DE STRANDWAL Groet is de meest noordelijke van de reeks dorpen op de strandwal.
Groet gaat aan de noordzijde over in het buurtschap Hargen met nog westelijker het buurtschap Camperduin. De oude kern van Groet ligt rond het witte kerkje en aan deze kerkbrink ligt ook het voormalige 17e-eeuwse raadhuis. Dit is het kleinschalige hart van het dorp. Verder bestaat Groet en ook Hargen uit de lintbebouwing langs de Heereweg. Smalle paden, veel groen en bebouwing in een bouwlaag met kap met zo af een stolpboerderij, dat is het landelijke beeld van de Heereweg. Ter hoogte van Hargen bestaat een prachtig doorzicht richting de polder over de Hargervaart. De latere uitbreidingen bij Groet/Hargen hebben een gemoedelijk karakter met bebouwing in een tot twee bouwlagen met kap.
36
De waarden van Groet/Hargen zijn: y
kleinschalig en gemoedelijke dorpse kern van Groet rondom historisch kerkje;
y
typerende lintbebouwing met stolpen langs de Heereweg;
y
zichtlijnen tussen dorpslint en polder;
y
horecavoorzieningen en winkels;
y
sportvoorziening en jachthaven.
Zicht over de Hargervaart en kerkje Groet
In Groet richten we ons op behoud en versterking van deze kleinschalige en gemoedelijke dorpse kern. We houden vast aan een compact centrum. In dit gebied zijn voorzieningen mogelijk. In Groet/Hargen is de bereikbaarheid een blijvend aandachtspunt. De Heereweg is druk en smal. Door de beperkte ruimte en het intensieve gebruik is er spanning tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer. Via de Achterweg is echter wel een goed alternatief voor de fietser aanwezig.
37
Het vergroten van het aantal woningen is in Groet mogelijk vanwege de aanwezigheid van voorzieningen voor de dagelijkse levensbehoefte en de nabijheid van buurdorp Schoorl. Dit kan door functieverandering naar wonen of door een uitbreiding die in schaal aansluit bij de beperkte omvang van het dorp. Het bebouwingsbeeld blijft overwegend een tot twee bouwlagen met kap. Slechts incidenteel kan daarvan worden afgeweken. In dat geval moet de plek zich daarvoor lenen en moet door zorgvuldige inpassing en vormgeving harmonie worden bereikt met de omringende bebouwing. Plaatselijk willen we de overgangen van de nieuwbouwbuurten naar het landelijke gebied verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld met groen en water. Schoorl is een duindorp met een agrarische oorsprong dat zich in de 19e eeuw ontwikkelde tot een aantrekkelijke plaats voor toeristen. Aan de noordzijde gaat Schoorl over in het buurtschap Bregtdorp en Catrijp en aan de oostzijde in Schoorldam. Ten zuiden van Schoorl ligt het buurtschap Aagtdorp. Schoorl is vooral bekend vanwege het hoge klimduin in het centrum van Schoorl. Het contrast tussen de hoge, deels begroeide duinen, de dorpskom en de begrensde open ruimte aan de oostzijde van de Sportlaan maakt Schoorl tot een afwisselend en bijzonder dorp. Schoorl/Bregtdorp groeiden vanuit de lintbebouwing langs de Heereweg.
In het hart van Schoorl is die lintbebouwing aaneengesloten; geleed in individuele panden, maar dicht opeen gesitueerd. Het dorp kent geleidelijke overgangen naar een meer landelijk bebouwingsbeeld, zowel aan de noord- als zuidkant. Aan de oostzijde zijn de uitbreidingswijken grotendeels opgezet in een tot twee bouwlagen met kap. Alleen maatschappelijke voorzieningen zoals de Sanderij zijn afwijkend van het overheersende bebouwingsbeeld. Schoorldam bestaat vooral uit lintbebouwing. Dit buurtschap ontwikkelde zich aan de rand van de polder. Het ligt langs het Noordhollandsch Kanaal rond de (vlot)bruggen. De oorspronkelijke bebouwingsstructuur langs en gericht op het water is nog goed herkenbaar.
Klimduin en kruispunt Laanweg Sportlaan in Schoorl
De waarden van Schoorl/Bregtdorp/Schoorldam zijn: y
hoog klimduin, onderdeel van de hoogste en breedste duinen van Nederland;
y
woon- en recreatiedorp en buurtschappen met veel recreatieparken;
y
het groene hart van Schoorl;
y
typerende lintbebouwing Schoorl/Bregtdorp langs de Heereweg. In het hart van Schoorl aaneengesloten. In het noorden en zuiden van Schoorl en in Bregtdorp met doorzichten naar de open polder;
y
typerende lintbebouwing Schoorldam langs de Rijksweg gericht op het kanaal;
y
omgeving hervormde kerk in Schoorl als bijzondere kwaliteit;
y
oorspronkelijke agrarisch karakter is afleesbaar aan stolpboerderijen en de molen Kijkduin;
y
buitencentrum van SBB als speelvoorziening en startpunt voor tochten;
y
centrum met horecavoorzieningen en winkelstraat;
y
zorgvoorzieningen.
38
In het dorp Schoorl staat behoud en versterking van dit recreatief aantrekkelijke dorp centraal. Het centrum willen we daarbij compacter en wervender maken, met een goede verbinding met het klimduin. Het mooie gegeven dat het dorp zich vouwt om een groene enclave wordt gekoesterd. Bezoekers en bewoners die per auto of fiets het centrum bezoeken willen we beter ontvangen. De inrichting van het parkeerterrein aan de Sportlaan kan aantrekkelijker. De bereikbaarheid kan beter. De Duinweg heeft een beperkte breedte en veel verkeer.
39
Hierdoor zijn fietsers kwetsbaar. Er zijn weinig mogelijkheden om deze situatie te verbeteren. Wel kan aandacht uitgaan naar goede overzichtelijke mogelijkheden om bij kruispunten over te steken. Dit wordt betrokken bij het verbeteringsplan voor het dorpshart. Schoorl/Bregtdorp is prima geschikt voor een versteviging van de woningvoorraad. Dat kan in de vorm van functieverandering of passende uitbreiding bij het dorp. Vanwege de aanwezigheid van zorgcomplexen is het dorp ook geschikt voor woonconcepten zoals een knarrenhof die kunnen meeprofiteren van de nabijgelegen voorzieningen. Zorgvoorzieningen worden zoveel mogelijk geclusterd met extra aandacht voor toegankelijkheid en bereikbaarheid. In Schoorl/Bregtdorp/Schoorldam wordt hoofdzakelijk gebouwd in een tot twee bouwlagen met kap. Bescheiden en goed ingepaste gestapelde bouw is in het dorp Schoorl mogelijk. Net als in de andere grotere kernen is dit maatwerk; de plek moet er geschikt voor zijn en door goede architectuur moet aansluiting worden gezocht bij de schaal van belendende bebouwing. Bergen is het grootste dorp van de gemeente. Bergen heeft door het voorzieningenniveau op het gebied van winkels, horeca, zorg, sport, kunst en cultuur een bovenlokale betekenis en enigszins exclusieve uitstraling. Bergen is ontstaan uit een reeks buurtschappen; in het midden stond de kerk.
Rond deze kerk (nu Ruïnekerk) ontwikkelde zich het dorpshart zoals we dat nu kennen. Ten zuiden van Bergen ligt op enige afstand van het dorp het kleinschalige buurschap ‘t Woud. Grenzend aan de oostrand van Bergen ligt de buurschap Zanegeest. Ten zuiden van Bergen ligt op enige afstand van het dorp het kleinschalige buurtschap ’t Woud. Het dorp Bergen heeft een groot aantal monumenten. De kern, heeft in een aantal wijken bijzondere architectuur en beschikt over waardevol groen in de vorm van lanen, parken en boomrijke woongebieden. In de ontstaansgeschiedenis van Bergen kan Het Oude Hof niet ontbreken. Al in de 17e eeuw werd deze buitenplaats aangelegd bestaande uit een vierkant gebied met het huis en een rechthoekig deel dat ooit bestemd was voor de jacht. In het bijzonder zijn de Sparrenlaan en Eeuwige laan als onderdeel van de aanleg van buitenplaats het Oude Hof als waarde te benoemen. Bergen is een bijzondere plaats, vooral bekend vanwege het museum Kranenburgh en het algehele goede klimaat voor kunstenaars en kunstliefhebbers. De bebouwing in Bergen is gevarieerd. Er is een redelijk groot aantal villawijken met grote woningen op grote percelen en veel lanen en bomen. In de meeste wijken is in een tot twee bouwlagen met kap gebouwd. In enkele wijken zoals Bergen Noord zijn ook plat afgedekte villa’s aanwezig. De wijk De Nessen is geheel in platte bouw gerealiseerd.
Hier komt ook hogere bebouwing voor. Dit geldt ook voor het centrum van Bergen en bij bijzondere bebouwing zoals zorg- of sportvoorzieningen waarbij meerlaagse bebouwing aanwezig is. De waarden van Bergen zijn: y
beschermd dorpsgezicht met ruïnekerk en monumenten in het hart van het dorp;
y
kunstenaarsdorp en -klimaat, musea, galerieën en culturele evenementen;
y
veel variatie in woonwijken;
y
bijzondere waarde van het beschermd dorpsgezicht park Meerwijk (A’damse school), landschappelijk, cultuur- en architectuurhistorische waardevol Tuindorp, Westdorp, van Reenenpark, Breelaan en Geestbuurt met pensions en villa’s in krachtige groene opzet en karakteristieke naoorlogse woonwijk De Nessen;
y
monumentale bebouwing en landgoed van het Oude Hof;
y
typerende lintbebouwing;
y
groen, bos en bomenrijk dorp met veel lanen en een hertenkamp;
y
gevarieerd aanbod aan voorzieningen, centrum met horeca en winkels en exclusieve uitstraling;
y
bovenlokale voorzieningen zoals sportvoorzieningen, een zwembad, zorgvoorzieningen, voortgezet onderwijs.
40
Woningen en ruïnekerk Bergen
41
Het kunstdorp Bergen heeft duidelijk een bovenlokale betekenis die we willen houden. Het hart en centrum van het dorp speelt daarin een belangrijke rol. Dit dorpshart wordt opgeknapt aan de hand van de uitgangspunten in de Structuurvisie en het beeldkwaliteitsplan Mooi Bergen 2.0. Dit met de aanvullingen op deze stukken uit de verdere participatie. We houden vast aan een compact centrum. Het dagrecreatieve aanbod in dit centrum kan verder worden versterkt. De ontsluitingsstructuur van Bergen is zoals bij veel kernen in de gemeente aandachtspunt. We zoeken daarbij steeds naar de beste oplossingen om de verblijfskwaliteit in het hart van het dorp zo goed mogelijk te maken en de overlast van (doorgaand) verkeer te beperken. Naast verbeteringen in het centrum spelen er veel veranderingen in het noordoostelijke deel van het dorp. Daar gaan een aantal functieveranderingen plaatsvinden; vooral van voorzieningen naar wonen. De ontsluitingsstructuur van het gebied wordt aan deze ontwikkelingen aangepast. Het groen-blauwe netwerk van beplantingen en waterlopen wordt versterkt. Uitvoering vindt plaats aan de hand van de structuurvisie Bergen Oost. Bij alle verandering in Bergen geldt dat de status van het dorp als kunstdorp een belangrijke inspiratiebron is om de aantrekkelijkheid en belevingswaarde van het dorp te vergroten.
Ook geldt dat de bomenrijkdom en het veelvuldig voorkomen van lanen een kwaliteit is die we willen behouden en versterken. In Bergen kan zowel door functieverandering als uitbreiding woningbouw plaatsvinden. In hoofdzaak zal dit plaatsvinden in een tot twee bouwlagen met of zonder kap. Maar voor locaties die daarvoor geschikt zijn is goed ingepaste gestapelde bouw ook mogelijk. En vanwege de toenemende vraag naar één- tot twee persoonshuishoudens in de buurt van voorzieningen, ook wenselijk. Net als bij de andere kernen past hier maatwerk en kwalitatieve architectuur. Egmond aan den Hoef heeft zijn ontstaan te danken aan het kasteel van Egmond. De ruïne en de omliggende oude bebouwing, de gracht en het bijbehorende park vormen het waardevolle beschermde dorpsgezicht van dit dorp. De bebouwing is hier zeer kleinschalig; één bouwlaag met een kap. Egmond aan de Hoef ligt aan de Herenweg met afwisselende bebouwing in een tot twee bouwlagen met kap. Een bebouwingslint met veel variatie en zo af en toe een stolpboerderij of ander bijzonder pand. In Egmond aan de Hoef komt vooral bebouwing voor in een tot twee bouwlagen met een kap. Even ten noorden van het dorp ligt het buurtschap Wimmenum. De waarden van Egmond aan den Hoef zijn: y
historisch dorp van schilders en de Heren van Egmond;
y
beschermd dorpsgezicht met Slotkwartier in het hart van het dorp;
y
lintbebouwing Herenweg en bebouwing Julianaweg met diverse karakteristieke panden;
y
woonkern met enige voorzieningen o.m. voor sport;
y
dorpshuis Hanswijck;
y
bedrijventerrein.
42
Slotkwartier en woonwijk met wadi in Egmond aan den Hoef
In het dorp Egmond aan den Hoef staat behoud en versterking van het cultuurhistorisch waardevolle dorp met slotkwartier centraal. De bijzondere waarden van het beschermde dorpsgezicht zijn goed omschreven in de structuurvisie Egmond aan de Hoef. Daarin wordt ook ingegaan op de te versterken verbindingen met dit gebied vanuit de omliggende wijken. De situering van voorzieningen houden we compact in het centrum. Voor woningbouw liggen er mogelijkheden aan de westkant van het dorp. Op de locatie van de voormalige AZC. Hier gaan we uit van bebouwing in een tot twee bouwlagen met kap. Dit met natuurlijke overgangen naar het duingebied. De inrichting en beeldkwaliteit van het bebouwingslint van de Herenweg in Egmond aan den Hoef willen we verbeteren. We behouden daarbij het doorzicht naar de duinen op de plekken die zijn aangegeven op de kaart. Plaatselijk kan de overgang van de uitbreidingswijken naar het landelijke gebied worden verbeterd. Dit geldt voor de noordoostelijke en zuidelijke rand van het dorp. Ook kan het aanzicht van het verkeersknooppunt ten zuidenwesten van het dorp worden opgewaardeerd. Het dorp beschikt over een van de weinige bedrijfsterreinen in de gemeente. Dit soort terreinen is over het algemeen sterk versteend.
Juist bij deze terreinen liggen er kansen om bijvoorbeeld met vegetatiedaken of aanplant van bomen beter voorbereid te zijn op veranderingen in het klimaat. En/of om grote daken te gebruiken voor zonne-energie.
43
De oude kern van Egmond-Binnen is in de 9e eeuw langs twee wegen ontstaan: de Herenweg en de Abdijlaan/St. Adelbertusweg. Aan de oostkant van het dorp ligt de karakteristieke abdij met daarnaast de kerk; beide omringd met groen. Egmond-Binnen is een typische kleinschalige dorpskern met woningen, een school en enkele winkels. Er komen verschillende typen woningen voor; vrijstaande recent gebouwde woningen, boerderijen en kleinere arbeiderswoningen. De bebouwing bestaat grotendeels uit een bouwlaag met kap. En in de latere uitbreidingswijken ook twee bouwlagen met kap. Even ten noorden van Egmond-Binnen ligt het buurtschap Rinnegom. Ook dit buurtschap ontstond aan de Herenweg. De waarden van Egmond-Binnen zijn: y
kleinschalige dorpskern met een abdij;
y
overwegend kleinschalige bebouwing ;
y
Abdijlaan en kerk met omringende bomen;
y
typerende lintbebouwing langs de Herenweg en Abdijlaan;
y
bijzondere cultuurhistorische waarde van de Adelbertus akker en omringende landschapselementen;
y
woonkern met enkele voorzieningen waaronder dorpshuis De Schulp.
Abdijlaan en dorpshuis Egmond-Binnen
44
In Egmond-Binnen richten we ons op behoud en versterking van het kleinschalige dorp met de abdij, de kerk, de omringende beplanting en de Abdijlaan. En als bruisend en sociaal hart van het dorp het dorpshuis De Schulp. De historie van het dorp en de aanwezigheid van de Abdij geven kansen om de aantrekkelijkheid en belevingswaarde van het dorp te versterken. Kleinschalige beleving van cultuur kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan de bij het dorp gelegen kanoroute. We houden vast aan een compact kleinschalig centrum. In dit gebied zijn voorzieningen mogelijk. Bij Egmond-Binnen kan het aantal woningen door functieverandering of kleinschalige uitbreiding worden vergroot. Aan de noordkant van het dorp ligt een sportveld dat zijn functie verliest. Eén van de mogelijkheden is dit gebied te gebruiken als locatie voor duurzaam wonen en natuur. De bouwvorm waarin nieuwbouw plaatsvindt, blijft in de sfeer van een tot twee bouwlagen met kap, in aansluiting op de bestaande schaal van het dorp. Egmond-Binnen is een vrij compact dorp. Aan de noordzijde en de zuidzijde van het dorp liggen groene gebieden waarin respectievelijk het dorpshuis en woningen zijn gelegen. Deze plekken lenen zich goed om mede te worden ingericht voor spel/sport of bewegen. Bij de zuidoostrand van het dorp bestaan vrij harde overgangen van bebouwing naar landschap. Dit willen we verbeteren.
Aanvulling met groen en eventueel water is een middel om de dorpsrand aantrekkelijker te maken. Dit in samenhang met woonuitbreiding van het dorp aan de zuidzijde. 5.3
Verbindingen
Zoals eerder omschreven moeten treinen naar de nabijgelegen treinstations van Castricum, Heiloo en Alkmaar aansluiten op duurzaam en betrouwbaar vervoer naar de dorpen en naar de kust. Dit is nodig voor de inwoners van de gemeente en voor bezoekers. En voor een groot aantal doelgroepen waaronder ouderen en mensen met een beperking die geen gebruik kunnen maken van de fiets. Dit vraagt om innovatieve oplossingen, met vormen van OV, die flexibel zijn omdat de vervoersvraag gedurende de dag en door de seizoenen heen varieert. Ook moet dit vervoer voldoende kwaliteit hebben om te kunnen concurreren met het gebruik van privé personenauto’s. We gaan hierover in gesprek met de provincie, stichtingen, bedrijven en/of particulieren. Daarnaast willen we het gebruik van de (elektrische) fiets aanmoedigen. We gaan in gesprek met de gemeente Alkmaar om het bestaande parkeerterrein bij de Meent in te richten als Park and Bike locatie. Een plek waar makkelijk van auto op (deel)fiets of shuttlebus kan worden overgestapt. Zowel voor een bezoek aan onze gemeente als aan de binnenstad van Alkmaar. Het onderzoek naar meer goede plekken voor transferia wordt in regioverband voortgezet. Dit is belangrijk om de dorpen zoveel mogelijk te ontlasten van doorgaand gemotoriseerd verkeer naar de kust. Naast deze Park and Bike locatie willen we ons fietspadennetwerk op enkele plekken aanvullen.
Het gaat om de verbinding tussen Egmond aan Zee en Bergen aan Zee. En het gaat ook over een fietsroute vanaf Bergen, langs de Meent richting Heiloo die we in samenwerking met de buurgemeente tot stand willen brengen. We onderzoeken verder de mogelijkheden om de problemen tussen verschillende soorten fietsen en gemotoriseerd verkeer op de binnenduinrandwegen te verminderen.
Fietspad langs Herenweg richting Egmond aan den Hoef
45
Kunst in de openbare ruimte
46
6 6.1
Hoe voeren we onze visie uit?
Onze kernprincipes
In onze gemeente hanteren we 6 kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken. Werkwijzen die altijd gelden. Als we keuzes maken en als we plannen maken passen we de kernprincipes toe. Door toepassing van de kernprincipes vertalen we de intenties van de Omgevingswet naar onze gemeente en reageren we op trends en ontwikkelingen zoals de bovenmatige druk op de ruimte. 1.
We13 geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden laten we zien in de praktijk.
2.
We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de ruimte optimaal wordt gebruikt. Ruimte is schaars en komt steeds meer onder druk te staan. Om die reden is meervoudig ruimtegebruik hard nodig.
3.
We doen het samen; de gemeente met haar inwoners, instellingen, ketenpartners en ondernemers. Samen bereiken we meer dan alleen. Er spelen grote maatschappelijke thema’s zoals de energietransitie of de noodzaak om ons voor te bereiden op klimaatverandering. We werken aan bewustwording onder onze inwoners en ondernemers en we vragen onderwijsinstellingen om aan dit soort thema’s aandacht te besteden.
4.
We spelen in op onze bestaande waarden zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van deze visie.
5.
We werken aan onze speerpunten zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van deze visie.
6.
We werken vanuit ja, mits; een plan is een kans om de identiteit van onze gebieden te versterken en inhoud te geven aan onze speerpunten. Bij een initiatief onderzoeken we vanuit een positieve grondhouding of deze kans verzilverd wordt en of het initiatief kan worden uitgevoerd.
6.2
Afweging van initiatieven
Als er een verzoek bij onze gemeente binnenkomt kijken we: y
of het verzoek inspeelt of kan inspelen op de waarden zoals verwoord en verbeeld in onze Waardenkaart hoofdstuk 3 van deze visie);
y
of het verzoek aansluit of kan aansluiten bij onze speerpunten zoals verwoord en verbeeld in hoofdstuk 4 en 5 van deze visie);
y
of het verzoek past of kan passen binnen geldende wet- en regelgeving.
We bekijken verzoeken vanuit alle invalshoeken die van belang zijn. Dat doen we met elkaar; een integrale gezamenlijke afweging. We gaan na of het plan uitvoerbaar is en voldoende meerwaarde heeft. Of dat het plan met een aanpassing uitvoerbaar of van meerwaarde kan worden gemaakt. Hoe beter een plan aansluit bij waarden en speerpunten, hoe groter de kans van slagen. Het past bij onze tijd om goed te overleggen met iedereen die mogelijk hinder of overlast kan ervaren van een plan. Hoe eerder in het proces zulke gesprekken plaatsvinden hoe beter. We stimuleren het dat initiatiefnemers zelf nagaan of er bij belanghebbenden bezwaren zijn. En dat initiatiefnemers vervolgens kijken hoe eventuele bezwaren kunnen worden weggenomen. Daarbij kan het ook zijn dat meerdere initiatieven op een plek op een positieve manier met elkaar samen komen. Hoe beter het draagvlak is onderzocht, hoe meer kans dat win-winsituaties worden ontdekt. En dat problemen in of na de realisering worden voorkomen. De manier waarop de gemeente zelf met participatie omgaat wordt nader uitgewerkt in de gemeentelijke participatienota.
13
We verwijzen naar de gemeente Bergen NH, zowel ambtelijk als politiek bestuurlijk.
47
6.3
Kosten bij ontwikkelingen en financiële bijdragen Hoe gaan wij om met kosten bij ontwikkelingen en financiële bijdragen
De gemeente is verplicht om kosten voor werkzaamheden of maatregelen waar initiatiefnemers voordeel van hebben bij die initiatiefnemers in rekening te brengen. Dit geldt onder de Wet ruimtelijke ordening maar ook onder de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt. Als de gemeente eigenaar is van grond waarop wordt gebouwd is dat makkelijk. De gemeente berekent de gemaakte kosten door in de verkoopprijs van de kavels. Als de gemeente geen eigenaar is van de grond kan zij vooraf een overeenkomst met de eigenaar sluiten. In deze overeenkomst staat welke kosten in rekening worden gebracht. Als het niet mogelijk is om vooraf afspraken te maken moet de gemeente op een andere manier kosten verhalen. Dit kan in het omgevingsplan (de vervanger van het bestemmingsplan) of in een omgevingsvergunning. Financiële bijdrage aan ontwikkelingen van een gebied Naast het hiervoor genoemde verplicht verhalen van kosten zijn er in de Omgevingswet ook mogelijkheden om een financiële bijdrage te vragen bij ontwikkelingen in een gebied dat niet het te ontwikkelen gebied zelf is (artikel 13.22 van de Omgevingswet). Het gaat hier om bijdragen aan bijvoorbeeld de aanleg van een park of een weg, waar toekomstige gebruikers van het te ontwikkelen gebied ook voordeel van hebben. Het vragen van een financiële bijdrage kan via een vooraf af te sluiten contract.
Onder de Wet ruimtelijke ordening werd dit een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen genoemd. Het vragen van een financiële bijdrage is mogelijk als er een functionele samenhang is tussen de activiteit en het doel waarvoor een financiële bijdrage wordt gevraagd. Bijkomende voorwaarde is dat de financiële bijdrage is geregeld in een omgevingsvisie of een programma onder de Omgevingswet. Programma In onze gemeente wordt het verhalen van kosten en het vragen van financiële bijdragen voor bepaalde voorzieningen van algemeen belang door het college uitgewerkt in een programma. 6.4
Hoe lang geldt de visie en welk beleid blijft gelden
We actualiseren de omgevingsvisie elke twee jaar. Dit komt overeen met de beleidscyclus van de Regionale Energie Strategie. Het kan na twee jaar zijn dat de visie aangepast moet worden door gewijzigde inzichten op een thema of in een bepaald gebied. Daarmee wordt de omgevingsvisie geen star document. Het is aannemelijk dat de stip op de horizon en de hoofddoelen die we in deze omgevingsvisie hebben gesteld wel overeind blijven. Voor een aantal deelgebieden bestaan op dit moment al vastgestelde visies. Dit zijn visies die stuk voor stuk interactief tot stand zijn gekomen. Ook is in deze visies al integraal naar verschillende thema’s gekeken. Om deze reden worden deze visies als onderdeel van de voorliggende Omgevingsvisie toegevoegd. Het zijn deelomgevingsvisies onder de Omgevingsvisie gemeente Bergen NH. Het betreft: y
de structuurvisie Camperduin, vastgesteld 5 maart 2015;
y
de structuurvisie Bergen aan Zee, vastgesteld 8 november 2012;
y
de structuurvisie Mooi Bergen 2.0 inclusief het BKP Mooi Bergen 2.0, vastgesteld 29 januari -2015;
y
de structuurvisie Bergen Oost, vastgesteld 2 juli 2020;
y
de structuurvisie Egmond aan den Hoef, vastgesteld 15 december 2016, en
y
de structuurvisie landelijk gebied, vastgesteld 9 december 2010.
De omgevingsvisie en deelomgevingsvisies zijn zoveel mogelijk in lijn met elkaar opgesteld. Mocht er toch strijdigheid blijken te zijn tussen de omgevingsvisie en de deelomgevingsvisies, dan gaat de Omgevingsvisie gemeente Bergen voor.
48
6.5
Doorwerking in het omgevingsplan
De omgevingsvisie is mede basis voor het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan. Dit is het juridische plan dat het bestemmingsplan vervangt en ook een aantal gemeentelijke verordeningen. Tevens worden verschillende milieuregels in dit plan opgenomen die voorheen buiten het bestemmingsplan werden vastgelegd. Bij het opstellen van de voorliggende omgevingsvisie is het gemeentelijke beleid geanalyseerd en samengebracht in een notitie14. Deze analyse is gebruikt om de hoofdlijnen in deze omgevingsvisie te verwerken. Daarnaast zal de notitie tevens worden gebruikt bij het opstellen van het toekomstige omgevingsplan. Daarbij wordt nagegaan welke onderdelen van het bestaande beleid hun doorwerking krijgen in de juridische regels van het omgevingsplan en welke onderdelen eventueel komen te vervallen. 6.6
Uitvoering van de speerpunten en rol van de gemeente
De toekomst maken we samen met onze inwoners, instellingen en ondernemers. De hoofddoelen en speerpunten bereiken we ook alleen met elkaar. Per hoofddoel hebben we in hoofdstuk 4 aangegeven hoe we met verschillende omschreven stappen tot uitvoering komen. En in hoofdstuk 5 is dat nog eens verder uitgediept voor verschillende gebieden. De stappen om tot uitvoering te komen zijn opgenomen in de tabellen van bijlage 1 van deze omgevingsvisie. Daarbij is ook de rol van de gemeente aangegeven. Juist in de tegenwoordige tijd is dat belangrijk. Voor veel zaken is samenwerking nodig. En dan is het belangrijk om te weten wie waar verantwoordelijk voor is. De rol van de gemeente varieert van een lichte rol tot het niveau van uitvoering. We onderscheiden vijf verschillende niveaus: y
aandacht vragen voor
y
mogelijk maken (faciliteren)
y
in beweging zetten
y
trekken
y
uitvoeren
Van elk van deze rollen volgt hier een voorbeeld. 1.
De gemeente wil het bewustzijn van inwoners en ondernemers vergroten op het gebied van klimaatadaptatie. De rol van de gemeente is dan ‘aandacht vragen voor’.
2.
Voor het behoud van maatschappelijk vastgoed wil de gemeente meer mogelijkheden bieden voor verschillende vormen van gebruik. Dit valt onder ‘mogelijk maken’.
3.
De gemeente legt een koppeling tussen dorpen die zwemvoorzieningen moeten missen en recreatiebedrijven die buiten het hoogseizoen ruimte kunnen bieden voor zwemlessen. De rol van de gemeente is dan ‘in beweging zetten’.
4.
De gemeente wil het beleid en de inzet op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie in samenwerking met ketenpartners, ondernemers en bewoners versterken. De gemeente doet dit in de rol van ‘trekken’.
5.
De gemeente wil de openbare ruimte in de kernen zo inrichten dat er meer planten en dieren kunnen groeien en leven. Dit is een kwestie van ‘uitvoeren’.
14
Notitie analyse gemeente Bergen, versie mei 2021
49
6
Bijlagen
50
1
Tabellen uitvoering speerpunten en rol van de gemeente
Toelichting op de tabellen: In de navolgende tabellen worden aan de hand van de vier hoofddoelen stappen ter uitvoering omschreven. Bij de rollen van de gemeente zijn achtergrondkleuren toegepast, zoals nader toegelicht in paragraaf 6.6: y
aandacht vragen voor
y
mogelijk maken (faciliteren)
y
in beweging zetten
y
trekken
y
uitvoeren
51
>ĞĞĨďĂƌĞŬĞƌŶĞŶ
LEEFBARE KERNEN
ϭŽŶƚǁŝŬŬĞůĞŶŵĞƚƌĞƐƉĞĐƚ ǀŽŽƌŽŶnjĞǁĂĂƌĚĞŶ
ϮǀŝƚĂůĞĞŶĂĂŶƚƌĞŬŬĞůŝũŬĞ ŬĞƌŶĞŶ
^ƚĂƉƉĞŶƚĞƌƵŝƚǀŽĞƌŝŶŐ 'ĞďƌƵŝŬŵĂŬĞŶǀĂŶĚĞǁĂĂƌĚĞŶŬĂĂƌƚͬŬĞƌŶĞŶŬĂĂƌƚĞŶĞŶ ďĞƐƚĂĂŶĚďĞůĞŝĚŽƉŚĞƚŐĞďŝĞĚǀĂŶĐƵůƚƵƵƌŚŝƐƚŽƌŝĞĞŶ ŝĚĞŶƚŝƚĞŝƚďŝũƉůĂŶŶĞŶǀĂŶĚĞŐĞŵĞĞŶƚĞ 'ĞďƌƵŝŬŵĂŬĞŶǀĂŶĚĞǁĂĂƌĚĞŶŬĂĂƌƚͬŬĞƌŶĞŶŬĂĂƌƚĞŶďŝũ ĚĞĂĨǁĞŐŝŶŐǀĂŶŝŶŝƚŝĂƚŝĞǀĞŶ sĞƌŐƌŽƚĞŶǀĂŶŚĞƚĂĂŶƚĂůŐĞŵĞĞŶƚĞůŝũŬĞŵŽŶƵŵĞŶƚĞŶ ĞƐĐŚĞƌŵŝŶŐĞŶƐĞŵďůĞƐǀĂŶŵŽŶƵŵĞŶƚĞŶ͕ ůĂŶĚƐĐŚĂƉƐĞůĞŵĞŶƚĞŶĞŶŚŝƐƚŽƌŝƐĐŚĞƐƚƌƵĐƚƵƌĞŶǀŝĂ ŽŵŐĞǀŝŶŐƐƉůĂŶ ůƵƐƚĞƌŝŶŐǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶŝŶĚĞĐĞŶƚƌĂǀĂŶĚŽƌƉĞŶŵĞƚ ŵŽŐĞůŝũŬŚĞŝĚǀŽŽƌŵĞĞƌĚĞƌĞĨƵŶĐƚŝĞƐĞŶƚĞƌƌĂƐƐĞŶ
ZŽůŐĞŵĞĞŶƚĞ hŝƚǀŽĞƌĞŶ
dŽĞǁĞƌŬĞŶŶĂĂƌŵĞĞƌĐŽŵƉĂĐƚĞĐĞŶƚƌĂ
dƌĞŬŬĞŶ
KŶĚĞƌnjŽĞŬŶĂĂƌŵŽŐĞůŝũŬŚĞĚĞŶŽŵƉĞƌŵĂŶĞŶƚĞ ǁŽŶŝŶŐĞŶƚĞƌĞĂůŝƐĞƌĞŶďŝŶŶĞŶĚĞďĞƐƚĂĂŶĚĞĐŽŶƚŽƵƌĞŶ ǀĂŶŬĞƌŶĞŶ tĂŬĞŶǀŽŽƌƚĞǀĞƌŐĂĂŶĚĞǀĞƌƐƚĞĚĞůŝũŬŝŶŐǀĂŶŚĞƚ ďƵŝƚĞŶŐĞďŝĞĚ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ
hŝƚďƌĞŝĚŝŶŐǀĂŶĚĞǁŽŶŝŶŐǀŽŽƌƌĂĂĚŝŶͬďŝũŬĞƌŶĞŶ
DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ
KŶĚĞƌƐĐŚĞŝĚĞŶĚĂĂŶďŽĚǁŝŶŬĞůƐ͕ŚŽƌĞĐĂ͕ĐƵůƚƵƵƌĞŶ ĞǀĞŶĞŵĞŶƚĞŶ
DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ
dŽĞǁĞƌŬĞŶŶĂĂƌĂƵƚŽůƵǁĞǁŽŽŶǁŝũŬĞŶĞŶĐĞŶƚƌĂ;ŝŶ ϮϬϰϬϮϱйǀĂŶĚĞƐƚƌĂƚĞŶŐƌŽĞŶĞŶĂƵƚŽůƵǁͿ
sĂŶĂĂŶĚĂĐŚƚ ǀƌĂŐĞŶǀŽŽƌƚŽƚ ƵŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ
KŶĚĞƌnjŽĞŬŶĂĂƌĂůƚĞƌŶĂƚŝĞǀĞůŽĐĂƚŝĞƐǀŽŽƌǁĞŝŶŝŐ ƉĂƐƐĞŶĚĞďĞĚƌŝũǀĞŶŝŶǁŽŽŶǁŝũŬĞŶ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ
/ŶnjĞƚŽƉĚƵƵƌnjĂĂŵƚŽĞƌŝƐŵĞ͘sĞƌďůŝũĨƐƌĞĐƌĞĂƚŝĞŵĞƚĞĞŶ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ ŵĂƚĐŚƚƵƐƐĞŶĚĞďĞƐĐŚƌĞǀĞŶǁĂĂƌĚĞŶǀĂŶĚĞŬĞƌŶĞŶĚĞ ƚŽĞƌŝƐƚĞŶĚŝĞĚĂĂƌǀĞƌďůŝũǀĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶŝƌďŶďďĞůĞŝĚ hŝƚǀŽĞƌĞŶ ϯǁŽŶŝŶŐĞŶǀŽŽƌũŽŶŐĞŶ ŽƵĚ
ϰŶĞƚǁĞƌŬǀĂŶ ŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞ ǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶĞŶnjŽƌŐ
ϱŽƉĞŶďĂƌĞƌƵŝŵƚĞǁĂĂƌŝŶ ŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞŽƉŐĂǀĞŶ ƐĂŵĞŶŬŽŵĞŶ
ZĞĂůŝƐĞƌĞŶǀĂŶĞĞŶĂŵďŝƚŝĞƵƐǁŽŶŝŶŐďŽƵǁƉƌŽŐƌĂŵŵĂ
dƌĞŬŬĞŶ
džƚƌĂĂĂŶĚĂĐŚƚǀŽŽƌƐƚĂƌƚĞƌƐ;ũŽŶŐĞƌĞŶĞŶũŽŶŐĞ ŐĞnjŝŶŶĞŶͿ͕ŽƵĚĞƌĞŶĞŶŬǁĞƚƐďĂƌĞŐƌŽĞƉĞŶ 'ĞƌŝĐŚƚĞǀĞƌďŽƵǁǀĂŶǁŽŶŝŶŐĞŶŽ͘ŵ͘ŽŵǁŽŶŝŶŐĞŶ ůĞǀĞŶƐůŽŽƉďĞƐƚĞŶĚŝŐƚĞŵĂŬĞŶ KŶƚǁŝŬŬĞůŝŶŐŶŝĞƵǁĞǁŽŽŶĐŽŶĐĞƉƚĞŶ ŽƌŐĞŶǀŽŽƌŐŽĞĚĞǀĞƌďŝŶĚŝŶŐĞŶ;ĚŽŽƌĨŝĞƚƐƌŽƵƚĞƐ͕KsͿ
dƌĞŬŬĞŶ
ŽƌŐĞŶǀŽŽƌǁĞƌŬƉůĞŬŬĞŶŝŶĞŝŐĞŶďƵƵƌƚ ŽŵďŝŶĂƚŝĞƐŵĂŬĞŶǀĂŶǀĞƌƐĐŚŝůůĞŶĚĞŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞ ǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶ DĞĞƌǀŽƵĚŝŐŐĞďƌƵŝŬǀĂŶŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞ ǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶ ^ĂŵĞŶǁĞƌŬŝŶŐŵĞƚ;ƌĞĐƌĞĂƚŝĞͿŽŶĚĞƌŶĞŵĞƌƐŽŵ ŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶŝŶŬĞƌŶĞŶďĞƌĞŝŬďĂĂƌƚĞ ŚŽƵĚĞŶ ĂŶĚĂĐŚƚǀŽŽƌĂůůĞŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞŽƉŐĂǀĞďŝũ ;ŚĞƌͿŝŶƌŝĐŚƚŝŶŐŽƉĞŶďĂƌĞƌƵŝŵƚĞ;ŝŶϮϬϰϬϮϱйǀĂŶĚĞ ƐƚƌĂƚĞŶŐƌŽĞŶĞŶĂƵƚŽůƵǁͿ
/ŶďĞǁĞŐŝŶŐnjĞƚƚĞŶ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ sĂŶĂĂŶĚĂĐŚƚ ǀƌĂŐĞŶǀŽŽƌƚŽƚ ƵŝƚǀŽĞƌĞŶ dƌĞŬŬĞŶ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ /ŶďĞǁĞŐŝŶŐnjĞƚƚĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ
52
dŽĞŬŽŵƐƚďĞƐƚĞŶĚŝŐďƵŝƚĞŶŐĞďŝĞĚ
TOEKOMSTBESTENDIG BUITENGEBIED ^ƚĂƉƉĞŶƚĞƌƵŝƚǀŽĞƌŝŶŐ ZŽůŐĞŵĞĞŶƚĞ ϭŽŶƚǁŝŬŬĞůĞŶŵĞƚƌĞƐƉĞĐƚ 'ĞďƌƵŝŬŵĂŬĞŶǀĂŶĚĞǁĂĂƌĚĞŶŬĂĂƌƚĞŶďĞƐƚĂĂŶĚďĞůĞŝĚ hŝƚǀŽĞƌĞŶ ǀŽŽƌŽŶnjĞǁĂĂƌĚĞŶ ŽƉŚĞƚŐĞďŝĞĚǀĂŶĐƵůƚƵƵƌŚŝƐƚŽƌŝĞĞŶŝĚĞŶƚŝƚĞŝƚďŝũ ƉůĂŶŶĞŶǀĂŶĚĞŐĞŵĞĞŶƚĞ 'ĞďƌƵŝŬŵĂŬĞŶǀĂŶĚĞǁĂĂƌĚĞŶŬĂĂƌƚďŝũĚĞĂĨǁĞŐŝŶŐ hŝƚǀŽĞƌĞŶ ǀĂŶŝŶŝƚŝĂƚŝĞǀĞŶ
ϮǀŝƚĂůĞĞŶĂĂŶƚƌĞŬŬĞůŝũŬĞ ďƵŝƚĞŶŐĞďŝĞĚ
sĞƌƐƚĞƌŬĞŶďĞůĞŝĚĞŶŝŶnjĞƚŽƉŚĞƚŐĞďŝĞĚǀĂŶŶĂƚƵƵƌ͕ ůĂŶĚƐĐŚĂƉĞŶĐƵůƚƵƵƌŚŝƐƚŽƌŝĞŝŶƐĂŵĞŶǁĞƌŬŝŶŐŵĞƚ ŬĞƚĞŶƉĂƌƚŶĞƌƐ͕ŽŶĚĞƌŶĞŵĞƌƐĞŶďĞǁŽŶĞƌƐ sĞƌŐƌŽƚĞŶǀĂŶŚĞƚĂĂŶƚĂůŐĞŵĞĞŶƚĞůŝũŬĞŵŽŶƵŵĞŶƚĞŶ ĞƐĐŚĞƌŵŝŶŐĞŶƐĞŵďůĞƐǀĂŶŵŽŶƵŵĞŶƚĞŶ͕ ůĂŶĚƐĐŚĂƉƐĞůĞŵĞŶƚĞŶĞŶŚŝƐƚŽƌŝƐĐŚĞƐƚƌƵĐƚƵƌĞŶǀŝĂ ŽŵŐĞǀŝŶŐƐƉůĂŶ 'ŽĞĚĞǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶŐĞƌŝĐŚƚŽƉďĞƚƌŽŬŬĞŶŝŶǁŽŶĞƌƐĞŶ ďĞnjŽĞŬĞƌƐ
dƌĞŬŬĞŶ
^ƉƌĞŝĚŝŶŐĞŶƐƚƵƌŝŶŐǀĂŶƌĞĐƌĞĂƚŝĞǀĞĚƌƵŬ ĨƐƉƌĂŬĞŶŵĂŬĞŶŽǀĞƌnjŽŶĞƌŝŶŐƌĞĐƌĞĂƚŝĞŝŶĚƵŝŶŐĞďŝĞĚ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ ĂŶĚĂĐŚƚǀƌĂŐĞŶ ǀŽŽƌ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ
DĞĞƌďŽƐĞŶŶĂƚƵƵƌŝŶĚĞďŝŶŶĞŶĚƵŝŶƌĂŶĚ;ǀĞƌŐƌŽƚĞŶ ǀĂŶĂƌĞĂĂůďŽƐĞŶŶĂƚƵƵƌŵĞƚϭϬйŝŶƉĞƌŝŽĚĞƚŽƚϮϬϰϬͿ DŽŐĞůŝũŬŚĞŝĚďŝĞĚĞŶǀŽŽƌŶĂƚƵƵƌŝŶĐůƵƐŝĞǀĞůĂŶĚďŽƵǁ ĚŝĞƚĞǀĞŶƐǀĞƌĂŶĚĞƌŝŶŐǀĂŶŚĞƚůĂŶĚƐĐŚĂƉŵĞƚnjŝĐŚ ŵĞĞďƌĞŶŐƚŝŶŚĞƚŐĞďŝĞĚǀĂŶĚĞďŝŶŶĞŶĚƵŝŶƌĂŶĚ sĞƌƐƚĞƌŬĞŶƐƚŝůƚĞŐĞďŝĞĚĞŶŝŶƉŽůĚĞƌ hŝƚďƌĞŝĚŝŶŐƚŽĞƌŝƐƚŝƐĐŚƌĞĐƌĞĂƚŝĞǀĞďĞĚƌŝũǀĞŶĂůůĞĞŶďŝũ ĂĂŶǀƵůůŝŶŐŽƉŚĞƚďĞƐƚĂĂŶĚĞĂĂŶďŽĚĞŶǀĞƌďĞƚĞƌŝŶŐǀĂŶ ŬǁĂůŝƚĞŝƚ /ŶnjĞƚŽƉĚƵƵƌnjĂŵĞƚŽĞƌŝƐŵĞ hŝƚŶŽĚŝŐĞŶŽŵĂĂŶƚĞƐůƵŝƚĞŶďŝũĚĞůŽŬĂůĞŬůĞƵƌ ϯƚŽĞŬŽŵƐƚďĞƐƚĞŶĚŝŐĞŶ DŽŐĞůŝũŬŚĞŝĚďŝĞĚĞŶǀŽŽƌƐĐŚĂĂůǀĞƌŐƌŽƚŝŶŐ ůŽŶĞŶĚŬƵŶŶĞŶŽŶĚĞƌŶĞŵĞŶ DŽŐĞůŝũŬŚĞŝĚďŝĞĚĞŶǀŽŽƌŶĞǀĞŶĨƵŶĐƚŝĞƐ KǀĞƌƐƚĂƉŶĂĂƌĚƵƵƌnjĂŵĞĞŶĐŝƌĐƵůĂŝƌĞďĞĚƌŝũĨƐǀŽĞƌŝŶŐ
ϰŐŽĞĚĞƚŽĞŐĂŶŬĞůŝũŬŚĞŝĚ ϱŝŶƌŝĐŚƚŝŶŐĞŶďĞŚĞĞƌǀĂŶ ƉĂĚĞŶ͕ďĞƌŵĞŶĞŶ ǁĂƚĞƌůŽƉĞŶnjŽĚĂƚ ŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞŽƉŐĂǀĞŶ ƐĂŵĞŶŬŽŵĞŶ
DŽŐĞůŝũŬŚĞŝĚŽŵǀƌŝũŬŽŵĞŶĚĞďĞďŽƵǁŝŶŐŚĞƌƚĞ ŐĞďƌƵŝŬĞŶ KŶĚĞƌnjŽĞŬǀĞƌƉůĂĂƚƐŝŶŐďŽƵǁƌĞĐŚƚĞŶǀĂŶŽǀĞƌƚŽůůŝŐĞ ƐĐŚƵƌĞŶ ŽƌŐǀŽŽƌĞĞŶŐŽĞĚŶĞƚǁĞƌŬǀĂŶƉĂĚĞŶǀŽŽƌ ǀĞƌƐĐŚŝůůĞŶĚĞĚŽĞůŐƌŽĞƉĞŶŐĞƌŝĐŚƚŽƉƌƵƐƚŝŐĞǀŽƌŵĞŶ ǀĂŶĚĂŐƌĞĐƌĞĂƚŝĞ /ŶƚĞŐƌĂůĞŝŶƌŝĐŚƚŝŶŐĞŶďĞŚĞĞƌǀĂŶƉĂĚĞŶ͕ďĞƌŵĞŶĞŶ ǁĂƚĞƌůŽƉĞŶ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ sĂŶŵŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ ƚŽƚƵŝƚǀŽĞƌĞŶ
DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ sĂŶĂĂŶĚĂĐŚƚ ǀƌĂŐĞŶǀŽŽƌƚŽƚ ƵŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ ĂŶĚĂĐŚƚǀƌĂŐĞŶ ǀŽŽƌ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ ĂŶĚĂĐŚƚǀƌĂŐĞŶ ǀŽŽƌ DŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ dƌĞŬŬĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ
53
'ĞnjŽŶĚƐĂŵĞŶĞŶŝŶĐůƵƐŝĞĨ
GEZOND, SAMEN EN INCLUSIEF ^ƚĂƉƉĞŶƚĞƌƵŝƚǀŽĞƌŝŶŐ ϭŽŶnjĞŽŵŐĞǀŝŶŐŝƐŐĞnjŽŶĚ EĂůĞǀŝŶŐĞŶŚĂŶĚŚĂǀŝŶŐǁĞƚͲĞŶƌĞŐĞůŐĞǀŝŶŐ ŝŶŶĞŶǁŽŽŶǁŝũŬĞŶŐĞĞŶǀĞƌƌƵŝŵŝŶŐŵŝůŝĞƵŶŽƌŵĞƌŝŶŐĞŶ dŽĞnjŝĞŶŽƉŐĞnjŽŶĚŚĞŝĚďŝũĂĨǁĞŐŝŶŐǀĂŶŝŶŝƚŝĂƚŝĞǀĞŶ ^ƚƵƌĞŶŽƉŐĞnjŽŶĚĞůŽĐĂƚŝĞƐǀŽŽƌŬǁĞƚƐďĂƌĞĨƵŶĐƚŝĞƐ 'ĞĞŶnjǁĞƌĨĂĨǀĂůĞŶƐĐŚŽŶĞƐƚƌĂŶĚĞŶ
sĞƌĚƵƵƌnjĂŵŝŶŐǀĂŶŽŶƐǀĞƌǀŽĞƌŝ͘ǀ͘ŵ͘ůƵĐŚƚŬǁĂůŝƚĞŝƚĞŶ ŐĞůƵŝĚŚŝŶĚĞƌ /ŶnjĞƚŽƉŐĞnjŽŶĚĞůƵĐŚƚ͕ǁĂƚĞƌĞŶďŽĚĞŵ͘DŝŶŝŵĂůŝƐĞƌĞŶ ǀĂŶŚĞƚŐĞďƌƵŝŬǀĂŶŐĞǁĂƐďĞƐĐŚĞƌŵŝŶŐƐŵŝĚĚĞůĞŶ ϮĚĞŝŶƌŝĐŚƚŝŶŐǀĂŶŽŶnjĞ ƌƵŝŵƚĞŶŽĚŝŐƚƵŝƚƚŽƚŐĞnjŽŶĚ ŐĞĚƌĂŐ
ϯŝĞĚĞƌĞĞŶĚŽĞƚŵĞĞĞŶŝƐ ďĞƚƌŽŬŬĞŶ
ŽŽƌŝŶƌŝĐŚƚŝŶŐǀĂŶŽƉĞŶďĂƌĞƌƵŝŵƚĞǁŽƌĚƚƵŝƚŐĞŶŽĚŝŐĚ ƚŽƚƐƉĞůĞŶ͕ƐƉŽƌƚĞŶ͕ďĞǁĞŐĞŶĞŶŽŶƚŵŽĞƚĞŶ
ZŽůŐĞŵĞĞŶƚĞ hŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ ĂŶĚĂĐŚƚǀƌĂŐĞŶ ǀŽŽƌ sĂŶŵŽŐĞůŝũŬŵĂŬĞŶ ƚŽƚŝŶďĞǁĞŐŝŶŐ njĞƚƚĞŶ sĂŶĂĂŶĚĂĐŚƚ ǀƌĂŐĞŶǀŽŽƌƚŽƚ ƵŝƚǀŽĞƌĞŶ hŝƚǀŽĞƌĞŶ
ŽŽƌŝŶƌŝĐŚƚŝŶŐǀĂŶƐƉŽƌƚǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶǁŽƌĚƚ ƵŝƚŐĞŶŽĚŝŐĚƚŽƚƐƉĞůĞŶ͕ƐƉŽƌƚĞŶ͕ďĞǁĞŐĞŶĞŶ ŽŶƚŵŽĞƚĞŶ ĐƚŝĞǀĞǀĞƌǀŽĞƌǁŝũnjĞŶǁŽƌĚĞŶŐĞƐƚŝŵƵůĞĞƌĚ ;sĞƌͿďŽƵǁǀĂŶǁŽŶŝŶŐĞŶǀŽŽƌĂůůĞĚŽĞůŐƌŽĞƉĞŶ
dƌĞŬŬĞŶ
ŽƌŐĚƌĂŐĞŶǀŽŽƌǁŝũŬĞŶŵĞƚǀĞƌƐĐŚŝůůĞŶĚĞǁŽŶŝŶŐƚLJƉĞŶ ǀŽŽƌĞĞŶǀĞƌƐĐŚĞŝĚĞŶŚĞŝĚĂĂŶĚŽĞůŐƌŽĞƉĞŶ dŽĞŐĂŶŬĞůŝũŬĞŽƉĞŶďĂƌĞƌƵŝŵƚĞŐĞŵĞĞŶƚĞ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ dƌĞŬŬĞŶ
hŝƚǀŽĞƌĞŶ
dŽĞŐĂŶŬĞůŝũŬĞŽƉĞŶďĂƌĞƌƵŝŵƚĞƚĞƌƌĞŝŶďĞŚĞĞƌĚĞƌƐ
ϰŐŽĞĚĞƐĂŵĞŶǁĞƌŬŝŶŐĂĂŶ ŵĂĂƚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞŽƉŐĂǀĞŶ
ĂŶĚĂĐŚƚǀƌĂŐĞŶ ǀŽŽƌ dŽĞŐĂŶŬĞůŝũŬĞƉƵďůŝĞŬĞǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶ ĂŶĚĂĐŚƚǀƌĂŐĞŶ ǀŽŽƌ WĂƌƚŝĐŝƉĂƚŝĞǀĂŶĂĨŚĞƚĂůůĞƌĞĞƌƐƚĞďĞŐŝŶďŝũŐĞŵĞĞŶƚĞůŝũŬĞ hŝƚǀŽĞƌĞŶ ƉůĂŶŶĞŶ WĂƌƚŝĐŝƉĂƚŝĞǀĂŶĂĨŚĞƚĂůůĞƌĞĞƌƐƚĞďĞŐŝŶďŝũƉůĂŶŶĞŶǀĂŶ ĂŶĚĂĐŚƚǀƌĂŐĞŶ ĚĞƌĚĞŶ ǀŽŽƌ KŶƚǁŝŬŬĞůĞŶŶĂĂƌŵĞĞƌƌƵŝŵƚĞĞŶŵŝĚĚĞůĞŶǀŽŽƌ sĂŶĂĂŶĚĂĐŚƚ ŝŶŝƚŝĂƚŝĞǀĞŶǀĂŶďĞǁŽŶĞƌƐͬďĞǁŽŶĞƌƐĐŽůůĞĐƚŝĞǀĞŶ ǀƌĂŐĞŶǀŽŽƌƚŽƚ ƵŝƚǀŽĞƌĞŶ
54
ƵƵƌnjĂĂŵĞŶďĞƌĞŝŬďĂĂƌ
DUURZAAM EN BEREIKBAAR
KŶĚĞƌǁĞƌƉ ϭĂĚƵƵƌnjĂĂŵŽƉŚĞƚŐĞďŝĞĚ ǀĂŶKϮ
ϭďĚƵƵƌnjĂŵĞŵŽďŝůŝƚĞŝƚ
ϭĐĚƵƵƌnjĂĂŵŽƉŚĞƚŐĞďŝĞĚ ǀĂŶŬůŝŵĂĂƚĂĚĂƉƚŝĞ
ϭĚĚƵƵƌnjĂĂŵŽƉŚĞƚŐĞďŝĞĚ ǀĂŶďŝŽĚŝǀĞƌƐŝƚĞŝƚ
^ƚĂƉƉĞŶƚĞƌƵŝƚǀŽĞƌŝŶŐ KƉƚŝŵĂĂůŝŶnjĞƚƚĞŶŽƉďĞƐƉĂƌŝŶŐ sŽƌŵŐĞǀĞŶĂĂŶĚƵƵƌnjĂŵĞŽƉǁĞŬŵĞƚƌĞƐƉĞĐƚǀŽŽƌ ŶĂƚƵƵƌ͕ůĂŶĚƐĐŚĂƉĞŶĐƵůƚƵƵƌŚŝƐƚŽƌŝĞ ŝũĚƵƵƌnjĂŵĞŽƉǁĞŬŽƉƚŝŵĂĂůŐĞďƌƵŝŬŵĂŬĞŶǀĂŶ ĐŽŵďŝŶĂƚŝĞƐŵĞƚĂŶĚĞƌĞŽŶƚǁŝŬŬĞůŝŶŐĞŶ 'ŽĞĚĞďĞŐĞůĞŝĚŝŶŐǀĂŶƉůĂŶŶĞŶǀŽŽƌĚƵƵƌnjĂŵĞŽƉǁĞŬ ĚŽŽƌƉƌŽĐĞƐĞŶĨŝŶĂŶĐŝģůĞƉĂƌƚŝĐŝƉĂƚŝĞ KƉƐƚĞůůĞŶĞŶƵŝƚǀŽĞƌĞŶtĂƌŵƚĞǀŝƐŝĞ /ŶnjĞƚƚĞŶŽƉĚƵƵƌnjĂŵĞŵŽďŝůŝƚĞŝƚ;njŽĂůƐŬĞƚĞŶŵŽďŝůŝƚĞŝƚ͕ ĂĐƚŝĞǀĞǀĞƌǀŽĞƌǁŝũnjĞŶ͕KsĞŶĞůĞŬƚƌŝƐĐŚǀĞƌǀŽĞƌͿ ŝũůŽĐĂƚŝĞŬĞƵnjĞƐƐƚƵƌĞŶŽƉĚƵƵƌnjĂŵĞ ǀĞƌǀŽĞƌƐŵŽŐĞůŝũŬŚĞĚĞŶ ŽƌŐǀŽŽƌǀŽůĚŽĞŶĚĞůĂĂĚƉƵŶƚĞŶ džƉĞƌŝŵĞŶƚĞƌĞŶŵĞƚƐƚĂďŝůŝƐĂƚŝĞǀĂŶ ƉĂƌŬĞĞƌǀŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶ͕ĂƵƚŽůƵǁǁŽŶĞŶͬǁŽŶĞŶŵĞƚ deelauto’s tĞƌŬĞŶǀŽůŐĞŶƐĚĞƚƌŝƚƐďĞƐƉĂƌĞŶ͕ǀĂƐƚŚŽƵĚĞŶ͕ďĞƌŐĞŶ͕ ĂĂŶƉĂƐƐĞŶĞŶĂĨǀŽĞƌĞŶ ŝũŝŶƌŝĐŚƚŝŶŐǀĂŶĚĞŽƉĞŶďĂƌĞƌƵŝŵƚĞŚĞďďĞŶǁĞ ĂĂŶĚĂĐŚƚǀŽŽƌŵĂĂƚƌĞŐĞůĞŶƚĞŐĞŶǁĂƚĞƌŽǀĞƌůĂƐƚ͕ǀŽŽƌ ǁĂƚĞƌŽƉǀĂŶŐĞŶƚĞŐĞŶŚŝƚƚĞƐƚƌĞƐƐ͘tĞƐƚĞůůĞŶŚĞƚ ďŽĚĞŵĞŶǁĂƚĞƌƐLJƐƚĞĞŵĐĞŶƚƌĂĂů͘ sĞƌŐƌŽƚĞŶďĞǁƵƐƚnjŝũŶŝŶǁŽŶĞƌƐĞŶŽŶĚĞƌŶĞŵĞƌƐ DĂĂƚƌĞŐĞůĞŶŶĞŵĞŶŝ͘ǀ͘ŵ͘njĞĞƐƉŝĞŐĞůƐƚŝũŐŝŶŐĞŶ ďŽĚĞŵĚĂůŝŶŐ EĂƚƵƵƌƉŽƚĞŶƚŝĞƐǀĂŶĚƵŝŶĞŶ͕ďŝŶŶĞŶĚƵŝŶƌĂŶĚĞŶƉŽůĚĞƌ ǀĞƌŐƌŽƚĞŶ ,ĞƌƐƚĞůĚƵŝŶƌĞůůĞŶ