bij 1 2021-10-14 eindrapport bouwen aan SORA.pdf
Tekst van het document
Artikel 15
Verantwoording en informatieplicht
Relatie Dagelijks Bestuur – Algemeen Bestuur 1. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur geeft aan het Algemeen Bestuur alle informatie en inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak, waaronder een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig heeft 3. Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur houdt bepalingen in over de wijze waarop het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden de hier bedoelde inlichtingen verstrekken en verantwoording afleggen.
PAGINA 93 VAN 102
4. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien het openbaar belang zich er tegen verzet. 5. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit.
Relatie Algemeen Bestuur – Colleges en Raden 6. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn raad alle inlichtingen die door het college, de raad, of één of meer leden daarvan worden verlangd. 7. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn raad verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid 8. De colleges bezitten de bevoegdheid om het door hen aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien het college het vertrouwen in dat lid niet meer bezit. 9. De raden en colleges bepalen de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt. 10. Een lid van het algemeen bestuur geeft geen inlichtingen en legt geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 van de wet geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het algemeen bestuur. 11. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van de raden worden verlangd. 12.
Als onderdeel van de informatieplicht van het algemeen bestuur, als bedoeld in het tiende lid, stuurt het bestuur twee maal per jaar een bestuursrapportage aan de raden van de deelnemende gemeenten. De bestuursrapportage is gebaseerd op de begroting en geeft een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. De rapportage gaat in op nieuwe ontwikkelingen, het financieel perspectief, de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering.
Artikel 16
Taken/bevoegdheden van het bestuur
1. Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, behoren aan het Algemeen Bestuur onder meer de volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen en reglementen; b. het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening, zulks met inachtneming van het bepaalde in de onderdelen "begroting" en "rekening en verantwoording" van deze regeling; c. het vaststellen van de jaarlijks door de deelnemende gemeenten en de niet aan deze regeling deelnemende gemeenten, zoals geregeld in artikel 23, te betalen bijdragen. d. het aangaan van geldleningen en het uitlenen van gelden; e. het aangaan van rekening‐courant overeenkomsten, op grond van bij afzonderlijk besluit vastgestelde maximum kredietbedragen; f. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur van het Schap en ander personeel dat op directieniveau werkzaam is; g. het oprichten van private werkverbanden of deelnemen daarin; h. het vaststellen van de voorwaarden en de instructies waaronder de directeur en ander op directieniveau functionerende ambtenaren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k van de regeling, werkzaam zullen zijn binnen het schap;
PAGINA 94 VAN 102
i. de aan‐ en verkoop van onroerende zaken. 2. Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, behoren aan het Dagelijks Bestuur de volgende taken en bevoegdheden: a. het voorbereiden, voor zover zulks niet aan anderen is opgedragen, van al hetgeen in het Algemeen Bestuur ter beraadslaging en ter beslissing moet worden gebracht; b. Het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur; c. hetzij op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan het Algemeen Bestuur, aan de colleges en aan de raden over zaken betreffende het Schap SORA; d. het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verlies of verjaring van recht of bezit; e. het beheren van de inkomsten en de uitgaven van het Schap SORA, voor zover dit niet bij of krachtens deze regeling aan anderen is opgedragen; f. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de administratie; g. Het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; h. het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel; i. het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van personen in het kader van de Wet Wet sociale werkvoorziening, zulks met inachtneming van het bepaalde in de die Wet en in deze regeling; j.
het afkondigen van de besluiten waarvan de afkondiging bij deze regeling of bij besluit van het Algemeen Bestuur is voorgeschreven; k. met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 2 tweede lid van deze regeling het voorstaan en het behartigen van de belangen van het Schap SORA zulks ter uitvoering van de Wet; l. te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 3. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn ieder afzonderlijk en tezamen voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd en zijn gehouden de door het Algemeen Bestuur gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij kunnen ter zake door het Algemeen Bestuur ter verantwoording worden geroepen. 4. De leden van het Algemeen Bestuur zijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 5 van de Wgr gehouden aan de respectievelijke colleges, die de leden hebben aangewezen, de gevraagde inlichtingen te verstrekken, zulks overeenkomstig de regelen welke in onderscheiden gemeenten voor binnengemeentelijke verantwoordingswijzen van toepassing zijn. 5.
Het Algemeen en Dagelijks Bestuur zijn ieder voor zich verplicht op verzoek van gedeputeerde staten en/of de gemeentebesturen deze van bericht en raad te dienen aangaande zaken welke deze regeling betreffen. Zij zijn voorts bevoegd ongevraagd aan de gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen welke zij in verband met deze regeling nodig achten.
Artikel 17
Bevoegdheden van de voorzitter
1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door de vicevoorzitter. 2. De voorzitter is samen met de secretaris belast met de uitvoering van de besluiten van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. 3. De voorzitter ondertekent tezamen met de secretaris alle stukken welke van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan. De voorzitter kan onder eigen verantwoordelijkheid het tekenen van
PAGINA 95 VAN 102
bepaalde stukken, welke van het Dagelijks Bestuur uitgaan, opdragen aan de secretaris van het Schap SORA 4. De voorzitter vertegenwoordigt het Schap SORA in en buiten rechte. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aangewezen gemachtigde. 5. In gedingen met de gemeente van welk bestuur de voorzitter deel uitmaakt, wordt het Schap SORA vertegenwoordigd door de vicevoorzitter.
Artikel 18
De secretaris
1. De directeur van het schap SORA is tevens directeur van private onderdelen van het Schap SORA en is tevens secretaris van het (Algemeen- en Dagelijks) Bestuur. 2. De secretaris vervult zijn functie met inachtneming van een door het Algemeen Bestuur vast te stellen instructie, die de taken en bevoegdheden van de secretaris regelt. 3. De secretaris staat het Algemeen en Dagelijks Bestuur, de voorzitter en de commissie(s) bij, in alles wat de hen opgedragen taak aangaat. 4. De secretaris is samen met de voorzitter belast met de uitvoering van de besluiten van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. 5. De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. 6. De secretaris ondertekent samen met de voorzitter alle stukken, welke van het Algemeen en het Dagelijks Bestuur uitgaan.
Hoofdstuk 3 Artikel 19
Cliëntenraad en commissies Cliëntenraad
De raden van de gemeenten hebben cliëntenraden ingesteld, ten aanzien waarvan bij verordening regels worden, c.q. zijn gesteld.
Artikel 20
Commissies
1. Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies instellen, alsmede commissies ter behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen Bestuur bepaalt daarbij welke bevoegdheden aan de commissies worden toegekend en op welke wijze deze worden samengesteld. Het Algemeen Bestuur regelt de samenstelling van de commissie en kan een lid van het Dagelijks Bestuur aanwijzen dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in dit artikellid. 2. Het Algemeen Bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, dan nadat de raden van de gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen. 3. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter en de regeling van haar bevoegdheden en samentelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter. 4. Commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter, niet zijnde vaste commissies, worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. 5. De leden van commissies kunnen een vergoeding ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie voor zover zij niet de functie van burgemeester, wethouder of secretaris vervullen.
PAGINA 96 VAN 102
6. De hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding vindt plaats door het Algemeen Bestuur en in overeenstemming met artikel 21 van de Wgr.
nieuw Artikel 20a gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden 1. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. 2. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid aan te wijzen. 4. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men aangewezen is. 5. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie. 6. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen.
De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4 Artikel 21
Financiële bepalingen Voorschriften financieel beheer
1. Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden van het Schap SORA Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan. 2. De administratie en het beheer, bedoeld in het eerste lid, worden verricht door de bij de in dat lid bedoelde regels aan te wijzen ambtenaren. Deze ambtenaren kunnen niet tevens secretaris zijn. 3. Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van vermogenswaarden van het Schap SORA. Deze regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst. 4. De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien in de aanwijzing van één of meer accountants, belast met het onderzoek van jaarrekening alsmede met het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de jaarrekening - bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.
PAGINA 97 VAN 102
5. Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Toevoegen Artikel 21a Kadernota 1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur voor 1 maart van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders naar voren brengen. 3. Het algemeen bestuur stelt de kadernota vóór 15 maart vast. 4. Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen. 5. Het dagelijks bestuur zendt het besluit en de kadernota aan de raden, binnen twee weken na de vaststelling als bedoeld in het derde lid.
Artikel 22
Begroting en jaarrekening
1. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast voor 1 juli in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient 2. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast voor 1 juli in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 3. De uitgangspunten voor de begroting worden uiterlijk 15 januari door het Dagelijks Bestuur aangeboden en uiterlijk 1 maart door het Algemeen Bestuur vastgesteld. 4. Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk 15 april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient de conceptbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren, en uiterlijk 15 april volgende op het jaar waarop ze betrekking heeft, de conceptjaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 5. De conceptbegroting en de conceptjaarrekening worden door de zorg van de colleges van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betalen van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. 6. De raden beraadslagen over de conceptbegroting en conceptjaarrekening niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 7.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen uiterlijk 10 weken na de in het vierde lid genoemd datum 25 juni hun zienswijzen over de conceptbegroting en hun zienswijzen over de conceptjaarrekening naar voren brengen bij het bestuur van het Schap SORA 8. Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 9. Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 10. De vaststelling van de jaarrekening strekt het Dagelijks Bestuur en de daartoe aangewezen functionaris tot decharge, behoudens later in rechte gebleken vastheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 11. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
PAGINA 98 VAN 102
12. Het Dagelijks Bestuur zendt de raden en de colleges jaarlijks vóór 30 april een verslag van de aan de Wet gegeven uitvoering in het voorgaande kalenderjaar. Schrappen [want al voorzien via de bestuursrapportage van artikel 15, lid 14]
Artikel 23
Bijdragen gemeenten
1. Het Algemeen Bestuur stelt bij unanimiteit een bijdrageverordening vast, waarin in ieder geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen voor de instandhouding van SORA, overeenkomstig de inbreng van budgetten zoals overeengekomen in het Eindrapport Bouwen aan SORA. 2. De gemeenten verlenen jaarlijks een bijdrage ter zake van de uitvoering van de Wet = Wsw. Het Algemeen Bestuur stelt deze bijdrage vast, zulks naar rato van het in mandagen uitgedrukt aantal personen dat in de gemeente zijn woonplaats heeft. 3. Indien bij het schap SORA personen in dienstbetrekking zijn die buiten het rechtsgebied van het schap SORA hun woonplaats hebben, wordt aan de desbetreffende gemeente(n) de door het Algemeen Bestuur vastgestelde gemeentelijke bijdrage in rekening gebracht. De betreffende gemeente(n) dienen voorafgaande aan plaatsing zich garant te stellen voor deze door het Algemeen Bestuur vast te stellen bijdragen. 4. In de begroting wordt een raming opgenomen van de door elke gemeente verschuldigde bijdrage. 5. In de jaarrekening wordt de door elk van de gemeenten werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Verrekening van het verschil tussen de geraamde en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen twee maanden nadat het Algemeen Bestuur de jaarrekening heeft vastgesteld.
Artikel 24
Samenstelling geldmiddelen en financieringsmiddelen
1. De geldmiddelen van het Schap SORA bestaan uit: a. middelen ten behoeve van de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 Wet; wetten b. gemeentelijke bijdragen volgens het bepaalde in artikel 23 van de regeling; c. opbrengsten van de bedrijven en deelnemingen van het Schap SORA; d. opbrengsten uit détacheringen; e. opbrengsten uit dienstverleningen van het Schap SORA; 2. Voor de voorziening in financieringsmiddelen nodig voor de uitvoering van de doel‐ en taakstelling van het Schap SORA kunnen geldleningen worden aangegaan of op andere wijze financieringsmiddelen worden aangetrokken. 3. De rentelasten van geldleningen en andere financieringsmiddelen, alsmede afschrijvingen op de met deze middelen gefinancierde objecten, worden jaarlijks in de exploitatiebegroting opgenomen. 4. De gemeenten waarborgen de voldoening van de rente, aflossing en kosten van de door het schap SORA te sluiten vaste geldleningen, alsmede van gelden die het schap SORA in rekening‐courant of bij wijze van kasgeldleningen zal opnemen, naar evenredigheid van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar waarin de overeenkomst voor de desbetreffende transactie wordt gesloten.
Artikel 25
Batige en nadelige saldi
1. Mocht enig jaar een batig saldo opleveren dan wordt over de eventuele aanwending daarvan, passend bij het in de Wet bepaalde, beslist door het Algemeen Bestuur.
PAGINA 99 VAN 102
2. Mocht enig jaar een nadelig saldo opleveren dan wordt dit nadelig saldo allereerst afgeboekt van de algemene reserve en indien deze uitgeput of onvoldoende is dan wordt het overblijvende saldo betrokken bij de afrekening van de gemeentelijke bijdragen zoals geregeld in artikel 23 van de regeling. 3. De in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde uitgangspunten treden niet buiten het kader van de financiële uitgangspunten voor gemeenschappelijke regelingen die regionaal zijn vastgesteld.
Hoofdstuk 5 Artikel 26
Overige en slotbepalingen Archief
1. Het bestuur van deze regeling is verplicht de onder haar rustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2. Overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen verordening draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur. Overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur vast te stellen verordening draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de archiefbescheiden, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995. 3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur wijst het Dagelijks Bestuur een archiefbewaarplaats aan. 4. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het Dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 of nadien gewijzigd, de archivaris belast. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen. 5. De archivaris wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd, aangewezen, geschorst en ontslagen. 6.
Bij opheffing van de regeling worden alle bescheiden, die niet voor vernietiging in aanmerking komen, naar het Regionaal Archief te Alkmaar de aan te wijzen archiefbewaarplaats overgebracht.
Artikel 27
Toetreding
1. Mits het Algemeen Bestuur bij meerderheid der uitgebrachte stemmen daarin bewilligt en de meerderheid van de colleges daarmede instemt, unaniem instemt, kan een ander college c.q. kunnen andere colleges toetreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten van haar organen. 2. In het besluit van het Algemeen Bestuur kunnen aan de toetreding voorwaarden worden verbonden. 3. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de regeling is bekend gemaakt. 4. Het Algemeen Bestuur kan de toetredende gemeente een inlegsom opleggen, waarvan het bedrag en de bestemming door dit bestuur wordt vastgesteld. 5. Van ieder bericht van toetreding door één of meerdere gemeenten wordt onmiddellijk kennis gegeven aan de colleges, alsmede aan gedeputeerde staten.
PAGINA 100 VAN 102