bij 1 2021-01-12 Toelichting BP Watertorengebied EaZ.pdf
Tekst van het document
Pagina | 2 9
elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen en risico-ontvangers zijn aangegeven. Op de risicokaart staan gegevens die met risico te maken hebben, zoals risicoveroorzakende bedrijven (inrichtingen) die gevaarlijke stoffen gebruiken, produceren of opslaan en ook het vervoer/transport van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen zijn in dit geval stoffen die een schadelijke invloedhebben op de gezondheid en het milieu. Met behulp van de professionele risicokaart is het plangebied getoetst. Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een risicovolle activiteit binnen een inrichting. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over wegen. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een transportroute voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
figuur 4.3
uitsnede plangebied risicokaart (bron: Prevent)
Beleidsvisie Externe Veiligheid De gemeente Bergen heeft een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. De ontwikkeling is getoetst aan het gemeentelijk geldende beleid ten aanzien van externe veiligheid en vormt geen belemmering. Clusteren van risicovolle activiteiten Het plan is niet in strijd met het externe veiligheidsbeleid van de provincie Noord-Holland ten aanzien van het clusteren van risicovolle activiteiten. Advies veiligheidsregio Noord-Holland Noord Het plan bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord hoeft niet in de gelegenheid te worden gesteld advies te verstrekken ten aanzien van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 0
4.2
Water
Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.a.) voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het belangrijk om, waar mogelijk, te werken volgens de volgende principes: 1. afkoppelen van schoon hemelwater zodat dit niet in het vuilwaterriool komt en waardoor het vuile water geconcentreerder wordt waardoor verwerking ervan beter verlopen kan; 2. opvangen en vasthouden van gebiedseigen water. Dit door middel van infiltratie in de bodem in het plangebied (als dat kan) of anders infiltratie in de omgeving en / of het 'getrapt' afvoeren via opvangbekkens naar het oppervlaktewater; 3. goed zorgen voor (de mogelijkheden voor) waterinfrastructuur zoals dijken langs de kust, rivieren en andere waterwegen. Op landsniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt. Denk aan de Waterwet uit 2009, het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Overleg hoogheemraadschap Op 12 april 2017 heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De besproken punten en afspraken zijn hieronder vermeld. Peilen Het huidige maaiveld ligt momenteel op ca. NAP 8,50 m.
Het peil van het grondwater fluctueert tussen NAP 5,00 – 5,50 meter. De toekomstige maaiveldpeilen t.p.v. de 14 woningen variëren van NAP 9,50 tot 13,0 m. Hierdoor zal een aanzienlijke hoeveelheid grond worden aangevoerd om het huidige maaiveld op te hogen. Aangezien souterrains worden aangelegd is nog niet duidelijk op welke niveau de vloerpeilen worden aangelegd. De vloerpeilen van de 20 CPO woningen komt op ca. NAP +9,00 m te liggen. De kelder van de sporthal komt op ca. NAP 6,30 meter te liggen. Zowel vloerpeilen van de parkeerkelder, 12 woningen en 22 grondgebonden woningen komen ruim boven het grondwater te liggen, waardoor de aanleg van drainage niet noodzakelijk is i.v.m. de ontwatering onder de woningen/sporthal. Riolering en drainage In het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel toegepast. Het vuilwater wordt via een te realiseren DWA riool aangesloten op de bestaande riolering in de Watertorenweg. Momenteel wordt het hemelwater t.p.v. de huidige woningen aan de Watertorenweg geïnfiltreerd in de bodem. Voor de toekomstige woningen zal een nader uit te werken infiltratievoorzieningen worden aangebracht om het hemelwater tijdelijk vast te houden, te bergen en af te voeren. Als vasthouden en bergen niet afdoende werkt, dan wordt pas tot afvoer gekomen. In de huidige wijk t.p.v. de Logger komt bij hevige regen ca.
750 m3 hemelwater via de Logger en de Watertorenweg naar beneden. Momenteel wordt dit water via het huidige parkeerplaats middels zinkputten afgevoerd. Bij de toekomstige ontwikkeling zal het hemelwater op een andere wijze worden afgevoerd. Deels zal dat via het oppervlakte van de Watertorenweg worden afgevoerd en deels zal dit via ondergrondse voorzieningen worden opgelost. Als uitgangspunt is besproken dat hier conform de huidige klimaatgegevens haalbaar is om een bui van T=100 (73 mm in 24 uur) te kunnen bergen en Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 1
infiltreren. De maximale hoeveelheid die afgevoerd mag worden is 8 m3 /min/100 ha. In overleg met de gemeente wordt een geohydrologisch onderzoek en rioleringsplan opgesteld om waterproblemen in de toekomst te voorkomen. Aangezien het plangebied niet grenst aan bestaande woningen worden geen problemen verwacht met afwatering van bestaande kavels. Watercompensatie Het perceel is ongeveer 1,5 hectare groot. In de huidige situatie is het terrein grotendeels verhard. In de nieuwe situatie wordt het gebied, mede door de invulling van een nieuw duinlandschap niet meer volledig verhard. Watercompensatie is dus niet nodig. Waterkering Deze ontwikkeling bevindt zich niet binnen de beschermingszone voor een waterstaatswerk. Advies hoogheemraadschap Het hoogheemraadschap heeft per mail op 9 mei aangegeven dat zij kan instemmen met deze ontwikkeling. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Parkeren Om het beoogde duinlandschap te realiseren is het essentieel het parkeren op een passende manier in te voegen. Bewoners hebben graag één – of liefst meerdere parkeerplaatsen voor de deur. Daarnaast heeft de sporthal behoefte aan een groot aantal parkeerplaatsen op de locatie. Deze zullen niet altijd bezet zijn, maar vragen toch een oppervlak dat snel dominant wordt in de omgeving. De parkeervoorziening voor de sporthal wordt in een ondergrondse parkeergarage opgenomen. Dit zorgt (ook richting de toekomst) voor de meest duurzame oplossing. Voor de woningen zijn plaatselijk parkeerplekken op maaiveld voorzien. Bij de woningen aan de noordzijde van de kavel, zijn plekken voorzien bij de woningen, eventueel als optie in ondergrondse parkeerplaatsen in de woning zelf en twee pockets die uit het landschap zijn weggesneden. Parkeerbehoefte Op 22 oktober 2020 is de Nota Parkeernormen vastgesteld door de gemeenteraad van Bergen. De nota is op 23 november 2020 gepubliceerd. Aan de hand van deze parkeernormen is de parkeerbehoefte berekend (Egmond aan zee, rest bebouwde kom). De parkeerbehoefte is samengevat in tabel 4.1.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 2
tabel 4.1 parkeerbehoefte
Parkeeraanbod Sporthal De parkeerbehoefte voor de sporthal bedraagt (afgerond) 79 parkeerplaatsen. De parkeergelegenheid voor de sporthal wordt voorzien in een ondergrondse parkeergarage, waar ruimte is voor 80 parkeerplaatsen. Daarnaast wordt ten aanzien van het fietsparkeren bij de sporthal voorzien in 106 fietsnietjes. Tot slot worden aan de westzijde van de sporthal 2 miva-parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de parkeerbehoefte voor de sporthal wordt voldaan. Woningen Voor de verandawoningen geldt een parkeernorm van 2,2 per woning. In totaal zijn 27 (afgerond) parkeerplaatsen benodigd. Ter plaatse van de verandawoningen worden 25 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor de 7 rijwoningen geldt een parkeernorm van 2,0. Voor de 15 CPO woningen geldt dezelfde norm als bij de 7 rijwoningen. In totaal dienen voor deze woningen 44 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden (22 x 2,0 = 44). De parkeerplaatsen voor de bewoners en bezoekers worden gerealiseerd in het openbaar gebied aan de zuidzijde van de projectlocatie. In totaal wordt hier voorzien in 37 parkeerplaatsen. In onderstaande tabel is de totale parkeerbehoefte afgezet tegen het totale parkeeraanbod.
tabel 4.2 Parkeerbalans ongewogen
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 3
figuur 4.4: impressie verkaveling inclusief parkeren
Parkeerregime/dubbelgebruik De parkeergarage onder de sporthal en het te realiseren openbaar gebied wordt betaald parkeren, gelijk aan de huidige situatie in het gebied en omgeving. Hierdoor kunnen huidige bewoners op basis van hun huidige parkeervergunning ook gebruik maken van de parkeergarage. Dit geldt natuurlijk ook voor de toekomstige bewoners. Vanuit de parkeergarage komt een loopverbinding richting de rijwoningen aan de zuidkant van de sporthal. Er is dus sprake van deels dubbelgebruik van de sporthal: op het moment dat de sporthal niet gebruikt wordt voor evenementen, kunnen omwonenden hier parkeren. Zonder dubbelgebruik zijn op de momenten in de ochtend, middag en nacht veel parkeerplaatsen in de garage immers onbenut. Door gebruik te maken van de aanwezigheidspercentages van het C.R.O.W. wordt Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 4
inzichtelijk wat het maatgevende moment is voor de parkeerbehoefte. Dit is in tabel 4.3 uitgewerkt.
tabel 4.3: parkeerbalans o.b.v. aanwezigheidspercentages en dubbelgebruik
De aanwezigheidspercentages van het C.R.O.W. (publicatie 381) geven aan dat voor woningen het maatgevende moment ligt in de avondperiode (90%) en in de nachtperiode (100%). De piek voor een sporthal ligt in de avondperiode (100%). In de nacht zijn er geen activiteiten in de sporthal en is het aanwezigheidspercentage 0%. Dan zijn er dus meer dan voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Het maatgevende moment voor de sporthal én de woningen is de avondperiode. Op basis van de tabel is er dan een behoefte aan 135 parkeerplaatsen. Het aanbod is 142 parkeerplaatsen en er kan daarmee worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Op alle andere momenten gedurende de week is er een ruim overschot aan parkeerplaatsen. Bezettingsgraad/parkeeronderzoek Bovendien blijkt uit onderzoek (zie bijlage 3) dat de huidige bezettingsgraad van de bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte langs de Bomschuit zeer laag is: op het maatgevend moment zijn 12 parkeerplaatsen van de 54 parkeerplaatsen langs de Bomschuit (22%) bezet. Dat is inclusief de 20 parkeerplaatsen bij het parkeerterrein. Zonder deze parkeerplaatsen komt de bezettingsgraad uit op 35%. Er is dus voldoende restcapaciteit aanwezig in de huidige situatie. Verder is dubbelgebruik in de parkeergarage mogelijk waardoor er voldoende parkeerplaatsen in het gebied aanwezig zijn om te voorzien in de parkeerbehoefte.
Voorwaardelijke verplichting parkeren In de regels van dit bestemmingsplan is bovendien een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van parkeren opgenomen. Zo kan een omgevingsvergunning voor de bouw van de sporthal of de bouw van de woningen slechts verleend worden indien aangetoond is dat er in voldoende parkeerplaatsen (en fietsparkeerplaatsen) wordt voorzien. De voorwaardelijke verplichting is mede opgenomen omdat het (nog) onduidelijk is wanneer de CPO woningen gerealiseerd worden. Verkeersgeneratie In het nieuwe plan worden woningen toegevoegd aan de (nu al bestaande) sporthal. Deze woningen zorgen voor extra verkeersbewegingen. Met behulp van de rekentool van de CROW (kencijfers publicatie 317) is de verkeersgeneratie berekend, dit is in onderstaande tabel weergegeven. De rekentool is ingesteld op gemeente Bergen, rest bebouwde kom.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 5
tabel 4.4 verkeersgeneratie
De sporthal is reeds aanwezig in de huidige situatie. Deze wordt enkel herbouwd op een andere locatie binnen het projectgebied. De toename in verkeersgeneratie komt daardoor uit op 268 mvt/etmaal op een maatgevende openingsdag (170 + 98 = 268). Ontsluiting Om toegankelijkheid van het perceel te garanderen, hoeven er maar een minimaal aantal ingrepen gedaan te worden. Er zal voornamelijk gebruik worden gemaakt van het huidige wegnetwerk. Deze kan de geringe toename van het verkeer goed verwerken. Zo zal de huidige aanrijroute naar de sporthal ook de toegangsroute voor de nieuwe sporthal worden. Voor de verandawoningen aan de noordzijde zal iets verder op de Watertorenweg een eigen ontsluiting worden gerealiseerd. De CPO en de geschakelde woningen worden ontsloten via de bestaande Bomschuit. Vanuit het plangebied worden diverse informele (loop)routes richting het toekomstige duinlandschap gerealiseerd. Gelet op de geringe toename van de verkeersintensiteiten als gevolg van de woningbouw en de breedte van de wegen als ook het huidige gebruik ervan in aanmerking genomen, is het niet waarschijnlijk dat onder normale omstandigheden de verkeersafwikkeling in en rond het plangebied zal leiden tot verkeersopstoppingen.
Conclusie Er wordt voldoende voorzien in de parkeerbehoefte en de locatie is passend ontsloten zodat de extra verkeersgeneratie die het plan met zich meebrengt verwerkt kan worden.
4.4
Ecologie
Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. 4.4.1 Beleid en normstelling 4.4.1.1 Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. Daarnaast kan de provincie ervoor kiezen om een gebied aan te wijzen als bijzonder nationaal natuurgebied- of landschap of als Nationaal Natuurnetwerk (NNN). Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort.
4.4.1.2 Nationaal Natuurnetwerk De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In 2013 veranderde de naam van Ecologische Hoofdstructuur naar Nationaal Natuurnetwerk (NNN). NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in of in de nabijheid van het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 6
4.4.2 Inventarisatie flora en fauna De gemeente Bergen heeft opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar (beschermde) flora, broedvogels, Rugstreeppad, Zandhagedis en vleermuizen. De projectlocatie maakt onderdeel uit van de drie gebieden ten westen van Egmond aan den Hoef. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april - oktober 2016 en het rapport is op 25 oktober 2016 opgeleverd. De inventarisatie is bijgevoegd in de bijlagen en de resultaten worden in deze paragraaf beschreven. Op de projectlocatie zijn overvliegende gewone dwergvleermuizen, duinflora (aanwezig in het noordelijke deel van de projectlocatie), het territorium van een fitis en het territorium van een kauw geconstateerd. Voor de aanwezige foeragerende vleermuizen in het projectgebied wordt over het algemeen geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat de aangetroffen foerageergebieden slechts een klein deel uitmaken van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Bij een eventueel nest van de fitis of de kauw dienen de werkzaamheden waarbij deze eventuele nesten verstoord of vernield kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing voor deze broedvogels is dan niet nodig.
In het noordelijke deel van de projectlocatie ligt tegen de duinen een strook met zeer typische duinflora die kan worden aangemerkt als habitattype. Beïnvloeding van deze vegetatie is mogelijk vergunningplichtig in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Conclusie Indien er een nest van de fitis of de kauw aanwezig is, zullen de werkzaamheden waarbij deze eventuele nesten verstoord of vernield kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats vinden. Een ontheffing voor deze broedvogels is niet noodzakelijk. Zoals benoemd wordt voor de aanwezige foeragerende vleermuizen in het projectgebied over het algemeen geen negatief effect verwacht van de ingreep. Ook in en rond de onderzochte sporthal die deel uitmaakt van het plangebied, werd geen activiteit waargenomen die duidt op mogelijk verblijf van vleermuizen in dit gebouw. In 2020 heeft een update plaatsgevonden van het oorspronkelijke ecologische veldonderzoek (bijlage 5). De resultaten en conclusies uit het eerder uitgevoerde ecologisch veldonderzoek zijn nog steeds actueel. Het bestemmingsplan is in het kader van soortenbescherming uitvoerbaar. In het kader van de feitelijke realisatie van het plan wordt nog een nader onderzoek naar de rugstreeppad en zandhagedis uitgevoerd om de compenserende maatregelen hiervoor te bepalen.
Ook wordt als voorbereiding op het slopen van de bestaande opstallen en bouwen van de woningen (het feitelijk werken in of nabij het Natura 2000-gebied) een vergunning aangevraagd.
4.4.3 Gebiedsbescherming Ecogroen heeft in december 2016 een natuurtoets uitgevoerd voor de beoogde ontwikkelingen op het Watertorenterrein in Egmond aan Zee. De bestaande sporthal wordt gesloopt om hier een nieuwe sporthal en woningen te realiseren. Natuurwetgeving en –beleid verplichten vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen of activiteiten conflicteren met beschermde natuurwaarden. In dit onderzoek, dat terug te vinden is als bijlage, vindt toetsing plaats aan de gebiedsgerichte natuurbescherming (Natura 2000) en de ruimtelijke bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natuurnetwerk Nederland Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 7
Op basis de huidige begrenzing van het plangebied is er overlap met het NNN. Het betreft een smalle strook aan de oostzijde van het plangebied dat tot het natuurgebied Noordhollands Duinreservaat behoort. Vooralsnog gaat men er vanuit dat er géén ontwikkelingen en activiteiten plaatsvinden in het deel dat als natuur is bestemd. Indien een bestemmingsplanwijziging nodig is voor ontwikkelingen in het als NNN begrensde deel met de bestemming natuur, is een nadere beoordeling aan het NNN-beleid noodzakelijk. Het NNN in Noord-Holland hanteert geen ‘externe werking’, zodat effecten van ontwikkelingen buiten het NNN niet hoeven te worden getoetst. De afwegingen die in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden gemaakt brengen echter ook met zich dat de gevolgen van het plan niet onaanvaardbaar voor de omgeving moeten zijn. Op grond van dit beginsel moet wel worden onderzocht en onderbouwd of er door activiteiten die plaatsvinden buiten het NNN geen schadelijke effecten optreden m.b.t. het NNN. Dit wordt ook wel de indirecte externe werking genoemd. Deze externe werking is verder uitgezocht bij toetsing van de Natura 2000 gebieden. Natura 2000 Het plangebied grenst aan de noordzijde direct aan het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. De noordoostelijke hoek van het plangebied ligt binnen het Natura 2000-gebied.
Het Natura 2000-gebied is voor 18 habitattypen en de habitatsoort Nauwe Korfslak aangewezen. Het plan kan een toename van stikstofdepositie als gevolg hebben. Overige effecten zijn niet aan de orde. Om de gevolgen van het bestemmingsplan voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen is door IDDS in 2020 een nieuw onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6 en 7). Er is eerst een stikstofdepositieberekening (inclusief verschilberekening) uitgevoerd en daarna in een afzonderlijke rapportage een ecologische onderzoek naar stikstofdepositie. De conclusies uit dit laatste rapport is hieronder weergegeven. Als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase van de voorgenomen realisatie van de sporthal en woningen is er sprake van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. De depositietoename tijdens de aanlegfase zorgt voor een tijdelijke toename van stikstofdepositie wat mogelijk zorgt voor een aantasting van natuurlijke kenmerken van stikstofgevoelige habitattypen binnen een straal van 1,5 km rondom het projectgebied.
Ondanks deze (worst-case) toename van stikstofdepositie kan met zekerheid (significant) negatieve effecten ten gevolge van de tijdelijke deposities worden uitgesloten voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied en de voor dit gebied gestelde instandhoudingsdoelstellingen. Door het duurzaam en gasloos bouwen van de nieuwe sporthal en de woningen neemt de stikstofdepositie af ten opzichte van de huidige situatie. Hoewel er tijdens de aanlegfase sprake is van een tijdelijke depositietoename, zorgt het project tijdens de gebruiksfase voor een permanente afname (na intern salderen) van de stikstofdepositie rondom Egmond aan Zee. Per saldo is daarmee sprake van een positief effect op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden voor het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. Momenteel bestaat er geen vastgesteld beleid ten aanzien van stikstofdeposities als gevolg van ruimtelijke ingrepen waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen. Omdat er uit het ecologische onderzoek blijkt dat significant negatieve effecten zijn uitgesloten kan geconcludeerd worden dat er voor dit project een vergunningplicht geldt en dat deze vergunning verleend kan worden. Significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.
Het bestemmingsplan voldoet aan de eisen zoals vastgelegd in, en is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 8
4.5
Archeologie
Het Verdrag van Valletta was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 werd vervangen door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. In het proces van ruimtelijke ordening moet tijdig rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor de overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke plannen. Tijdens de voorbereiding van deze plannen is (vroeg)tijdig archeologisch (voor)onderzoek belangrijk. De keuze voor een andere bouwlocatie voorkomt de verstoring van belangrijke bodemvondsten. Als dit geen optie is, bestaat de mogelijkheid om binnen de bouwlocatie zelf naar een archeologievriendelijke aanpak te streven. In het uiterste geval wordt een archeologische opgraving uitgevoerd. Archeologisch onderzoek In mei 2016 is door Hollandia b.v.
in opdracht van de gemeente Bergen (NH) een inventariserend veldonderzoek in de vorm van grondboringen uitgevoerd binnen vijf deelgebieden te Egmond aan Zee, Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen in de gemeente Bergen. Het plangebied van dit bestemmingsplan is een van de vijf deelgebieden (te weten, deelgebied 2). Het rapport is als bijlage terug te vinden. Uit het vooronderzoek (bureau- en booronderzoek) blijkt dat de kans op archeologische resten in het plangebied groot is, daarom wordt een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door middel van proefsleuven. Mogelijk leidt dat onderzoek tot een opgraving. Vooralsnog is de dubbelbestemming Archeologie opgenomen in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan om de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen.
4.6
M.e.r.-beoordeling
In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Daarbij moet worden gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmerplichtig(bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 3 9
woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. Dit bestemmingsplan maakt slechts 34 nieuwe woningen mogelijk en is daarmee niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan – ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een “vormvrije” mer-beoordeling. Kenmerken van de projecten Het programma voor de herontwikkeling van dit gebied bestaat uit het vervangen van de bestaande sporthal door een nieuwe energieneutrale en duurzame sporthal. Daarnaast worden woningen in het gebied toegevoegd: 12 verandawoningen aan de noordzijde van de sporthal en 22 rijwoningen (waarvan 15 CPO woningen) aan de zuidkant van de nieuwe sporthal. Onder de sporthal wordt een parkeergarage gerealiseerd met 80 parkeerplaatsen. Plaats van de projecten Het plangebied ligt aan de Watertorenweg te Egmond aan Zee en bestaat uit de huidige sporthal, parkeerterrein en terrein van het voormalige zwembad.
Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de duinen, aan de oostzijde door het voetbalcomplex (dat getransformeerd gaat worden naar natuur), aan de zuidzijde door de woningen aan de Bomschuit en aan de westzijde door de woningen aan de Watertorenweg. Kenmerken van het potentiële effect Het project brengt een geringe verkeersaantrekkende werking met zich mee, door het toevoegen van woningen in dit gebied. Dit zorgt echter niet in betekenende mate voor een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. De overige milieuaspecten zijn ook onderzocht en ook hieruit kan de conclusie getrokken worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatief milieueffect oplevert. Tot slot is aandacht besteed aan de mogelijke significante effecten op het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. Als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase van de voorgenomen realisatie van de sporthal en woningen is er sprake van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. De depositietoename tijdens de aanlegfase zorgt voor een tijdelijke toename van stikstofdepositie wat mogelijk zorgt voor een aantasting van natuurlijke kenmerken van stikstofgevoelige habitattypen binnen een straal van 1,5 km rondom het projectgebied.
Ondanks deze (worst-case) toename van stikstofdepositie kan met zekerheid (significant) negatieve effecten ten gevolge van de tijdelijke deposities worden uitgesloten voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied en de voor dit gebied gestelde instandhoudingsdoelstellingen. Door het duurzaam en gasloos bouwen van de nieuwe sporthal en de woningen neemt de stikstofdepositie af ten opzichte van de huidige situatie. Hoewel er tijdens de aanlegfase sprake is van een tijdelijke depositietoename, zorgt het project tijdens de gebruiksfase voor een permanente afname (na intern salderen) van de stikstofdepositie rondom Egmond aan Zee. Per saldo is daarmee sprake van een positief effect op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden voor het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. Geconcludeerd wordt dat, gezien het feit dat geen significant negatieve milieueffecten te verwachten zijn, geen m.e.r.-beoordeling nodig is.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 4 0
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Inleiding
De regels en de plankaart vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een uitleg van de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende gedachten en onderzoeken die hebben geleid tot de gewenste ontwikkeling binnen het plangebied. Op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding met het Plan identificatie nummer NL.IMRO.0373.BPG08005watertoren- zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Groen', 'Natuur', 'Sport', 'Verkeer', 'Wonen' en 'Waarde - Archeologie' opgenomen.De bestemming wordt op de verbeelding zichtbaar gemaakt door middel van een kleur. Deze op de verbeelding ingetekende bestemming is gekoppeld aan een artikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze de gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de maatvoeringsaanduiding op de verbeelding met betrekking tot de maximale hoogte en naar de specifieke aanduidingen ' ondergrondse parkeergarage', 'maximum aantal wooneenheden' en 'groen - duingebied'.
5.2
Planopzet
Het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en uit de regels. Deze elementen zijn direct bindend en vormen o.a. de toetsingsgrond voor een aanvraag om omgevingsvergunning. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van de onderhavige toelichting, die niet bindend is. Bij het opstellen van de regels is rekening gehouden met de Wet ruimtelijke ordening. Om te voorkomen dat de planregels niet mogelijk maken wat achteraf gezien toch eigenlijk wel aanvaardbaar is bevat het bestemmingsplan de nodige flexibiliteit, zoals deze binnen de gemeente Bergen gehanteerd wordt. Denk hierbij aan de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders om 10% af te wijken van genoemde hoogtematen. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen 2012. Leeswijzer bestemmingsregels De bestemmingsregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. In de inleidende regels zijn in artikel 1 de definities van de verschillende in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen en in artikel 2 de wijze van meten. De wijze van meten geeft aan hoe de oppervlakte, inhoud, goothoogte, nokhoogte e.d. van een bouwwerk moet worden bepaald. Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Specifieke aandacht wordt gevraagd voor het begrip peil.
Omdat een nieuw glooiend duinlandschap gerealiseerd wordt, is het peil gekoppeld aan de hoogte ten opzichte van NAP. Dit is ook op de verbeelding aangegeven. Daarnaast wordt de bouwhoogte weergegeven, die gemeten wordt vanaf dit peil: in dit geval de bovenkant van de afgewerkte betonvloer ter plaatse van de voordeur. In onderstaande afbeelding is weergegeven wat het peil t.o.v. het NAP is (binnen rood kader) en vanaf welk punt de bouwhoogte gemeten wordt.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 4 1
Het tweede hoofdstuk bevat de bestemmingsregels voor 'Groen - Duin', 'Natuur', 'Sport', 'Verkeer', 'Wonen' en 'Waarde - Archeologie'. In deze regels zijn het toelaatbare gebruik van gronden en bouwwerken aangegeven (doeleindenomschrijving) en zijn diverse bepalingen inzake het bouwen opgenomen. Middels een bouwvlak wordt aangegeven waar de hoofdbebouwing zich mag bevinden. Er zijn diverse specifieke aanduidingen opgenomen voor de bestemmingen. Om de ruimtelijke kwaliteit in het gebied voor de gebouwen te kunnen waarborgen, moet voldaan worden aan de kwaliteitscriteria voor stedenbouw en architectuur zoals opgenomen in de Ambitienota Watertorenterrein die als bijlage bij de regels is gevoegd. Het derde hoofdstuk bevat algemene regels die gelden voor alle in het plangebied voorkomende bestemmingen. De antidubbeltelregel (artikel 9) is opgenomen conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 10 zijn de voor het plan geldende algemene bouwregels opgenomen. Deze bepalingen gelden voor alle in het plan opgenomen bestemmingen. De artikelen 11 t/m 14 bevatten algemene afwijkings-, wijzigings- en overige regels. In de overige regels worden de voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van parkeren en kwaliteitscriteria voor de openbare ruimte en landschap beschreven. In het vierde hoofdstuk zijn de overgangs- en slotregels opgenomen.
In dit hoofdstuk is onder andere bepaald hoe om te gaan met het gebruik en het bouwen voor thans nog aanwezige functies die niet in overeenstemming zijn met het plan. Deze regels volgen uit de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In de slotbepaling is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald: het bestemmingsplan Watertorengebied.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 4 2
Hoofdstuk 6 uitvoerbaarheid 6.1
Economische en maatschappelijke
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het plan. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van plankosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van afdeling '6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan besloten worden geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. In voorliggend plan is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar van de gronden, waardoor de grondexploitatiekosten anderszins verzekerd is.
6.2
Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Bestuurlijk vooroverleg artikel 3.1.1 Het concept bestemmingsplan is toegezonden aan diverse bestuurlijke partners, waaronder de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De volgende instanties hebben gereageerd. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 9 mei 2017 Het hoogheemraadschap kan in principe instemmen met dit plan. Wel blijven zij graag op de hoogte en zien zij dat de afspraken met betrekking tot hemelwaterinfiltratie een plek krijgt binnen dit bestemmingsplan. Dit is verwerkt in paragraaf 4.2. Provincie Noord-Holland, 23 mei 2017 De provincie heeft in haar reactie aangegeven dat enkele beleidsaspecten vanuit de provinciale verordening niet volledig opgenomen waren. Het betreft hier dan o.a. de artikelen ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, de ruimtelijke kwaliteit en aardkundig monument. Deze aspecten zijn inmiddels in paragraaf 3.2 verwerkt en waar nodig nader gemotiveerd. PWN, 2 mei 2017 Het waterleidingbedrijf heeft een opmerking gemaakt ten aanzien van nieuwe grens van het woningbouwplan met het (deels nieuwe) natuurgebied. Zij vragen om een goede afscheiding. Een afscheiding wordt niet in dit bouwplan meegenomen. PWN zal na gereedkoming bouw zelf zorgen voor een eventuele afscheiding.
Natuurmonumenten, 18 april 2017 Natuurmonumenten verwacht geen effecten van de bouw van dit plan op haar natuurgebieden binnen de gemeente Bergen.
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 4 3
Het concept bestemmingsplan van het vorige bestemmingsplan uit 2018 is in het bestuurlijk vooroverleg gebracht. Vervolgens heeft het vorige bestemmingsplan als ontwerp ter visie gelegen. Het onderhavige nieuwe bestemmingsplan is grotendeels ongewijzigd gebleven en wordt derhalve direct ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. De ingekomen zienswijzen in het kader van het bestemmingsplan uit 2017 zijn vervat in een Nota van zienswijzen (bijlage 9).
Mees Ruimte & Milieu | Watertorengebied
Pagina | 4 4