CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 1.1 11-01-2022 BP Dorp en Duin (voorheen Veegplan) 2022 - Toelichting Inclusief Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 10: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Dorp en Duin (woningbouwlocaties Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen)29.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In het COROP-gebied Alkmaar en omgeving is in 2021 een woningtekort geschat van 3.190 woningen (2,8%). Deze loopt de komende jaren op naar 3.940 woningen in 2025 (3,3%). Na 2015 wordt het tekort naar verwachting ingelopen tot een tekort van 1.810 woningen (1,4%).

In de MRA is het woningtekort in 2021 geschat op 64.730 woningen (5,5%). Deze loopt in de komende jaren op tot 70.140 in 2025 (5,7%). In 2030 is het geschatte woningtekort 52.670 woningen (3,9%). De regio Almaar is één van de overloopgebieden van de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|31 Het Woonakkoord Regio Alkmaar 2021-2025 geeft aan dat er gebouwd moet worden in alle segmenten, waarbij afspraken gemaakt moeten worden over het gewenste aandeel woningen in de betaalbare categorieën. In de woningbouwafspraken en programmering van regio Alkmaar is voor Bergen voor de korte en lange termijn een vraag naar appartementen (huur) en rijwoningen (huur en koop). Ouderen geven de voorkeur voor gelijkvloerse woningen en starters voor een betaalbare woning. Gezinnen geven de voorkeur voor een rijwoning in de koopsector. Op basis van het gesteld in de ladderonderbouwing kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost zijn in de woningbouwafspraken van de regio Alkmaar regionaal afgestemd en maken onderdeel uit van de regionale programmering. Gesteld kan worden dat het planvoornemen voldoet aan het gestelde in artikel 5a van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Zie hiertoe ook hoofdstuk 4.1, paragraaf Ladder voor duurzame verstedelijking. Artikel 8 Aardkundige waarden De locatie Egmond aan den Hoef Oost is aangewezen als aardkundig waardevol gebied. In de toelichting van een bestemmingsplan moet worden aangegeven in hoeverre rekening is gehouden met de in het gebied voorkomende bijzondere aardkundige waarde.

In de PRV is heeft plangebied de aanduiding “Aardkundig waardevol gebied”. Het gebied is echter niet aangewezen als Aardkundig monument. In artikel 8 van de PRV is aangegeven dat onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 6 van de Provinciale Milieuverordening in de toelichting van een bestemmingsplan wordt aangegeven in hoeverre rekening is gehouden met de in het gebied, zoals aangegeven op kaart 10 en op de digitale verbeelding ervan, voorkomende bijzondere aardkundige waarden zoals beschreven in het bijlage-rapport Actualisatie Intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden (vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 12 januari 2004, nr. 47A). In het in het bijlage-rapport Actualisatie Intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden is het volgende opgenomen voor het gebied:

Uitsnede Provinciale Ruimtelijke Verordening (thema: aardkunde) NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|32 47 A. Bovenpolder, Visserijmolenpolder, Alkmaar – Egmond Gebiedsinformatie Gebiedsnaam: Bovenpolder, Visserijmolenpolder, Alkmaar – Egmond Gebiedsnummer(s): 47 A Fenomeen: voormalig meer met delta-afzettingen Oppervlakte: 17,5 km2 Gemeente(n): Egmond, Bergen, Alkmaar Waterschap(pen): Het Lange Rond Huidig landgebruik: Weide Fenomeen - Gebiedsbeschrijving Het voormalige meer met enkele eilanden is nog te herkennen aan het huidige verkavelingpatroon en de richting van de sloten. Getijdeafzettingen zijn bedekt door afzettingen uit het meer en deltaafzettingen (Oer-IJ-invloed). Later zijn er nog afzettingen van het Zijpe over afgezet. - Relatie met bodem, hydrologie en ecologie In het gebied komen kalkrijke eerd- en vaaggronden voor. De hydrologische situatie wordt gekenmerkt door zoete kwel. Er treedt verzoeting in het gebied op. In verband met het huidige landgebruik is de oorspronkelijke vegetatie geheel verdwenen. Fysisch geografisch bestaat het gebied uit de eenheden strandvlakte met mariene afzettingen en vervlakte duinen. - Actieve processen Geen. Waardering Soortgelijke gebieden komen divers in Nederland voor, het gebied is dan ook matig zeldzaam. Er is een sterke genetische en ruimtelijke interne samenhang. Het fenomeen bestaat uit verscheidene, kenmerkende, tamelijk gave vormen. Het heeft geen educatieve, maar wel wetenschappelijke waarde.

Het fenomeen is belangrijk voor de reconstructie van de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Het geheel heeft een provinciale waardering. Bedreigingen Zie voor de omvang en locatie van de bedreigingen de kaart van het gebied (red. deze kaart ontbreekt in het bijlage-rapport Actualisatie Intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden). Aantastingen Een gedeelte van het gebied is vergraven. Verder zijn een golfbaan, een militair vliegveld, een sportveld en een nieuwe weg actuele aantastingen van het gebied. Bescherming - Praktijk Het gebied mag niet verder vergraven worden. Ruilverkaveling moet niet worden toegestaan. In principe zijn groot- en kleinschalige ingrepen en intensieve veehouderij niet toegestane activiteiten. Overige informatie en opmerkingen Via diverse (soms doodlopende) wegen en dijkjes is de bereikbaarheid van het gebied redelijk. NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|33 Toetsing aan beleid aardkundige waarden Bij de gebiedsbeschrijving uit 2004 wordt het huidige verkavelingspatroon en de richting van sloten genoemd. In het nieuwe ruimtelijke plan zijn juist het verkavelingspatroon en het patroon van sloten en watergangen de basis voor het ontwerp. Deze hoofdrichtingen blijven dus in stand en herkenbaar. De onderliggende bodem en de hydrologische situatie blijft in stand. In overleg met het hoogheemraadschap is een hydorlogische oplossing op maat ontworpen, waarin juist meer ruimte is voor water en waterberging voor een duurzame waterhuishouding. Daarnaast is in dit ruimtelijk plan een deel van een mogelijke nieuwe boezemverbinding tussen de Oude Vaart en de Hoevervaart opgenomen, die de hydrologische situatie in de gehele polder kan verbeteren. Bij de gebiedsbeschrijving is bij het onderdeel ecologie aangegeven dat in verband met het huidige landgebruik de oorspronkelijke vegetatie geheel is verdwenen. Dit geldt ook voor het plangebied dat momenteel volledig en intensief in gebruik is voor landbouw. Bij het nieuwe ruimtelijke plan wordt juist ingezet op het verbeteren van de ecologische situatie door onder andere het toevoegen van nieuwe bij het landschap passende beplantingen, de aanleg van natuurvriendelijke oevers, het planten van veel extra bomen en natuurinclusief bouwen.

Geconcludeerd kan worden dat door dit ruimtelijk plan het huidige verkavelings- en slotenpatroon behouden blijft en er geen ingrijpende aanpassingen in de bodemsoorten plaats vinden. Het ruimtelijk plan zorgt juist voor een positieve bijdrage aan de hydrologische situatie in het poldergebied en aan een versterking van de ecologische situatie. Artikel 15 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied In artikel 15 worden eisen gesteld ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied: 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. Rekening wordt gehouden met: i. De ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, en; ii. De ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke structuren, en; b. Hierbij wordt betrokken: i. De kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes, en; ii. De ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, en; iii. De ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren. 3.

De toelichting van een bestemmingsplan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 4. Gedeputeerde Staten kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) om advies vragen over ontwikkelingen die een grote impact kunnen hebben op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden of indien wordt afgeweken van de ontwikkelprincipes als bedoeld in het tweede lid onder a.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|34 De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is reeds nader behandeld in de voorgaande paragraaf. Voor de beide locaties Egmond Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost zijn aparte rapportage opgesteld waarin de ruimtelijke en landschappelijke inpassing uitgebreid is onderbouwd en getoetst aan de ambities en ontwerpprincipes uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (bijlage, “Ruimtelijke inpassing Egmond Binnen Zuid” en “Ruimtelijke inpassing Egmond aan den Hoef Oost, Ordito BV). Uit de opgestelde rapportages kan geconcludeerd worden dat de planvoornemens in lijn zijn met de ambities en ontwikkelprincipes uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De ruimtelijke uitgangspunten, afgestemd met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, zijn vastgelegd in dit bestemmingsplan. Met name het behoud van de landschappelijke hoofdstructuur, het bestaande en nieuwe watersysteem en de nieuwe in het landschap passende hoofdgroenstructuur zijn door het opnemen van passende bestemmingen als Groen en Water juridisch geborgd. Het planvoornemen voldoet daarmee aan het gestelde in artikel 15 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Artikel 26b Bollenteelt In artikel 26b van de Provinciale Ruimtelijke Verordening staat het volgende: 1.

Een bestemmingsplan bevat uitsluitend bestemmingen of regels die voorzien in het mogelijk maken van grondbewerkingen als bezanden, omzetten en opspuiten ten behoeve van permanente bollenteelt, indien de betrokken gronden zijn gelegen in bollenconcentratiegebied, zoals aangegeven op kaart 7 en op de digitale verbeelding ervan. 2. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op bollenconcentratiegebied maakt de vestiging van een nieuw bollenteeltbedrijf voor permanente bollenteelt of de uitbreiding van een bestaand bollenteeltbedrijf in dit gebied niet onmogelijk. 3. Gedeputeerde staten kunnen, gehoord de desbetreffende commissie van provinciale staten, de begrenzing van bollenconcentratiegebied, zoals aangegeven op kaart 7 en de verbeelding ervan, wijzigen. Het gehele plangebied Egmond Binnen Zuid en het noordelijk deel van de locatie Egmond aan den Hoef Oost is aangewezen als onderdeel van het bollenconcentratiegebied.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|35

Uitsnede Provinciale Ruimtelijke Verordening (thema: landbouwclusters), gearceerde gebieden bollenconcentratiegebied rondom Egmond aan den Hoef

Uitsnede Provinciale Ruimtelijke Verordening (thema: landbouwclusters), gearceerde gebieden bollenconcentratiegebied rondom Egmond Binnen NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|36 In de PRV hebben onderdelen van het plangebied de aanduiding ‘Bollenconcentratiegebied’. Binnen dit gebied is op grond van artikel 26b, tweede lid, van de PRV niet toegestaan dat een bestemmingsplan de vestiging of uitbreiding van een bollenteeltbedrijf onmogelijk maakt. Het bestemmingsplan is niet strijdig met deze bepaling uit de PRV. De locatie Egmond aan den Hoef Noord blijft de bestemming ‘Agrarisch’ behouden en reeds daarmee zijn eventuele uitbreidingsmogelijkheden niet onmogelijk gemaakt. De locatie Egmond aan den Hoef Noord biedt namelijk nog mogelijkheden tot verdere uitbreiding van permanente bollenteelt omdat niet alle gronden worden gebruikt voor de permanenten bollenteelt. Tevens wordt met het bestemmingsplan permanente bollengrond gecompenseerd buiten het plangebied. De gemeente draagt zorg voor compensatie van het verlies aan bollenconcentratiegebied ter plaatse van de locaties Egmond aan den Hoef Oost (ca. 4,5 ha) en Egmond Binnen Zuid (ca. 3,6 ha). De ontwikkelaar is verplicht gronden geschikt te maken voor de permanente bollenteelt voordat een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. Tevens is deze compensatieverplichting ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst. De compensatie vindt plaats binnen het bollenconcentratiegebied op gronden die nog niet geschikt zijn voor permanente bollenteelt.

Voor deze compensatie is geen planologische wijziging vereist omdat agrarische bestemmingen binnen de gemeentegrenzen ook permanente bollenteelt toestaan, mits de locatie is gelegen binnen het bollenconcentratiegebied. Met dit plan ontstaat een verplichting tot het geschikt maken van 8,1 hectare voor de permanente bollenteelt. De ontwikkelaar heeft zowel een planologische verplichting, als een contractrechtelijke verplichting tot het compenseren van gronden geschikt voor de bollenteelt. Daarmee is de compensatie voldoende geborgd en bestaat geen strijdigheid met de PRV. Het plan maakt de vestiging van een nieuw bollenteeltbedrijf voor permanente bollenteelt of de uitbreiding van een bestaand bollenteeltbedrijf in dit gebied niet onmogelijk. Voor de huidige grond voor permanente bollenteelt die met het plan verdwijnt wordt een compensatieplicht buiten het plangebied in het leven geroepen. Artikel 33 Energie en duurzaam bouwen Tevens dienen bestemmingsplannen voor woningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonne-energie en biomassa.

In de paragraaf ‘Duurzaamheidsbeleid gemeente Bergen 2017-2020’ en paragraaf 5.4 ‘Duurzaamheid’ wordt hier nader op ingegaan. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|37

4.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Landelijk Gebied Gemeente Bergen De gemeente Bergen heeft op 9 december 2010 de Structuurvisie Landelijk Gebied vastgesteld. De structuurvisie beschrijft de gewenste ontwikkelingen van het gebied. Het is een visie voor een periode van in beginsel tien jaar; een leidraad die richting geeft aan het eigen gemeentelijk handelen en helpt bij het maken van keuzes met de blik gericht op de toekomst. Het plangebied ligt binnen het deelgebied ‘Binnenduinrand Zuid’. Hiervoor is het volgende streefbeeld opgenomen. Het accent in de visie op de Binnenduinrand-Zuid ligt op herstel en versterking van het landschap, zodat een robuuste groene structuur wordt gerealiseerd. Binnen deze robuuste landschappelijke structuur kunnen verschillende functies worden opgenomen. Het streven is er daarom op gericht om met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen, recreatie en natuur de landschappelijke kwaliteit van dit deel van de binnenduinrand te versterken. De aanwezig dynamiek wordt zorgvuldig in goede banen geleid, zodat de landschappelijke kwaliteiten en de kwaliteiten van natuurontwikkeling (duinrellen, duinweiden) extensieve recreatie (wandelen, fietsen, ruitersport) optimaal kunnen worden benut en zodat een prettige en (verkeers)veilige woonomgeving ontstaat van een goede beeldkwaliteit met ruimte voor alle benodigde voorzieningen.

Vanaf Egmond aan den Hoef tot Egmond Binnen ligt het accent op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Aan de westzijde van de Herenweg wordt ingezet op het benutten van de potenties voor natuurontwikkeling, op een cultuurhistorisch verantwoorde wijze. Kleinschalige recreatieve voorzieningen blijven hier mogelijk. Ten oosten van de Herenweg blijft het accent liggen op de bollenteelt afgewisseld met kleinschalige weilanden. De Herenweg vormt een herkenbare schakel tussen de verschillende sferen. Randvoorwaarden vanuit landschap, natuur en cultuurhistorie Aspecten van ruimtelijke kwaliteiten: • Behoud en versterk de afwisselende ruimtelijke kwaliteit in de binnenduinrand (openheidbossen-agrarisch gebied-kleinschalige bebouwingsclusters-recreatie); • Behoud en versterk de natuurlijke gradiënt (duin-binnenduinrand-polder); • Behoud en versterk de aanwezige kleinschaligheid in beplanting, bebouwing en afwisseling van het bodemgebruik in de binnenduinrand; • Behoud de agrarische identiteit ten oosten van de Herenweg, waarbij bollen een belangrijke rol spelen.

Randvoorwaarden vanuit landschap/natuur/cultuurhistorie • Behoud en versterk het cultuurhistorische karakter van de doorgaande Herenweg met verschillende ligging ten opzichte van de duinrand; • Herenweg blijft de ontwikkelingsas en belangrijkste route, van waaraf zicht op de polders en duinen bestaat; • Versterk en herstel duinrellen en de toevoer van schoon kwelwater; • Verzacht de harde bebouwingsranden van de kernen Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen met kleinschalige bebouwingseenheden en forse beplanting; • Behoud en versterk de zichtlijnen op de Abdij en ruïne van Egmond. NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|38 Wonen Vanouds vormt de Binnenduinrand de zone waar het wonen was geconcentreerd. Deze zone vormt de relatief veilige strandwal tussen het water van de zee en het water uit de vroeger moerassige polders. De uitgangspunten uit de Structuurvisie Landelijk Gebied zijn doorvertaald in de Ruimtelijke inpassing per deellocatie. Vertrekpunt is om de woningbouw op natuurlijk wijze te verweven met het landschap. De uitbreidingen krijgen een dorpse en landelijke uitstraling met een link naar de bestaande dorpskern. In de Ruimtelijke inpassing is voldoende aandacht besteed aan de Structuurvisie Landelijk Gebied en hoe het planvoornemen zich daarmee verenigd. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met de Structuurvisie Landelijk Gebied. Structuurvisie Egmond aan den Hoef 2016 In 2016 heeft de gemeente Bergen de Structuurvisie Egmond aan den Hoef opgesteld. In deze structuurvisie wordt op integrale wijze aangegeven hoe de kern Egmond aan den Hoef zich kan ontwikkelen in de komende twintig jaar. Hierbij zijn een goede inpassing en groen landschapsbeeld, passend bij het karakter van het dorp, belangrijk. Voor het deelgebied Egmond aan den Hoef Oost is het volgende beleid opgenomen: Deelgebied 8 – Egmond aan den Hoef Oost De overgang tussen woonbebouwing en buitengebied aan de oostzijde van Egmond aan den Hoef is relatief hard.

In de toekomst streeft de gemeente naar het verzachten van deze randen door middel van een groene, landschappelijke afronding van de kern, waarbij het belangrijk is dat de relaties met het buitengebied blijven bestaan. Verzachten overgang dorp en landschap De essentie van woningbouwlocatie Egmond aan den Hoef Oost is niet om ‘woningen weg te zetten’, maar om een goede overgang te maken tussen dorp en landschap die nu nog ontbreekt. De huidige woonwijk maakt in stedenbouwkundig opzicht een harde stedelijke rand naar het landschap dat van zichzelf kaal en totaal open is. Het is daarmee ruimtelijk ook ‘te zwak’ om tegenwicht te bieden aan de bebouwingsrand. Ook de naastgelegen provinciale weg N512 domineert daardoor in beeld en geluid. Door het typische ‘binnenduinse bouwen’ als uitgangspunt te nemen, gebouwen met ruime groene voeten in een ‘kantwerk’ van lanen, bossages en open ruimten, moet er juist door te bouwen een landschappelijke reparatie optreden, een afronding van het dorp. Woningbouw als landschapsbouw. Daarvoor zijn ruime woningen met flinke kavels nodig en bijzondere groene korrels. Tegelijk is een tweede doelstelling om ruimte te bieden aan ruime en toch goedkopere grondgebonden woningen, waaronder sociale woningbouw. De uitgangspunten uit de Structuurvisie Egmond aan den Hoef zijn doorvertaald in de Ruimtelijke inpassing voor deze deellocatie.

In de Ruimtelijke inpassing is voldoende aandacht besteed aan de structuurvisie en hoe het planvoornemen zich daarmee verenigd. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met de Structuurvisie Egmond aan den Hoef. Omgevingsvisie gemeente Bergen (ontwerp juli 2021) De gemeente Bergen werkt aan een Omgevingsvisie. In de ontwerp Omgevingsvisie (juli 2021) is de volgende visie voor de diverse gebieden en kernen opgenomen:

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|39

Omgevingsvisie gemeente Bergen

Binnenduinrand De binnenduinrand is het gebied met gemengde functies; zowel in de bebouwing als in de groene functies. Naast woningen zijn er veel campings en huisjesterreinen te vinden. Een gebied waar naast veeteelt veel bollenteelt aanwezig is. Afwisseling is hier troef. De beleving van de verschillende landschappen naast elkaar is hier een kwaliteit. Het gebied biedt bij uitstek kansen voor versterking van zowel natuurwaarden als landschapsbeleving. De aanplant van loofbomen dient de biodiversiteit, legt CO2 vast en zorgt voor vermindering van hittestress. Deze aanplant kan samengaan met de verbetering van enkele dorpsranden die op dit moment minder fraai zijn. Ook initiatieven voor kleine voedselbossen kunnen in beperkte mate in de randen van dorpen een plek krijgen. De reconstructie van duinrellen leidt tot schoon water met de daarbij horende natuur. Natuurinclusieve landbouw helpt om biodiversiteit te vergroten en kwaliteit van bodem en water te verbeteren. Onderdeel van het gebiedsgerichte beleid is het doel om in de periode tot 2040 het areaal bos en natuur in dit gebied met 10% te vergroten. Strandvlakte en droogmakerijen In het deelgebied strandvlakte en droogmakerijen zijn groene functies in de hoofdrol. Het gaat om landbouw, natuur en alle mengvormen daar tussenin. De landbouw speelt een cruciale rol omdat landbouwbedrijven grote delen van dit gebied beheren.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|40 Ook in de toekomst zal dat in belangrijk mate zo blijven. Waarbij agrarische ondernemers zoals eerder aangeven keuzemogelijkheden hebben om zich verder in de (kringloop) landbouw te specialiseren of om combinaties te maken met andere bronnen van inkomsten. Zolang de duurzame kwaliteit van het buitengebied en de relatieve rust in dit gebied voorop staan, zijn beide ontwikkelingen mogelijk. Qua beleving is in dit deelgebied vooral de groene ruimte en de relatieve stilte belangrijk. Openheid is van belang vanwege het contrast met de binnenduinrand en de duinen. Zolang het gaat om verduurzaming, groen en gezond zijn ook functies denkbaar die opgaande gewassen met zich meebrengen als dit in aansluiting op dorpen gebeurt en niet op de plekken waar doorzichten belangrijk zijn. Ook gebieden die van belang zijn voor de weidevogels zijn hiervan Uitgesloten. Functies in de sfeer van zonne-energie zijn denkbaar mits hier voldoende draagvlak en participatiemogelijkheden zijn vanuit bewoners en ondernemers. En mits dergelijke ontwikkelingen goed landschappelijk worden ingepast. Ook versterking van het waterbergende vermogen is een kans. Dit met het oog op klimaatadaptatie en biodiversiteit. Op recreatief gebied liggen er kansen om het recreatieve routenetwerk te versterken voor rustige vormen van recreatie. Dit geeft tevens goede mogelijkheden voor sport en beweging vanuit de kernen.

Onderdeel van het gebiedsgerichte beleid is dat we de stiltegebieden in de polder willen versterken. De uitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn doorvertaald in de Ruimtelijke inpassing per deellocatie. In de Ruimtelijke inpassing is voldoende aandacht besteed aan de Omgevingsvisie en hoe het planvoornemen zich daarmee verenigd. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met de Omgevingsvisie. Landschapsontwikkelingsplan Bergen 2011 Het Landschapsontwikkelingsplan (kortweg LOP) biedt een kader voor het behoud van bestaande landschapswaarden en is een streefbeeld en inspiratiebron voor de landschappelijke kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. Zij sluit aan op de Structuurvisie Landelijk gebied gemeente Bergen. De Structuurvisie vormt het integrale afwegingskader waar ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden. Het LOP vormt het kader voor de gewenste landschapskwaliteit hoe een ontwikkeling eruit dient te zien. Tevens vormt zij een instrument om verrommeling van het landschap te herstellen en te voorkomen en hier ook op te handhaven. Het plangebied is gelegen in de binnenduinrand. De binnenduinrand vormt een fraaie overgangszone van de duinen naar het polderlandschap. Zij is gelegen op de oude strandwallen. In deze zone ligt de Heereweg / Herenweg. Zij vormt de vroeg Middeleeuwse ontginningsas van het Bergense landschap.

De binnenduinrand herbergt een groot aantal functies, zoals wonen, verblijfsrecreatie, recreatieve voorzieningen en in het zuidelijk deel ook agrarische functies, met een belangrijke plek voor de bollenteelt. Randen van dorpskernen De dorpen binnen de gemeente worden gekenmerkt door hun kleinschalige karakter. Dit komt door het feit dat de kernen in de loop der jaren organisch gegroeid zijn met voornamelijk kleine woningbouwopgaven. Toch zijn er in de Structuurvisie Landelijk Gebied Bergen een drietal plaatsen aangegeven waar landschappelijke afronding van de dorpskern gewenst is; Camperduin, Egmond aan den Hoef en Egmond-Binnen. 

Bij de zuidoostzijde van Egmond aan den Hoef is de afronding van de rand juist heel planmatig en hard. De noordrand van Egmond aan den Hoef is wel zichtbaar, maar niet zozeer storend.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|41 

Ook de zuidoostzijde van Egmond-Binnen is wel zichtbaar, maar niet zozeer storend.

De uitgangspunten uit het Landschapsontwikkelingsplan zijn door vertaald in de Ruimtelijke inpassing per deellocatie. In de Ruimtelijke inpassing is voldoende aandacht besteed aan de LOP en hoe het planvoornemen zich daarmee verenigd. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met het Landschapsontwikkelingsplan. Woonvisie 2015-2020 De woonvisie ‘Wonen in de gemeente Bergen 2015-2020’ is vastgesteld op 28 januari 2016. De gemeente schetst hierin de gewenste ontwikkeling van het wonen tot 2020. De gemeente heeft voor de periode tot 2020 de onderstaande beleidsdoelen geformuleerd: • Het zorgen voor een kwalitatief goed woningaanbod (geschiktheid, kwaliteit en duurzaamheid); • Het realiseren van een gedifferentieerd woningaanbod; • Het vergroten van de betaalbaarheid; • Het huisvesten van de huidige en toekomstige inwoners (doelgroepen); • Flexibiliteit en maatwerk. De aanleiding van het planvoornemen is het toevoegen van woningen in de gemeente Bergen, waardoor betaalbare woningen voor jong én oud en het betaalbaar houden van deze woningen mogelijk wordt gemaakt. Het voornemen voorziet hiermee in de beleidsdoelen voor het vergroten van de betaalbaarheid en het huisvesten van de huidige en toekomstige inwoners (jong en oud).

Duurzaamheidsbeleid gemeente Bergen 2017-2020 Dit duurzaamheidsbeleid zet uiteen wat de inzet is van de gemeente Bergen om de samenleving te verduurzamen en geeft aan wat de speerpunten en acties van de gemeente zijn bij het creëren van een duurzame- en groene economie. De gemeente Bergen neemt verantwoordelijkheid in het klimaat- en energievraagstuk en ziet duurzaamheid als kans voor economische groei. Bergen wil een NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|42 bijdrage leveren aan het tegengaan van de opwarming van de aarde en aan vermindering van de toenemende vraag naar grondstoffen. Vanuit het vigerende beleid en het “Actieplan voor energiebesparing en duurzame energie in de regio Alkmaar 2015-2020” zijn de bestuurlijke doelstellingen van Bergen: • 20% CO2-vermindering te realiseren in 2020 ten opzichte van 2010; • 20% energie te besparen in 2020 ten opzichte van 2010; • 20% duurzame energie op te wekken 2020 ten opzichte van 2010. Om deze doelstellingen te behalen wordt deze lijn voortgezet in het “Duurzaamheidsbeleid gemeente Bergen 2017-2020”. Er zijn drie hoofdthema’s geformuleerd: 1. Duurzaam wonen en leven; 2. Duurzaam ondernemen; 3. Duurzaam gemeentelijke bedrijfsvoering. De gemeente Bergen wil binnen de hoofdthema’s prioriteit geven aan het verduurzamen van de bestaande bouw, opwekken van duurzame energie, maatschappelijk verantwoord ondernemen en de circulaire economie. In paragraaf 5.4 wordt hier nader op ingegaan. Doelgroepenverordening In de gemeente Bergen is sprake van grote woningschaarste en vooral starters komen niet of nauwelijks aan een woning.

De goedkope woningbouwcategorieën komen onvoldoende van de grond als het aan de markt wordt overgelaten en gemeentelijke sturing is noodzakelijk om te voorkomen dat woningen worden gebouwd waarvoor geen behoefte is en die niet bijdragen aan het oplossen van de woningschaarste in de gemeente. De motivatie voor het inzetten van de Doelgroepenverordening binnen de gemeente Bergen is gelegen in de gemeentelijke wens te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van, uit het oogpunt van leefbaarheid onaanvaardbare, leegstand. Dat motief stamt vanuit de gedachte dat wanneer, zoals in de Memorie van toelichting (MvT) bij de Grondexploitatiewet is gesteld, de voornoemde woningbouwcategorieën onvoldoende van de grond komen als het aan de markt wordt overgelaten en van daaruit gemeentelijke sturing noodzakelijk is om te voorkomen dat woningen worden waaraan geen behoefte is en die niet bijdragen aan het oplossen van de woningschaarste in de gemeente, die op haar beurt leidt tot een daling in het voorzieningenniveau. Dit motief sluit teven aan bij het amendement Lenards c.s. (Kamerstukken II 2005/06, 30218, 19) die ten grondslag ligt aan het opstellen van artikel 3.1.2, eerste lid van het Besluit ruimtelijke ordening.

De Doelgroepenverordening van de gemeente Bergen kent voor categorieën sociale huurwoning, sociale koopwoningen en middeldure huurwoningen bepalingen over de maximale huurprijs, de doelgroep en de instandhoudingstermijn (voor die doelgroep). De woningen in het plangebied vallen deels binnen de werking van deze verordening. In samenspraak met het Ministerie van BZK is de doelgroepenverordening van de gemeente aangepast. Deze aanpassing was nodig nadat het ministerie oordeelde dat een Bergense regel om inwoners voorrang te geven bij de bouw van nieuwe koopwoningen niet paste binnen de huidige huisvestingswet. De aangepaste verordening is ter vaststelling naar de gemeenteraad gestuurd.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|43 In het voorstel zijn alle bindingseisen uit de verordening geschrapt en wordt het artikel over de toewijzing van sociale koopwoningen geschrapt. De gemeente Bergen is toegelaten tot een pilot van het ministerie om via de doelgroepenverordening ook regels te stellen voor koopwoningen tot € 325.000,-. Dat zijn dan de zogenaamde ‘midden koopwoningen’. In het kort betekent dit dat deze woningen voor tien jaar een vaste prijs hebben van maximaal € 325.000,- plus inflatie. Deze woningen kunnen dan niet met grote winsten tussentijds worden verkocht, wat helpt bij het betaalbaar houden van woningen in onze gemeente. Betekenis voor het project Het percentage te realiseren sociale huur- en koopwoningen en middeldure huur- en koopwoningen is in de regels van het onderhavige bestemmingsplan vastgelegd, waarmee deze juridischplanologisch zijn geborgd. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|44

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Archeologie

Verdrag van Malta In 1998 heeft het parlement het Europees Verdrag, inzage de bescherming van het archeologische erfgoed, goedgekeurd. Dit Verdrag van Malta voorziet in een beperking van de risico’s op aantasting van cultureel erfgoed. Dit kan door het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in oorspronkelijke vindplaats te bewaren en door integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening. Beleidskader De implementatie van het Verdrag van Malta is vormgegeven door de Wet op de Archeologische Monumentenzorg op 1 september 2007. Het is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Het belangrijkste uitgangspunt is het streven naar behoud van archeologische waarden in de bodem en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is. Kortom: sinds die invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1 juli 2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld in één integrale Erfgoedwet. De omgang met de archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in 2022 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten golden, worden gehandhaafd.

Gemeentelijk beleid Op basis van verschillende bureauonderzoeken van de Cultuurcompagnie (voorheen Stichting Cultureel Erfgoed Noord – Holland) is een algemene beleidskaart opgesteld voor de gehele gemeente Bergen, waarin de verschillende archeologische verwachtingswaarden zijn weergegeven. De verschillende verwachtingswaarden zijn vertaald naar archeologische regimes. Voor de locaties gelden de volgende beschermingsregimes: Locatie

Rekening houden met archeologie bij:

Egmond-Binnen Zuid

Bodemverstorende ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm.

Egmond aan den Hoef Oost

Bodemverstorende ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm.

Egmond aan den Hoef Noord

Bodemverstorende ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm (noord/west locatie);

Bodemverstorende ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm (zuid/oost locatie).

De diepte van de toekomstige bodemverstoring is ten tijde van dit onderzoek niet bekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord ter plaatse van de locaties Egmond-Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost. NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|45 Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld. Beide deellocaties liggen volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bergen (2013) in een donkerblauwe zone. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. Onderzoek Egmond Binnen Zuid In augustus 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie Egmond-Binnen Zuid. Het archeologisch onderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek wordt duidelijk dat het plangebied in een dynamisch gebied ligt. Het plangebied ligt (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Voor het plangebied geldt een (middel)hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-neolithicum tot en met late middeleeuwen. Omwille van bovenstaande informatie wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.

Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. Onderzoek Egmond aan den Hoef Oost In augustus 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie Egmond aan den Hoef Oost. Het archeologisch onderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek wordt duidelijk dat het plangebied in een dynamisch gebied ligt. Het plangebied ligt direct ten oosten van (de rand van) een hoge, droge en goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Voor het plangebied geldt een (middel)hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-neolithicum tot en met late middeleeuwen. Omwille van bovenstaande informatie wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. Onderzoek Egmond aan den Hoef Noord In augustus 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie Egmond aan den Hoef Noord. Het archeologisch onderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek wordt duidelijk dat het plangebied in een dynamisch gebied ligt. Het plangebied ligt direct ten oosten van (de rand van) een hoge, droge en

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|46 goed bewerkbare strandwal waarop menselijke activiteiten en/of bewoning kan hebben plaatsgevonden vanaf het laat-neolithicum/bronstijd. Voor het plangebied geldt een (middel)hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de periode laat-neolithicum tot en met late middeleeuwen. Omwille van bovenstaande informatie wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit kan plaatsvinden in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen. Conclusie Om de intactheid van de bodem te waarborgen totdat vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden, worden een archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Ter plaatse van de archeologische dubbelbestemmingen is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren met een grotere omvang van 500 m2 of 2.500 m2 en op een groter diepte dan 40 cm, tenzij de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek aantoont dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet milieubeheer of ze moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is. Milieucategorie

t.o.v. rustig gebied

t.o.v. gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

De publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ biedt een handreiking voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven. De afstanden in de tabel geven echter slechts indicatieve informatie en zijn als standaard-norm bedoeld. De informatie heeft geen betrekking op individuele bedrijven of situaties. Immers kunnen zich binnen NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|47 bedrijfstypen grote verschillen voordoen. Specifieke maatregelen of omstandigheden kunnen leiden tot kleiner of grotere afstanden. Een vaste afstand is zodoende niet te bepalen. Onderzoek De beoogde locaties kunnen beschouwd worden als ‘rustig gebied’. De afstand is gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is. Locatie

Soort bedrijf

Egmond-Binnen Zuid Herenweg 13B Bloembollenkwekerij Herenweg 14-20 Kantoor/praktijkruimte

Milieucategorie

Richtafstand

Afstand tot bebouwing in plangebied (ca.)

2 Max. 2

30 meter 30 meter

290 meter 145 meter

Herenweg 15A

Bloembollenkwekerij

2

30 meter

210 meter

Herenweg 21A

Groothandel in bloemen en planten Tuincentrum Bloembollenkwekerij Hotels en pensions Hotels en pensions Bedrijfsbestemming Voorzieningen ten dienste van de exploitatie van aardgas (inactief)

2

30 meter

95 meter

2 2 1 1 2 4.1

30 meter 30 meter 10 meter 10 meter 30 meter 200 meter

75 meter 65 meter 145 meter 190 meter 200 meter 0 meter

3.1 3.1 2

50 meter 50 meter 30 meter

50 meter 140 meter 100 meter

3.1

50 meter

70 meter

Herenweg 25 Herenweg 27 Herenweg 37 Hogeweg 3 Hogeweg 6 VenneWatersweg t.o. no. 28

Egmond aan Den Hoef Oost Hoeverweg 2A Paardenhouderij Hoeverweg 3C Kampeerterrein Guyotte van Basisschool Ijsselsteinlaan 34 Verlengde Kampeerterrein Zandweg 6

Paardenhouderij Hoeverweg 2a Ten zuiden van de locatie Egmond aan den Hoef Oost is een paardenhouderij gevestigd. Voor een manege gelden richtafstanden van 50 meter voor geur en 30 meter voor stof en geluid. De afstand van de paardenhouderij tot aan de dichtstbijzijnde bebouwingsmogelijkheden in het deelgebied Egmond aan den Hoef Oost bedraagt meer dan 50 meter, waardoor er aan de richtafstanden wordt voldaan. Nadere toelichting Egmond Binnen Zuid Voormalige gaswinningslocatie Vennewatersweg Aan de oostzijde grenst het plangebied Egmond Binnen Zuid aan een terrein dat in het bestemmingsplan bestemd is als een gaswinningslocatie met milieucategorie 4.1. (richtafstand 200 meter). NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|48

Nederland kent naast de welbekende grootschalige gaswinning in Groningen ook enkele kleine gasvelden op land waaruit gas wordt of kan worden gewonnen. Het gasveld onder Egmond-Binnen is een van die “kleine velden”. Dit veld valt binnen de winningsvergunning Middelie zoals verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken, met kenmerk 369/6052/EMC, van 1 mei 1969. Winning van aardgas uit dit specifieke veld heeft nooit plaatsgevonden, er bevindt zich dan ook slechts een exploratieboorlocatie waarvan lang geleden een exploratieboring is verricht. Wordt overgegaan tot winning, dan verandert deze exploratieboorlocatie in een winningslocatie. De winningslocatie en installatie moeten dan worden gebouwd. Deze installatie zal het gas uit de put ontvangen en ontdoen van mee-geproduceerde vloeistoffen, zoals water. Zo wordt het gas geschikt gemaakt voor verder transport of voor eindlevering in het landelijke gasdistributienetwerk. Deze omvorming van exploratieboorlocatie naar winningslocatie kan niet plaatsvinden alvorens eerst verdere bestuurlijke besluitvorming plaatsvindt. Die besluitvorming bestaat onder meer uit de wijziging van het winningsplan, een wijziging van het bestemmingsplan ofwel de vaststelling van een inpassingsplan, een omgevingsvergunning en de uitvoering van een milieueffectrapportage.

Daar bovenop moet ook het leidingtracé van en naar deze locatie nog de volledige ruimtelijke procedure doorlopen. In de notitie “Aardgaswinning Egmond-Binnen” (bijlage, gemeente Bergen, 5 januari 2022) wordt bezien of wanneer op deze locatie wordt overgaan tot gaswinning nog steeds een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de binnen het bestemmingsplan voorziene woonwijk kan worden gegarandeerd. Daarbij wordt er van uit gegaan dat dit aanvaardbare woon- en leefklimaat in principe kan worden gegarandeerd wanneer, vanwege de omgekeerde werking van deze regelgeving, bij de gaswinning aan de daarvoor geldende milieuregelgeving kan worden voldaan. Hierbij wordt ook bezien of voor de realisatie dit aanvaardbare woon- en leefklimaat in vergelijking met de huidige situatie dusdanige maatregelen noodzakelijk zijn dat de houder van de winningsvergunning hierdoor onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Hiervoor worden zowel de huidige situatie als de toekomstige aanleg-, winnings- en verwijderingsfase bekenken voor de aspecten geluid, externe veiligheid en bouwhinder. Uit de notitie blijkt dat vanuit akoestisch oogpunt sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat tijdens de huidige situatie en in de toekomstige aanleg-, winnings- en verwijderingsfase op de winningslocatie.

Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn in dezelfde vier fasen er voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan geen belemmeringen en staat de daarin geplande woningbouw ook niet aan de uitvoerbaarheid van eventuele gaswinning in de weg. Ook kan op basis van deze resultaten een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. De maatregelen noodzakelijk in de winningsfase om de uitvoerbaarheid en het aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen zijn niet dusdanig dat de belangen van de houder van de winningsvergunning hierdoor onevenredig worden geschaad. Het aspect bouwhinder vormt in geen van de vier genoemde fasen een belemmering voor het aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied of de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|49 Hoewel, mede gelet op de berichtgeving daarover door het ministerie 1, de kans klein lijkt dat er ooit gas gewonnen zal worden uit het veld in Egmond-Binnen staat deze toekomstige gaswinning dus niet in de weg aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Op deze beoordeling zijn vervolgens voor de aspecten Externe Veiligheid en Geluid een second opinion verricht. Die second opinions zijn als bijlage bij de notitie gevoegd. Omdat in deze notitie de geluidsaspecten, met toepassing van de kwadratenwet, worden berekend aan de hand van de huidig te hanteren geluidsnormen is in de second opinion gekozen voor een modelering van het geluid. Zo hebben beide benaderingen een plaats gekregen in de toetsing. De second opinions bevestigen de conclusies uit deze beoordeling. Conclusie Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.

5.3

Bodemkwaliteit

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient een bodemonderzoek te worden verricht met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van een bepaalde (bestemmings)wijziging. Het doel is om er voor zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het geplande gebruik. Aldus is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. Verkennend bodemonderzoek Egmond Binnen Zuid Ter plaatse van de woningbouwlocatie Egmond Binnen Zuid is door Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. De rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat zowel in de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie en ter plaatse van de gedempte sloten geen verhogingen zijn aangetoond. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, molybdeen, xylenen en naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw).

1 Kamerstukken II 2017/18 33529, nr. 469

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|50 In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Verkennend bodemonderzoek Egmond aan den Hoef Oost Ter plaatse van de woningbouwlocatie Egmond aan den Hoef Oost is door Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. De rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Zintuigelijk is ter plaatse van de voormalige sloot (boring 56 en boring 57) een matige en zwakke rottingsgeur waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat zowel in de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie en ter plaatse van de gedempte sloot geen verhogingen zijn aangetoond. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen, naftaleen en tetrachloormethaan. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieu hygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw). In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast.

Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|51 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.4

Duurzaamheid

De gemeente Bergen heeft hoge ambities op het gebied van klimaat en duurzaamheid. De uitdaging met betrekking tot klimaat en duurzaamheid is fors en zal alleen maar verder toenemen. Vanuit het vigerende beleid en het “Actieplan voor energiebesparing en duurzame energie in de regio Alkmaar 2015-2020” zijn de bestuurlijke doelstellingen van Bergen: • 20% CO2 vermindering te realiseren in 2020 ten opzichte van 2010; • 20% energie te besparen in 2020 ten opzichte van 2010; • 20% duurzame energie op te wekken ten opzichte van 2010. Onderzoek Duurzaamheid is in het kader van de ontwikkeling een ambitie op zowel gebiedsniveau als gebouwniveau. Bij de uitwerking van het plan is het beheersbaar houden van de energielasten voor de gebruiker een belangrijk onderdeel. Nieuwbouw biedt kansen voor de reductie van de CO2-uitstoot, het opwekken van duurzame energie en het slim omgaan met water. Betekenis voor de projecten De ontwikkeling van Egmond Binnen Zuid en Egmond aan den Hoef Oost worden duurzame projecten op verschillende vlakken; energiegebruik, klimaatadaptatie en gezondheid. Energiegebruik De woningen worden niet aangesloten op het gasnet en zullen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Momenteel zijn dit de BENG-eisen (bijna energieneutraal). De daken van de gebouwen worden gebruikt voor zonnepanelen om duurzame energie op te wekken.

Klimaatadaptatie Het klimaat veranderd, een belangrijk onderdeel hiervan zijn de hevigere weersomstandigheden zoals; wateroverlast, hittestress en droogte. In e plannen wordt veel water toegevoegd en worden delen van het gebied ten opzichte van het maaiveld, verlaagd aangelegd als droge waterberging. Door in de openbare ruimte veel met halfverharding te werken kan er een maximale infiltratie van regenwater plaatsvinden. In de plannen zijn veel groen en extra bomen opgenomen. Het groen in de plannen zorgt voor een verkoelende werking in warme perioden. Biodiversiteit Naast een woonplek voor bewoners, wordt er ook rekening gehouden met vogels in de plannen, door de plaatsing van nestkasten in de architectuur. Ook bij de keuze van beplanting wordt rekening gehouden met het vergroten van de biodiversiteit. Conclusie Met het aspect duurzaamheid is in voldoende mate rekening gehouden in het planvoornemen.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|52

5.5

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren voor de directe omgeving in het geval er iets misgaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De risico’s moeten binnen de perken blijven. Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. In het Bevi zijn grenswaarden en oriënterende richtwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico (PR). Voor het groepsrisico (GR) is een verantwoordingsplicht opgenomen. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. In het Bevi zijn aan te houden afstanden tussen inrichtingen (bedrijven), waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, en kwetsbare objecten bepaald. Naast het Bevi is de bijbehorende ministeriële Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) van belang. Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wro en de Wm. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in een zgn. veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe, beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Indien aannemelijk is, dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Voor het PR geldt dat bebouwing niet is toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour: rond inrichtingen waar opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Onderzoek Voor de inventarisatie van risicobronnen in of nabij het plangebied is gebruik gemaakt van de Risicokaart Nederland. Egmond-Binnen Zuid Risicovolle inrichtingen In of in de nabijheid van de locatie Egmond-Binnen zuid zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die planologisch relevant zijn. De gaswinningslocatie is in paragraaf 5.2. nader toegelicht.

NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|53 Transport per buisleidingen De dichtstbijzijnde gasleiding is gelegen op circa 900 meter van de locatie. In het Besluit externe veiligheid transportroutes is opgenomen dat voor ontwikkelingen op een afstand van meer dan 200 meter geen ruimtelijke beperkingen worden gesteld. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Daarbij is ter plaatse van de betreffende buisleiding een risicoafstand PR 10-6 opgenomen van circa 100 meter. De beoogde uitbreidingslocatie voldoet ruimschoots aan deze afstand. Transport over de weg of spoor In of in de nabijheid van de locatie Egmond-Binnen Zuid zijn geen transportroutes over de weg of spoor gelegen die planologisch relevant zijn. Transport over water In of in de nabijheid van de locatie Egmond-Binnen Zuid zijn geen transportroutes over water gelegen die planologisch relevant zijn. Egmond aan den Hoef Oost Risicovolle inrichtingen In of in de nabijheid van de locatie Egmond aan den Hoef Oost zijn een drietal risicovolle inrichtingen aangewezen. De meest dichtstbijzijnde risicovolle inrichting betreft een bovengrondse propaantank (Driehuizerweg 8A) op een afstand van circa 650 meter. Voor de betreffende propaantank geldt een risicoafstand PR 10-6 van 25 meter. Op een afstand van circa 1.100 meter van de locatie ligt een benzineservicestation (Heilooër Zeeweg 25).

De gevaarlijke installaties betreffen een LPG-vulpunt, LPG-reservoir en een LPGafleverinstallatie. De maximale risicoafstand PR 10-6 bedraagt 25 meter. Daarbij is een afstand van 150 meter vastgesteld tot aan de grens van het invloedsgebied. Verder is op een afstand van circa 1.900 meter een gasontvangsstation (Pieter Schotsmanstraat 8) gelegen. De hoofdactiviteit van de inrichting is de productie en distributie van aardgas. Voor de betreffende inrichting geldt een risicoafstand PR 10-6 van 15 meter. De beoogde locatie Egmond aan den Hoef Oost ligt op ruimschoots voldoende afstand van risicovolle inrichtingen. Transport per buisleidingen De dichtstbijzijnde gasleiding is gelegen op circa 1.100 meter van het plangebied. In het Besluit externe veiligheid transportroutes is opgenomen dat voor ontwikkelingen op een afstand van meer dan 200 meter geen ruimtelijke beperkingen worden gesteld. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Transport over de weg of spoor In of in de nabijheid van de locatie Egmond aan den Hoef Oost zijn geen transportroutes over de weg of spoor gelegen die planologisch relevant zijn. Transport over water In of in de nabijheid van de locatie Egmond aan den Hoef Oost zijn geen transportroutes over water gelegen die planologisch relevant zijn. NL.IMRO.0373.BPDorpDuin2022-VG01

bestemmingsplan Dorp en Duin 2022

|54 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.6

Geluid

Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het plangebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Op grond van de Wgh bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen. Onderzoek Egmond-Binnen Zuid In het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen voor de locatie Egmond-Binnen Zuid is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Herenweg N512, Hogeweg en Limmerweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Kruiskroft tevens opgenomen in het akoestisch onderzoek.

De rapportage is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Herenweg N512 De voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied worden op een gedeelte van het plangebied overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Herenweg N512 bedraagt maximaal 61 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Indien woningen worden gebouwd in het gebied waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, zal de gemeente Bergen hogere waarden moeten verlenen. Indien een hogere waarde is vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat de woningen dienen te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Conform het Bouwbesluit worden in het geval van het overschrijden van de voorkeursgrenswaarde eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde is verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4721/documents/34961