CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 1 03-02-2022 BP Heereweg 163.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 7: Voorstel betreft Bestemmingsplan Heereweg 163 Schoorl20.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

5.2.4

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

5.3

Overige aspecten

Additionele voorzieningen In het bestemmingsplan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, verhardingen, bermen, geluidswerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke bij de bestemming inbegrepen zonder dat dit uitdrukkelijk wordt vermeld. Handhaving Het bestemmingsplan geeft de gewenste planologische situatie voor het plangebied aan. Bestemmingsplannen zijn bindend voor de overheid en de burger. Enerzijds kan de overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen, anderzijds vormt het bestemmingsplan een juridisch kader voor burgers waaruit deze kan afleiden wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, op de in eigendom zijnde dan wel de naastgelegen buurpercelen, in de directe woon- en leefomgeving.

5.4

Bestemmingsplanprocedure

In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ook biedt de gemeente eventueel de mogelijkheid om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. De gemeente geeft een reactie op mogelijke reacties die voor zover noodzakelijk worden verwerkt in de regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant en op de website www.officielebekendmakingen.nl wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste twaalf weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en

31

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging zes weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk twee weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk twee weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Belanghebbenden zijn diegenen die tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en diegenen die hebben aangetoond in redelijkheid niet in de mogelijkheid zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.

32

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een initiatief van een private partij. De kosten voor de bouw van de twee woningen en de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken voor het voorliggende bestemmingsplan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding. Het plan betreft een ontwikkeling in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. In dit kader zou de gemeenteraad op grond van artikel 6.12 van de Wro een exploitatieplan moeten vaststellen. Op grond van artikel 6.12, tweede lid, van de Wro kan de gemeenteraad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over met het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met de initiatiefnemer is indertijd een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin het kostenverhaal geregeld is. Een exploitatieplan was en is dan ook niet aan de orde. Door de herziening van het voor de betreffende gronden geldende bestemmingsplan bestaat de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 van de Wro een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door de initiatiefnemer worden gedragen.

Hiervoor is tussen de gemeente Bergen en de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten. Op basis van deze overweging moet het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht. De exploitatiekosten zijn derhalve anderszins verzekerd. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is dan ook niet noodzakelijk. Dit betekent dat de uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Het plan is op grond van artikel 3.1.1 van het Bro voor overleg verstuurd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) en de provincie Noord-Holland. De reactie van het HHNK (Bijlage 7) is in de waterparagraaf (4.8) verwerkt. De reactie van de VRNHN (Bijlage 8) is in de paragraaf externe veiligheid (4.6) verwerkt. De provincie Noord-Holland heeft geen aanleiding gezien een reactie te geven op het plan. Inspraak De initiatiefnemer heeft het plan indertijd voorafgaand aan de vergunningverlening besproken met omwonenden. Het plan is inmiddels gerealiseerd. Inspraak is feitelijk dan ook niet meer aan de orde. Zienswijzen Het plan zal in ontwerp ter inzage liggen voor het kunnen indienen van zienswijzen.

33

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

34

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

Bijlagen bij de toelichting

35

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

36

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

Bijlage 1 Quickscan Wet natuurbescherming

37

Quickscan Wet natuurbescherming Heereweg 163, Schoorl 28 april 2020

De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland

Quickscan Wet natuurbescherming Heereweg 163, Schoorl Projectleider

C. van den Tempel

Auteur

C. van den Tempel

Kwaliteitscontrole

D. M. Hoogeboom

Opdrachtgever

A.P. Louter Holding B.V. Heereweg 163

1871 EE Schoorl Contactpersoon opdrachtgever Foto’s en afbeeldingen

C. van den Tempel

Projectnummer

M-19-50500.36

Wijze van citeren

Van den Tempel, C. (2020). Quickscan Wet natuurbescherming. Heereweg 163, Schoorl. Natuurlijke Zaken, Heiloo.

© Natuurlijke Zaken De zakelijke dienstverlening van Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE, Heiloo 088-0064400 www.natuurlijkezaken.nl

Deze QuickScan is een potentie-inschatting naar (beschermde) soorten die in een gebied kunnen voorkomen, in combinatie met een toetsing aan de Wet natuurbescherming. Het veldbezoek betreft een momentopname. We beoordelen een locatie op de potentiele aanwezigheid van (beschermde) soorten en geschikt leefgebied voor (beschermde) soorten. Indien bij werkzaamheden in de toekomst toch soorten worden aangetroffen, dient gehandeld te worden naar de wet- en regelgeving met betrekking tot de Wet natuurbescherming, voor het onderdeel soortenbescherming. Mogelijk is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen of aanvullend onderzoek uit te voeren.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 4 1.1 1.2

2

AANLEIDING ................................................................................................................................................ 4 DOEL ......................................................................................................................................................... 4

PLANGEBIED ............................................................................................................................................. 5 2.1 2.2

PLANGEBIED ................................................................................................................................................ 5 PLANVOORNEMEN EN WERKZAAMHEDEN .......................................................................................................... 6

3

WETTELIJK KADER ..................................................................................................................................... 7

4

METHODIEK EN VELDWERK .................................................................................................................... 10 4.1 4.2

5

LITERATUUR ONDERZOEK ............................................................................................................................. 10 VELDBEZOEK ............................................................................................................................................. 10

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 11 5.1 BESCHERMDE NATUURGEBIEDEN ................................................................................................................... 11 5.1.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 11 5.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................................. 12 5.1.3 Weidevogelleefgebied ................................................................................................................... 12 5.2 BESCHERMDE SOORTEN ............................................................................................................................... 13 5.2.1 Vogels ............................................................................................................................................ 13 5.2.2 Zoogdieren..................................................................................................................................... 14 5.2.3 Overige soortengroepen ................................................................................................................ 14

6

SAMENVATTENDE CONCLUSIE ................................................................................................................ 15 6.1 CONCLUSIE VOOR DE GEBIEDEN ..................................................................................................................... 15 6.1.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 15 6.1.2 NNN ............................................................................................................................................... 15 6.1.3 Weidevogelleefgebied ................................................................................................................... 15 6.2 CONCLUSIE BESCHERMDE SOORTEN................................................................................................................ 15

LITERATUUR ................................................................................................................................................... 16 BIJLAGE I TABELLEN BESCHERMDE SOORTEN IN NOORD-HOLLAND ............................................................... 17

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

A.P. Louter Holding B.V. is voornemens het pand aan de Heereweg 163 te Schoorl te renoveren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en projecten dienen volgens de Wet natuurbescherming, effecten op natuurwaarden te worden onderzocht. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten en/of beschermde gebieden (vanuit Wet natuurbescherming). Vanuit de ruimtelijke ordening dient onderzocht te worden of de ontwikkeling mogelijke effecten heeft op provinciaal vastgestelde beschermde gebieden, zoals het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN) en/of weidevogelleefgebieden. In deze quickscan worden de effecten op beschermde soorten en gebieden in beeld gebracht. Geconcludeerd wordt of er nadere vervolgstappen nodig zijn en/of er sprake is van een ontheffings- en of vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

1.2

Doel

Door middel van een literatuurstudie en een veldbezoek zal deze quickscan de volgende vragen beantwoorden: 1. Zijn er (mogelijk) effecten op beschermde gebieden (Wet natuurbescherming)? 2. Is er, gezien de effecten van de ingreep, een (mogelijke) aantasting van wezenlijke kenmerken van waarden uit het Natuurnetwerk Nederland? 3. Welke beschermde (Wet natuurbescherming) soorten komen er (potentieel) voor in het plangebied? 4. Welke negatieve effecten kan de (potentieel) beschermde aanwezige flora en fauna ondervinden van de ingreep? 5. Is er gezien de effecten van de ingreep sprake van een (mogelijke) overtreding van Wet natuurbescherming?

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

4

2

Plangebied

2.1

Plangebied

Schoorl is een dorp in de gemeente Bergen. Het is een oud dorp dat tegenwoordig vooral als toeristendorp bekend staat. Naast vele vakantiewoningen zijn er ook 19e-eeuwse stolpboerderijen en arbeidershuisjes en fraaie villa's uit de vroege 20ste eeuw. Het pand aan de Heereweg 163 bestaat uit een woningdeel en een bedrijfsgedeelte. Het pand bevat twee lagen en een grotendeels plat dak. Op de schuine dakdelen liggen dakpannen en op het platte deel liggen zonnepanelen.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

5

Figuur 2.1 Enkele foto’s van (het dak van) de planlocatie.

2.2

Planvoornemen en werkzaamheden

Het pand wordt vooral inwendig verbouwd. Echter er komt een dakopbouw op de woning van één verdieping, zie figuur 2.2.

Figuur 2.2. Planvoornemen met dakopbouw.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

6

3

Wettelijk kader

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt de voormalige Boswet, Flora- en faunawet en natuurbeschermingswet 1998. De ‘nieuwe’ wetgeving volgt dezelfde onderverdeling in bescherming van bossen (hoofdstuk 4), bescherming van soorten (hoofdstuk 3) en bescherming van gebieden (hoofdstuk 2). Hieronder wordt een beknopte weergave van deze onderdelen weergegeven.

Bescherming van gebieden (hoofdstuk 2) Natura 2000-gebieden worden middels de Wet natuurbescherming beschermd. Binnen of buiten Natura 2000gebieden zijn er geen activiteiten toegestaan die een significant negatieve invloed kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende gebied. Wanneer effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een passende beoordeling gemaakt te worden.

Bescherming van soorten (hoofdstuk 3) Er zijn in de Wet natuurbescherming 3 beschermingsregimes te onderscheiden. Deze regimes zijn grotendeels gebaseerd op Europese wetgeving (Vogel- en habitatrichtlijn).

Regime 1: Vogelrichtlijn (art 3.1) Alle in het wild levende vogels in Nederland zijn middels 5 verbodsartikelen (zie kader 1) beschermd. Met opzettelijk wordt voorwaardelijke opzet bedoeld: ‘Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant’ (memorie van toelichting op wet natuurbescherming). Verstoring van vogels is geen wettelijke overtreding indien het geen wezenlijke invloed heeft op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Voor een ontheffing op de verboden dient een zware toets uitgevoerd te worden. Kader 1: Verbodsbepalingen soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5.

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Regime 2: Soorten van de Habitatrichtlijn (art 3.5) Een aantal soorten kennen een strenge bescherming. Dit betreft de soorten van de Habitatrichtlijn, of bijlage II bij het Verdrag van Bern, of bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Ook hier is de voorwaardelijke opzet van toepassing. Voor soorten onder dit regime is verstoren te allen tijde verboden. Dit is een verschil met de bescherming van vogels, waar verstoring is toegestaan, mits dit geen effect heeft op de gunstige staat van instandhouding. Het is nog onbekend hoe omgegaan moet worden met vogels die in bijlage II van het Verdrag van Bern staan. Voor deze vogels zou in principe verstoring ook ten alle tijde verboden zijn. Voor een ontheffing op de verboden wordt een zware toets toegepast.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

7

Kader 2: Verbodsbepalingen soorten van Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Regime 3: Nationaal beschermde soorten (art 3.10) Het derde beschermingsregime bestaat uit een aantal aanvullende soorten waarvoor de rijksoverheid bescherming noodzakelijk acht. Deze soorten worden genoemd in de bijlage bij de Wet natuurbescherming. Voor de soorten van dit beschermingsregime is het verboden ze opzettelijk te doden of te vangen en om voortplantingsplaatsen of vaste rustplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor deze soorten geldt niet het verbod om te verstoren. De provincie heeft middels een verordening een aantal soorten uit deze bijlage weer vrijgesteld. Kader 3: Verbodsbepalingen Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ontheffingsgronden soortbescherming Indien er verbodsbepalingen overtreden worden moet een ontheffing worden aangevraagd. Voor handelingen is geen ontheffing van de verbodsbepalingen nodig als: • Er maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; • Er een vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, gedragscode, beheerplan Natura 2000, programmatische aanpak of een ministeriële regeling. Een ontheffing (of een vrijstelling) wordt uitsluitend verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: a. Geen andere bevredigende oplossing; b. Sprake van een in de wet genoemd belang; c. Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. Of er sprake is voor een bij wet genoemd belang, is verschillend per beschermingsregime van de soort. De verschillende belangen zijn per regime aangegeven.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

8

Bescherming van bossen (Hoofdstuk 4) Voor bosopstanden (groter dan 1000 m² of bestaand uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen) buiten de bebouwde kom, geldt een meldings- en herplantplicht. Door middel van de provinciale verordening geldt de meldings- en herplantplicht ook voor (evt. geknotte) populieren of wilgen in 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. In de provinciale verordening staat verder beschreven hoe de melding en herplant gedaan moet worden.

Planologische bescherming: NNN Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Dit programma is door de rijksoverheid geïnitieerd en middels de nota ruimte (2006) respectievelijk Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (2012) uitgewerkt in een planologische bescherming van het NNN. Deze bescherming houdt in dat nieuwe plannen, projecten of andere handelingen niet de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebieden mogen aantasten. De wezenlijke kenmerken en waarden worden per provincie vastgelegd in het natuurbeheerplan.

Weidevogelleefgebied Noord-Holland is één van de provincies met de hoogste weidevogeldichtheid in Europa en dat geeft een grote verantwoordelijkheid voor deze soorten. Deze zorg is vastgelegd in nationale wet- en regelgeving die voortkomt uit internationale verdragen en uit de Europese Vogelrichtlijn. De provincie Noord-Holland heeft regels vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening, waarin tevens de begrenzingen van weidevogelleefgebieden is opgenomen. De weidevogelleefgebieden zijn in de provinciale structuurvisie begrensd. Een wijziging van het bestemmingsplan die tot oppervlakteverlies, verstoring of een peilverlaging leidt in het weidevogelleefgebied is niet toegestaan, tenzij er geen aanvaardbaar alternatief aanwezig is en een groot openbaar belang wordt gediend (‘nee, tenzij’).

Zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming valt ook de zorgplicht. Deze geldt voor alle in het wild levende planten en dieren. Dit houdt in dat men nadelige gevolgen voor planten en dieren, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

9

4

Methodiek en veldwerk

De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek. In hoofdstuk 5 is op basis van de literatuurstudie en het veldbezoek per soortgroep een effectbepaling opgesteld.

4.1

Literatuur onderzoek

Een algemeen literatuur onderzoek van beschermde soorten in provincie Noord-Holland is opgenomen in bijlage 1 van deze rapportage. Deze bijlage geeft inzicht in de verspreiding en biotoopeisen van wettelijke beschermde soorten die voorkomen in de provincie Noord-Holland. Deze lijst is opgesteld door Natuurlijke Zaken op basis van diverse bronnen. Belangrijkste bron is de uitgebreide kennis en ervaring als terreinbeheerder van de Noord-Hollandse flora en fauna. Landschap Noord-Holland heeft voor de belangrijkste soortgroepen gebiedsdekkende atlassen (broedvogels, amfibieën en reptielen, vissen, zoogdieren en dagvlinders) opgesteld, waarin de verspreiding van (beschermde) soorten is onderzocht. Daarnaast zijn, voor het samenstellen van bijlage 1, aanvullende bronnen geraadpleegd zoals de NDFF verspreidingsatlas, waarneming.nl, recente (soorten)atlassen (lokaal en landelijk), gebiedsinventarisaties en eigen experts.

4.2

Veldbezoek

Op 15 april heeft Carola van den Tempel, deskundig ecoloog van Natuurlijke Zaken*, het plangebied bezocht. Het was die dag 17 graden en helder. Tijdens het bezoek zijn de aanwezige structuren, ecotopen (leefgebieden) en de (mogelijk) aanwezige flora en fauna geïnventariseerd. Aan de hand van het veldbezoek en het vooraf uitgevoerde literatuuronderzoek is middels een zogenaamde “expert judgement”, een inschatting gemaakt van de (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna.

* De ecologen van Natuurlijke Zaken hebben veel ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’ zoals omschreven door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. Alle ecologen van Natuurlijke Zaken hebben op HBO, dan wel op universitair niveau een opleiding genoten, met als zwaartepunt ecologie.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

10

5

Resultaten

In paragraaf 5.1 wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden onderzocht. Per gebied wordt bepaald en getoetst of de beschermde waarden van de beschermde gebieden kunnen worden aangetast. Paragraaf 5.2 toetst de ontwikkeling aan het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming. Per soortgroep wordt inzicht gegeven in de eventuele aanwezigheid van beschermde soorten, op basis van de literatuurstudie en het veldbezoek, en er wordt bepaald of het planvoornemen effecten heeft op (mogelijk) aanwezige beschermde soorten.

5.1

Beschermde natuurgebieden

5.1.1

Natura 2000

Op 160 meter afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied: Schoorlse duinen, zie figuur 5.2. Het gebied Schoorlse Duinen beslaat een strook kalkarme (en plaatselijk kalkrijkere) duinen die ligt tussen Bergen en de Hondsbossche Zeewering. Het is een gevarieerd en uitgestrekt duinlandschap dat reliëfrijk en landschappelijk zeer afwisselend is. Er zijn lagere zeereepduinen, grote oppervlakte is begroeid met dophei- en kraaiheivegetatie, en er zijn oude loofbossen naaldbossen aanwezig. Hier liggen aan de rand van het Natura 2000 gebied direct de habitattypen Grijze duinen (H2130B), Duinheiden met struikhei (H2150) en Duinbossen (H2180A). Deze zijn alle drie gevoelig voor stikstof. Het gebied is niet aangewezen voor habitatrichtlijnsoorten of vogelsoorten. Effecten Door de geringe omvang van het project zijn directe effecten als gevolg van het plan door verstoring, verdroging, geluid- en of lichtverstoring op de aangewezen habitattypen zijn uit te sluiten. Echter door extra verkeerstromen en aanwezige machines tijdens de werkzaamheden, is het mogelijk dat er tijdelijk meer stikstofuitstoot plaatsvindt. Effecten van stikstofdepositie op de habitattypen die in de omgeving aanwezig zijn, is niet uit te sluiten. Conclusie Er zijn geen effecten van verstoring of verdroging te verwachten op de aanwezig habitattypen.

Echter de effecten van stikstofuitstoot op de habitattypen H2130B, H2150 en H2180A zijn onduidelijk. Negatieve effecten op habitattypen van het Natura 2000-gebied Schoorlse duinen zijn dan ook niet uitgesloten. Een Aerius berekening hiervoor is noodzakelijk.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

11

Figuur 5.1. Habitattypen in de omgeving van het plangebied (Bron; beheerplan Schoorlse duinen).

5.1.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied bevindt zich niet in het NNN. Er is daarom zeker geen sprake van directe aantasting van het NNN. Op 85 meter afstand begint het NNN gebied het Catrijpermoor. Dit is een complex van droge en vochtige kruidenrijke graslanden en schraallanden met een stelsel van duinrellen met stromend water. Het planvoornemen betreft voornamelijk inpandige verbouwingen. Er komt een kleine opbouw op het dak van de woning. Het pand wordt hierdoor niet hoger dan de bebouwing in de omgeving. Hierdoor zijn er geen effecten op het NNN. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN gebieden kan worden uitgesloten. Effecten Er zijn voor het NNN geen belemmeringen. Het NNN beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Conclusie Er is geen sprake van vermindering of aantasting van het NNN, nadere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.

5.1.3

Weidevogelleefgebied

Het plangebied bevindt zich niet in een weidevogelleefgebied. Op 200 meter afstand ligt de Grootdammerpolder, wat is aangewezen als weidevogelleefgebied. Effecten Het planvoornemen betreft voornamelijk inpandige verbouwingen. Er komt een kleine opbouw op het dak van de woning. Het pand wordt hierdoor niet hoger dan de bebouwing in de omgeving. Hierdoor zijn effecten op het weidevogelleefgebied uit te sluiten. Conclusie Er zijn geen effecten op de provinciaal aangewezen weidevogelleefgebieden.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

12

Figuur 5.2 Begrenzing van Natura 2000 gebieden en het NNN nabij het plangebied.

5.2

Beschermde soorten

5.2.1

Vogels

Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Een aantal soorten gebruikt jaarrond dezelfde nestlocatie. Dit zijn jaarrond beschermde nestplaatsen, dus ook buiten het broedseizoen. Dit betreft bijvoorbeeld de nestlocaties van huismus, gierzwaluw en diverse roofvogels en uilen, in bijlage 1 van deze rapportage is deze lijst opgenomen, plus een indicatie van de verspreiding in de provincie Noord-Holland. Voorkomen en functie In de omgeving zijn waarnemingen bekend van de jaarrond beschermde soorten kerkuil, ransuil, buizerd en huismus. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen bij het pand of in de tuin van de woning aangetroffen. Wel zijn er huismussen in de omgeving aangetroffen. Het enige stuk pannendak aan het platte dak is aan de kant van het woonhuis. De daknok is hier dicht en er is geen dakgoot. Wel kunnen mussen onder pannen op de grens tussen de dakpannen en het platte dak (zie figuur 2.1. links onder). Dit is echter niet logisch want dan zouden predatoren er gemakkelijk bij kunnen. De dichte daknok biedt geen verblijfmogelijkheden voor gierzwaluwen. Effecten Alle dakranden blijven behouden tijdens en na de werkzaamheden en de daknokken zijn dicht. Ook blijft er voldoende ruimte tussen de dakopbouw en het pannendak, mochten er vogels broeden. Op het platte dak zijn geen mogelijkheden voor gierzwaluwen.

Er zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogels.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

13

Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot een overtreding van een verbodsartikel van de Wet natuurbescherming.

5.2.2

Zoogdieren

Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd en staan vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming). De bescherming heeft zowel betrekking op de verblijfplaatsen, als vlieg- en trekroutes en foerageergebieden. Vleermuizen worden hier apart opgenomen, omdat meer dan alleen de verblijfplaatsen beschermd zijn en een aantal soorten wel algemeen voorkomend is in de provincie Noord-Holland. Voorkomen en functie Er zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis in de omgeving van het plangebied. Op het platte dak zijn geen verblijfmogelijkheden voor vleermuizen. De daknok van het woonhuis is dicht dus hier zijn geen invliegopeningen voor vleermuizen. Effecten Er zijn geen effecten op mogelijk aanwezige vleermuizen. Conclusie De ontwikkeling niet tot een overtreding van een verbodsartikel van de Wet natuurbescherming.

5.2.3

Overige soortengroepen

Aangezien de werkzaamheden op het op het dak van bebouwing plaatsvinden zijn effecten op overige in de Wet natuurbescherming genoemde soortgroepen (flora, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, weekdieren, insecten (vlinders, libellen, etc)) bij voorbaat uit te sluiten.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

14

6

Samenvattende conclusie

In hoofdstuk 5 zijn de effecten van de sloop van de gebouwen aan de Heereweg 163 in Schoorl getoetst aan de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Hieronder een samenvatting van de belangrijkste conclusies.

6.1

Conclusie voor de gebieden

6.1.1

Natura 2000

Uit de bureaustudie blijkt dat er op 160 meter afstand van het plangebied Natura 2000-gebied Schoorlse duinen ligt. Hier liggen aan de rand van het Natura 2000 gebied direct de habitattypen H2130B (grijze duinen), H2150 (duinheiden met struikhei) en H2180A (Duinbossen). Deze zijn alle drie gevoelig voor stikstof. Effecten van stikstofdepositie op de habitattypen is daarom niet uit te sluiten. Een Aerius berekening hiervoor is noodzakelijk.

6.1.2

NNN

Er is geen sprake van directe aantasting van het NNN. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN kunnen eveneens worden uitgesloten. Het provinciaal NNN beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

6.1.3

Weidevogelleefgebied

Het plangebied bevindt zich niet in een weidevogelleefgebied. Er is geen sprake van directe aantasting van, of verstoring op weidevogelleefgebied.

6.2

Conclusie beschermde soorten

Gezien het plangebied en het planvoornemen zijn er zeker geen effecten op beschermde soorten.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

15

Literatuur Rapporten Herder, J., Hamers, J. & Dekker, K. (2010). Atlas van de Noord-Hollandse amfibieën en reptielen 1980-2010. Landschap Noord-Holland, Stichting RAVON. Herder, J.E., Kranenbarg, J., Hoogeboom, D.M., Hamers, J. & Dekker, K. (2012). Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & RAVON Nijmegen. Hoogeboom, D.M., Visbeen, F., Wondergem, J. & Ruitenbeek, W. (2014). Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noordhollandse Zoogdierstudiegroep (NOZOS) Alkmaar. Kaag, K., Veling, K., Visbeen, F. & Scharringa, K. (2012). Vlinders van Duin tot Dijk. De dagvlinders van NoordHolland 2000-2009. Landschap Noord-Holland, Heiloo. Meijer, J., Krap S., Wondergem H., Achter de Molen R. en Dorland E. 2016. Natura 2000-beheerplan Schoorlse Duinen (86). Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Den Haag. Scharringa, C.J.G., Ruitenbeek, W. & Zomerdijk, P.J. (2010). Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 20052009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland (SVN), Landschap Noord-Holland, Heiloo. Van der Riet, B., van der Goes, H., Baas, T., van den Tempel, C., Menkveld, W. & Visbeen, F. (2014). Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland, Heiloo.

Websites maps.noord-holland.nl www.waarneming.nl www.telmee.nl ww.bij12.nl www.verspreidingsatlas.,nl

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

16

Bijlage I Tabellen beschermde soorten in NoordHolland Planten Vaatplanten Soort Bokkenorchis Dennenorchis

Artikel 3.10 3.10

Biotoop Regio Kalkrijk duinzand/ kalkrijke kavel Tussen Zandvoort en Wijk aan Zee Beschaduwde plaatsen op vochtige vaak De duinen bij Schoorl zure grond Glad biggenkruid 3.10 Akkers, zeeduinen, bermen, grasland Duingebied, Texel Groenknolorchis 3.5 Open duinvalleien, jaarlijks gemaaide Vechtplassen, Kennemerstrand (IJmuiden), verlandingsvegetaties Zwanenwater, Texel Grote leeuwenklauw 3.10 Bermen, akkers, waterkanten, Duingebied braakliggende grond Honingorchis 3.10 Zeeduinen Kennemermeer (IJmuiden) Karthuizeranjer* 3.10 Schrale- en kalkgraslanden, bermen en In de buurt van Amsterdam dijken, leisteenhellingen, zandsteenrotsen Kleine ereprijs 3.10 Zeeduinen, dijken en rivierduinen Binnenduinen bij Haarlem Kluwenklokje* 3.10 Bermen, grasland, rivierengebied Sporadisch waargenomen Muurbloem 3.10 Rotsachtige plaatsen, (oude) muren Zeldzaam in stedelijk gebied Rood peperboompje 3.10 Bossen, struwelen Aerdenhout Rozenkransje 3.10 Zeeduinen, heide, grasland, open plekken Bergen aan zee, Texel met veel korstmossen Scherpkruid 3.10 Zeeduinen, kalkrijke ruigten, erven, akkers Duingebied Schubvaren 3.10 Oude, verweerde, kalrijke muren Amsterdam, Haarlem Stofzaad 3.10 Open duinbossen, open struwelen, Duingebied dennenbossen en beukenbossen Tengere distel 3.10 Kustgebonden: zonnig, open, droog en Wieringen stikstofrijke grond Wilde ridderspoor* 3.10 Akkers Sporadisch waargenomen

Zandwolfsmelk 3.10 Rivierdijken, rivierduinen, grasland Enkele locatie in Amsterdam *Deze soorten komen in Noord-Holland alleen verwilderd uit tuinen of ingezaaid (uit mengsels) in bermen voor.

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

17

Vogels, jaarrond beschermde nesten Soort

Artikel

Biotoop

Regio

Boomvalk

3.1

Gehele provincie

Buizerd

3.1

Open gebieden met houtopstanden (met kraaiennesten) Bosjes van enige omvang en grootte, duinen en oudere bossen Grote stedelijke agglomeraties, kleine dorpen, platteland (boerderijen) Bosrijke landschappen, Binnenduinrand, open gebieden (m.n. zuidelijk van Noordzeekanaal) Waar mensen wonen, dakpannen, nestkasten, klimop Open kleinschalig landschappen nabij erven en (oude) panden. Grote open graslanden, laagveen en gradiënten Open, licht beboste landschappen

Kolonies rond Amsterdam en Hoorn

Gierzwaluw

3.1

Havik

3.1

Huismus

3.1

Kerkuil

3.1

Ooievaar

3.1

Ransuil

3.1

Roek

3.1

Slechtvalk

3.1

Vrijstaande hoge bomen, cultuurland, grasland en bouwland Hoge gebouwen, industriële complexen

Sperwer

3.1

Bosrijke en agrarisch gebied

Steenuil

3.1

(half)open agrarische landschappen met veel grasland

Wespendief

3.1

Uitgestrekte bossen

Categorie 4

Gehele provincie 4 Gehele provincie in bebouwde omgeving 2 Gehele provincie m.u.v. grotere open agrarische gebieden 4 Gehele provincie 2 Gehele provincie, Wieringermeer, Hoorn, Zaanstreek, Amsterdam In en rond Amsterdam en Haarlem en in Het Gooi Gehele provincie

3 4 2

Noordzeekanaalgebied en kop van Noord-Holland Gehele provincie

3 4

Voornamelijk West-Friesland, Zaanstreek. Ook op Wieringen en het zuidelijk deel van de provincie Duingebied en in Het Gooi

Vogels

categorie 1

Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)

Legenda categorieën jaarrond beschermde nesten

categorie 2

Zeer honkvaste koloniebroeders afhankelijk van bebouwing

categorie 3

Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie)

categorie 4

Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest

categorie 5

Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

3

18

1 4

Vogels Jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen Soort Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever

Artikel 3.1 3.1 3.1

Biotoop waterrijke poldergebieden in bomen Agrarisch gebied in schuren en stallen (Loof)bossen

Regio Gehele provincie Gehele provincie Het Gooi en sporadisch in duingebied

3.1

(oude) loofbossen met eiken en beuken

Boomkruiper

3.1

Bosuil

3.1

Eider Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop

3.1 3.1 3.1

Grauwe vliegenvanger Groene specht

3.1

Bossen, laanbeplanting, hoog opgaande vegetatie Parkachtig landschap met oude bomen (>12 ha) Waddeneilanden Parkachtige landschappen, bebouwde kom Open loof- / dennenbossen, landgoedbossen, oude parken Structuurrijk loofbos, gemengd bos met eiken en beuken Open loofbos, kleinschalige agrarische landschappen Parkachtige half open landschappen.

Duingebied en in Het Gooi, parken Amsterdam en Haarlem Gehele provincie

Grote bonte specht Huiszwaluw

3.1

IJsvogel

3.1

Kleine bonte specht Koolmees

3.1

Oeverzwaluw Pimpelmees

3.1 3.1

Categorie 5 5 5

3.1

3.1

3.1

3.1

Raaf Spreeuw Tapuit Torenvalk

3.1 3.1 3.1 3.1

Zwarte kraai

3.1

Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht

3.1 3.1 3.1

Oude loof-/ naaldbossen; (oude-) parken, windsingels, bomenrijen Bewoonde gebieden: dakranden, balken en goten Waterrijke streken met meren, kanalen, rivieren, vaarten en sloten Gevarieerde loofbossen met oude hoge bomen, parken Bossen, parkachtige landschappen, platteland, tuinen Steile wanden van zand, leem of klei Bossen, parkachtige landschappen, platteland, tuinen Afhankelijk van kadavers Stedelijk- en landelijk gebied Kustduinen Graslanden, wegbermen, dijken Open en halfopen landschappen met hoge bomen Naaldbossen Holen gebouwen en steenhopen Grotere bosoppervlakten

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

5 5

Bosrijke delen provincie en stadsparken 5 5 5

Texel, Balgzand (Noordkop) Gehele provincie Duingebied en in Het Gooi

5 Duingebied en in Het Gooi 5 Bossen in de gehele provincie., 5 Gehele provincie m.u.v. grotere open gebieden met weinig bomen/bos Gehele provincie

5 5

Gehele provincie 5 Gehele provincie 5 Duingebied, Texel, Robbenoordbos en in Het Gooi Gehele provincie

5 5 5

Gehele provincie Gehele provincie Het Gooi, duingebied Gehele provincie Duingebied Gehele provincie, vooral agrarisch gebied maar ook natuurterreinen Gehele provincie

5 5 5 5 5 5 5 5 5

Duingebied en in Het Gooi Stedelijk gebied Het Gooi

19

Grondgebonden zoogdieren Soort Boommarter

Artikel 3.10

Biotoop Oude bossen en landgoederen

Bruinvis Bunzing

3.5 3.10

Damhert

3.10

Noordzee en Waddenzee Kleinschalig landschap met schuilmogelijkheden en water in oude holen van o.a. konijnen, holtes en opslag Open- en half open landschappen

Das

3.10

Eekhoorn

3.10

Gewone zeehond Grijze zeehond Hermelijn

3.10 3.10 3.10

Zoute wateren Zoute wateren Nagenoeg elke biotoop met voldoende kleine zoogdieren als prooi

Noordse woelmuis

3.5

Veenweide en natuurterreinen

Otter Steenmarter

3.5 3.10

Waterspitsmuis

3.10

Wezel

3.10

Moerasgebieden Bos, stedelijke- en agrarische gebieden met voldoende voedsel en schuilplaatsen Heldere wateren, moerassige gebieden, natte duinvalleien, rietkragen, verlandingszones Gevarieerde weidegebieden, akkergebieden, bossen, moerassen. Voldoende kleine zoogdieren

Kleinschalig natuurlandschap, flink areaal en toegang tot bemeste weilanden Bos met voldoende zaaddragende bomen

Regio In oude bossen, voornamelijk duinbossen, Amsterdamse bos, Het Gooi en Robbenoordbos Noordzee en Waddenzee Gehele provincie m.u.v. Texel

Duinen van Zuid-Kennemerland, duinen tussen Egmond en Noordzeekanaal Het Gooi Het Gooi, bossen rond Amsterdam, Duingebied Waddenzee, Noordzee Waddenzee, Noordzee Gehele provincie. Voornamelijk Zaanstreek, Waterland en Vechtplassengebied. Gebied tussen Hoorn, Alkmaar, Haarlem en Amsterdam en op Texel. Naardermeer en Vechtplassen Sporadisch Zeldzaam aanwezig in gehele provincie Gehele provincie m.u.v. Texel

Vleermuizen Soort Franjestaart

Artikel 3.5

Biotoop Naaldbossen, andere bostypen, bosranden, kapvlakten, weilanden, drassig terrein

(Gewone) Baardvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Kleine dwergvleermuis

3.5

Parkachtige landschappen met stromend water en oevervegetatie Van agrarisch gebied en bos tot dichtbevolkte steden. Voornamelijk kiervormige ruimten Loofbos, gemengd bos, holle bomen en gebouwen

Laatvlieger

3.5

Meervleermuis

3.5

Rosse vleermuis

3.5

Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis

3.5 3.5

Watervleermuis

3.5

3.5 3.5 3.5

Waterrijke gebieden: oeverbossen, laagland en wateren. Gebouwbewoner Gebouwen: huizen in dorpen en steden, boerderijen. Open landschap Spouwmuren van huizen rond sloten, kanalen, meren en plassen Oude holle bomen: beuken en eiken in landgoederen en in andere bossen Gemengde loofbossen en parken Open gebieden of in waterrijke nieuwbouw- en villawijken op voormalige agrarische grond Oude loofbomen in de buurt van waterpartijen. Landgoederen en buitenplaatsen

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

Regio Bunkers Amsterdamse Waterleidingduinen en ZuidKennemerland. Rond Hilversum Met name Duingebied, Gooi. Sporadisch in hele provincie Gehele provincie Met name Duingebied, Gooi. Sporadisch in hele provincie Enkele sporadische waarnemingen Gehele provincie Gehele provincie Gehele provincie Gehele provincie Enkele sporadische waarnemingen Gehele provincie

20

Amfibieën Soort Alpenwatersalamander

Artikel 3.10

Biotoop Allerlei typen water, visarm, niet snelstromend

Boomkikker

3.5

Heikikker

3.5

Kamsalamander

3.5

Poelkikker

3.5

Visvrije, zonnige gelegen en matig voedselrijke wateren met oever- en watervegetatie Vochtige dichte vegetaties: heide, veen, moeras, graslanden, duinen Kleinschalig landschap met afwisseling tussen bos, struweel, houtwallen, rietkragen, graslanden Hogere zandgronden, heide, hoogveen

Rugstreeppad

3.5

Open, droge en warme terreinen in een pionierstadium

Soort Hazelworm

Artikel 3.10

Biotoop Dichtbegroeide, enigszins vochtige gebieden

Levendbarende hagedis

3.10

Vochtige terreindelen, hoogveen, natte heide

Ringslang

3.10

Waterrijk, overgang hogere zandgronden naar veenen kleigronden

Zandhagedis

3.5

Hogere zandgronden en duinen, droge heide

Regio Ten zuiden van Hilversum, sporadisch rond Amsterdam/Haarlem Amsterdamse waterleidingduinen Het Gooi, Texel Het Gooi Texel, Duingebied rond Castricum en Het Gooi Gehele provincie m.u.v. intensief agrarisch gebied

Reptielen Regio Gooi- en Vechtstreek, ZuidKennemerland, Schoorl Het Gooi Randen van Het Gooi, Vechtstreek (zuidoosten), rond Amsterdam, IJsselmeer tussen Hoorn en Amsterdam. Zaanstreek (o.a. Wormeren Jisperveld). Vooral vastelandsduinen en Het Gooi

Insecten, Libellen Soort Gevlekte witsnuitlibel

Artikel 3.5

Biotoop Laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen Laagveenmoerassen met krabbenscheer

Regio Duingebied, Het Gooi

Groene glazenmaker

3.5

Sierlijke witsnuitlibel

3.5

Schone, vegetatierijke vennen, plassen en dode rivierarmen

Duingebied, Het Gooi

Soort Aardbeivlinder

Artikel 3.10

Biotoop Duingebied

Bruine eikenpage

3.10

Duingebied

Regio Duingebied ten zuiden van het Noordzeekanaal Duingebied

Duinparelmoervlinder

3.10

Open duin

Duingebied

Grote parelmoervlinder

3.10

Duinen (duinviooltje)

Grote vos

3.10

Tijdelijke vestingen, langs de kust

Texel, duinen bij Den Helder, Kennemerduinen Niet meer als standvlinder in ons land

Iepenpage

3.10

Stedelijk gebied

Enkele waarnemingen in Amsterdam

Kommavlinder

3.10

Duinen, schrale grasvegetaties

Duingebied, Texel

Sleedoornpage

3.10

Groensingels in stedelijk gebied

Het Gooi

Vechtstreek

Insecten, Vlinders

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

21

Insecten, Kevers Soort Gestreepte waterroofkever

Artikel 3.5

Biotoop Diepe meren, goede waterkwaliteit en dichte oevervegetatie

Regio Weidemeren

Soort Grote modderkruiper

Artikel 3.10

Regio Vechtplassen

Houting

3.5

Biotoop Stilstaand tot zeer langzaam stromend ondiep water, dikke modderlaag Zee, riviermondingen, rivieren (zandbodem)

Kwabaal

3.10

Rivieren, beken, meren

Vechtplassen

Artikel 3.5

Biotoop Stilstaand water. Voorkeur voor veenbodems.

Regio Vechtstreek. Verspreid rond binnenduinrand en veenweidegebied.

Vissen

Vechtplassen

Weekdieren Soort Platte schijfhoren

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

22

Quickscan Wet natuurbescherming 28-04-2020. C. van den Tempel

23

Landschap Noord-Holland Postbus 222 1850 AE Heiloo Tel. 088 - 006 44 00 www.landschapnoordholland.nl de zakelijke dienstverlening van Landschap

info@landschapnoordholland.nl

bestemmingsplan Heereweg 163 te Schoorl

Bijlage 2 AERIUS-berekening

63

Prevent

Adviesgroep

Toetsing stikstofdepositie Bouwkundig Buro Sijnesael & Van Wijck

Aan

:

Opgesteld door

:

Datum

:

15 april 2020

Projectnummer

:

439

Documentnummer

:

439 V01

Onderwerp

:

Toetsing stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden met een voor

, Prevent Adviesgroep B.V.

verzuring gevoelige habitat t.b.v. de transformatie van het bedrijfsgebouw aan de Heereweg 163 te Schoorl naar een appartementengebouw. 1

Aanleiding

Op de locatie is een bestaand bedrijfsgebouw met bedrijfswoning aanwezig. Het bedrijfspand word inpandig verbouwd tot een appartementengebouw (4 appartementen). De bestaande bedrijfswoning blijft ongewijzigd en wordt qua functie omgezet van bedrijfswoning naar woning. In het kader van de Wet natuurbescherming dient de invloed van deze uitbreiding, met name de stikstofdepositie, ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden te worden vastgesteld.

2

Methode

In verband met de recente uitspraak met betrekking tot de PAS (29 mei 2019) kan de rekentool Aerius kan niet meer worden gebruikt voor automatische vergunning-verleningsmogelijkheden en toetsing aan berekende drempelwaarden van het PAS. Aerius kan nog wel worden gebruikt om te berekenen wat de stikstofdepositie van de projectbijdrage is op de rekenpunten in de Natura 2000 gebieden.

3

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden

In figuur 1 is de ligging van de projectlocatie weergegeven en Natura 2000 gebieden. De projectlocatie is gelegen op 115 meter afstand van het natura 2000 gebied Schoorlse Duinen (gebiedsnummer 86).

Toetsing Stikstofdepositie transformatie locatie Heereweg 163 Schoorl

Pagina 1 van 3

Prevent

Adviesgroep

projectlocatie

115 m

Figuur 1 : ligging projectlocatie en Natura 2000 gebieden

4

Berekening toename jaarvracht NOx door ontwikkelingen op projectlocatie

4.1

Bouwfase

De werkzaamheden betreffen een interne verbouwing van het bestaande bedrijfsgebouw tot 4 appartementen. De werkzaamheden zullen hoofdzakelijk inpandig worden uitgevoerd met handgereedschap en elektrisch gereedschap. Hierbij komt geen NOx vrij. Tijdens de bouwfase zal NOx vrijkomen door aan- en afrijdend verkeer door transport van materialen en personen. De bouwfase zal ongeveer 20 weken in beslag nemen.

Er wordt uitgegaan van 3 lichte motorvoertuigen per werkdag voor transport van personeel en materialen. Voor de aanlevering van meer volumineuze materialen wordt uitgegaan van 1 vrachtwagen per 2 weken (vrachtwagen voorzien van een autokraan) die gedurende 15 minuten materialen lost.

De Heereweg is een doorgaande hoofdweg die de dorpen Groet en Schoorl ontsluit en is daarmee een drukke weg met een hoge verkeersintensiteit. Het aan- en afrijdend verkeer door transport van materialen en personen tijdens de bouwfase is daarmee op deze weg op korte afstand al opgenomen Toetsing Stikstofdepositie transformatie locatie Heereweg 163 Schoorl

Pagina 2 van 3

Prevent

Adviesgroep

in het heersende verkeersbeeld. De transportroute is voor vrachtverkeer over 100 m opgenomen in de richting van Bergen/Schoorldam en voor lichte voertuigen over 50 meter. Op dit punt onderscheidt het verkeer tijdens de bouwfase zich zeker niet meer van het overige verkeer (qua snelheid, rij- en stopgedrag) en is het opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

In bijlage 1 is de NOx emissieberekening opgenomen van het aan-en afrijdend werkverkeer en het gebruik van materiaalinzet tijdens de verbouwing. Hierbij is op basis van het gebruik van vrachtwagens (euro 6) een NOx-emissie berekend van 0,19 kg NOx in het jaar dat de bouwwerkzaamheden plaatsvinden. 4.2

Nieuwe situatie (gebruiksfase)

In de nieuwe situatie worden de 4 appartementen gasloos verwarmt door middel van luchtwarmtepompen. Er wordt geen gas gebruikt voor het verwarmen van de woningen, de warm watervoorziening en voor het koken. Er wordt alleen gebruik gemaakt van elektriciteit. Hierbij komt geen NOx vrij. De NOx emissie aan de bron bedraagt in de nieuwe situatie 0 kg per jaar. Conform de Handreiking woningbouw en Aerius moet voor de gebruiksfase wel rekening worden gehouden met de aantrekkende werking van verkeer waarbij gebruik kan worden gemaakt van de kencijfers van het CROW (publicatie 318). Voor koopappartementen (midden/goedkoop), categorie “rest bebouwde kom” bedraagt het kencijfer 5,6 motorvoertuigen per etmaal. De totale verkeersgeneratie bedraagt 22,4 motorvoertuigen per etmaal voor de 4 appartementen. Verondersteld wordt dat 25% in de richting groet/Hargen rijdt en 75% in de richting Bergen/Schoorldam. De transportroute is in beide richtingen over 50 m opgenomen. Voor de nieuwe situatie wordt een NOx-emissie berekend van 0,11 kg NOx per jaar.

5

Rekenresultaten Aerius

De invoergegevens in Aerius en de rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 2.

Voor de emissie van NOx tijdens de bouwfase en in de nieuwe situatie (gebruiksfase) wordt met Aerius een stikstof depositie berekend van 0,00 mol N per ha per jaar bij het Natura 2000 gebied Schoorlse Duinen.

6

Conclusie

De verbouw en in gebruik name van de appartementen zal niet leiden tot extra stikstofdepositie in Natura 2000 gebieden.

Toetsing Stikstofdepositie transformatie locatie Heereweg 163 Schoorl

Pagina 3 van 3

Bijlage 1: berekening NOx-emissie (toename in bouwfase en nieuwe situatie) Bouwfase Aan en afrijdend werkverkeer voertuig

voertuigen per dag aantal

lichte voertuigen vrachtverkeer Totaal

3 0,1

aantal dagen

verkeerbewegingen 6 0,2

100 100

(**)

Afstand km/voertuig km/jaar 0,05 0,10

30 2

Emissiefactor (g NOx/km)

(*)

Emissie (kg/jaar)

0,270 3,755

0,01 0,01 0,02

(*) Emissiefactoren voor niet-snelwegen, buitenweg, toetsjaar 2020 (versie 14 maart 2020), van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (**) Het aan en afrijdend verkeer is meegenomen tot 50 en100 meter op de Heereweg (richting Bergen/Schoorldam). De Heereweg is een drukke doorgaande weg door de dorpskernen Schoorl en Groet. Na 100 meter onderscheidt het aan en afrijdend vrachtverkeer zich door zijn rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer en is dit verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Na 50 meter onderscheiden de aan en afrijdende lichte voertuigen zich door het rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer en is dit verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Materiaalinzet tijdens de bouw geschatte materiaalinzet en geproduceerde stikstof tijdens de bouw Bron

Aantal

Vrachtwagen (euro 6, bouwjaar vanaf 1/2014) op bouwplaats (levering materialen met vrachtwagen met gebruik autokraan op vrachtwagen) Totaal

Dagen actief 1

10

Uur 2,5

Draaitijd factor

Vermogen (kW)

0,5

350

emissiefactor (g NOx/kWh)

Emissie (kg/jaar)

0,4

0,18

0,18

0,19

Totale NOx emissie vanwege de bouwfase (in kg per jaar)

Nieuwe situatie Aan en afrijdende lichte motorvoertuigen van en naar de appartementen voertuig

voertuigen per dag ken cijfer CROW (mtv/dag per appartement)

lichte voertuigen

Totale NOx emissie in nieuwe situatie (in kg per jaar)

5,6

aantal dagen verkeerbewegingen (4 appartementen) 22,4

365

(**)

Afstand km/voertuig km/jaar 0,05

409

Emissiefactor (g NOx/km) 0,270

(*)

Emissie (kg/jaar) 0,11

0,11

Bijlage 2 Rapportage Aerius

In deze bijlagen zijn de door Aerius gegenereerde rapportages opgenomen voor: - de bouwfase - de nieuwe situatie (gebruiksfase) met 4 appartementen

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

nr cht ngs ocat e

Project A.P. Louter Holding B.V.

Heereweg 163, 1871 EE Schoorl

Omschr v ng

AER US kenmerk

transformatie bedrijfspand naar appartementengebouw

S1ntZYkGt1hN

Datum bereken ng

Reken aar

Rekenconf gurat e

15 april 2020, 15:22

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resu taten

S tuat e 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgeb ed

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

toets ng bouwfase

bouwfase

S1ntZYkGt1hN (15 apr 2020) pag na 2/5

Resultaten

Locatie bouwfase

Emissie bouwfase

Bron Sector

aan en afrijdend vrachtverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

Em ss e NH3

Em ss e NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Materiaalinzet tijdens bouw Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

aan en afrijdende lichte voertuigen Wegverkeer | Buitenwegen

Resu taten

bouwfase

< 1 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

S1ntZYkGt1hN (15 apr 2020) pag na 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

bouwfase

Locat e (X Y) NOx NH3

Soort

Voertu g

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Naam Locat e (X Y) NOx

Voertu g

Omschr v ng

Brandstof verbru k (/)

AFW

vrachwagen op bouwplaats, euro 6, bouwjaar vanaf 1/2014

Naam

Locat e (X Y) NOx NH3

Resu taten

Soort

Voertu g

Standaard

Licht verkeer

bouwfase

aan en afrijdend vrachtverkeer 107453, 525361 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

20,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Materiaalinzet tijdens bouw 107393, 525374 < 1 kg/j

U tstoot hoogte (m)

Spre d ng (m)

Warmte Stof nhoud (MW)

Em ss e

2,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

aan en afrijdende lichte voertuigen 107430, 525370 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

600,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

S1ntZYkGt1hN (15 apr 2020) pag na 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewe verstrekte gegevens kunnen d enen ter onderbouw ng van een vergunn ngaanvraag kunnen er geen rechten aan worden ont eend De e genaar van AER US aanvaardt geen aansprake khe d voor de nhoud van de door de gebru ker aangeboden nformat e Bovenstaande gegevens z n enke bru kbaar tot er een n euwe vers e van AER US besch kbaar s AER US s een gereg streerd hande smerk n Europa A e rechten d e n et exp c et worden ver eend z n voorbehouden

Rekenbasis

Deze bereken ng s tot stand gekomen op bas s van AER US

vers e 2019A_20200403_6c571f9654

Database

vers e 2019A_20200403_6c571f9654

Voor meer nformat e over de gebru kte method ek en data z e https //www aer us n /n /factsheets/re ease/aer us-ca cu ator-2019A

Resu taten

bouwfase

S1ntZYkGt1hN (15 apr 2020) pag na 5/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

nr cht ngs ocat e

Project A.P. Louter Holding B.V.

Heereweg 163, 1871 EE Schoorl

Omschr v ng

AER US kenmerk

transformatie bedrijfspand naar appartementengebouw

RivRkSWwZcgM

Datum bereken ng

Reken aar

Rekenconf gurat e

15 april 2020, 15:14

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resu taten

S tuat e 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgeb ed

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

toets ng gebru ksfase

n euwe s tuat e

R vRkSWwZcgM (15 apr 2020) pag na 2/5

Resultaten

Locatie nieuwe situatie

Emissie nieuwe situatie

Resu taten

Bron Sector

n euwe s tuat e

Em ss e NH3

Em ss e NOx

aan en afrijdend verkeer richting Bergen/Schoorldam Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

aan en afrijden verkeer richting Groet /Hargen Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

R vRkSWwZcgM (15 apr 2020) pag na 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

nieuwe situatie

Locat e (X Y) NOx NH3

Soort

Voertu g

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

Standaard

Licht verkeer

16,8 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locat e (X Y) NOx NH3

Resu taten

aan en afrijdend verkeer richting Bergen/Schoorldam 107427, 525370 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertu g

Standaard

Licht verkeer

n euwe s tuat e

aan en afrijden verkeer richting Groet /Hargen 107378, 525388 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aanta voertu gen Stof

Em ss e

5,6 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

R vRkSWwZcgM (15 apr 2020) pag na 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewe verstrekte gegevens kunnen d enen ter onderbouw ng van een vergunn ngaanvraag kunnen er geen rechten aan worden ont eend De e genaar van AER US aanvaardt geen aansprake khe d voor de nhoud van de door de gebru ker aangeboden nformat e Bovenstaande gegevens z n enke bru kbaar tot er een n euwe vers e van AER US besch kbaar s AER US s een gereg streerd hande smerk n Europa A e rechten d e n et exp c et worden ver eend z n voorbehouden

Rekenbasis

Deze bereken ng s tot stand gekomen op bas s van AER US

vers e 2019A_20200403_6c571f9654

Database

vers e 2019A_20200403_6c571f9654

Voor meer nformat e over de gebru kte method ek en data z e https //www aer us n /n /factsheets/re ease/aer us-ca cu ator-2019A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4664/documents/34009