CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

bij 03-11-2022 Kerkplein 25-27 Egmond-Binnen_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 6: Voorstel betreft het vaststellen van het bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen11.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

28

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

Tabel 2: Te realiseren parkeerplaatsen: Binnenterrein(eigen terrein)

52 parkeerplaatsen.

Westerkroft(terrein SKA verkoop gemeente Bergen)

4 parkeerplaatsen.

Kerkplein Noord langsparkeren(grond gemeente Bergen)

11 parkeerplaatsen.

Kerkplein Zuid (grond gemeente Bergen)

12 parkeerplaatsen.

Kerkplein

37 parkeerplaatsen

TOTAAL

116 parkeerplaatsen

Aan de hiervoor genoemde parkeerbehoefte kan dan ook worden voldaan. Verkeer Aan de hand van de hiervoor genoemde categorie-indeling kan op basis van de kencijfers van het CROW de verkeersgeneratie worden berekend. Voor het genoemde type woning kan een maximumkencijfer van 4,5 voertuigbewegingen per woning worden aangehouden. Voor in totaal 55 woningen komt dit neer op een verkeersgeneratie van 248 voertuigen. In de bestaande situatie is een Rooms-Katholieke kerk aanwezig. De kerk heeft 730 zitplaatsen. Conform de kencijfers van het CROW (religiegebouw) kan een parkeernorm van 0,2 parkeerplaatsen per zitplaats worden aangehouden. Uitgaande van een turnover van 1 (1 dienst per dag) komt de verkeersgeneratie van het kerkgebouw neer op 292 lichte voertuigbewegingen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de diensten over het algemeen enkel op zondag worden gehouden. Met het planvoornemen ontstaat een lagere verkeersgeneratie dan in de huidige situatie mogelijk kan zijn. In de huidige situatie is echter sprake van een kerkgebouw waar slechts eenmaal in de week sprake is van de maximale verkeersgeneratie. De huidige verkeersintensiteiten kunnen dan ook niet één op één vergeleken worden met de nieuwe intensiteiten. Op erftoegangstoegangswegen waartoe de omliggende wegen behoren, is een maximale verkeersintensiteit van circa 4000/5000 motorvoertuigen per etmaal wenselijk.

Verwacht mag worden dat de wegen voldoende restcapaciteit hebben om de verkeersgeneratie vanwege het voornemen te kunnen verwerken. 4.6.2

Conclusie

Het planvoornemen is wat betreft verkeer en parkeren uitvoerbaar.

4.7

Luchtkwaliteit

4.7.1

Beleidskader

In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 ìg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25 ìg/m3 voor PM2,5. Projecten met een invloed van 'niet in betekende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn verder vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen. PM10 en PM2,5 zijn sterk gerelateerd, aangezien PM2,5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10. Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2,5 niet wordt overschreden.

29

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

4.7.2

Analyse

Met het planvoornemen worden 55 woningen gerealiseerd, waarmee het voornemen ruimschoots onder de vrijstellingsgrens valt. Verwacht mag worden dat het planvoornemen een van niet in betekende mate invloed heeft op de luchtkwaliteit. Een woning kan wel beschouwd worden als een gevoelige functie als het gaat om luchtkwaliteit. Ligt een dergelijke functie binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen of 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen, dan is een luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Hiervan is in voorliggende situatie geen sprake. Voor de bestaande luchtkwaliteitswaarden in en in de omgeving van het plangebied is de Luchtkwaliteitskaart van het RIVM geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteitsindex als 'goed' wordt beschouwd. De aanwezige luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling van het voornemen. 4.7.3

Conclusie

Aan de hand van voorgaande analyse kan gesteld worden dat het planvoornemen wat betreft luchtkwaliteit, uitvoerbaar is.

4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Beleidskader

De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico’s op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. Landelijk is de zogenoemde professionele risicokaart ontwikkeld. Hierin is informatie opgenomen die met risico te maken heeft; zowel risicobronnen als kwetsbare objecten worden getoond die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. 4.8.2

Analyse

Om na te gaan of bij het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn, is de Risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen risicobronnen gevestigd zijn of vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Met het planvoornemen wordt daarnaast geen nieuwe risicobron mogelijk gemaakt of vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. 4.8.3

Conclusie

Aan de hand van voorgaande analyse kan geconcludeerd wordt dat het planvoornemen wat betreft het aspect externe veiligheid uitvoerbaar is.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

4.9.1

Beleidskader

Uit oogpunt van ruimtelijke ordening Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals die uitgangspunt is van de Wro, geldt eveneens de noodzakelijkheid tot een voldoende ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Gebruik is gemaakt van het stappenplan en de richtafstanden uit de basiszoneringslijst in de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De inhoud van de milieuzonering wordt bepaald aan de hand van drie bouwstenen, te weten richtafstandenlijst, omgevingstypen en functiemenging. In de richtafstandenlijst zijn bedrijven opgenomen, ingedeeld in milieucategorieën, waarbij

30

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan, afhankelijk van het omgevingstype, worden afgeweken van deze richtafstanden. In de genoemde VNG-publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (milieucategorie 1 wordt 0, 2 wordt 1, 3.1 wordt 2 et cetera). Uit oogpunt van milieu Bedrijvigheid in de directe omgeving van (recreatie)woningen (of (andere) milieugevoelige gebieden) kunnen daar (milieu)hinder vanwege geluid, geur, stof, gevaar en dergelijke veroorzaken.

Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder voor hindergevoelige functies, zoals woningen, zo veel mogelijk voorkomen. 4.9.2

Analyse

De geldende bestemmingsplannen in het plangebied en omgeving vormen het juridisch-planologisch kader van functies, bebouwing en werkzaamheden die zijn toegelaten. Op basis van deze plannen kan in planologisch-juridische zin ook worden nagegaan welke milieuhinderlijke bedrijvigheid is toegelaten. Vanwege het woningbouwplan dient hinder van bedrijven en voorzieningen rondom het plangebied te worden bestudeerd. Hiervoor wordt uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening de VNG-publicatie ‘Bedrijven- en milieuzonering’ gehanteerd. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich alleen woonbestemmingen. Binnen deze bestemming zijn slechts aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Dit betreft zeer lichte bedrijvheid dat in een woonwijk gecombineerd kan worden met wonen zonder dat eventuele hinder tot gevolg heeft. Op een afstand van circa 75 meter van de gevels van de nieuw woningen bevindt zich een gemengde bestemming waar naast wonen ook detailhandel op de begane grond is toegestaan. Dergelijke detailhandel kan beschouwd worden als bedrijvigheid van categorie 1 (SBI-2008, 47) zoals opgenomen in de VNG-publicatie. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 10 m vanwege geluid. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Met planvoornemen wordt daarnaast geen nieuwe bedrijvigheid mogelijk gemaakt.

De aanwezige maatschappelijke bestemming met aanduiding religie komt te vervallen. Deze bestemming maakte het mogelijk om 'bedrijvigheid' van religeuze aard mogelijk te maken. Deze 'bedrijvigheid' is op basis van de VNG-brochure te beschouwen als categorie 2 bedrijvigheid (SBI-2008, 9491) waarvoor een grootste richtafstand van 30 meter geldt ten aanzien van geluid. Met voorliggende bestemmingsplanwijziging is deze bedrijvigheid hier niet langer mogelijk en treedt dan ook een verbetering op in het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen als het gaat om bedrijfshinder. 4.9.3

Conclusie

Aan de hand van voorgaande analyse kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering uitvoerbaar is.

31

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

4.10 Duurzaamheid Duurzaamheid is in het kader van de ontwikkeling een ambitie op zowel gebiedsniveau als gebouwniveau. Bij de uitwerking van het plan is het beheersbaar houden van de energielasten voor de gebruiker een belangrijk onderdeel. Nieuwbouw biedt kansen voor de reductie van de CO2-uitstoot, het opwekken van duurzame energie en het slim omgaan met water. Betekenis voor het project De ontwikkeling van het Kerkplein wordt een duurzaam project op verschillende vlakken; energiegebruik, klimaatadaptatie en gezondheid. Energiegebruik De woningen worden niet aangesloten op het gasnet en zullen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit. Momenteel zijn dit de BENG-eisen (bijna energieneutraal). De daken van de gebouwen worden gebruikt voor zonnepanelen om duurzame energie op te wekken. Klimaatadaptatie Het klimaat veranderd, een belangrijk onderdeel hiervan zijn de hevigere weersomstandigheden zoals; wateroverlast, hittestress en droogte. In het plan wordt de mogelijkheid geboden voor het realiseren van eventuele waterberging. In het plan zijn daarnaast veel bomen opgenomen. Het groen in het plan zorgt voor een verkoelende werking in warme perioden.

4.11 Milieueffectrapportage De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. De activiteit die met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, sluit het beste aan bij onderdeel D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Onderdeel D11.2 betreft: 'uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden behorende bij deze categorie worden echter niet overschreden (oppervlakte van 200 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer). Het voornemen is daarmee niet rechtstreeks plan-m.e.r.-, project-m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Voor projecten die voorkomen in de lijst met categorieën in de bijlage bij het Besluit m.e.r, maar geen drempelwaarden overschrijden is de zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde. Bij wetswijziging van het Besluit m.e.r. per 7 juli 2017 moet een particulier of ondernemer een vormvrije m.e.r.-beoordeling middels een aanmeldnotitie bij het bevoegd gezag aanvragen.

Aan de hand hiervan wordt beoordeeld of een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen zal hebben. Door het bevoegd gezag, in deze de gemeente, zal op grond van de aanmeldnotitie binnen 6 weken na indiening worden beslist of een milieueffectrapportage voor een planvoornemen moet worden opgesteld. In het kader van het planvoornemen van voorliggend bestemmingsplan zal namens initiatiefnemer een aanmeldnotitie bij de gemeente worden ingediend.

32

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: a. b.

een verbeelding van het bestemmingsplangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd.

Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Ook zijn de regels van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) toegepast. Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd. Vanaf 1 januari 2010 wordt het bestemmingsplan ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Als de digitale en analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend.

5.2

Planregels

De regels zijn opgebouwd uit een aantal hoofdstukken. Deze indeling ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. 5.2.1

Inleidende regels

In hoofdstuk 1 is een uitleg van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen (Artikel 1). De standaard begripsomschrijvingen van de gemeente zijn aangevuld met die begrippen, die specifiek in dit bestemmingsplan voorkomen en waarbij sprake is van een (mogelijk) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen. Om de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken te kunnen bepalen, is daarnaast aangegeven hoe deze worden gemeten (Artikel 2). 5.2.2

Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingen opgenomen. Hierna wordt per bestemming een korte uitleg gegeven. Verkeer - Verblijf De voor 'Verkeer - Verblijf' (Artikel 3) aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer verblijfsgebied en groenvoorzieningen. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van de bestaande muziekkoepel. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn onder voorwaarden toegestaan. Wonen - 1 De gronden bestemd als 'Wonen - 1' (Artikel 4) zijn bestemd voor wonen. De woningen worden gestapeld binnen het bouwvlak gebouwd. Het aantal bouwlagen bedraagt niet meer dan drie. De maximale bouwhoogte is 10, met uitzondering van de aangeduide hoofdentree, waar een hogere bouwhoogte is toegestaan. De goothoogte aan de achterzijde van het gebouw wijkt af. Dit is als zodanig aangeduid op de verbeelding.

33

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

Er geldt een verbod om het gebouw plat af te dekken, met uitzondering van de hoofdentree. Een gedeelte van het gebouw krijgt een mansardedak. Het bouwen van aan- en uitbouwen en overkappingen is niet toegestaan. Het aantal te realiseren sociale en middeldure huurwoningen conform de Doelgroepenverordening is vastgelegd in de planregels. Onder voorwaarden is een aan huis verbonden beroep of bedrijf bij recht toegestaan. Waarde - Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' (Artikel 5) aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. Voor het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden geldt in een aantal gevallen een vergunning- en onderzoeksplicht. Bijvoorbeeld wanneer een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 500 m2 wordt gebouwd en wanneer ondergrondse leidingen worden aangelegd. 5.2.3

Algemene regels

In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen. Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel (Artikel 6) is om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels (Artikel 7) is aangegeven in welke gevallen bouwgrenzen (niet bestemmingsgrenzen) mogen worden overschreden. Ook is hier de gemeentelijke parkeerregeling in opgenomen. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels (Artikel 8) is eveneens de gemeentelijke parkeerregeling opgenomen. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd.

Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels (Artikel 9) is de mogelijkheid opgenomen om bij omgevingsvergunning af te wijken van maten en het overschrijden van bouwgrenzen (niet bestemmingsgrenzen). Algemene wijzigingsregels In de algemene afwijkingsregels (Artikel 10) is de mogelijkheid opgenomen om bij omgevingsvergunning bestemmingsgrenzen te overschrijden. Overige regels De overige regels (Artikel 11) stellen dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen in respectievelijk Artikel 12 en Artikel 13.

34

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven onder welke titel het plan wordt vastgelegd.

35

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

36

bestemmingsplan Kerkplein 25-27 te Egmond-Binnen

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de uit het plan voortkomende kosten. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst afgesloten. Op basis van deze overweging is het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar. De uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan wordt niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid belemmerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Informatiebijeenkomst

Op 25 oktober 2021 is een bijeenkomst georganiseerd voor belanghebbenden en omwonenden waarin de plannen zijn gepresenteerd en ruimte was voor vragen, opmerkingen en verduidelijking. Van de bijeenkomst is een verslag geschreven, zie Bijlage 9. De belangrijkste vraagpunten gingen over de verkeersafwikkeling en parkeersituatie. Ook is het ontwerp van het gebouw, naar aanleiding van de informatiebijeenkomst, op enkele onderdelen aangepast. Voor het overige zijn de plannen positief ontvangen. 6.2.2

Inspraak en overleg

In het kader van bestuurlijk overleg ex. artikel 3.1.1. Bro wordt het ontwerpbestemmingsplan aan verschillende maatschappelijke instanties aangeboden die daarmee in de gelegenheid zijn gesteld om een overlegreactie op het plan in te dienen. De ingekomen reacties worden in het bestemmingsplan verwerkt. 6.2.3

Terinzageleggingsfase

Het ontwerpbestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 Wro gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft iedereen een schriftelijke zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan kunnen geven. Binnen deze periode zijn er zienswijzen ingediend. De behandeling van ingekomen zienswijzen is samengevat in een afzonderlijke zienswijzennota. Deze is als bijlage bij de toelichting gevoegd (). Naar aanleiding van de zienswijzen wordt het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4766/documents/35473