CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025-2028 Bergen Raad v4.pdf

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 5: Voorstel betreft het vaststellen van de Programmabegroting 2025-2028 en de daarbij behorende begrotingswijziging31.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In de tariefstelling voor het variabele gedeelte wordt onderscheid gemaakt naar volume op de volgende wijze: - belasting per lediging van een container bestemd voor restafval met een inhoud van 240 liter - belasting per lediging van een container bestemd voor restafval met een inhoud van 140 liter - belasting bij gebruik van een verzamelcontainer (bij hoogbouw) per inworp van een afvalzak in een inworptrommel van 30 liter - belasting bij gebruik van een verzamelcontainer (bij hoogbouw) per inworp van een afvalzak in een inworptrommel van 60 liter Omdat hoogbouwbewoners geen pmd bak ter beschikking hebben en daarom minder afval kunnen scheiden, leidt dit tot meer

restafval. Bij gebruik van verzamelcontainers is daarom een 30% lager tarief op het variabele gedeelte van de heffing van toepassing. Het variabele gedeelte van de heffing wordt opgenomen in de ‘gecombineerde aanslag’ in het jaar volgend op het jaar waarin de ledigingen of inworpen hebben plaatsgevonden. Kerncijfers In de berekening van de opbrengst in relatie tot de kostendekkendheid wordt uitgegaan van de aantallen: - percelen in gebruik bij één persoon; - percelen in gebruik bij meer dan één persoon; - tweede woningen en vakantiewoningen; - ledigingen containers restafval van 140 liter; - ledigingen containers restafval van 240 liter; - inworpen afvalzakken van 30 liter in verzamelcontainers; - inworpen afvalzakken van 60 liter in verzamelcontainers. Bij de berekening van de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een gemiddelde van 8 ledigingen van een container per jaar. De verhouding tussen het vaste deel en het variabele van de aanslag komt daarmee gemiddeld uit op 87% vaste heffing en 13% variabele heffing. Alle tarieven van het variabele deel van de heffing (containerledigingen en inworpen van afvalzakken) zijn afgeleid van het tarief voor de lediging van een 240 liter container.

Tarieven Om de geraamde opbrengsten te realiseren zijn de tarieven als volgt berekend: Vaste heffing 2024 2025 Eénpersoonshuishouden 235,00 242,00 312,00 322,00 Meerpersoonshuishouden Tweede woning/vakantiewoning 312,00 322,00

Pagina 59 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Varabele heffing Per lediging container 140 liter Per lediging container 240 liter Per inworp trommel 30 liter Per inworp trommel 60 liter

2024 3,64 6,25 0,55 1,10

2025 3,75 6,44 0,57 1,14

Opbrengsten Op basis van de uitgangspunten zoals genoemd bij de kerncijfers, worden de opbrengsten als volgt geraamd: 2028 2025 2026 2027 (x € 1.000) 4.827 Afvalstoffenheffing vast 4.485 4.596 4.706 686 Afvalstoffenheffing variabel 659 672 686 5.513 Afvalstoffenheffing totaal 5.144 5.268 5.392 Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten: BTW toegerekende overhead Dubieuze debiteuren A Totale kosten

2025 3.973.000 525.000 3.448.000

Opbrengst vaste heffing Opbrengst variabele heffing Kwijtschelding B Totale opbrengsten B-A opbrengsten minus kosten Onttrekking voorziening Dekkingspercentage (B/A) 2.2 Forensenbelasting

4.880.000 666.000 -148.000 5.006.000 -174.000 174.000 97%

456.000 1.224.000 52.000 5.180.000

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De forensenbelasting wordt geheven van personen die niet in Bergen wonen, maar wel in Bergen gedurende meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. De heffingsgrondslag voor de forensenbelasting is een percentage van de WOZ-waarde, gelijk aan het principe zoals wordt toegepast bij de berekening van de OZB. De hoogte van de belasting is hiermee afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning. De forensenbelasting wordt geheven na afloop van het belastingjaar omdat pas dan kan worden bepaald of er sprake is van een belastingplicht. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal Het areaal voor deze belasting bestaat uit het aantal (tweede) woningen dat voldoet aan de criteria van de forensenbelasting in combinatie met de verwachte totale WOZ-waarde van deze woningen op de WOZ waardepeildatum (1-1-2024). Opbrengsten Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal en toename van de opbrengst van 4% worden de opbrengsten als volgt geraamd: 2026 2027 2028 (x € 1.000) 2025 Forensenbelasting 1.788.000 1.824.000 1.860.000 1.889.000 2.3 Leges Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening.

Kostendekkendheid en transparantie Pagina 60 van 101

Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

De opbrengsten betreffen de verwachte inkomsten in 2025, zoals opgenomen in het financieel systeem. De kosten bestaan uit verschillende componenten: - de directe kosten die aan het product zijn te relateren (bijvoorbeeld afdracht aan Rijk voor een geleverd paspoort); - de directe apparaatskosten (de salarislasten van het personeel dat direct aan het product werkt); - de toegerekende overhead. Door de berekende kosten af te zetten tegen de begrote opbrengsten, kan de kostendekkendheid worden bepaald. Zie voor verdere uitwerking hiervan het overzicht ‘Kostendekkendheid leges’ onder 3.2. 2.4 Begraafplaatsrechten Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De grafrechten worden geheven voor onder meer het begraven van personen en voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingrechten.

Rekening houdend met het uitgangspunt van 2% stijging van de opbrengsten voor 2025 tot en met 2028 worden de opbrengsten als volgt geraamd: 2027 2028 2025 2026 Begraafplaatsrechten

469.000

478.000

Kostendekkendheid begraafplaatsrechten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. Heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten A Totale kosten Opbrengsten heffingen B Totale opbrengsten Dekkingspercentage B/A

488.000 498.000 2025 597.196 0 597.196 456.623 0 1.053.820 469.000 469.000 45%

Kerncijfers en areaal De kerncijfers voor de begraafplaatsrechten bestaan hoofdzakelijk uit het aantal meerjarige rechten op graven en urnenplaatsen, het aantal begravingen en bijzettingen per jaar en het aantal onderhoudsrechten op graven en dergelijke. De beheerskosten van de begraafplaatsen zijn hoger dan de inkomsten. Er is geen sprake van volledige kostendekking. Dit is in overeenstemming met het beleidsplan begraafplaatsen.

2.5 Marktgelden Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Voor het innemen van een standplaats op de markten in Egmond en Bergen wordt marktgeld geheven. De berekening van de hoogte van het marktgeld vindt plaats naar het aantal meters van de frontbreedte van de kraam.

Tarieven De diverse tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel behorend bij de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten. Opbrengsten

Kerncijfers en areaal Het heffingsareaal wordt bepaald door het aantal strekkende meters aan kramen dat op de markt wordt geplaatst. Normaliter is er voor de markt in Egmond maximaal 97 meter beschikbaar. Voor de markt in Bergen is er maximaal 169 meter beschikbaar.

Pagina 61 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Opbrengsten Bij een gelijkblijvend areaal en 2% stijging van de opbrengsten per begrotingsjaar zien de opbrengsten er als volgt uit: 2025 2026 2027 2028 13.600 Marktgeld 12.800 13.100 13.400 Zoals uit het volgende overzicht blijkt zijn de kosten van de markten hoger dan de inkomsten. Er is geen sprake van volledige kostendekking. Gelet op de huidige situatie van het marktwezen wordt het niet mogelijk geacht de mate van kostendekkendheid te verhogen. Kostendekkendheid marktgelden Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. Heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten A Totale kosten Opbrengsten heffingen B Totale opbrengsten Dekkingspercentage B/A

2025 31.345 0

28.462 0 28.462 19.960 19.960 33%

2.6 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De onroerende-zaakbelastingen betreffen een tweetal belastingen, te weten;

• •

een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van woningen; een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van nietwoningen.

Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De onroerende zaakbelastingen voor het eigendom van woningen en niet-woningen worden geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar in het Kadaster bekend staat als de zakelijk gerechtigde (eigenaar) van de onroerende zaak. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak. De belasting wordt geheven als percentage van deze waarde. De waarde van de onroerende zaken wordt vastgesteld onder het regime van de Wet WOZ. Vanaf 2022 wordt de WOZ-waarde van woningen berekend naar de oppervlakte in plaats van de inhoud. Deze gewijzigde berekeningsmethodiek sluit daarmee beter aan bij de publicaties op diverse woningaanbod-websites waar de grootte van woningen al langer in vierkante meters wordt uitgedrukt. Tevens wordt hiermee een hogere acceptatiegraad van de WOZ-waarde beoogd. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal De kerncijfers voor de bepaling van de te verwachten opbrengst van de onroerende zaakbelastingen betreffen de totaalwaarde van de woningen en de totaalwaarde van de niet-woningen op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het belastingjaar. Daarbij wordt rekening gehouden met de omvang van de vrijgestelde WOZwaarde waarover geen OZB kan worden geheven.

De heffing van OZB van gebruikers van niet-woningen is per 2020 opgeheven onder gelijktijdige evenredige verhoging van het tarief voor eigenaren van niet-woningen. Hierdoor zijn 2 kerncijfers niet meer van invloed op de tariefstelling. Dit is het percentage leegstand en de omvang van de vrijstelling op woondelen bij nietwoningen. Voor de OZB-eigenaren opbrengst zijn beide factoren niet relevant.

Pagina 62 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Uitgangspunt is dat de OZB-opbrengsten worden verhoogd met minimaal de pNB (prijs Nationale Bestedingen) die in de meicirculaire van het jaar ervoor wordt gebruikt voor de aanpassing van de rekeningtarieven OZB door het Rijk. Dit is nodig om budgetneutraal te blijven ten opzichte van de korting op de algemene uitkering. Naast deze indexering worden de OZBopbrengsten verhoogd in verband met verwachte areaaluitbreiding. Dit wordt niet gerealiseerd door een verhoging van het tarief, maar door toename van het aantal WOZ-objecten door nieuwbouw. Er was in de Kadernota 4% begroot, dit wordt nu bijgesteld naar 6,3% (pNB zoals opgenomen in de meicirculaire2024). Tarieven De hoogte van de aanslag OZB 2025 is afhankelijk van de beschikte WOZ-waarde. Deze waarde, vermenigvuldigd met een percentage daarvan (het tarief) vormt het aanslagbedrag OZB. De belasting wordt geheven in de vorm van een eigenarenbelasting. Opbrengsten Rekening houdend met de genoemde mutaties worden de begrote opbrengsten voor 2025 tot en met 2028 als volgt geraamd: 2025 2026 2027 2028 OZB bedrijven

3.635.000

3.708.000

3.782.000

3.858.000

OZB woningen

8.920.000

9.098.000

9.280.000

9.466.000

Totaal OZB

12.555.000 12.806.000 13.062.000 13.324.000

verschuldigd. Het doel van de belasting is het reguleren van parkeergedrag en verkeersstromen. 2. Naheffingsaanslagen Als er geen of onvoldoende parkeergeld is betaald worden naheffingsaanslagen opgelegd. Hiervoor wordt ten hoogste het door het Rijk gemaximeerde tarief gehanteerd. Op de opbrengsten vindt geen indexatie plaats, naar aanleiding van de laatste jaarrekening wordt een nieuwe opbrengstinschatting gemaakt. 3. Rechten parkeervergunningen Voor bepaalde gebieden binnen onze gemeente kan tegen een vergoeding een parkeervergunning worden aangevraagd. Uitgangspunt is 2% stijging van het tarief en niet de opbrengsten. Hierdoor is het tarief niet afhankelijk van opbrengst en leidt een lager aantal afgegeven vergunningen niet tot extra prijsstijging. Kerncijfers en areaal Op basis van gerealiseerde opbrengsten wordt het hieraan gerelateerde gemiddelde aantal parkeeruren geactualiseerd. Tarieven parkeerbelasting De tarieven parkeerbelasting zijn opgenomen in de tarieventabel bij de verordening parkeerbelasting. De tarieven voor kort parkeren worden conform de Kadernota 2025 verhoogd met € 0,10 naar € 2,40 per uur en de tarieven voor parkeervergunningen met 2%.

2.7 Parkeerbelastingen Parkeerbelastingen onderscheiden we in drie soorten belastingen: 1. Parkeergelden 2. Parkeernaheffingsaanslagen (parkeerboetes) 3. Rechten parkeervergunningen 1. Parkeergelden Voor het parkeren van voertuigen op bepaalde dagen en tijden, op daartoe aangewezen openbare parkeerplaatsen, is parkeergeld Pagina 63 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Opbrengsten Uitgaande van het bovenstaande worden de begrote opbrengsten voor 2025 tot en met 2028 als volgt geraamd: 2025 2026 2027 2028 Parkeerbelasting (parkeergeld) 5.056.000 5.162.000 5.267.000 5.373.000 365.000 365.000 365.000 365.000 Naheffingsaanslagen Parkeervergunningen 687.000 701.000 715.000 730.000 2.8 Precariobelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Precariobelasting wordt geheven van degenen die voorwerpen hebben die zich op, onder of boven openbare gemeentegrond bevinden. De precariobelasting bestaat uit structurele belastbare feiten (bijvoorbeeld terrassen en uithangborden) en incidentele belastbare feiten (bijvoorbeeld een tijdelijke bouwcontainer). Omdat vanaf 2022 geen precariobelasting meer mag worden geheven over netwerken van nutsbedrijven, is hierover in deze paragraaf geen informatie meer opgenomen. De aanslagen voor de structurele belastbare feiten worden na afloop van het belastingjaar opgelegd. Dit aangezien pas na afloop van het belastingjaar de omvang van de belastingplicht bekend is. Kerncijfers en areaal Door periodieke plaatselijke controles wordt de actualiteit van de gegevens voor de precariobelasting op peil gehouden. Daarnaast leiden vergunningaanvragen tot inzicht in belastbare feiten.

Opbrengsten Rekening houdend met 2% stijging van de opbrengsten voor 2025 tot en met 2028 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: 2025 2026 2027 2028 109.500 171.700 114.000 116.300 Precario structureel 48.500 49.500 50.400 51.400 Precario incidenteel 158.000 161.200 164.400 167.700 Precario totaal 2.9 Rioolheffing Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een object van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. De heffingsgrondslag voor de rioolheffing heeft een relatie met de hoeveelheid water dat vanuit het object wordt afgevoerd. Er is sprake van een gedifferentieerd tarievenstelsel dat opgebouwd is uit eenheden waarbij 300 m3 waterverbruik als uitgangspunt is gebruikt voor het basistarief. Veruit de meeste woningen vallen onder de eerste eenheid: het basistarief. Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan toegerekende kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer toegerekende kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken.

Kerncijfers (kosten en opbrengsten) Kerncijfers voor de bepaling van de inkomsten uit rioolheffing zijn: • het aantal percelen waarvoor het basistarief geldt (0 tot en met 300 m3 waterafvoer); • het aantal percelen met meer dan 300 m3 waterafvoer waarvoor grootverbruiktarieven gelden op basis van de in de tarieventabel opgenomen tariefstaffels; • het aantal percelen waarvan water indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering.

Pagina 64 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

In de berekening van de opbrengst wordt uitgegaan van basiseenheden. In dit aantal zijn de grootverbruiktarieven teruggerekend naar het tarief van de basiseenheid. In dit aantal wordt de komende jaren geen groei verwacht. Kerncijfers voor de bepaling van de kosten van riool zijn: • De directe kosten voor riool inclusief fte en overhead • BTW, omdat sinds de invoering van het BTW compensatiefonds het niet doorrekenen van BTW leidt tot een extra nadeel in de vorm van een korting op de algemene uitkering. • Voor de berekening van de rioolheffing wordt de omslagrente toegerekend. • In het in juni 2023 aangenomen Programma Water en riolering is opgenomen dat baggeren voor 50% wordt doorbelast. Deze kosten houden meer dan zijdelings verband met de taken waarvoor de rioolheffing wordt ingesteld. Door te baggeren blijft het riool schoner en is er minder behoefte aan de reiniging van het riool. • Er vindt geen doorbelasting plaats van straatreiniging, onkruidbestrijding en beschoeiingen. Tarieven Door de keuze van een spaarvoorziening voor duurzame financiering dient het in het PWR opgenomen tarief met toepassing van jaarlijkse indexatie gevolgd te worden. Voor 2025 betekent dit dat het, op basis van prijspeil 2023, in het PWR opgenomen tarief met de “Inflatie, nationale consumentenprijsindex” van 2,9% wordt verhoogd.

Daarnaast wordt er eenmalig 6% extra verhoging verwerkt om het riooltarief kostendekkend te laten worden. Dit resulteert in een stijging van het basistarief van € 201,00 in 2024 tot een basistarief van € 219,00 in 2025.

Opbrengsten Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal worden de opbrengsten voor 2025 tot en met 2028 als volgt geraamd: 2025 2026 2027 2028 4.016.000 4.111.000 4.223.000 4.317.000 Rioolheffing

Kostendekkendheid rioolheffing Kosten taakveld riolering, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Baggeren Netto kosten taakveld

2025 3.179.000 20.000 11.000 3.170.000

Toe te rekenen kosten: Overhead BTW extra rente n.v.t. Totale kosten

4.012.323

Opbrengst heffingen Kwijtschelding oninbaarheid dubieuze debiteuren Totale opbrengsten

4.174.000 -116.000 -42.000 4.016.000

Verschil Mutatie voorziening Dekkingspercentage

3.677 -185.000 100%

396.600 445.723

Pagina 65 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

2.10 Toeristenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De toeristenbelasting wordt geheven voor het tegen betaling overnachten in de gemeente door personen die geen inwoner van Bergen zijn. De belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot nachtverblijf biedt. Deze kan de belasting verhalen op de verblijfhoudende personen. De aanslagoplegging voor de toeristenbelasting vindt plaats na afloop van het belastingjaar op basis van de ingediende aangiften. Kerncijfers en areaal Bij de uitvoering van de toeristenbelasting wordt doorlopend gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van de gevoerde verblijfsadministraties door de aanbieders van verblijf. Sinds een aantal jaren is het aanbieden van verblijf via internet aanzienlijk toegenomen. Via diverse methodes wordt intensief ingezet op opsporing van verborgen verblijfbieders en wordt ingezet op het vergroten van de (digitale) aanmeld- en aangiftemogelijkheden. Bij de berekening van de opbrengsten in de programmabegroting is uitgegaan van het gemiddelde aantal overnachtingen van de 3 voorgaande belastingjaren 2021-2023.

waarbij het jaarlijks vastgestelde tarief van toepassing is. Deze forfaitaire berekeningswijze leidt tot een efficiënte uitvoering van de heffing en vermindering van de administratieve lastendruk. Opbrengsten Rekening houdend met het uitgangspunt van een tariefstijging van € 0,10 worden de begrote opbrengsten voor 2025 tot en met 2028 als volgt geraamd. 2025 2026 2027 2028 3.704.000 3.784.000 3.865.000 3.945.000 Toeristenbelasting 2.11 Bedrijven investeringszone (BIZ) In 2021 is op initiatief van de ondernemers in Egmond aan Zee een reclamebelasting ingevoerd. De gemeente faciliteert de BIZorganisatie door de BIZ-bijdragen te innen. Door de invoering van de BIZ-belasting met een tarief van € 325,00 per jaar worden belastingopbrengsten gegenereerd met een omvang van € 42.000. Deze opbrengst wordt, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van een subsidie uitgekeerd aan de BIZ-vereniging die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De ondernemers bepalen zelf de activiteiten. De gemeenteraad moet wel instemmen en toetsen op het algemeen belang in de openbare ruimte.

Tarief Aan uw raad wordt net als voorgaande jaren een afzonderlijk besluit voorgelegd om de verordening en daarmee het tarief toeristenbelasting 2025 vast te stellen. Voor 2025 is voorzien in een stijging van het tarief met € 0,10. Het tarief toeristenbelasting stijgt hierdoor van € 2,20 naar € 2,30 per persoon per overnachting. Voor de jaren erna wordt een jaarlijkse indexatie van 2% op het tarief begroot (afgerond € 0,05 per jaar). Naast de berekening op basis van het exacte aantal overnachtende personen kent de toeristenbelasting ook een berekeningswijze voor vaste jaarplaatsen en seizoenplaatsen. Hiermee vindt tarifering plaats op basis van het gemiddelde aantal gasten en verblijfsduur Pagina 66 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

3 Overzichten 3.1 Opbrengstenoverzicht In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de geraamde opbrengsten 2025 en verder, afgerond op duizendtallen. PO

Grootboek

Omschrijving

1a 1a 1a 1a 1a 1a 1b 1d 2a 2b 2b 3a 3a 3b 3b 3c 4a 4a 4a 4a 4a 4a 4a 4a

6020010 6020020 6020030 6020050 6020070 6020080 6660400 6120060 6570400 6330100 6330000 6810100 6830500 6720100 6730100 6750100 6061100 6062100 6063100 6063100 6063100 6064200 6340100 6340200

Rijbewijzen Burgerlijke stand Reisdocumenten Diverse leges Naturalisaties Verklaring Omtrent Gedrag VOG Gehandicapten parkeerkaarten Leges APV titel 3 Evenementen, volksfeesten, kermis Inkomsten Markten BIZ Egmond aan Zee Bestemmingsplannen Leges omgevingsvergunningen Baten Rioolheffing Baten Afvalstoffenheffing Baten begraafplaatsrechten Baten OZB woningen Baten OZB bedrijven Opbrengsten parkeergelden Opbrengsten naheffingsaanslagen Opbrengsten parkeervergunningen Baten precariobelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting

Begroot 2025 155.000 67.000 398.000 24.000 21.000 7.000 4.000 18.000 16.000 13.000 42.000 11.000 1.400.000 4.232.000 5.144.000 469.000 8.920.000 3.635.000 5.056.000 365.000 687.000 158.000 1.788.000 3.704.000

Begroot 2026 184.000 69.000 436.000 25.000 23.000 7.000 4.000 19.000 16.000 13.000 42.000 11.000 828.000 4.328.000 5.268.000 478.000 9.098.000 3.708.000 5.162.000 365.000 701.000 161.000 1.824.000 3.784.000

Begroot 2027 209.000 70.000 472.000 25.000 24.000 8.000 4.000 19.000 17.000 13.000 42.000 12.000 845.000 4.425.000 5.392.000 488.000 9.280.000 3.782.000 5.267.000 365.000 715.000 164.000 1.860.000 3.865.000

Begroot 2028 209.000 72.000 472.000 26.000 24.000 8.000 4.000 20.000 17.000 14.000 42.000 12.000 845.000 4.425.000 5.513.000 498.000 9.466.000 3.858.000 5.373.000 365.000 730.000 168.000 1.889.000 3.945.000

Pagina 67 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

3.2 Kostendekkendheid leges De legestarieventabel is verdeeld in 3 hoofdstukken. De afzonderlijke hoofdstukken zijn onderverdeeld in verschillende paragrafen.

Leges kostendekkendheid begroting 2025

Hoofdstuk 1 betreft leges voor algemene dienstverlening, zoals aanvragen voor rijbewijzen, reisdocumenten en uittreksels. Hoofdstuk 2 betreft leges voor dienstverlening in het kader van de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, erfgoed, milieu, natuur en water. Hoofdstuk 3 betreft dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Dit betreffen leges voor de behandeling van aanvragen van vergunningen ten behoeve van dienstverrichters of dienstverleners. De leges mogen “overall” op het niveau van de gehele verordening maximaal 100% kostendekkend zijn. Dit betekent dat (met uitzondering van hoofdstuk 3) een onderdekking op het ene hoofdstuk gecompenseerd mag worden met een overdekking op een ander hoofdstuk. De volgende tabel geeft de kostendekkendheid van de leges in Bergen weer:

Directe kosten

Loonkosten

Overhead

Opbrengst

Kostendekkendheid

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening 1.1

Burgerlijke stand

22.365

53.040

39.712

67.399

58,55%

1.2

Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

211.217

131.687

98.604

397.735

90,09%

1.3

Rijbewijzen

49.264

63.837

47.810

154.784

96,19%

1.4

Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

1.407

7.852

5.878

15.184

100,31%

1.5

Bestuursstukken

1.6

Vastgoedinformatie

1.7

Overige publiekszaken

3.366

1.843

1.380

7.461

113,25%

1.8

Gemeentearchief

1.9

Bijzondere wetten

15.500

56.855

40.691

196.025

173,40%

1.10

Diversen

9.305

5.933

8.942

58,69%

303.119

324.419

240.008

847.530

97,69%

64.065

39.204

104.366

101,06%

187.528

357.474

218.761

958.762

125,53%

6.274

3.839

1.025

10,14%

Totaal hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2 Omgevingswet 2.1

Algemene bepalingen

2.2

Voorfase

2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

2.5

Milieubelastende activiteiten

2.6

Lozingsactiviteiten

2.7

Aanlegactiviteiten

31.834

19.482

10.235

19,95%

2.8

Overige activiteiten

69.013

42.233

11.154

10,03%

2.9

Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

2.10

Gelijkwaardigheid

2.11

Overige tarieven

2.12

Modaliteiten

2.13

Vermindering

2.14

Teruggaaf Totaal hoofdstuk 2:

187.528

139

85

142

63,11%

263.528

150.248

338.808

81,88%

792.327

473.852

1.424.492

97,99%

9.109

5.803

16.109

108,03%

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtijn 3.1

Horeca

3.2

Seksbedrijven

3.3

Winkeltijdenwet

3.4

Organiseren evenement of markt

21.924

14.091

14.945

41,50%

3.5

Standplaatsen

1.876

1.195

2.332

75,96%

3.6

Huisvestingswet 2014

3.7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Totaal hoofdstuk 3:

Totaal

490.647

32.909

21.089

33.386

61,83%

1.149.655

734.949

2.305.408

97,06%

Pagina 68 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

4 Kwijtscheldingsbeleid Voor de afvalstoffen- en rioolheffing bestaat de mogelijkheid om op basis van het “Besluit kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bergen 2025” een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In Bergen wordt bij de kwijtschelding afgeweken van de normen zoals deze zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierin zijn in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en b, de kosten van bestaan gesteld op 90% van de bijstandsnorm. Bergen gaat echter uit van de meest ruime, de zogenaamde 100% norm. Dit houdt in dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt. De kwijtschelding wordt meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffen- en rioolheffing. Kwijtschelding wordt zoveel mogelijk automatisch verleend. Dit gebeurt middels een automatische koppeling met landelijke inkomens- en vermogensgegevens door het Inlichtingenbureau met belastingplichtigen die hiervoor toestemming hebben gegeven. Kerncijfers Naast de toegekende gehele kwijtschelding bestaat er een grote variatie in gedeeltelijk toegekende verzoeken waarbij een percentage van de aanslag wordt kwijtgescholden.

Om deze reden wordt niet uitgegaan van het totale aantal toekenningen maar van de bedragen kwijtschelding riool- en afvalstoffenheffing uit de laatste jaarrekening. Voor de komende jaren verwachten we geen grote veranderingen. Rekening houdend met een gelijkblijvend aantal toekenningen worden de uitgaven voor 2025 tot en met 2028 als volgt geraamd: 2025 2026 2027 2028 Kwijtschelding riool 84.000 84.000 84.000 Kwijtschelding afval 136.000 136.000 136.000

5 Lokale lastendruk De lokale woonlasten worden bepaald door de afvalstoffenheffing, de onroerende zaakbelastingen (OZB) en de rioolheffing. De hoogte van deze belasting en heffingen tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk” De lokale lastendruk wordt in Nederland door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) bijgehouden. De lokale lastendruk (2024) in Bergen bedraagt gemiddeld voor een: éénpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.086, in 2023 was dat € 1.030 en in 2022 was dat € 1.023. meerpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.187, in 2023 was dat € 1.122 en in 2022 was dat € 1.117. éénpersoonshuishouden met een huurwoning € 460, in 2023 was dat € 463 en in 2022 was dat € 465. meerpersoonshuishouden met een huurwoning € 561, in 2023 was dat € 555 en in 2022 was dat € 559. Woonlasten 2024 en rangnummers landelijk De gemeentelijke woonlasten voor huishoudens met een koopwoning en een huurwoning zijn door het COELO in beeld gebracht en in een landelijke ranglijst opgenomen. Bergen bezet in de landelijke ranglijst van gemeentelijke woonlasten 2024 de volgende plaatsen: meerpersoonshuishouden met een eigen woning plaats 309, in 2023 was dat plaats 319 en in 2022 was dat plaats 323. meerpersoonshuishouden met een huurwoning plaats 261, in 2023 was dat plaats 289 en in 2022 was dat plaats 299.

De gemeente op nummer 1 van de ranglijst heeft de laagste woonlasten, de gemeente op nummer 342 de hoogste. Wat de plaatsen op de landelijke ranglijst worden in 2025, hangt naast de hoogte van de tarieven in Bergen, mede af van de ontwikkelingen elders in Nederland.

Pagina 69 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Benchmark woonlasten Noord-Holland 2024 De benchmark beoogt door middel van vergelijking op provinciaal niveau van de gemeentelijke woonlasten, de informatievoorziening over de hoogte en ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. De benchmark vergelijkt binnen een provincie de hoogte van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De gemeentelijke woonlasten betreffen de som van de gemiddelde OZB (woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de ‘benchmark woonlasten Noord-Holland 2024’ zijn 44 gemeenten betrokken. De gemeente op plaats 1 kent met € 798 de laagste gemiddelde woonlasten en de gemeente op plaats 44 de hoogste met € 1.988. De gemiddelde woonlasten in Noord-Holland bedragen € 1.008, het landelijke gemiddelde bedraagt € 994. In de provinciale benchmark 2024 neemt Bergen met gemiddelde woonlasten van € 1.187 voor een meerpersoonshuishouden de 36ste plaats in. In 2023 was dat met een lokale lastendruk van € 1.122 ook plaats 36. In de benchmark 2024 hieronder, is de positie van Bergen met een pijl aangegeven.

Ontwikkeling woonlasten Bergen In het overzicht hieronder is de ontwikkeling van de tarieven Bergen 2022 - 2024 weergegeven van de belasting en heffingen waarop de lokale lastendruk is gebaseerd. Tevens zijn in het overzicht de gemiddelde landelijke tarieven en de posities per jaar op de landelijke ranglijst opgenomen. Ontwikkeling tarieven

Bergen 2022

Bergen 2023

Bergen 2024

NL-gem. 2024

OZB (woningen)

0,0991%

0,08750%

0,0894%

0,0909%

Afval (meerpers.-huish.)

€ 378

€ 370

€ 362

€ 346

Riool (huishouden)

€ 181

€ 185

€ 201

€ 225

Woonlasten (meerpers.-hh)

€ 1.117

€ 1.122

€ 1.187

€ 994

Plaats ranglijst (landelijk)

323

319

309

Onderstaande tabel bevat de tarieven van de belasting en heffingen waarop de lokale lastendruk is gebaseerd in BUCH-verband. De bedragen met een * zijn samengesteld uit een vast en variabel deel. 2024 Gemeente

Tarief OZB

*Afvalstoffenheffing 1 pers. huishouden

*Afvalstoffenheffing meerpers. huish.

Rioolheffing

Bergen

0,0894%

€ 265

€ 362

€ 201

Uitgeest

0,1165%

€ 239

€ 364

€ 208

Castricum

0,0699%

€ 234

2 pers. huish. € 268 > 2 pers. huish. € 319

€ 217

Heiloo

0,0755%

€ 221

€ 350

€ 217

Landelijk (gem.)

0,0909%

€ 279

€ 346

€ 225**

* basistarief + €50 (m.pers.hh) of €30 (1pers.hh) voor lediging container of inworp verzamelcontainer ** betreft tarief meer-persoons huishouden. Tarief één-pers. huishouden landelijk bedraagt € 210

Pagina 70 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

PARAGRAAF C: ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN In onze gemeente maken de inrichting en het beheer van de openbare ruimte met alles wat daarin en daarop ligt, ook wel de kapitaalgoederen genoemd, een belangrijk deel uit van onze taken. Dit legt dan ook een aanzienlijk beslag op de financiële middelen. Deze paragraaf geeft inzicht in het (beleid met betrekking tot het) onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente. a. Wegen en kunstwerken Het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd conform het Beleidsplan Wegen 2021 t/m 2025. De beheerstrategie is afgestemd op het voldoen aan wet- en regelgeving en de doelstellingen van de gemeente. Op basis van weginspecties (elke 2 jaar) wordt het uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierbij worden de doelen en de wensen van de gemeente vertaald naar een jaarlijks onderhoudsprogramma. Het onderhoud wordt zo integraal als mogelijk gepland, om het aantal onderhoudsmomenten (en dus belemmering van de doorstroming) te beperken. Het gewenste onderhoudsniveau is basisniveau (in de kernen Aniveau). In 2023 zijn alle verhardingen voor het laatst geïnspecteerd. Uit deze weginspectie is gebleken, dat wordt voldaan aan de landelijke CROW-norm.

De benodigde financiële middelen, om het areaal op ambitieniveau te houden, zijn bepaald voor de exploitatie (het daadwerkelijk uitvoeren van onderhoud en de overige kosten) en voor de investeringen op basis van technische noodzaak (budgetten voor rehabilitatie) voor de verhardingen. Grote 'nieuwe' overstijgende opgaven, zoals de energietransitie, ondergrondse ordening, circulariteit en klimaatadaptatie zijn uitdagingen waar de gemeente voor staat en waar ook wegbeheer een inbreng heeft. Wij blijven daarom steeds afstemming zoeken bij grootschalige ingrepen.

Uit recente inspecties is gebleken dat er achterstallig onderhoud is bij diverse kunstwerken. In 2022 is daartoe een planning opgesteld om de achterstand (naar schatting binnen vier jaar) in te halen. b. Riolering Het onderhoud en vervanging van de riolering voeren we uit conform het Programma Water en Riolering (PWR). Deze is op 6 juli 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Het PWR is een uitwerking van de ambities uit de omgevingsvisies van de BUCH gemeenten voor de gemeentelijke watertaken stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het PWR beoogt: - Het beschermen van de gezondheid, - Het beschermen van de leefomgeving waaronder ook milieu en waterkwaliteit, - Het bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving. Daarbij wordt integraal samengewerkt en meegewerkt aan andere doelen zoals de energietransitie en circulaire economie. Het Programma Water en Riolering is de opvolger van het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP). Het PWR is ook een financiële onderlegger voor het actief uitvoeren van het water gerelateerde deel van het klimaatadaptatiebeleid in onder andere de volgende onderdelen: - Herinrichting van de openbare ruimte op basis van de klimaatbestendige uitgangspunten, - Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen (in de private ruimte). c.

Water De gemeente richt zich in samenwerking met het hoogheemraadschap op: waterveiligheid; Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterbeheer 21e eeuw (WB21); grondwaterbeheer; herinrichting en uitbreiding stedelijk gebied; recreatie;

Pagina 71 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

duurzaamheid en verbetering van de belevingswaarde van water. Maatregelen worden in goede samenwerking met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier uitgevoerd. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat het zorgt voor droge voeten (veiligheid) en, schoon en voldoende water. Ook klimaatadaptatie wordt samen met het hoogheemraadschap en gemeentes in de regio opgepakt. Water en groen vormen een belangrijke basis voor het klimaatadaptief maken van de openbare (en particuliere) ruimte. De gemeenteraad van Bergen heeft op 28 januari 2021 de rapportage ‘Meerjarenplanning baggeren watergangen 2021-2028 gemeente Bergen’ vastgesteld. Deze rapportage geeft voor de planperiode inzicht in de hoeveelheid te baggeren watergangen en de bedragen die hier de komende jaren voor moeten worden gereserveerd. Via jaarlijkse stortingen aan de egalisatievoorziening groot onderhoud kunnen begrotingsafwijkingen worden beperkt en blijft de continuïteit van de baggerwerkzaamheden gewaarborgd. Tot voor kort voerde de gemeente Bergen de baggerwerkzaamheden uit op basis van de baggerschouw van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK).

Om de meerjarenplanning op te stellen, zijn meer gedetailleerde metingen van de baggerlaag in deze watergangen uitgevoerd, zodat nu voor de langere termijn duidelijker is welke baggerwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Beoogd wordt dat de watergangen die in gemeentelijk eigendom zijn, voldoen aan het vastgestelde profiel (legger). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een goede waterkwantiteit (doorstroming) en waterkwaliteit. Recreatieve en ecologische functies worden versterkt en gewaarborgd. Deze werkzaamheden zijn ook van belang voor een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving. In 2024 is door een extern bedrijf de Meerjarenplanning baggeren watergangen 2021-2028 geactualiseerd. HHNK heeft aangegeven dat er niet voldoende watergangen meegenomen zijn in het plan en de begroting en heeft de gemeente aangeschreven voor meerdere

locaties die niet voldoen aan de baggereisen, de legger van HHNK. In het vigerende ‘Meerjarenplanning baggeren watergangen 20212028 gemeente Bergen’ zijn de kleine watergangen en de watergangen rond niet-openbaar terrein (gemeentelijk vastgoed en sportvelden) niet meegenomen. Daarnaast zijn de baggerkosten ook flink omhoog gegaan door hogere prijzen voor materieel en materiaal, hogere arbeidskosten en energie, hogere kosten voor afvoeren en verwerken van bagger en inflatie. Hiermee is de verwachting dat in het nog op te stellen geactualiseerde ‘meerjarenplan baggeren watergangen’ de te verwachten kosten verhoogd moet worden voor de komende jaren. Om de achterstand in het onderhoud aan beschoeiingen en oevers weg te werken is de rapportage “Maatregelen- en investeringsplan beschoeiingen en oevers gemeente Bergen 2023-2036” opgesteld. Met de uitvoering van dit plan wordt voorkomen dat de berm en/of de weg in de sloot schuiven. Het plan is op 30 maart 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. d. Groen en spelen Het Groenbeleidsplan 2021 – 2031 is in 2021 vastgesteld. Het Bomenbeleidsplan uit 2016 is als bijlage toegevoegd aan dit Groenbeleidsplan. Hoofdthema’s zijn groenstructuur, onderhoudskwaliteit, biodiversiteit en bewonersparticipatie.

Een ontwikkeling waar wij de komende jaren op inspelen bij het (her)inrichten van de openbare buitenruimte is klimaatverandering en de hiermee gepaard gaande heftigere piekbuien, langere perioden van droogte en hittestress. Door middel van het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen proberen wij de effecten van klimaatverandering zoveel mogelijk te dempen. Vergroenen is een van deze maatregelen. Het speelbeleid wordt uitgevoerd conform het door de raad vastgestelde Speelruimteplan gemeente Bergen 2024-2033.

Pagina 72 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

e. Accommodaties In de Nota Vastgoed Portefeuille Management heeft uw raad het onderhoudsniveau van het gemeentelijk vastgoed vastgesteld. Hieruit voortvloeiend wordt in een Meerjarenonderhoudsplanning inzicht gegeven in de te verwachten onderhoudsuitgaven. Voor een groot deel van de portefeuille wordt gewerkt met een egalisatievoorziening. Niet alle gebouwen worden hierin meegenomen. De Watertoren, De Beeck en Jan Ligthartstraat 4 worden gezien als aparte producten. Beleidskader Eind 2013 heeft de raad de nota Vastgoed Portefeuille Management vastgesteld waarin onder andere wordt voorgesteld om de samenstelling en het onderhoudsniveau van de vastgoedportefeuille te herijken. Het gewenste onderhoudsniveau wordt conform de NEN 2767 standaard begroot. Hierin onderscheiden we de volgende onderhoudsniveaus: 1. Het object dient in nieuwstaat te worden gehouden; 2. Het object dient in goede conditie te worden gehouden; 3. Het object dient in een redelijke conditie te worden gehouden; 4. Het object dient in matige conditie te worden gehouden; 5. Er wordt alleen onderhoud uitgevoerd als er problemen zijn; 6. Er is opdracht gegeven voor sloop. Voor de meeste operationele objecten van de gemeente is het onderhoudsniveau 3 of 4 van toepassing. Bij niveau 3 mag enige veroudering wordt geaccepteerd, dit mag echter nooit het gebruik beperken.

Meerjarenplanning en Financiën Meerjarenonderhoudsplanningen worden op basis van 2-jaarlijkse inspecties geactualiseerd. Jaarlijks wordt een bedrag toegevoegd aan de voorziening ‘onderhoud gemeentelijke gebouwen en woningen’. Het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed dat is opgenomen in de egalisatievoorziening, wordt conform planning uitgevoerd. Jaarlijks worden de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de gemeentelijke gebouwen gepland: - het buitenschilderwerk; - de vervanging van technische installaties; - bouwtechnische werkzaamheden - het preventief onderhoud; - klachtenafhandeling. De schoolgebouwen vallen direct onder beheer en onderhoud van de diverse schoolbesturen (is verder opgenomen in de paragraaf 1B Samenleven / onderwijshuisvesting). f. Openbare verlichting Het beleid openbare verlichting is in 2017 geactualiseerd. Deze is voor de komende planperiode basis voor het vervangingsschema van lampsoorten en masten binnen de gemeente (aan de hand van de beheergegevens kwaliteit, levensduur, etc. en geplande integrale projecten). In de onderstaande tabel staat een overzicht van alle beleidsvelden en belangrijkste aandachtpunten.

Pagina 73 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Tabel Categorie*

Wegen (incl. kunstwerken en verlichting)

Riolering

Water

Beleidskaders

Gewenst kwaliteitsniveau

Beheers- en onderhoudsplannen/ looptijd plannen

Financiele consequenties conform plannen

Ramingen t.l.v exploitatie/ voorzieningen **

Ramingen Is sprake van Zo ja, volledig en achterstallig zijn er toereikende reëel in onderhoud? *** voorzieningen/ reserves begroting ? ** voor achterstallig onderhoud? ***

Wegenbeleidsplan 2021-2025

basis

tot 2025

ja

exploitatie

ja

Nee

n.v.t

Kunstwerken (zit in wegenbeleid)

basis

tot 2025

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

Beleidsplan openbare verlichting 2017-2030

basis

2017- 2030

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

Programma Water en Riolering 2023-2026 (PWR)

volledig ingevulde verbrede zorgplicht

2023-2026

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

Keur en legger HHNK

basis (C niveau)

2019-2029

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

Baggerplan 2021 Maatregelen- en investeringsplan beschoeiingen en oevers gemeente Bergen 2023-2036

n.v.t.

2021-2028

ja

voorziening

ja

ja

nee

n.v.t.

2023-2036

ja

exploitatie

ja

ja

ja

Groenbeleidsplan 2021

basis (C niveau)

2021-2031

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

Speelruimteplan Bergen 2024-2033

basis (C niveau)

2024-2033

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t

Nota Vastgoed Portefeuille Management

conform NEN 2767 onderhoudsniveau 3,4

2016- 2025

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t

Begroting

Werkelijke lasten

n.t.b. (2024) n.t.b. (2024)

Groen en bomen

Gebouwen (excl. Onderwijs)

* De genoemde categoriën zijn de kapitaalgoederen welk conform artikel 12 lid 1 van BBV minimaal in de paragraaf kapitaalgoederen horen. ** Als de ramingen in de exploitatie conform plannen zijn en volledig en reëel zijn opgenomen in de begroting , is het voldoende dit hier te vermelden. *** als er sprake is van achterstallig onderhoud, moet vermeld worden of er voldoende voorzieningen/reserves zijn om de achterstand weg te werken.

Pagina 74 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

PARAGRAAF D: FINANCIERING 1. Inleiding In deze paragraaf staat de gemeentelijke financieringsfunctie centraal en de beheersing van bijbehorende risico’s. De gemeentelijke treasuryfunctie voert financiële taken uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en het treasurystatuut. Allereerst wordt in deze paragraaf ingegaan op de toekomstige financieringsbehoefte en komt de bijbehorende renteverwachting aan bod. Hierbij wordt ingegaan op de balansprognose en het verwachte EMU-saldo. Tenslotte worden de verschillende risico’s en de beheersing hiervan behandeld.

2.2 Renteschema De aanbeveling van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) is om via het zogenaamde renteschema het renteresultaat op het taakveld treasury inzichtelijk te maken.

2. Financiering 2.1 Marktontwikkelingen en rentevisie Rentevisie: Gezien de recente rentedalingen vanuit de ECB (Europese Centrale Bank) en de algemene verwachting dat de rente in 2025 verder gaat dalen, is de rente met betrekking tot de nog aan te trekken naar beneden bijgesteld. Voor de tarieven op de geldmarkt (leningen korter dan een jaar) wordt veelal gekeken naar het rentetarief dat banken elkaar onderling berekenen (de Euribor) en voor de kapitaalmarkt (leningen langer dan een jaar) naar de rente op staatsleningen. Over het algemeen geldt dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd van de lening. Overzicht ontwikkeling Nederland 10 jaar staatslening (link)

Omslagrente Conform BBV voorschriften dient de omslagrente jaarlijks herijkt te worden en indien nodig aangepast. Uit de actualisatie blijkt dat er geen aanpassing nodig is. Voor 2025 blijft dit 1% na afronding. Pagina 75 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

2.3 Financieringspositie Voor de financiering van de investeringen passen wij totaalfinanciering toe. Dit betekent dat voor iedere investering niet 1-op-1 een lening wordt aangetrokken, maar dat voor de investeringen gebruik wordt gemaakt van meerdere financieringsbronnen. Deze bronnen zijn primair het eigen vermogen en de langlopende schulden. Voor de programmabegroting is een liquiditeitsprognose opgesteld. Op basis hiervan wordt bepaald of en zo ja wanneer extra leningen moeten worden aangetrokken (zie tabel Financieringsbehoefte) en welke gevolgen dit heeft voor de rentekosten. Liquiditeitsprognose (x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

(1) Kasstroom operationele activiteiten (2) Kasstroom investeringsactiviteiten (3) Kasstroom financieringsactiviteiten (4) Netto kasstroom = (1) + (2) + (3)

5.849

2.666

2.006

4.105

-31.648

-18.341

-7.301

-4.660

2.043

-7.399

-9.000

-8.570

-23.756

-23.074

-14.295

-9.125

7

-23.749

-46.823

-61.118

-23.756 -23.749

-23.074 -46.823

-14.295 -61.118

-9.125 -70.243

(5) Beginsaldo rekeningcourant (4) Netto Kasstroom (6) Eindsaldo (5) + (4)

Uit de liquiditeitsprognose volgt de verwachting dat we de komende jaren onderstaande leningen dienen aan te trekken. Als planningen van bestaande projecten en investeringen wijzigen dan heeft dit een direct gevolg op de financieringsbehoefte per jaarschijf. Financieringsbehoefte x (€ 1.000) Nieuwe leningen

2025

2026

2027

2028

23.756

23.074

14.295

9.125

2.4 Balansprognose De geprognosticeerde balans is bedoeld om meer inzicht te geven in de financieringspositie en de ontwikkeling van het EMU-saldo. Dit levert het volgende beeld op:

Pagina 76 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

2.5

EMU-saldo

De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) bevat de bepaling dat het Rijk en de decentrale overheden een gezamenlijke en gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de Europese begrotingseisen te respecteren (maximaal 3% tekort van bruto binnenlands product). Dit wordt gemonitord via het zogenaamde EMU-saldo. Dit is gebaseerd op werkelijke kasstromen en niet op baten en lasten. Zie voorgaande tabel. 3 Risicobeheer 3.1 Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Teneinde een grens te stellen aan de korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een vastgesteld percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel volgt de ontwikkeling van de kasgeldlimiet:

3.2 Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm is ingesteld om de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met een rentetypische looptijd van langer dan een jaar te beperken. De renterisiconorm wordt berekend als een vastgesteld percentage (20%) van het begrotingstotaal. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover renterisico wordt gelopen. Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de herfinancieringen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. In onderstaande tabel wordt de renterisiconorm vergeleken met het renterisico:

Pagina 77 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

3.4 Kredietrisico waarborgen en garanties Borgstellingen kunnen op twee manieren voorkomen: 1. Directe borgstelling 2. Achtervang

3.3 Krediet-en beleggingsrisico Het kredietrisico is het risico dat de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen en dus aan de gemeente haar verstrekte lening niet terugbetaalt. Het beleggingsrisico is het risico dat bellegingen minder waard kunnen worden door de economische situatie, door stijging van de rente, indien aandelen nauwelijks verhandeld kunnen worden of indien de instelling waarin is belegd niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen of failliet gaat. Aangezien wij enkel aandelen hebben in de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en Liander is het beleggingsrisico minimaal.

Bij directe borgstelling staat de gemeente jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door lokale organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken die veelal activiteiten verzorgen die in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Achtervang houdt in dat de gemeente, al dan niet samen met het Rijk, een rol speelt in de zekerheidsstructuur van een waarborgfonds, bijvoorbeeld de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Door deze structuur kunnen instellingen die bij een waarborgfonds zijn aangesloten tegen de laagste rente lenen. Mede vanwege de strenge toelatingscriteria en periodieke toetsing door het fonds loopt de gemeente hierbij een veel lager risico dan bij directe borgstellingen.

WSW-leningen De kans dat onze gemeente als achtervang wordt aangesproken is bijzonder klein.

Pagina 78 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

PARAGRAAF E: GRONDBELEID Wat is grondbeleid? Grondbeleid is het samenhangende geheel van handelingen betreffende grondtransacties en -ontwikkeling. Het geeft aan welke mogelijkheden er zijn om een gebied tot ontwikkeling te brengen en welke rol de gemeente (actief of faciliterend) hierin kan vervullen. Actief grondbeleid omvat alle fasen van het exploiteren van grond: van de grondverwerving, sloop, bouw- en woonrijp maken tot en met de uitgifte/verkoop van bouwgrond. Bij actief grondbeleid exploiteert de gemeente voor eigen rekening en risico gronden. De gemeente legt bij actief grondbeleid de publieke voorzieningen aan en kan in beginsel alle productiekosten doorberekenen in de gronduitgifteprijzen, mits de marktprijs niet wordt overschreden. Bij een actief grondbeleid wordt een gemeentelijke grondexploitatie opgesteld, ook wel in het kort ‘grex’ genoemd. Faciliterend grondbeleid houdt in dat de gemeente initiatiefnemers de mogelijkheid geeft om zelf grond te exploiteren, waarbij gemeente slechts faciliteert bij de uitvoering van de plannen. De gemeente koopt zelf geen grond aan en beperkt zich tot de wettelijke publieke taak. Gemeentelijke kosten voor desbetreffende plannen verhaalt de gemeente op de initiatiefnemer. Dit kostenverhaal kan met een grondexploitatieovereenkomst (ook wel anterieure overeenkomst) en indien nodig een exploitatieplan.

De taak van de gemeente bestaat vooral uit de plantoetsing aan beleidskaders, inspraakprocedures, vaststellen bestemmingsplan en eventueel het exploitatieplan. Bij faciliterend grondbeleid wordt geen gemeentelijke grondexploitatie (grex) opgesteld.

Grondbeleid is een sturingsinstrument om gemeentelijke ambities te realiseren op verschillende beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, wonen, economische ontwikkeling, energietransitie, infrastructuur, duurzame leefomgeving en voorzieningen. Grondbeleid in Bergen In november 2019 is het grondbeleid 2019-2022 vastgesteld door de raad. De gemeente voert in de basis een faciliterend grondbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen, tenzij het verdedigbaar is om actieve grondpolitiek te voeren met bijvoorbeeld strategische grondverwerving. Faciliterend grondbeleid brengt voor de gemeente minder (financieel) risico met zich mee. Tevens zijn de gronden over het algemeen in bezit van marktpartijen die zelf willen ontwikkelen. Actief grondbeleid is echter niet volledig uitgesloten, want met name bij ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen of sociale woningbouw kan gemeente alsnog kiezen voor een actieve rol. Bij een actieve rol stelt de gemeente zelf de grondexploitatie op, met daarin de kosten en opbrengsten voor een plan. Deze grondexploitatie wordt aan de raad voorgelegd ter vaststelling. Hiermee wordt het meerjarig financieel kader (budget) vastgesteld. De grondexploitaties dienen volgens de BBV regelgeving jaarlijks te worden geactualiseerd.

De gemeente bepaalt de keuze voor faciliterend of actief grondbeleid op basis van de volgende aspecten: gemeentelijke ambitie, beleidsdoelstellingen, maatschappelijk belang, grondpositie, risico’s, rendement en het al dan niet ontbreken van marktinitiatief.

Pagina 79 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Rapportages P&C-cyclus Aan het opstellen van financiële rapportages van gemeenten zijn regels verbonden. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten om in de begroting en jaarrekening een paragraaf over het grondbeleid op te nemen (artikel 9 lid 2). Sinds 2021 wordt de raad, aanvullend op de jaarrekening en begroting, extra geïnformeerd over de gebiedsontwikkelingen. In 2022 heeft de raad de Nota Actualisatie Grondexploitatie (NAG) vastgesteld. Met deze NAG legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over de grondexploitaties en diverse activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze projecten hebben betrekking op zowel gemeentegronden (grondexploitatie) als op gronden van particuliere initiatiefnemers (kostenverhaal).

Actuele prognose van de grondexploitaties Het (nieuwe) aanbod op de woningmarkt van Bergen blijft schaars. Daarnaast duren woningbouwplannen in de praktijk om verschillende redenen vaak langer dan gehoopt. Het blijft dus belangrijk om aandacht te houden voor het versnellen van lopende en nieuwe woningbouwontwikkelingen. Deze aanhoudende schaarste in combinatie met de aanhoudende inflatie leidt ook tot hogere prijzen in zowel de bouw van woningen als de inrichting van het openbaar gebied. Een aanzienlijke prijsdaling op korte termijn wordt niet voorzien. Binnen onze gemeente zijn 6 grondexploitatiecomplexen actief: 5 sociale woningbouwprojecten en het woningbouwproject Parck de Beeck op het voormalige BSV-terrein.

Om de gemeenteraad in staat te stellen zijn controlerende rol adequaat te kunnen uitvoeren, is een transparant inzicht in de grondexploitaties en de geprognotiseerde resultaten noodzakelijk. Jaarlijks worden de grondexploitaties geactualiseerd. Aan de hand van de vastgestelde ruimtelijke kaders, uitgangspunten en planning worden eventuele afwijkingen in programma, fasering en resultaat inzichtelijk gemaakt. De grondkosten, plankosten, uitvoeringskosten en bijkomende kosten (rente) worden ten laste van een grondexploitatie gebracht. De opbrengsten uit grondverkoop en overige baten worden ten gunste van de grondexploitatie gebracht. Voor de grondexploitatieprojecten geldt dat de grondkosten, uitvoeringskosten, plankosten en bijkomende kosten (rente) ten laste van een complex worden gebracht. De opbrengsten uit grondverkoop en overige baten komen ten gunste van het complex.

Pagina 80 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

Grondexploitaties Sociale woningbouw projecten Bergen

BIE

Programma 3: Een leefbare gemeente Programma 2: Een aantrekkelijke gemeente

Ontwikkelingen Op vijf locaties in de gemeente Bergen (Bergen, Schoorl en Groet) werkt de gemeente samen met Kennemer Wonen aan ca. 90 nieuwe sociale huurwoningen. Het gaat om de: T&O locatie, Elkshove, de voormalige Rabobank, de voormalige Oosterkimschool en Petrusschool. De projecten Oosterkim en T&O worden dit jaar (2024) afgerond en naar verwachting volgend jaar (2025) financieel afgesloten. Petrusschool loopt vooralsnog zoals voorzien en zal volgend jaar (2025) worden afgerond. Afhankelijk van het verloop van de afronding zal die ook financieel worden afgesloten in 2025. Voor de projecten Rabobank en Elkshove wordt gerekend op vertraging i.v.m. bezwaar/beroep uit de omgeving. De afronding voor beide projecten schuift met de huidige inzichten op naar 2026. Later dit jaar zal beter zicht zijn op de daadwerkelijke doorloop en eventuele procedures, waardoor ook een betere inschatting kan worden gemaakt over de doorlooptijd en eventuele meerkosten. Voor nu blijft het begrote budget gelijk en wordt dit uitgesmeerd over de jaren tot en met afronding in 2026. Vanuit de gemeente zal het vooral afwachten zijn. De projecten Rabobank en Elkshove hebben een negatieve eindprognose. De projecten Oosterkimschool, T&O-terrein en Petrusschool hebben een positieve eindprognose. Als de vijf projecten in samenhang worden beoordeeld, houden we een positief totaal saldo op de eindwaarde.

Parck de Beeck

BIE

Programma 3: Een leefbare gemeente Programma 2: Een aantrekkelijke gemeente

Ontwikkelingen In Parck de Beeck worden 152 woningen gerealiseerd. Kennemer wonen realiseert hier 76 sociale huurwoningen en 44 huurwoningen in het middenhuursegment. Ook worden er 32 vrije sector koopwoningen gerealiseerd. Conform voorgaande begroting, worden de kosten voor bouwrijp maken in 2024 gemaakt (i.p.v. in 2023). Bouwrijp maken wordt naar verwachting in oktober 2024 opgeleverd. De opbrengsten stonden eind 2024 begroot, maar deze zal net over het nieuwe jaar getild worden (begin 2025). Doordat de opbrengsten en het moment van betaling gekoppeld zijn aan de onherroepelijke omgevingsvergunning, is het moment van vergunning bepalend. De onherroepelijke omgevingsvergunning wordt nu begin 2025 verwacht. Vanaf 01-01-2025 zal hier (conform overeenkomst) ook een indexatie over worden gerekend. De verdere uitgaven en kosten blijven binnen eerdere begroting en het project verloopt volgens planning.

Overige projecten Voor alle andere projecten geldt een faciliterende rol (kostenverhaal) waarbij wij onze kosten verhalen via een exploitatiebijdrage. Er zijn ook projecten die zich nog in de voorbereidingsfase of visievorming bevinden en daarmee nog niet concreet genoeg zijn om een grondexploitatie vast te stellen.

Pagina 81 van 101 Programmabegroting 2025-2028

Bergen, raad 7 november 2024

PARAGRAAF F: VERBONDEN PARTIJEN Inleiding Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Wanneer een verbonden partij een publiekrechtelijke rechtsvorm heeft, is er sprake van een gemeenschappelijke regeling. Privaatrechtelijke organisaties kunnen stichtingen, verenigingen en vennootschappen zijn. De gemeente heeft een bestuurlijk belang wanneer zij zeggenschap heeft door vertegenwoordiging in het bestuur of stemrecht heeft. Zij heeft een financieel belang wanneer zij een bedrag ter beschikking heeft gesteld, dat niet verhaalbaar is wanneer de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Organisaties waarmee een subsidierelatie is aangegaan zonder dat het hiervoor beschreven bestuurlijk en financieel belang aanwezig is, vallen buiten de definitie van verbonden partij.

Verbonden partijen gemeente Bergen In 2025 neemt Bergen deel in 13 verbonden partijen. In de volgende twee tabellen een inzicht in het financieel en bestuurlijk belang in de verbonden partijen op basis van de jaarrekening 2023 (eigen vermogen en vreemd vermogen) en de begroting 2025 (Aandelenkapitaal en exploitatiebijdrage). Verbonden partij

Eigen vermogen

Bedrag x 1000

31-12-2023

31-dec-23

€0

€ 18.918

GGD NHN

€ 2.110

€ 23.835

VRNHN

€ 5.333

€ 42.613

ODNHN

€ 4.188

€ 5.814

RHCA

€ 355

€ 1.072

Visie en kaders Op 15 oktober 2015 is de nota Verbonden Partijen door de raad vastgesteld. In deze nota zijn de uitgangspunten opgenomen voor sturing, beheersing en evaluatie van de samenwerkingsverbanden. Ook zijn de rollen van en verantwoordelijkheden van de raad en het college benoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5261/documents/42136