CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen D66 inzake Integraal beleidskader Sociaal Domein.pdf

Algemene Raadscommissie 19 januari 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: .: Beantwoording technische vragen1.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen fractie D66 Bergen naar aanleiding van het definitieve beleidskader sociaal domein wat voor 19 januari op de agenda van het ARC staat.

1. In de doelen van de bestuurlijke prioriteiten (p13) worden de doelen van de diverse inhoudelijke thema's weergegeven, maar welke maatschappelijke doelstellingen liggen ten grondslag aan dit algemene beleidskader Sociaal Domein en hoe worden wij als gemeenteraad gerapporteerd over voortgang in het behalen hiervan? Antwoord: In paragraaf 1.2 Kernboodschap verwoorden we onze missie ten aanzien van de maatschappelijke doelen die we nastreven: Iedereen in onze gemeente hoort erbij! Daarom is het belangrijk dat je mee kunt doen in je eigen omgeving, dat je iets kunt doen voor een ander en dat je hulp en ondersteuning krijgt als dat nodig is. Meestal kun je dat zelf of met hulp van vrienden, familie of vrijwilligers. Als dat niet (meer) lukt, dan is de gemeente er voor je om met je mee te denken of je de weg te wijzen. Deze missie vertalen we in twee maatschappelijke hoofdopgaven: we zetten in op een stevige sociale basis en het bieden van de juiste hulp en ondersteuning. Via de gebiedstafels gaan we met de partners uit het veld en de raad in gesprek over de concrete invulling van deze maatschappelijke hoofddoelen. Het is feitelijk de Raad zelf met de partners uit het veld die mede gaan bepalen welke concrete maatschappelijke doelen we binnen het integraal beleidskader kader centraal gaan stellen en waar accenten gelegd moeten gaan worden.

Ten aanzien van de rapportage over de voortgang verwijzen we naar de antwoorden op vraag 2 en 6.

2. zijn er evaluatiemomenten van het beleidskader SD 2023-2026 bepaald en worden deze evaluaties t.z.t. met de gemeenteraad gedeeld? Antwoord: De gebiedsplannen geven inzicht in de inzet en resultaten ten aanzien van de sociale basis. De gebiedsplannen worden jaarlijks geëvalueerd, geactualiseerd en gepresenteerd aan de raad. Het rapporteren van de voortgang op de bestuurlijke KPI’s Wmo en Jeugd vindt plaats als onderdeel van de Planning en Control cyclus via de reguliere beleidsrapportages.

3. in de inleiding wordt aangegeven dat het beleid is opgesteld op basis van de ontwikkelingen binnen het sociaal domein van de afgelopen jaren (paragraaf 1.3). Echter de ontwikkeling van de tekorten op de arbeidsmarkt binnen de zorg- en welzijnssector worden niet genoemd. Ook wordt hier geen uitwerking aangegeven in het nieuwe beleid, terwijl dit wel een belangrijke voorwaarde is voor de uitvoering van dit beleid. Kunt u alsnog aangeven op welke wijze er binnen dit beleid rekening mee is gehouden met deze ontwikkeling? Antwoord: In paragraaf 1.3 benoemen we een aantal ontwikkelingen die kunnen leiden tot een toenemende vraag naar ondersteuning, waaronder:

  

Inwoners van de BUCH gemeenten blijven langer zelfstandig thuis wonen en ontvangen zorg en ondersteuning in de eigen omgeving. Demografische ontwikkelingen: de dorpen vergrijzen en de levensverwachting stijgt. Veranderingen zijn merkbaar ten gevolge van de schaarste op de woningmarkt en een steeds krapper wordende arbeidsmarkt.

Een en ander betekent dat het een grote uitdaging zal zijn om de te verwachten vraag- en kostenontwikkeling om te buigen. Hooguit kunnen we die matigen dan wel balanceren. In het integraal beleidskader worden daarvoor de hoofdlijnen uitgezet: We zetten in op preventie: voorkomen is beter dan genezen. Hoe sneller we problemen in beeld hebben en hoe eerder we inwoners hulp kunnen bieden, hoe beter. Dat voorkomt persoonlijk leed, gaat escalaties naar steeds complexere zorg tegen en drukt de kosten. Dat betekent ook dat we op termijn minder professionele zorg en ondersteuning nodig hebben, wetende dat daarvoor op termijn simpelweg niet voldoende personeel te vinden zal zijn. We investeren daarnaast in talentontwikkeling en sturen op zelf- en samenredzaamheid in de directe leefwereld van inwoners met een hulpvraag: het omzien naar elkaar.

4. in paragraaf 1.1 geeft u aan welke onderdelen uit het vorige beleidskader onvoldoende zijn uitgevoerd en welke nu om doorontwikkeling en verdere uitwerking vragen. Zijn er echter ook onderdelen die wel zijn uitgevoerd, maar die tot onvoldoende resultaat leiden en waarvan nu afscheid is genomen? Antwoord: Op onderdelen zijn zaken door omstandigheden op een andere wijze uitgevoerd. Via onze partners ( o.a. Stichting Welzijn Bergen) worden ingezet op het bestrijden van eenzaamheid. Een ander voorbeeld is ‘Welzijn op recept’: door corona waren de huisartsenpraktijken gesloten waardoor de uitrol van dit project vertraging heeft opgelopen. Dit geldt ook voor de praktijkondersteuner jeugd bij de huisarts. Er is geen afscheid genomen van onderdelen die niet afdoende resultaat opleverden.

5. voorziet u op dit moment reeds risico's die de uitvoering van dit beleid in de weg staan? Antwoord: De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat er nogal wat onvoorziene ontwikkelingen waren die een behoorlijke maatschappelijke impact hadden en hebben. Ten aanzien van de uitvoering van het beleid heeft ook de gemeente te maken met krapte op de arbeidsmarkt o.a. binnen zorg en welzijn, maar ook in het onderwijs en de kinderopvang. De opeenvolgende crises hebben ook een grote invloed op de gemeentelijke organisatie: ze leggen een grote druk op de beschikbare menskracht en middelen. Tenslotte heeft het rijksbeleid de nodige invloed op de beschikbare budgetten. Ook de invoering van landelijke regelgeving die de gemeenten helpt om de uitgaven te begrenzen zal nog de nodige tijd

vergen, denk aan o.a. de reparatie van het abonnementstarief WMO//huishoudelijke hulp en de begrenzing van de jeugdhulp. Zo is de aanpassing van het rijksbeleid rondom het abonnementstarief uitgesteld naar 2024.

6. u heeft reeds aangegeven dat de gemeenteraad is uitgenodigd bij de gebiedstafels waarin gezamenlijk met inwoners en zorg/ondersteuningsaanbieders de kaders per wijk worden bepaald voor de komende beleidsperiode, gebaseerd op de problematiek die specifiek in die wijken speelt. Op welke wijze worden wij gerapporteerd over de kaders die in deze bijeenkomsten worden vastgesteld? en hoe/wanneer worden deze gedurende deze periode bijgesteld? worden wij als raad dan wederom uitgenodigd? Antwoord: De kaders worden in de vorm van gebiedsplannen door de Raad vastgesteld, op basis van de inbreng aan de gebiedstafels . Het werken met gebiedsplannen is onderdeel van het opgavegerichter werken. Dit naar voorbeeld van de gemeente Amsterdam, waar al 3 jaar ervaring is met deze werkwijze. Tijdens de gebiedstafels in het eerste kwartaal van 2023 wordt samen met de partners op basis van cijfers over de opgave een gedeeld beeld van de staat van de sociale basis gevormd. De raad wordt uitgenodigd om aanwezig te zijn en mee te praten bij de gebiedstafels. De planning is om de gebiedsplannen op 27 mei aan te bieden aan de raad ter vaststelling. Ook bij de planning van de gebiedstafels voor het maken van de gebiedsplannen voor 2024 en 2025 zal uw Raad uitgenodigd worden en het besluitvormende gremium zijn op de koers die er met het IBK gevolgd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4928/documents/36032