CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

aa 210604 Ontwerp omgevingsvisie Bergen.pdf

Informatie en Presentatie bijeenkomsten 11 mei 2023, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 2: Stand van zaken proces omgevingsvisie25.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Druk op de ruimte en ondergronds

De druk op de ruimte in Nederland is groot. Zo ook in de gemeente Bergen. De wegen zijn vol, er is een stevige vraag naar woningen, duurzame opwek van energie vraagt ruimte, en er is ruimte nodig om voorbereid te zijn op perioden van droogte, hitte en wateroverlast. Een goede afweging van het ruimtegebruik is van essentieel belang. Ook onder de grond is de druk groot. Steeds meer kabels en leidingen worden in de bermen geplaatst, waardoor de ruimte voor bomen steeds beperkter wordt. Mede door het toenemende gebruik van elektriciteit zullen systemen verzwaard moeten worden. Ook de verbeteringen in onze digitale ontsluiting en de noodzaak om neerslag vast te houden waar het valt, vragen om extra ruimte onder de grond. Tot slot zal het gebruik van omgevingswarmte nodig kunnen zijn om al onze woningen van het gas af te krijgen. Ook warmtekoude opslag in de bodem of in water heeft invloed op het gebruik van de ondergrond. 2.

Duurzaamheid

2.1

Klimaatverandering en noodzaak klimaatadaptatie

De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Er ontstaan extremere weertypen, zoals hete zomers, lange perioden van droogte en heftige neerslag. Deze weersextremen kunnen bijvoorbeeld leiden tot schade aan woningen door wateroverlast, schade aan de natuur door droogte of gezondheidsproblemen bij ouderen door hitte. Het is duidelijk dat klimaatadaptatie vraagt om een nieuwe manier van boven- en ondergrondse ruimteverdeling. Een klimaatbestendige omgeving is slim ingericht door water te besparen, door het vast te houden en te laten infiltreren. Pas in het laatste geval voeren we het af. Er is een beperkte hoeveelheid verharding en/of waterdoorlatende verharding. Ook is er meer groen. Bij een klimaatadaptieve inrichting is het bodem- en watersysteem bepalend voor de mogelijkheden van gebruik. Bomen zijn waardevol omdat ze ervoor zorgen dat water kan infiltreren en verdampen. Verdamping en schaduw helpen ook om hittestress tegen te gaan in hete zomers. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat vanaf iedere woning een miniparkje op loopafstand toegankelijk zou moeten zijn (op maximaal 300 meter en met minstens 0,5 ha groen). Klimaatverandering heeft ook gevolgen voor de natuurgebieden, als het warmer en droger wordt heeft dat effect op de veiligheid (brand). Dan is het noodzakelijk dat voldoende bluswater aanwezig is.

56

Door klimaatverandering zijn er vaker clusterbuien. Blijft de bereikbaarheid gegarandeerd? En zijn gebouwen veilig tegen overstroming? Zitten de vitale functies boven waterniveau? Er is onderzoek gedaan naar deze vragen in de BUCH gemeenten. De eerste resultaten hieruit laten zien dat er redelijk grote gebieden zijn met overstromingsgevaar en lokale problemen met grondwater- of hemelwateroverlast. In de gemeente Bergen zijn weinig of geen gebieden die zeer versteend zijn en extra risico’s opleveren voor hittestress. 2.2

Noodzaak energiestransitie en daarbij horende ruimtevraag

Het energieverbruik zal in de toekomst gaan dalen door energie-efficiëntere apparatuur en bedrijfsvoering. En door isolatie van woningen en utiliteitsgebouwen15. Er zal een verschuiving plaatsvinden van aardgasverbruik naar elektriciteitsverbruik. Door het inzetten van alternatieve warmteopties (kleinschalige warmtenetten16, elektrisch verwarmen of andere innovaties) zal het elektriciteitsverbruik in totaliteit stijgen. Het elektriciteitsnet zal daarop moeten worden aangepast. Gezien de aandacht voor de energietransitie, worden veel technologische ontwikkelingen verwacht, zoals ontwikkelingen op het gebied van energieopslag, energieuitwisseling, alternatieve warmtebronnen en duurzame opwekking. Het is moeilijk in te schatten op welke termijn deze technieken beschikbaar komen. Er moet ook rekening worden gehouden met veranderende wet- en regelgeving en financieringsmogelijkheden die de energietransitie moeten versnellen. De verwachting is dat gemeenten meer formele bevoegdheden krijgen in de energietransitie, zoals het aanwijzen van bestaande wijken die van het aardgas losgekoppeld worden. Veel openbare ruimte zal moeten worden opengebroken om aardgasleidingen te vervangen, het elektriciteitsnet te verzwaren of om een kleinschalig warmtenet aan te leggen. Dit geeft extra druk op de schaarse ruimte onder de grond.

De groeiende vraag naar elektriciteit heeft ook bovengronds effect. Niet alleen door zonnepanelen en mogelijke windmolens, maar er zal ook meer bovengrondse infrastructuur nodig zijn, zoals transformatorvoorzieningen. In het kader van energieopwekking wordt gekeken of de landelijke opgave van de Regionale Energiestrategie (RES) in onze gemeente ruimtelijk in te passen is. De RES geeft voor ons gehele land aan dat er op het land voor 2030 zeker 35 TWh aan duurzame energie opgewekt moet worden, met bestaande bewezen technieken. Dit zijn op dit moment met name zonnevelden en windmolens. De toepassing van deze technieken zal invloed hebben op het landelijke karakter van onze gemeente. We verwachten daarnaast dat het aantal zonnepanelen op daken in de komende decennia flink zal groeien. Afhankelijk van de snelheid van innovaties is het mogelijk dat ook gevels van gebouwen een rol gaan spelen bij de opwekking van elektriciteit. 2.3

Eindigheid grondstoffen, noodzaak circulariteit

Grondstoffen raken op, zoals fossiele brandstoffen of de edelmetalen die in onze telefoons, laptops, windmolens en zonnepanelen zitten. In een circulaire gemeente zorgen we ervoor dat grondstoffen en materialen (lokaal) worden gescheiden, hergebruikt en niet verloren gaan. Doordat we volop inzetten op hergebruik van grondstoffen zorgen we dat onze economie kan blijven draaien. Dit ondanks het feit dat primaire grondstoffen steeds schaarser worden. In een circulaire gemeente ontstaat meer lokale werkgelegenheid in de reparatie en verwerkingssector en ontstaan nieuwe businessmodellen voor lenen en delen. De komende jaren kunnen we verwachten dat de Rijksoverheid steeds meer inzet op de Circulaire Economie. Zij zal dit in samenhang met de Energietransitie oppakken. Er zullen nieuwe programma’s, verplichtingen en doelstellingen komen. We gaan naar 50 % minder gebruik van primaire grondstoffen in 2050. De ambities staan beschreven in Nederland circulair in 2050. Naast het terugdringen van het eigen afval van de gemeente kan daarbij ook gedacht worden aan het circulair inkopen van gemeenten. 2.4

Terugloop biodiversiteit

Op wereldniveau en in ons land is de biodiversiteit zeer sterk afgenomen. Tweejaarlijks worden in onze provincie de resultaten van de monitoring van de biodiversiteit gepresenteerd. Uit de monitoring blijkt dat kwetsbare biodiversiteit, soorten van bijzondere leefmilieus, zeldzame soorten en soorten van landbouwgebieden nog steeds 15

Utiliteitsgebouwen zijn bijvoorbeeld scholen, kantoren, winkels en ziekenhuizen

16

Een warmtenet voor stadswarmte is in de gemeente Bergen NH niet haalbaar. Daarvoor is de bebouwingsdichtheid te laag. Kleinere warmtenetten op een lokaal aanwezige warmtebron, kunnen mogelijk wel.

57

afnemen. De sterke achteruitgang van biodiversiteit in natuurgebieden lijkt door alle gerichte maatregelen die daarvoor zijn uitgezet af te vlakken. Ook in onze gemeente ging de biodiversiteit achteruit. Vooral in het agrarisch buitengebied. Boeren spelen een onmisbare rol voor verbetering daar waar zij natuurinclusief werken. Het draagvlak voor natuurvriendelijk beheer van stedelijk groen onder bewoners is sterk toegenomen. Binnenstedelijk groen kan bij de juiste inrichting, gebruik en beheer een toevluchtsoord voor flora en fauna bieden. Natuur wordt hiermee de kernen ingehaald. 3.

Demografie en voorzieningen

3.1

Vergrijzing en ontgroening

Vergrijzing en ontgroening zijn trends waarmee we in de gemeente nu al volop te maken hebben. Deze ontwikkeling in onze dorpen is niet uniek voor Nederland, maar de prognoses laten een beeld zien dat pas over 20 jaar voor heel Nederland zal gaan gelden. Zo zal, bij ongewijzigd beleid, in 2040 bijna de helft van de bevolking van Bergen bestaan uit mensen van 65 jaar en ouder. Op diverse gemeentelijke beleidsterreinen zullen we meer rekening moeten gaan houden met een veranderde toekomstige bevolking. Dat geldt zeker ook voor het beleid ten aanzien van wonen en volkshuisvesting. Door de vergrijzing is er behoefte aan andere woningtypes. De bestaande woningvoorraad in Bergen bestaat overwegend uit (grote) eengezinswoningen. De vraag verandert naar kleine grondgebonden woningen en/of levensloopgeschikte woningen/appartementen. In het rapport Bergense behoefte17 wordt uitgebreid ingegaan op de demografische ontwikkelingen in Bergen NH en de situatie waarin de gemeente al dan niet ingrijpt. Er worden twee scenario’s bekeken. Het eerste scenario waarin niet wordt ingegrepen heet Vergrijzend verder. Dit scenario is gebaseerd op de prognoses van de provincie Noord-Holland. Het tweede scenario heet Plan Bergense Jongeren. Hierin heeft de gemeente het doel om het vertrek van jongeren naar andere gemeente tenminste te halveren in de eerstkomende 10 jaar.

In de hierbij horende tabel is te lezen wat de voorspelling is voor de groei van de bevolking bij dit laatste scenario voor de periode tot 2030. Tevens zien we hier hoe de bevolkingsontwikkeling en ontwikkeling van huishoudens is geweest in de periode 2009-2019. En in welke mate de vergrijzing zich in de afgelopen periode heeft gemanifesteerd.

17

Bergense behoefte, een onderbouwing van de woningbouwbehoefte in de gemeente Bergen NH, januari 2021

58

Bron onderste figuur: Bergense behoefte, januari 2021

3.2

Verdringing op de woningmarkt

Een andere trend is de sterke huishoudensverdunning. Er is gemiddeld sprake van een kleiner aantal personen per huishouden (bijvoorbeeld eenoudergezinnen of alleenstaanden). Niet alleen de samenstelling van huishoudens verandert, ook is de verwachting dat de bevolking nog tot 2029 zal blijven groeien. Het totaal aantal huishoudens zal met ruim 1100 huishoudens kunnen groeien. Doordat er onvoldoende aanbod van kleinere woningen en/of appartementen is, blijven ouderen in grotere (eengezins)woningen wonen. Hierdoor is er onvoldoende doorstroming. Voor jongeren is het lastig een goedkope woning te vinden, waardoor jongeren langer thuis blijven wonen of wegtrekken uit de gemeente. Huishoudens die zijn aangewezen op sociale huurwoningen kunnen niet uitwijken naar andere segmenten. De gemiddelde inschrijftijd voor een sociale huurwoning is vrij lang. Maar ook middeninkomens merken dat er steeds minder geschikte woningen beschikbaar zijn door prijsopdrijving, als gevolg van de verstedelijkingsdruk en de forse koopkrachtige vraag vanuit de Metropool Regio Amsterdam. Tot slot is er ook ruimte nodig voor beschermd wonen de huisvesting van nieuwe Nederlanders.

59

3.3

Eenzaamheid, meer vrije tijd voor recreatie en vrijwilligerswerk

Doordat de overheid langer zelfstandig thuis wonen stimuleert, wonen steeds meer kwetsbare groepen in een eigen woning en niet in een verzorgingshuis, instelling of op een instellingsterrein. Dit kan eenzaamheid veroorzaken. Ook onder jongeren is eenzaamheid een steeds groter wordend probleem. Om een maatschappij te krijgen waarin inwoners, vrijwilligers en professionals naar elkaar omkijken is een leefomgeving nodig die aanleiding geeft tot ontmoeting en verbinding. Dit vraagt meer ontmoetingsplekken, dagbestedingsvoorzieningen en verschillende activiteiten en zorg dichtbij en toegankelijk voor iedereen. 3.4

Detailhandel, horeca en voorzieningen onder druk

Door toegenomen mobiliteit en de webwinkels staat de kleinere detailhandel in de dorpscentra onder druk. Mede door de gevolgen van de coronacrisis staat ook de horeca en het meer exclusieve winkelbestand in Bergen onder druk. Gezien de veranderende samenstelling van de bevolking met veel ouderen is het van belang om voorzieningen zo veel mogelijk te behouden. 3.5

Individualisering en achteruitgang verenigingsleven

Vanwege de vergrijzing in de gemeente Bergen zijn er steeds minder jongeren die zich aansluiten bij (sport)verenigingen. Daarbij speelt dat landelijk de deelname aan groepsporten afneemt en individuele sporten zoals hardlopen aan betekenis winnen. Het aantal vrijwilligers neemt af. De exploitatie van sportkantines en dorpshuizen wordt daarmee moeilijker. Ook zijn voorzieningen soms niet meer afgestemd op het soort activiteiten waar vraag naar is. 3.6

Langer thuis wonen

De overheid stimuleert langer zelfstandig thuis wonen. Ook ouderen zelf kiezen daar vaker voor. Hierdoor verandert niet alleen de woonbehoefte van onze inwoners, maar ook de behoefte aan (het niveau van) lokale voorzieningen. Er is meer behoefte aan levensloopbestendige woningen of appartementen met op korte afstand welzijns- en medische instellingen waarop een beroep kan worden gedaan als dat nodig is. Ook is er behoefte aan dichtbij gelegen, goed toegankelijke voorzieningen en aan woonvormen waarbij mensen voor elkaar zorgen zoals mantelzorgwoningen, kangoeroewoningen of een knarrenhof. 3.7

Decentralisatie begeleid wonen

Het is de wens van de gemeente en woningbouwcorporaties dat mensen die uitstromen uit instellingen verspreid gaan wonen in de gemeente. Het is moeilijk deze doelgroep te huisvesten omdat er beperkt woningen vrijkomen en er al veel druk op de woningmarkt is. 4.

Identiteit

4.1

Grotere behoefte aan diversiteit en lokale identiteit

De Bergense identiteit is zichtbaar in het afwisselende landschap en het gebouwde erfgoed. Het vertelt het verhaal van Bergen, gemaakt door een wisselwerking van natuurlijke processen en menselijke inspanningen. Dat is ook de basis waarop cultuur, natuur, economie en toerisme floreren. Hier heeft de gemeente ook de bovengemiddeld goede voorzieningen aan te danken op het gebied van horeca, musea, sport en winkelen. Onderscheidend is ook de positie van Bergen binnen Kennemerland en de regio Alkmaar; de bruisende Randstad is nooit ver weg, maar hier is ook nog volop rust en ruimte te vinden. De samenleving globaliseert, maar de behoefte aan een plek waar je je goed voelt en die uniek is neemt toe. Naast de architectuur van de woning, is de identiteit (hoe ziet het eruit) van de directe leefomgeving en de openbare ruimte van invloed op het woongenot. 4.2

Druk op landschap (groene karakter en openheid

De gemeente Bergen is een groene gemeente, niet alleen buiten maar over het algemeen ook binnen de kernen. Veel en gevarieerd groen draagt bij aan een aantrekkelijke, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving en biedt ruimte voor flora en fauna/ biodiversiteit. De grote groene gebieden staan onder druk. Vooral in de strandzone, in de duinen, in de binnenduinrand en in de open polder. Steeds meer functies vragen om ruimte, zoals de duurzame opwek van energie, woningbouw, landbouw, natuur, recreatie en toerisme, waterberging en infrastructuur. Belangrijke doorzichten, contrast tussen de verschillende landschapstypen en de openheid

60

zijn waarden die moeilijk met al deze trends zijn te verenigen. 4.3

Dreigende leegstand en onderhoudslast karakteristieke (kerk)gebouwen

De gemeente Bergen is rijk aan erfgoed en mede hierom een gewilde gemeente om te wonen, te werken en te recreëren. Het behoud van karakteristieke gebouwen is geen vanzelfsprekend. Het zijn meestal oude gebouwen met hoge onderhoudskosten en energielasten. Sommige eigenaren kiezen voor vervanging van de karakteristieke gebouwen door nieuwbouw. Dit zorgt voor verarming van de Bergense dorpsgezichten. Doordat kerkgebouwen leeg komen te staan worden ze onvoldoende onderhouden. Belangrijk is dat voldoende mogelijkheden worden geboden voor alternatieve functies die nieuwe draagkracht geven voor het behouden van dat wat karakteristiek is. 5.

Toerisme/recreatie

De toerist, maar ook de recreant uit de wijdere omgeving, is op zoek naar een andere beleving. Het vroegere ‘standaard vakantieaanbod’ voldoet niet meer. De toerist is mondiger. Daarbij wil de nieuwe consument graag kunnen kiezen. Een aantal algemene trends zijn dat mensen meer willen genieten van een aantrekkelijke omgeving. Dat er een toenemende vraag is naar kwaliteit en goede dienstverlening. Ook is er een groeiende vraag naar recreatievormen afgestemd op (actieve) senioren en een toenemende belangstelling voor routegebonden recreatie (fietsen, wandelen, skeeleren, nordic walking, varen etc.). Onder toeristen en recreanten neemt het bewustzijn van gezondheid en levensstijl toe. Daarnaast zien we ook andere trends zoals de behoefte aan ‘gezellige’ vormen van recreatie. Samen met anderen activiteiten ondernemen is daarbij wellicht belangrijker dan de activiteiten op zich. Tevens is er een trend van ‘sensationalisering’: toeristen zoeken steeds vaker naar nieuwe uitdagingen en extremen. Het gaat hierbij steeds meer om beleving, emotie en fascinatie. Feitelijk beschikken steeds meer huishoudens over een auto, caravan en/of camper. De vraag naar camperplaatsen in de gemeente is zeker in de Coronatijd aanmerkelijk gestegen. 5.1

Teoerisme neemt toe en wordt belangrijker voor de economie

De gemeente Bergen kent een atypische werkgelegenheid. Het merendeel van de inwoners is werkzaam buiten de gemeente. De gemeente vindt echter wel een flink aandeel van haar werkgelegenheid in recreatieve en toeristische locaties en accommodaties. Door haar ligging en geschiedenis zijn in de gemeente veel kwalitatief hoogwaardige voorzieningen aanwezig. Amsterdam heeft al jaren te maken met een toenemende stroom van toeristen. Om deze druk op die stad te verlichten zijn er diverse campagnes geweest om andere gemeenten nadrukkelijker in de schijnwerpers te plaatsen. Het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen ziet het aantal verblijfsgasten aan de Noord-Hollandse kustgemeenten dan ook aanzienlijk toenemen. 5.2

Woningen in de verhuur en het ontstaan van ‘spkk’ woningen

De toeristische verhuur van woonruimte heeft de afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Voor veel bezoekers is deze vorm van verhuur een aantrekkelijk alternatief voor het bestaande aanbod. Vanwege het feit dat woningen structureel in de verhuur zitten, heeft dit zijn weerslag op de leefbaarheid van kernen en voorzieningen. Mede door de recreatieve verhuur worden woningen onttrokken aan de woningmarkt. Daardoor ontstaat weinig instroom van nieuwe inwoners en gaat het ten koste van sociale activiteiten en de sociale veiligheid in de kernen. Bijkomend probleem is dat veel woningen alleen in de zomer door toeristen gehuurd worden, waardoor woningen in de winter leeg staan en daarmee niet bijdragen aan de gemeenschap (‘spookwoningen’). 5.3

Minder gewone campings, meer luxe grote (recreatie)woningen

Een belangrijke ontwikkeling in de kampeersector is de tendens tot ‘verstening’ van kampeerterreinen. Veel ondernemers kunnen de dure grond en de hoge natuurlijke en recreatieve waarden van hun omgeving te gelde maken door de standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen om te vormen tot huisjes. En huisjes ‘uit te ponden’. Dat wil zeggen dat de huisjes verkocht worden aan individuele eigenaren. Als daarmee de bedrijfsmatige exploitatie verdwijnt, is dat vaak negatief voor het gebruik en aanzien van een dergelijk terrein. Daarnaast is het belangrijk om ervoor te waken dat deze verstening niet zodanige explosieve vormen aanneemt

61

dat daardoor de diversiteit van het aanbod onder druk komt te staan. 5.4

Toename aantal campers en behoefte aan camperplaatsen

Er is in de gemeente en in de regio een toenemende vraag naar camperplaatsen. Deze trend is door de coronacrisis versterkt. Vooral jonge mensen hebben sinds de uitbraak van het coronavirus een caravan of camper aangeschaft. Het totale aantal kampeerauto’s in Nederland steeg in het begin van de corona-tijd met 3,2 procent tot een recordaantal van ruim 135.000, waar er vijf jaar geleden nog geen 100.000 werden geteld. 5.5

Overdruk recreatie en toerisme, effect op leefbaarheid, bereikbaarheid

De gemeente zal gewenst of ongewenst ook in de toekomst veel toeristen ontvangen. De druk op het strand en de duinen is al jaren groot. Deze druk blijft groot en is door de coronacrisis nog versterkt. Inwoners van Nederland kunnen immers nauwelijks naar het buitenland reizen. Maar ook los daarvan zal de toerist het aantrekkelijke strand- en duingebied van Bergen blijven bezoeken. Vooral op piekdagen levert dat problemen op voor betreft de verkeersdoorstroming en parkeercapaciteit. Dit levert ook problemen op met de bereikbaarheid van onder andere de hulpdiensten. Daarnaast kan (oneigenlijk) recreatief gebruik van permanente woningen of spaarzaam gebruik van zomerwoningen een negatieve invloed hebben op de leefbaarheid. 6. Mobiliteit 6.1

Mobiliteit blijft groeien, druk op leefbaarheid en ruimte

De behoefte aan mobiliteit neemt al decennialang toe en de verwachting is dat deze groei ook in de regio Alkmaar doorzet. Dat komt onder meer door economische groei, toenemende woon-werk-afstanden, bescheiden groei van het aantal inwoners in de gemeente, groei in de regio Alkmaar en een forse groei in de MRA. Ook woningbouw in de regio, meer evenementen, een toenemende recreatiedruk in de kuststrook en een vergrijzende bevolking met ouderen die langer mobiel blijven, zorgen voor meer groei. Daartegenover staat dat thuiswerken en thuisstuderen mogelijk voor een afname van de mobiliteit zorgt. 6.2

Populariteit deelmobiliteit groeit

Ook kan de toenemende populariteit van “delen” zorgen dat er minder ruimte nodig is voor het parkeren van auto’s. Deelmobiliteit en ketenmobiliteit kunnen ertoe leiden dat reizigers bewust andere manieren kiezen voor hun reis dan alleen de auto. 6.3

Technologische ontwikkelingen

Technologische ontwikkelingen kunnen bijdragen aan betere benutting van bestaande infrastructuur (Mobility as a Service, MaaS). Deze ontwikkelingen kunnen een impuls geven aan het behalen van doelstellingen op het gebied van de energietransitie en aan het opvangen en faciliteren van de groeiende mobiliteit. Denk aan openbaar vervoer dat zich aanpast aan de vervoersvraag en aan elektrische en autonoom rijdende voertuigen. Dergelijke ontwikkelingen brengen echter ook tal van onzekerheden met zich mee, zoals het effect van zelfrijdende voertuigen, de laadstructuur voor elektrische auto’s en de gevolgen voor het particuliere autobezit. Meer elektrisch rijden leidt tot minder geluidhinder (dit is niet altijd veiliger) en minder emissies. Dat kan ertoe leiden dat de (milieu-)belemmeringen van het verkeer minder zwaar gaan wegen in plannen voor bijvoorbeeld woningbouw of natuurontwikkeling, maar biedt geen vermindering van het ruimtegebruik. Door de uitbreiding van het aantal elektrische auto’s, met name in parkeergarages, kunnen problemen ontstaan, omdat deze auto’s alleen in een waterbak te blussen zijn. Mensen ervaren de effecten van meer verkeer als negatief, door geluidsoverlast, de aantasting van de leefbaarheid, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit en door de beperkte doorstroming van autoverkeer. Meer verkeer legt een claim op de beperkte ruimte.

Dat geldt vooral voor het rijdende verkeer en nog sterker voor parkerende auto’s in woonwijken en bij voorzieningen. Terwijl veel ondernemers in de kernen afhankelijk zijn van bezoekers, wordt het toenemend autoverkeer van die bezoekers steeds meer een probleem. 6.4

‘Op fietsafstand’ door elektrische fiets ruimer

Mede dankzij de e-bike is “op fietsafstand” een groter gebied geworden. Forenzen voor werk en studie kunnen door de e-bike wor-

62

den verleid om niet meer met de auto naar hun werk te rijden. Ook ouderen kunnen met de e-bike langer blijven fietsen of grotere afstanden afleggen. Schaduwkant hiervan is een toename van ongevallen, waarbij ouderen betrokken zijn. Uitdaging is om de omgeving senior-proof te ontwerpen en ouderen veiliger in het verkeer te laten bewegen en de verschillen in snelheid op het fietspad veilig te laten verlopen. 7.

Gezondheid en veiligheid

7.1

Toenemend belang van preventieve gezondsheidszorg

Er is een toenemende behoefte aan een gezonde leefstijl. Een ongezonde leefstijl is een belangrijke risicofactor voor chronische ziekten. De leefstijl van veel mensen kan gezonder. Dit blijkt als we de vier belangrijkste leefstijlfactoren (roken, alcohol, beweging en voeding) op een rij zetten; 10% drinkt teveel, een kwart rookt, een derde beweegt te weinig en zowat iedereen eet te weinig groente en fruit. Specifiek voor onze gemeente is de vergrijzing, de grotere groep ouderen met lichamelijke gezondheidsproblemen. Van de ouderen heeft 38,8% overgewicht en 8,2 % ernstig overgewicht. 4,5% van de ouderen is zwaar drinker. Bij 49,5% van de ouderen is sprake van langdurige ziekte of aandoening. De omgeving kan zorgen voor een positieve invloed op een gezonde leefstijl. De omgeving moet zo ingericht worden dat deze uitnodigend is om te verblijven, recreëren en te bewegen. Het stimuleren van een gezond voedselaanbod in school- en sportkantines heeft positieve invloeden op de leefstijl. 7.2

Noodzaak om te bewegen/sporten

De behoefte van inwoners om te bewegen blijft groot. Daarnaast is er steeds meer aandacht voor gezondheid. De wijze en de tijdstippen waarop inwoners sporten en bewegen verandert, ook binden inwoners zich minder makkelijk, langdurig aan sportverenigingen. Deze ontwikkelingen zorgen er ook voor dat het aantal leden van sportverenigingen over het algemeen stagneert of afneemt. Sportverenigingen spelen daarop in door het aanbod te verbreden. Mede door de vergrijzing is inclusief sporten en bewegen steeds belangrijker. Op late leeftijd zijn mensen nog steeds vitaal en voor hen is bewegen belangrijk om gezond te blijven. Verder is er meer behoefte aan beweegtuinen waar jong en oud (samen) kunnen sporten en bewegen. 7.3

Toenemend besef van belang kwaliteit bodem, water, lucht

Er is in toenemende mate aandacht voor het klimaat en een gezonde leefomgeving. Een schone bodem, schoon water en goede luchtkwaliteit is hiervoor uitgangspunt. De luchtkwaliteit in de gemeente kan de komende jaren onder druk te staan. Dit komt deels door de toename van mobiliteit, maar bijvoorbeeld ook door toename van open haarden. Dit betekent meer emissies van fijnstof en stikstofdioxide die afkomstig zijn van wegverkeer en industrie. De Bergense luchtkwaliteit voldoet op dit moment nog steeds aan de daarvoor gestelde normen. Fijnstof heeft echter ook onder de grenswaarde schadelijke gevolgen voor de gezondheid. Blootstelling aan luchtverontreiniging is nog steeds een substantiële oorzaak van ziekte en sterfte. 7.4

Noodzaak versterking kust i.v.m. zeespiegelstijging

Door klimaatverandering zal de zeespiegel gaan stijgen. Prognoses zeggen dat tot 2100 de zeespiegel ongeveer 2 meter zal stijgen. De kustzone zal moeten worden versterkt om het achterland te beschermen tegen het hoge water. Dit zal gevolgen hebben over hoe de kust, duinen en strand eruit gaan zien. 8.

Landbouw

8.1

Verdwijnen traditionele boerenbedrijven, ontwikkeling nieuwe verdienmodellen

De landbouw is de grootste grondgebruiker en beheerder in het gebied van de polder en in de binnenduinrand voor zover dit geen bebouwde kom is. Het agrarisch gebruik kenmerkt zich door veehouderij in het noordelijk deel. In het zuidelijk deel van de gemeente is bollenteelt geconcentreerd. De agrarische sector staat voor een grote transformatieopgave. Zeker als agrarische bedrijven groter willen worden krijgen ze te

63

maken met de stikstofproblematiek. Voor een schoon milieu is het gewenst dat minder gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Voorts is het wenselijk dat een omslag wordt gemaakt naar kringlooplandbouw, meer duurzaam en meer gericht op biodiversiteit. Veel agrarische ondernemers in Bergen zijn overigens al bezig met deze opgaven. Aan kringlooplandbouw wordt hard gewerkt. Agrarische ondernemers zullen hierdoor ruimte nodig hebben om om te schakelen en eventueel om nevenactiviteiten te ontplooien. Activiteiten die helpen om de bedrijfsvoering rendabel te krijgen en tegelijkertijd te voldoen aan maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast zal er ook sprake zijn van bedrijfsbeëindiging, onder meer door opvolgingsproblemen. Waar agrarische bedrijven stoppen vindt een functieverandering plaats. Door ontwikkelingen op en rond erven of hobbymatige activiteiten vindt een afname plaats van de agrarische identiteit. Om verpaupering van vrijkomende agrarische bebouwing te voorkomen zijn ook in de toekomst goede hergebruikmogelijkheden nodig.

64

3

Beleid Rijk, Provincie en regio op hoofdlijnen

Deel 1 Kaders Omgevingswet De aankomende Omgevingswet is een landelijk geldende wet die een heleboel wetten en Algemene maatregelen van Bestuur samenneemt en vervangt. Het rijk bundelt de regelgeving voor de fysieke leefomgeving in deze wet. Haar doel is dat regelgeving eenvoudiger wordt, procedures worden verkort en dat er in samenhang wordt gekeken naar alle beleidsvelden in onze leefomgeving. Uitgangspunt is om meer ruimte te geven aan initiatief. En om in nauw contact te staan met de samenleving bij het opstellen van beleid. Met de stappen die we nemen om onze omgevingsvisie te maken, pakken we deze uitdaging op. Het rijk en de provincie stellen ook een omgevingsvisie op. Iedere overheid mag de inhoud van zijn eigen omgevingsvisie bepalen. De omgevingsvisie bindt alleen de overheid die deze visie opstelt. De uitwerking in voor iedereen geldende regels vindt op provinciaal niveau plaats in de provinciale verordening. En op gemeenteniveau in het omgevingsplan. Rijksbeleid/Provinciaal beleid Als kader voor de Omgevingsvisie Bergen NH is de provinciale verordening Noord Holland van belang. Daarbinnen heeft het natuurbeleid en de aanwijzing van een groot deel van de gemeente als Bijzonder Provinciaal Landschap de meeste impact. Het natuurbeleid omvat de bescherming van de Natura 2000-gebieden; gebieden die op Europees niveau belangrijk zijn.

En het omvat bescherming van natuurgebieden die op nationaal niveau van belang zijn en zijn opgenomen in het Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden). De provincie heeft ook beleid voor weidevogels. Dit kan via twee routes. Er is ofwel sprake van NNN gebieden die betekenis hebben voor weidevogels. Of er zijn leefgebieden van weidevogels aangewezen in de Bijzondere provinciale landschappen. In het onderdeel kaarten van deze bijlage zijn alle natuurbeschermingsvormen weergegeven. Met de regels voor weidevogelleefgebieden wil de provincie het leefgebied van bedreigde weidevogels beschermen. Van belang zijn het beheer, de afwezigheid van opgaande begroeiing en gunstige omgevingscondities, zoals een relatief hoog waterpeil. Ook de afwezigheid van bebouwing is van belang voor het succes van weidevogelpopulaties. Daarom is vastgelegd dat bouwen in de weidevogelgebieden in principe niet is toegestaan. Als dat toch noodzakelijk is, dan moet het verlies aan weidevogelgebied worden gecompenseerd. Voor het planten van bomen en struiken betekent het provinciale beleid dat we geen nieuwe houtige beplanting in weidevogelgebieden planten. Vervanging van bestaande beplantingen en beplanting aan de randen van weidevogelleefgebied kan mogelijk wel. Lagere struikbeplanting is daarbij geschikter dan bomen.

Overleg met de beheerders van het weidevogelgebied en de provincie is in deze gevallen gewenst. In aanvulling daarop is er ook beleid voor stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, bijzondere provinciale landschappen een aardkundig waardevolle gebieden. Als belangrijk rijks- en provinciaal kader geldt daarnaast dat bij het bouwen van woningen en andere stedelijke functies altijd eerst moet worden gekeken naar de mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied voordat mogelijkheden daarbuiten worden benut. In de bijlage zijn de kaarten te vinden. De omgang met erfgoed en specifiek de omgang met archeologische waarden, rijksmonumenten en de drie van rijkswege beschermde dorpsgezichten, is geregeld in de Erfgoedwet. In de gemeente Bergen zijn 3 beschermde dorpsgezichten aangewezen door het Rijk, namelijk Bergen Centrum, Meerwijk te Bergen en Slotkwartier in Egmond aan den Hoef. Voor provinciale monumenten is de provinciale erfgoedverordening van kracht, in de gemeente. Ook zijn er verschillende molens met molenbiotopen, stolpboerderijen (verschillende zijn ook provinciaal monument) en stolpenstructuren aanwezig. Deze stolpstructuren zijn benoemd in het Bijzonder Provinciaal Landschap Noord Kennemerland waar een groot deel van de gemeente in valt (zie de kaart Bijzonder

65

Provinciaal Landschap en de daarbij horende beschrijving in het onderdeel kaarten van deze bijlage). Regionale afspraken De afspraken op regionaal niveau werken door op het niveau van de gemeenten. In deze analyse worden alleen regionale stukken aangehaald, die een kader bieden voor de omgevingsvisie. Kust In het kustpact zijn de afspraken vastgelegd voor het vinden van een goede balans tussen bescherming en behoud van de kernkwaliteiten en de collectieve waarden van de kustzone enerzijds en de ontwikkeling van de kustzone anderzijds. Middels een vastgestelde zonering wordt bepaald en inzichtelijk gemaakt in welke delen van de kustzone geen nieuwe recreatieve bebouwing is toegestaan en in welke delen wel en onder welke voorwaarden. In de kaartenbijlage is de afgesproken strandzonering opgenomen. In het convenant Noord-Hollandse kust (februari 2018) wordt dit, nogmaals, ondertekend. In gemeentelijk beleid wordt dit verder uitgewerkt waarbij iedere strandopgang zijn eigen uitstraling heeft. Camperduin en Hargen aan Zee; sterk, stoer en sober. Nadruk Camperduin op sport en recreatie, nadruk Hargen aan Zee rust en natuur. Schoorl aan Zee: rust en natuur. Bergen aan Zee: “eigenzinnig”. Egmond aan Zee: “familie badplaats”. Recreatie In de regionale visie verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord (dec 2017) worden 7 leidende (ontwikkel) principes weergegeven voor de verblijfsrecreatie.

De essentie voor uitbreiding van recreatiebedrijven of nieuwvestiging is dat gekeken wordt of een ondernemer zich met zijn bedrijf onderscheidt van andere bedrijven. Ook moet een ondernemer laten zien dat er een markt is voor zijn plannen. Voorts is de bedrijfsmatige exploitatie belangrijk. Tot slot worden ondernemers uitgedaagd om eerst te kijken of er ook bestaande slechtlopende bedrijven kunnen worden opgekocht om verbeterd te worden. Dit voordat een geheel nieuw bedrijf wordt opgericht. Voor bestaande recreatiebedrijven richt de regionale visie zich op het verbeteren van de vitaliteit, het versterken van bestaand ondernemerschap en het creëren van nieuwe waarde voor niet vitaal aanbod. In de regio Alkmaar: parel aan zee, toeristisch-recreatieve visie regio Alkmaar 2025 worden 3 doelen beschreven: 1.

Gastwaarde: de Regio Alkmaar bevordert de gastvrijheid voor haar dagrecreanten en verblijfstoeristen.

2.

Economische waarde: de Regio Alkmaar trekt meer verblijfstoeristen die langer verblijven, terugkeren en meer besteden en geeft hiermee een impuls aan de werkgelegenheid in de regio.

3.

Omgevingswaarde: de ruimtelijke kwaliteit is de basis voor de aantrekkingskracht van het gebied en de Regio Alkmaar bevordert de leefbaarheid door deze kwaliteit in stand te houden en zo mogelijk te versterken.

Deze doelen worden bereikt door: yy

Producten: kwaliteitsverbetering bestaand dagrecreatief en verblijfstoeristisch aanbod, nieuw aanbod ontwikkelen en verbinden van parels in arrangementen.

yy

Promotie en marketing: verbetering van de vindbaarheid en van het bestaande aanbod en betere positionering en zichtbaarheid van de (identiteit van de) regio.

yy

Samenwerking: werken aan herkenbare organisatiestructuren en regie op samenwerking en kennisontwikkeling

Dit wordt uitgewerkt in 6 speerpunten: Bijzonder overnachten, Inspirerende cultuur en verhalen, Inspirerende dagattracties, Natuurlijk sportief, Inspirerende steden en dorpen en Bewust ontspannen. Detailhandel De rijksoverheid en provincie hebben instrumenten in het leven geroepen om de verdere ontwikkeling van meters ‘voor de leegstand’ tegen te gaan. Een belangrijk instrument is de Ladder Duurzame Verstedelijking. Deze verplicht bij nieuwe ontwikkelingen aan te tonen dat er sprake is van een regionale behoefte. Het is hiervoor noodzakelijk regionaal beleid op te stellen en voorzienbaarheid te creëren. De regio Alkmaar voert al meerdere jaren regionaal beleid op de ontwikkeling van detailhandel. Afspraken zijn uitgewerkt en vastgelegd in de detailhandelvisie Regio Alkmaar 2025. In deze visie wordt een indeling gemaakt naar 3

66

typen winkelgebieden; recreatieve winkelgebieden (zoals Bergen, Schoorl en Egmond aan Zee), boodschappenwinkelgebieden(zoa ls Egmond-Binnen, Egmond aan den Hoef en Groet) en doelgerichte winkelgebieden (die in de gemeente Bergen niet voorkomen). Het hoofddoel van deze visie is het versterken/concentreren van winkels binnen deze structuur/indeling. (duurzame) mobiliteit In 2019 is een gezamenlijk regionaal ontwikkelbeeld mobiliteit opgesteld voor de regio Alkmaar. Het ontwikkelbeeld is uitgewerkt in een Strategische agenda duurzame bereikbaarheid regio Alkmaar. Voor Bergen zijn m.n. relevant: yy

Projecten op het gebied van het fietsnetwerk.

yy

Bereikbaarheid met de auto: Ring Alkmaar

yy

Bereikbaarheid van de kust.

yy

Regionaal MobiliteitsProgramma Noord-Holland en Flevoland (RMP).

yy

Het Strategisch Plan Verkeerveiligheid 2030 (SPV) van het Rijk en de doorwerking daarvan in provinciaal en lokaal beleid.

Het Regionaal MobiliteitsProgramma (RMP) heeft als hoofddoel om de CO2-uitstoot voor de sector mobiliteit en transport voor Noord-Holland en Flevoland terug te brengen van 5,4 naar maximaal 4,2 megaton in 2030. Om dit te behalen wordt voor drie subregio’s (de gemeente Bergen valt hierbij onder Noord-Holland-Noord) een concreet adaptief meerjarig programma ontwikkeld, dat een samenhangend pakket aan maatregelen bevat voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Trias Mobilica is hierbij het uitgangspunt: voorkomen, veranderen en verduurzamen van mobiliteit. Op gemeentelijk niveau wordt hier uitvoering aan gegeven door: bijdragen aan de ontwikkeling van het RMP voor Noord-Holland-Noord en in aansluiting hierop het ontwikkelen van een gemeentelijke integrale visie op mobiliteit, gericht op gezondheid, leefbaarheid, duurzaamheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid.,. In het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV 230) wil Nederland de stijging van het aantal verkeersslachtoffers een halt toeroepen. Het streven is om het aantal verkeersslachtoffers in 2030 tot nul te verminderen. Per weg en situatie wordt gekeken welke situaties de hoogste risico’s voor slachtoffers met zich meebrengen. Door juist deze plekken als eerste aan te pakken moet het aantal verkeerslachtoffers sterk verminderen.

Wonen Het beleidskader wonen is sterk verankerd in regionaal actieprogramma regio Alkmaar, zodat gemeenten niet alleen te maken hebben met hun eigen doelstellingen, maar ook met die van anderen. Goede samenwerking binnen de regio is hard nodig. Regio Alkmaar staat voor een vitale en aantrekkelijke regionale woningmarkt voor eigen inwoners en als functioneel onderdeel van de Amster¬damse metropool, nu en in de toekomst. Daarbij werkt de regio naar een balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt op de korte en lange termijn. De BUCH gemeenten bieden woonmilieus (Centrum-Dorps) van grote voorzieningenkernen met relatieve rust en ruimte op nabije afstand van de metropool. Binnen de BUCH gemeenten is Bergen een aantrekkelijke gemeente om te wonen en voor toeristen vanwege de kust en badplaatsen. Met de uitgangspunten in het RAP heeft Regio Alkmaar een eerste stap gezet om te komen tot een regionale afspraak volgens de uitvoeringsregeling bij de PRV (Provinciale Ruimtelijke Verordening). De colleges in Regio Alkmaar hebben de notitie Woningbouwafspraken en programmering in 2019 vastgesteld. De regionale woningbouwafspraken zijn na intensief overleg tussen de regiogemeenten, de provincie en de Woningmakers tot stand gekomen. Met deze notitie Woningbouwafspraken en programmering zijn de ambities en opgaven, programmering- en woningbouwafspraken uit het RAP nader uitgewerkt.

Met de nieuwe woningbouwafspraken gaat Regio Alkmaar zich meer richten op realisatiecapaciteit. Hierbij wordt steeds gebruik gemaakt van de meest recente marktinformatie en huishoudensprognoses. Twee keer per jaar wordt er een regionale woningprogrammering naar realisatiecapaciteit opgesteld.

67

Regio Alkmaar ziet een vijftal opgaven: 1.

Het bouwtempo moet stevig omhoog om de huidige druk op de markt het hoofd te bieden;

2.

Flexibiliteit creëren in planvoorraad door adaptief te programmeren18;

3.

Inzet op diversiteit in woonmilieus, waarbij drie subregio’s op basis van de verscheidenheid aan woonmilieus wordt gehanteerd: Alkmaar, Heerhugowaard/Langedijk en de BUCH gemeenten;

4.

Voorkomen van verdringing;

5.

Inspelen op de langetermijnbehoefte.

De regionale woningbouwafspraken hebben, door voortschrijdend inzicht, geleid tot een aanpassing van de afspraken uit het RAP Regio Alkmaar: yy

zet in op een versnelling in realisatie van woningbouw;

yy

zet in op een woningaanbod dat aansluit bij de vraag;

yy

kies voor versterking van woningmarktsegmenten waar we tekort van hebben;

yy

zet in op een gezamenlijke aanpak voor de regionale behoefte: lokaal wat kan, regionaal wat moet;

yy

toets de planvoorraad continu aan de marktvraag en realiteit;

yy

kies voor plannen die een ruimtelijke versterking van onze regio betekenen;

yy

werk vanuit de bedoeling van de Ladder voor duurzame verstedelijking;

yy

streef naar een duurzame woningvoorraad;

yy

zit dicht op de markt en houdt de ontwikkelingen in nieuwbouw en bestaande voorraad bij.

Klimaatadaptatie De gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo hebben elk eigen gemeentelijke ambities om klimaatverandering tegen te gaan en willen hier graag invulling aan geven op een manier die aansluit bij de lokale situatie. De afgelopen periode heeft de Rijksoverheid hier drie opdrachten aan toegevoegd: het Klimaatakkoord, het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en het programma Nederland Circulair 2050. In programma Klimaat 2021-2025 werken de BUCH-gemeenten gezamenlijk aan al deze opdrachten met 5 pijlers; Energietransitie, Duurzame mobiliteit, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie en Duurzame bedrijfsvoering. Op het gebied van Klimaatadaptatie zijn inmiddels verkennende studies en inventarisaties gedaan. In 2021-2022 zullen deze verder worden uitgewerkt in een strategie. Energie De Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Holland Noord kent uitwerking in 3 deelregio’s: regio Kop van Noord-Holland, regio West-Friesland en regio Alkmaar. De RES wordt samen met stakeholders en samenleving opgesteld. Het RES-traject kent een doorlooptijd tot 2030 en geeft doorkijk tot 2050. Naast de invulling van de duurzame energie geeft de RES ook invulling aan een WarmteStructuurPlan (WESP). De RES van de regio Alkmaar waarin de gemeente Bergen NH valt, wordt nu opgesteld.

Circulariteit Mede gezien het rijksbeleid in Nederland circulair in 2050 wordt begin 2022 een nadere uitwerking verwacht voor circulaire economie gericht op het behalen van de grootste impact. Vanwege de grote impact wordt gefocust op consumentengoederen, voedsel (i.v.m. CO2 reductie) en kleding.

18

Dit betekent dat steeds goed wordt gekeken naar de ontwikkelingen en daar op wordt gereageerd zonder het lange termijn doel uit het oog te verliezen

68

Deel 2 Kaarten Beleidskaarten provincie Noord-Holland yy

Natura 2000, NNN-gebieden, PRV, kaart 4 Ecologie (juni 2019, geactualiseerd voor wat betreft Weidevogelgebieden)

yy

Grondwaterbeschermingsgebieden, Dataportaal provincie Noord-Holland (2013)

yy

Stiltegebieden, Dataportaal Provincie Noord-Holland (2013)

yy

Bijzonder provinciaal landschap, ontwerp-omgevingsverordening (september 2020)

yy

Aardkundige waarden

Kaarten regionale afspraken yy

Strandzonering (februari 2018)

69

Ontwikkelingen in of in de omgeving van Natura 2000 gebieden mogen de natuurwaarden in deze natuurgebieden niet wezenlijk aantasten. Alleen als er een groot maatschappelijk belang is, kunnen daar uitzonderingen op worden gemaakt. Binnen de overige natuurgebieden die horen bij het Natuur Netwerk Nederland is de natuurfunctie de belangrijkste functie. Gebruik en beheer van deze gebieden mag niet in strijd zijn met deze functie. In weidevogelleefgebieden staat het behoud van het leefgebied van de weidevogels centraal. Aanleg van wegen of paden die verstoring kunnen veroorzaken staan op gespannen voet hiermee. Ook aantasting van de openheid door bijvoorbeeld opgaande beplanting is hier niet gewenst omdat roofvogels die zich daarin ophouden een gevaar vormen voor jonge weidevogels. Voor verlies van weidevogelleefgebied gelden compensatieverplichtingen.

70

De grondwaterbeschermingsgebieden zijn aangewezen om de kwaliteit van grondwater te beschermen in verband met waterwinning. Activiteiten in deze gebieden mogen de kwaliteit van het grondwater niet aantasten

71

In stiltegebieden is stilte een belangrijke waarde. In stiltegebieden zijn geluiden toegestaan die bij het gebied horen. Bij agrarische gebied kan dat bijvoorbeeld het geluid van een tractor zijn. Activiteiten die lawaai produceren worden geweerd. Alleen bij uitzondering kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.

72

In het Bijzonder Provinciaal Landschap Noord-Kennemerland zijn hoge tot zeer hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarden aanwezig. Kernkwaliteiten zijn het kleinschalige en bosrijke karakter van de strandwal en duinzoom. Behoud van de karakteristieke overgang van duinzoom/strandwal naar strandvlakte, de doorzichten, oude landgoederen en bosgroeiplaatsen staat centraal. Daarnaast is de aardkundige waarde in de duinzoom bij Egmond-Binnen van belang en de grillige verkaveling en de kleine droogmakerijen in de strandvlakte.

73

Op deze kaart staan de gebieden met aardkundige waarden. Hier mag de bodem niet beschadigen door te graven of door er met zware voertuigen te rijden. Aardkundige waarden worden beschermd via de regels voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL).

74

In de strandzonering worden 3 strandtypen onderscheiden. Hiermee wordt duidelijk gemaakt wat de mogelijkheden zijn voor de recreatieve bebouwing. Recreatiestranden zijn bij Egmond aan Zee, Bergen aan Zee, Hargen aan Zee en het Camperduin.

75

4

Milieu

Als het om milieu gaat heeft Nederland in de Europese Unie afspraken gemaakt die altijd en voor alle gemeenten gelden. Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. De afspraken worden ook wel de vier milieubeginselen genoemd. Deze beginselen gelden dus ook voor de omgevingsvisie. De vier milieubeginselen zijn: yy

Het voorzorgsbeginsel. Dit betekent dat we activiteiten voorkomen waarvan we verwachten dat ze slecht zijn voor het milieu.

yy

Het beginsel van preventief handelen. Dit betekent dat we vervuiling van het milieu zoveel mogelijk voorkomen. We nemen vooraf maatregelen om een iets wat slecht is voor het milieu te voorkomen. Denk aan de inzet van de beste technieken zodat er geen luchtvervuiling ontstaat.

yy

Het beginsel van bestrijding aan de bron. Dit betekent dat we als er een slechte invloed is op het milieu eerst kijken of er iets bij of in de directe omgeving van de activiteit zelf kan worden veranderd. Dit om de slechte invloed te voorkomen. Bijvoorbeeld door vuile lucht af te vangen of door geluiddempende maatregelen bij het bedrijf zelf toe te passen.

yy

Het beginsel de vervuiler betaalt. Dit betekent dat degene die de activiteit uitvoert ook moet betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen. Dat zijn bijvoorbeeld maatregelen bij de ontvanger, of het opruimen van vervuiling.

De gemeente kiest ervoor om een omgevingsvisie op te stellen zonder plan-m.e.r.-procedure. De Omgevingsvisie Bergen is een omgevingsvisie 1.0. Een visie die globaal is; te globaal om een goede milieutoets op uit te voeren. Ook zal in Bergen niet zozeer de omvang van ontwikkelingen aanleiding zijn voor een m.e.r. maar meer de nabijheid van kwetsbare natuur en de mogelijke stikstofuitstoot van ontwikkelingen. Juist op dat punt zijn nog veel ontwikkelingen gaande. Zowel op het gebied van beleidsvorming en jurisprudentie als op het gebied van innovaties waarmee stikstofuitstoot zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Voor zover er na deze omgevingsvisie plannen in lijn met de visie worden uitgevoerd zal een zelfstandige onderbouwing worden gemaakt die ook ingaat op de locatiekeuze. In deze vervolgprocedures wordt vanzelfsprekend ook zorgvuldig naar alle milieuaspecten gekeken.

76

6 •

Colofon

Alle inwoners, ondernemers/bedrijven, instellingen en organisaties van de gemeente Bergen NH die een actieve bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van de omgevingsvisie

•

Kern- en projectgroep omgevingsvisie gemeente Bergen

•

BügelHajema Adviseurs

Fotografie •

Gemeente Bergen

•

BügelHajema Adviseurs

77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/4970/documents/36865