A3.a Brief St behoud Schoorlse en NKduingebied inzake beantwoording schr vragen JA21.pdf
Tekst van het document
1
Stichting ter behoud van het Schoorlse-en Noord-Kennemerduingebied Aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland t.a.v. Mw. R. Kocken cc. Statenleden; College B&W Bergen; raadsleden Bergen Betreft: GS besluit 11 februari 2025: Antwoord op de vragen van de heer I.J.M. Mantel (Ja21) over de boskap in de Schoorlse duinen. Geachte Gedeputeerde mevrouw Kocken, Onze Stichting heeft nota genomen van de beantwoording door GS op de vragen van de heer Mantel en we gaan graag in op uw antwoorden. Zoals u bekend, heeft de Duinstichting al veel vaker van zich laten horen en we betreuren het dat we nooit iets terug vinden van onze argumenten en gezichtspunten. We beschouwen die zelf als een waardevolle inbreng en weten ons gesteund door een uitgebreid team van deskundigen en tevens een belangrijk deel van de inwoners en bezoekers van de Schoorlse duinen. Inleiding vragen en inleiding antwoorden Hierin staat uw stelling dat de dennen in het Schoorlse gebied zijn aangeplant voor de houtproductie. De huidige bossen zijn volgens u zo’n 80 jaar geleden aangeplant. Deze stelling klopt niet. U neemt daarbij de allerlaatste staak die door SBB in de grond is gezet en die slechts een kleine kraal uit de ketting vormt van de totale bebossing. Ten eerste is men al bezig geweest vanaf 1799 de bewoners te verplichten om eikeltjes te strooien of te planten (wat uiteraard niet lukte).
In 1827 mislukte ook de pogingen van Gevers om het zand vast te leggen. Vanaf 1835 worden de uiteindelijke experimenten van Starink beloond en heeft hij een mix van dennen die bestand is tegen de woeste, droge omstandigheden. In 1917 worden de meest droge en woeste duinen bebost. Onder leiding van boswachter Jansen vindt tussen 1921 en 1929 nog grote bebossing plaats met een duidelijke landschapsvisie, ingezet door directeur Lovink van de Heidemij in 1893. Zelfs op het Weblog van Staatsbosbeheer staat te lezen “dat op voorhand duidelijk was dat de nieuwe aanplantingen in Schoorl niet rendabel hoefden te zijn, het waren geen productiebossen” Dat is precies wat onze Stichting verschillende keren naar voren heeft gebracht: In de publicatie van het onderzoek door Ir. Jelles van Instituut voor toegepast biologisch onderzoek in Arnhem staat duidelijk, dat de Schoorlse bossen nooit van economische betekenis zijn geweest voor de houtproductie en ook niet voor dit doel zijn aangeplant. Gaarne ontvangen wij van u de bronvermelding waarop u uw conclusie baseert.
1. ANTWOORD DUINSTICHTING : In 2005 werd 3.6 ha van het Baaknolbos gekapt; in 2020/21 werd 7.6 ha Van Steijn gekapt. De branden vernietigden 85 ha bos. De meest “verhulde” boskap vindt echter jaarlijks plaats in het Binnenduin. Daar worden ieder jaar vergunningsvrij de dennen gekapt om de naaldbossen om te vormen naar zogenaamd Atlantisch bos en dit levert jaarlijks grote hoeveelheden hout op.
2 In de eerste dunningsronde in 2018/2019 werden in het zuidelijk deel van de Binnenduinen maar liefst 15.811 volwassen bomen gekapt met een doorsnede van meer dan 20 cm. Elk jaar volgt een nieuwe ronde en volgens de blog’s van SBB zullen er nog vele rondes volgen. Zo verdwijnen de dennen in de Schoorlse duinen, zonder dat er iets voor wordt teruggezet.
https://www.boswachtersblog.nl/schoorlseduinen/2024/11/12/staatsbosbeheer-gaat-verder-metwerkzaamheden-in-de-schoorlse-duinen/ Dat menging van boomsoorten de stabiliteit en weerbaarheid van bossen zou verbeteren, bijvoorbeeld tegen plagen (door o.a. klimaatverandering) is in de Nederlandse situatie onbewezen. (Bron: Dr. E. Arnolds is o.a .voormalig hoofddocent Bosecologie aan de toenmalige Universiteit Wageningen.) In Zuid-Kennemerland is wèl een voorbeeld dat het niet succesvol is gebleken (Bron: OB+N). Helaas worden grondige langdurige evaluaties niet afgewacht. Men kapt lustig door op basis van “verwachtingen en aannames”. Resumerend Meer “onzichtbare” boskap door dunning. Omvorming in Zuid-Kennemerland mislukt (OB+N) Omvormen geen opdracht vanuit Europa 2. ANTWOORD DUINSTICHTING U stelt wederom stelt u dat het grijze duin in Europa uniek is. We hebben meerdere keren met bewijzen teruggekoppeld dat het grijze duin niet zeldzaam is en in grote hoeveelheden voorkomt in Nederland en Europa. U kunt op één van de twee foto’s zien dat dit zelfs in uw statenzaal is gepresenteerd. Natura2000 habitats Deltakust Visie en beleid Dynamisch Kustbeheer
Europa zegt nergens dat natuur ontwikkeld moet worden. Zij legt de nadruk op beschermen en behouden. De meest opvallende ontwikkeling uit de Natuurdoelanalyse uit maart 2023 wordt gevormd door: Afname van H2120 Witte duinen en door Toename met 104,84 hectare kalkarme Grijze duinen (H2130B), ontstaan met de huidig aanwezige dennenbossen.
3 De “kenmerkende soorten” die u wenst hebben zich nooit zo opgehouden in dit zandoverspoelde gebied, wel ten Noorden en ten Zuiden van dit gebied. Dáár kwamen de bloeiende grijze duinen wel voor. De boskap komt volgens u inheemse planten en dieren ten goede. U gaat hierbij voorbij aan de inheemse planten en dieren die zich reeds in de dennenbossen bevinden. De bossen vormen een natuurlijk ecosysteem met naast de beschermde Dennenorchis, ook vele Rode lijst soorten Paddenstoelen, (Korst) mossen en vogels. Deze dennenbossen tonen overtuigend aan, dat ze in staat zijn om ingrijpende veranderingen in haar milieu door vermesting, verzuring en verdroging te overleven zonder haar boskarakter te verliezen. Een toonbeeld van veerkracht en vitaliteit! Als de Schoorlse dennenbossen zich langs natuurlijke weg mogen ontwikkelen, kunnen wij profiteren van de rijkdommen, die het ons kosteloos biedt. Er is in Nederland een groot tekort aan oude bossystemen. Zie hiervoor o.a. onderstaande literatuur: • • •
boek “De Schoorlse duinen: 100 jaar natuur voor iedereen “ van SBB https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2021/01/01/historische-schets-vanbossen-en-bosaanplant-in-nederland#:~: https://duinenenmensen.nl/schoorlse-duinen
De kap van oude bossen met een geheel eigen ecosysteem valt niet te rechtvaardigen, ook niet door er het onterechte etiket productiebos op te plakken. Er zijn een flink aantal bedreigingen voor het grijze duin: ontbreken van konijnen, teveel zand, te veel zout, en teveel langdurige vernatting. Bij teveel zand verandert het in wit duin, iets wat het in de verre toekomst altijd zal doen want grijze duinen zijn een fase in de natuurlijke cyclus die verloopt van Embryonale duintjes , naar Witte duinen naar Grijze duinen , naar Struweel , naar Bos. Klimaatverandering vraagt om voortschrijdend inzicht: GROTE STUKKEN GRIJS DUIN STAAN AL RUIM EEN JAAR ONDER WATER. KNMI voorspelt meer perioden van extreem nat en extreem droog. Daarmee is het zeer waarschijnlijk dat de doelen voor uitbreiding van grijsduin niet haalbaar zijn. Als met ecologische gegevens kan worden vastgesteld, dat het Natura 2000-gebied definitief geen bijdrage meer kan leveren aan het behalen van de doelstellingen (in dit geval Grijs Duin), dan kunnen de doelen binnen een N2000-gebied worden gewijzigd. Dat is inmiddels het geval! Door de hoge waterstanden zijn delen van het grijze duin en duinheiden langdurig onder water komen te staan en zullen dus geen Grijs Duin meer vormen.
Resumerend Grijs duin niet zeldzaam in Nederland en Europa Vooruitzichten voor grijs duin negatief door klimaatveranderingen Negeren soortenverlies van dieren die voorkomen in en afhankelijk zijn van naaldbossen Overtreding Habitatrichtlijn Uw stelling dat door het open landschap een “betere leefomgeving voor de mens” ontstaat zouden wij graag wetenschappelijk onderbouwd zien. We zijn wel op de hoogte van vele wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van bossen en bomen op mensen en het effect van bos op hun welbevinden, wat blijkt heel groot te zijn! Resumerend Geen wetenschappelijke onderbouwing dat open duin een betere leefomgeving voor de mens is.
4 De droge voeten die u aanhaalt, zijn reeds gegarandeerd in het Schoorlse gebied met de hoogste en breedste duinen van Nederland. Daar hoeft niet 100 ha bos voor worden gekapt en het maken van kerven in de duinen is onnodig en ongewenst. Op 13 januari 2020 is in uw statenzaal ten tijde van ons burgerinitiatief al naar voren gebracht door dhr. Jansen “dat de kustveiligheid bij Schoorl nooit in het geding is geweest en de komende 200 jaar ook niet zal komen. Het duingebied is zo breed en heeft een enorme buffercapaciteit, zelfs bij een zeespiegelstijging. De veiligheidsproblemen doen zich met name voor bij dunne kustvlakjes” (bron: notulen). Mevrouw Kooijman (OB+N) beaamt dat er in Schoorl geen probleem is op het gebied van kustveiligheid! (Bron: notulen). Dit sluit precies aan bij wat oud-hoofd ingenieur van Rijks Waterstaat Wil Lases zegt over de kerven: “Als reden voor dit project wordt aangehaald, dat deze kerven zorgen voor hogere duinen in het gebied. die met de zeespiegel meegroeien. Dat is evenwel lastig, want er is geen oorzakelijk verband tussen zeespiegelstijging en groeiende duinen door verstuivingen. Als de Deltacommissaris rekent met 5 meter zeespiegelstijging, huidige stand van de wetenschap, dan leidt met die hoogte van de duinen (zo rond de 58 meter boven de zeespiegel) -zonder de kerven- ook tot weinig risico.
Waarom zou je dan die openingen maken?” Uw stelling dat ”Een natuurlijk duinecosysteem zorgt er ook voor dat we droge voeten houden, omdat het beter bestand is tegen zeespiegelrijzing” gaat wat ons betreft dan ook niet op. Resumerend Kustveiligheid Schoorl niet in geding. (OB+N) Geen oorzakelijk verband tussen zeespiegelstijging en groeiende duinen door verstuivingen. Hoogste duinen (ca 58 meter boven de zeespiegel) kunnen 5 m zeespiegelstijging wel aan. 3. ANTWOORD DUINSTICHTING Volgens het jaarverslag 2023 van SBB is de bestemming inderdaad zoals u aangeeft. Maar Daarnaast kwam er in 2022 35.000 ton biomassa vrij uit reststromen, waarvan 49% uit bos, 29% uit overige natuurgebieden en landschapselementen en 22% uit natuurherstelprojecten. (Cijfers per 31-122023). Daarbij mag worden gezegd dat niet aannemelijk is dat de 49% reststroom die uit bos verkregen wordt alleen top en stobben bevat. Zie verder hierover onder ons antwoord bij 5. Resumerend Deze cijfers vertellen niet het hele verhaal.
4. ANTWOORD DUINSTICHTING (Zie hiervoor ook onder antwoord 5) De CO2 uitstoot wordt hier door u niet beantwoord. Er is al een grote CO2 schuld. Er zijn op dit moment te weinig bomen om die schuld in te lossen. Dan wordt er nog méér bos gekapt (landelijk plan nog 3400 ha uit naam van N2000). De schuld wordt dus nog groter met nog minder bos om die schuld in te lossen! Die “rijkere biodiversiteit” die u voor ogen heeft kon dan weleens door de snellere opwarming van de aarde, waar u aan meewerkt, in realiteit wegblijven. De landschappen die zich nog moeten ontwikkelen met de immer geldende vraag OF ze wel komen, worden verheerlijkt terwijl de levende (beschermde) inheemse waarden in dennenbossen, die niet voor niets onder strenge beschermingsregimes vallen, geheel terzijde worden geschoven.
5 Resumerend CO2 probleem warmt de aarde op. Elke gekapte boom draagt bij aan opwarming. Plan voor landelijk nog 3400 ha boskap ten onrechte toegeschreven aan N2000. Rijkere biodiversiteit in de toekomst is beslist geen garantie, we weten namelijk niet wat het klimaat gaat doen. De huidige -reeds aanwezige- inheemse soorten in de dennenbossen zijn onze schatkamer van rijkere biodiversiteit.
5. ANTWOORD DUINSTICHTING (Zie foto’s onder van hele bomen voor biomassa centrale waar SBB eigenaar van is)
•
•
•
Volgens het jaarverslag 2023 neemt Staatsbosbeheer voor 25% deel in Bio Enerco B.V. Bio . Bio Enerco B.V heeft als doel het op rendabele wijze in- en verkopen van biomassa via Biogrondstoffen B.V. . Deze BV is een joint venture van vier bedrijven: Van Werven Biomassa B.V. ; BKgroen ; Van de Broek BV. en Biogrondstoffen B.V. Staatsbosbeheer bezit indirect 100% van de aandelen van de Biogrondstoffen B.V.. SBB levert volgens het jaarverslag aan Vattenfall voor stadsverwarming in Lelystad en aan Veolia in Arnhem voor warmte op het industriepark de Kleefse Waard. Met Stadsverwarming Purmerend werd in 2012 een contract gesloten voor tien jaar, met de mogelijkheid die drie keer met vijf jaar te verlengen. In 2021 werd besloten om dit contract in ieder geval één keer met vijf jaar te verlengen. Nu loopt het dus tot 2027. SBB zegt uiterlijk in 2037 hiermee te stoppen. .” https://www.staatsbosbeheer.nl/wat-we-doen/biogrondstoffen/biomassa-hoe-zit-dat Hoofd biomassa SBB van Wanningen is tevens eigenaar/directeur van het bedrijf Bio Enerco BV . Hij verkoopt aan zichzelf de houtsnippers. Voormalig SBB medewerker (1994-2015) Zwier van Olst is directeur van SBB Projecten BV en van Energiehout BV : leverancier biomassa aan Vattenvall. Energiehout BV is 100% eigendom van SBB en één van de vier bedrijven van de joint venture Bio Enerco BV.
Wanningen en van Olst hebben een lange gezamenlijke historie die teruggaat tot hun studie. https://www.houtwereld.nl/.../langer-sbbhoutsnippers.../https://biomassmurder.org/lobbyfacts/2024-01-18-tropismbelangenverstrengeling-bij-staatsbosbeheer.pdf
6 In dat rapport staat op blz. 10 te lezen dat bladeren, naalden en schors ongewenst zijn voor de eisen die gesteld worden aan de houtige biomassa voor energiecentrales. Dat is heel anders dan de stelling dat er alleen snoeiafval gebruikt zou worden. Op blz. 11 van hetzelfde rapport staat dat groene chips (vervuiling met blad en naalden) niet afgeleverd kunnen worden. Resumerend Er zijn grote financiële belangen voor boskap Commerciële partijen profiteren van boskap Top en snoeihout niet gewenst/geaccepteerd door biomassacentrale Hele boomstammen worden gebruikt
6. ANTWOORD DUINSTICHTING Het antwoord van de provincie klopt niet met de aangeleverde bewijzen. Er speelt wel degelijk economisch belang! Zie foto’s bij vraag 5. Dat de kosten duurder uitvallen door het kappen van bomen is relatief. Voor natuurherstel kunnen volgens de blogs van SBB ook project subsidies worden aangevraagd. Zoals recent de verkregen subsidie voor het verwijderen van zaailingen van Den en Vogelkers in de open duinen. •
https://www.boswachtersblog.nl/schoorlseduinen/2024/10/02/werkzaamheden-schoorlseduinen-najaar-en-winter-2024-2025/
Door de subsidies die gegeven worden buiten beschouwing te laten wordt een scheef beeld gecreëerd. In het jaarverslag van SBB over 2023 is terug te vinden dat SBB wel degelijk economische belangen heeft bij het kappen van bomen. Om SBB niet volledig afhankelijk te laten zijn van overheidssubsidies besloot het ministerie van economische zaken, dat ze meer geld uit de markt moest halen via houtverkoop, recreatie en pachtovereenkomsten. De SNL-subsidie werd van 75% naar 84% van de normkosten verhoogd, maar de resterende kosten moest SBB zelf uit marktinkomsten halen. In het jaarverslag 2023 is ook terug te vinden dat de bomenkap in de Schoorlse duinen geen verliespost is, de gekapte bomen zijn gezond en het hout is goed verkoopbaar. De kap draagt bij aan de landelijke omzet houtverkoop en biomassa. •
https://www.staatsbosbeheer.nl/-/media/14-overstaatsbosbeheer/jaarverslag/staatsbosbeheer-jaarverslag-2023.pd
Resumerend Commerciële partijen hebben wel degelijk belang bij boskap Herstelmaatregelen vallen onder subsidie (prikkel tot boskap) Houtkap Schoorl geen verliespost 7. ANTWOORD DUINSTICHTING De door u genoemde monitoring gegevens uit de jaren 2018; 2019 en 2020 en 2021 zijn bij ons bekend. We beschikken echter niet over de gegevens van de effectmonitoring op deze onderdelen uit 2024 waarnaar u refereert en willen die graag van u ontvangen.
7 Het is goed nieuws dat de zandbij in het onderzoeksjaar 2024 vaker is waargenomen dan eerdere jaren. Om daar meteen de conclusie aan te verbinden dat dit door de toegenomen dynamiek is (u bedoelt door reeds gedane boskap?), is zonder grondig landelijk onderzoek niet houdbaar. Eerder in 2016 is in Brabant een enorme populatie aangetroffen op de Cartierheide en een jaar later bleek de nestaggregatie zich bijna een kilometer uit te strekken over het pad. Dit is ongekend. (Bron: EIS kenniscentrum insecten). In recentere gegevens blijkt dat op Texel deze zilverzandbij nog volop te vinden is. Daar kunnen ze plaatselijk met duizenden bij elkaar nestelen. En de kaart -zie bijlage- laat zien dat de bij nogal eens verschuift qua gebied. Nederland heeft maar liefst zo’n 30 stuifzandgebieden dus aan stuifzanden is geen tekort. Overigens valt in de gelezen lectuur over de zilveren zandbij te lezen dat zij meer het slachtoffer zijn van wespbijen die zich gedragen als een koekoek, dan dat ze te vrezen hebben van dennenbos. Resumerend Monitoringgegevens incompleet. Effecten op vegetatie, flora en paddenstoelen zijn nog niet bekend. Conclusie biodiversiteit verbetert is voorbarige conclusie
Zandbij verschuift qua gebied 8. ANTWOORD DUINSTICHTING Provincie telt het kalkrijke zand mee dat inwaait en daardoor worden delen van de eerste duinenrij kalkrijk, alsmede delen van de eerste duinvallei meteen ernaast, als een Habitat. Echter op het Standaard Data Formulier 2004 voor ons gebied staat (terecht) alleen H2130 vermeld. Onze Stichting heeft tijdens een inspraakmogelijkheid al naar voren gebracht dat door de splitsing (door Nederland) van deze habitat naar H2130A en H2130B de aandacht verkeerd kan komen te liggen op één van de twee, die dan als “onvoldoende” wordt aangemerkt, terwijl naar Europa alleen H2130 wordt gemeld. (Bron: gespecialiseerd onderzoeksjournalist Geesje Rotgers.) De provincie trok de conclusie voor het grijze duin in de Natuurdoelanalyse dat een verslechtering niet viel uit te sluiten. Volgens de natuurdoelanalyse 2023 is er méér kalkarm grijs duin bijgekomen, dit is een verbetering: H2130B Grijze duinen (kalkarm) T0 meting 160,15; T1 meting 263,99 Dit is een winst van + 103,84= doel gehaald! Ondanks dat de dennen er nog gewoon staan! De bossen Leeuwenkuil en Frederiksbos staan het grijze duin niet in de weg. De overpoedering die het grijze duin nodig heeft, bereiken de delen achter de bossen (na boskap) niet.
Resumerend Meer kalkarm grijs duin ontstaan met de aanwezige dennenbossen (verwachte verslechtering werd verbetering) SDF 2004 alleen eenduidige H2130 (dus geen splitsing) conform melding naar Europa Het bereik van de instuif dooft uit voor het bedoelde gebied, Bossen houden dus geen instuif tegen.
8 Stikstof Dat het Schoorlse gebied ten onder dreigt te gaan aan een stikstofdeken is gebaseerd op slecht onderbouwde schattingen (rapport Tauw). In ons gebied is niet wezenlijk gemeten en er staat natuur die er nooit zou zijn als er werkelijk sprake is van een stikstofdeken. Het RIVM heeft toegegeven “nu wel over de goede metingen” te beschikken .Bij eerdere metingen hadden ze een heleboel disclaimers èn erkenning van een foutmarge van maar liefst 70% . Hoe geloofwaardig is dat? Onpartijdige deskundigen zijn van mening dat de modellen geen rekening houden met de verspreiding van ammoniak, de snelheid daarvan en de regen die nodig is voor neerslag. (Daarom zijn de boeren boos hoofdstuk 7 Han Lindeboom). Als overheid is het niet langer verantwoord blind te blijven voor tegengeluiden van gerenommeerde wetenschappers, die feitelijke onderzoeken hebben gedaan, zoals Emeritus hoogleraar en gewasdeskundige Rudy Rabbinge (WUR) en Emeritus hoogleraar Han Lindeboom (stikstof) en de nog van kracht zijnde onderzoeken van Egbert Lantinga en Jan Klaas Santing (stikstofopname planten). De stikstof deken die steeds naar voren wordt gebracht als het zwaard van Damocles dat elk ogenblik de Schoorlse duinen kan vernietigen (en daar eigenlijk al mee bezig is) is gebaseerd op een modelberekening die aan alle kanten rammelt.
De stelling dat er ammoniak uit zee komt is volgens deze wetenschappers onmogelijk omdat ammoniak gemakkelijk aan water bindt, daarmee is de Noordzee eerder een “put” die de ammoniak opslurpt dan een bron! (Daarom zijn de boeren boos hoofdstuk 7 Han Lindeboom) Agrifacts heeft inmiddels door heel Nederland in alle provincies bodemonderzoek laten verrichten naar o.a. stikstof. Wij zien uit naar de onderzoeksresultaten omdat dit werkelijke fysieke metingen betreft. Resumerend Stikstofmodel Aerius niet ontworpen voor habitats. Stikstofmodel Aerius onbetrouwbaar, maar op die onbetrouwbare gegevens zijn al vele bossen gekapt. Noordzee is stikstof put, geen bron. Onderzoek Agrifacts: Meten is weten! Over de vochtige duinvalleien het volgende: De doelstelling voor “vochtige duinvalleien” wordt behaald “mits er aanvullende maatregelen worden getroffen”. Die maatregelen zijn waarschijnlijk de bossenkap. Het blijft een vreemde zaak want als we het hebben over de Vochtige duinvalleien die op het Standaard Data Formulier 2004 staan, dan valt daar te lezen: H 2190 representatie “D” = aanwezig doch verwaarloosbaar. We hebben het hier dan over twee vochtige duinvalleien, die zijn ontstaan door het afgraven van het zand, dat werd gebruikt om de Amsterdamse grachten te dempen en voor de glasfabriek van Leerdam. De dennenbossen belemmeren deze natte duinvalleien niet.
Bossenkap lost dus hier geen probleem op. Aan de achterzijde van het Leeuwenkuilbos is een natte vallei door de opbolling van het grondwater. Bos en natte vallei gaan hier uitstekend samen. Resumerend Ontbrekende gegevens waarom er “maatregelen” moeten worden getroffen voor vochtige duinvalleien, evenmin over welke maatregelen het hier gaat. Aanwezigheid natte vallei ondanks direct naastgelegen Leeuwenkuilbos (aan de achterzijde)
9 9. ANTWOORD DUINSTICHTING (Zie ook onder antwoord 2) De Provincie schrijft dat de kalkrijke grijze duinen extra bijzonder zijn door de aanwezigheid van tien soorten voor de Vogelrichtlijn. Het Schoorlse duingebied is aangewezen als Habitatgebied met de daarin behorende soorten als hun leefomgeving. Als Habitat gebied heb je de plicht de habitats van aanwezige soorten in stand te houden. In de dennenbossen komen 16 soorten van de Vogelrichtlijn voor: Havik, Buizerd, Nachtzwaluw, Grauwe Vliegenvanger, Wespendief, Zwarte Mees, Sperwer, Bosuil, Ransuil, kleine bonte specht, Kruisbekken, alsmede 5 beschermde soorten vleermuizen (vermeld op het SDF 2004 en daarmee mag de soort niet afnemen of hun habitat afnemen) en de zwarte den afhankelijke vaatplant soort: de Dennenorchis. Vanuit de Habitatrichtlijn is de Provincie verplicht om de Habitats van soorten in stand te houden en niet te doen verminderen. De konijnen welke u noemt, beschikken reeds over 1171 ha open gebied. Bovendien zijn ze er niet. Resumerend In de dennenbossen komen 16 soorten van de Vogelrichtlijn voor. Vleermuizen (zijn nu wel aanwezig) vermeld op SDF 2004 hebben aaneengesloten bossen nodig Nachtzwaluw (nu ook aanwezig) vermeld op SDF 2004 bevindt zich aan de buitenste randen van het dennenbos vanwege de overgangen.
Dennenorchis (Grootste populatie van Nederland en beschermde vaatplant) verdwijnt na dennenboskap Konijnen beschikken reeds over 1171 ha open gebied. In de beschikking van de Europese Commissie van 18 december 1996 staat de “vereiste” om een algemene beschrijving te geven van het gebied. Bij 4.1 moet in dit veld een “totaalbeeld” van het gebied worden geschetst (..) Vermeld in voorkomend geval de overheersende vegetatietypes. Vermeld eveneens de andere (niet in bijlage I genoemde) habitats die voor het behoud van het gebied van belang zijn. De naaldbossen worden daarin benoemd en zijn voor de 16 soorten van de VR van belang! U stelt dat “Naaldbossen komen ook elders voor en zijn niet uniek voor deze kuststrook”. Dat geldt evenzo voor de door u genoemde “typische soorten” voor het (kalkrijke) grijze duin: Zie bijlage verspreidingsgebied van bruin blauwtje, duinparelmoervlinder, heivlinder, kleine parelmoervlinder, kommavlinder, blauwvleugelsprinkhaan, duinsabelsprinkhaan en het knopsprietje. Resumerend Europa eist algemene beschrijving van gebied evenals habitats, die voor het behoud van het gebied van belang zijn. De naaldbossen worden hierin genoemd en zijn voor de beschermde 16 soorten van de VR van belang.
Naaldbossen niet uniek, verspreidingsgebied wenssoorten ook niet uniek Gedeputeerde Staten vindt dat Naaldbossen ook elders voorkomen en niet uniek zijn voor deze kuststrook. Maar het zijn juist deze boomsoorten (de Pinus nigra – de zwarte den waar ook de Oostenrijkse en Corsicaanse den onder vallen) die tijdens de laatste Floriade als belangrijke toekomstboom werden genoemd. Ongeveer in dezelfde periode viel in het vakblad van natuurbeheerders te lezen dat de Zeeden (Pinus pinaster) - vanwege de specifieke kwaliteiten op het
10 gebied van verbetering van luchtkwaliteit en resistentie tegen robuuste weersomstandigheden – wordt gezien als de boom van de toekomst voor de Nederlandse bossen op zandgronden. https://groenkennisnet.nl/item/vakblad-natuur-bos-landschap Saillant detail: De eerste bomen waren ook naaldbomen, ze waren naaktzadig en droegen hun zaden in kegels. Pas 200 miljoen jaar later ontwikkelden zich de bedektzadigen. Hieronder vallen de meeste loofbomen. De basisregel is dat naaldbomen taaier zijn: ze kunnen overleven in omstandigheden waarin loofbomen het te zwaar hebben. Resumerend Naaldbos eerste boomsoort Pinus nigra (waar de zwarte en Corsicaanse den onder vallen) is recent als toekomstboom aangemerkt 10. ANTWOORD DUINSTICHTING Het gebied is aangewezen voor alle aanwezige waarden. Het gebied is aangewezen voor alle soorten die aanwezig waren ten tijde van de aanmelding als Staatsnatuurmonument en die het gebied bijzonder maakten, waardoor het ook als Natura 2000 gebied is aangewezen. Quote uit Programmadirectie N2000 PDN/2009-086 bijlage C49: “Bepalingen uit de aanwijzingen tot beschermd natuurmonument over natuurschoon, rust, stilte en over de natuurwetenschappelijke betekenis van het beschermde natuurmonument blijven gewoon van kracht en zullen mede de inhoud van het beheerplan gaan bepalen. Op dit onderdeel brengt Natura 2000 geen verandering in de bestaande situatie”.
In dit zelfde document staat op pagina 35 “Zoals in paragraaf 3.3. van de Nota van Antwoord staat beschreven, dienen ook voor de soorten en habitattypen die niet direct tot de selectie van dat betreffende Habitatrichtlijngebied hebben geleid, maar die wel in dat gebied voorkomen, instandhoudingsdoelstellingen te worden opgesteld. Dat zijn namelijk ook soorten en habitattypen waarvoor het gebied is aangemeld. Het berust op een misverstand te veronderstellen dat uit de richtlijn uitsluitend een verplichting zou voortvloeien met betrekking tot kwalificerende habitattypen en soorten”. Laten we in ieder geval vaststellen dat het gebied niet is aangewezen voor sprinkhanen en vlinders. Resumerend Europa erkent alle aanwezige waarden bij aanmelding tot N2000 gebied. Het berust op een misverstand te veronderstellen, dat uit de richtlijn uitsluitend een verplichting zou voortvloeien met betrekking tot kwalificerende habitattypen en soorten. Feit dat dennenbossen niet kwalificeren betekent dus absoluut niet, dat ze gekapt mogen worden Gebied niet aangewezen voor sprinkhanen en vlinders
11. ANTWOORD DUINSTICHTING Gedeputeerde Staten schendt de Europese Vogelrichtlijn èn de Habitatrichtlijn wel degelijk! Voor de duidelijkheid nogmaals op een rij: in de dennenbossen komen 16 soorten van de Vogelrichtlijn voor: Havik, Buizerd, Nachtzwaluw, Grauwe Vliegenvanger, Wespendief, Zwarte Mees, Sperwer, Bosuil, Ransuil, kleine bonte specht, Kruisbekken, alsmede 5 beschermde soorten vleermuizen (SDF2004) en de (zwarte den afhankelijke) vaatplant soort: de Dennenorchis.
11 Vanuit de Habitatrichtlijn is Nederland verplicht om de Habitats van deze 22 soorten in stand te houden en niet te doen verminderen. Deze soorten kunnen niet meer uitwijken (uitspraak rechtbank Arnhem) omdat in heel Nederland de gebieden van deze soorten ernstig worden aangetast. Bovendien hebben deze soorten aaneengesloten bossen nodig en niet een plukje bos. Uitgestrekt aaneengesloten bos is voor vleermuizen nodig voor hun sonar. Zonder hun gehoor en het kunnen lokaliseren waar ze zijn, kunnen ze geen voedsel vinden. Inmiddels is bekend dat de landelijke trend van vleermuizen een lichte daling laat zien. Dit komt onder meer door achteruitgang van hun leefomgeving. (Nature today febr. 25). Standaard Data Formulier 2004: Camprimulgus Europaeus (Nachtzwaluw). Aanwezig, mag niet verminderen! Bevindt zich in de buitenste randen van de dennenbossen. Heeft de overgangen nodig van bos naar heide en struiken. Deze SDF 2004 soort is totaal uit de rapporten geschreven en komt niet meer voor in de stukken van Tauw en de Provincie. Dit is eerder gedaan in 1996 met 22 paartjes zwarte spechten en 2 paartjes wespendieven! Maar het betreft hier wel een grove overtreding! Resumerend Provincie Noord-Holland voldoet niet aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Provincie is in overtreding door Habitats van soorten op SDF 2004 te verminderen.
Gebied wordt niet in stand gehouden, maar juist verkleind c.q. vernietigd. 12. ANTWOORD DUINSTICHTING Vooral het Rijk en niet Europa heeft bepaald welke instandhoudingsdoelen en natuurwaarden behaald moeten worden. Daar zitten veel doelen bij die niet aangemeld zijn bij Europa en daarom ook niet gerapporteerd zullen worden naar Europa. Vanuit Europa was 5 doelen genoeg per gebied en goed was goed. Op het SDF 2004 staan: witte duinen, grijze duinen (één soort zoals je verwacht in een kalkarm gebied), duinheide met struikhei en duinbos. En tenslotte nog natte duinvallei met kwalificatie “D=verwaarloosbaar”. In de nota van toelichting 2009 van het Ministerie van LNV staat geschreven: “De soorten en habitattypen waarvoor complementaire doelen zijn geformuleerd, worden niet aangemeld bij de Europese Commissie. Dit betekent dat over deze doelen, voor de concrete gebieden, ook niet naar de Europese Commissie gerapporteerd hoeft te worden”.
In de Nota van toelichting 2019 schrijft het Ministerie van LNV: “De bedoeling van het wijzigingsbesluit is het corrigeren van wat ten aanzien van de te beschermen habitattypen van Bijlage 1 en soorten van Bijlage 2 van de Habitatrichtlijn niet goed is gegaan bij het publiceren van de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten.” Over het laatste is Advocaat-Generaal Kokott van het Europese Hof van Justitie heel duidelijk geweest: “Het is niet de bedoeling dat Nederland gezellig gaat corrigeren tussen het SDF 2004 en het aanwijzingsbesluit”. En dit is precies wat Nederland wel doet. Resumerend Nederland heeft doelen bovenop de Europese doelen geplaatst en is daar niet transparant over. Bovendien corrigeert Nederland tussen het SDF en het aanwijzingsbesluit. Advocaat-Generaal Kokott (EHvJ) geeft duidelijk aan dat dit niet de bedoeling is.
12 13. ANTWOORD DUINSTICHTING Dat de provincie veelvuldig met betrokken partijen heeft gesproken, kan zo gepresenteerd zijn, maar onze Duinstichting (die 37.000 burgers vertegenwoordigd) is van meet af aan in een ongelijk speelveld gezet (partijen geselecteerd op voorkeur boskap!). Het bestuur van de stichting heeft zowel mondeling als schriftelijk geprotesteerd tegen deze oneerlijke gang van zaken. Wij blijven ons verzetten, omdat de boskap wordt doorgedrukt om verkeerde redenen en omdat dit grote verliezen tot gevolg zal hebben. Bovendien is er een andere factor (die consequent buiten beeld blijft), die voor de dorpen Groet en Schoorl van levensbelang is en dat is het negeren van HR artikel 6.1 te weten het “sociaal en economisch aspect”. Natura 2000 onderkent dat dit aspect meegewogen dient te worden in de plannen binnen een gebied. Nederland heeft daar maling aan en kennelijk ook de provincie NH. Wij vragen ons af of Gedeputeerde Staten zich wel bewust is dat anderhalf miljoen overnachtingen in deze kleine dorpen, die alleen al de som van ongeveer 3.5 miljoen euro’s binnenhalen aan toeristenbelasting, na bossenkap in elkaar klapt? Dan hebben wij het nog niet eens over de gehele horecasector, die ook voor inkomsten zorgt. Resumerend De betrokken partijen zijn zorgvuldig uitgezocht door de provincie, waardoor van meet af aan op boskap kon worden aangestuurd.
Provincie negeert HR artikel 6.1 waardoor het sociaal en economisch aspect niet meeweegt. 14. ANTWOORD DUINSTICHTING De bewering dat dennen meer verdampen dan loof is in het leven geroepen en vooral in leven gehouden, door een onderzoek naar de verdamping tussen o.a. loof en dennen 70 jaar geleden. Dit was het Lysimeter onderzoek te Castricum, het is één van de bekendste maar ook het meest omstreden onderzoek. Dit onderzoek is achterhaald door TNO en Alterra. Toch blijven PWN/Staatsbosbeheer en Provincie dit onderzoek gebruiken om de dennen in een kwaad daglicht te zetten. TNO heeft de verdamping onderzocht en kwam met andere bevindingen, maar na de publicatie van het TNO rapport uit 1960 gebeurde er dit: • 1962: De meteorologische waarnemingen bij de lysimeters met loof- en dennenbomen worden beëindigd. • 1966: De vaste waarnemers krijgen een andere functie. • 1969: Het hoofd van het onderzoek krijgt een andere functie. Daarna is PWN doorgegaan met de waarnemingen, zij het dat die niet goed aansluiten bij de eerdere. Alterra publiceerde in 2009 een rapport (Alterra rapport 2053-1) dat niet met modellen werkte, maar het principe toepaste “meten is weten”. Volgens dit rapport zijn de verdampingsverschillen tussen loof en dennen te verwaarlozen. Loof verliest zijn bladeren in de winter en verdampt dan minder.
Den verbruikt in de winter wat meer, maar dat is niet erg want het betreft de natte periode van het jaar. Loof verbruikt in de zomer, het droge seizoen, meer water. Door de bank genomen weinig noodzaak om de schuld van lage grondwaterstand in de schoenen te schuiven van de dennen. Alleen bij genoeg vocht in de omgeving (de winter) verbruikt de den dus wat meer, maar bij droogte sluiten de mondjes van de naalden zich om minder te verdampen, een faciliteit die bij loofbomen ontbreekt. Dennen bezitten dus een efficiënt watercontrole systeem!
13 In de verantwoording van het Alterra rapport 2053-1 staat al op blz. 2: “Hoewel we destijds nog geen computers tot onze beschikking hadden, is dat in mijn ogen niet de hoofdoorzaak geweest van het feit dat vrijwel elke voortvarende poging om van dit project een wetenschappelijk succes te maken vruchteloos bleef.” En op blz. 76 van ditzelfde rapport staat: “Nu is correct waarnemen een uitermate moeilijk vak dat je eigenlijk nooit meteen in één keer goed doet. Daarvoor is heel veel ervaring nodig die op het PWN duidelijk niet aanwezig was.“ De oorspronkelijk conclusie van PWN dat dennen meer water verdampen dan andere begroeiing is daardoor niet langer houdbaar! Resumerend Bewezen is, dat dennenbomen niet meer verdampen dan loofbomen.
Tot zover onze reactie op uw antwoorden aan de heer Mantel.
Tot slot Wij hopen van harte dat onze onderbouwing die wij hier in het kort hebben weergegeven duidelijk maakt, dat bossenkap zeer onwenselijk is en ook geen opdracht vanuit Europa is. Desgevraagd kunnen wij u van uitgebreidere onderbouwing voorzien. Gedeputeerde Staten heeft de bevoegdheid om veranderingen aan te brengen in een beheerplan. Wij vragen daarom met klem aan Gedeputeerde Staten om deze bevoegdheid te gebruiken en de boskap uit het beheerplan te houden. Met vriendelijke groet, Joke Volkers, voorzitter
Patty Rikumahu, vicevoorzitter
Voor bijlage scroll naar beneden
________________________________________________________________________________________________ Stichting ter behoud van het Schoorlse-en Noord-Kennemerduingebied. Adres: Gruttoweg 24, 1873 JC Groet. Tel: 06-55151474. Kamer van Koophandel: 67892620 te Alkmaar. Triodosbanknummer: NL79 TRIO 0338529489 t.n.v. Stichting Schoorlse bos moet blijven, Groet.
14
Bijlage behorende bij antwoord 10 (behorende bij antwoord Verspreiding) Het bruin blauwtje komt algemeen voor in Centraal- en Zuid-Europa, op warme graslanden, heiden en duinen. Als zwerver en dwaalgast kan de vlinder worden aangetroffen in Nederland en België Locaties Bruin blauwtje.
De Kleine parelmoervlinder is in Nederland is ze kwetsbaar, maar in Europa is ze momenteel niet in gevaar. De soort is elders dus niet met uitsterven bedreigd. Ze komt voor in Midden- en Zuid-Europa voor, Sicilie en Zuid-Scandinavië. Buiten Europa komt ze voor in Noordwest-Afrika, Centraal-Azië, en via Noord-India tot in Zuid-China. De heivlinder komt alleen in Europa voor van Ierland tot de Oeral en van Midden-Scandinavië tot Spanje en Sicilië. Ook voor deze vlinder geen reden om kwetsbaar leven op te offeren.
Komma vlinder Deze vlinder is vrij zeldzaam en komt voor in de duinen ten noorden van IJmuiden en verspreid over de zandgronden in het oosten van Nederland. Blauw vleugel sprinkhaan O. caerulescens heeft een groot verspreidingsgebied van West-Europa en Noord-Afrika tot in het gebied ten oosten van de Oeral regio. In Europa komt de soort voor tussen 35° en 55° noorderbreedte O. caerulescens komt in een groot deel van de duinen voor, van Walcheren tot Terschelling. Een belangrijk kerngebied is de noordelijke Peelstreek, op de grens tussen Limburg en Noord-Brabant. Een afwijkende recente vindplaats is een spoorwegemplacement bij Hardinxveld-Giessendam (Zuid-Holland) (Jt). De duinsabelsprinkhaan (Platycleis albopunctata) is een insect uit de sprinkhanenfamilie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae). Deze soort komt met name voor in kustduinen, en leeft in gebieden met een kalk- of zandgrond en een wat schralere begroeiing met struiken en graspollen waar de sprinkhaan onder schuilt. De populaties zijn vaak erg groot en dicht zodat vele dieren opspringen als men door een door deze soort bewoond gebied loopt. Volgens “Waarneming.nl” komt de soort langs de gehele kustlijn voor (zie afbeelding) Geen reden voor boskap dus.
Knopsprietje (M. maculatus) M. maculatus heeft een groot verspreidingsgebied dat reikt van West-Europa tot in Kazachstan en Siberië. In Europa komt de soort voor tussen 45° en 65° noorderbreedte. In de aangrenzende Duitse deelstaten is M. maculatus verbreid en algemeen in zandgebieden, maar ontbreekt o.a. in een groot deel van het Ruhr-gebiet, Sauerland en het Rijndal. In België is de soort ook zeer verbreid, maar ontbreekt grotendeels in Midden-België op de leemgronden.