CConstaterende datBergen (NH)
Koppel je AI →
Document · PDF

A1a. Berenschot Rapport Netwerk.pdf

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente Bergen (NH)Bij agendapunt: 5.2: Verzamellijst ingekomen stukken28.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.1 Gekozen variant volgt uit een doorlopen proces met input vanuit stakeholders

y De stuurgroep heeft daarop besloten dat in stap 4 het tijdgebonden kWh-tarief verder uitgewerkt zou worden en zowel kwantitatief zou worden doorgerekend als kwalitatief beschouwd op de uitgangspunten, randvoorwaarden en criteria. Daarnaast is ervoor gekozen om in deze uitwerking ook steeds een kwalitatieve reflectie te doen op hoe dit zou uitpakken voor een (tijdsgebonden) piekvermogentarief (zie paragraaf 6.5). De keuze tussen een vermogen- (kW) of volumegebaseerd (kWh) tarief bleek namelijk moeilijk te maken, vanwege verschillende voor- en nadelen van beide keuzes ten opzichte van elkaar.

In deze rapportage wordt de impact van een tijdgebonden kWh-tarief geanalyseerd. Deze concreetheid is nodig om een impactberekening te kunnen doen van een alternatief nettarief. Er zijn echter vele andere typen sturing, variaties in uitwerking en combinaties te bedenken. Om te komen tot een concrete uitwerkingsvariant is een proces doorlopen waarin stapsgewijs vanuit de breedte van fundamentele sturingsprincipes is geconvergeerd naar een concrete uitwerkingsvariant (zie figuur 13). Dit proces is doorlopen in samenwerking met de netbeheerders en met tussentijdse consultatie van een klankbordgroep met een brede afvaardiging van belanghebbenden (zie Bijlage 2 voor toelichting op de samenstelling van de stuur- en klankbordgroep).

y In stap 1 zijn aan de hand van wetenschappelijke literatuur en praktijkvoorbeelden uit binnen- en buitenland drie fundamentele sturingsprincipes gedestilleerd (zie paragraaf 6.3). y Vervolgens zijn in stap 2 deze sturingsprincipes met behulp van de randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria vertaald naar vier voorkeursvarianten, waarbij expliciet geen combinatiemogelijkheden zijn beschouwd omwille van de begrijpelijkheid. y In stap 3 zijn deze varianten kwalitatief gescoord en vergeleken, waaruit een advies van Berenschot volgde voor een tijdgebonden kWh-tarief (zie paragraaf 6.4).

46

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Doorlopen proces voor het komen tot een tariefrichting voor uitwerking In gezamenlijkheid met stakeholders

1

2

3

4

Sturingsprincipes

Voorkeursvarianten

QuickScan

Keuze voor nadere uitwerking

Sturing in de tijd

Uurprijs op netprofiel (kWh)

Keuze Uurprijs op netprofiel (kWh)

0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 uren

0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 uren

Sturing op vermogen

Tijdsblokken piek, midden, dal (kWh) dal

midden

piek

0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 uren

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 maanden

Sturing op kritische momenten

Staffels kleiner dan nu (kW) Staffel 4 – tot 12 kW

0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 uren

Kwalitatief beschouwen Week of maandpiek gemiddelde (kW)

6.2 Randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria bieden een beoordelingskader voor tariefstelsels In samenspraak met de stuurgroep en de klankbordgroep is een lijst opgesteld van randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria (zie figuur 14). De randvoorwaarden komen voort uit Europese wetgeving43) en vormen dus een harde eis voor een alternatief nettarief. De uitgangspunten zijn aanvullende eisen vanuit de regionale netbeheerders waaraan een alternatief nettarief zou moeten voldoen. Ook zijn ontwerpcriteria uiteengezet waarop verschillende tariefvarianten zijn beoordeeld. Hierin is efficiënt netgebruik een kerncriterium, aangezien dit de aanleiding en het hoofddoel van de tariefstelselwijziging vanuit de netbeheerders vormen.

Staffel 3 – tot 9 kW Staffel 2 – tot 5 kW

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10

11

12

13

14

15

18

19

20

21

16

17

22 23 24 25 26 27 28

Staffel 1 – tot 3 kW

Maandpiek gemiddelde (kW)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 maanden

dagen

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 maanden

O.b.v. wetenschappelijke literatuur en voorbeelden uit het buitenland Figuur 13

Op basis van wettelijke randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria

Om te komen tot een tariefrichting is in gezamenlijkheid met stakeholders een proces doorlopen bestaande uit vier stappen. In deze rapportage worden voornamelijk de sturingsprincipes (stap 1) en de daadwerkelijke keuze toegelicht (stap 4).

43) De wettelijke randvoorwaarden zijn overgenomen uit afdeling 2, artikel 18 van VERORDENING (EU) 2019/943 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de interne markt voor elektriciteit (link).

47

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Wettelijke randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria Voor het duiden van verschillende alternatieve nettarieven

Wettelijke randvoorwaarden Non-discriminatoir

Transparant

In gelijke situaties moeten dezelfde tarieven gehanteerd worden.

Voor huishoudens dient het helder en toetsbaar te zijn hoe hun eigen energienota is berekend.

Kostenreflectief De kosten die in rekening worden gebracht moeten een afspiegeling blijven van de daadwerkelijk gemaakte kosten.

Leveringszekerheid en flexibiliteit De tarieven moeten rekening houden met de noodzakelijke zekerheid van het netwerk en flexibiliteit.

Voorzienbaar Consumenten moeten kunnen voorzien wat de energiekosten gaan zijn bij een bepaald gebruik.

Overige uitgangspunten Kostendekkend

Leveranciersmodel

Een nettariefstelselwijziging leidt op zichzelf niet tot een verandering van de totale inkomsten van de netbeheerders.

Het leveranciersmodel wordt in stand gehouden, waarin alle energiekosten op één nota worden gepresenteerd.

Criteria Efficiënt netgebruik

Begrijpelijkheid consument

In hoeverre de nieuwe situatie zorgt voor een efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet?

De mate waarin een nieuw tariefstelsel uitlegbaar en begrijpelijk is voor aangeslotenen/consumenten.

Rechtvaardige kostenverdeling De mate waarin de nieuwe situatie zorgt voor een rechtvaardige verdeling van kosten.

Handelingsperspectief consument

Figuur 14

Uitvoerbaarheid De verwachte complexiteit en doorlooptijd voor het invoeren van een alternatief stelsel.

Effect op markt

De mate waarin consumenten de mogelijkheid hebben om te kunnen acteren op de prijsprikkel.

In welke mate de nieuwe nettarieven de huidige marktwerking faciliteren of verstoren.

Energietransitie

Robuustheid

De mate waarin het nieuwe tariefstelsel de businesscase en daarmee de snelheid van elektrificatie beïnvloedt.

De mate waarin het tariefstelsel bij veranderende omstandigheden nog steeds de gewenste doelen behaalt.

Om verschillende tariefrichtingen onderling te kunnen vergelijken en om te komen tot een uitwerkingsvariant, zijn verschillende varianten onderling beoordeeld op bovenstaande wettelijke randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria.

48

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

6.3 Uit de literatuur en praktijkvoorbeelden volgen drie fundamentele sturingsprincipes De wetenschappelijke literatuur beschrijft een brede variatie aan alternatieve nettariefstelsels. In het buitenland bestaan ook uiteenlopende praktijkvoorbeelden (zie figuur 9). Deze alternatieve stelsels kunnen onderverdeeld worden op hetgeen waarop het stelsel stuurt. Hieruit volgen drie fundamentele sturingsprincipes: sturing in de tijd, sturing op vermogen en sturing op kritische momenten.

0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 uren

Sturing in de tijd Door gedurende de dag verschillende tarieven te hanteren, wordt de consument verleid om zijn verbruik te verplaatsen naar een moment waarop meer netcapaciteit beschikbaar is. Een bekend voorbeeld is het stelsel waarbij ieder uur van de dag een ander tarief voor afname geldt. Met name in de frequentie van prikkels zijn in deze categorie veel variaties mogelijk: bijvoorbeeld een andere prijs voor in de dag/nacht, elk uur of zelfs elke kwartier. Ook kunnen tarieven gebaseerd worden op de actuele netcapaciteit en dus elk moment verschillen, of kunnen ze een herhalend patroon volgen gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld een seizoen lang dezelfde tarieven per dag). Voorbeeld: In Wallonië kunnen consumenten kiezen voor een enkelvoudig, tweevoudig en vanaf 2026 een ‘aanmoedigingstarief’44). Het enkelvoudige tarief is elk uur van elke dag gelijk. Het tweevoudige tarief maakt onderscheid in piek- en daluren, en tot 2026 nog tussen weekdagen en weekenden. Het ‘aanmoedigingstarief’ kent een drie tarieven verdeeld over vijf tijdsblokken: groene uren (11:00-17:00 en 01:00-07:00), oranje uren (07:00-11:00 en 22:00-01:00) en rode uren (17:00-22:00).

44) Renouvelle (2024) Elektriciteitsverbruik: nieuw tariefsysteem in Wallonië in 2026

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 maanden

Sturing op vermogen Door de afname van hoge vermogens te beprijzen wordt de consument gestimuleerd individueel piekverbruik te beperken. Een bekend voorbeeld is wanneer het hoogste vermogen gedurende een bepaalde periode, zoals een maand, wordt aangerekend met een tarief per kW. Het huidige nettariefstelsel in Nederland brengt het maximale technische vermogen (doorlaatwaarde) in rekening, maar niet de daadwerkelijke gemeten netbelasting van de individuele gebruiker. Variaties zijn mogelijk op basis van de periode waarover een piek wordt gemiddeld (zoals per week of maand) en/of wordt afgerekend op staffels of op een oplopende prijs per kW. Ook aan een variant met vermogenssturing kan een tijdsgebonden component worden toegepast, zoals de variant waarop kwalitatief is gereflecteerd in dit rapport. Voorbeeld: In 2023 is een nieuw tariefstelsel ingevoerd in Vlaanderen45). 60% van de netwerkkosten worden nu afgerekend via een capaciteitstarief ofwel kW-tarief. Hiervoor betaalt de consument op basis van zijn hoogste pieken. Per maand wordt de hoogste piek bepaald, het jaarlijkse gemiddelde daarvan wordt vervolgens belast. In 2023 werd een prijs van € 41,50 per kW over deze jaarpiek gerekend, met een minimum van 2,5 kW.

45) MijnEnergie Wat is het capaciteitstarief?.

49

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10

11

12

13

14

15

18

19

20

21

16

17

22 23 24 25 26 27 28 dagen

Sturing op kritische momenten Door op kritische momenten sterke prijsprikkels te introduceren, wordt de consument uitgedaagd verbruik op dat moment te reduceren. Dit instrument bestaat vaak naast het regulier geldende tariefstelsel en wordt slechts enkele keren per jaar ingezet. Tijdens deze momenten loopt de netbelasting zodanig op dat de netbeheerder een buitengewoon sterke (prijs) prikkel geeft. Deze methodiek kan de netproblematiek verlichten, doordat het net wordt uitgerust op de hoogst (verwachte) piek van het jaar. Een netbeheerder probeert consumenten voortijds in te lichten; bijvoorbeeld als het weerextremiteiten verwacht. Voorbeeld: In Noord-Amerika wordt veelal gestuurd op airco’s gedurende extreem warme dagen. In Californië bestaat bijvoorbeeld het Emergency Demand Response Program (EDRP)46) waar consumenten $2/kWh ontvingen voor elke kWh die ze reduceren tijdens een kritiek moment (relatief ten opzichte van hun typische verbruik die dag).

6.4 Tijdgebonden kWh-tarief geniet lichte voorkeur ten opzichte van alternatieven Zoals toegelicht in paragraaf 6.1, zijn uit de fundamentele tariefrichtingen vier voorkeursvarianten gedestilleerd met behulp van de randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria. Twee varianten sturen op tijd. De variant tijdsblokken introduceert drie tariefblokken over de dag heen (piek, midden en dal). De variant uurprijs heeft een apart tarief voor elk uur van de dag. Twee varianten sturen op vermogen. De variant kleine(re) staffels introduceert smallere staffels (gecontracteerd, niet op technische doorlaatwaarde) dan nu het geval is. De variant week- of maandpiek belast de hoogste gemeten piek van een week of maand. Deze varianten zijn kwalitatief gescoord en vergeleken op de criteria. Hieruit volgt dat alle varianten zorgen voor efficiënter netgebruik en een rechtvaardigere kostenverdeling ten opzichte van de huidige situatie. De varianten uurprijs en week- of maandpiek scoorden beter op alle criteria behalve uitlegbaarheid en uitvoerbaarheid. Verder scoorden de varianten uurprijs en week- of maandpiek slechts beperkt onderscheidend. In het uiteindelijke advies sloeg de balans licht uit naar de variant voor de uurprijs. De zwaarstwegende argumenten hiervoor waren: y Het moment van de piek doet ertoe voor de impact op het net.

Als een huishouden ’s middags een piek veroorzaakt draagt dit minder bij aan de netbelasting dan ’s avonds. y Tijdgebonden tarieven zijn adaptiever qua vorm en grootte van de prikkel en kunnen daarmee makkelijker inspelen op nieuwe of onverwachte ontwikkelingen. Hierdoor zijn ze toekomstbestendiger.

46) CPUC Emergency Load Reduction Program.

50

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

y Tijdsgebonden tarieven sluiten beter aan bij de diversiteit van kleinverbruiksaansluitingen. Zo zijn ze niet alleen passend voor huishoudens maar ook voor laadpalen en een diversiteit in kleinzakelijke aansluitingen. y Tijdsgebonden tarieven sturen meer op het beperken van terugleverpieken, met name bij een groei in flexibel vermogen vanuit bijvoorbeeld opslag of airco’s. De stuurgroep heeft hierop besloten om te focussen op een uurprijs-variant voor verdere uitwerking in dit onderzoek. Daarnaast wordt ook een tijdgebonden vermogensvariant in gedachten gehouden en zodoende is in dit document bij analyses hierop kwalitatief gereflecteerd.

6.5 Inzichten ten aanzien van een (tijdsgebonden) piekvermogentarief Deze rapportage toont naast een uitgebreide impactanalyse van een tijdgebonden kWhtarief ook in kaders een kwalitatieve reflectie op een (tijdgebonden) piekvermogentarief (kW) omdat netbeheerders benieuwd zijn naar de uitwerking van deze varianten. Eerdere onderzoeken suggereerden namelijk dat deze variant ook effectief zou kunnen zijn. Een kwalitatieve vergelijking van deze stelsels helpt om in een vervolgproces keuzes te maken in de verder uit te werken variant. Hieronder vatten we de belangrijkste bevindingen samen.

Een (tijdsgebonden) piekvermogentarief belast de hoogste gewogen maandpiek Sturing op piekvermogen (zonder tijdsgebonden element) tarifeert de hoogste vermogenspiek binnen een maand van ieder huishouden, soortgelijk aan het tariefstelsel dat recentelijk is ingevoerd in Vlaanderen47). Figuur 15 (links) toont hoe een dergelijk tariefstelsel er voor kleinverbruikers uit zou kunnen zien. De hoogste piek van de maand (kW) wordt

47) MijnEnergie Wat is het capaciteitstarief?.

geregistreerd, waarna het gemiddelde wordt genomen over alle maandpieken. Dit gemiddelde wordt vermenigvuldigd met een factor in euro’s per kW. Tijdgebonden sturing op piekvermogen tarifeert de hoogste ‘gewogen’ vermogenspiek binnen een maand van ieder huishouden, soortgelijk aan het tariefstelsel dat momenteel wordt ingevoerd voor grootverbruikaansluitingen op het landelijk hoogspanningsnet48),49). Figuur 15 (rechts) toont hoe een dergelijk tariefstelsel er voor kleinverbruikers uit zou kunnen zien. Om de hoogste gewogen vermogenspiek te bepalen, wordt het vermogen van elk uur gecorrigeerd met een bepaalde wegingsfactor. Deze wegingsfactor is gelijk aan 1 tijdens gemiddeld hoge netbelastinguren, zoals in de ochtend en avond, en lager dan 1 tijdens lage netbelastinguren, zoals in de nacht en rond het middaguur. In de zomer en winter geldt een verschillend profiel.

Piekvermogentarief realiseert naar verwachting ook vraagpiekreductie, maar mate ervan is niet gekwantificeerd Een piekvermogentarief lijkt kwalitatief gezien weinig verschil in netimpact te geven ten opzichte van een tijdgebonden kWh-tarief. Daar waar er bij een tijdgebonden kWh-tarief een risico bestaat op geheel nieuwe pieken tijdens andere momenten van de dag, is er bij een piekvermogentarief juist een risico op nieuwe pieken op momenten na de oorspronkelijke piek. De kleinverbruiker zal naar verwachting zijn verbruik verlagen en spreiden in de tijd, in plaats van te verplaatsen naar de goedkoopste momenten. Hierdoor neemt de gelijktijdigheid in gebruik tussen verschillende verbruikers toe met het risico op nieuwe hoge pieken vlak na de oorspronkelijke piek (zie paragraaf 6.4). Bovendien biedt dit tarief daarom geen prikkel om aanbodpieken te reduceren. Zodoende is de uiteindelijke doorwerking op de ruimte op laagspanningsnetten nog onduidelijk. Bij een tijdsgebonden piekvermogentarief bestaat er al wel een prikkel om vraag te verplaatsen.

48) ACM Ontwerp codebesluit Tijdgebonden transporttarieven hoogspanningsnetten. 49) ACM Voorstel Netbeheer Nederland tijdsafhankelijke transporttarieven.

51

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Voorbeeld piekvermogen tarief

Voorbeeld tijdgebonden piekvermogen tarief

Maandpiek (€/kW), over een jaar, voorbeeldwaarden

Met een maandpiek correctiefactor, in tijdsblokken

Voorbeeld berekening

Winter

Gem. 4,9 kW x €…/kW

Zomer

1 5,5

5,3

5,2

4,8

4,4

4,2

4,2

4,1

4,7

5,1

5,3

5,8

kW

0,8

0,8

0,8 0,6

0,6 Correctiefactor

Vermogen (kW)

0,4

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

Maanden

Figuur 15

0,6

Voorbeeld van een niet-tijdsgebonden (links) en wel-tijdsgebonden piekvermogentarief (rechts). Links toont dat de consument betaalt voor de maandpiek in vermogen (kW). Op de x-as staan de maanden, en op de y-as het vermogen (kW). De hoogste piek per maand wordt genoteerd, en over het jaar gemiddeld. Deze wordt vermenigvuldigd met een factor (€ per kW). Rechts wordt een extra stap van complexiteit toegevoegd: elke piek wordt vermenigvuldigd met een wegingsfactor (0,4-1), afhankelijk van wanneer de piek op de dag is opgetreden.

0

2

4

6

8

Uur van de dag

10

12

14

16

18

20

22

0

2

4

6

8

10

12

14

16

18

20

22

52

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Piekvermogen mogelijk wel makkelijker uitvoerbaar voor leveranciers Uitgaande van een ongewijzigd leveranciersmodel, geven de leveranciers aan dat zij minder grote problemen voorzien in de communicatie over een niet-tijdsgebonden piekvermogentarief, met name omdat er minder dataverkeer gemoeid zou zijn met deze variant. Hierdoor is de schatting van in- en uitvoeringskosten door energieleveranciers voor een piekvermogentarief ongeveer de helft van de kosten voor een tijdgebonden kWh-tarief. Voor een tijdsgebonden piekvermogentarief is geen schatting gegeven.

Tijdgebonden piekvermogentarief extra complex voor consumenten en zal daardoor waarschijnlijk minder effect sorteren Een tijdgebonden piekvermogentarief is intrinsiek complexer in begrijpelijkheid omdat het een combinatie betreft van sturing in de tijd en sturing op vermogen. Het is daarom moeilijk om aan consumenten simpele gedragsregels mee te geven hoe zij kunnen handelen om hun netwerkkosten te reduceren. Daarnaast begrijpen niet alle consumenten het verschil tussen kWh en kW. Omdat zij bij deze variant zowel op vermogen (door middel van nettarief) als op verbruik (door middel van leveringstarief) getarifeerd worden, moeten zij begrip hebben voor het verschil en voor hoe zij kunnen handelen om hun totale energierekening te beïnvloeden. In Spanje is een dergelijke variant minder effectief gebleken dan werd gehoopt, juist doordat consumenten de werking van het tariefstelsel niet goed bleken te begrijpen. Dit effect is mogelijk te voorkomen door uitgebreidere voorlichting.

6.6 Overwegingen in detailuitwerking Hoewel in deze rapportage een specifieke variant van een tijdgebonden kWh-tarief is geanalyseerd, kunnen in de vervolgstappen van de uitwerking ook nog andere afslagen worden genomen. In deze detailuitwerking zijn nog allerlei keuzes te maken in de vormgeving (zie het kader hierna). De keuzes die hierin worden gemaakt, beïnvloeden in sterke mate hoe het tariefstelsel aansluit op de wettelijke randvoorwaarden, uitgangspunten en criteria (zie paragraaf 6.2). Daarnaast zijn ook nog keuzes te maken op het vlak van de optionaliteit van het alternatieve tariefstelsel. We delen hierover enkele overwegingen. Voor alle overwegingen geldt dat bij invoering een groeipad mogelijk is, waarin stapsgewijs en

iteratief een tariefstelsel kan worden verfijnd, bijvoorbeeld door het starten met eenzelfde prijsprofiel voor elke dag gedurende een seizoen, om hierna een verschillend profiel voor week- en weekenddagen te introduceren.

Overwegingen in detailuitwerking Intensiteit van de prikkel

Ontwerpkeuzes kunnen de prikkel richting de consument afzwakken of versterken, allereerst door het aandeel van de netwerkkosten dat wordt gealloceerd aan het sturende deel (de kWh-component). In de uitgewerkte variant ging twee derde van het budget hier naartoe, en het restant naar een vaste basislast (zie paragraaf 3.1). Daarnaast kan het budget voor het sturende deel verschillend worden verspreid. In de in dit rapport uitgewerkte versie volgen de uurtarieven de netbelasting. Dit zou verder uitgerekt kunnen worden voor een sterkere prikkel door een groter piek-dal-verschil. Een tarief per gemiddelde maandpiek (kW) kan ook meer dan lineair groeien.

Statische versus dynamische tarieven

Enerzijds bieden vaste tarieven voor een langere termijn de consument meer voorspelbaarheid, bijvoorbeeld een jaar lang een vast zomer- en winterprofiel voor elke dag, zoals in dit onderzoek is verondersteld. Anderzijds bieden frequentere updates van tarieven een zuiverdere en effectievere prikkel, doordat dichter op de dan geldende netbelasting wordt gestuurd. Vanuit netefficiëntie bezien is dit wenselijker.

Regionaliteit

Netcongestie op laagspanningsnetten vindt veelal lokaal plaats. Een meest effectieve en zuivere prikkel zou daarom lokaal gegeven moeten worden dan wel andere hoogtes van prikkels per regionale netbeheerder. Het is echter de vraag of dit opweegt tegen de extra complexiteit met verschillende profielen per regio en ten aanzien van implementatie en communicatie. Een eerste analyse op basis van ~140 stations laat een zeer grote correlatie in het moment van pieken en dalen in verbruik zien. Dit suggereert dat differentiatie per regio beperkt toegevoegde waarde heeft, dit kan echter naar de toekomst toe (na 2030) mogelijk veranderen wanneer de elektriciteitsvraag in de gebouwde omgeving diversifieert vanwege verschillende verduurzamingsroutes met name voor verwarming.

53

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Basisverbruik

In dit hoofdstuk is een basisverbruik veronderstelt van 0,3 kWh/uur (zie Paragraaf 2.1). Voor het verbruik onder deze grens betaalt de consument een vast bedrag van € 174,13. De redenatie is te voorkomen dat consumenten hun verbruik zodanig minimaliseren dat basisapparatuur (zoals licht en koelkast) wordt uitgeschakeld. De hoogte van het basisverbruik is hiermee een ‘knop’ tussen het vaste en tijdgebonden tarief, waarmee ook de impact van het stelsel kan worden geregeld. Daarnaast zorgt het ervoor dat ook incidentiele verbruikers meebetalen aan het in stand houden van de verbinding (zoals vakantiehuisjes). Anderzijds voegt een basisverbruik extra complexiteit toe. Ook bevat het leveringstarief vanuit de leverancier geen dergelijke voorziening.

Invoedingstarief

Het huidige stelsel bevat alleen afnametarieven. Regionale netbeheerders zien en verwachten echter tevens netcongestie op laagspanning door het invoeden van zonnestroom. Bij sommige is deze problematiek al groter dan afname in de laagspanningsnetten. Bij afschaffing van saldering gaat er vanuit het huidige tariefvoorstel reeds een prikkel uit om vraag naar de middag te verplaatsen om eigen zon-opwek te verbruiken. Deze prikkel zou versterkt kunnen worden door een invoedingstarief voor zonnestroom te hanteren binnen de netwerkkosten. Een vervolgtraject kan de wenselijkheid hiervan onderzoeken.

Als deze situatie wordt voortgezet onder het nieuwe stelsel wordt feitelijk een ‘opt-out’ gerealiseerd. Het risico is dat dan juist woningen die het net intensief gebruiken om financiële redenen deze ‘opt-out’ verkiezen. De Europese toezichthouder (ACER)51) adviseert dan ook tegen optionaliteit bij tijdsgebonden tarieven. Indien toch een ‘opt-out’ (of ‘opt-in’) wordt gerealiseerd, dient de consument wel geprikkeld te worden om het tijdsgebonden tarief te nemen. Dit kan bijvoorbeeld door een bovengemiddeld hoog, constant tarief te veronderstellen bij de ‘opt-out’, indien mogelijk. Hierdoor neemt wel de verantwoordelijkheid en inspanningsverplichting van regionale netbeheerders toe voor het verhelpen van technische belemmeringen, zoals het plaatsen van extra antennes en signaalversterkers of het optimaal plaatsen van meters.

Vrijwillige deelname door middel van opt-in of opt-out wordt afgeraden Er zijn situaties denkbaar waarin huishoudens niet mee kunnen dan wel willen doen aan een nieuw tariefstelsel. Ten eerste zijn slimme meters niet altijd goed uitleesbaar, bijvoorbeeld door technische storingen, netwerkproblemen en fysieke blokkering van het signaal (zoals bij dikke muren). Daarnaast kunnen consumenten een slimme meter weigeren en kan de communicatiefunctionaliteit worden uitgeschakeld50). Momenteel geven huishoudens in deze gevallen jaarlijks de meterstanden door. Bij tijdsafhankelijke tarieven is dat niet langer mogelijk.

50) Mag ik een slimme meter weigeren? (Rijksoverheid).

51) ACER Electricity network tariff report, januari 2023: ‘Where time-of-use signals are introduced to reflect system costs, the network tariff structures and the signals should be mandatory for all network users, without a possibility to opt-out (optionality may be temporarily reasonable during transition).’.

54

HOOFDSTUK 7

Alternatieve nettarieven in relatie tot de energietransitie

55

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Alternatieve nettarieven zijn onderdeel van een breed pakket aan maatregelen om netcongestie op laagspanningsnetten tegen te gaan en het net slimmer te gebruiken. Zo verbetert heldere communicatie en educatie de legitimiteit van alternatieve nettarieven, terwijl normering en standaardisatie van slimme apparatuur het handelingsperspectief voor de consument vergroot. Een eenduidigere prikkel vanuit de energierekening door dynamische leveringstarieven en het afschaffen van de salderingsregeling kan het effect tevens versterken. Uiteindelijk is er ook een technische achtervang nodig voor uitzonderingsituaties, waarvan de kans op inzet beperkt kan worden door middel van alternatieve nettarieven.

7.1 Alternatieve nettarieven als onderdeel van actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Communicatie, aansluitvoorwaarden en eenzijdige prikkel uit de energierekening ondersteunen alternatieve nettarieven Drie maatregelen ondersteunen alternatieve nettarieven: communicatie, aansluitvoorwaarden en een eenzijdige prikkel vanuit de energierekening: 1. Het informeren van en bewustzijn creëren onder kleinverbruikers over netcongestie helpt voor begrip in nut en noodzaak van alternatieve nettarieven. 2. Aansluitvoorwaarden, zoals een verplichte slim laden-functionaliteit bij het plaatsen van publieke laadinfrastructuur53), ontsluit flexibiliteit en dus handelingsperspectief bij de consument om te kunnen acteren op de nieuwe tarieven. 3. Dynamische leveringstarieven en het afschaffen van de salderingsregeling zorgen voor een eenduidigere prikkel vanuit de energierekening. Zo is er een hoge gelijktijdigheid tussen de day-ahead markt en de netbelasting54), en stimuleert afschaffing van de salderingsregeling55) kleinverbruikers met zonnepanelen tot meer eigenverbruik en daarmee efficiënter netgebruik.

Een alternatief nettariefstelsel kan helpen netcongestieproblematiek te verlichten, maar biedt geen garantie op het voorkomen van overbelasting. Het wordt dan ook benoemd als een van de maatregelen binnen de Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten52) (zie kader onderaan de paragraaf). Binnen deze actieagenda is voor het efficiënter gebruiken van het net een ‘ladder’ gevormd met elkaar ondersteunende maatregelen om netcongestie te verlichten (zie figuur 16). De minst impactvolle en meest vrijwillige maatregelen (onderaan) worden als eerst geïmplementeerd. Wanneer het effect onvoldoende blijkt, er geen netruimte komt of er zelfs schade en uitval dreigen op te treden, wordt geëscaleerd naar meer ingrijpende maatregelen. Alternatieve nettarieven bevinden zich midden op deze ladder onder ‘marktgebaseerde oplossingen’, en zijn daarom een belangrijke bouwsteen in een systeem aan maatregelen.

52) Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten.

53) Via het programma ‘Slim Laden voor Iedereen’ (SLVI) als onderdeel van het nationale programma. 54) Een hoge gelijktijdigheid is gevonden voor dynamische leveringstarieven die sturen op de day-ahead markt. Wanneer dynamische leveringstarieven sturen op flexibiliteitsmarkten zoals onbalans is het effect naar verwachting minder positief. 55) De regeling waardoor zonnepaneeleigenaren hun opgewekte zonnestroom kan afstrepen (salderen) tegen hun afgenomen stroom.

56

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Maatregelenladder efficiënter netgebruik laagspanning Op basis van figuren Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Reactief Netcongestie oplossen

Marktgebaseerde oplossingen

Preventief Netcongestie voorkomen

Tariefoplossingen en aansluitvoorwaarden

Afgeven van prijsprikkels op de elektriciteitsrekening Om de consument te stimuleren tot efficiënter netgebruik, zoals alternatieve nettarieven. Maar ook via dynamische leveringstarieven die sturen op de day-ahead markt. Of het afschaffen van de salderingsregeling voor leveringstarieven en energiebelasting

Communicatie

Figuur 16

Aansluitvoorwaarden voor extra ruimte voor aansluitingen en apparatuur Voorwaarden stellen aan het vergeven van aansluitingen (van apparatuur). Bijvoorbeeld concessies voor zonnepanelen met regelbare vermogensbegrenzing en netbewust laden voor publieke laadinfrastructuur Informeren en educatie van kleinverbruikers Over netcongestie, het belang en handelingsperspectief. Wat vraagt om een basisboodschap en communicatie per maatregel.

Impact maatregelen

Directe aansturing

Directe aansturing van elektrische apparatuur door netbeheerder Als technisch vangnet tegen overbelasting en daarmee schade en stroomuitval. Bijvoorbeeld via het knijpen van de laadsnelheid van elektrische auto’s of het omschakelen van hybride warmtepompen naar gasverbruik.

Maatregelenladder voor het efficiënter benutten van het net, opgemaakt op basis van de Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten. Hoger in de piramide worden maatregelen ingrijpender voor de consument.

Alternatieve nettarieven bieden handelingsperspectief en verminderen de noodzaak/frequentie van directe aansturing door de netbeheerder Als de overige maatregelen uit de actieagenda onvoldoende effect blijken te hebben, zal een technisch vangnet benodigd zijn56). Dit betreft directe aansturing van elektrische apparatuur door de netbeheerder in uitzonderingssituaties waar anders stroomuitval zou plaatsvinden. Een technisch vangnet geeft de netbeheerder de mogelijkheid, daar waar toestemming is verleend, de vermogensvraag van grote apparaten te knijpen tegen een vergoeding. Vanwege de toenemende elektrificatie en de gelijktijdigheid van de vraag vormt dit zeer waarschijnlijk een noodzakelijk instrument wanneer overbelasting van het net dreigt te ontstaan. 56) Netbeheer Nederland en de ACM onderzoeken momenteel de inzet van een dergelijk verplicht congestiemanagement.

Een invulling hiervan kan zijn dat op kritieke momenten apparaten met hoog vermogen, bijvoorbeeld boven de 3 kW, worden geknepen naar maximaal 3 kW. Ter illustratie: bijna alle huishoudelijke apparaten zitten onder de 3 kW. Met name elektrische auto’s, warmtepompen en grote inductiekookplaten overschrijden de 3 kW. Buurlanden, zoals Duitsland, verkennen of implementeren al dergelijke maatregelen. Om voor een noodmaatregel draagvlak te creëren, zijn alternatieve nettarieven een logische tussenstap. Op deze manier wordt aan de markt en aan consumenten handelingsperspectief geboden voor het flexibeler en beter aanstuurbaar maken van apparaten, waardoor het gebruik van een technisch vangnet minder vaak noodzakelijk zal zijn.57) Naast noodmaatregelen zijn er andere marktgebaseerde mogelijkheden zoals flexibiliteit bij huishoudens inzetten via 57) Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten.

57

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

marktpartijen. Dit gebeurt al voor systeemdiensten op de landelijke markt, maar kan ook ingezet worden om lokale congestie op te lossen. Alternatieve nettarieven ondersteunen deze maatregel tweezijdig. Ze verlagen netcongestie (zie paragraaf 3.2), waardoor directe aansturing minder vaak noodzakelijk wordt. Ze bieden tevens een opmaat voor directe aansturing, waarin de consument kan wennen aan de impact van netschaarste en nog handelingsvrijheid heeft.

Normering en standaardisering ondersteunen aanpak netcongestie laagspanning over de breedte Ondersteuning over de breedte van de actieagenda wordt gezocht in normering en standaardisering van slimme apparatuur. In 2023 is in een Kamerbrief aangekondigd dat ‘slimme, aanstuurbare apparaten de norm zouden worden en dat het (toenmalige) kabinet inzet op certificering, standaarden en registratie’58). Zo verkende minister Jetten plannen om slimme, aanstuurbare warmtepompen en laadpalen de norm te maken en dynamische omvormers te verplichten bij zonnepanelen59). De hierboven genoemde aansluitvoorwaarden zijn een voorbeeld. Dergelijke normering biedt de consument handelingsperspectief voor alternatieve nettarieven. Dit handelingsperspectief wordt vergroot wanneer de apparatuur geautomatiseerd, onderling kan communiceren. Standaardisatie biedt interconnectiviteit en -operabiliteit in het kunnen uitlezen en aansturen tussen verschillende merken en typen apparaten. Voor totaaloplossingen zoals Home Energy Management Systemen is dit bijzonder van belang, wat het effect van alternatieve nettarieven significant zou versterken. Standaardisatie van aansturing voorkomt daarnaast onwenselijke bijeffecten zoals invloed op spanningskwaliteit en de veiligheid.

Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten De Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten60),61) is begin 2024 gepresenteerd en is onderdeel van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN)62). Het verkent drie oplossingsrichtingen voor de (verwachte) netcongestie op laagspanning: het uitbreiden en verzwaren van de netten, het efficiënter gebruikmaken van de huidige capaciteit en het besparen van energie. Eerst dient echter meer inzicht te worden verkregen in de (toekomstige) belasting van de LS-netten; in tegenstelling tot midden- en hoogspanningsnetten was hier tot voor kort zeer beperkt zicht op. De actieagenda tracht dit te doen door bijvoorbeeld het aanbieden van (verbeterde) slimme meters, vragen om meer machtigingen van netbeheerders in verbruiksdata (zoals de Gedragscode Slim Netbeheer), en het verplicht laten registeren van net-intensieve apparaten zoals laadpalen en warmtepompen. Voor elk van de drie oplossingsrichtingen worden maatregelen gepresenteerd. De in dit hoofdstuk gevormde maatregelenladder en daarmee alternatieve nettarieven behoren tot de tweede oplossingsrichting van efficiënter netgebruik. Tot slot ziet de actieagenda het belang van communicatie richting kleinverbruikers, om hen te informeren en bewustwording te creëren. Zo wordt er gewerkt aan een basisboodschap voor de gehele agenda, en een communicatieplan per maatregel.

7.2 Alternatieve nettarieven ten behoeve van een robuust systeem Een nieuw nettarief kan maatschappelijk nadelige verdienmodellen ontmoedigen en juist netbewuste verdienmodellen stimuleren Door de toename aan wind- en zonne-energie enerzijds en toenemende elektrificatie in vraag nemen schommelingen in vraag en aanbod in het elektriciteitsnet toe. De energiemarkten worden zodoende volatieler en volumes op markten die dichter op het moment zitten,

58) Kamerbrief over nieuwe maatregelen netcongestie. 59) Rijksoverheid, Overheid en netbeheerders nemen maatregelen tegen vol stroomnet.

60) Landelijk Actieprogramma Netcongestie. 61) Voortgang landelijke aanpak netcongestie. 62) Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten.

58

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

zoals de intraday markt, nemen naar verwachting toe. Hierdoor ontstaan interessante verdienmodellen voor batterijsystemen die hierop goed kunnen inspelen. Op welke manier en in welke mate verschillende vormen van flexibiliteit, zoals batterijsystemen, hierop zullen inspelen en hoe markten zich naar de toekomst ontwikkelen is nog onzeker. Dit hangt mede af van de prikkels die in het systeem aanwezig zijn die verdienmodellen mogelijk maken. Op dit moment bieden de nettarieven voor kleinverbruik geen prikkel. Dit is wel noodzakelijk om te zorgen dat hiermee ook rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid van en de impact op het elektriciteitsnet wanneer dat relevant is. Het voorgestelde tariefmodel beloont inzet van flexibiliteit op die momenten dat die ruimte ook aanwezig is. Het kent ook een prijs toe aan die momenten dat het net zwaar belast wordt. Zodoende ontstaan er minder snel verdienmodellen voor flexconcepten die negatieve effecten hebben op het elektriciteitsnet, netcongestie en de maakbaarheidsopgave.

Tegelijkertijd is in dit onderzoek gekeken of de voorgestelde nettarieven, in het licht van de energietransitie, de businesscase voor verduurzamingsopties niet dusdanig verslechtert dat dit een rem wordt op elektrificatie. Uit de eindgebruikerskostenberekening voor de uitgelichte voorbeeldsituatie in figuur 8 blijkt dat, wanneer met behoud van comfort wordt ingespeeld op de nettarieven, de kostenstijging beperkt is. Dit relatief gezien tot andere onzekerheden in 2030 en daarna zoals energieprijzen en beleid ten aanzien van energiebelastingen, ETS-2 of een mogelijke bijmengverplichting groen gas64).

Een alternatief nettarief kan bijdragen aan een kostenrechtvaardigere vergelijking tussen systeemopties Veel gemeenten hebben plannen om warmtenetten te ontwikkelen. Vaak zijn deze plannen gestoeld op analyses waaruit blijkt dat dit de oplossing is met de laagste nationale kosten (maatschappelijk gezien de minst kostbare duurzame warmteoplossing). De infrastructurele kosten van deze warmtenetten landen direct bij de aangesloten woningen. De kosten van verduurzaming met warmtepompen worden echter niet lokaal afgewenteld maar nationaal gesocialiseerd. Hierdoor ontstaat een scheve verhouding tussen de kosten die de eindgebruiker ervaart en de kosten die nationaal worden ervaren63). Het gevolg hiervan is dat het huidige systeem gemeenten tegenwerkt om voor de laagste nationale kosten te kiezen. Het voorgestelde nettarief zorgt dat kosten voor warmtepompen, net zoals bij warmtenetten, ook daar terechtkomen daar waar deze kosten worden veroorzaakt.

63) Berenschot (2024), De keuze voor warmtenetten of andere warmteoplossingen.

64) Berenschot (2024), De energierekening in 2023 en 2035 vergeleken.

59

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Begrippenlijst Aangeslotene: Personen, bedrijven of organisaties met een fysieke aansluiting op het elektriciteitsnet. Dit betekent dat zij gebruik maken van het netwerk en diensten ontvangen van een netwerkbeheerder. De aangeslotene is daarmee verantwoordelijk voor het betalen van de bijbehorende kosten. Kleinverbruiker: Aangeslotenen van netbeheerders zijn onderverdeeld in kleinverbruikers en grootverbruikers afhankelijk van de grootte van de aansluiting. Alle verbruikers met een aansluitwaarde tot 3x80 ampère worden als kleinverbruiker gecategoriseerd. Kostenreflectiviteit: Kostenreflectiviteit is het principe dat de tarieven die aan gebruikers in rekening worden gebracht, nauwkeurig de werkelijke kosten weerspiegelen die gemaakt worden voor het leveren van een dienst of product (ook wel kostenveroorzakingsprincipe). In de context van het elektriciteitsnetwerk betekent dit dat de prijzen die consumenten en bedrijven betalen, gebaseerd zijn op de daadwerkelijke kosten van distributie, onderhoud en beheer van de infrastructuur. Dit principe zorgt ervoor dat de prijsstructuur eerlijk en transparant is en dat de kosten evenredig worden verdeeld onder de gebruikers, zodat ze corresponderen met het daadwerkelijke gebruik van de diensten.

Leverancier: De elektriciteitsleverancier is het bedrijf dat elektriciteit levert aan de aangeslotenen. De leverancier koopt vaak de energie in bij producenten of produceert deze zelf en verkoopt het vervolgens aan eindgebruikers, waarbij zij ook de facturering en klantenservice verzorgen. Netbeheerder: De netbeheerder is de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer, onderhoud en de ontwikkeling van het fysieke netwerk van elektriciteit. De netbeheerder zorgt ervoor dat deze voorziening betrouwbaar en veilig getransporteerd wordt van de producent naar de eindgebruikers. Dit omvat taken zoals het aanleggen van nieuwe netwerkinfrastructuur, het oplossen van storingen, het meten van verbruik en het waarborgen van de kwaliteit van de dienstverlening. Netbeheerders opereren onafhankelijk van leveranciers en zijn gereguleerd om eerlijke toegang tot het netwerk voor alle gebruikers te garanderen. Nettariefstelsel: Een nettariefstelsel is een systeem voor het bepalen en heffen van tarieven voor het gebruik van het elektriciteitsnet. Het omvat de kosten die netwerkbeheerders in rekening brengen aan consumenten en bedrijven voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van het elektriciteitsnetwerk. Deze tarieven kunnen

variëren op basis van verschillende factoren zoals verbruik, capaciteit, tijd van gebruik en aansluitingstype. Verbruik (kWh): Verbruik, uitgedrukt in kilowattuur (kWh), is een maat voor de totale hoeveelheid (elektrische) energie die gedurende een bepaalde periode wordt verbruikt. Als een apparaat met een vermogen van 1 kW gedurende 1 uur werkt, bedraagt het verbruik 1 kWh. Vermogen (kW): Vermogen, uitgedrukt in kilowatt (kW), geeft aan hoeveel elektrische energie een apparaat per tijdseenheid kan leveren of verbruiken. Het is een maat voor de directe energiecapaciteit van een apparaat. Een apparaat met een vermogen van 1 kW verbruikt bijvoorbeeld 1 kilowatt energie per uur wanneer het op volle capaciteit werkt.

60

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Bijlage 1 Onderzoeksproces Dit onderzoek vond plaats in de uitwerkingsfase van de eerder genoemde fasen voor invoering van alternatieve nettarieven (zie paragraaf 5.4). Hierbinnen is in drie stappen gekomen tot de vorm en uitwerking van een tariefstelselvariant65). Na dit onderzoek dient nog een detailuitwerking plaats te vinden, waar nog allerlei (ontwerp)keuzes gemaakt moeten worden die het effect en de uitvoering beïnvloeden (zie paragraaf 6.6).

Doorlopen stappen in dit onderzoekstraject Op basis van de fasen voor invoering van alternatieve nettarieven

Verkenningsfase

Uitwerkingsfase

1. Fundamentele sturingsprincipes*

Consultatie en besluit Door ACM

2. Criteria & Karakteristieken

Implementatie Technologie, communicatie & educatie

%

3. Vorm & uitwerking

Doorlopen stappen in dit traject Figuur 17

Doorlopen stappen in dit onderzoekstraject. Onderdeel van de uitwerkingsfase voor de invoering van een alternatief nettariefstelsel. Een detailuitwerking was niet in scope.

Governance De governance van dit onderzoek bestond uit drie lagen: een stuurgroep met bestuurders waar besluitvorming plaatsvond, een klankbordgroep met brede afvaardiging vanuit stakeholders en een projectgroep met vertegenwoordiging vanuit de netbeheerders en Berenschot. De stuurgroep bestond uit bestuurders vanuit de netbeheerders, ACM nam deel als toehoorder, en KGG gaf beleidsmatige aandachtspunten voor het onderzoek mee. De klankbordgroep bevatte vertegenwoordigers van energieleveranciers, consumentenpartijen, het mkb, het Rijk en (andere) belangenverenigingen. 65) Deze variant is gehanteerd voor de doorrekening. Bij deze analyses wordt ook gereflecteerd op een (tijdsgebonden) piekvermogentarief.

Effect in maatschappij

4. Detailuitwerking

61

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Stuurgroep

Projectgroep

Besluitvormende partijen

Toehoorder

Netbeheerders

y Alliander y Coteq y Enexis y Ministerie van Klimaat en Groene Groei en Klimaat y Netbeheer Nederland y Rendo y Stedin y Westland Infra

y Autoriteit Consument en Markt (ACM)

y Alliander y Enexis y Netbeheer Nederland y Stedin

Klankbordgroep Energieleveranciers y ANWB Energie (ook consumenten­ vertegenwoordiging) y Eneco y Energie Nederland y Essent y Greenchoice y Zonneplan

Consumentenvertegenwoordiging y Woonbond y NIBUD

Overig y MKB Nederland y Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat y Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) y Stichting Doet

y Berenschot

62

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Bijlage 2 Deze bijlage geeft een beknopte toelichting op de voornaamste aannames en gedragsregels in de modelleringen van dit onderzoek. Deze zijn gehanteerd voor de eigen impactanalyses van Berenschot, zoals getoond in dit document; voor de netimpact berekening zijn de resultaten uit de analyses van Berenschot gedeeld met de regionale netbeheerders voor een eerste, ruwe doorrekening op hun laagspanningsnetmodellen. Voor elk van deze analyses geldt dat het eerste, grove inschattingen zijn om gevoel te geven bij het verwachte effect van het uitgewerkte alternatieve nettariefstelsel. In de hierop volgende detailuitwerking van de tariefrichting zijn nog vele ontwerpkeuzes te maken, en zijn fijnmazigere analyses benodigd.

Gehanteerd scenario Het centrale scenario dat is gehanteerd in deze analyse is Klimaatambitie (KA) uit het IP2024 voor 2030 (gebaseerd op II3050). Dit scenario is gebaseerd op bestaand en voorgenomen beleid uit de KEV 2022, aangevuld met (toenmalige) kabinetsambities uit het Coalitieakkoord66). Ter illustratie zijn hieronder een aantal kengetallen te vinden uit het scenario voor 2030 ten opzichte van 2019: Kentallen

2019 (ETM)

2030 (IP2024, KA)

Aantal huishoudens

7,9 mln

8,7 mln

Zonnepanelen (opgesteld vermogen)

2,9 GW

14,5 GW

Elektrische voertuigen

1,6%

33,4%

Warmtepompen

3,2%

15,1%

Hybride warmtepompen

0,2%

11,5%

0%

7,5%

Aantal huishoudens met:

Thuisbatterijen

66) Scenario’s investeringsplannen 2024.

63

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Uit het Energietransitiemodel67) zijn voor dit scenario geaggregeerde verbruiksprofielen op uurbasis voor heel Nederland verkregen. Deze profielen zijn verbeterd/vervangen met data uit andere bronnen, zoals de Laadprofielengenerator van ElaadNL68). Deze profielen vormden de basis voor alle landelijke analyses, zoals het vaststellen van prijsprofielen voor het nieuwe nettarief (zie hieronder) en landelijke vraagverschuivingen voor de netimpact. Voor analyses van individuele usecases, zoals de voorbeeldwoningen (zie figuur 7) en de verduurzaming van een modaal huishouden (zie paragraaf 4.1.2), zijn individuele verbruiksprofielen gebruikt van de Zonnedael-dataset van Liander, te vinden onder Verbruiksdata slimme meter 2012-2014, wat slimme meterdata op kwartierbasis bevat69). De dataset bevat geen informatie over de aanwezigheid van elektrische auto’s of warmtepompen, aangezien de data uit 2013 komen is in de dataset nog geen elektrificatie van verwarming en vervoer van toepassing. De basisprofielen zijn zodoende gedimensioneerd naar 2030, en hier zijn (afhankelijk van de karakteristieken van de gedefinieerde voorbeeldwoningen) profielen van EV’s, warmtepompen, thuisbatterijen etc. aan toegevoegd.

Prijsreeksen Zoals kort toegelicht in paragraaf 3.1 is het profiel van de uurtarieven in het tijdsgebonden nettarief gebaseerd op het geaggregeerde landelijke belastingprofiel uit ETM (zie hierboven). Hierbij is de zon-opwek afgetrokken van het geaggregeerde verbruik op uurbasis, waaruit een gemiddeld dagprofiel in de ‘zomer-’ en ‘winter’-periode is gedestilleerd. De tijdsgebonden tarieven volgen de vorm van deze gemiddelde dagen. De hoogte van de tarieven is gebaseerd op het gemiddelde jaarverbruik van een huishouden uit deze dataset, de netwerkkosten in 2030 en een basislast waar een derde van het budget 67) Energietransitiemodel. 68) Gemiddelde laadprofielen Generator, ElaadNL. 69) Open data, Liander.

(€ 185,99 /jaar) en 0,3 kWh/uur verbruik naartoe gaat. In deze gemodelleerde werkelijkheid brengen deze netwerktarieven voor de regionale netbeheerders evenveel op als onder het huidige stelsel; in werkelijkheid zullen de kosten/opbrengsten afwijken juist doordat er gedragsverandering optreedt. Om de hoogte van de basislast te bepalen is wederom de Zonnedael-dataset van Liander gebruikt72. De grens is gesteld zodat kleine tot normale gebruikers 80% van de tijd onder de basislast blijven. Dit zorgt ervoor dat kwetsbare huishoudens niet aangemoedigd worden hun essentiële dagelijkse routines aan te passen. Voor alle huishoudens is het tachtigste percentiel van de vraag per uur genomen. De jaarlijkse vraag heeft direct invloed op de hoogte hiervan. Het gemiddelde van deze waarde is genomen voor verbruikers tot maximaal 2.800 kWh per jaar. Dit resulteert in 0,3 kWh/uur. Voor de gedragsveranderingberekeningen (zie hieronder) is gekeken naar het integrale elektriciteitskostenperspectief voor consumenten. Zo zijn er vier consumentengroepen onderscheiden: y consumenten met een vast contract en geen zonnepanelen (verondersteld op 60% van de huishoudens) y consumenten met een vast contract en wel zonnepanelen (20%) y consumenten met een dynamische contract zonder zonnepanelen (10%) y consumenten met een dynamische contract met (10%) zonnepanelen70).

Voor dynamische tarieven is de ETM-data op uurbasis voor 2030 gehanteerd71). In figuur 18 is een voorbeelddag uitgelicht voor een vast en een dynamisch contract (beide zonder zonnepanelen). Wat betreft zonnepanelen is het uitgangspunt afschaffing van de salderingsregeling vóór 2030; voor verbruikers met zonnepanelen wordt daarom 70) Volgens de ACM is het aantal dynamische contracten in 2023 meer dan verdrievoudigd, naar 232.000. Er is aangenomen dat dit doorzet richting 2030 voor met name WP- en EV-eigenaren, tot 20% van het totaal. Ca. 25% van huishoudens (>2 mln. woningen) had in 2023 zonnepanelen. De aanname is daarom dat, met het wegvallen van de salderingsregeling in ogenschouw, het aantal huishoudens met PV toeneemt tot 30% van het totaal. 71) In werkelijkheid is de spreiding in dynamische leveringstarieven over het jaar heen groter in 2030 dan dat het ETM veronderstelt.

64

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

verondersteld dat zij bij een overschot liever hun zonnestroom zelf verbruiken dan injecteren, en dat ze hun verbruik waar mogelijk richting de zonuren willen sturen. In het model maken zonnepaneeleigenaren een afweging met het ‘misgelopen’ teruglevertarief72).

Integrale elektriciteitsperspectief consument Zoals gebruikt in de modelleringen, voor een vast en dynamisch contract, op een voorbeelddag in februari 2030

Vaste leveringstarieven

10-02-2030 € 0,45

€ 0,50 € 0,38 € 0,40

Dynamische leveringstarieven

€ 0,29 € 0,30

€ 0,42

€ 0,41

€ 0,27

€ 0,30 € 0,31

€ 0,32 € 0,29

€ 0,25 € 0,22

€ 0,30

€ 0,32

€ 0,44 € 0,34

€ 0,34 € 0,30 € 0,24

€ 0,24

€ 0,20

€ 0,19

€ 0,20

€ 0,20

€ 0,10

€ 0,10

€-

€0

1 ODE

Figuur 18

€ 0,47

€ 0,50

€ 0,44

€ 0,40

€ 0,33

10-02-2030

2

3

4

5

6

7

8

Energiebelasting

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 Levering

BTW

TOU

Illustratie voorbeelddag van het integrale elektriciteitsperspectief van de consument, waarmee is gerekend in de modelleringen en op basis waarvan gedragsverandering wel of niet plaatsvindt.

72) Gebaseerd op de huidige terugleververgoedingen, Independer (2023).

0

1 ODE

2

3

4

5

6

7

8

Energiebelasting

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 Levering

BTW

TOU

65

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Gedragsverandering door consument De onderstaande tabel licht op hoofdlijnen een aantal aannames toe voor de veronderstelde gedragsverandering bij kleinverbruikers als gevolg van het nieuwe tariefstelsel. Dit onderzoek bekijkt dan ook niet het technische/ theoretische potentieel, maar maakt een inschatting van de werkelijke ruimte van kleinverbruikers om te schuiven binnen bepaalde comforteisen. Bijvoorbeeld een continu voldoende verwarmde woning en/ of het opladen van een elektrische auto binnen een typische tijd dat een auto aan een publieke laadpaal staat.

(Basis) elektrische apparatuur73)

Verondersteld wordt dat dit verbruik met de prijs meebeweegt met een prijselasticiteit van 0,0374). Hierbij worden de prijzen van elk uur vergeleken met de goedkoopste zes uren van die dag. Dit verplaatsbare potentieel wordt verplaatst naar deze zes uren. Dit is gedaan met de gedachte dat het gedrag van mensen niet perfect stuurbaar is en dat, zelfs bij gedragsverandering, niet alles naar het goedkoopste uur zal schijven maar wel naar het goedkoopste dagdeel. Relatief gezien verschuift het verbruik van deze apparatuur niet veel. Er wordt immers verondersteld dat het verschuiven van dit verbruik om actieve gedragsverandering van de consument vraagt.

Warmtepomp

Er wordt aangenomen dat 50% van alle warmtepompen stuurbaar is in 2030. Omdat er voor ruimteverwarming sterke comforteisen zijn, wordt de originele verbruikscurve grotendeels gevolgd. Deze curve wordt met een correctiefactor aangepast die de inverse van de prijscurve volgt. Hierdoor wordt verbruik voor een klein deel geschoven en meer verspreid over de dag, maar blijft kamertemperatuur binnen comforteisen. De ochtend- en avondpiek worden hiermee gedempt.

Hybride warmtepomp

Voor de hybride warmtepomp wordt een vergelijkbare modellering toegepast als voor een reguliere warmtepomp. Een toevoeging is dat de hybride warmtepomp overschakelt op gas wanneer de totale gasprijs lager is dan de totale elektriciteitsprijs (inclusief belastingen en met het nieuwe tijdsgebonden netwerktarief).

Warmtepomp waterverwarming

Wederom wordt aangenomen dat 50% van de warmtepompen stuurbaar is. Van dit stuurbare deel wordt aangenomen dat, op elk moment, minimaal 50% van het originele verbruik van een warmtepomp behouden moet blijven, zodat een warmwaterreservoir warm gehouden kan worden en deels kan worden aangevuld. De rest kan worden verdeeld over de goedkoopste uren van de dag, met een maximum per uur gebaseerd op het originele profiel. De gedachte hierachter is dat het niet altijd nodig is om het warmwaterreservoir direct volledig te vullen. Na bijvoorbeeld een douche wordt de tank tot een minimum bijgevuld en deze wordt pas volledig gevuld als de prijs gunstig is, maar wel binnen een minimum tijdspanne.

73) Elektrische apparatuur wordt gebruikt volgens de ETM-definitie. Het ETM licht niet toe wat hier exact onder valt. Een aantal voorbeelden van elektrische apparaten zijn witgoed, strijkijzers, magnetrons, koelkasten, waterkokers en elektronica (laptops, tv’s, e.d.). Elektrische apparatuur is veelal de grootste verbruiksgroep van Nederlandse huishoudens. 74) In een voorafgaand onderzoek is een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar gedragsverandering bij prikkels. Uit een van de vooraanstaande systeemstudies (die meerdere studies vergelijkt) is een prijselasticiteit overgenomen: Acturus: International evidence on dynamic pricing. Ahmad Faruqui and Sanem Sergici, 2013 – gemiddeld resulteert een piek-dal-prijsverschil van een factor 10 in een reductie van 30%.

66

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Elektrische auto’s – thuis en elders

Zoals eerder vermeld zijn voor EV’s laadprofielen van de Laadprofielengenerator van ElaadNL gebruikt. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen thuis laden (bij een laadpaal), snel laden (bijvoorbeeld bij tankstations), werk laden (bij een laadpaal op werk) en publiek laden (bij publieke laadpalen zoals vlakbij huis of bij winkels). ElaadNL hanteert hierin de volgende verdeling: 19% thuis, 9% snel, 17% werk, 55% publiek. Deze profielen worden geschaald om op hetzelfde jaartotaal te komen als het Klimaatambitiescenario uit het ETM. We gebruiken echter de ElaadNL-profielen omdat deze gebaseerd zijn op historische laadsessies en meer variatie per dag hebben. De profielen uit het ETM zijn elke weekdag hetzelfde en elke weekenddag hetzelfde, wat leidt tot een gematigder profiel. Er is aangenomen dat 70% van de EV’s stuurbaar is in 2030. In 2021 gaf al 72% van de EV-rijders aan in staat te zijn slim te laden75). Een groot deel doet dit nu alleen nog niet (altijd). Van de beschikbare voertuigen die thuis laden is aangenomen dat 50% van het verbruik tijdens de piek onveranderd blijft. Voor publiek laden is dit 75%. Ten eerste zal niet iedereen die slim kan laden, dit ook doen. Daarnaast zal bij slimme laadsessies alsnog een deel van de elektriciteit in de minder gunstige uren verkregen worden, zodat bij korte laadsessies mensen hun auto nog steeds kunnen gebruiken.

In de modellering gebeurt het sturen enkel tijdens dagelijkse piekperiodes waarbinnen het gros van de laadsessies zal plaatsvinden. Hiervoor is het gedrag per type laadsessie anders. Op het werk en snel laden gebeuren doorgaans op het middenspanningsnet en laten we daarom buiten beschouwing. Voor publiek en thuis laden wordt verschillend gedrag aangenomen. Volgens het laadonderzoek van ElaadNL, waarin tienduizend laadsessies van Jedlix zijn geanalyseerd, zijn thuislaadsessies bijna altijd langer dan acht uur76). Sessies elders zijn doorgaans korter. Hiervoor wordt drie uur aangenomen. Het is echter zo dat een deel van het publiek laden qua gedrag dichterbij thuisladen ligt. Dit gaat om mensen zonder privélaadpaal die wel de hele avond of nacht hun auto aansluiten aan een publieke paal. Volgens het Nationaal Laadonderzoek 2022 is dit 21% van al het laden77).Omdat het laadgedrag van publiek laden vlakbij huis zeer vergelijkbaar is met dat van thuis laden, voegen we dat gedrag samen door een deel van het publieklaadprofiel af te trekken en toe te voegen aan het thuislaadprofiel. Dit zorgt voor een groter volume thuisladen en een publieklaadprofiel met een aangepaste vorm.

Omdat thuis laden typisch gebeurt na werkdagen en tot uiterlijk het vertrek de volgende ochtend, nemen we aan dat pieken in thuislaadprofielen geschoven kunnen worden binnen een tijdsblok van 17.00 tot 08.00 uur. Publiek laden vindt juist plaats van huis en kan daarom geschoven worden binnen een tijdsblok van tussen 08.00 en 20.00 uur. Binnen deze tijdsblokken kunnen pieken geschoven worden, maar het totaalvolume dient gelijk te blijven. Om te voorkomen dat alle auto’s op onbeperkt vermogen zullen gaan laden op het één goedkoopste uur, wordt er een beperking gelegd op het maximale laadvermogen van auto’s. Het effect van de EV-sturing is aanzienlijk. Bij de grootste tien jaarpieken wordt 71% tot 85% van de piekreductie gerealiseerd door de sturing van EV’s. Voornamelijk het effect van thuis laden is groot, waarbij grote volumes van de avonduren verschuiven naar de nacht en vroege ochtend.

75) Nationaal Laadonderzoek, rvo 2021 en 2022 76) Slim Laden voorkomt overbelasting energienetwerk, ElaadNL 77) Nationaal Laadonderzoek, rvo 2022

67

Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport

Thuisbatterij

Aangenomen is een adoptie van thuisbatterijen van in totaal 5,98 GWh aan opslag en een (ont)laadvermogen van 2 GW verdeeld over 7,5% van de huishoudens in Nederland (naar aannames in ETM). Zonder tariefprikkel acteren deze batterijen enkel op day-ahead-prijsreeksen uit het ETM. Hierbij wordt geladen en ontladen op basis van de hoogste en laagste prijzen binnen blokken van zes uur. In aanwezigheid van de tariefprikkel wordt batterijgedrag complexer; immers geldt het tijdgebonden kWh-tarief alleen op afname (dus opladen), maar wordt dit niet terugverdiend bij ontladen. Daarom wordt er voor laden wederom gekeken naar de hoogste prijs binnen blokken van zes uur. Echter, maximaal ontladen wordt alleen gedaan wanneer de prijs voor teruglevering (ontladen) op dat moment hoger is dan de laagste prijs die binnen een blok van 24 uur voor laden betaald zou moeten worden. Wanneer dat niet het geval is, wordt alleen ontladen met het eigenverbruik van dat moment voor de betreffende huishoudens (7,5% van Nederland).

Overig en zon-PV

Overige posten van elektriciteitsvraag en opwek van zonnepanelen verschuiven niet.

Kostenverdeling Voor de analyses rondom de kostenverdeling is gebruik gemaakt van de Kerncijfers wijken en buurten 202278). Hierin staan aantallen woningen per woningtype en gemiddelde inkomens genoteerd op buurtniveau. Dit is het meest gedetailleerde niveau waarop het CBS openbaar rapporteert79). Deze data zijn gecombineerd met de elektriciteitsverbruiksdata (gecategoriseerd op buurtniveau), waaruit een grove inkomstenverdeling volgt per woningtype en elektriciteitsverbruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.raadbergen-nh.nl/api/v1/meetings/5113/documents/42407