Waswordt tabel verordening Jeugdhulp gemeente Beesel 2022
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijziging verordening jeugdhulp gemeente Beesel 2022. Verordening In onderstaande was-wordt lijst vindt u de aanpassing in teksten van de verordening 2020 naar de verordening 2022. Hiernaast vindt u waar hier sprake is van een beleidskeuze een toelichting waarom het college hierin adviseert. Samenvatting: Voor u vindt u de was-wordt-tabel voor de verordening Jeugdhulp gemeente Beesel 2022. De verordening jeugdhulp gemeente Beesel 2022 is op verschillende punten aangepast ten opzichte van de door raad vastgestelde verordening jeugdhulp gemeente Beesel op 26 oktober 2020. De verschillen zijn inzichtelijk gemaakt in onderstaande tabel. Enkele aanpassingen zijn aangereikt door de regio Noord-Limburg waar het gaat over aanpassingen die noodzakelijk zijn om de regionale uniforme ondersteuning lokaal aan te bieden. Bij de beschrijving ‘nieuwe tekst’ in onderstaande tabel staat beschreven om welke artikelen dit gaat. Schrijfwijze In de verordening is rekening gehouden met de eventuele overgang naar een omgekeerde verordening1, dit betekent dat we niet meer spreken in weigeringsgronden/onmogelijkheden maar juist in mogelijkheden. Dit maakt het ook gemakkelijker om naar ene uniforme domein overstijgende verordening toe te werken in de komende jaren. Beleidskeuzes Enkele aanpassingen zijn beleidsmatige keuzes.
Deze beleidsmatige keuzes zet ik voor uw gemak in deze samenvatting. Verdere toelichting is te vinden in de tabel in de rechterkolom bij de betreffende artikelen. Besluit Omdat een externe verwijzing voldoende is om een individuele voorziening in te kunnen zetten, willen we gezien de wens tot verlichting van administratieve lasten, de mogelijkheid openhouden om alleen op verzoek van de jeugdige en/of ouders een beschikking op te stellen. Zo blijft het voor de jeugdigen en ouders mogelijk de rechten, behorende bij een formeel besluit, uit te oefenen. PGB 1 Omgekeerde Modelverordening sociaal domein - Stimulansz
1
Twee aanpassingen: Er is een wijziging aangebracht die het pgb voor jeugd in lijn brengt met het pgb voor Wmo. Er is gekozen om te werken met percentages van de ZIN prijs. Voor inzet vanuit het sociaal netwerk wordt evenals voor Wmo het minimumloon als uitgangspunt genomen. De tweede wijziging ziet op een aanpassing in verband met de regionale Sturing en Inkoop Wederkerigheid Net zoals in de verordening Leerlingenvervoer is het voorstel om binnen de Wmo (en Jeugd) verordening Wederkerigheid toe te voegen als artikel. Dit artikel helpt de consulent in het gesprek om met elkaar het gesprek te voeren over wat éénieder kan bijdragen aan de samenleving vanuit een positieve insteek met de gedachte dat de gemeente ondersteund bij een levensdomein zodat de inwoner ook de ruimte/energie/tijd heeft om wat anders terug te geven.
2
Hoofdstuk 2: Toegang tot jeugdhulp Bestaande tekst Artikel 2. Vormen van jeugdhulp 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval vrij beschikbaar: a. Jeugdgezondheidszorg 0 – 19 jaar; b. Het Samenlevingsloket (info en advies); c. Het Gezinscoachteam gemeente Beesel; d. De kindertelefoon; e. Onafhankelijke cliëntondersteuning; f. De vertrouwenspersoon; g. Veilig Thuis; h. De crisisdienst voor spoedeisende jeugdhulp. 2. De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Ambulante jeugdhulpverlening Persoonlijke verzorging Begeleiding: groep en individueel Behandeling jeugdhulp en GGZ: groep en individueel b. Verblijf: Logeren Pleegzorg Gezinshuis Beschermd wonen Behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp c. Vervoer d. Jeugdbescherming
Nieuwe tekst Artikel 2 Op basis van de nieuwe Sturing en Inkoop is het noodzakelijk om de begrippen aan te passen aan de nieuw in te kopen individuele voorzieningen. Artikel 2. Vormen van jeugdhulp 1. De volgende algemene voorzieningen zijn vrij beschikbaar: a) Jeugdgezondheidszorg 0 – 19 jaar; b) Het Samenlevingsloket (info en advies); c) Het Gezinscoachteam gemeente Beesel; d) De kindertelefoon; e) Onafhankelijke cliëntondersteuning; f) De vertrouwenspersoon; g) Veilig Thuis; h) De crisisdienst voor spoedeisende jeugdhulp. 2. De volgende individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a) Opname vervangende behandeling en verblijf met behandeling b) Wonen: i. Pleegzorg ii Gezinshuizen iii Zelfstandig wonen training iv Kleinschalige woongroepen v Logeren c) Dagbesteding / dagbehandeling: i. Ernstig meervoudige beperking en opgroeiproblematiek het jonge kind ii. Terug naar school iii. Duurzame daginvulling d) Ambulante hulp: i. Ambulant duurzaam en perspectief 1 + 2 ii. Jeugd-GGZ iii. Ernstig enkelvoudige Dyslexie iv. Vaktherapie 3
e. Jeugdreclassering 3. Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke andere voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn.
Artikel 6. Het gezinsplan 1.Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. Dit verslag, ook wel het gezinsplan genoemd, wordt ter ondertekening verstrekt aan de jeugdige en/of zijn ouders. 2. De jeugdige en/of zijn ouders tekenen het verslag voor gezien en/ of akkoord en zorgen ervoor dat een getekend exemplaar wordt gestuurd naar het college. 3. Als de jeugdige en zijn ouders enkel tekenen voor gezien, kunnen zij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom zij niet akkoord zijn. 4. Als een individuele voorziening onderdeel is van het gezinsplan, dan geldt de ondertekening van het verslag door de jeugdige en zijn ouders als aanvraag. 5. Het gezinsplan betreft een integraal plan. De bijdrage van de jeugdige, ouders, het sociaal netwerk en eventuele andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, huisvesting of werk en inkomen worden in het plan opgenomen.
e) Jeugdbescherming; f) Jeugdreclassering; g) Jeugdzorgplus; h) Beschermd wonen (17+) i) Vervoer. 3. Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke andere voorzieningen op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn. Artikel 6. Het gezinsplan Er wordt een lid 6 toegevoegd, waarbij de gedachte erachter is dat in de toegang integraal beoordeeld en gehandeld kan worden om inwoners in hun ondersteuning aan de slag te laten gaan met een haalbaar aantal afspraken/verplichtingen. Artikel 6. Het gezinsplan 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. Dit verslag, ook wel het gezinsplan genoemd, wordt ter ondertekening verstrekt aan de jeugdige en/of zijn ouders. 2. De jeugdige en/of zijn ouders tekenen het verslag voor gezien en/ of akkoord en zorgen ervoor dat een getekend exemplaar wordt gestuurd naar het college. 3. Als de jeugdige en zijn ouders enkel tekenen voor gezien, kunnen zij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom zij niet akkoord zijn. 4. Als een individuele voorziening onderdeel is van het gezinsplan, dan geldt de ondertekening van het verslag door de jeugdige en zijn ouders als aanvraag. 5. Het gezinsplan betreft een integraal plan.
De bijdrage van de jeugdige, ouders, het sociaal netwerk en eventuele andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, huisvesting of werk en inkomen worden in het plan opgenomen. 6. Het college beoordeelt of toekenning van zorg en ondersteuningsvorm niet in strijd is met ambities uit andere zorg en ondersteuning die geboden wordt. Daarmee wordt prioritering en haalbaarheid afgewogen in belang van realistisch perspectief. 4
Artikel 8. Besluit 1. Het college neemt het besluit over het al dan niet verlenen van een individuele voorziening op grond van de aanvraag, het onderzoek en het daaruit volgende gezinsplan als bedoeld in artikel 6. 2. Het college beoordeelt of vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar jeugdhulp geboden wordt noodzakelijk is. Dit kan nodig zijn in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. 3. Het college legt de beslissing over het al dan niet verlenen van een individuele voorziening vast in een beschikking. 4. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Het college legt de te verlenen individuele voorziening vast in een beschikking.
Artikel 8. Besluit Omdat een externe verwijzing voldoende is om een individuele voorziening in te kunnen zetten, willen we gezien de wens tot verlichting van administratieve lasten, de mogelijkheid openhouden om alleen op verzoek van de jeugdige en/of ouders een beschikking op te stellen. Zo blijft het voor de jeugdigen en ouders mogelijk de rechten, behorende bij een formeel besluit, uit te oefenen. Artikel 8. Besluit 1 2 3 4
Het college neemt het besluit over het al dan niet verlenen van een individuele voorziening op grond van de aanvraag, het onderzoek en het daaruit volgende gezinsplan als bedoeld in artikel 6. Het college beoordeelt of vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar jeugdhulp geboden wordt noodzakelijk is. Dit kan nodig zijn in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid. Het college legt de beslissing over het al dan niet verlenen van een individuele voorziening vast in een beschikking. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking.
Hoofdstuk 3: Melding, onderzoek en aanvraag Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikelen 10,11 en 12 Een groot deel (40-60%) van de jeugdhulp wordt ingezet na verwijzingen door anderen dan de gemeentelijke toegang. Het gaat hierbij om wettelijke verwijzers zoals huisartsen, jeugdartsen, en medische specialisten of om organisaties die de
5
inzet van jeugdhulp kunnen bepalen, zoals gecertificeerde instellingen (GI’s). We kunnen deze verwijzingen en bepalingen niet weigeren: De jeugdhulp moet ingezet worden en de gemeenten ontvangen de rekening. We willen de verwijzingen ook niet weigeren omdat elke partij dat vanuit de eigen expertise naar beste inzicht doet en inwoners zelf de route kiezen die het beste bij hun past. Wél willen we invloed hebben op die verwijzingen en bepalingen. We willen daarmee bereiken dat: -
Aan de voorkant uitgebreid en vooral naar het hele gezin/systeem gekeken wordt zodat onze jeugdigen/gezinnen direct naar de goede ondersteuning worden verwezen;
-
Gekeken wordt naar andere inzet dan enkel professionele ondersteuning (wat kan het gezin zelf, wat kan het netwerk, van welke voorliggende voorzieningen kan gebruik gemaakt worden);
-
Geen onnodig dure of onnodige stapeling van voorzieningen wordt ingezet vanuit het oogpunt van financiële houdbaarheid;
-
Gebruik gemaakt wordt van het aanbod dat gemeenten hebben gecontracteerd (alleen andere aanbieders buiten het gecontracteerde aanbod inzetten als dat echt nodig is vanwege ontbrekend aanbod/ontbrekende expertise of te lange wachttijden);
-
De samenwerking tussen verwijzers en de gemeentelijke toegang wordt versterkt zodat deze partijen elkaar vertrouwen en beter weten te vinden om snel schakelen in het belang van de jeugdige/het gezin.
Artikel 10. Externe verwijzers 1. De huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts kan alleen verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder die een contract of subsidierelatie met de gemeente heeft. 2. Bij een verwijzing door de huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts moet de jeugdhulpaanbieder, als en voor zover deze van oordeel is dat de inzet van
6
jeugdhulp nodig is, in contact treden met het college over de in te zetten jeugdhulp. 3. Het tweede lid is ook van toepassing bij jeugdhulp die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of die noodzakelijk is in verband met de tenuitvoerlegging van een machtiging tot uithuisplaatsing als bedoeld in artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de jeugdhulp inzet die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering. 4. Uitvoering van de jeugdhulp als bedoeld in het derde lid vindt plaats door een jeugdhulpaanbieder die een contract of subsidierelatie met de gemeente heeft. 5. Bij verwijzing naar een organisatie/partij/persoon die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, is de gemeente niet gehouden de jeugdhulp te vergoeden. Artikel 11. Protocol afstemming hulpinzet bij externe verwijzingen of bepaling jeugdhulp Het college kan bij nadere regeling een protocol opstellen waarin voorwaarden worden opgenomen over de (afstemming over) door de jeugdhulpaanbieder in te zetten jeugdhulp en de daarmee te behalen doelen. Artikel 12.
Zelfverwijzingen De jeugdhulpaanbieder voorkomt alle (schijn van) belangenverstrengeling rondom verwijzingen en hulpverlening. Daaronder worden in elk geval verstaan zelfverwijzingen en intercollegiale verwijzingen. De jeugdhulpaanbieder moet in die gevallen in contact treden met het college over de in te zetten jeugdhulp. Artikel 17. Aanvullende criteria Persoonsgebonden budget (pgb)
Artikel 17 en 18 Pgb 7
2. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een pgb wordt toegekend, kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren voor zover: a. de inzet van het sociaal netwerk aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig is aan professionele ondersteuning. Inzet van het sociaal netwerk wordt in ieder geval aantoonbaar beter geacht, als één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: i. de hulp is vooraf niet goed in te plannen; ii. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; iii. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; iv. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; v. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; vi. de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft; b. de geboden hulp is veilig, doeltreffend, doelmatig en is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder; c. de zorgverlener heeft aangegeven dat de zorgverlening voor hem niet tot overbelasting leidt; d. ouders kunnen niet zelf de ondersteuning bieden als één van de redenen voor het toekennen van jeugdhulp ontlasting van ouders van hun (buitenproportionele) zorgtaken is; e.
Indien de ouder de ondersteuning biedt, wordt van deze verwacht dat deze: • op een juiste manier kan begrenzen en duidelijkheid creëren; • kan reflecteren op de eigen rol als opvoeder en hierin verschil kan zien tussen opvoeder en de rol van niet professionele hulpverlener.
Twee aanpassingen: Er is een wijziging aangebracht die het pgb voor jeugd in lijn brengt met het pgb voor Wmo. Er is gekozen om te werken met percentages van de ZIN prijs. Voor inzet vanuit het sociaal netwerk wordt evenals voor Wmo het minimumloon als uitgangspunt genomen. De tweede wijziging ziet op een aanpassing in verband met de regionale Sturing en Inkoop. Dit betreft vooral een redactionele aanpassing. Artikel 17. Aanvullende criteria Persoonsgebonden budget (pgb) 2. De jeugdige en/of ouder(s) aan wie een pgb wordt toegekend, kunnen alleen jeugdhulp betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren voor zover: b. de inzet van het sociaal netwerk aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig is aan professionele ondersteuning. Inzet van het sociaal netwerk wordt in ieder geval aantoonbaar beter geacht, als één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn: i. de hulp is vooraf niet goed in te plannen; ii. de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden; iii. de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden; iv. de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd; v. de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn; vi. de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft; c. de geboden hulp passend, adequaat en veilig is; d.
de personen uit het sociale netwerk die de hulp gaan verlenen, zich voldoende op de hoogte hebben gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van jeugdhulp verbonden zijn; e. er bij de personen uit het sociale netwerk die de hulp gaan bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; f. de in te zetten jeugdhulp geen ggz-behandeling betreft; g. de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen verricht die op grond van de norm van verantwoorde werktoedeling aan een geregistreerde professional zijn voorbehouden; 8
h. de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring i.
in staat is de in de individuele situatie vereiste jeugdhulp te realiseren; de geboden hulp is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder;
j.
de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is.
Artikel 15. Hoogte Persoonsgebonden budget (pgb) 1. De hoogte van het tarief voor professionele hulp is gebaseerd op het daadwerkelijke uurtarief van de uitvoerder met een maximum van het uurtarief dat door de gemeente voor de voorziening in natura wordt gehanteerd. Indien het tarief van de door de cliënt gewenste uitvoerder hoger is dan dit tarief dan komt het deel dat de prijs overstijgt voor rekening van de aanvrager. 2. De hoogte van het tarief voor de inzet van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het minimum uurloon inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. 3. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.
Artikel 18. Hoogte Persoonsgebonden budget (pgb) 1. De hoogte van het tarief voor professionele hulp is gebaseerd op het daadwerkelijke uurtarief van de uitvoerder met een maximum van 100% van het uurtarief dat door de gemeente voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura wordt gehanteerd. Wanneer sprake is van een micro-organisatie of ZZP’er is het uurtarief maximaal 75% van goedkoopst compenserende voorziening in natura. 2. Indien het tarief van de door de cliënt gewenste uitvoerder hoger is dan het tarief genoemd in het eerste lid, dan komt het deel dat de prijs overstijgt voor rekening van de aanvrager. 3. De hoogte van het tarief voor de inzet van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk is gelijk aan het minimum uurloon inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. 4. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.
Artikel 19. Wederkerigheid Dit artikel is nieuw. Net zoals in de verordening Leerlingenvervoer is het voorstel om binnen de Wmo (en Jeugd) verordening Wederkerigheid toe te voegen als artikel. Dit artikel helpt de consulent in het gesprek om met elkaar het gesprek te voeren over wat éénieder kan bijdragen aan de samenleving vanuit een positieve insteek met de gedachte dat de gemeente ondersteund bij een levensdomein zodat de inwoner ook de ruimte/energie/tijd heeft om wat anders terug te geven.
9
Artikel 19. Wederkerigheid 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten wederkerigheid te vragen van jeugdige dan wel diens ouders, wanneer er een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet wordt toegekend; 2. Voor het bepalen van de wederkerigheid, onderzoekt burgemeester en wethouders de mogelijkheden van de inwoner dan wel diens ouders; 3. Bij weigeren van de wederkerigheid dan wel het niet uitvoeren van deze wederkerigheid kan burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag af te wijzen dan wel de individuele voorziening in te trekken; 4. Onderstaande lijst geeft activiteiten weer die binnen de wederkerigheid gevraagd kunnen worden, onderstaande lijst is niet uitputtend en zal op de website van de gemeente Beesel (https://www.beesel.nl) geüpdatet blijven worden; a. Vrijwilligerswerk b. Klusjes uitvoeren c. Activiteiten tegen eenzaamheid d. Voorlichting geven/ inspireren e. Buurt gerelateerde activiteiten organiseren f. Deelname aan cliëntervaring onderzoek. 5. De urenindicatie van wederkerigheid kan verschillen en hier wordt in het onderzoek zoals bedoeld in lid 2 gekeken naar hoeveel uren realistisch en passend is bij de situatie van de jeugdige en de ouders.
10