CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Wasword tabel Wmo verordening gemeente Beesel 2022

Raadscommissievergadering 29 november 2021, gemeente BeeselBij agendapunt: Verordeningen sociaal domein (Wmo, Jeugd, Participatie) 20228.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijziging Wmo verordening gemeente Beesel 2022. Verordening In onderstaande was-wordt lijst vindt u de aanpassing in teksten van de verordening 2016 naar de verordening 2022. Hiernaast vindt u waar hier sprake is van een beleidskeuze een toelichting waarom het college hierin adviseert. Samenvatting: Voor u vindt u de was-wordt-tabel voor de Wmo verordening gemeente Beesel 2022. De Wmo verordening gemeente Beesel 2022 is op verschillende punten aangepast ten opzichte van de door raad vastgestelde Wmo verordening gemeente Beesel op 20 juni 2016. De verschillen tussen de Wmo verordening gemeente Beesel 2016 en Wmo verordening gemeente Beesel 2022 zijn inzichtelijk gemaakt via dit waswordt tabel Wmo. De meeste aanpassingen zijn om de wettelijke taken die vastgelegd dient te worden in de verordening vast te leggen, inzichtelijker/leesbaarder te maken of sterker te beschrijven. Enkele aanpassingen zijn aangereikt door de regio Noord-Limburg of de gemeente Venlo wanneer het gaat over aanpassingen die noodzakelijk zijn om de regionale uniforme ondersteuning lokaal aan te bieden. Bij de beschrijving ‘nieuwe tekst’ in onderstaande tabel staat beschreven om welke artikelen dit gaat.

Schrijfwijze In de verordening is rekening gehouden met de eventuele overgang naar een omgekeerde verordening1, dit betekent dat we niet meer spreken in weigeringsgronden/onmogelijkheden maar juist in mogelijkheden. Dit maakt het ook gemakkelijker om naar ene uniforme domein overstijgende verordening toe te werken in de komende jaren. Beleidskeuzes Enkele aanpassingen zijn beleidsmatige keuzes. Deze beleidsmatige keuzes zet ik voor uw gemak in deze samenvatting. Cursief onder de artikelen vindt de beleidsmatige onderbouwing. Uitsluiting van abonnementstarief 1 Omgekeerde Modelverordening sociaal domein - Stimulansz

Betreft artikel 1, 2 – 24, 25, 26 en 27 - Het uitsluiten van de algemene voorzieningen van het abonnementstarief. Met algemene voorzieningen wordt bedoeld: Open inloop dagbesteding locaties, de Wensbus, respijtzorg voorziening Plattelandshoes. - Het uitsluiten van het collectief vraag afhankelijk vervoer van het abonnementstarief. - Het uitsluiten van de tegemoetkoming zelfredzaamheid en participatie van het abonnementstarief. Met de komst van het abonnementstarief moet de gemeente in haar verordening vaststellen welke voorzieningen zij uitsluit van het abonnementstarief. De bovenstaande keuzes genoemd onder artikel 1 zijn voorzieningen waar het college nu geen eigen bijdrage over vraagt. Dit zorgt ervoor dat deze voorzieningen vrij toegankelijk zijn voor inwoners en past binnen ons beleid om zoveel waar mogelijk in te zetten op collectieve en algemene voorzieningen ten opzichte van maatwerkvoorzieningen. Wanneer deze voorzieningen niet uitgesloten worden van de eigen bijdrage dan betekend dit dat we al het gebruik van deze voorzieningen als college moeten registreren en aanleveren aan het CAK. Resultaatgericht werken Als regio Noord-Limburg gaan we resultaatgericht werken. Dit betekent dat we feitelijk geen uren meer gaan afgeven bij een indicatie maar resultaten afspreken met inwoner en aanbieder die gehaald dienen te worden.

De aanbieder zal dan in een plan van aanpak samen met de inwoner bepalen welke frequentie zij langskomt om gezamenlijk te werken aan doelstellingen. De verordening is hier iets op aangepast zodat deze werkwijze ook mogelijk is, er worden in de Nadere Regels onder deze verordening verdere uitvoeringsregels gegeven aan hoe we resultaat gericht werken. Regionaal worden trainingen gegeven aan consulenten zodat we als regio uniform werken. Indicaties met onbeperkte duur Daar waar dit passend is bij voorzieningen wordt vanaf 1-1-2022 een indicatie afgegeven voor onbeperkte duur. Dit betekend dat er geen eind datum meer zit aan een indicatie zoals hulp in het huishouden. In de verordening en de Wmo wettekst is opgenomen dat het college ten alle tijden mag heronderzoeken. Dit maakt dat we administratieve last bij zowel inwoner als aanbieder als gemeente verminderen. Ook het gevoel van de inwoner proberen we hiermee weg te halen die ene herindicatie veelal nog als spannend ervaart. Voor het evalueren van indicaties is een Regie voering proces regionaal opgesteld die weergeeft hoe de evaluatie eruit gaat zien. Inkomenstoets Vanaf juni 2021 hanteert de gemeente Beesel een inkomenstoets voor hulp in het huishouden. Wettelijk gezien mag dit, dit volgt uit een advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om het Rijk te forceren om of de wet te wijzigen of voldoende compensatie te bieden.

Het college van de gemeente Beesel is het inhoudelijk eens met de gedachte van het Rijk om de lage en middeninkomens te ontlasten van stapeling in zorgkosten. Het college is het echter oneens met de keuze om hier alleen binnen de Wmo aanpassingen te voeren door het abonnementstarief vastgesteld is op € 19-, per maand. Deze wetswijziging maakt dat we het goede gesprek niet meer kunnen voeren of wat een inwoner middels eigen

kracht kan voeren. Het werkt in de hand dat inwoners weer claimgerichter gaan handelen en het geeft perverse prikkels af als het niet willen stappen naar een WLZ-indicatie doordat de eigen bijdrage hier een veelvoud is terwijl deze ondersteuning wel noodzakelijk is. Dit maakt dat we het advies van de VNG volgen om in de verordening de rechten en plichten van de inwoner te benoemen, deze staan beschreven onder artikel 13. Op dit moment is de inkomenstoets door u als raad (niet unaniem) vastgesteld en is de werkwijze in de Nadere Regels onder de Wmo geplaatst. De verordening is volgens inzien van het College de best passende plek om deze regeling vast te leggen. Wederkerigheid Net zoals in de verordening Leerlingenvervoer is het voorstel om binnen de Wmo (en Jeugd) verordening Wederkerigheid toe te voegen als artikel. Dit artikel helpt de consulent in het gesprek om met elkaar het gesprek te voeren over wat éénieder kan bijdragen aan de samenleving vanuit een positieve insteek met de gedachte dat de gemeente ondersteund bij een levensdomein zodat de inwoner ook de ruimte/energie/tijd heeft om wat anders terug te geven. PGB -

Vaststellen van hoogte van pgb voor professionals en sociaal netwerk

In de verordening moet vastgelegd zijn hoe een PGB opgebouwd wordt. In de nieuwe artikelen 16 en 17 ziet u de regionale uniforme lijn die gekozen is bij de maatwerkvoorzieningen Wmo. Er is gekozen om te werken met percentages van de ZIN prijs, deze ZIN prijs wordt jaarlijks geüpdatet en zichtbaar gemaakt voor inwoners in de Nadere Regels onder de verordening Wmo. Beschermd wonen De regionale taken van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang zijn gedecentraliseerd naar de lokale gemeenten per 1 oktober 2021. De gemeente Venlo heeft adviezen gegeven in welke artikelen alle gemeenten moeten overnemen in hun lokale verordening om goed uitvoering te kunnen geven aan deze taak.

Hoofdstuk 1: Algemene bepaling Bestaande tekst Begrippen

Nieuwe tekst Algemene bepaling Toevoeging en aanpassing van enkele algemene bepalingen ter verduidelijking.

Hoofdstuk 2: Voorzieningen en waardering mantelzorgers Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 1 & 2 Zowel algemene voorzieningen als maatwerk voorzieningen zijn toegevoegd. Deze artikelen zijn noodzakelijk om te bepalen voor welke voorzieningen we wel en geen eigen bijdrage vragen, zie artikel 22 & 23. Het college adviseert om alle algemene voorzieningen inclusief het collectief vraag afhankelijk vervoer en de tegemoetkoming zelfredzaamheid en participatie uit te sluiten van het abonnementstarief. Artikel 2. Algemene voorzieningen 1. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. […]; b. […]; c. […]. Artikel 3. Maatwerkvoorzieningen De volgende maatwerkvoorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. […]; b. […]; c. […].

Hoofdstuk 7, Artikel 24

Artikel 24. Waardering mantelzorgers 1. In haar mantelzorgbeleid regelt de gemeente haar blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente.

Artikel 3 De gemeente is landelijk verplicht om haar beleid over waardering voor mantelzorgers vast te leggen in de Wmo verordening. Dit artikel geeft o.a. weer hoe we ons als gemeente inzetten voor de mantelzorgers. Er is rekening gehouden met

de in de conceptbegroting 2022 genomen bezuiniging en hoe dit invloed heeft op de invulling van ons mantelzorgbeleid door de waardering algemeen te beschrijven. De volgende tekst is toegevoegd: In haar mantelzorgbeleid regelt de gemeente Haar waardering voor mantelzorgers van Cliënten in de gemeente. a. het Steunpunt Mantelzorg organiseert cursussen, en biedt informatie, advies en ondersteuning en waarderingsactiviteiten.

Hoofdstuk 3: Melding, onderzoek en aanvraag Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikelen 4 t/m 11 De volgorde van artikelen 4 t/m 11 is aangepast zodat deze logischer past bij het proces die een inwoner moet doorlopen voor het doen van een aanvraag. In artikel 11 is lid 3 toegevoegd. de gedachte hier achter is dat we in de toegang integraal kunnen beoordelen en handelen om inwoners in hun ondersteuning aan de slag te laten gaan met een haalbaar aantal afspraken / verplichtingen

Artikel 11. Onderzoek en advies 1. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor het onderzoek, degene door of namens wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens huisgenoten:

a. Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem vragen te stellen ten behoeve van het onderzoek; b. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen onderzoeken en/of ondervragen. De op te roepen personen zijn verplicht gehoor te geven aan deze oproepen en mee te werken aan de onderzoeken. 2. Het college is ambtshalve bevoegd te besluiten tot heronderzoek. 3. Het college beoordeelt of toekenning van zorg en ondersteuningsvorm niet in strijd is met ambities uit andere zorg en ondersteuning die geboden wordt. Daarmee wordt prioritering en haalbaarheid afgewogen in belang van realistisch perspectief. Artikel 6. Gesprek 1.Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt, dan wel zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig zijn familie. 2.De factoren, genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek als bedoeld in het eerste lid. 3.Tijdens het gesprek wordt aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een persoonsgebonden budget en wat de gevolgen van die keuze zijn.

4.Het college wijst de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger op de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 8 in te dienen.

Artikel 8 Het college is verplicht gedurende het gesprek de gang van zaken, rechten en plichten en vervolgprocedure aan de inwoner begrijpelijk kenbaar te maken. In de uitvoering gebeurt dit al, het was echter nooit vastgelegd in de verordening.

Artikel 9 Verplaatsen van lid 3 en 4 met de volgende tekst:

Artikel 14: Advisering Advisering is verplaatst naar hoofdstuk 4 achter voorzieningen voor beschikking gezien er ook na het verstrekken van een maatwerkvoorziening in het kader van een

De volgende tekst is toegevoegd: 5. Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.

3. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: a. Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 5 is gevoerd; b. Het een melding of aanvraag betreft van een persoon

Nieuwe tekst Artikel 14: Advisering 1. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: a. het een melding of aanvraag betreft van een persoon die niet eerder

die wel eerder een voorziening heeft gehad of een

een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als

gesprek zoals bedoeld in artikel 5 heeft gevoerd, maar

bedoeld in artikel 8 is gevoerd;

waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn

c.

heronderzoek nog medische advisering kan plaatsvinden. Deze manier geeft de procedure correct weer waarin advisering bij elke van de voorliggende stappen in de procedure kan plaatsvinden.

b. het een melding of aanvraag betreft van een persoon die wel eerder

veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de

een voorziening heeft gehad of een gesprek als bedoeld in artikel 8

noodzaak van een voorziening of de soort van

heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig

voorziening kunnen beïnvloeden;

zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van

Het college dat overigens noodzakelijk vindt.

een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden;

4. Een aanvrager is verplicht aan het college of de adviesinstantie alle gegevens te verschaffen, respectievelijk het college te informeren over alle feiten en omstandigheden, die van belang zijn voor het onderzoek en advies.

c.

het college dat overigens in het kader van heronderzoek noodzakelijk vindt.

2. Een aanvrager is verplicht aan het college of de adviesinstantie alle gegevens te verschaffen, respectievelijk het college te informeren over alle feiten en omstandigheden, die van belang zijn voor het onderzoek en advies.

Hoofdstuk 3: Maatwerkvoorzieningen Bestaande tekst Artikel 10: criteria voor maatwerkvoorzieningen 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet voldoende in

Nieuwe tekst Artikel 12: Criteria voor een maatwerkvoorziening Het college is van mening dat met het opnieuw geschreven artikel 12 inclusief de Wettekst Wet maatschappelijke ondersteuning voldoende houvast geeft om gezamenlijk met de inwoner tot een bij hem/haar passend arrangement te komen.

staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van algemeen Gebruikelijke voorzieningen; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen Leefomgeving kan blijven, en/of; b. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt Met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, Al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor Zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of Wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere Personen uit zijn sociale netwerk; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen.

De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Recht op een maatwerkvoorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst Compenserende voorziening kan worden aangemerkt. 3. Melding, onderzoek, aanvraag en het verstrekken van een voorziening in het kader van Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang heeft het college gemandateerd aan de gemeente Venlo.

Met arrangement bedoelt het college zowel oplossingen binnen eigen kracht, netwerk, informele zorg/algemene voorzieningen als maatwerkvoorzieningen. De weigeringsgronden zijn weggehaald waardoor er gesproken wordt in mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden passende bij de omgekeerde verordening. Aanpassingen tekst per lid. Artikel 12 lid 1 is toegevoegd het college heeft de mogelijkheid om in het verslag gezamenlijk met de inwoner een arrangement te maken om zijn of haar ervaren probleem op te heffen. Dit is een regionaal advies. Lid 2, Grondslag van problematiek weggehaald gezien deze beschreven wordt in verslag zoals bedoeld in artikel 9. Dit lid is een samenvoeging van oude verordening lid 10 lid 1a en b en enkele voorwaarden uit oud artikel 11. Lid 3 is toegevoegd ter vervanging van oud artikel 11 lid 2c. De nieuwe tekst geeft het college meer ruimte de inwoner met zijn/haar probleemstelling vroegtijdig te adviseren op in de nabije toekomst te verwachten problemen en de verantwoordelijkheden van de inwoner in deze problematiek. Lid 4 is toegevoegd ter vervanging van artikel 11 lid 1h. Deze oude tekst gaf onvoldoende de mogelijkheid om inwoners te wijzen op hun eigenaarschap van een voorziening en bijhorende verantwoordelijkheden. Lid 5 is ter vervanging van oud artikel 10 lid 2.

Lid 6 is er vervanging van oud hoofdstuk 4 artikel 20 oud Artikel 10 Lid 7 is komen te vervallen. De gemeente Venlo voert de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen niet meer uit voor de regio, hier zijn wij zelf verantwoordelijk voor. Artikel 12 geeft ons voldoende richtlijnen om een besluit te nemen op beschermd wonen. De nieuwe tekst wordt dan: Artikel 12: criteria voor maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.

Artikel 11: voorwaarden en weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; c. voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; d. indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; e. indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; f. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; g.

voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; h. indien de cliënt tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond. 2. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt: a. als deze niet langdurig noodzakelijk is; b. indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Beesel.

2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening is bedoeld voor individueel gebruik, uitzonderingen kunnen gemaakt worden in algemene ruimtes wanneer dit noodzakelijk is om de eigen elementaire woonruimtes te bereiken. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 11 bedoelde onderzoek, een passende en duurzame bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. 4.

Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren of technisch niet functionerend is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. mits de cliënt goed eigenaarschap heeft getoond van de eerder verstrekte maatwerkvoorziening zoals beschreven in de bruikleenovereenkomst overeengekomen tussen gemeente en cliënt. c. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of d. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing

3. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; b. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; c. de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van te verwachten levensloopomstandigheden en uit het oogpunt van het normale gebruik van de woning niet noodzakelijk is; d. de noodzaak tot het treffen van een woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; e. voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de slechte staat van de woning als gevolg van onvoldoende onderhoud en/of het niet uitvoeren van eenvoudige preventieve aanpassingen. 4.

Geen voorziening voor vervoer in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt: a. indien de cliënt gebruik kan maken van een algemene voorziening of collectief systeem, en; b. de algemene voorziening of het collectief systeem beschikbaar en toegankelijk is.

biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 5. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende tijdig beschikbare voorziening. 6. Het college kan een individuele tegemoetkoming treffen in de kosten van een voorziening ter bevordering van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie;

Artikel 13 Inkomenstoets Artikel 13 is toegevoegd naar aanleiding van advies van VNG om de inkomenstoets in de verordening vast te leggen. Vanaf juni 2021 hanteert de gemeente Beesel een inkomenstoets voor hulp in het huishouden. Wettelijk gezien mag dit, dit volgt uit een advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om het Rijk te forceren om of de wet te wijzigen of voldoende compensatie te bieden. Het college van de gemeente Beesel is het inhoudelijk eens met de gedachte van het Rijk om de lage en middeninkomens te ontlasten van stapeling in zorgkosten. Het college is het echter oneens met de keuze om hier alleen binnen de Wmo aanpassingen te voeren door het abonnementstarief vastgesteld is op € 19-, per maand. Deze wetswijziging maakt dat we het goede gesprek niet meer kunnen voeren of wat een inwoner middels eigen kracht kan voeren. Het werkt in de hand dat inwoners weer claimgerichter gaan handelen en het geeft perverse prikkels af als het niet willen stappen naar een WLZ-indicatie doordat de eigen bijdrage hier een veelvoud is terwijl deze ondersteuning wel noodzakelijk is. Dit maakt dat we het advies van de VNG volgen om in de verordening de rechten en plichten van de inwoner te benoemen, deze staan beschreven onder artikel 13. Op dit moment is de inkomenstoets door u als raad (niet unaniem) vastgesteld en is de werkwijze in de Nadere Regels onder de Wmo geplaatst.

De verordening is volgens inzien van het College de best passende plek om deze regeling vast te leggen. Artikel 12. Beschikking 1.In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening, wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: a. welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is;

Artikel 14. Beschikking Lid 3 is toegevoegd naar aanleiding van een regionaal advies. Dit laat zien hoe we resultaat gericht werken en maakt het plan van aanpak waar dit kan integraal onderdeel van de beschikking. Lid 5F is toegevoegd, de voorwaarden gesteld aan de besteding van een pgb dient opgenomen te worden in de verordening Wmo. Lid 6. Is toegevoegd aan deze artikel gezien in de beschikking moet staan of de inwoner een eigen bijdrage betaald voor zijn maatwerkvoorziening of niet.

b. wijze van verstrekking; c. de ingangsdatum en duur van de verstrekking; d. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is; e. welke andere voorzieningen relevant (kunnen) zijn. 3.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval: a. aan welk resultaat het persoonsgebonden budget kan worden besteed; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het persoonsgebonden budget; c. wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarop het persoonsgebonden budget ziet; e. de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget, en; f. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is.

Nieuw toegevoegde tekst: 1. In de beschikking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt 2. Het leefzorgplan maakt onderdeel uit van de beschikking. 3. De door cliënt en College gekozen zorgverlener maakt gezamenlijk met cliënt het plan van aanpak. In het plan van aanpak tussen zorgverlener en de cliënt wordt aangeven welke maatschappelijke ondersteuning wordt geboden om de resultaten te behalen, zoals beschreven in het leefzorgplan. 4. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval gemotiveerd vastgelegd: a. welke de te verstrekken maatwerkvoorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is, dit wordt beschreven in het leefzorgplan; b. wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt; d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; e. de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden. 5. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking in ieder geval gemotiveerd vastgelegd: a. voor welk beoogd resultaat het pgb dient te worden aangewend, dit wordt beschreven in het leefzorgplan; b.

wat de ingangsdatum en de duur van het pgb is; c. welke kwaliteitseisen gelden voor de maatwerkvoorziening; d. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe gekomen is; e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb;

f.

de rechten en plichten die aan het ontvangen van een pgb zijn

verbonden. 6. Als sprake is van een te betalen bijdrage in de kosten, wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

Artikel 13. Persoonsgebonden budget 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget is toereikend voor de aanschaf van een passende voorziening. 2. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura. 3. Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 4. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten. 5. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 6. Tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval wordt er geen

Artikel 15: Wederkerigheid Rondom wederkerigheid adviseert het college om deze in de verordeningen van het sociaal domein op te nemen, bij de leerlingenvervoer verordening is deze reeds opgenomen in de verordening vastgesteld in juni 2021. Met dit artikel geven we de consulenten handvaten om het gesprek aan te gaan met de inwoner wat we voor elkaar in de gemeenschap kunnen betekenen. Het is niet wettelijk vastgelegd dat we wederkerigheid mogen meewegen in het nemen van een besluit, dit maakt dat dit geen harde en verplichte regel is maar vooral gebruikt zal worden om het goede gesprek met elkaar te voeren om de gemeenschap met elkaar te versterken. Artikel 17: Regels voor pgb Betreft een regionaal advies naar aanleiding van Sturing en Inkoop. Lid 1 is toegevoegd om de inwoner duidelijkheid te geven waarvoor een PGB aangevraagd kan worden. lid 2 is toegevoegd en noodzakelijk voor het sturen op de kwaliteit van een PGB dienstverlenging. Deze nieuwe tekst is geschreven naar aanleiding van verschillende uitspraken van de CRvB waarbij deze juridisch krachtiger is om met de inwoner voorwaarden af te kunnen spreken over zijn/haar pgb besteding. Nieuwe tekst: Artikel 17. Regels voor pgb 1. Een pgb kan aangevraagd worden voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren.

persoonsgebonden budget verstrekt voor ondersteuning uit het netwerk. 7. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget.

2. Voor de invulling van een pgb worden dezelfde kwaliteitseisen gesteld zoals deze ook gesteld zijn binnen zorg in natura. a. Het college stelt over deze inhoudelijke eisen nadere regels op; b. Voor diensten geldt dat dezelfde kwaliteitseisen gevraagd worden als binnen de ZIN contracten. 3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt budgetplan, dit kan ook een gezamenlijk opgesteld leefzorgplan zijn als bedoeld onder artikel 9 waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere i. maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van

ii.

een persoon die behoort tot het sociale netwerk; i.

b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief: waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken;

ii.

waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken;

iii.

waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in artikel 14 lid 4 gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende

diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; wordt, indien van toepassing, aangevuld met een vergoeding

iv.

voor onderhoud en verzekering; tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden

v.

betaald. 4. Voor dienstverlening wordt de hoogte van het pgb als volgt opgebouwd a. het tarief of de prijs, bedoeld in artikel 15 tweede lid, onderdeel b, onder i., wordt voor de maatwerkvoorzieningen waarin een dienstverlening geleverd wordt als volgt berekend: PGB via organisatie met zorgprofessionals is gelijk aan i. 100% van goedkoopst compenserende natura maatwerkvoorziening; ii.

PGB via ZZP'ers of via micro-organisaties is gelijk aan 75% van goedkoopst compenserende natura maatwerkvoorziening;

iii.

PGB via sociaal netwerk is gelijk aan minimumloon.

5. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste compenserende in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura.

PGB Beschermd wonen Gemeente Venlo adviseert deze op te nemen en regionaal uniform hierin te werken. Artikel 18 is toegevoegd. Dit artikel is nodig om PGB van Beschermd wonen lokaal uit te voeren. Nieuwe tekst: Artikel 18. De hoogte van een pgb beschermd wonen 1 wordt gebaseerd op de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura, en bedraagt bij: a. professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura; b. gediplomeerde ZZP’ers, maximaal 90% van de goedkoopst passende voorziening in natura; c. niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk: 75% van het tarief voor professionele hulp, tot een maximumbedrag van € 20 per uur; 2. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt structureel behoefte heeft aan aanvullende ondersteuning kan in uitzonderlijke gevallen een toeslag intensieve ondersteuning toegekend worden. Deze toeslag wordt toegekend indien er: a. als een gevolg van een lichamelijke of somatische aandoening, inzet van (verpleegkundige) ondersteuning nodig is aanvullend op beschermd wonen en/of; b. er sprake is van dermate complexe psychiatrische problematiek, in combinatie met ernstige gedragsproblematiek, waardoor er inzet van begeleiding nodig is aanvullend op beschermd wonen. 3.

Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt behoefte heeft aan een geregisseerde dagbesteding, kan er een toeslag dagbesteding aanvullend op beschermd wonen worden toegekend. 4. Voor de toepassing en berekening, wordt in de basis uitgegaan van fictief aantal te leveren uren: a. voor beschermd wonen acht uur ondersteuning per week.

Oude tekst: Artikel 16. Intrekking 1. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Artikel 18. Terugvordering 1. Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. 2. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens 3. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.

Artikel 19. Opschorting betaling uit het pgb Artikel 19 is toegevoegd om het college de mogelijkheid te geven om de pgb betaling op te schorten wanneer er vermoeden is van oneigenlijk gebruik. Zonder dit artikel kan het SVB de opschorting niet uitvoeren. Deze maatregel komt bijna niet voor en is binnen de gemeente Beesel nog niet voorkomen. wanneer het wel noodzakelijk is dan moet deze maatregel in de verordening vastgelegd worden. Artikel 20. Artikel 20. Is in samenwerking met de regio beschreven met onze toezichthouders kwaliteit en rechtmatigheid. Deze artikelen zijn noodzakelijk om zowel bij rechtmatigheid als kwaliteit toezicht te houden. Artikel 20. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1 Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

2 Onverminderd artikel 2.3.8 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3 Onverminderd artikel 2.3.10 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt langer dan 6 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of f. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 4 Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5 Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6 Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. Hoofdstuk 5 Eigen bijdrage Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 25. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen. Artikel 25 is toegevoegd naar aanleiding van landelijk advies. Het college dient kenbaar te maken in haar verordening welke voorzieningen zij wenst uit te sluiten van het abonnementstarief. Daarvoor dient dit artikel waarin inwoners in de verordening kenbaar gemaakt wordt welke voorzieningen geen eigen bijdrage voor gevraagd wordt. Het college adviseert om de algemene voorzieningen zoals de open inloop locaties, wensbus kortdurend verblijf en overige gemeenschapsactiviteiten uit te

sluiten van de eigen bijdrage. Het college adviseert tevens om het collectief vraagafhankelijk advies, de Omnibuzz uit te sluiten van het abonnementstarief. Artikel 25 lid 1e is toegevoegd naar aanleiding van regionaal advies. Vanaf 1-1-2022 mogen aanbieders dagbesteding voor de maaltijden een vergoeding vragen. Wettelijk zijn we niet verplicht om dagbesteding inclusief maaltijden te bieden. Nieuwe tekst: Artikel 25. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van: a. collectief vraag afhankelijk vervoer, de Omnibuzz, ter hoogte van 0,83 per zone; b. wensbus gemeente Beesel, €1,50 in Beesel, Offenbeek en Reuver. Naar zorg gerelateerde bestemmingen in Belfeld, Swalmen en tegelen €2,00 en €3,00 naar ziekenhuis Roermond en Venlo; c. dagbesteding met laag intensieve ondersteuning, de open inloop locaties mogen hun eigen bijdrage vragen voor het bieden van de activiteiten en drinken en eten; d. kortdurend verblijf- of respijtzorg met laag intensieve ondersteuning, ter hoogte van €35 per etmaal; e. Dagbesteding geleverd vanuit een traject zoals bedoeld onder artikel 2 lid 1 d, f en g mag voor de lunch en koffie een eigen bijdrage vragen. f.

overige gemeenschapsactiviteiten; enkele voorbeelden hierin maar niet uitputtend zijn: sportactiviteiten, spelavonden, trainingen voor welbevinden, of overige activiteiten. De organisator van deze gemeenschapsactiviteiten is vrij om een bedrag te vragen bij de cliënt voor het aanbieden van haar activiteit. 2. Kosten zoals bedoeld onder artikel 24 lid 1a kunnen jaarlijks afwijken van deze verordening door indexatie van het product of ander gemeentelijk beleid. De meest actuele bijdrage zullen gepubliceerd worden op de website van de gemeente Beesel en Omnibuzz.

3. De bijdragen als bedoeld onder artikel 24 lid 1 b t/m d kunnen jaarlijks wijzigen, de organisatie van deze algemene voorzieningen is vrij om haar eigen bijdrage te bepalen. Artikel 19. Bijdrage in de kosten De oude tekst is aangepast naar meest recente tekst passend bij abonnementstarief.

Artikel 26. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s De tekst is aangepast waarin kenbaar gemaakt is wat de hoogte is van het abonnementstarief, lid 2 en wat uitzonderingsmogelijkheden zijn, lid 3.

Oude tekst Artikel 19. Bijdrage in de kosten 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget. 2. Het college kan een bijdrage voor een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, doen gelden. 3. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 4. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: a. door een aanbesteding; b. na een consultatie in de markt, of; c. in overleg met de aanbieder. 5. De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het verstrekte bedrag. 6. De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het uitvoeringsbesluit. 7. De bijdragen in de kosten van een maatwerkvoorziening worden door het CAK vastgesteld en geïnd. 8. Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394

Nieuwe tekst: Artikel 26. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, exclusief rolstoelen, dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, zoals overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 3. Wanneer bijdrage een beperking vormt om de zorg te ontvangen dan kan het college in het kader van maatwerk naar aanleiding van een gesprek als bedoeld onder artikel 8 besluiten de wettelijke eigen bijdrage te verminderen of volledig in te trekken. 3. De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; 4. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 5.

De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is

van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en; b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Artikel 27. Eigen bijdrage maatschappelijke opvang en beschermd wonen Artikel 26 is toegevoegd zodat de gemeente Venlo maatschappelijke opvang en beschermd wonen kan uitvoeren en het hierbij horende innen van de eigen bijdrage. Artikel 27. Eigen bijdrage maatschappelijke opvang en beschermd wonen 1. de eigen bijdrage voor Beschermd Wonen, in natura in de zin van de Wmo 2015, gebaseerd op het maximum dat op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is toegestaan; 2. Voor cliënten in de opvang van de vrouwenopvang bedraagt de eigen bijdrage € 227,50 per maand, waarbij de cliënten zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse voeding. 3. De eigen bijdrage voor voltijdsopvang wordt voor de cliënt bepaald per maand, waarbij de bijdrage is verschuldigd voor iedere dag dat de cliënt gebruik maakt van de voltijdsopvang. 4. Bij de toepassing van de hardheidsclausule voor cliënten met aantoonbare dubbele woonlasten, wordt de eigen bijdrage verminderd met een forfaitair bedrag, gelijk aan 20% van de geldende bijstandsnorm.

Artikel 28. Artikel 28 is toegevoegd naar aanleiding van een advies van gemeente Venlo. Deze moet vastgesteld worden om een eigen bijdrage te kunnen innen voor winteropvang en acute opvang. Dit zijn ‘nieuwe/ doorontwikkelde’ voorzieningen ontstaan vanuit de regionale inkoop Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang.

Artikel 28. eigen bijdrage winteropvang, acute opvang 1. Voor gebruikers van de winteropvang tijdens de duur van de winter- en of kouderegeling geldt dat er geen eigen bijdrage verschuldigd is. 2. Gedurende de onderzoeksperiode (conform de beleidsregel landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR627184) is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd voor acute opvang. Deze periode is gemaximeerd tot 2 weken. 3. Vanwege de complexiteit van de zorgvraag van sommige inwoners kan het college besluiten tot verlengd en verdiepend onderzoek naar de zorgvraag en het organiseren van een passende oplossing (conform de beleidsregel landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR627184). Het gaat hierbij om personen (met of zonder kinderen) uit de regio Noord- en Midden-Limburg die verblijven in de acute opvang. Indien de termijn van 2 weken verlengd wordt, kan het college besluiten dat de cliënt ook voor deze periode geen eigen bijdrage verschuldigd is 4. Het is de opvanginstelling toegestaan personen (met of zonder kinderen) die verblijven in de acute opvang een vergoeding te vragen voor verstrekte maaltijden. De hoogte van deze vergoeding is gelijk aan die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) berekent als gemiddelde voedingskosten.

https://www.nibud.nl/consumenten/wat-geeft-u-uit-aan-voeding/

Hoofdstuk 6 Kwaliteit en Veiligheid Bestaande tekst Artikel 22. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorzieningen door derden

Nieuwe tekst Artikel 30. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

1. Het college houdt bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten en voorzieningen, rekening met een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit, waaronder de deskundigheid van het personeel van de aanbieder en de daarbij passende arbeidsvoorwaarden. 2. Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen gelden voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit.

Het college dient kenbaar te maken in haar verordening hoe zij haar producten en diensten inkoopt en hoe zij haar kwaliteit waarborgt. De nieuwe tekst geeft dit correct weer. Nieuwe tekst: Artikel 30. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden. 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1°. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en 2°. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3.

Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis- en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

Artikel 23. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldincidenten bij de levering van een voorzieningen door een aanbieder. 2. Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere voorwaarden gelden.

Artikel 31. Meldingsregeling calamiteiten en geweld In artikel 31 is de toezichthouder kwaliteit Wmo toegevoegd. Het college is wettelijk verplicht om een melding en calamiteiten regeling te treffen en kenbaar te maken hoe deze geregeld is. Daarnaast dient het college kenbaar te maken hoe meldingen opgepakt worden. Nieuwe tekst: Artikel 31. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regionale regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar hierna te noemen toezichthouder kwaliteit Wmo. 3. De toezichthouder kwaliteit Wmo, bedoeld in artikel 6.1, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college jaarlijks over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Hoofdstuk 7: Klachten, medezeggenschap en inspraak Bestaande tekst Hoofdstuk 8 Artikel 27. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

Nieuwe tekst Artikel 34. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Lid 2 en 3 zijn toegevoegd bij de oude tekst gezien landelijk juridisch aangeeft dat deze tekst toegevoegd dient te worden aan de verordening. Artikel 34. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens

artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt een adviescommissie in, die belast wordt met de taak gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordening en beleidsvoorstellen, waarin wordt voorzien in de benodigde ondersteuning om haar taken uit te voeren. 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen genoemd in de voorgaande leden.

Hoofdstuk 8: Overgangsrecht en slotbepaling Oude tekst Artikel 30. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Wmo verordening gemeente Beesel 2015, vastgesteld op 15 december 2014 door de gemeenteraad van Beesel wordt ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Wmo verordening gemeente Beesel 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder Wmo verordening gemeente Beesel 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van Wmo verordening gemeente Beesel 2016, worden afgehandeld krachtens de Wmo verordening gemeente Beesel 2015. 4. Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. 5. Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Wmo verordening gemeente Beesel 2015, geschiedt op grond van Wmo verordening gemeente Beesel 2015 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. 6. Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken.

Artikel 37. Intrekking oude verordening en overgangsrecht De tekst is aangepast zodat de huidig geldende verordening ingetrokken wordt en de nieuwe verordening wordt vastgesteld. Nieuwe tekst Artikel 37. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening Voorzieningen Wmo 2016, vastgesteld op 16 juni 2016 door de gemeenteraad van Beesel wordt ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Voorzieningen Wmo 2016, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Voorzieningen Wmo 2016 en waarop nog niet beslist is worden afgehandeld krachtens de verordening Wmo 2016. 4. Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. 5. Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening Voorzieningen Wmo 2016, geschiedt op grond van de Verordening

Voorzieningen Wmo 2016 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. 6. Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Artikel 38. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wmo Beesel 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=77e07239-82a1-4dc6-96b5-4099063a43fc