Vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan de gemeenteraad ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.
34
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
Artikel 16
Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Ouddorp 24 te Beesel'.
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
35
36
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
37
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
38
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
Landschappelijke inpassing Ouddorp 24 gemeente Beesel
Definitief november 2020
colofon
projectnaam landschappelijke inpassing Ouddorp 24 datum 26 november 2020 projectnummer P03150 opdrachtgever KE BRO projectleider SR projectteam RT IB bron kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Ruimtelijke situatie
4 4 4 6
2
Inpassingsplan 2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Beplantingsindicatie
7 8 8
26 november 2020
3
Inleiding
landschappelijk inpassingsplan
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en initiatief
De eigenaar van locatie Ouddorp 24 in Beesel heeft het voornemen de huidige agrarische bestemming te wijzigen naar een woonbestemming. De projectlocatie betreft een voormalige veehouderij bestaande uit een woonhuis, aangebouwde stallen/ opslagruimten en bijgebouwen. Op het perceel rust de enkelbestemming ‘Agrarisch Bouwperceel’ op basis van het op 20 juni 2016 vastgestelde bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden’ van de gemeente Beesel. Binnen deze bestemming is regulier wonen niet toegestaan. Om het initiaief toch mogelijk te kunnen maken moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. De gemeente Beesel heeft aangegeven mee te willen werken aan het initiatief in het principebesluit van 14-07-2020.
Een voorwaarde voor principemedewerking is onder andere het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavige rapportage stelt inrichtingsmaatregelen voor ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing, opdat de ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
1.2
Kaders en uitgangspunten
Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Plangebied Het plangebied betreft de locatie Ouddorp 24 en staat kadastraal bekend als Beesel, sectie A, nummers 3457, 3477, 3475 en 3268. De straat Ouddorp is gelegen aan de westzijde van de kern Beesel in een landelijke omgeving met verspreid liggende woningen en enkele agrarische bedrijfspercelen. Binnen de projectlocatie bevindt zich een karakteristieke boerderij met authentieke elementen, enkele agrarische bijgebouwen en weidegrond die aansluit op de Maasdijk. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 3.761 m². Planvoornemen De wens van de initiatiefnemer is om het huidige woonhuis te renoveren en uit te breiden aan de achterzijde. De bestaande agrarische opstallen op het perceel worden gesloopt. Parkeren is voorzien op het voorerf. Aan de voorzijde van het perceel wordt een hekwerk geplaatst van ca. 2m. hoog. Figuur 2 illustreert het ontwerp van de renovatie en uitbreiding. Beleidskaders Op de locatie zijn verschillende beleidsregimes van toepassing. Hieronder is beknopt weergeven welke uitgangspunten relevant zijn voor of van toepassing zijn op het planvoornemen.
Figuur 1: Aanduiding plangebied
26 november 2020
Figuur 2: Verbouwing woning te Beesel 4
Inleiding
landschappelijk inpassingsplan
Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 Ingevolge het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) is het woon- en bedrijfsgedeelte aangewezen als ‘Overig bebouwd gebied’. Binnen dit gebied is wonen toegestaan. Het zuidwestelijke gedeelte van de planlocatie is aangewezen als ‘Bronsgroene landschapszone’ en het noordwestelijke gedeelte als ‘zilvergroene natuurzone’. Laatstgenoemde zoneringen streken tot respectievelijk het versterken van de kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie en de ontwikkeling van natuurwaarden.
van de woonomgeving en natuurlijke omgeving staan hierbij voorop. Ook moet het dorpse karakter van de bebouwing en omgeving behouden blijven. Er moet divers gebouwd worden, zodat alle doelgroepen (starters, gezinnen met jonge kinderen en senioren) een plaats kunnen krijgen. Uit de Structuurvisie volgt ook dat het aantal agrarische bedrijven afneemt.
Structuurvisie Beesel 2013 Op 13 oktober 2013 heeft de gemeente Beesel de ‘Structuurvisie Beesel’ vastgesteld. Daaruit volgt dat op het onderdeel wonen ontwikkelingen in de kern Beesel zo veel mogelijk in samenspraak met het dorp worden aangegaan. In de Toekomstvisie 2030 wordt de gemeente gezien als een ideale en onderscheidende woongemeente. Kwaliteit
Onderhavig initiatief betreft de herontwikkeling van een pand ten behoeve van de realisatie van een reguliere woonfunctie. Het planvoornemen is een voorbeeld van een kleinschalige inbreiding, waarbij in lijn met de huidige vraag naar woningen, wordt voorzien in de realisatie van een reguliere woning ten behoeve van diverse doelgroepen. Hiermee wordt aangesloten bij de speerpunten als het bieden van ruimte aan een passende woningbehoefte waarbij een bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. De voorgenomen ontwikkeling past kortom binnen
Figuur 3: Provinciaal omgevingsplan Limburg (POL 2014)
Figuur 4: Bestemmingsplan
26 november 2020
de beleidskaders zoals deze in de Structuurvisie Beesel zijn geschetst. Landschapsontwikkelplan Beesel 2011 De planlocatie behoort tot het landschappelijk deelgebied Maasdal - Laagterras (Landschapsontwikkelplan Beesel 2011), gekenmerkt door landbouwgronden binnendijks en natuur in de uiterwaarden. Behoud en versterking van de karakteristieke openheid en het versterken van de randen van het Maasdal gelden in dit gebied als de belangrijkste opgaven. Bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden’ 2016 In het op 20 juni 2016 vastgestelde bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden’ van de gemeente Beesel heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch - Bouwperceel’ en de dubbelbestemmingen: - ‘Waarde – Archeologie 1’; - ‘Waarde – Beschermd Dorpsgezicht’; - ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ en - ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’. Daarnaast is er een ruim bouwvlak aanwezig. Met de planuitwerking dient met deze dubbelbestemmingen rekening te worden gehouden, waarbij binnen de dubbelbestemmingen ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ en ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ niet mag worden gebouwd.
5
Inleiding
landschappelijk inpassingsplan
1.3
Ruimtelijke situatie
De locatie is gelegen op een dalvlakteterras van de Maas, op de overgang van de hogere gronden ter hoogte van Beesel naar de uiterwaarden van de rivier. De dijkstructuren langs de uiterwaarden (Maasdijk) vormden daar een goede basis om wegen en woningen te bouwen. De omgeving Ouddorp kenmerkt zich door aanwezigheid van kransakkerdorpen (esdorpen). Een kransakkerdorp is een nederzetting dat is ontstaan uit een buurtschap, waarbij boerderijen om een akkercomplex waren gelegen. Veelal ligt de bebouwing gegroepeerd langs kronkelige wegen die op verhogingen in het landschap voorkomen. Tussen deze dorpen vindt er een afwisseling plaats van akkers, weiden, en bossen. Deze setting is goed te zien op de historische kaarten van omstreeks 1900 - 1950. Het buurtschap Ouddorp bestaat uit een aaneenschakeling van bebouwde percelen, bestemd voor wonen of ander gebruik, waarbij deze zijn ingevuld met bebouwing en opgaand tuingroen.
Figuur 5: 1900 (Bron: topotijdreis)
Figuur 6: 1950 (Bron: topotijdreis)
Figuur 7: 2000 (Bron: topotijdreis)
Figuur 8: 2019 (Bron: topotijdreis)
Het plangebied is te beschouwen als een perceel dat ruimtelijk gezien onderdeel uitmaakt van het historische bebouwingslint van Ouddorp waarlangs sedert eeuwen wordt gewerkt, gewoond en geleefd. Veel van de bebouwing in Ouddorp staat evenwijdig aan de weg. Omstreeks 1950 waren grote kavels in gebruik als weiland of bouwland. Later werd er ruimte gemaakt voor boomgaarden, dat in 2019 werd afgeschaalt. De afwisseling van open weilanden en boomgaarden zijn nog altijd ondereel van het landschap van Beesel.
26 november 2020
6
Inpassingsplan
landschappelijk inpassingsplan
2
Inpassingsplan Zoekgebied beoogde paardenstal
Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Nevenstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Aanplant leibomen langs westzijde woonperceel 2. Aanplant knip/scheerhagen (ca. 2m hoog) 3. Aanplant hoogstamgaard 4. Aanplant solitaire boom in open veld 5. Ondergrondse grindkoffer t.b.v. hemelwaterberging
te amoveren bebouwing
renovatie bestaande bouw en aanbouw achterzijde
4 5
Bestaand stedelijk gebied* Weide
1 bestaande inrit
3
2
Figuur 9: Inpassingsplan. Zie bijlage 1 voor het landschappelijk inpassingsplan op schaal.
26 november 2020
7
Inpassingsplan
landschappelijk inpassingsplan
2.1
Inrichtingsmaatregelen
1. Aanplant leibomen westzijde woonperceel Door leibomen aan te planten wordt het zicht op de woning vanuit het zuiden gebroken. De leibomen (5 stuks) zijn aan de linkerzijde van de inrit gesitueerd en worden in de haag achter het hekwerk geplaats. Op deze manier verzachten en meer diepte te creëren in het achterliggende landschap. 2. Aanplant knip/scheerhagen (ca. 2m hoog) Langs het voorerf en de hoogstamgaard wordt er een hoge knip/scheerhaag aangeplant van ca. 2m hoog. Deze haag zal aan de binnenkant van het hekwerk worden geplaatst ter inpassing van het voorerf. De haag kadert de verschillende ruimtes (voorerf en hoogstamgaard) en zorgt voor een groene aanblik. 3. Aanplant hoogstamgaard Aan de straatzijde, op het hogere gedeelte van het perceel is een hoogstamgaard gesitueerd ten westen van de inrit. Dit landschapselement brengt de kleinschaligheid rondom het erf terug en biedt een meerwaarde voor insecten en kleine faunasoorten. Daarnaast sluit het element goed aan bij de cultuurhistorie van het gebied. Van vroeger uit waren er meerdere gronden rondom Ouddorp in gebruik als boomgaard. 4. Aanplant solitaire boom in open veld In het open weideveld wordt een grote solitaire boom aangeplant om op deze manier zichtlijnen en diepte te creëren op het achtererf. Tevens biedt de boom schuilgelegenheid voor het kleinvee.
26 november 2020
5. Ondergrondse grindkoffer t.b.v. hemelwaterberging Om te kunnen voorzien in de waterbergingsopgave is een ondergrondse grindkoffer voorgesteld binnen het bouwvlak. De exacte maat-en uitvoering hiervan zal nader worden bepaald.
2.2
Beplantingsindicatie
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaande tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. maatregel
omvang/stuks
sortiment
plantverband
Leiboom
5 st.
Leilinde
Enkele rij met plantafstand tussen de 3 a 4 meter. Aanplantmaat 16-18 (stamdiameter). Eindhoogte 4m.
Knip/scheerhaag
ca. 88m1/ 620 st.
Gewone beuk
Dubbele rij driehoekverband, 7stuks per m1. Aanplantmaat 120-160cm. Eindhoogte 2m.
Solitaire boom
1 st.
Bijv: • Rode beuk • Paardenkastanje • Koningslinde • Nooteboom
Op locatie nader te bepalen Aanplantmaat 16-18 (stamdiameter) Eindhoogte 20m.
Hoogstam bomen
10 st.
Bijv: • Mispel • Gewone appel • Wilde peer
Grid van 10 x 10m, aanplant in groepen van 3 tot 5 stuks van dezelfde soort.
8
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01
Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten aan-huis-gebonden bedrijvigheid
48
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
Staat van bedrijfsactiviteiten aan-huis-gebonden bedrijvigheid
SBI-1993
SBI-2008
221
581
2223
1814
223
182
361
9524
511
SVB02-0252146-01B
VOLGNR OMSCHRIJVING Uitgeverijen (kantoren)
CATEGORIE 1
Grafische afwerking
1
Reproduktiebedrijven opgenomen media
1
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m²
1
461
Handelsbemiddeling (kantoren)
1
527
952
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
1
61, 62
50, 51
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
1
6322, 6323
5222
Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)
1
633
791
Reisorganisaties
1
634
5229
1
642
61
A
Expediteurs, cargadoors (kantoren) Telecommunicatiebedrijven
65, 66, 67
64, 65, 66
A
Banken, verzekeringsbedrijf/kantoor
1
70
41, 68
A
Verhuur van en handel in onroerend goed
1
72
62
A
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
1
732
722
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
1
74
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 9602
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Schoonheidspecialist op afspraak
1
9302 9302
9602
1
9305
9609
Kapper op afspraak Persoonlijke dienstverlening niet elders genoemd
A 2
A
A
B
Pagina 1 van 1
1
1 1
Bestemmingsplan ‘Ouddorp 24 te Beesel’ *HPHHQWH%HHVHO %LMODJHQERHN
Bestemmingsplan ‘Ouddorp 24 te Beesel’ *HPHHQWH%HHVHO %LMODJHQERHN
Rapportnummer:
P03150_bijlagen
IMRO:
NL.IMRO.0889.BPOuddorp24-VA01
Datum:
11 augustus 2021
Projectleider BRO:
HLe
Trefwoorden:
--
Bron foto kaft:
Hollandse Hoogte 14
Beknopte inhoud:
--
BRO Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
2XGGRUSWH%HHVHO
,QKRXGVRSJDYH
%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ
%LMODJH
0HOGLQJ5LMNVZDWHUVWDDW
%LMODJH
9HUNHQQHQGERGHPHQDVEHVWRQGHU]RHN
%LMODJH
5DSSRUWDJHPHWELMODJHVERGHPVDQHULQJ
%LMODJH
$HULXVQRWLWLH
%LMODJH
4XLFNVFDQIORUDHQIDXQD
%LMODJH
5HDFWLH5LMNVZDWHUVWDDW
%LMODJH
%HRRUGHOLQJDDQYXOOHQGHPHOGLQJ5LMNZDWHUVWDDW
2
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
3
%LMODJH 0 HOGLQJ5LMNVZDWHUVWDDW
4
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
Van: "Noorden-van Erp, Monique van (ZN)" <monique.van.noorden@rws.nl> Datum: 8 april 2021 om 08:18:52 CEST Aan: kelly-engelen@hotmail.com Onderwerp: melding positief beoordeeld plaatsen erfafscheiding de heer F. Erdkamp te Beesel RWSZ2021-00009165
Beste heer Erdkamp, mevrouw Engelen, Hierbij doe ik u de melding waterwet toekomen, welke positief is beoordeeld, voor het plaatsen van een erfafscheiding op uw perceel Outdoor 24 te Beesel. Ik hoop u met het bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Monique van Noorden Medewerker Advisering Vergunningverlening ........................................................................ Afdeling Vergunningverlening Rijkswaterstaat Zuid-Nederland Zuidwal 58 | 5211 JK 's-Hertogenbosch | kamer A1.Flex Postbus 2232 | 3500 GE Utrecht ........................................................................ M 06 52 57 12 60 T 088 797 48 80 F 088 797 48 81 monique.van.noorden@rws.nl www.rijkswaterstaat.nl ........................................................................ Water. Wegen. Werken. Rijkswaterstaat.
Retouradres Postbus 2232 3500 GE Utrecht
De heer F. Erdkamp Ouddorp 24 5954 BD BEESEL
Rijkswaterstaat Zuid-Nederland Zuidwal 58 5211 JK ‘S-HERTOGENBOSCH Postbus 2232 3500 GE UTRECHT T 088 797 4180 www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Monique van Noorden Medewerker Advisering T 06-52571260 monique.van.noorden@rws.nl
Datum 8 april 2021 Onderwerp Rivier de Maas: RWSZ2021-00009165
Ons kenmerk RWSZ2021-00009165
4
Bijlagen
Geachte heer Erdkamp, Op 1 april 2021 heeft u een melding in het kader van de Waterwet ingediend voor het plaatsen en behouden van een draadhekwerk, beukenhaag en fruitbomen op uw perceel Ouddorp 24 te Beesel, gelegen aan de rechterzijde van rivier de Maas, nabij km 92,300 te Beesel. Uw aanvraag is geregistreerd onder kenmerk RWSZ2021-00009165. Het plaatsen en behouden van een draadhekwerk en een beukenhaag op uw perceel Ouddorp 24 te Beesel, gelegen aan de rechterzijde van rivier de Maas nabij km 92,300 te Beesel, valt onder de activiteiten van ondergeschikt belang die worden benoemd in het Waterbesluit, artikel 6.12, lid 2, sub b, het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding. De werkzaamheden dienen in overeenstemming met het meldingsformulier en de desbetreffende voorwaarden uit de Waterwet te worden uitgevoerd. Tevens blijven de zorgplicht, zoals omschreven in artikel 6.15 van het Waterbesluit, en de artikelen 6.8, 6.9 en 6.15 van de Waterregeling van toepassing. Ik wijs u op uw zorgplicht zoals algemeen omschreven in artikel 6.15 van het Waterbesluit. Het kan dus zijn dat niet alle punten voor u van toepassing zijn.
Onder de zorgplicht wordt in ieder geval verstaan dat: a) de tot stand gebrachte werken door de gebruiker in goede staat worden onderhouden; b) van calamiteiten of gebreken en andere onvolkomenheden door de gebruiker onmiddellijk mededeling wordt gedaan aan de minister; c) de gebruiker alle maatregelen treft die, zowel in het belang van een vlotte en veilige verkeersregulering als in het belang van de instandhouding van het betreffende oppervlaktewaterlichaam of bijbehorend kunstwerk noodzakelijk zijn; d) de stabiliteit van oeverconstructies niet in gevaar wordt gebracht; e) na beëindiging van tijdelijke activiteiten het gebruikte deel van het oppervlaktewaterlichaam of bijbehorend kunstwerk, wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is, weer in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht;
Pagina 1 van 2
Rijkswaterstaat Zuid-Nederland
f)
tijdens de activiteit of werkzaamheden het oppervlaktewaterlichaam of bijbehorend kunstwerk bereikbaar blijft voor de beheerder en voor hulpdiensten; g) bestaand gebruik op de desbetreffende locatie redelijkerwijs zo min mogelijk hinder ondervindt, en h) het gebruikte materiaal en materieel tijdig wordt verwijderd bij zodanig hoog water dat overstroming of wegslag hiervan dreigt. i) de doorvaart van de scheepvaart, zowel in de breedte als in de hoogte, niet wordt belemmerd; j) de zichtlijnen voor de scheepvaart niet worden gehinderd; k) de zichtlijnen voor de bedienings- en begeleidingsobjecten niet worden gehinderd; l) geen hinder voor radar wordt veroorzaakt; m) geen hinderlijke uitstraling van verlichting voor het scheepvaartverkeer wordt veroorzaakt; n) geen open vuur of vuurwerk boven de vaarweg wordt aangestoken, en o) geen werken of onderdelen daarvan, materiaal of materieel uit de damwand steken.
Datum 8 april 2021
Deze brief bevat geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De toezichthoudende ambtenaar kan een controlebezoek brengen tijdens de werkzaamheden of activiteiten. Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Mocht u nog vragen hebben over de inhoud van deze brief dan kunt u contact opnemen met mevrouw M. van Noorden van Rijkswaterstaat Zuid Nederland te bereiken onder telefoonnummer 06-52571260. Hoogachtend, De minister van Infrastructuur en Waterstaat, Namens deze, het hoofd Vergunningverlening Rijkswaterstaat Zuid Nederland,
P.A.M. Smeets
Pagina 2 van 2
%LMODJH 9HUNHQQHQGERGHPHQDVEHVWRQGHU]RHN
8
Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (vastgesteld)
VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK OUDDORP 24 TE BEESEL
Rapportage verkennend bodem- en asbestonderzoek Ouddorp 24 te Beesel Opdrachtgever
Dhr. P.J. Meerts Bereklauw 65 7577 EV Oldenzaal
Rapportnummer Versienummer
12754.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
20 juli 2020
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
Ing. R.P.J. Linders
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. E. Zwerver
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 4 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 5
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 5 5.1 5.2
5.3
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 9 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Algemeen.......................................................................................................................... 5 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 5.2.1 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ................................................... 6 5.2.2 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.3 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal .............. 7 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 8 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 8 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 8
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 9 Toetsingskader ............................................................................................................... 11 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 12 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 13 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 13
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 15
12754.001
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Bodemprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering
12754.001
1
INLEIDING
De heer P.J. Meerts heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie Ouddorp 24 te Beesel. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen verkoop en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem en/of het puin. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen verkoop en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond".
Het verkennend onderzoek asbest in bodem en puin is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" en/of conform de NEN 5897+C1:2016/C2:2017 "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering, aan de achtergrondwaarden voor grond. De resultaten met betrekking tot het puin zijn getoetst aan de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 3.761 m²) is gelegen aan de Ouddorp 24 te Beesel (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Beesel, sectie A, nummers 3268, 3457, 3477 en 3475. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 19 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 199.920, Y = 364.565.
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 1 van 16
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever de heer P.J. Meerts, d.d. 30 april 2020
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Beesel
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, d.d. 15 mei 2020
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal blijkt, dat de onderzoekslocatie rond 1900 voornamelijk een agrarische bestemming had. In 1921 is de onderzoekslocatie bebouwd met een woonboerderij. In 1921 is er op het boerenerf tevens een stal/schuur gebouwd. Hierin zijn in het verleden koeien, kippen en varkens gehouden. Het overige deel van de onderzoekslocatie heeft altijd een agrarische bestemming gehad. De onderzoekslocatie is door de jaren heen niet wezenlijk veranderd. Onderstaande uitsnede met historisch kaartmateriaal (figuur 1) geeft de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving weer.
Figuur 1. uitsnede historisch kaartmateriaal
De onderzoekslocatie is momenteel nog altijd bebouwd met een woonboerderij (± 300 m²) met bijbehorende stallen (± 370 m²). De stallen zijn deels voorzien van een klinker, tegel en betonverharding.
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 2 van 16
De locatie is deels in gebruik als weiland, behorend bij het woonhuis. Het erf rondom de woonboerderij is voorzien van een klinkerverharding. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Beesel bekend, heeft er op de onderzoekslocatie opslag van oliehoudende producten in bovengrondse tanks plaatsgevonden. Het betreft hier een bovengrondse diesel tank met een inhoud van 600 l. Volgens een milieuvergunning in bezit van de opdrachtgever zou de tank in vanaf 1981 in gebruik zijn genomen. De tank is volgens het Kiwa saneringscertificaat in 2015 verwijderd. Uit het certificaat blijkt echter dat de bodem bij verwijdering van de tank niet zintuiglijk beoordeeld is of analytisch is onderzocht. In de schuur van de woonboerderij heeft in het verleden opslag plaats gevonden van smeerolie in een olievat. Het olievat heeft voor zover bekend altijd op de betonverharding gestaan. Tijdens de terreininspectie zijn hier geen oliesporen op de betonvloer aangetroffen. Econsultancy verwacht niet dat hier verontreiniging opgetreden is met minerale olie en/of PAK. Ter verificatie is boring A11 nabij de voormalige locatie van het olievat geplaatst. In de schuur zijn in het verleden bestrijdingsmiddelen opgeslagen geweest. Deze middelen bevonden zich in een kleine kast aan de muur van de werktuigberging.
Gelet op de kleinschalige opslag van deze middelen, alsmede de betonverharding onder dit kastje, wordt niet verwacht dat hier in het verleden verontreinigingen ontstaan zijn met OCB (organochloorbestrijdingsmiddelen). Volgens de opdrachtgever heeft er in het verleden asbesthoudende dakbedekking op de stal gelegen. Dit is gebleken uit een asbestinventarisatierapport van Fibrecount uit 2014. De asbesthoudende dakbedekking is door AB Werkt in 2014 verwijderd. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de locatie te verkopen. 3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Beesel blijkt, niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 3 van 16
3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordwestzijde bevindt zich een dijk. Deze dijk biedt bescherming tegen overstroming van de Maas; aan de noordoostzijde bevindt zich een woonhuis met bijbehorende siertuin; aan de zuidoostzijde bevindt zich een openbare weg (Ouddorp). Aan de overzijde bevindt zich een woonhuis met bijhorende siertuin en een kerkhof; aan de zuidwestzijde bevindt zich een deel van de dijk en een agrarisch perceel. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Afgezien van de potentiële bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging, die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven, zijn er tijdens de terreininspectie geen aanvullende potentiële bronnen aangetroffen. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Overige woonbebouwing”, van het gebied waarvoor de gemeenten Beesel, Leudal, Maasgouw en Roermond gezamenlijk een “Nota bodembeheer Regio Maas & Roer 2011-2021” hebben opgesteld. Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "Overig”. Uit de gegevens van de hierboven genoemde bodemkwaliteitskaart blijkt dat in de bovengrond de parameters voor cadmium, kwik, lood, molybdeen, zink en PAK regionaal licht verhoogd voorkomen. In de ondergrond komen de parameters voor lood, molybdeen, zink en PAK regionaal licht verhoogd voor. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De provincie Limburg heeft specifieke beleidslijnen geformuleerd met betrekking tot deze regionaal verhoogde concentraties van metalen in het grondwater (zie “Beleidskader bodem, actualisatie 2016”, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Limburg op 26 juli 2016). Voor het gebied waarin onderhavige onderzoekslocatie is gelegen, is géén asbestkansenkaart vastgesteld.
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 4 van 16
3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een Radebrikgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit fijnzandige lichte zavel. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 15 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 4 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordwestelijke richting de Maas. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een drietal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 2.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte
A
gehele locatie
3.950 m
B
vml. bovengrondse dieseltank 600 l
< 10 m2
2
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
metalen, minerale olie, PAK, asbest (erf)
VED-HE-NL
minerale olie
VEP
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707: VEP : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig
Verkennend onderzoek asbest in puin (NEN 5897) Op basis van de huidige informatie is geconcludeerd dat het boerenerf onderzocht dient te worden volgens de strategie voor “afgedekt funderingslagen”. De doelstelling van het onderzoek is om na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest terecht is.
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuizen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen opgenomen. Bijlage 3b bevat foto’s van het opgegraven en gezeefde materiaal. Het veldwerk is op 28 mei, 10 juni en 17 juni 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heren N.W.M. Snippe en drs. H.C. Nabben. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerkers voor de protocollen 2001 en 2018 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Het veldwerk voor het protocol 2001 is
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 5 van 16
op 28 mei 2020 uitgevoerd en het onderzoek voor het protocol 2018 inclusief het spitzen van de peilbuizen heeft op 10 juni 2020 plaatsgevonden. 5.2
Grondonderzoek
5.2.1
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest
Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte en/of asbesthoudende materialen aangetroffen. In tabel 3 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 3.
Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte van geïnspecteerde locatie
3.950 m²
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Geen
Weersomstandigheden
Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m
Zand, klei/leem en/of veen
Zand
Los of (deels) vastgereden
Los
Geen/matige vegetatie
Geen
Geschatte inspectie-efficiëncy (tabel 2 NEN 5707)
90-100 %
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
5.2.2
Uitvoering veldwerk
Op de gehele onderzoekslocatie zijn met behulp van een edelmanboor in totaal 18 boringen geplaatst en 7 asbestinspectiegaten gegraven. Tabel 4 geeft een overzicht van de verdeling van de boringen, de gaten en de peilbuizen en het aantal grondmengmonsters per deellocatie. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. Voor het plaatsen van de peilbuizen is, in verband met de aanwezigheid van een sterk grindige zandlaag, gebruik gemaakt van de zogenaamde "verloren punt" methode. Tabel 4.
Onderzoeksopzet Veldwerk Deellocatie
Boringen/peilbuizen/asbestinspectiegaten
Analyses Verharding
Grond
Grondwater
A
gehele locatie
12 (1,0 m -mv) 2 (2,0 m -mv) 1 (peilbuis) 7 (gaten)*
onverhard/beton
standaardpakket (6x) asbest (kwantitatief) (2x)
standaardpakket (1x)
B
vml. bovengrondse dieseltank
2 (1,0 m -mv) 1 (peilbuis)
onverhard
minerale olie (4x)
minerale olie (1x)
nader bodemonderzoek
4 (1,0 m -mv)
onverhard
minerale olie (4x)
-
* De asbestinspectiegaten hebben een afmeting van 0,3 x 0,3 x 0,5 m. De gaten zijn enkel geplaatst ter plaatse van het met klinkers bestraatte erf, gezien hier zich asbestverdachte materialen (baksteen) in de bodem bevinden.
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 6 van 16
5.2.3
Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot uiterst siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus en zwak grindhoudend. De ondergrond bestaat voornamelijk uit sterk zandige leem dat zeer plaatselijk overgaat in een kleilaag (boring A01). Bovendien is de ondergrond plaatselijk zwak tot matig gleyhoudend en grindhoudend. De bodem op de onderzoekslocatie is wisselend zwak kolengruishoudend. In de bovengrond onder de klinkerverharding en de stal zijn in verschillende gradaties puin, baksteen, aardewerk, slakken en beton aangetroffen. Plaatselijk bevindt zich onder de klinkerverharding een volledige puinlaag. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank (deellocatie B) is tijdens de veldwerkzaamheden geen olie-waterreactie waargenomen. Tijdens de werkzaamheden zijn er zintuiglijk geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Tabel 5 geeft een overzicht van de bijzonderheden en zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal per deellocatie zijn aangetroffen. Tabel 5.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Boornummer
Einddiepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
opmerkingen
Deellocatie A: gehele locatie A03
1,00 (gestuit op grind)
0,50 - 1,00
zwak kolengruishoudend
A05
1,00
0,50 - 1,00
zwak kolengruishoudend
A06
3,80 (gestuit of grof grind)
-
-
A08
0,50 (gestuit op baksteenlaag)
0,00 - 0,50
-
A09
1,00
0,00 - 0,30
zwak baksteenhoudend
A10
1,00
0,14 - 1,00
zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend
A11
1,00
0,14 - 0,50
matig baksteenhoudend, matig kolengruishoudend, matig aardewerkhoudend, zwak betonhoudend
0,50 - 1,00
zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend
0,14 - 0,50
matig slakhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend
A12
1,20 (gestuit op baksteenlaag)
0,50 - 0,80
zwak kolengruishoudend, matig baksteenhoudend
A13
1,00 (gestuit op baksteenlaag)
0,50 - 0,70
zwak baksteenhoudend, matig betonhoudend
0,70 - 1,00
zwak kolengruishoudend
A14
2,00 (gestuit op baksteenlaag)
0,50 - 1,20
zwak kolengruishoudend
A15
1,00
0,00 - 0,50
zwak betonhoudend
0,50 - 1,00
zwak kolengruishoudend
A10ab
0,50
0,10 - 0,50
zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend
A11ab
0,50
0,10 - 0,50
volledige puinlaag
A12ab
0,50
0,10 - 0,50
volledige puinlaag
A13ab
0,50
0,05 - 0,50
sterk puinhoudend, matig glashoudend
A14ab
0,50
0,08 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A15ab
0,50
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 7 van 16
Tabel 5 (vervolg). Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen Boornummer
Einddiepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
opmerkingen
A16ab
0,50
0,09 - 0,20
zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend
0,20 - 0,50
uiterst puinhoudend
Deellocatie B: vml. bovengrondse dieseltank B01
1,00
0,00 - 0,50
zwak betonhoudend
B02
5,95
0,00 - 0,20
matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend
0,50 - 1,00
zwak kolengruishoudend
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B03
1,00
5.3
Grondwateronderzoek
5.3.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op de onderzoekslocatie (deellocatie A) en ter plaatse van de voormalige dieseltank (deellocatie B) zijn 2 peilbuizen (filterstelling 3,95 - 4,95 en 4,95 - 5,95 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 10 juni 2020 is ingeschat. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 5.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 17 juni 2020 uitgevoerd door de heer N.W.M. Snippe. Deze medewerker van Econsultancy in staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel 6 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 6. Peilbuisnummer
Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
3,95-4,95
3,42
682
238
6.55
4,95-5,95
4,23
684
487
6.45
Deellocatie A; gehele terrein A06
centraal op onderzoekslocatie
Deellocatie B; vml. dieseltank B02
ter plaatse van vml. dieseltank
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 8 van 16
6 6.1
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 10 grond(meng)monsters samengesteld De 10 grond(meng)monsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op een van de volgende pakketten: Grond: standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie; -
minerale olie: droge stof, organische stof en minerale olie;
Grondwater: standaardpakket: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie. -
minerale olie: minerale olie.
Na bekend worden van de analyseresultaten zijn de individuele grondmonsters, waaruit grondmengmonster MMB01 (bovengrond) is samengesteld, separaat geanalyseerd op minerale olie. Tabel 7 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 7.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Grondsoort
Bijzonderheden
MMA01
A09 (0,00 - 0,30), A10 (0,14 - 0,50) A11 (0,50 - 1,00), A12 (0,50 - 0,80)
standaardpakket grond
zand
verdachte laag (zwak tot matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend)
MMA02
A11 (0,14 - 0,50),A12 (0,14 - 0,50) A13 (0,50 - 0,70)
standaardpakket grond
zand
verdachte laag (zwak tot matig baksteenhoudend, zwak tot matig kolengruishoudend, matig aardewerkhoudend, zwak tot matig betonhoudend, matig slakhoudend)
MMA03
A13 (0,70 - 1,00), A14 (0,50 - 1,00) A15 (0,50 - 1,00), B02 (0,50 - 1,00)
standaardpakket grond
zand
verdachte laag (zwak kolengruishoudend)
MMA04
A03 (0,50 - 1,00), A05 (0,50 - 1,00)
standaardpakket grond
leem
verdachte laag (zwak kolengruishoudend)
Deellocatie A: gehele terrein
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 9 van 16
Tabel 7 (vervolg). Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Grondsoort
Bijzonderheden
MMA05
A01 (0,00 - 0,50), A05 (0,00 - 0,50) A06 (0,00 - 0,50), A08 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
zand
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMA06
A06 (1,30 - 1,50), A06 (1,50 - 2,00) A09 (0,50 - 1,00), A12 (0,80 - 1,20) B01 (0,50 - 1,00), B02 (1,50 - 2,00) B03 (0,50 - 1,00)
standaardpakket grond
zand
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Deellocatie B: vml. bovengrondse dieseltank MMB01
B01 (0,00 - 0,50), B02 (0,00 - 0,20) B03 (0,00 - 0,50)
minerale olie
zand
verdachte laag (zwak tot matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend)
MB01
B01 (0,00 - 0,50)
minerale olie
zand
uitsplitsing MMB01 (zwak betonhoudend)
MB02
B02 (0,00 - 0,20)
minerale olie
zand
uitsplitsing MMB01 (matig baksteenhoudend, zwak betonhoudend)
MB03
B03 (0,00 - 0,50)
minerale olie
zand
uitsplitsing MMB01 (zwak baksteenhoudend)
Naar aanleiding van de resultaten zijn er een aantal aanvullende boringen geplaatst om de olieverontreiniging in te perken. De analyseresultaten hiervan zijn weergegeven in tabel 8. Tabel 8.
Overzicht van de extra grondmonsters
grondmonsters
boorpunten (in m -mv)
bijzonderheden
Deellocatie B: vml. bovengrondse dieseltank M101-1
101 (0,35 - 0,50)
verdachte laag bovengrond
M102-1
102 (0,00 - 0,35)
verdachte laag bovengrond
M103-1
103 (0,00 - 0,20)
verdachte laag bovengrond
M104-1
104 (0,00 - 0,20)
verdachte laag bovengrond
Verkennend onderzoek asbest in bodem/puin NEN 5707/NEN 5897 Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 2 (meng)monsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Tabel 9 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 9.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket
(Meng)monster
Monsters (in m -mv)
Analysepakket
ASB-MM01
A11ab (0,10-0,50), A12ab (0,10-0,50), A16ab (0,10-0,50)
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
ASB-MM02
A13ab (0,05-0,50)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016) verdachte laag (sterk puinhoudend)
Rapport 12754.001 versie D1
Bijzonderheden verdachte laag (volledige puinlaag)
Pagina 10 van 16
6.2
Toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuuren landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4aaaa. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 11 van 16
Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 en puin NEN 5897 De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering. toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van grond en puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in bodem (“interventiewaarde”) is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. 6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek
Tabel 10 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 10.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie A: gehele terrein MMA01
A09 (0,00 - 0,30), A10 (0,14 - 0,50), A11 (0,50 - 1,00), A12 (0,50 - 0,80)
cadmium, kobalt, koper, lood, zink, PAK
-
-
MMA02
A11 (0,14 - 0,50), A12 (0,14 - 0,50), A13 (0,50 - 0,70)
kobalt, lood, zink
-
-
MMA03
A13 (0,70 - 1,00), A14 (0,50 - 1,00), A15 (0,50 - 1,00), B02 (0,50 - 1,00)
kobalt
-
-
MMA04
A03 (0,50 - 1,00), A05 (0,50 - 1,00)
-
-
-
MMA05
A01 (0,00 - 0,50), A05 (0,00 - 0,50), A06 (0,00 - 0,50), A08 (0,00 - 0,50)
cadmium, zink
-
-
MMA06
A06 (1,30 - 1,50), A06 (1,50 - 2,00), A09 (0,50 - 1,00), A12 (0,80 - 1,20), B01 (0,50 - 1,00), B02 (1,50 - 2,00), B03 (0,50 - 1,00)
kobalt
-
-
Deellocatie B: vml. bovengrondse dieseltank MMB01
B01 (0,00 - 0,50), B02 (0,00 - 0,20), B03 (0,00 - 0,50)
-
minerale olie
-
MB01
B01 (0,00 - 0,50)
-
-
minerale olie
MB02
B02 (0,00 - 0,20)
minerale olie
-
-
MB03
B03 (0,00 - 0,50)
-
minerale olie
-
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 12 van 16
Tabel 11 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders van de extra grondmonsters van deellocatie B overschrijden. Tabel 11.
Overzicht parameters in de grond deellocatie B van de extra grondmonsters
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie B: vml. bovengrondse dieseltank M101
101 (0,35 - 0,50)
-
-
-
M102
102 (0,00 - 0,35)
-
-
-
M103
103 (0,00 - 0,20)
minerale olie
-
-
M104
104 (0,00 - 0,20)
-
minerale olie
-
Tabel 12 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 12.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie A: gehele terrein A06
centraal op onderzoekslocatie
xylenen (som)
-
-
-
-
-
Deellocatie B: vml. bovengrondse dieseltank B02
ter plaatse van vml. dieseltank
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering. 6.4
Resultaten verkennend onderzoek asbest
Tabel 13 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 13.
Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm)
(Meng)monster
Traject (m -mv)
Asbestgehalte (< 20 mm)
ASB-MM01
A11ab (0,10-0,50), A12ab (0,10-0,50), A16ab (0,10-0,50)
˂ 0,6 mg/kg d.s.
ASB-MM02
A13ab (0,05-0,50)
˂ 0,4 mg/kg d.s.
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. 6.5
Interpretatie analyseresultaten
In verband met het aantreffen van een matige verontreiniging met minerale olie ter plaatse van deellocatie B is mengmonster MMB01 uitgesplitst. Uit deze uitsplitsing blijkt dat de bovengrond ter plaatse van boring B01 (traject 0,0 - 0,50) sterk verontreinigd is met minerale olie. De bovengrond ter plaatste van boring B02 is licht met minerale olie verontreinigd en de bovengrond ter plaatse van boring B03 is matig met minerale olie verontreinigd. De ondergrond ter plaatse van boring B01 (traject 0,50 tot 1,0 m -mv) blijkt niet verontreinigd te zijn met minerale olie. De verontreiniging is hiermee verticaal afgeperkt.
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 13 van 16
Om de verontreiniging op horizontaal vlak af te perken zijn op 17 juni 2020 een viertal extra boringen nabij de voormalige dieseltank geplaatst. Uit de analyses is gebleken dat de bovengrond hier hooguit matig verontreinigd is met minerale olie. De verontreiniging is op basis van deze gegevens volledig ingeperkt. De verontreiniging heeft naar verwachting een oppervlakte van maximaal 5 m 2. De verontreiniging bevindt zich tot een diepte van maximaal 0,5 m -mv. Het volume sterk verontreinigde grond bedraagt hiermee circa 2,5 m3. De verontreiniging is hoogstwaarschijnlijk ontstaan door morsing tijdens de vul- en tankactiviteiten. Gezien deze activiteiten vanaf 1981 hebben plaatsgevonden gaat Econsultancy uit van een historisch geval van bodemverontreiniging. In de zin van de Wet bodembescherming is er derhalve geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging (volume kleiner dan 25 m 3).
Rapport 12754.001 versie D1
Pagina 14 van 16
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van de heer P.J. Meerts een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Ouddorp 24 te Beesel. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen verkoop van de onderzoekslocatie. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is de onderzoekslocatie opgedeeld in 2 deellocaties. Te weten de gehele locatie (deellocatie A) en de voormalige bovengrondse dieseltank (deellocatie B). De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot uiterst siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus en zwak grindhoudend. De ondergrond bestaat voornamelijk uit sterk zandige leem dat zeer plaatselijk overgaat in een kleilaag. Bovendien is de ondergrond plaatselijk zwak tot matig gleyhoudend en grindhoudend. De bodem binnen de onderzoekslocatie is wisselend zwak kolengruishoudend. In de bovengrond onder de klinkerverharding en de stal zijn in verschillende gradaties puin, baksteen, aardewerk, slakken en beton aangetroffen. Plaatselijk bevindt zich onder de klinkerverharding een volledige puinlaag. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank (deellocatie B) is tijdens de veldwerkzaamheden geen olie-waterreactie waargenomen. Tijdens de werkzaamheden zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen.