Vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
Oppe Stein te Offenbeek
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van Meten
4 9
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Verkeer Verkeer - Spoorweg Woongebied Waarde - Archeologie 1
11 12 13 16
Hoofdstuk 3
Algemene regels
18
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
18 19 20 21 22 23
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
24
Artikel 13 Artikel 14
Overgangsrecht Slotregel
24 25
2
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Oppe Stein te Offenbeek met identificatienummer NL.IMRO.0889.BPOppeStein-VA01 van de gemeente Beesel. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan-huis-gebonden bedrijvigheid:
a. het bedrijfsmatig verlenen van diensten; b. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk; dat door zijn beperkte omvang in een woning met bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.6
aan-huis-gebonden beroep:
het aan huis uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten door zijn beperkte omvang binnen de woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. Deze diensten kunnen betrekking hebben op juridisch, medisch, therapeutisch, administratief, kunstzinnig, ontwerptechnisch of daarmee gelijk te stellen gebied. 1.7
achtererf:
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.8
antenne:
een constructie bestaande uit een mast, een ontvang- en zenddraad of een stelsel van draden, danwel een schotel bestemd voor (tele)communicatiedoeleinden.
4
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10
bed & breakfast:
een voorziening voor overnachting met het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de woonfunctie. Het bieden van een overnachtingsmogelijkheid aan personen die tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid verrichten valt niet onder bed & breakfast. 1.11
(beperkt) kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald. 1.12
bestaand:
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan danwel gebouwd is of kan worden krachtens een verleende vergunning voor het bouwen; b. gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals krachtens een vergunning voor het gebruik is toegestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; c. bestaande aantal: het aantal zoals toegestaan krachtens een vergunning op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 1.13
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
5
1.18
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond. De begane grond is een bouwlaag, kelders en zolders in de kap zijn geen aparte bouwlaag. 1.19
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20
bouwperceelsgrens:
een grens van een bouwperceel. 1.21
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.22
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.23
caravan:
een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig die of dat bedoeld is voor woon-, dag- of nachtverblijf en bedoeld is om als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook als deze wagen of voertuig wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, is hij voor de toepassing van dit plan een caravan. 1.24
carport/overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak zonder of met ten hoogste één tot de eigen constructie behorende wand of wanden. 1.25
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen voor eigen gebruik of verbruik, dat niet betreft de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.26
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27
geluidzoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, waarvoor op grond van de Wet geluidhinder een geluidzone geldt.
6
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
1.28
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.29
horeca:
een bedrijf waar: bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden bereid en verstrekt; bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; inrichtingen waar een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend; seksinrichtingen vallen niet binnen dit begrip. 1.30
maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen voor: a. religieuze, onderwijs-, medische, (semi-)overheids-, sportieve, sociale en welzijnsdoeleinden; b. voor onderwijs en overheidsdiensten, welke een min of meer openbaar karakter hebben. 1.31
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.32
risicovolle inrichting:
een inrichting waarvoor het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico geeft of risico-afstand voor het toelaten van kwetsbare of beperkt-kwetsbare objecten. 1.33
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is: a. seksuele handelingen worden verricht; b. vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Deze regels verstaan onder een seksinrichting in ieder geval: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.34
trillingsgevoelige ruimte:
ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd. 1.35
voorerf:
erf dat geen onderdeel is van het achtererf.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
7
1.36
voorgevel:
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.37
voorgevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn die buitenwerks strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, tot aan de perceelsgrenzen. 1.38
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hieronder vallen onder andere duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen voor berging en infiltratie van hemelwater. 1.39
webwinkel:
het al dan niet hobbymatig dan wel bedrijfsmatig verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er geen sprake is van voor publiek toegankelijke winkelruimte of showroom. 1.40
woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
8
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van Meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw op 1 m boven peil en haaks op de perceelgrens. 2.2
bebouwd oppervlak van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken, gemeten buitenwerks en 1 m boven peil. 2.3
bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren, op 1 m boven peil. De grootste maat is daarvoor bepalend. 2.5
dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel (in geval van een lessenaardak is dit de hoogte van de goot aan de lage zijde van het dak). 2.7
inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8
oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9
peil:
a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddelijk aan de weg grenst is dit de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang: b. in andere gevallen is dit de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte terrein;
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
9
tenzij elders in deze regels anders bepaald.
10
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; een geluidsafschermende voorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
11
Artikel 4 4.1
Verkeer - Spoorweg
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Spoorweg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
spoorwegvoorzieningen; wegen en straten; ongelijkvloerse kruisingen ten behoeve van wegen, straten en water; een geluidsafschermende voorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm'; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. De goothoogte mag maximaal 5 m ten opzichte van de Bovenkant Spoorstaaf zijn. b. De gezamenlijk oppervlakte mag maximaal 150 m2 zijn. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: a. De bouwhoogte mag maximaal 10 m ten opzichte van de Bovenkant Spoorstaaf zijn.
12
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
wonen al dan niet in combinatie met aan-huis-gebonden beroepen en bedrijvigheid; webwinkels; ontsluitingswegen; tuinen, erven en verhardingen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen ten dienste van de woningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. Bouwwerken moeten worden gebouwd binnen het bouwvlak.
5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.
Er mogen maximaal 33 woningen in aaneengebouwde vorm worden gebouwd. Hoofdgebouwen dienen minimaal 1,5 meter van de bouwgrens worden gerealiseerd. De bouwhoogte van een woning mag maximaal 10 m zijn. De breedte van een woning moet minimaal 5,4 m zijn. De diepte van een woning mag maximaal 14 m zijn. De inhoud van een woning mag maximaal 1.000 m3 zijn.
5.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, carports en overkappingen, gelden de volgende bepalingen: a. Bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. b. De voorgevel wordt minimaal 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd. c. Vóór de naar de weg gekeerde bouwgrens mag een hoofdgebouw worden uitgebreid dan wel mag per woning één bijbehorend bouwwerk aangebouwd worden, met dien verstande dat: 1. de naar de weg gekeerde bouwgrens met maximaal 1,5 m wordt overschreden; 2. over maximaal 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw mag worden aangebouwd; 3. de goothoogte maximaal 3,5 m mag zijn; 4. de oppervlakte maximaal 6 m2 mag zijn; d. Carports en overkappingen mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. carports en overkappingen maximaal 1,5 m voor de voorgevelrooilijn mogen worden gebouwd; 2. carports en overkappingen voor de voorgevelrooilijn geen wanden mogen bevatten. e. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, carports en overkappingen mag maximaal zijn: 1. 55 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 200 m2;
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
13
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
60 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 300 m2; 65 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 400 m2; 70 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 500 m2; 75 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 600 m2; 80 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 700 m2; 85 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 800 m2; 90 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 900 m2; 95 m2 op bouwpercelen met een oppervlakte tot 1.000 m2;
met dien verstande dat de oppervlakte in totaal niet meer mag bedragen dan 50% van het bouwperceel. f. De goothoogte mag maximaal 3,5 m zijn. g. De bouwhoogte mag maximaal 6 m zijn.
5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. Erfafscheidingen en vlaggenmasten mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 m zijn, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn maximaal 2 m mag zijn; 2. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 m mag zijn, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,8 m mag zijn indien: de erfafscheiding boven de 0,75 m voor minimaal 80% een open constructie heeft; de erfafscheiding op een afstand van minimaal 1 m van de openbare weg, niet zijnde een trottoir, wordt gebouwd; 3. de bouwhoogte van vlaggenmasten maximaal 6 m mag zijn. 5.2.5
Voorwaardelijke verplichting trillingen
a. Het bouwen van bouwwerken voor de functie wonen conform artikel 5.2, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting trillingen' uitsluitend toegestaan wanneer uit een onderzoek door deskundigen blijkt dat de streefwaarden voor de functie wonen voor de "nieuwe situatie", zoals opgenomen in tabel 2 in SBR richtlijn B, niet worden overschreden in trillingsgevoelige ruimten. b. In afwijking van het bepaalde onder a, is het bouwen van bouwwerken voor de functie wonen conform artikel 5.2, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting trillingen' ook toegestaan, op voorwaarde dat: 1. uit een trillingsonderzoek door deskundigen blijkt dat alle doelmatige en/of kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen, worden getroffen en; 2. uit een trillingsonderzoek door deskundigen blijkt dat tenminste de streefwaarden voor de functie wonen voor de "bestaande situatie", zoals opgenomen in tabel 3 in SBR richtlijn B, niet worden overschreden in trillingsgevoelige ruimten.
5.3
Afwijken van de bouwregels
Als het niet mogelijk is om te voldoen aan artikel 5.2.5 onder b, dan kan het bevoegd gezag afwijken van artikel 5.2.5 onder b op basis van een trillingsonderzoek uitgevoerd door deskundigen waaruit blijkt dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
14
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruik voor wonen is uitsluitend toegestaan als ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' een geluidsafschermende voorziening wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
5.4.2
Aan-huis-gebonden beroepen en bedrijvigheid
Voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en van aan-huis-gebonden bedrijvigheid in of bij de woning, gelden de volgende bepalingen: a. De maximale oppervlakte voor beroeps-/bedrijfsmatig gebruik van gebouwen mag: 1. voor aan-huis-gebonden beroepen 60 m2 per woning zijn; 2. voor aan-huis-gebonden bedrijvigheid 25 m2 per woning zijn. b. Aan-huis-gebonden bedrijvigheid is toegestaan wanneer het bedrijven betreft die voorkomen in de categorieën 1 en 2, zoals genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten aan-huis-gebonden-bedrijvigheid (bijlage 1). c. Bij aan-huis-gebonden bedrijvigheid zijn erotisch getinte bedrijvigheid, een horecabedrijf of detailhandel niet toegestaan. Beperkte verkoop die verband houdt met, en ondergeschikt is aan de uitgeoefende bedrijfsactiviteit, is wel toegestaan. d. Wonen dient ter plaatse de hoofdfunctie te blijven. e. Degene die de bedoelde activiteit uitoefent, moet op het zelfde perceel wonen. f. Het beroeps-/bedrijfsmatig gebruik mag niet zoveel verkeer aantrekken dat: 1. de woonomgeving onevenredig wordt belast: 2. extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeervoorzieningen, noodzakelijk zijn, tenzij deze op eigen terrein worden aangelegd. g. Reclame-uitingen ten behoeve van de aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsuitoefening zijn niet toegestaan. 5.4.3
Webwinkel
Bij de woning is een webwinkel toegestaan, met dien verstande dat: a. de maximale oppervlakte voor het gebruik als webwinkel (inclusief opslag van goederen) maximaal 25 m² mag zijn; b. uitstalling, bezichtiging, verkoop en afhalen van goederen niet is toegestaan; c. wonen ter plaatse de hoofdfunctie moet te blijven; d. degene die de bedoelde activiteit uitoefent, op het zelfde perceel woont; e. reclame-uitingen ten behoeve van de webwinkel niet zijn toegestaan. 5.4.4
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b. risicovolle inrichtingen; c. erotisch getinte bedrijven.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
15
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, waarbij een verstoring van de bodem plaatsvindt met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,40 m een archeologisch onderzoek te overleggen waarin de archeologische waarden voor het gehele perceel naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Algemeen
Voor het bepalen van de verstoringsoppervlakte onder 6.3.2 dient de oppervlakte aan gronden die bebouwd worden meegenomen te worden.
6.3.2
Werken en werkzaamheden
Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, indien de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden meer dan 500 m² bedraagt: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakte- verhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen, graven van tuinvijvers; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggen van kabels en leidingen dieper dan 0,40 m onder het maaiveld. 6.3.3
Uitzonderingen
Het in 6.3.2 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die
16
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
a. b. c. d. e.
het normale onderhoud betreffen; van ondergeschikte betekenis zijn; voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan; op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning kunnen worden uitgevoerd.
6.3.4
Toelaatbaarheid
De in 6.3.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. de aanvrager een archeologisch onderzoek voor het gehele perceel overlegt waarin de archeologische waarde, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. het bevoegd gezag op basis van het archeologisch onderzoek voor het gehele perceel een selectiebesluit heeft genomen om het terrein vrij te geven voor de aangevraagde omgevingsvergunning. Indien uit het in sub b genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, voor rekening van de verstoorder te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
6.3.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een bestemmingsvlak: a. b. c. d.
naar ligging wordt verschoven; naar omvang wordt vergroot of verkleind; wordt verwijderd; van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen;
voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, of indien archeologisch onderzoek daartoe aanleiding geeft.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
17
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
18
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
a. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden. Direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. De verticale diepte bij ondergronds bouwen mag maximaal 3,5 m onder peil zijn. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw. De in het gebied aanwezig waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 8.2
Bestaande afwijkende maatvoering
Met betrekking tot de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande maten gelden de volgende regels: a. De bestaande maten die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, zijn de maximaal toegestane maten. b. Bestaande maten die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, zijn de minimaal toegestane maten. c. Bij herbouw is het bepaalde onder a en b van toepassing, wanneer de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
19
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; b. het gebruik van bijgebouwen bij een (bedrijfs)woning als zelfstandige woningen; c. het gebruik van bijgebouwen bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte; d. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een bed & breakfast. 9.2
Parkeren
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en/of van gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. b. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid zoals opgenomen in het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012-2015', vastgesteld door de gemeenteraad in december 2011, en de 'Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013', vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 18 maart 2013. c. Indien de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van parkeren gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient rekening te worden gehouden met dit gewijzigde beleid.
20
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor: a. het afwijken van de voorgeschreven maten met ten hoogste 10% voor: 1. goot- en bouwhoogten; 2. dakhellingen; 3. afstanden tot de bouwperceelgrens; 4. bebouwde oppervlakten; b. het bouwen van kleine bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, (glas)containers, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, alsmede voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de inrichting van jongerenontmoetingsplaatsen (JOP) mits: 1. de oppervlakte maximaal 25 m2 bedraagt; 2. de goothoogte maximaal 3 m bedraagt; 3. de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt; 4. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 m mag bedragen; 5. de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. c. geringe afwijkingen, welke in het belang zijn van of noodzakelijk zijn voor: 1. een ruimtelijk beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken; 2. de situering van ontsluitingen; 3. de werkelijke toestand van het terrein; d.
het in geringe mate afwijken van een bestemmingsgrens, alsmede de vorm van bouwvlakken, als dat noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen; e. het oprichten van voorzieningen voor telecommunicatiedoeleinden, met dien verstande dat: 1. deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn; 2. de bouwhoogte van antennes voor privé-gebruik maximaal 15 m mag zijn; 3. de bouwhoogte van antennes voor gemeenschappelijk gebruik maximaal 30 m mag zijn; 4. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
21
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen: a. ten behoeve voor overschrijding van bestemmingsgrenzen, als dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. b. ten behoeve van het verschuiven van bouwvlakken, als dit van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De verschuivingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
22
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Artikel 12 12.1
Overige regels
Verwijzing naar andere wettelijke regelingen
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, duidt dit op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
23
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
24
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Oppe Stein te Offenbeek'.
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
25
Oppe Stein te Offenbeek
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
3
Bijlage 1
4
2
Staat van bedrijfsactiviteiten aan-huis-gebonden-bedrijvigheid
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten aan-huis-gebonden-bedrijvigheid
4
Bestemmingsplan "Oppe Stein te Offenbeek" (vastgesteld)
Bijlage 6 Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis SBI-CODE 221 2223 223 361 511 527 61, 62 6322, 6323 634 633 642 65, 66, 67 70 72 732 74 9302 9302 9305
OMSCHRIJVING Uitgeverijen (kantoren) Grafische afwerking Reproduktiebedrijven opgenomen media Meubelstoffeerderijen Handelsbemiddeling (kantoren) Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Expediteurs, cargadoors (kantoren) Reisorganisaties Telecommunicatiebedrijven Banken, verzekeringsbedrijf/kantoor Verhuur van en handel in onroerend goed Computerservice- en informatietechnologie-bureaus e.d. Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Schoonheidsspecialist op afspraak Kapper op afspraak Persoonlijke dienstverlening niet elders genoemd
CATEGORIE 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
42 42
2833
3918 4241
28 20
2812
4092 4614
4590 2819
Plangebied
19 39
0 0 2 4
Plangebiedgrens 3203 4613
Bestemmingen
4591 4199
2816
Verkeer
2815
V
2810 3957
2814
3959
Verkeer - Spoorweg
V-S
07 28
06 28
4196
3958
Woongebied
2959
WG 2804 2805
Dubbelbestemmingen
2835
3719 2802
Waarde - Archeologie 1
WR-A1 (gs)
2803
Functieaanduidingen (gs)
(gs)
geluidscherm
V-S 4251
3720
Bouwvlak
WR-A1 V
bouwvlak S t ei n
3902
O
pp e
WG Bouwaanduidingen
[sba-vvt]
specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting trillingen
Op pe
St ei n
[sba-vvt]
Verklaringen
bestaande bebouwing en kadastrale ondergrond 3028 2993
Bestemmingsplan 'Oppe Stein te Offenbeek'
Gemeente Beesel NL.IMRO.0889.BPOppeStein-VA01
projectnr. BRO:
P04267
status:
vastgesteld
wijziging:
dd-mm-jjjj / tek
projectnr. TPG:
EP_RO-2006_660
concept:
30-04-2021 / IvW
wijziging:
dd-mm-jjjj / tek
schaal:
1:1000
voorontwerp:
dd-mm-jjjj / tek
wijziging:
dd-mm-jjjj / tek
formaat:
A3
ontwerp:
24-06-2021 / IvW
laatste wijziging:
dd-mm-jjjj / tek
deelplan:
-
vastgesteld:
dd-mm-2022 / IvW
bestandsnaam:
[IDN-nummer].dgn
2904
4369
28 03
2801
Ruimte
om in
te
leven
Bosscheweg 107
www.bro.nl
5282 WV Boxtel
info@bro.nl
Industriestraat 94
T 0411 850 400
verbeelding: The People Group
5931 PK Tegelen
T 077 373 0601
www.thepeoplegroup.nl
Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid <Status>
colofon
titel rapport Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek datum 19 mei 2021 projectnummer P04267 opdrachtgever Gemeente Beesel BRO projectleider SDr opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft NL
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna
3 3
2
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie
4 4 4
3
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden
6 6 6 7
4
Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten
8 9 9 9 10 10 10 10 10
5
Conclusie Aanbevelingen
12 12
6
Samenvatting Geraadpleegde bronnen
13 14
woensdag 19 mei 2021
2
1 Inleiding Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van dertig grondgebonden huurwoningen, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1
Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 9 april 2021 tussen 12.00 – 13.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 10°C, zonnig, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
woensdag 19 mei 2021
3
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen in het westen van Offenbeek. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat uit braakliggend terrein, waarop enkele zandhopen en ruigten aanwezig zijn. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens 30 grondgebonden huurwoningen te realiseren binnen het plangebied. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied
woensdag 19 mei 2021
4
2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
Figuur 5: Struweel ingesloten tussen spoor en Oppe Stein
Figuur 6: Plangebied gezien vanuit het noorden
Figuur 4: Plangebied gezien vanuit het zuiden
Figuur 7: Zuidgrens van het plangebied, gezien vanaf Oppe Stein
woensdag 19 mei 2021
Figuur 8: Ontstane ruigte binnen het plangebied
Figuur 9: Oostgrens van het plangebied, gezien vanaf Oppe Stein
5
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
3
Toetsing gebiedsbescherming
Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Schwalm-NettePlatte mit Grenzwald u. Meinweg”, bevindt zich op circa 3 kilometer afstand ten oosten van het plangebied in Duitsland. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied binnen Nederland betreft “Swalmdal ” en bevindt zich op circa 6 kilometer afstand ten oosten van het plangebied Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.
Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 30 woningen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief
woensdag 19 mei 2021
effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied redelijkerwijs is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.
Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone, de zilvergroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 500 meter ten noorden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden
Figuur 10: Ligging goudgroene natuurzone (groen), zilvergroene natuurzone (geel) en bronsgroene landschapszone (blauw) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
6
3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
woensdag 19 mei 2021
7
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
4
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde
woensdag 19 mei 2021
soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot de meeste provincies, eekhoorn, steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis vrijgesteld in bepaalde periodes in het jaar in Limburg.
Tabel 1
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
-
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
-
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
8
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels In de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ van de provincie Limburg (6 december 2017) is een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten gepubliceerd. Hier wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn.
Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 13 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die
woensdag 19 mei 2021
over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 4-soorten’). Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als havik en ransuil. Gezien het relatief kale habitat binnen het plangebied en de functie als uitlaatterrein kunnen nesten van “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tevens worden uitgesloten. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status, noch nestlocaties van soorten zonder beschermde status verloren. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een broedgeval dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, bosvleermuis, franjestaart en watervleermuis.
Binnen het plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort op voorhand worden uitgesloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen. Wel is de bomenrij ten oosten van het plangebied ingericht als vliegroute voor vleermuizen om de vleermuistoren te bereiken. Toetsing Het plangebied bevat geen potentiële verblijfplaatsen voor een vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen of foerageergebied voor vleermuizen. Wel dient, om verstoringen of overtredingen met betrekking tot vliegroutes te voorkomen, licht schijnend of uitstralend op de bomenrij en de vleermuistoren ten oosten van het plangebied te worden vermeden. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt weinig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling.
In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen
9
4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna ´Oppe Brik´ te Offenbeek
soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.
voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, das, waterspitsmuis, eekhoorn en bever voor. Gezien de beperkte omvang en het relatief kale habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de steenmarter. Er zijn tevens geen holen of nesten in de grond of in bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soort. Binnen het plangebied zijn tevens geen burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van waterspitsmuis, eekhoorn, bever en andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.
Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm, levendbarende hagedis, muurhagedis en zandhagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het
woensdag 19 mei 2021
Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, knoflookpad, boomkikker, poelkikker, vinpootsalamander, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bruine eikenpage, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, spiegeldikkopje, teunisbloempijlstaart, beekrombout, bosbeekjuffer en gewone bronlibel. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als blaasvaren, drijvende waterweegbree, gladde zegge, grote leeuwenklauw, en pijlscheefkelk. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen.