CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Parallelweg 10 Reuver 12-12-2023

Raadscommissievergadering 22 januari 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Ontwikkeling MTC locatie - vaststelling bestemmingsplan Parallelweg 109.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 Het plangebied is niet binnen een Natura 2000-gebied gelegen. Om te bepalen of de ontwikkeling een significant negatief effect heeft op omliggende natuurgebieden, is een Aerius-berekening uitgevoerd. Indien de uitkomst niet hoger is dan 0,00 mol per ha/jaar kan worden geconcludeerd dat het plan geen negatief effect heeft op Natura 2000gebieden. In de berekening is de toekomstige situatie vergeleken met de referentiesituatie (2004). Hierbij zijn de aanlegfase (bouw) als de gebruiksfase meegenomen. Uit de berekening

27

blijkt dat de voorgestane ontwikkeling ten opzichte van de referentiesituatie zowel in de aanlegfase als de bouwfase geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr. op natuurgebieden oplevert. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er is geen sprake is van een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Er geldt daarom geen vergunningplicht Wet natuurbescherming voor de beoogde ontwikkeling en kan de ontwikkeling voor het onderdeel stikstofdepositie plaatsvinden en gerealiseerd worden.

5.3.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Het komt voor dat bebouwing fungeert als vaste verblijfs- of voortplantingsplaats voor dieren. Gezien de bestaande bebouwing geheel blijft behouden, levert onderhavige ontwikkeling geen belemmeringen op in het kader van de Wet natuurbescherming.

5.4

Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan of andersoortige planologische regeling dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In dit plan dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de archeologische en/of cultuurhistorische waarden. In deze ruimtelijke onderbouwing is een splitsing gemaakt tussen archeologie en cultuurhistorie. Archeologie is in de bodem aanwezig en is meestal niet beleefbaar, terwijl cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar is in de omgeving. In de volgende paragraaf wordt verder ingegaan op het aspect ‘landschap en cultuurhistorie’. De gemeente Beesel heeft haar archeologische verwachtingswaarden verankerd in het bestemmingsplan middels dubbelbestemmingen. Op een groot deel van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ van toepassing en in de noordoostelijke hoek van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ van toepassing.

Ter plaatse van de dubbelbestemmingen gelden nadere bouwregels indien er een verstoring van de bodem plaatsvindt met een oppervlakte groter dan respectievelijk 500 m2 en 1.000 m2 en dieper dan 0,40 m. Ten behoeve van de ontwikkeling is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Hieronder zijn de conclusies uit het onderzoek weergegeven. Het volledige rapport is bijgevoegd in de bijlage.

28

In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit het Paleolithicum tot en met het Neolithicum, de IJzertijd tot en met de Romeinse tijd en de LateMiddeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het Paleolithicum en Mesolithicum hebben een middelhoge verwachting, het Neolithicum een hoge verwachting, IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog-hoog, Late-Middeleeuwen middelhoog en Nieuwe tijd hoog. De Bronstijd en Vroege-Middeleeuwen hebben een lage verwachting gekregen door gebrek aan vondsten. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om, wanneer wordt besloten de nieuwbouw op het maaiveld te bouwen, de dubbelbestemming te behouden. Bij het bouwen op het maaiveld wordt de bodem namelijk niet geroerd en blijven eventueel aanwezige archeologische resten intact. Wanneer blijkt dat verdieping van de locatie voor het realiseren van de nieuwbouw toch nodig is, wordt het uitvoeren van een verkennend booronderzoek geadviseerd. Naar aanleiding van de resultaten uit het onderzoek heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel een selectiebesluit archeologie genomen. Daarin wordt het terrein onder voorwaarden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling voor het bouwen, verbouwen, nieuwbouwen op maaiveldniveau.

Wanneer blijkt dat verdieping van de locatie toch nodig is, wordt in het selectiebesluit de voorwaarde gesteld dat pas met de uitvoering van de grondwerkzaamheden mag worden begonnen nadat een archeologisch rapport van het verkennend booronderzoek en/of vervolgonderzoek aan de gemeente als bevoegd gezag is overgelegd én dit archeologisch rapport door de gemeente is goedgekeurd. Het selectiebesluit archeologie is bijgevoegd in de bijlagen. In dit geval vindt er enkel bodemverstoring plaats ten behoeve van het graven van een put ten behoeve van de toevoer van elektriciteit. De verstoringsoppervlakte bedraagt slechts 75 m2 waardoor nader onderzoek conform het beleid niet noodzakelijk is. Deze verstoringsoppervlakte is dusdanig minimaal dat dit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling. Een nader archeologisch onderzoek is in dit geval vooralsnog niet aan de orde. Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.5

Landschap en cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en esembles van een grotere schaal. Conform de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig binnen het plangebied. Met onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken dan ook niet in het geding.

5.6

Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.

29

5.6.1

Mobiliteit Om te bepalen of de huidige infrastructuur aanpassingen behoeft, is gekeken of sprake is van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Hiervoor is de CROWpublicatie 318 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018) geraadpleegd. Huidige situatie In de huidige situatie is het pand in gebruik als meubeloutlet. Ten aanzien van een meubelwinkel binnen de ‘rest bebouwde kom’ in matig stedelijk gebied’ dient te worden uitgegaan van 10,5 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo per etmaal. Beoogde situatie Een verzinkerij kan worden gezien als een arbeidsintensief en bezoekersextensief bedrijf. Voor dergelijke bedrijven wordt uitgegaan van 10,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo per etmaal. Het bestaande pand zal geheel in gebruik worden genomen ten behoeve van de verzinkerij. Dat betekent dat er in de beoogde situatie theoretisch gezien sprake is van minimale, maar verwaarloosbare toename van het aantal verkeersbewegingen afkomstig van de planlocatie. Feitelijk gezien zal het aantal verkeersbewegingen in de beoogde situatie niet toenemen of zelfs afnemen. De verzinkerij betreft namelijk een volledig geautomatiseerd bedrijf welk onderdeel uitmaakt van het algehele productieproces. De beoogde verzinkerij is dan ook minder arbeidsintensief dan een niet-geautomatiseerde verzinkerij.

Het aantal werknemers en daarmee het aantal verkeersbewegingen zal in dit geval beduidend lager zijn dan opgenomen in de CROW-publicatie. Een en ander blijkt ook uit de gebruikte en relevante gegevens zoals deze zijn opgenomen in het uitgevoerde akoestisch onderzoek (zie paragraaf 5.1.5). Gezien de bestaande infrastructuur het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie zonder problemen kan verwerken, zal dit in de beoogde situatie eveneens geen belemmeringen opleveren. De infrastructuur behoeft dan ook geen aanpassingen. Kortom zijn er geen belemmeringen ten aanzien van mobiliteit.

5.6.2

Parkeren Ten aanzien van parkeren dient voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn voor zowel werknemers als bezoekers. De beoogde verzinkerij betreft een bezoekersextensief bedrijf en is volledig geautomatiseerd waardoor het aantal werknemers welke gelijktijdig op de locatie aanwezig ten hoogste 4 is. Thielco is daarnaast niet voornemens om extra personeel aan te nemen in het kader van de beoogde uitbreiding. Daarom kan er worden volstaan met de 15 parkeerplaatsen op eigen terrein welke aan de voorzijde van het bedrijfsgebouw aanwezig zijn (figuur 5). Het aspect ‘parkeren’ levert geen belemmering op.

30

Figuur 5 Tekening met situering parkeergelegenheid

31

HOOFDSTUK

6 Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het ruimtelijk plan aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Economische uitvoerbaarheid Bij in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen dient op grond van artikel 3.6.1 van Bro in de plantoelichting de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer sprake is van een bouwplan zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 van Bro, dient er conform 6.12 van Wro een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In afdeling 6.4 Wro van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) staat dat de raad bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan, zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen moet nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente in bepaalde gevallen een verplichting bestaat om de kosten die gepaard gaan met een bouwplan te verhalen op de initiatiefnemer. Onderhavig bestemmingsplan maakt, middels een verbouwing, het vestigen van een verzinkerij mogelijk binnen het bestaande bestemmingsvlak en bouwvlak met de bestemming ‘Bedrijventerrein’ op de locatie welke kadastraal bekend staat als gemeente Beesel, sectie K, nummers 1732 en 1733 te Reuver.

Het betreft geen bouwplan in de zin van de in de artikelen 6.2.1 Bro en 6.12 lid 2 Wro genoemde gevallen, waarvoor een exploitatieplan dient te worden opgesteld.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ten behoeve van de ontwikkeling zijn omwonenden in kennis gesteld van de beoogde ontwikkeling door middel van een informatiebrief. Deze informatiebrief is bijgevoegd als separate bijlage. De omwonenden zijn hierbij in de gelegenheid gesteld om op de plannen te reageren. Het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter visie gelegd, waarbij gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=7a513aee-762b-4ed0-aff1-2e105dfcfa8e