Toelichting bij Gedragscode voor burgemeester en wethouders Beesel 2023 DEF
Tekst van het document
TOELICHTING : GEDRAGSCODE VOOR BURGEMEESTER EN WETHOUDERS GEMEENTE BEESEL 2023 De Gemeentewet bepaalt dat de raad een gedragscode vaststelt voor zowel de burgemeester als voor de wethouders. Daarnaast stelt de raad ook voor zichzelf een gedragscode vast. Ons uitgangspunt bij het opstellen van deze gedragscode en het bijbehorend protocol is dat raadsleden, fractievertegenwoordigers en collegeleden elkaar behoeden voor het schenden van de integriteit. De Gedragscode is een leidraad voor het handelen van raadsleden, fractievertegenwoordigers en collegeleden. Leden van de raad, fractievertegenwoordigers en leden van het college zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar. Als zij zich er niet aan houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en positie. De Gedragscode heeft daardoor bestuurlijke en politieke relevantie. Veel zaken zijn in de Gemeentewet geregeld. De Gedragscode is geen handboek aan regels maar het helpt om zelf en in gesprek met elkaar de juiste afweging te maken. In de hedendaagse maatschappij kunnen belangen snel door elkaar lopen. Het kan ingewikkeld zijn om belangenverstrengeling te voorkomen. Daarom geeft de Gedragscode handvaten. Het belangrijkste is dat we als persoonlijke en gemeenschappelijke belangen elkaar lijken te raken, we met elkaar in gesprek gaan. Bij twijfel kunnen we om advies aan de griffier of burgemeester te vragen.
Belangenverstrengeling stopt niet als iemand ambt niet langer wordt vervuld. Daarom hebben we een bepaling om zogenaamde draaideurconstructies te voorkomen. Ook de afspraken over geheimhouding gelden dan nog steeds. Dit is in de Gemeentewet geregeld. Burgemeester als hoeder Artikel 170 van de Gemeentewet bepaalt onder meer dat de burgemeester integriteit van de gemeente bevordert. De burgemeester wordt hierdoor beschouwd als de ‘hoeder van integriteit’. Naast het agenderen van het onderwerp in raad en college betekent dit ook dat de burgemeester stimuleert dat er duidelijke afspraken zijn over hoe te handelen bij een vermoeden van niet-integer handelen door een lokaal bestuurder. De burgemeester is geen moreel scheidsrechter. Wel heeft de burgemeester een expliciete rol om bij (vermoedens van) integriteitsschendingen actief op te treden. Dit doet hij vanuit een onafhankelijke en onpartijdige rol en aan de hand van geldende wetgeving én de gedragscode. Daarnaast is het de verantwoordelijkheid van de burgemeester om het bestuur in preventieve zin te adviseren of coachen. De politieke ambtsdragers in gemeenten zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor hun eigen handelen en het naleven van regels die betrekking hebben op integriteit, maar het verdient aanbeveling om met regelmaat aandacht te hebben voor het onderwerp om zo een moreel kompas te ontwikkelen.
De burgemeester staat hier niet alleen voor. In het Protocol vermoedens integriteitsschendingen raadsleden, fractievertegenwoordigers en collegeleden, staan de procedurele afspraken. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Dit artikel heeft geen nadere toelichting nodig. Artikel 2 Integriteit gaat ook regels maar het gaat óók over de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling maar ook met medewerkers is van belang. We verwachten dat iedereen in de omgang met ander zich correct, fatsoenlijk en respectvol gedraagt. Artikel 3 In deze bepaling gaat het om het voorkomen van draaideurconstructies. Dat geldt niet bij het aanvaarden van een raadslidmaatschap of bestuurdersfunctie. In dit artikel regelen we de uitsluiting van betaalde werkzaamheden anders dan een dienstverband waarbij de reguliere procedures in acht worden genomen. Het gaat hier ook om de uitsluiting van de benoeming in een bestuursfunctie bij een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en/of financieel belang heeft. Met een bestuurlijk belang bedoelen we zeggenschap door stemrecht of door vertegenwoordiging in het bestuur. Een financieel belang in een organisatie betreft een aan een organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet
verhaalbaar is indien deze organisatie failliet gaat of aansprakelijkheid voor een bedrag wanneer de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Hier past ook een waarschuwing voor het werven van oud-bestuurders en bevriende relaties. Aanvaarding van een dienstbetrekking sluiten we echter niet uit maar de regels van werving, selectie en aanstelling gelden zonder uitzondering ook hier. Na het eerste jaar is het in beginsel wel mogelijk om oud-bestuurders aan te trekken om tegen beloning activiteiten te verrichten. Hierbij gelden de regels uit het Inkoopbeleid van de gemeente. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Artikel 4 Uit de Kamerstukken II, 2019/20, 35546 nr, 3, Memorie van Toelichting in paragraaf 2.3.1 blijkt dat met beraadslaging wordt bedoeld niet louter de beraadslaging en stemming in de raadsvergadering maar ook de daaraan voorafgaande beraadslagingen, bijvoorbeeld door het indienen van moties en amendementen of het stellen van vragen en het overleggen in commissieverband.
Artikel 5 In de Gedragscode is het uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de betrokkene kan worden beïnvloed. Wanneer hiervan geen sprake is, kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) worden aanvaard, maar nooit op het huisadres. Het richtbedrag is in de praktijk gebruikelijk maar er is geen scherpe grens want er zijn omstandigheden denkbaar waarin élk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden niet aanvaard maar worden teruggestuurd. Een bedrijfsbezoek zien we niet als een excursie. Een uitnodiging van een andere overheid is functioneel en hoeft daarom niet gemeld te worden. Artikel 6 In de Gemeentewet is genoemd welke functies een bestuurder niet kan verenigen met de functie als wethouder of burgemeester. Ook staat in de Gemeentewet dat een wethouder en burgemeester geen nevenfunctie mogen vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op de goede vervulling van het ambt. Deze bepalingen zijn verder aangescherpt in de Gemeentewet. Het voornemen wordt gemeld aan de raad. Meteen na het aanvaarden van het ambt worden de nevenfuncties gepubliceerd, of bij een tussentijdse aanvaarding van een nevenfunctie, meteen hierna.
De artikelen die van belang zijn, zijn: artikel 41b en artikel 67 van de Gemeentewet. In artikel 44 respectievelijk artikel 66 van de Gemeentewet is bepaald hoe moet vergoedingen uit nevenfuncties wordt omgegaan. Artikel 7 Bestuurders beschikken over vertrouwelijke informatie. Het is belangrijk dat met deze informatie zorgvuldig wordt omgegaan. In de Awb is geregeld dat eenieder die betrokken is bij de uitvoering van een taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over vertrouwelijke gegevens of over gegevens waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat het om vertrouwelijke gegevens gaat, deze gegevens geheim moet houden tenzij mededeling nodig is uit taak of een ander wettelijk voorschrift. De geheimhouding die vanuit de Gemeentewet kan worden opgelegd, weegt nog zwaarder dan de norm uit de Awb. Het schenden van geheimhouding is een misdrijf. Bij het verstrekken van gegevens worden onder meer de regels van de Gemeentewet, Awb, Avg en Woo in acht genomen. Artikel 8 Sociale media is een verzamelnaam voor alle internettoepassingen waarmee het mogelijk is om informatie met elkaar te delen. Het gaat hier om sociale media richting de buitenwereld. Artikel 9 Het uitgangspunt is dat gemeentelijke voorzieningen niet voor privédoeleinden worden gebruikt.
Artikel 10 Aan bestuurders worden rechtspositionele voorzieningen en vergoedingen geboden. Hierbij geldt dat het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf (door het indienen van declaraties) tot een minimum worden beperkt. Bestuurders letten erop dat kosten die gemaakt worden voor uitoefening van een eventuele nevenfunctie, niet ten laste van de gemeente komen. Artikel 11 Dit artikel heet geen verdere toelichting nodig. Artikel 12 Het Protocol geeft het handelingsperspectief over hoe meldingen worden behandeld en welke stappen worden doorlopen. Artikel 13 We publiceren de Gedragscode in het Gemeenteblad. Daarnaast krijgen betrokken een exemplaar bij hun aanstelling. Artikel 14 Dit artikel heeft geen verdere toelichting nodig. Artikel 15 Dit artikel heeft geen verdere toelichting nodig.