CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen commissievergadering 9 februari 2026 - Agendapunt 7, Huisvestingsverordening Beesel 2026

Raadscommissievergadering 9 februari 2026, gemeente BeeselBij agendapunt: Huisvestingsverordening Beesel 20261.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische schriftelijke vragen Raadscyclus: commissievergadering d.d. 9 februari 2026, raadsvergadering d.d. 23 februari 2026 Agendapunt: 7. Huisvestingsverordening Beesel 2026 Namens fractie: Beeselse Lijst Nr. 1.

Document Huisvestingsverordening Beesel 2026

Pagina 5

2.

Huisvestingsverordening Beesel 2026

5

Vraag In artikel 12, lid 4, sub a staat een typefout (“kernenkernen”). Graag corrigeren voor de raadsvergadering. Is het ‘experimenteerartikel’ een beproefd concept? Zo ja, kunt u hiervan voorbeelden geven? Zo nee, kunt u hierover meer toelichting geven?

Antwoord Wordt aangepast Ja, er zit een experimenteerbepaling in onder andere de Participatiewet en Omgevingswet. Het experimenteerartikel maakt het mogelijk om tijdelijk te experimenteren met andere vormen van woningtoewijzing, bijvoorbeeld om doorstroming te stimuleren. Dit kan alleen gaan over de wijze van in gebruik geven van woonruimte. Dit artikel heeft geen betrekking op bouwkundige of planologische aspecten. Het omgevingsrecht is voor deze aspecten het juridisch kader

Namens fractie: CDA Beesel-Reuver-Offenbeek Nr.

Document

Pagina

Vraag

Antwoord

1.

Huisvestingsverordening Beesel 2026

4

Artikel 11 lid 11 f: Hoe wordt vastgesteld wat de duur is waarvoor de urgentie geldig is?

In de verordening staat dat gemeente en corporatie er naar streven om een urgent binnen zes maanden een aanbod te doen, dat is een gangbare maximale termijn. De urgentiecommissie geeft in het besluit aan voor welke periode een urgentieverklaring wordt afgegeven. Hoe dit gebeurt, en of hier richtlijnen voor moeten komen, wordt nog verder uitgewerkt in de implementatie.

1

Namens fractie: Samen Verder Beesel Nr. 1.

Document Raadsvoorstel

Pagina 4

2.

3-4

3.

4

4.

Adviesnotitie Stec

Vraag Taken die voorheen privaat geregeld waren, komen nu in het publieke domein te liggen. Is dit een eigen keuze van gemeenten of zijn al deze taken van hogerhand opgelegd? Urgentie- en bezwarencommissie Is er een bepaalde gemeente verantwoordelijk voor de oprichting? Hoe wordt de oprichting georganiseerd? De hoogte van de structurele kosten voor uitvoering zijn onzeker. Wat zijn de risico’s, waar gaan we mee akkoord? Wat gebeurt op gemeentelijke niveau met de bevindingen van Stec?

5.

Hoe verhoudt zich het schaarsteonderzoek met de reeds vastgestelde bouwplannen.

6.

Kunnen de plannen aangepast worden naar aanleiding van het Nota van zienswijzen

7.

5

Onder punt 2 Er ontbreekt een motivering in de toelichting waarom niet-zelfstandige woonruimte buiten de verordening valt. Waarom wordt er in het raadsvoorstel en in de verordening niet gesproken over een

2

Antwoord Het hebben van een regionale urgentieverordening wordt een wettelijke verplichting onder de aankomende Wet Versterking regie volkshuisvesting. Er is een kwartiermaker aangesteld die verantwoordelijk is namens de regio voor de implementatie van de huisvestingsverordening, waaronder de oprichting van de urgentie- en bezwarencommissie. Er is een werkgroep opgericht met regionale vertegenwoordiging om de oprichting verder uit te werken en in gang te zetten. Op basis van ervaringen elders is nu een inschatting gemaakt van de toekomstige structurele kosten. De risico’s zijn beperkt, aangezien de structurele kosten worden verdeeld over de 8 deelnemende gemeenten (op basis van inwonersaantal). De huisvestingsverordening is een instrument voor 4 jaar, daarna zal opnieuw bekeken moeten worden of er nog steeds sprake is van schaarste. Beesel pakt de schaarste aan door de grote ambitie wat betreft nieuwbouw voor de komende jaren. In de Woonzorgvisie is de woningbouwambitie bepaald, deels op basis van behoefte (die ook blijkt uit het schaarsteonderzoek) en deels een aanvullende ambitie. Deze ambitie is vervolgens vertaald in concrete woningbouwontwikkelingen in de in 2025 vastgestelde Kaders Nieuwbouw. Vooralsnog is daar geen aanleiding voor. In de nieuwbouwplannen wordt voorzien in woningen in alle prijsklassen voor alle doelgroepen.

Met eerste fase zoals in de nota van zienswijzen benoemd wordt bedoeld een regionale huisvestingsverordening waarin de wettelijk verplichte elementen zijn opgenomen, maar niet alle optionele onderdelen zoals het meenemen van particuliere verhuurders van sociale huurwoningen. De wettelijk verplichte elementen zijn complex door de

eerste fase. Wat maakt het complex zoals in het antwoord wordt vermeld?

8.

9.

5

Algemeen

Punt 4 huisvesting van migranten is niet meegenomen in de verordening, als antwoord wordt gegeven dat dit een politieke keuze is. Wat zijn de argumenten voor deze politieke keuze? Hoeveel urgent woningzoekenden zijn er op dit moment in onze gemeente en welke categorieën betreft dit?

veelheid aan partijen die hierbij betrokken zijn en benodigde expertises (wonen, sociaal domein, juridisch). Bij de herziening van de verordening na 4 jaar (of eerder wanneer dat nodig blijkt) kunnen aanvullende optionele elementen worden toegevoegd. Arbeidsmigranten is geen wettelijk verplichte urgentiecategorie en de opgave rond arbeidsmigranten is breder dan dat met alleen de huisvestingsverordening kan worden aangepakt. Voorrang voor arbeidsmigranten zou voor een onevenredige druk op de woningmarkt zorgen in bepaalde gemeenten. Vandaar de keus om deze doelgroep nu niet op te nemen in de regionale huisvestingsverordening. In 2025 zijn in de gemeente Beesel 12 huishoudens op basis van urgentie gehuisvest (exclusief statushouders): 3 obv een medische urgentie, 4 o.b.v. sociale urgentie en 5 via Woonkans.

Namens fractie: VLP Nr.

Document

Pagina

Vraag

Antwoord

1.

Raadsvoorstel

Algemeen

Voorstel is 6 weken ter inzage gelegd bij 7 van de 8 gemeenten. Waarom niet bij alle 8? Welke gemeente niet?

2.

Raadsvoorstel

3

Voorrang met lokale binding: Zijn de woningstichtingen al bezig om het woonruimteverdeelsysteem (Thuis in Limburg) aan te passen hierop? Er zijn enkele woningstichtingen die niet zijn aangesloten bij Thuis in Limburg. Hoe wordt daar mee omgegaan? Kunnen deze gedwongen worden om aan te sluiten bij Thuis in Limburg? Ook in het

In gemeente Venlo heeft het college er voor gekozen om de concept-verordening niet ter inzage te leggen, omdat dat dat niet paste binnen de lokale inspraakverordening en men geen precedent wilde scheppen door hiervan af te wijken. Er worden verschillende werkgroepen opgericht voor de implementatie van de huisvestingsverordening: een daarvan zal zich bezig houden met het inregelen van de voorrang in de systemen van Thuis in Limburg en van de corporaties zelf. Daar worden de komende maanden voor gebruikt.

3

Er zijn inderdaad enkele woningstichtingen die hun woningen niet via Thuis in Limburg adverteren. Dit is hun recht en zij kunnen niet gedwongen worden tot aansluiting bij Thuis in Limburg. Dit staat verder los van

kader van duidelijkheid voor de woningzoekende. Als situatie ongewijzigd blijft, moet hij/zij zich op meerdere plekken laten inschrijven.

de huisvestingsverordening. De corporaties die in gemeente Beesel actief zijn, zijn wel aangesloten bij Thuis in Limburg.

3

Wat wordt bedoeld met 2.4: Er is een signaalwaarde van 30% voor urgente doelgroepen opgenomen?

Toelichting Raadsvoorstel

4

implementatie is complex:

Wanneer in een gemeente meer dan 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen in een jaar aan urgente doelgroepen wordt toegewezen, dan gaan die gemeente en de daar werkzame woningcorporatie(s) hierover met elkaar in gesprek. Vooralsnog is dat het streven. Er is een kwartiermaker aangesteld die namens de regio alle onderdelen van de implementatie coördineert.

5.

Huisvestingsverordening

hoofdstuk 3, woonruimteverdeling, paragraaf 3.3, artikel 11, urgentieverklaring, punt 5

Hoe wordt er gehandeld bij calamiteiten, zoals brand (onbewoonbare woning)? En wanneer is een calamiteit een calamiteit? Zijn daar criteria voor opgesteld?

6.

Huisvestingsverordening

artikel 13, Experimentenartikel

Graag nadere toelichting op dit artikel. Wat wordt hier precies bedoeld?

7.

Bijlage 1

3.

4.

Is de ingangsdatum van 1 juli wel realistisch, gezien de complexiteit van de processen en systemen?

Urgentiecategorieën, artikel 11, punt 3 echtscheiding of einde samen wonen: Bij co-ouderschap krijgt maximaal 1 van de ouders urgentie. Wie bepaalt wie dat is?

4

In artikel 14 Hardheidsclausule staat aangegeven dat het college in afwijking van artikel 12 een Huisvestingsvergunning kan verlenen aan een aanvrager die door bijzondere omstandigheden of calamiteiten ogenblikkelijk woonruimte nodig heeft. Er is geen definitie van een calamiteit, dat is aan het college. Het experimenteerartikel maakt het mogelijk om tijdelijk te experimenteren met andere vormen van woningtoewijzing, bijvoorbeeld om doorstroming te stimuleren. Dit kan alleen gaan over de wijze van in gebruik geven van woonruimte. Dit artikel heeft geen betrekking op bouwkundige of planologische aspecten/ Het omgevingsrecht is voor deze aspecten het juridisch kader. De regionale urgentiecommissie

8.

9.

Bijlage 1

Urgentiecategorieën, punt 6 sociale of financiële redenen: Geen sociale urgentie als je niet inwoont bij familie of vrienden. Voorbeeld iemand is de dupe van huiselijk geweld en kan (gelukkig) wel tijdelijk intrekken bij een familielid. Dan komt er dus geen urgentie. Klopt dit? Komt er alleen urgentie als betreffende persoon op straat komt te staan? Kanttekening: wat zijn onze regels ten opzichte van de lokale binding? Hebben wij hier regels voor? Ik lees dat 50% voor mensen met lokale binding mag zijn. Vallen statushouders die in onze gemeente komen wonen zowel onder de regeling lokale binding als urgente woningzoekenden?

5

Wanneer iemand door huiselijk geweld gedwongen is de woning te verlaten en tijdelijk bij iemand anders moet verblijven, kan diegene mogelijk in aanmerking komen voor een traject ‘grijs wonen’. Vanuit dit traject bestaat de kans dat je wordt ingedeeld in een van de urgentiecategorieën zoals genoemd in artikel 11, eerste lid, van de verordening. Of dit daadwerkelijk van toepassing is, hangt af van de specifieke omstandigheden. In geval van een schrijnende situatie kan een uitzondering worden gemaakt door de regionale urgentiecommissie. In de verordening staat benoemd dat in de kernen Beesel en Reuver-Offenbeek 50% van de vrijkomende vergunningplichtige woonruimte met voorrang wordt aangeboden aan de categorie woningzoekenden met een lokale binding met deze kern. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor voorrang op basis van lokale binding zullen voor elke gemeente hetzelfde zijn. Deze worden in de komende maanden uitgewerkt. Statushouders zijn wel urgente woningzoekenden, maar kunnen geen voorrang krijgen op basis van lokale binding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=7a8a01fe-7beb-45ea-b98f-fbba4df358ff