Scenarioanalyse gemeente Beesel
Tekst van het document
€ 500 € 400 € 300
€ 326 € 326 € 252 € 252
€ 200 € 100
€ 436€ 436 € 436
€ 434 € 368 € 368€ 368
€ 277
€ 135 € 22
€100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
4.3. Uitwerking bijzondere bijstand Verhogen inkomensgrens bijzondere bijstand van 120 naar 130% Wsm De individuele bijzondere bijstand heeft een andere doelstelling dan de overige inkomensondersteunende regelingen die in deze scenarioanalyse aan bod zijn gekomen. Een precieze kostenstijging vrijwel niet te bepalen bij een verruiming van de inkomensgrens. Dat heeft te maken met de volgende zaken: Bijzondere bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven. De gemeente toetst per aanvraag of daaraan wordt voldaan (betreft het een noodzakelijke uitgave?). Het bedrag dat per aanvraag wordt vergoed verschilt per situatie en kan uiteenlopen van enkele tientallen euro’s voor bijvoorbeeld een bril tot honderden euro’s voor bijvoorbeeld rechtsbijstand. Naast incidentele bijzondere bijstand (voor kosten die vaak eenmalig zijn) verstrekken gemeenten vaak ook periodieke bijzondere bijstand, voor inwoners met periodiek terugkerende noodzakelijke kosten, bijvoorbeeld kosten voor bewindvoering. Het aandeel verstrekkingen voor bewindvoering is vaak relatief hoog, zo ook in de gemeente Beesel. In 2023 bestond 55 procent van de totale aantallen bijzondere bijstand uit bewindvoering.
Aangezien vanuit de bijzondere bijstand noodzakelijke kosten worden vergoed, wordt het gebruik van de regeling mede beïnvloed door het aanbod van andere regelingen (en de eventuele wijzigingen daarin). Door het individuele – en vaak incidentele - karakter van deze regeling is het moeilijk te voorspellen hoeveel inwoners er gebruik van zullen maken en voor hoeveel geld zij bijzondere bijstand aanvragen (dan wel vergoed krijgen). Dat betekent dat er voor dit scenario geen eenduidige financiële doorrekening kan worden gemaakt voor minimahuishoudens met een hoger inkomen; natuurlijk kan een gemiddeld bedrag per verstrekking worden berekend, maar dit zegt weinig over een (nieuwe) aanvraag door een ander minimahuishouden en het (gemiddelde) effect op de voorbeeldhuishoudens uit dit rapport 30. Potentiële doelgroep en gebruikers bijzondere bijstand Een hogere inkomensgrens zal leiden tot een grotere doelgroep voor de bijzondere bijstand (huidige doelgroep: 508 huishoudens, bij verruiming inkomensgrens: 600 huishoudens), wat (mogelijk) tot meer aanvragen zal leiden en tot hogere uitvoeringskosten voor de gemeente. Bijzondere bijstand is tenslotte maatwerk. De tijd gaat vooral zitten in het individueel beoordelen van de situatie, het inkomen en het eventuele vermogen.
Toch zal het gebruik van de bijzondere 30 Dit is ook de reden dat de bijzondere bijstand in de inkomenseffect rapportage buiten beschouwing blijft.
25
Gemeente Beesel
Versie 0.2
bijstand niet evenredig toenemen aan de stijging van de doelgroep; over het algemeen is het zo dat vooral huishoudens met een lager inkomen (100 of 110 procent Wsm) hiervan gebruikmaken en in mindere mate huishoudens met een iets hoger inkomen. In de gemeente Beesel maakten in de periode 1 juni 2023 tot en met 31 mei 2024 109 huishoudens gebruik van de bijzondere bijstand (bereik van 21 procent). Meestal wordt de bijzondere bijstand vooral gebruikt door huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm, maar in Beesel zien we dat twee derde van de gebruikers een inkomen op bijstandsniveau heeft en een derde een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm. In de gemeente Beesel vinden momenteel weinig afwijzingen plaats voor de bijzondere bijstand op basis van een inkomen hoger dan de inkomensgrens; 2 afwijzingen in 2023 en 1 afwijzing in 2024. Tabel 4.3.1 Inkomensverdeling gebruikers bijzondere bijstand Bijzondere Doelgroep Gebruik aantal bijstand
Gebruik aandeel
Bereik
100% Wsm
330 huishoudens
73 huishoudens
66%
22%
120% Wsm
508 huishoudens
36 huishoudens
34%
21%
Totaal
508 huishoudens
109 huishoudens
100%
21%
Verder zien we in de praktijk dat in verhouding weinig AOW’ers gebruikmaken van de bijzondere bijstand. De bijzondere bijstand wordt momenteel met name gebruikt door alleenstaanden en langdurige minima. In de volgende tabel staat de verdeling van een aantal kenmerken van de gebruikers uit de periode 31 mei 2023 tot en met 1 juni 2024. Tabel 4.3.2 Kenmerken gebruikers bijzondere bijstand (peildatum: 1 juni 2024) Thema Inkomensbron
Huishoudtype
Leeftijdsgroep
Duur op minimuminkomen
Kenmerk Bijstandsuitkering AOW Overig inkomen Alleenstaand Eenouder gezin Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen 0 tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot 66 jaar 66 jaar en ouder 0 tot 1 jaar 1 tot 3 jaar 3 jaar of langer
Aandeel 60% 9% 31% 46% 25% 11% 18% 6% 32% 54% 8% 10% 28% 62%
Berekening bijzondere bijstand als pro memorie post In 2023 is in totaliteit € 186.000 uitgegeven op jaarbasis aan de bijzondere bijstand (programmakosten). Uit voorliggend onderzoek is gebleken dat 109 huishoudens gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand; een bereik van 21 procent op de doelgroep van 508 huishoudens 31. Gemiddeld komen de programmakosten uit op circa € 1.700 per huishouden. Wanneer de inkomensgrens wordt verruimd naar 130 procent Wsm, stijgt de doelgroep naar 600 huishoudens (+ 92 huishoudens). Als we een stabiel bereikspercentage aanhouden (21 procent), dan zouden naar verwachting 126 huishoudens gebruikmaken van de bijzondere bijstand. Dat is een toename van 17 huishoudens. De extra programmakosten bedragen naar schatting € 28.956 (+ 15 procent).
31 De gebruikscijfers van de bijzondere bijstand gaan over de periode 1 juni 2023 tot en met 31 mei 2024.
26
Gemeente Beesel
Versie 0.2
Tabel 4.3.3 Schatting toename programmakosten bijzondere bijstand
Regeling Bijzondere bijstand
Kosten per gebruiker Gemiddeld: € 1.706 per huishouden
Verwacht bereik 21%
Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm 109 huishoudens
Verwachte gebruikers bij doelgroep 130% Wsm 126 huishoudens
Totale kosten € 214.956
Meerkosten t.o.v. huidige situatie + € 28.956 (+ 15 %)
Concluderend Dát de programmakosten zullen toenemen bij een verruiming van de inkomensgrens is te verwachten. Daarom kan een kostentoename ook niet buiten beschouwing blijven in de beschrijving van deze scenarioanalyse. De kosten(stijging) moet echter worden beschouwd als pro memorie post. Oftewel: de effecten kunnen niet volledig (en met voldoende betrouwbaarheid) worden ingeschat, maar dienen in acht te worden genomen in de beleidsafwegingen.
4.4. Reflectie In dit scenario zijn twee beleidswijzigingen bewust in combinatie met elkaar in beeld gebracht. Enerzijds een verlaging van de inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag (120 naar 110 procent Wsm) en anderzijds een verruiming van de inkomensgrens van de bijzondere bijstand. Voor de individuele inkomenstoeslag geldt dat de regeling ondersteuning geeft voor huishoudens die langdurig moeten rondkomen van een minimuminkomen. De berekeningen laten zien dat een verlaging van de inkomensgrens naar verwachting een klein aantal huishoudens zal treffen; de meeste gebruikers van de individuele inkomenstoeslag hebben een inkomen op bijstandsniveau. Een verruiming van de bijzondere bijstandsgrens dient de maatwerkondersteuning te bieden die huishoudens nodig kunnen hebben wanneer zij geen aanspraak meer kunnen maken op de individuele inkomenstoeslag. Bijvoorbeeld wanneer zij gaan werken. Uit de data blijkt dat een derde van de gebruikers van de bijzondere bijstand een overig inkomen heeft (bijvoorbeeld uit loondienst of ondernemerschap). Deze groep komt niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag, maar wel voor de bijzondere bijstand. Uit onze ervaring blijkt dat het heel lastig is om voor de bijzondere bijstand de doelgroep met een hoger inkomen daadwerkelijk te bereiken.
We verwachten dat de huishoudens die onder bewindvoering zijn, de weg naar de bijzondere bijstand wel zullen vinden. Voor de overige groepen zal de gemeente een gerichte campagne moeten gaan ontwikkelen. Ook is het aan te raden kritisch te kijken naar het aanvraagproces voor de bijzondere bijstand. Uit ons onderzoek bij andere gemeenten blijkt vaak dat men deze specifieke aanvraagprocedure als (te) complex beschouwt en daarmee een drempel is om van de regeling gebruik te maken.
27
Gemeente Beesel
Versie 0.2
5. Scenario 4: Nieuwe opzet Minimaregeling De Minimaregeling is nu aan te vragen door huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. In dit scenario wordt de uitvoering van de Minimaregeling anders opgezet: • Deze wordt ambtshalve toegekend aan de groep die een uitkering uit de Participatiewet krijgt; • Deze wordt voor de overige groep tot 120 procent Wsm uitgekeerd na aanvraag (geen declaratie meer); • Deze wordt voor de overige groep tot 130 procent Wsm uitgekeerd na aanvraag (geen declaratie meer). De gevolgen hiervan worden in beeld gebracht voor: • Gemeente: programmakosten. Tevens wordt een inschatting van het bereik gemaakt wanneer declaratiebasis gehanteerd blijft.
5.1. Aannames en kanttekeningen • • •
•
Het bedrag van de Minimaregeling blijft gelijk aan de huidige situatie. Voor de doelgroep met een uitkering uit de Participatiewet verwachten we een bereik van 100 procent, omdat de Minimaregeling in het scenario aan deze groep ambtshalve toegekend zal worden. Huishoudens die geen uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen, moeten de Minimaregeling zelf aanvragen. Onder deze doelgroep verwachten we een bereik van 20 procent wanneer de declaratiebasis wordt afgeschaft (huidig bereik: 12 procent). Wanneer inwoners hun kosten niet meer hoeven te declareren, verlaagt dit namelijk de drempel om de Minimaregeling aan te vragen. De gebruikersdata over de Minimaregeling wordt op huishoudniveau geregistreerd in Beesel. Hoewel bekend is wat de verdeling is naar alleenstaanden en paren (ruime meerderheid is alleenstaand), is niet bekend in hoeverre bij paren door beide volwassenen gebruik wordt gemaakt. Bovendien gebruiken huishoudens niet altijd de € 175 per persoon, omdat er sprake is van een declaratiebasis. Daarom rekenen we voor de programmakosten van de huidige situatie met € 175 per huishouden dat gebruikmaakt van de Minimaregeling (zodat we de programmakosten niet overschatten).
Huidige situatie Op dit moment is de Minimaregeling in de gemeente Beesel bedoeld om mensen met een inkomen tot 120 procent Wsm mee te laten doen aan sociaal culturele activiteiten. Denk hierbij aan een lidmaatschap van de muziekschool, toneelschool of een sportvereniging. Verder is ook een bezoek aan een pretpark of een abonnement bij de bibliotheek mogelijk via deze regeling. De vergoeding is maximaal € 175 per volwassene per jaar en werkt op declaratiebasis. Bij deze regeling betekent dat het opsparen van betaalbewijzen (rekeningen, bonnen) is gewenst, zodat het bedrag van € 175 in één keer uitbetaald kan worden. Huidige programmakosten De huidige programmakosten van de gemeente voor de Minimaregeling bedragen € 10.675 op jaarbasis bij een gebruikersaantal van 61 huishoudens. Uitvoeringskosten (zoals inzet van personeel) zijn hier buiten beschouwing gelaten. Tabel 5.1.1 Huidig gebruik en bereik regelingen scenario in Beesel Regeling
Minimaregeling (18+)
Inkomensgrens 120% Wsm
Doelgroep
508 huishoudens 28
Gebruik
61 huishoudens
Bereik
12%
Gemeente Beesel
Versie 0.2
Tabel 5.1.2 Huidige programmakosten regelingen scenario in Beesel Regeling Minimaregeling (18+)
Kosten per gebruiker € 175
Totale kosten € 10.675
5.2. Uitwerking In het scenario wordt de uitvoering van de Minimaregeling anders opgezet. • Deze wordt ambtshalve toegekend aan de groep die een uitkering uit de Participatiewet krijgt32; • Deze wordt voor de overige groep tot 120 procent Wsm uitgekeerd na aanvraag (geen declaratie meer); • Deze wordt voor de overige groep tot 130 procent Wsm uitgekeerd na aanvraag (geen declaratie meer). De bedragen van deze regelingen wijzigen in dit scenario niet, en blijven dus gelijk aan de huidige situatie. Voor de doorrekening gaan we uit van het maximale bedrag per regeling. Voor de berekening van de doelgroep gaan we uit van de cijfers zoals gepresenteerd in hoofdstuk 1 van het duidingsrapport. Voor dit scenario brengen we wijzigingen in de programmakosten voor de gemeente in beeld.
5.2.1. Programmakosten Doelgroep tot 120 procent Wsm In onderstaande tabel staan de programmakosten wanneer de Minimaregeling anders wordt vormgegeven. Hierbij gaat het om de doelgroep tot 120 procent Wsm. Tabel 5.2.1 Programmakosten bij scenario 4: Minimaregeling tot 120 procent Wsm.
Doelgroep Gebruikers Participatiewet ‘Overige’ huishoudens tot 120 procent Wsm Totaal
Kosten gemeente per gebruiker
Verwacht bereik
€ 175
100%
160 huishoudens
Verwachte gebruikers 160 huishoudens
€ 175
20%
348 huishoudens
70 huishoudens
€ 12.250
45%33
508 huishoudens
230 huishoudens
€ 40.250
Doelgroep
Totale kosten
Meerkosten t.o.v. huidige situatie
€ 28.000
+ € 29.575 (+ 277%)
Verdiepend beeld Naar aanleiding van de raadsavond (15 januari 2025) hebben we een verdiepende berekening uitgevoerd. Waar we in bovenstaande tabel rekenen met € 175 per huishouden (zie eerdere aannames op pagina 28), rekenen we aanvullend een variatie door waarbij we er vanuit gaan dat huishoudens met twee volwassenen beiden gebruikmaken van de regeling (dat hoeft in de huidige situatie niet het geval te zijn, maar bij ambtshalve toekenning is hier wel sprake van). We houden hierbij de verdeling naar huishoudtype aan zoals bij de huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit Participatiewet (71 procent alleenstaanden, 29 procent paren). Voor de huishoudens die de Minimaregeling moeten blijven aanvragen (zonder uitkering vanuit de Participatiewet) houden we de verdeling van de gebruikers van de Minimaregeling aan (61 procent alleenstaanden, 39 procent paren). De programmakosten komen dan uit op een totaal van € 53.190 (een toename van € 42.515).
32
Op basis van de Armoede Index (peildatum: 1 januari 2024) komen 160 huishoudens met een uitkering vanuit de Participatie naar voren. De Armoede Index kan alleen op een kalenderjaar worden vastgesteld. Uit de bestanden voor het Dashboard Minima is gebleken dat het aantal uitkeringen vanuit de Participatiewet toeneemt; op 1 juni 2024 was het aantal huishoudens met een uitkering opgelopen tot 169 huishoudens. 33 Berekening: (230 / 508) * 100% = 45%.
29
Gemeente Beesel
Versie 0.2
Doelgroep tot 130 procent Wsm In onderstaande tabel staan de programmakosten wanneer de Minimaregeling anders wordt vormgegeven. Hierbij gaat het om de doelgroep tot 130 procent Wsm. De meerkosten ten opzichte van de huidige situatie bedragen € 32.725. Tabel 5.2.2 Programmakosten bij scenario 4: Minimaregeling tot 120 procent Wsm.
Doelgroep Gebruikers Participatiewet ‘Overige’ huishoudens tot 130 procent Wsm
Kosten gemeente per gebruiker
Verwacht bereik
€ 175
100%
160 huishoudens
Verwachte gebruikers 160 huishoudens
€ 175
20%
440 huishoudens
88 huishoudens
€ 15.400
41%34
600 huishoudens
248 huishoudens
€ 43.400
Totaal
Doelgroep
Totale kosten
Meerkosten t.o.v. huidige situatie
€ 28.000
+ € 32.725 (+ 307%)
Verdiepend beeld Naar aanleiding van de raadsavond (15 januari 2025) voeren we ook bij een inkomensgrens van 130 procent Wsm een verdiepende berekening uit. Ook hier houden we de verdeling naar huishoudtype aan zoals bij de huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit Participatiewet (71 procent alleenstaanden, 29 procent paren). Voor de huishoudens die de Minimaregeling moeten blijven aanvragen (zonder uitkering vanuit de Participatiewet) houden we de verdeling van de gebruikers van de Minimaregeling aan (61 procent alleenstaanden, 39 procent paren). De programmakosten komen dan uit op een totaal van € 57.526 (een toename van € 46.851).
5.2.2. Inschatting bereik bij behoud van declaratiebasis In het geval dat de Minimaregeling wordt gewijzigd naar het ambtshalve toekennen aan de groep met een uitkering uit de participatiewet, waarbij de ‘overige’ doelgroep de regeling kan aanvragen op declaratiebasis, zien de cijfers er anders uit dan geschetst in bovenstaande paragraaf. Wanneer een participatieregeling wordt verstrekt op basis van declaratie, kan dit voor minimahuishoudens een drempel vormen om gebruik te maken van de regeling. Huishoudens hebben niet altijd de financiële ruimte om het bedrag voor te schieten. Daarnaast is het vooraf niet met zekerheid te zeggen voor ze of ze het bedrag weer (volledig) terug krijgen en hoe lang dat duurt. Daarnaast vormt het een drempel voor huishoudens om (veel) informatie en bewijsstukken te moeten aanleveren voor een relatief klein bedrag aan ondersteuning. Als de declaratiebasis blijft gelden voor de Minimaregeling verwachten we geen toename van het bereik (zoals in dit scenario doorgerekend), maar een stabiel bereik: 12 procent. De reden hiervoor is dat de voorwaarden gelijk blijven aan de huidige situatie; de huishoudens die geen gebruik maken van een uitkering vanuit de Participatiewet moeten de regeling blijven aanvragen en de declaratiebasis blijft bestaan. Dit geeft daarom geen aanleiding om een stijging van het bereik te verwachten onder de nieuwe doelgroep.
5.2.3. Reflectie In dit scenario zijn de effecten in beeld gebracht van een nieuwe opzet voor de minimaregeling. Dit zou het volgende betekenen voor de nieuwe situatie: ambtshalve toekenning voor de huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en een aanvraagprocedure voor de overige huishoudens met een inkomen binnen de inkomensgrenzen (120 of 130 procent Wsm). Het uitgangspunt van de Minimaregeling is om inwoners in hun participatie aan de samenleving te stimuleren (sport, cultuur en recreatie). Voorliggend onderzoek heeft uitgewezen dat op dit moment slechts een klein aandeel van de huishoudens gebruik van de ondersteuning op het gebied van participatie; de minimaregeling heeft een bereik van 12 procent. De huidige opzet van
34 Berekening: (248 / 600) * 100% = 41%.
30
Gemeente Beesel
Versie 0.2
de regeling behaalt op dit moment daarmee niet de doelstelling; ondersteuning bieden aan de minimadoelgroep om mee te kunnen doen in de samenleving. De nieuwe opzet – ambtshalve toekennen aan inwoners met een uitkering vanuit de Participatiewet – biedt direct ondersteuning aan de financieel meest kwetsbare groep (100 procent Wsm). Aangezien veel huishoudens binnen de doelgroep geen gebruikmaken van de ondersteuning en dat in de nieuwe opzet wél zouden doen, zal dit meer bestedingsruimte opleveren. Afhankelijk van het huishoudtype loopt dit op van € 175 (1 volwassene) tot € 350 (2 volwassenen) per jaar. De maandelijkse bestedingsruimte verruimt daarmee met ongeveer 15 tot 30 euro. De nieuwe opzet van de Minimaregeling heeft positieve effecten op de bestedingsruimte van een grote doelgroep. Huishoudens met een uitkering uit de Participatiewet ondervinden direct positieve gevolgen aangezien ze de regeling ambtshalve toegekend krijgen. Voor de overige huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm zal met name het loslaten van de declaratiebasis van de Minimaregeling positieve gevolgen hebben. Wanneer dit behouden blijft, zal deze doelgroep geen effecten ondervinden (voor hen blijven dan de voorwaarden gelijk). Bij een verruiming van de inkomensgrens naar 130 procent Wsm kan een nieuwe doelgroep aanspraak maken op de Minimaregeling.
Tegelijkertijd zorgt deze wijziging voor een forse toename in de programmakosten. Wanneer de inkomensgrens wordt verruimd naar 120 procent Wsm (in combinatie met de ambtshalve toekenning aan een deel van de doelgroep), nemen de programmakosten naar verwachting toe met € 29.575 (+ 277 procent). Een verruiming naar 130 procent Wsm brengt de verwachte programmakosten op een toename van € 32.725 (+ 307 procent). Hierbij is dus sprake van een budgettaire en politieke afweging. Ons advies is om een besluit te nemen wat past bij de doelstellingen uit het beleidsplan, zodat een eventuele inzet van extra financiële middelen op participatie past bij de doelstellingen. Tot slot dient ook de politieke overweging gemaakt te worden in hoeverre deze nieuwe opzet aansluit bij de doelstelling om huishoudens op gebied van sport, cultuur en recreatie te ondersteunen. De extra bestedingsruimte die beschikbaar komt voor huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet kán besteed worden aan deze doeleinden. Hier zit ook een risico in: besteden huishoudens het daadwerkelijk aan de gestelde doelen, juist als er sprake is van schaarste in de bestedingsruimte? Een optie kan ook zijn om het bedrag voor de gestelde inkomensgroep (tot 120 of 130 procent Wsm) beschikbaar te stellen via een webshop.
Op deze manier hoeven huishoudens de regeling slechts één keer aan te vragen en vervolgens kunnen zij naar eigen inzicht besteden bij de verenigingen voor sport en cultuur. Dit levert bovendien een lokale samenwerkingsmogelijkheid op tussen gemeenten en het maatschappelijke veld (organisaties, verenigingen).
31
Gemeente Beesel
Versie 0.2
Bijlage 1. Bedragen scenario’s IIT en CZV B1.1. Individuele inkomenstoeslag Huidige situatie De individuele inkomenstoeslag kent verschillende bijdragen van de gemeente per huishoudtype. Om een goed beeld van de huidige kosten te krijgen zijn de uitkomsten van het dashboard wat betreft verdeling van minimahuishoudens tot 120 procent Wsm ernaast gelegd. Hieruit volgen vervolgens de huidige programmakosten. Tabel B1.1 Berekening kosten individuele inkomenstoeslag huidige situatie Huishoudtype
Kosten gemeente per huishouden
Alleenstaande
€
235
38
€
8.930
Alleenstaande ouder
€
353
20
€
7.060
Echtpaar
€
411
23
€ 9.453
-
81
€ 25.443
Totaal
Verhouding volgens Dashboard
Kosten
Het gemiddelde bedrag per huishoudtype is € 25.443 / 81 huishoudens = € 314. Scenario 1: doelgroep IIT en CZV omhoog In scenario 1 wordt de doelgroep verruimd. Voor de individuele inkomenstoeslag wordt de aanname gedaan dat het bereik van deze regeling in de groep tussen 120 en 130 procent Wsm 25 procent wordt. Doelgroep 100 tot 120 procent Wsm: de gebruikersaantallen blijven gelijk aan het huidige scenario (81 in totaal). Doelgroep 120 tot 130 procent Wsm: de doelgroep die erbij komt zijn 29 huishoudens. Het bereik hiervoor is 25 procent, wat betekent dat er ongeveer 7 huishoudens bijkomen. Omdat dit een te laag aantal is om te verdelen over de verschillende huishoudtypes, is met het gemiddelde bedrag van € 314 gerekend. Er is gerekend met niet afgeronde bedragen. De totale kosten komen dan op € 27.720.
B1.2. Collectieve zorgverzekering Huidige situatie In de scenarioanalyse is voor de collectieve zorgverzekering een totaalbedrag berekend. Hierin zijn zowel CZ als VGZ meegenomen. De berekening is in deze bijlage opgenomen. De collectieve zorgverzekering kent verschillende bijdrages van de gemeente per pakket. Om een goed beeld van de huidige kosten te krijgen zijn de aantallen per pakket opgevraagd door de gemeente. Hieruit volgen vervolgens de huidige kosten. De volgende aannames zijn gedaan: • Alleen de volwassenen die gebruik maken van CZ of VGZ worden meegenomen in de aantallen. Kinderen zijn automatisch meeverzekerd en leiden niet tot extra kosten voor de gemeente. • Volwassenen die enkel van de basisverzekering gebruikmaken worden buiten beschouwing gelaten. Alleen voor aanvullende pakketten geldt een bijdrage van de gemeente.
32
Gemeente Beesel
Versie 0.2
Tabel B1.2 Programmakosten collectieve zorgverzekering in de huidige situatie Pakket
Kosten gemeente per gebruiker
Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm
Bereik
Totale kosten
CZ: Start
€ 120
24 volwassenen
4%
€ 2.880
CZ: Extra
€ 180
39 volwassenen
6%
€ 7.020
CZ: Extra uitgebreid
€ 180
14 volwassenen
2%
€ 2.520
VGZ: 2
€ 120
48 volwassenen
7%
€ 5.760
VGZ: 3
€ 180
53 volwassenen
8%
€ 9.540
Totaal
-
178 volwassenen
26%
€ 27.720
Scenario 1: Verruiming inkomensgrens IIT en CZV In scenario 1 wordt de doelgroep verruimd door een verhoging van de inkomensgrens. Voor de collectieve zorgverzekering wordt de aanname gedaan dat het bereik van deze regeling in de groep tussen 120 en 130 procent Wsm gelijk is aan het huidige bereik (26 procent). Onderstaande tabel laat zien hoe de totale kosten zijn berekend. Doelgroep 100 tot 120 procent Wsm: de gebruikersaantallen blijven gelijk aan het huidige scenario (178 in totaal). Doelgroep 120 tot 130 procent Wsm: de doelgroep die erbij komt zijn 121 huishoudens. Het bereik hiervoor is 26 procent, wat betekent dat er ongeveer 31 huishoudens bijkomen. De totale kosten komen op € 32.400. Tabel B1.3 Programmakosten collectieve zorgverzekering bij scenario 1 Pakket
Kosten gemeente per gebruiker
Verwacht bereik
Gebruikers bij doelgroep 120% Wsm
Verwachte gebruikers bij doelgroep 130% Wsm
Totale kosten
CZ: Start
€ 120
4%
24 volwassenen
28 volwassenen
€ 3.360
CZ: Extra CZ: Extra uitgebreid VGZ: Compact VGZ: Compleet
€ 180
6%
39 volwassenen
46 volwassenen
€ 8.280
€ 180
2%
14 volwassenen
16 volwassenen
€ 2.880
€ 120
7%
48 volwassenen
56 volwassenen
€ 6.720
€ 180
8%
53 volwassenen
62 volwassenen
€ 11.160
-
26%
178 volwassenen
209 volwassenen
€ 32.400
Totaal
33
Gemeente Beesel
Versie 0.2
Bijlage 2. Verkorte begrotingen per huishoudtype De figuren in deze bijlage horen bij de scenario analyses.
B2.1. Scenario 1 Tabel B2.1.1 Alleenstaande, niet AOW-gerechtigd, scenario 1
Inkomsten uitkering of werk Bedrag landelijke regelingen Bedrag gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
140%
1.284 488
1.412 488
1.541 488
1.669 483
1.797 449
Langdurige minima 100% 1.284 488
48
25
25
25
0
68
1.602 117 101
1.672 117 136
1.672 117 264
1.672 117 387
1.664 117 465
1.602 117 121
53
111
239
363
465
53
Tabel B2.1.2 Alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd, scenario 1 Langdurige 100% 110% 120% 130% 140% minima 100% Inkomsten uitkering of werk 1.284 1.412 1.541 1.669 1.797 1.284 Bedrag landelijke regelingen 1.526 1.567 1.573 1.579 1.584 1.526 Bedrag gemeentelijke 171 132 132 132 0 200 regelingen Basisuitgaven 2.315 2.397 2.397 2.403 2.395 2.315 Uitgaven participatie 250 250 250 250 250 250 Budget na alle uitgaven 416 464 598 727 737 445 Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
245
332
466
595
737
245
Tabel B2.1.3 Paar zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd, scenario 1
Inkomsten uitkering of werk Bedrag landelijke regelingen Bedrag gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
140%
1.834 628
2.017 628
2.201 586
2.384 479
2.568 363
Langdurige minima 100% 1.834 628
88
49
49
49
0
122
2.298 191 60
2.368 191 135
2.368 191 277
2.368 191 353
2.353 191 387
2.298 191 95
-27
86
227
304
387
-27
34
Gemeente Beesel
Versie 0.2
Tabel B2.1.4 Paar met kinderen van 8 en 13 jaar, niet AOW-gerechtigd, scenario 1
Inkomsten uitkering of werk Bedrag landelijke regelingen Bedrag gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100%
110%
120%
130%
140%
1.834 1.349
2.017 1.349
2.201 1.307
2.384 1.199
2.568 1.083
Langdurige minima 100% 1.834 1.349
195
157
157
157
0
230
2.836 325 217
2.906 325 292
2.906 325 434
2.906 325 509
2.890 325 436
2.836 325 252
22
135
277
352
436
22
Tabel B2.1.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd, scenario 1 Inkomsten uitkering of werk Bedrag landelijke regelingen Bedrag gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
100% 1.426 490 48 1.659 111 194
110% 1.568 490 25 1.659 111 313
120% 1.711 453 25 1.659 111 419
130% 1.853 392 25 1.659 111 500
140% 1.996 308 0 1.651 111 542
146
289
394
476
542
100% 1.932 639 88 2.343 179 138
110% 2.126 622 49 2.343 179 275
120% 2.319 570 49 2.343 179 416
130% 2.512 493 49 2.343 179 533
140% 2.705 411 0 2.327 179 611
50
226
367
483
611
Tabel B2.1.6 Paar, AOW-gerechtigd, scenario 1 Inkomsten uitkering of werk Bedrag landelijke regelingen Bedrag gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen
35