Reactie college op aanbevelingen RKC rapport tbv behandeling in raad
Tekst van het document
Reactie op aanbevelingen RKC duurzaamheidsrapport Graag maak ik gebruik van de mogelijkheid om het collegestandpunt met betrekking tot de aanbevelingen uit het RKC-rapport voor het voetlicht te brengen. Wij waarderen het dat de rekenkamercommissie ervoor heeft gekozen het duurzaamheidsbeleid van de afgelopen 12 jaar te onderzoeken op zijn merites. Het is immers een zeer actueel en belangrijk beleidsveld. Het is interessant om te zien wat er in die jaren is gedaan en hoe het beleid zich heeft ontwikkeld van een pril beleidsterrein wat ‘erbij kwam’ tot een volwaardig beleidsterrein waar vele mensen in onze organisatie aan werken en dat invloed heeft op bijna alle beleidsterreinen. Ik herken en erken de meeste bevindingen uit het rapport. Met name de periode 2008 t/m 2018 is het pionieren geweest. In de loop van de jaren werd het taakveld steeds meer verbreedt en werden er steeds meer mondiale, Europese en nationale akkoorden gesloten op dit terrein. Denk aan het landelijk Energieakkoord in 2013, het klimaatakkoord van Parijs in 2015, nieuwe Europese klimaatwetgeving in 2018 en de Europese Green Deal in 2019 en de nationale uitwerking daarvan in de Klimaatwet en het Nationale Klimaatakkoord in 2019. Deze ontwikkelingen vroegen en vragen lokaal om implementatie met een steeds bredere horizon en verstrekkender doelen.
De bevindingen van de RKC en de ontwikkeling van de klimaatwetgeving hebben we in huis al in 2018 geconstateerd en daarop hebben we gehandeld. Op een zeer participatieve manier hebben we, gezamenlijk met inwoners, bedrijven, organisaties en uw raad, ons duurzaamheidsbeleid goed tegen het licht gehouden en dit grondig geactualiseerd. In dat proces hebben we, in nauwe samenspraak met stakeholders en raad, het ambitieniveau bepaald en op onderdelen opgeplust, maar ook deels bijgesteld naar realiteitszin. Het resultaat daarvan is onze nieuwe duurzaamheidsvisie met een thematische verdieping, waarin per thema ambities en doelen duidelijk zijn aangegeven. We constateren zelf een duidelijke knip in handelen tot 2019 en vanaf 2019. Sinds uw raad de duurzaamheidsvisie begin 2019 heeft vastgesteld, is er meer structuur en actiegerichtheid gekomen in de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid. Deze knip vinden we echter niet terug in de aanbevelingen van het RKC rapport. Ik had de hoop dat deze omslag door de RKC ook als zodanig zou worden herkend. Daarom herkennen we ons dan ook niet in een aantal van de aanbevelingen omdat deze, om hiervoor uitgesproken argumenten, ons inziens niet meer aan de orde zijn.
Met het vaststellen van de duurzaamheidsvisie (in de geest van Blij in Beesel) hebben we onze ambities richting 2030 vastgelegd, thematisch uitgewerkt en concreet gemaakt voor de korte termijn in het actieplan 2019-2022. Het jaar 2022 is daarmee geen eindstation, maar een volgende stap richting 2030 (tussendoel) en 2050 als einddoel. Dit actieplan is adaptief en kan waar nodig of wenselijk worden bijgesteld, in de wetenschap dat duurzaamheid in alle facetten onderhevig is aan een grote dynamiek, die we op gemeenteniveau niet altijd in de hand hebben. Ondertussen kent de duurzaamheidsvisie nadere uitwerkingen, zoals KODE Beesel en zo meteen ook op terrein van Klimaatadaptatie en biodiversiteit en op korte termijn de aanpak Circulair. Aan de hand van de acties uit het actieplan plegen we onze inzet en houden bij hoe dit verloopt. Veel bewustwordingsacties zijn nodig om mensen in de benen te laten komen, andere acties zijn weer gericht op het feitelijk realiseren van CO2-reductie. Als gemeente stellen we weliswaar beleid op, we confirmeren ons aan afspraken en akkoorden en geven we zo veel mogelijk het goede voorbeeld, maar we zijn tegelijkertijd afhankelijk van de inspanningen van onze inwoners, bedrijven en organisaties.
Onze visie op de aanbevelingen: 1. Bepaal als gemeenteraad (explicieter dan nu het geval is) uw ambitie en breng die in overeenstemming met uw beleid;
Wij raden deze aanbeveling af. We hebben onze ambities al bepaald in het proces om te komen tot de duurzaamheidsvisie en in de bijbehorende uitwerkingen die er zijn en nog gaan komen. We houden graag vast aan deze koers. Natuurlijk staan we open voor efficiëntere en effectievere inzet als die zich aandient, gerelateerd aan bestaande of nieuwe acties. 2. Laat in beeld te brengen op welke wijze en in welke mate de uit het beleid voortvloeiende activiteiten bijdragen aan door u vastgelegde doelstellingen;
We erkennen dat we als college hier wellicht tekort zijn geschoten. We zullen jaarlijks, aan de hand van het actuele actieplan, de concrete resultaten en procesmatige ontwikkelingen rapporteren, voor zover cijfers en informatie beschikbaar zijn. Het actuele actieplan loopt tot 2022. Het ligt voor de hand om dit in een nieuwe collegeperiode te herijken. 3. Laat u informeren zoals u met het college heeft afgesproken, separaat en periodiek;
We pakken dit graag met u als raad op: bijvoorbeeld door het organiseren van werkvergaderingen, excursies en bezoeken van projecten of het sturen van RIB’s. 4. Stuur op naleving van de gemaakte afspraken wat betreft de monitoring;
Dit doen we via verschillende lijnen: aan de ene kant via begroting en beraps. Daarnaast, zoals eerder toegezegd, via het statusoverzicht van het actieplan. 5. Stel uw ambities bij, passend bij het feitelijk doelbereik zoals deze zich aftekent of intensiveer uw aanpak;
In aansluiting op ons standpunt met betrekking tot aanbeveling 1, ontraden we deze aanbeveling. Wilt u intensiveren als raad, vernemen we graag waar en hoe. Daartoe hoeven de ambities en thematische uitwerkingen echter niet bijgesteld te worden. 6. Zie toe op een adequate naleving van de afspraken rondom de verplichte paragraaf duurzaamheid en leg meer nadruk op dwarsverbanden en de kansen die dat biedt op een verhoging van de doeltreffendheid en doelmatigheid;
Zoals ook al aangegeven in onze bestuurlijke reactie, zullen we expliciet aandacht vragen voor de paragraaf duurzaamheid bij leidinggevenden en portefeuillehouders. 7. Duurzaamheid is een relatief nieuw beleidsterrein. Dat maakt het moeilijk om de doeltreffendheid in beeld te brengen. Vraag om in beeld te brengen hoe Beesel het doet ten opzichte van andere gemeenten en de middelen die daarbij worden ingezet. Stuur ook op meekoppelkansen bij andere beleidsterreinen. Daarmee kan de impact van verduurzaming worden vergroot.
We raden af om lokaal een benchmark op te zetten. Waarschijnlijk wordt in regionaal RES-verband een benchmark opgesteld, die mogelijk zal leiden tot een regionale monitoringssystemiek. Die zou lokaal voor meerwaarde kunnen zorgen. Het pakken van koppelkansen juichen we toe. We voeren dit in de praktijk al uit en kennen ook al verschillende voorbeelden hiervan. Denk bijvoorbeeld aan: project rond de dijkverzwaring en integraal kijken naar koppelkansen rond klimaatadaptie. buurtaanpak en integraal meenemen klimaatadaptatie, gebiedsverkenning t’Brook als aanzet voor gebiedsontwikkeling waarbij energie kan bijdragen aan brede doelen rond het perspectiefrijker maken van de agrarische sector, landschap en natuur, aanpak verduurzaming woningen door Nester en meenemen van particulier gespikkeld bezit, denk aan opwaardering van directe woonomgeving en actieve rol van bewoners daarin, etc.