Raadsvoorstel zienswijzen toetreding RD Maasland
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Zienswijzenprocedure toetredingsverzoek tot gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst Maasland
portefeuillehouder: Marcel Roelofs datum vergadering: 23 september 2024 zaaknummer: 0889376424
Samenvatting De eisen en wensen van gemeenten ten aanzien van de rol van een afvalinzamelaar met betrekking tot afvalscheiding en -inzameling nemen met het streven naar een circulaire economie toe. Tegelijkertijd neemt het aantal private afvalinzamelaars voor de huis-aan-huisinzameling af. Het college heeft daarom onderzocht wat de voor- en nadelen van het aansluiten bij een gemeenschappelijke regeling (private inzameling) als alternatief. Op grond van de resultaten van dit onderzoek heeft het college besloten tot een verzoek tot toetreding tot de Gemeenschappelijk Regeling Reinigingsdienst Maasland. De raad wordt via dit voorstel in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te brengen met betrekking tot dit besluit.
Voorstel Wij stellen uw raad voor kennis te nemen van het verzoek tot toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland en adviseren uw raad dit verzoek positief te bekrachtigen door u te onthouden van het kenbaar maken van zienswijzen.
Pagina 1 van 9
Toelichting raadsvoorstel 1. Aanleiding Wij hebben aan het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland (verder: RDM) aangegeven interesse te hebben in het toetreden tot deze GR voor wat betreft de inzameling van afval. Inmiddels hebben wij een toetredingsverzoek bij RDM ingediend. Hiervoor verwijzen wij uw raad naar de bijlagen 2a en 2b. Het Dagelijks Bestuur van RDM heeft zich op 19 juni jl. positief uitgesproken over een mogelijke toetreding van de gemeente Beesel (en de gemeente Horst aan de Maas die eveneens een toetredingsverzoek heeft ingediend). Wij verwijzen uw raad hiervoor naar de bijlagen 3 en 4. Op 10 juli 2024 heeft het Algemeen Bestuur van RDM positief gereageerd op het toetredingsverzoeken van Gemeente Beesel en Horst aan de Maas.
2. Doelstelling Het toetreden van de gemeente Beesel tot de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval.
3. Uitgangssituatie Op 28 februari 2025 eindigt van rechtswege het inzamelcontract voor o.a. de huis-aan-huisinzameling van rest- en GFT-afval dat de gemeente Beesel heeft met de inzamelaar PreZero.
4. Rol gemeente Trekker.
5. Toelichting Wat is er aan de hand? Regulier besteedt de gemeente Beesel de huis-aan-huisinzameling van o.a. rest- en GFT-inzameling samen met andere gemeenten Europees aan. Een Europese aanbesteding blijkt echter steeds lastiger te zijn. Enerzijds omdat gemeenten steeds meer eisen en wensen hebben in het kader van hun streven naar een bijdrage aan de transitie naar een circulaire economie waaraan de private inzamelaars niet kunnen c.q. willen voldoen, zoals een ruime mate aan flexibiliteit. Anderzijds doordat het aantal inzamelaars drastisch is ingeperkt o.a. door fusie of overname. Ook schrijven de overgebleven private inzamelaars (landelijk zijn dit er nog maar 7) vaak alleen nog in op bedrijfseconomisch gunstige businesscases waarin inzameling én verwerking samen worden aanbesteed, omdat bijvoorbeeld brandstof- en materieelprijzen stijgen. Deze diensten besteden gemeenten vaak apart regionaal aan, omdat dit samenwerkingsvoordelen zoals het samenvoegen van transport biedt. Zo ook in Limburg, waar vorig jaar Limburg-breed de verwerking (inclusief transport) van rest- en GFT-afval langjarig aan Attero is gegund. Bovenstaande ontwikkelingen hebben tot gevolg, dat er nauwelijks meer sprake is van marktwerking hetgeen prijsopdrijving in de hand werkt. Bovendien lopen de aanbestedende gemeenten het risico dat geen enkele partij inschrijft op hun aanbesteding.
Vele gemeenten kiezen er daarom voor aan te sluiten bij een samenwerkingsverband en zo regionaal samen te werken om de steeds complexere uitdagingen van de circulaire economie gezamenlijk het hoofd te bieden en continuïteit in inzameling te waarborgen. Onder de lijn Roermond zijn inmiddels alle gemeenten bij een samenwerkingsverband aangesloten, bijvoorbeeld bij Rd4, RWM of RD Maasland. Dit is de reden waarom wij adviesbureau ORGfit opdracht hebben gegeven nader onderzoek te doen naar een eventuele toetreding van de gemeente Beesel tot de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland (verder: RDM) ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval. Wie is Reinigingsdienst Maasland? RDM is in 1963 opgericht om namens de deelnemende gemeenten om de wettelijke afvalzorgplicht uit te voeren door een zo optimaal mogelijke exploitatie en beheer (maatschappelijk, financieel, milieu) van de gehele afvalketen. De zienswijze van destijds is nog steeds actueel: netwerken en diensten organiseren ten dienste van het algemeen maatschappelijk belang (publieke meerwaarde). Op dit moment levert RDM diensten aan de gemeenten Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Echt-Susteren. Tevens is RDM met zijn Pagina 2 van 9
ruim 60-jarige bestaan de oudste gemeenschappelijke regeling van Nederland. Dankzij gezamenlijke beleidskeuzes, succesvolle implementatie daarvan en verdere professionalisering van de organisatie staan zij op het huidige punt van verdere groei en doorontwikkeling. RDM staat bij zijn huidige deelnemers bekend om haar betrouwbaarheid, kwaliteit en service, en is al sinds haar oprichting stevig geworteld in de regio Midden Limburg. In de werkvergadering van 3 oktober 2023 heeft uw raad reeds kennis kunnen maken van RDM. Wat zijn de resultaten van ons onderzoek? ORGfit heeft samen met een ambtelijke werkgroep onderzoek gedaan naar de kansen en risico’s van toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling RDM als volwaardig alternatief voor een marktpartij via een Europese aanbesteding. Hierbij is de focus gelegd op de aspecten juridisch & financieel, Governance en beleid & kwaliteit. Wij hebben uw raad in de werkvergadering van 16 april jl. geïnformeerd over onze tussentijdse bevindingen. Inmiddels is het adviesrapport van ORGfit afgerond, op basis waarvan wij geconcludeerd hebben dat toetreding tot RDM opportuun is voor de gemeente Beesel. Onderstaand delen wij de onderzoeksresultaten met uw raad. Voor het gehele rapport verwijzen wij u naar bijlage 1.
5.1 Juridische en financiële aspecten 5.1.1 Juridische aspecten Wettelijke basis De wettelijke basis voor de gemeenschappelijke regeling (GR) is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Deze wet maakt het mogelijk voor overheden om wettelijke bevoegdheden en taken over te dragen aan een gemeenschappelijke regeling. Een gemeenschappelijke regeling is een samenwerkingsverband tussen meerdere overheden, vaak gemeenten. Toetreding tot RDM betekent dan ook dat RDM (afvalbeheer)taken voor de gemeente Beesel gaat uitvoeren. Voor deze taken is in dat geval sprake van quasi-inbesteden, waardoor de Aanbestedingswet 2012 hierop niet van toepassing is. Voor een verdere toelichting verwijzen wij uw college naar het kopje ‘juridisch’ onder punt 7c. Toetredingsproces Het toetredingsproces is beschreven in de Wgr en de GR Reinigingsdienst Maasland (bijlage 5). Voor de planning en de verschillende processtappen van het toetredingsproces verwijzen wij uw raad naar bijlage 6. Zoals u hieruit kunt opmaken, is deze dit een krappe planning die erop is gericht definitieve besluitvorming vóór 1 maart 2025 af te ronden omdat het contract met PreZero op 28 februari 2025 eindigt.
5.1.2 Financiële aspecten Uit de jaarstukken 2023 van RDM komt naar voren dat zowel de netto schuldquote, solvabiliteit als de structurele exploitatieruimte zich allemaal binnen de gestelde Besluit Begroting en Verantwoordingnormen (toezichtkader van de Provincie) bevinden. Ook de jaarrekeningen van 2021 en 2022 geven een getrouw beeld en een gezonde financiële positie weer. RDM kiest ervoor om een laag eigen vermogen te hebben, hetgeen binnen meerdere GR-en gebruikelijk is. Immers, bij tegenvallende resultaten, staan de deelnemers van de GR toch aan de lat om het eigen vermogen aan te vullen. Daartegenover staat vaak een wat lagere bijdrage van de deelnemers omdat deze bijdragen voornamelijk voor de exploitatie worden gebruikt en niet voor het spekken van het eigen vermogen. Bij een negatief resultaat zullen we dan echter wel sneller bij moeten springen dan wanneer het eigen vermogen groter was geweest. In het onderzoek zijn de jaarrekeningen van 2021, 2022, 2023 en is de begroting 2025 geanalyseerd; hierin zijn geen financiële risico’s gevonden die de toetreding doen verhinderen. De jaarrekeningen zijn voorzien van een controleverklaring met een getrouw beeld. Voor de bedrijfsrisico’s van RDM verwijzen wij uw raad naar pagina 22 van het rapport van ORGfit in bijlage 1. De algehele conclusie van ORGfit is, dat RDM een financieel gezonde positie heeft.
Voor een nadere toelichting verwijzen wij uw raad naar de pagina’s 15 en 16 van het rapport van ORGfit in bijlage 1 en de hierbij opgenomen jaarrekening 2023. Pagina 3 van 9
5.2 Governance Het Dagelijks Bestuur (DB) en Algemeen Bestuur (AB) van RDM bestaat uit de (vak)wethouders van deelnemende gemeenten. Hierbij geldt enkelvoudig stemrecht. Deze worden ondersteund en geadviseerd door het Managementteam (MT) dat bestaat uit de directeur en vakinhoudelijke adviseurs. Uit de jaarplanning 2024 blijkt dat het AB 4x per jaar vergadert, het DB vergadert 6x per jaar. Ook is er 9x per jaar een overleg van de Beleidsgroep, waarbij alle betreffende beleidsambtenaren van de aangesloten gemeenten aansluiten. De Raden kunnen jaarlijks hun zienswijzen naar voren brengen ten aanzien van de ontwerpbegroting en ontvangen jaarlijks ter informatie de jaarrekening van RDM. Borging van de continuïteit van de bedrijfsmatige aansturing Tijdens het onderzoek is het risico besproken dat een forse groei in de omvang en aantal deelnemers van RDM met zich meebrengt, in de zin dat deelnemers zich (mogelijk) minder als eigenaar verantwoordelijk gaan voelen voor de lange termijnontwikkeling van de organisatie en dienstverlening. RDM functioneert nu naar volle tevredenheid van de vier deelnemende gemeenten. Maar, naast Beesel en Horst aan de Maas, overwegen ook andere gemeenten in Noord-Limburg om op een later moment aan te sluiten bij RDM.
Een sterke governance is noodzakelijk om een bedrijfsmatige aansturing van de operatie te (blijven) verzekeren met voldoende focus op de collectieve doorontwikkeling. In gesprekken met de directie en het bestuur van RDM hierover, is duidelijk geworden dat zij dit beamen en hier ook voor willen waken. Daarnaast is de continuïteit in de bedrijfsvoering en dienstverlening ook (deels) geborgd met het Strategisch Meerjarenplan 2023-2028 (opgenomen bij bijlage 1) dat door de huidige deelnemers is vastgesteld. 5.3 Beleid en kwaliteit Uitvoeringstaken De aan RDM over te dragen taken (onderdelen van het afvalbeheer) worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst (DVO). RDM voert deze taken uit volgens de bij het DVO horende productbladen waarin de specificaties en kwaliteitseisen zijn vastgelegd. Deze worden jaarlijks in overleg en per taak op- of bijgesteld (de concept-DVO is zonder productbladen toegevoegd bij bijlage 1). In principe worden alleen de taken van de huis-aan-huis inzameling van rest- en GFT-afval en het ledigen van diverse fracties in onze ondergrondse containers overgedragen conform het huidige inzamelbeleid. In de besluitvormende raadvergadering van 3 juli 2024 heeft de raad de toekomstige inzamelsystematiek (Grondstoffenplan) vastgesteld en conform voorstel ingestemd. RDM zal dit beleid conform besluitvorming uitvoeren.
Deze huis-aan-huis inzameling zal altijd door RDM zelf uitgevoerd worden. Uitbreiding van het takenpakket met werkzaamheden in de openbare ruimte of het beheer van milieupark behoort eveneens tot de toekomstige mogelijkheden. Kwaliteitsborging RDM is sinds 2013 ISO-9001 gecertificeerd. Het systeem is gericht op het continu verbeteren van de kwaliteit en klanttevredenheid. Ter ondersteuning van het systeem maakt RDM gebruik van een digitaal managementsysteem. Verder is RDM bezig met een doorontwikkeling naar een data-gedreven organisatie. Hierdoor willen zij nog beter proactief meedenken en -werken aan het bewerkstelligen van de gemeentelijke ambities en doelen. Deze proactieve houding ontbreekt nu regelmatig in de samenwerking met marktpartijen, ondanks dat hier in de contracten wél afspraken over gemaakt worden. Samenwerking Binnen de Afval Samenwerking Limburg (ASL) werken Beesel en RDM al jaren samen met de andere Limburgse gemeenten en publieke afvalinzamelaars. Dit samenwerking in ASL-verband spitst zich vooral toe op het gezamenlijk aanbesteden en beheren van de contracten van de verwerking van de grootste afvalstromen: restafval, GFT en Plastic Metaal Drankpakken (PMD).
Recent heeft RDM een samenwerkingsovereenkomst getekend met de gemeenschappelijke regeling Rd4 (bestaande uit 10 gemeenten in Zuid Limburg) om kennis uit te wisselen over operationele zaken, afvalbeleid en grondstoffenmanagement. Ze willen samenwerken aan de transitie naar een circulaire economie. Onder andere door hun milieuparken te ontwikkelen tot grondstoffenparken en haalbaarheidsonderzoeken voor Regionale Ambachtscentra uit te voeren. Ook onderzoeken ze een verdere samenwerking bij hun commerciële activiteiten (inzameling van bedrijfsafval). De samenwerking biedt schaalvoordelen en borgt capaciteit en kennis. Dit is cruciaal gezien de circulaire uitdagingen waar de gemeenten voor staan en de beperkte capaciteit en specifieke kennis waar zij mee kampen.
Pagina 4 van 9
Indien RDM tijdelijk in de praktische onmogelijkheid komt te verkeren de opgedragen werkzaamheden verder uit te voeren, heeft zij met collega-bedrijven een zodanige regeling getroffen, dat de continuïteit van de werkzaamheden is gegarandeerd. Indien van deze regeling gebruik wordt gemaakt, zal RDM dit melden aan de betreffende gemeente. Deze afspraak leggen we vast in de dienstverleningsovereenkomst en heeft uitsluitend tot doel tijdelijk, maar zolang als nodig is, de voortgang van de werkzaamheden te garanderen. Dit maakt geen onderdeel van de besluitvorming. 5.4 Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling Voor de toetreding tot de GR bestaan er twee varianten: volwaardige toetreding en (aspirant) lidmaatschap. De voorwaarden voor toe- en uittreding voor volwaardige toetreding zijn opgenomen in de GR, die van (aspirant) lidmaatschap in de DVO (dienstverleningsovereenkomst). Wij verwijzen uw raad hiervoor naar de pagina’s 18 en 19 van het rapport van ORGfit in bijlage 1. In beide varianten treedt je toe tot de GR. Bij volwaardige deelname is er sprake van zeggenschap en dus grip op het beleid en de kosten. Aspirant lidmaatschap is een tijdelijke aanloop tot volwaardige deelname waarbij de gemeente geen risico draagt omdat er geen aandeel is in het eigen vermogen van RDM en de gemeente kan wennen aan de GR RDM.
Wij hebben ervoor gekozen een verzoek tot volwaardige deelname te doen, omdat • de terugtrekkende markt een ingezette trend is, waardoor de spoeling naar de toekomst wellicht nóg dunner zal worden waardoor over twee jaar (bij aspirant lidmaatschap is de opzegtermijn 1 jaar + 1 jaar nodig voor aanbesteding als alternatief) dezelfde problematiek voor zal liggen; • er geen majeure risico’s aan het licht zijn gekomen bij een toetreding; • er geen extra bijdrage in het eigen vermogen van de GR gevraagd wordt ten opzichte van aspirant lidmaatschap (maar de gemeente wél risicodrager is); • er toetredingstechnisch geen verschillen zijn én • Beesel direct zeggenschap krijgt en daarmee grip op alle aspecten.
5.4.1 Financiële en organisatorische gevolgen van toetreding Financieel Afhankelijk van de keuzes in dienstenafname voor inzameling en het bepalen van de inzamelfrequenties variëren de totale kosten tussen ca. € 655.000 en ca. € 825.000 per jaar.1 Dit is exclusief eenmalige opstartkosten (ca. € 30.000). Voor een nadere toelichting verwijzen wij uw raad naar de financiële paragraaf van dit voorstel. De kosten voor inzameling zullen hoe dan ook stijgen ten opzichte van ons huidige tien jaar oude inzamelcontract, zowel bij toetreding tot een GR als bij een Europese aanbesteding. Door samen te werken in een samenwerkingsverband kunnen we beter de regie houden op ons uitvoeringsbeleid en zijn we niet afhankelijk van keuzes van marktpartijen; de gemeente heeft grip omdat het haar eigen uitvoeringsorganisatie betreft. Via een toetreding tot RDM hebben we zelf grip op het beleid en de kosten en kunnen we er mede voor zorgen dat deze kostenstijging beperkt blijft. Organisatorisch Een gedeelte van de administratieve werkzaamheden zullen vanuit efficiencyoogpunt bij toetreding door de RDM uitgevoerd worden, dit betreft ca. 0,11 fte.
1 In de bandbreedte van deze bedragen bevindt zich naast huis-aan-huisinzameling van rest- en GFT-afval, PMD-inzameling, het
ledigen van glas- en luiercontainers en het ledigen van verzamelcontainers voor rest- en GFT-afval bij hoogbouw in diverse theoretische frequenties en systematieken. Dit zijn dus geen minimum- en maximumbedragen, maar het is het toetredingsaanbod van RDM op basis van enkele uitgevraagde opties. Niet ingegrepen zijn containerbeheer- en containerdistributie, communicatie/educatie en overheaddekking. Zie bijlage 10, pagina 10 DVO met de diverse opties.
Pagina 5 van 9
Wat is onze conclusie? Op basis van de resultaten van het onderzoek van ORGfit hebben we geconstateerd dat zich geen majeure risico’s voordoen die onze toetreding belemmeren. Gezien de ontwikkeling op het gebied van huishoudelijk afvalbeheer in combinatie met de transitie naar een circulaire economie zien we toetreding tot RDM als een stabiele en veilige keuze ten opzichte van een Europese aanbesteding. Onze conclusie is derhalve dat toetreding tot RDM een groot aantal kansen en voordelen biedt en een toetredingsverzoek daarom opportuun is. • • •
•
•
•
•
Regionale samenwerking door kennisdeling en het gebruik van regionale faciliteiten. Synergievoordelen door afstemming in beleid, acceptatie grondstoffen, data, ICT en transport. Solidariteit, bijvoorbeeld bij het opvangen van uitval inzamelvoertuigen. Recent heeft RWM hierover bijvoorbeeld samenwerkingsafspraken gemaakt met Rd4. Flexibiliteit, bijvoorbeeld in uitvoeringstaken en in het kader van de transitie naar een circulaire economie. De transitie naar een circulaire economie vraagt de komende jaren namelijk om flexibiliteit in de afvalinzameling, om snel en effectief in te kunnen spelen op ontwikkelingen zoals op het gebied van afval- en grondstoffenverwerking, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV’s) en ander Europees- en nationaal beleid. In een meerjarig contract met een private marktpartij ontbreekt deze benodigde flexibiliteit, omdat de Aanbestedingswet maar zeer beperkt wijzigingen in deze contracten toestaat. Als er al iets gewijzigd moet worden en de marktpartij wil hier aan meewerken, zullen nieuwe prijsafspraken hierover tot stand komen zonder enige concurrentiedruk. Toetreding tot RDM verbetert de kwaliteit van ons afval- en grondstoffenbeheer. Via deelname aan het bestuur van RDM verkrijgen we directe invloed op de bedrijfsvoering en daarmee op de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners.
Dit is een duidelijk voordeel ten opzichte van een samenwerking met een private partij. RDM richt zich nu ook al voortdurend op het verbeteren van kwaliteit en klanttevredenheid, wat resulteert in een lage hoeveelheid meldingen en klachten. Door de ontwikkeling naar een data-gedreven organisatie, zal RDM proactief bijdragen aan het realiseren van de ambities en doelen van gemeenten in het kader van de transitie naar een circulaire economie. Stabiliteit door grip op beleid, bedrijfsvoering (eigen uitvoeringsorganisatie) en kostenontwikkeling. De prijzen van RDM zijn marktconform. Toetreding tot RDM biedt de mogelijkheid tot beperking van de stijging van de kosten van ons afval- en grondstoffenbeheer. Bij een aanbesteding aan de markt wordt geen inschrijving verwacht die tot een lagere kostenstijging in 2025 e.v. zou leiden. En door samenwerking kunnen er efficiencyvoordelen behaald worden door verdere toekomstige samenwerking in de regio. Deelnemers aan RDM betalen uiteindelijk alleen de werkelijke uitvoeringskosten (geen winstoogmerk) en er is geen sprake van een winstopslag. Daarnaast is RDM een financieel gezonde organisatie. Toetreding tot RDM vermindert onze kwetsbaarheid ten aanzien van ons afval- en grondstoffen beheer. Met een toetreding tot RDM is onze (huis-aan-huis) afvalinzameling voor onze inwoners voor de toekomst geborgd.
We zijn dan niet meer kwetsbaar voor het risico dat ook de laatste private aanbieders in de toekomst kunnen stoppen met hun dienstverlening aan gemeenten en we vervolgens zonder inzamelaar zouden komen te zitten. Het feit dat RDM een publieke organisatie is (zonder winstoogmerk), die onze inwoners ook als hun inwoners zien, maakt dat we bij een toetreding minder kwetsbaar zijn voor conflicterende belangen en dat zij dezelfde prioriteiten voorop stellen als wij: kwaliteit en tevreden inwoners. Doordat RDM samenwerkingsafspraken heeft gemaakt met collega-bedrijven, wordt de continuïteit van de afvalinzameling door RDM gegarandeerd. Dit maakt ons minder kwetsbaar bij het uitvallen van materieel en personeel. Bovendien zorgt toetreding tot RDM voor toekomstbestendigheid en continuïteit van onze (huisaan-huis) afvalinzameling en onafhankelijkheid van een terugtredende private markt met langjarige contracten.
Pagina 6 van 9
Wat vragen wij van uw raad in dit proces? In dit proces hebben uw raad en wij verschillende rollen. Voor het toetredingsproces geldt op basis van artikel 1 lid 1 Wgr de collegeregeling. Dat wil zeggen dat zowel initiatief tot toetreding als besluitvorming over toetreding aan het college is. Om de toetreding per 1 maart 2025 te kunnen effectueren, is de planning krap maar niet onmogelijk. Voor de planning van het toetredingsproces verwijzen wij uw raad naar bijlage 6. Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen (GR) te vergroten. Voor 1 juli 2024 moeten alle GR’en in Nederland zijn aangepast aan deze nieuwe wetgeving. Ook RDM heeft de GR hierop aangepast. Ter versterking van de positie van uw raad is er op grond van deze wetswijziging niet alleen tot maximaal 13 weken de tijd om toestemming aan het college te verlenen voor de verzochte toetreding (waarbij toestemming alleen geweigerd kan worden indien er sprake is van strijd met het algemeen belang), maar wordt uw raad tevens gedurende 8 weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze op het ontwerpbesluit - het verzoek tot toetreding - te geven. Deze mogelijkheid tot het inbrengen van zienswijzen ligt nu voor aan uw raad, de toestemmingsprocedure is later dit jaar voorzien.
Back-up-scenario Bij een toetredingsproces zijn naast het college en uw gemeenteraad, ook de colleges en raden van de reeds bij RDM aangesloten gemeenten aan zet. Mocht er op welke wijze dan ook ergens in het toetredingsproces vertraging optreden, dan kan een eventuele toetreding op 1 maart 2025 mogelijk nog niet plaatsvinden en dient - om de afvalinzameling te borgen - een alternatief als back-up ingericht te worden. Dit geldt tevens wanneer wij besluiten niet toe te treden tot RDM; in dat geval moet een Europese aanbesteding opgestart worden, waarbij gunning pas aan de orde is na 1 maart 2025. Voor deze situaties sluiten wij een Samenwerkingsovereenkomst met RDM voor de periode 1 maart 2025 tot 1 januari 2026. Voorstel Wij stellen uw raad op grond van bovenstaande voor kennis te nemen van ons verzoek tot toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland en adviseren uw raad dit verzoek positief te bekrachtigen door u te onthouden van het kenbaar maken van zienswijzen. Mocht uw raad toch zienswijzen kenbaar willen maken, dan verzoeken wij u deze vóór 3 oktober 2024 aan ons te doen toekomen. a.
Financieel Begrotingstechnisch kan bij toetreding tot RDM een deel van de kosten met betrekking tot de 0,11 fte administratieve ondersteuning die wegvalt (ca. € 12.500) niet meer aan afval worden toegerekend (met dekking voorziening afval) en komen deze kosten ten laste van de gemeentelijke exploitatiebegroting. Dit betreffen de organisatorische kosten die bij toetreding komen te vervallen. De financiële invloed van de toetreding tot RDM op de afvalstoffenheffing 2025 (en verder) kunnen we bepalen nu besluitvorming van de Raad heeft plaatsgevonden over de toekomstige inzamelsystematiek. Naast de inzamelkosten op basis van deze besluitvorming, hebben we te maken met autonome kostenstijgingen zoals met betrekking tot de verwerking van restafval. Naast de door de overheid opgelegde verbrandingsbelasting van € 39/ton (prijspeil 2024) ziet het ernaar uit dat het Rijk vanaf 2026 tevens een CO2-heffing oplegt van naar verwachting € 40/ton boven op de € 55/ton (prijspeil 2024) die we betalen aan verwerkingskosten ex BTW. Daarbij geldt dat de afvalstoffenheffing wordt afgeleid uit de afvalbegroting die uit veel meer componenten bestaat dan alleen de taken die RDM zal gaan uitvoeren. Al deze componenten samen bepalen uiteindelijke de hoogte van de afvalstoffenheffing.
De huidige kosten gelijk houden is gezien de geschetste (markt)ontwikkelingen niet mogelijk; we streven er daarom naar de kostenstijging zo beperkt mogelijk en beheersbaar te houden. Kosten RDM vs marktpartijen De door RDM aangegeven uitvoeringskosten van de afvalinzameling mogen niet naast
Pagina 7 van 9
een actueel aanbod uit de markt worden gelegd. Op basis van de regels in de Aanbestedingswet is het niet toegestaan om de uitkomsten van een aanbestedingsprocedure aan de markt af te wachten om deze vervolgens niet te gunnen op basis van een vergelijking met de uitvoeringskosten zoals die door RDM worden aangegeven. De keuze voor de publieke samenwerking of aanbesteden aan de markt, moet dus vooraf worden gemaakt op basis van kansen en risico’s die het een of het ander biedt. Kostprijsvergelijking Om uw raad toch enig inzicht te geven hoe de prijzen van RDM zich verhouden tot onze huidige inzamelaar PreZero en de markt, onderstaand een overzicht van de kostprijzen op jaarbasis van enkele diensten. Hierbij dient uw raad er o.a. rekening mee te houden dat PMD nu in ondergrondse containers verzameld wordt en deze containers door de eigen buitendienst geledigd worden, de tarieven van PreZero gebaseerd zijn op tien jaar oude prijsafspraken die weliswaar geïndexeerd zijn maar niet meer realistisch, overhead niet meegenomen is en wordt vanaf 2026 (of zoveel eerder als mogelijk) de nieuwe inzamelsystematiek o.b.v. grondstoffenplan ingevoerd. In onderstaande vergelijking gelden additioneel bij ‘PreZero' nog ca. € 12.500 organisatorische kosten (zie bovenstaand). Huidige frequentie Restafval 4-wekelijks GFT wekelijks PMD brengvoorziening Totaal
PreZero* € 85.000 € 135.000
€ 69.350 € 289.350
RDM** € 78.709 € 314.837 € 153.022 € 546.568
Marktpartijen*** € 69.500 € 313.000 Niet bekend.
* Indicatie van fictieve prijsstelling vanuit PreZero 2025 op basis van oude contract, dat gebaseerd is op een regionale aanbesteding van vijf gemeenten! In de huidige situatie zouden we alleen aanbesteden en daarmee vanuit een volledig ander uitgangspunt vertrekken. PreZero heeft te kennen gegeven in de toekomst níet meer in te schrijven op aanbestedingen die alleen inzameling behelzen. ** Actuele prijsstelling RDM 2025. *** prijzen gebaseerd op oudere aanbestedingen, gemeenten die anders van samenstelling zijn qua aantal inwoners, buitengebied etc. en die al dan niet individueel hebben aanbesteed. Uit bovenstaande komt bij RDM een marktconform tarief naar voren. b.
Juridisch Voor het toetredingsproces geldt op basis van artikel 1 lid 1 Wgr de collegeregeling. Dat wil zeggen dat zowel initiatief tot toetreding als besluitvorming over toetreding aan het college is. Ter versterking van de positie van uw raad is er op grond van de wetswijziging niet alleen tot maximaal 13 weken de tijd om toestemming aan het college te verlenen. Tevens wordt u gedurende 8 weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze op het ontwerpbesluit te geven.
c.
Risico’s Bij volwaardige toetreding is er sprake van een financieel risico. Eventuele tekorten worden verrekend onder de deelnemers aan de GR.
Pagina 8 van 9
6. Visie Blij in Beesel n.v.t.
7. Toegankelijkheid n.v.t.
8. Duurzaamheid Afvalscheiding en recycling draagt bij aan een duurzame wereld en circulaire economie.
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2a Bijlage 2b Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
: Adviesrapport ORGfit incl. bijlagen 2 t/m 7 : Interessebrief college Beesel d.d. 4 juni 2024 : Verzoek tot toetreding college Beesel tot GR RDM d.d. 2 juli 2024. : Toelichtend memo met redenen en motieven door DB voor AB RDM : Besluit DB van RD Maasland : Concept geconsolideerde versie van de GR RD Maasland : Planning toetredingsproces RDM : Raadsbesluit
Pagina 9 van 9