CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel__ihp def na collegebesluit

Raadscommissievergadering 8 april 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Visie Integraal Huisvestingsplan (IHP) kindcentra5.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp: Visie inzake integraal huisvestingsplan kindcentra

portefeuillehouder: Anouk Huijs datum vergadering: 15 april 2024 zaaknummer: 0889310617

Samenvatting De gemeente Beesel beschikt op dit moment niet over een geldend Integraal Huisvestingsplan (hierna IHP) voor het primair- en voortgezet onderwijs. Ontwikkelingen en vraagstukken op het gebied van onderwijs- en kinderopvanghuisvesting in de gemeente vragen om kaders en een nieuw perspectief. Om deze reden heeft de gemeente in de begroting 2023 de wens uitgesproken om een IHP op te stellen. Het IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjarig huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en kinderopvang en is gebaseerd op de huidige staat van de gebouwen, demografische ontwikkeling, wettelijke uitgangspunten en beleidsambities t.a.v. bv duurzaamheid, integraal kind centrum en passend onderwijs.

Voorstel 1. Het integraal huisvestingplan gemeente Beesel primair en voorgezet onderwijs vast te stellen. 2. De financiële effecten mee te nemen in de meerjarenbegroting 2025 en verder. 3. Het college opdracht te geven de in het plan genoemde afkoelperiode met de betrokken schoolbesturen en kindpartners te realiseren en de inhoudelijke uitgangspunten verder uit te werken. 4. Het college opdracht te geven het IHP en de afkoelperiode in 2026 te evalueren en in 2028 een bijgesteld plan voor te leggen aan de gemeenteraad .

Pagina 1 van 10

Toelichting raadsvoorstel 1. Aanleiding Goed onderwijs vraagt om goede schoolgebouwen. Via een integraal huisvestingplan (hierna IHP) geeft een gemeente invulling aan haar verantwoordelijkheid voor de realisatie van de nieuwbouw- en uitbreidingsvraagstukken ten aanzien van onderwijshuisvesting. Via een verordening onderwijshuisvesting worden de procedure en de verdeling van de onderwijshuisvestingmiddelen geregeld. Bij het opstellen van het IHP (2024-2039) zijn, naast de ontwikkelingen van het leerlingenaantal, de leeftijd en technische staat van de gebouwen, ook meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest. Het gaat dan zowel om de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP 2024-2039 geeft daarmee inzicht in de grootste opgaven in onderwijshuisvesting en geeft helderheid over de gewenste beleidsambities. Hierbij is aandacht voor zowel korte- als de lange termijn oplossingen.

De leerlingenaantallen laten een groei laat zien voor de toekomst (autonome groei van 881 basisschool leerlingen en 390 leerlingen voortgezet onderwijs in 2024 naar 950 basisschool leerlingen en 375 leerlingen voortgezet onderwijs in 2038) Om recht te doen aan het doorlopen proces rondom dit geactualiseerde IHP is de raad meegenomen in werkbijeenkomst op 9 mei 2023 en 16 januari 2024, Waarbij door ICS een technische toelichting is gegeven. In de werkvergadering van 9 mei is tevens de gelegenheid geboden voor een dialoog met de betrokken schoolbesturen (Kerobei, Akkoord!PO En SOML) en kindpartners (Spring en ’T Rovertje).

2. Doelstelling Een IHP geeft houvast voor het omgaan met investeringen in gebouwen voor Integrale kindcentra zodat in de gemeente samen met onderwijs en kinderopvang een duurzame en gezonde ontwikkel- en onderwijsomgevingkan worden voortgezet.

3. Uitgangssituatie De basis van voorliggend IHP komt onder andere van het huidige beleid bestaande uit: - Een visie document brede scholen uit 2003 - De verordening onderwijshuisvesting uit 2014 - Modelverordening Onderwijshuisvesting VNG november 2020, deze is niet vastgesteld door de gemeente Beesel. - Programma begroting 2023; Onderwijshuisvesting basis en voortgezet onderwijs - Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2023 - Woonzorgvisie 2023-2033 - Duurzaamheidsnotitie: focus, lef en draakkracht 2019-2030 - Lokaal Jeugdbeleid 2023-2026 Daarnaast hebben we in het IHP rekening gehouden met de voorgenomen Huisvestingsplannen van basisschool ’t Spick.

4. Rol gemeente Verantwoordelijkheden raad en college: De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende taak. Voor het IHP stelt de gemeenteraad de beleidsmatige en financiële kaders vast. Met het vaststellen bepaalt de gemeenteraad tevens het kader dat zij gebruikt voor haar controlerende taak gedurende de uitvoeringsperiode van het vastgestelde IHP. Het college heeft een bestuurlijke en uitvoerende taak. Voor het IHP betekent dit dat het college het vastgestelde IHP (samen met schoolbesturen) tot uitvoering brengt. Indien het college tijdens de uitvoering van het IHP tegen een aspect aanloopt dat niet past binnen de vastgestelde kaders, beleidsmatig, ruimtelijk of financieel, dan dient het college dit beargumenteerd in een raadsvoorstel voor te leggen aan de gemeenteraad. Pagina 2 van 10

Een voorbeeld hiervan kan zijn dat een afwijking in prioritering of uitgangspunten van beleid binnen het IHP aan de orde is. Het college stelt dit vast en legt dat voor aan de gemeenteraad. Het is vervolgens aan de gemeenteraad om daar al dan niet mee in te stemmen. Verantwoordelijkheden gemeente en schoolbesturen: De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs (inclusief bewegingsonderwijs). Deze zorgplicht is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Deze zorgplicht is verder uitgewerkt in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Beesel. Deze dateert uit 2015 en wordt geactualiseerd en in lijn gebracht met het IHP (naar verwachting in de raadsvergadering van december 2024). De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en onderwijsleerpakketten, herstel van constructiefouten (bij bouwheerschap gemeente) en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden. Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks niet geoormerkte middelen in haar begroting uit het gemeentefonds vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze middelen zijn niet dekkend voor de opgaven.

Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw. Taken als het onderhouden, exploiteren en het uitvoeren van aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor het in stand houden van de schoolgebouwen ontvangen de schoolbesturen jaarlijks vanuit het Rijk een materiële instandhoudingsvergoeding. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het aantal ingeschreven leerlingen. De kosten van de exploitatie en van onderhoudswerkzaamheden, bijvoorbeeld aan de binnen- of buitenkant van een schoolgebouw of aan technische installaties in het schoolgebouw, zoals de ventilatie, koeling en verwarming, moeten door het bevoegd gezag (veelal het schoolbestuur) van een school worden gedragen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW ) werkt aan een wetsvoorstel om een oplossing te bieden voor het grijze gebied tussen ‘groot onderhoud’ (waarbij de kosten voor rekening van het schoolbestuur zijn) en ‘nieuwbouw’ (waarvan de kosten voor rekening van de gemeente komen). De voorziening renovatie (ook wel vernieuwbouw genoemd) wordt gezien als oplossing voor dit grijze gebied. Er is hiertoe een wetsvoorstel in voorbereiding om de voorziening renovatie wettelijk te verankeren met daarin, naar verwachting, een verantwoordelijkheid voor de gemeente.

Het schoolbestuur zal de verplichting krijgen om een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) voor haar schoolgebouwen op te stellen. Het ministerie van OCW streeft ernaar om de gewijzigde wet in te laten gaan op 1 januari 2025. In dit IHP is renovatie als maatregel opgenomen, zie hoofdstuk 3.6 van het bijgevoegde IHP. De werkwijze voor renovatie in dit IHP is geldend tot de inwerkingtreding van veranderende wetgeving. Via een IHP geeft een gemeente invulling aan haar verantwoordelijkheid voor de realisatie van de nieuwbouw en uitbreiding van onderwijshuisvesting.

5. Toelichting Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen Kerobei, Akkoord!PO e n SOML, alsmede het bestuur van de kinderopvangorganisaties Spring en ’t Rovertje. In de project- en stuurgroep zijn met deze partijen de uitgangpunten uitgewerkt voor de korte en de lange termijn. Aan de hand van de onderstaande bullets lichten we de Beeselse uitgangspunten toe die opgenomen zijn in het IHP. - Aanbod en samenwerking De scholen in Beesel vormen samen met de kinderopvang een kindcentrum. Een kindcentrum wordt gezien als de fysieke leeromgeving waar een brede ontwikkeling van jeugdigen plaatsvindt, met een doorlopende (leer)lijn van 0-12 jaar op basis van een inhoudelijke samenwerking en warme overdracht. Waar mogelijk met een breed scala aan voorzieningen in of nabij het gebouw.

Pagina 3 van 10

Daarnaast is binnen een kindcentrum aandacht voor vroegtijdig op individueel niveau zorg- en/of leerbehoeften van kinderen signaleren en samenwerking met ouders om zo een sluitend netwerk te maken rondom het kind in het gezin. Dit geheel draagt bij aan de maximale ontwikkeling van kinderen ten aanzien van kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming en zorgt ervoor dat je in Beesel kunt ontspannen, met plezier en gezond kunt opgroeien en opvoeden (Jeugdbeleid Beesel 2023-2026). Een optimale samenwerking tussen kinderopvang, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en maatschappelijke partijen versterkt het netwerk aan voorzieningen rondom de kinderen in Beesel. Waar mogelijk en kansrijk kunnen nieuwe samenwerkingen worden aangegaan en bestaande samenwerking inhoudelijk en ruimtelijk worden versterkt. Het samenbrengen van meerdere voorzieningen op één locatie geeft de mogelijkheid om effectief en slim met de ruimte en elkaars expertise om te gaan. Binnen de gemeente wordt op alle basisonderwijslocaties reeds samengewerkt tussen verschillende kindpartners, maar ook met lokale verenigingen en ouderenopvang. Dit kenmerkt de gemeente door innovatieve samenwerkingen aan te gaan waarbij sociale en lokale disciplines elkaars paden kruisen.

Een voorbeeld hiervan is het op een speelse manier betrekken van de Beeselse basisschooljeugd bij de traditie van het spel rondom de legende van Sint Joris en de draak. Maar ook het betrekken van het lokale bedrijfsleven binnen het primair- en voortgezet onderwijs (bijvoorbeeld project met de Welkoop in het Grescollege en gezamenlijke huisvesting met (kleine) ondernemers). Niet alleen op inhoudelijk en ruimtelijk vlak biedt de samenwerking kansen. Ook op organisatorisch vlak worden kansen gezien. Flexibele inzet van het personeel, zoals het slim inzetten van onderwijsassistenten, pedagogisch professionals en vakleerkrachten voor het bewegingsonderwijs, biedt een oplossing om met de huidige personeelstekorten om te gaan. Een belangrijke voorwaarde voor een verdergaande samenwerking is goed overleg tussen de partijen. Doormiddel van de (opnieuw) opgestarte Lokale Educatie Agenda (LEA) wil de gemeente Beesel dit overleg structureel faciliteren en organiseren. Om een toekomstbestendig kindcentrum te realiseren vraagt dit om structurele samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs. Dit vindt plaats in de fysieke nabijheid van elkaar. Het inhoudelijke initiatief ligt bij het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie. Gezamenlijk organiseren zij het gewenste pedagogisch- en educatieve aanbod. De borging van dit aanbod en deze samenwerking is voorzien in de LEA.

De voortgang van het IHP wordt, ook een vast onderwerp van de LEA. De uitvoering en doorontwikkeling van het plan wordt belegd in een nieuw te vormen werkgroep onder de LEA structuur. - Passend en inclusief onderwijs Scholen moeten ervoor zorgen dat elk kind een passende plek krijgt. Ook als het kind extra begeleiding en ondersteuning nodig heeft. Deze verplichting voor scholen heet zorgplicht. De zorgplicht geldt voor kinderen die al op school zitten en kinderen die worden aangemeld. De school zoekt in overleg met de ouders een passende plek. De kinderopvangorganisaties werken gelijktijdig aan inclusiever en passende kinderopvang, door bijvoorbeeld verbreding van de expertise van de professionals in de (reguliere) kinderopvang. Op deze manier is er voor alle kinderen een passende (kinderopvang)plek. Voor de ruimtes of lokalen waar kinderen onderwijs volgen zijn geen regels voor de grootte. Scholen hebben wel een minimum aantal vierkante meters vloeroppervlakte per leerling. Ook wel de normatieve bruto vierkante meters genoemd. Alle ruimtes tellen hierbij mee, ook bijvoorbeeld de toiletten en de gangen. Per schoolsoort en leerjaar verschilt het hoeveel ruimte er nodig is1. In het onderwijs zijn er twee ontwikkelingen die op gespannen voet staan met de normatieve vierkante meters: 1. Passend onderwijs en het streven om te komen tot meer inclusief onderwijs.

1 de normen per schoolsoort en leerjaar kunt u terug vinden op: wetten.nl - Regeling - Uitvoeringsbesluit

voorzieningen in de huisvesting PO/VO - BWBR0008562 (overheid.nl) Pagina 4 van 10

2. Het onderwijs ontwikkelt zich naar onderwijsconcepten met een meer gepersonaliseerde werkwijze. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs, namelijk dat de ruimte behoefte groter is dan de genormeerde vloeroppervlakte per leerling. Er is behoefte om meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijv. vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijv. in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Hiervoor is in het IHP de optie voor ‘meer meters’ als mogelijkheid opgenomen om het onderwijs tegemoet te komen. Dit betekent concreet dat scholen de keuze kunnen maken om bij nieuwbouw beargumenteerd (dit is een voorwaarde) extra vierkante meters te vragen aan de gemeenteraad. Dit geeft de mogelijkheid om meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. Dit wordt inzichtelijk gemaakt bij het programma van eisen en kan ook worden afgewezen door de gemeenteraad. In het IHP is enkel opgenomen dat het beargumenteerd kan worden gevraagd door schoolbesturen. Bij het Integraal Kindcentrum Beesel wordt in de huidige fase van het opstellen van het Programma van Eisen bekeken of meer meters benodigd zijn. Als dit het geval is, dan wordt dit aan de gemeenteraad voorgelegd.

Als de ruimtebehoefte van de school toeneemt door groei in leerlingenaantallen, dan wordt eerst de toegenomen ruimtebehoefte verrekend met de extra bruto vierkante meters. Bij instemming door de gemeenteraad wordt de investering van deze ‘meer meters’ gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. Voor schoolbesturen is het van groot belang om de exploitatie lasten zo laag mogelijk te houden en zullen zij zo efficiënt mogelijk meer meters aanvragen. De investering van ‘meer meters’ is enkel mogelijk bij nieuwbouw (of uitbreiding) en renovatie/ vernieuwbouw. De spreiding van voorzieningen- en de ambitie voor speciaal (basis)onderwijs is onderdeel en keuze van het samenwerkingsverband primair onderwijs Noord-Limburg. Gewenst is een nadere verkenning naar de mogelijkheid om meer leerlingen uit de gemeente Beesel ook in gemeente Beesel aanbod te geven (wellicht in de vorm van een dependance). Naast de kernbehoefte om zo nabij mogelijk onderwijs te volgen zou dit als gewenst neveneffect het verminderen van leerlingenvervoer kunnen opleveren. Voorwaarde die daarbij vanuit de gemeente gesteld wordt: eerst stabielere leerlingenstromen in het reguliere onderwijs, voordat geïnvesteerd wordt in huisvesting. - Flexibiliteit en ruimte gebruik.

Door het treffen van de juiste voorzieningen is het mogelijk om een accommodatie te realiseren die multifunctioneel inzetbaar is. Buiten schooltijden is het mogelijk de school open te stellen voor het gebruik van bijvoorbeeld de buitenschoolse opvang en het beschikbaar stellen van de gymzaal voor verenigingen.. Multifunctionaliteit kan ook plaatsvinden tijdens lesuren, door te kijken naar flexibel ruimtegebruik. Een voorbeeld hiervan is kinderopvang en dagopvang, waarvoor leegstaande ruimten ingezet kunnen worden. Schoolbestuur en kind partners/ andere partners nemen de verantwoordelijkheid voor een afstemming van het ruimtegebruik en de evenredige verdeling van de exploitatielasten naar mate van verbruik. Daarover sluit de gemeente of het schoolbestuur (afhankelijk van de eigendomssituatie) huurovereenkomsten met partijen met een redelijke financiële tegemoetkoming die minimaal kostprijsdekkend is. - IKC Vanuit de gedachte van kindcentra zijn onderwijs en kinderopvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest in het gebouw. Dit betekent dat bij vraagstukken rond krimp of groei kinderopvang niet wijkt voor het onderwijs, maar in overleg tussen gemeente, onderwijs en kinderopvang wordt gekeken naar oplossingen. Deze werkwijze geeft onderwijs- en kinderopvangorganisaties de mogelijkheid om per situatie maatwerk te leveren.

Daarbij heeft de gemeente in eerste plaats een financiële verplichting in het realiseren van ‘onderwijs meters’. Voor het realiseren van ‘kinderopvang meters’ kan in de plannen rekening gehouden worden maar deze kosten komen voor rekening van de kinderopvang. Dit kan door vooraf mee te financieren of door het achteraf terug betalen van een investering door middel van (minimaal) kostprijs dekkende huur aan het schoolbestuur of de

Pagina 5 van 10

gemeente. Dit is afhankelijk van de eigendomssituatie na realisatie. Het uitgangspunt hierin is borgen van de continuïteit die noodzakelijk is om te kunnen bouwen aan en participeren in langdurige inhoudelijke samenwerking. We realiseren ons dat de geschetste situatie op dit moment nog niet op alle scholen gerealiseerd is. Inhoudend dat kinderopvang op dit moment wel mee betaald in de exploitatie lasten maar nog niet op elke onderwijs locatie een ten minste kostprijs dekkend huur betaald. Bij het opstellen van dit IHP is in de projectgroep/ stuurgroep structuur besproken dat aanpassingen van de huidige situatie naar de gewenste situatie plaatsvinden op natuurlijke momenten. Met natuurlijk momenten wordt bedoeld: als er nieuwe investeringen worden gedaan, als het gebouw wordt gerenoveerd of vervangende nieuwbouw plaats vindt. Wat deze aanpassingen inhouden, daarover vindt altijd overleg plaats. Het realiseren van flexibele huisvesting, voor bijvoorbeeld multifunctioneel gebruik, vraagt om in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of renovatie rekening te houden met: - Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of kinderopvangconcept tenietdoet.

- Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Deze aanpasbaarheid kent een houdbaarheid van ongeveer 10 jaar in verband met door ontwikkeling van nieuwe en slimmere technologie bijvoorbeeld ten aanzien van installaties. - Transformeren van functie: bij scholen in kleine kernen (constructief) rekening houden met het transformeren van schoolgebouwen naar een andere functie voor het schoolgebouw. Dit betekent dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met het veranderen van functie naar bijvoorbeeld woningen. Belangrijk aandachtspunt is dat de transformeerbaarheid niet ten koste mag gaan van de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs. In het IHP is tevens als belangrijk element opgenomen dat de schoolorganisatie een geheel vormt en als zodanig kan functioneren. Daarom is het van belang om onderwijs zoveel als mogelijk vanuit één locatie aan te bieden zodat groep doorbrekend onderwijs en onderwijs op maat in groepen goed georganiseerd kan worden. - Duurzaamheid Binnen het IHP worden, in lijn met het duurzaamheidbeleid en geldende wet- en regelgeving, duurzaamheidsambities geformuleerd voor onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting, gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege, valt onder maatschappelijk vastgoed.

Voor nieuwbouw ligt binnen dit IHP, in lijn met het eigen duurzaamheidsbeleid, de ambitie hoger dan het Bouwbesluit (1 januari 2024Bbl: Besluit bouwwerken Leefomgeving) waarin Bijna Energie Neutraal (BENG) per 1 januari 2021 als eis geldt. De ambitie ligt op Energie Neutraal Gebouw (ENG) en daarmee is het saldo energieverbruik en energieopbrengst, met betrekking tot gebouw gebonden energie, nul. Daarnaast wordt aardgasloos gebouwd. Voor renovatie geldt dat BENG zoveel mogelijk wordt gehaald. Ook dient bij de renovatie te worden onderzocht of de stap naar aardgasvrij kan worden gemaakt. De verwachting is dat per 2027 het Bbl wordt aangepast naar de eis Energie Neutraal Gebouw voor nieuwbouw. Alleen bij het IKC Beesel vindt nieuwbouw plaats vóórdat de eis van ENG in het bouwbesluit als verplichting wordt opgenomen. Het realiseren van ENG kost ten opzichte van BENG indicatief €250/ €300 meer per bruto vierkante meter. Dit dient afgezet te worden tegen ons eigen gemeentelijk duurzaamheidsbeleid waarbij we ook uitgaan van energie neutraal bouwen. - Blauw groen Schoolplein In lijn met het duurzaamheidsbeleid zet het IHP in op het stimuleren van de aanleg van blauwgroene schoolpleinen, ook wel natuurlijke schoolpleinen genoemd. Op deze pleinen wordt afgeweken van het traditioneel betegelde schoolplein.

Een groen schoolplein heeft nadruk op natuurlijke elementen, biodiversiteit en educatieve mogelijkheden.

Pagina 6 van 10

- Circulariteit Ten aanzien van circulariteit is in het IHP opgenomen dat, in lijn met het duurzaamheidsbeleid, er aandacht is voor een circulair ontwerpproces en uitgegaan wordt van circulair/demontabel bouwen waar dat verantwoord kan. Waar kan wordt verantwoord circulair gesloopt en worden grondstoffen hergebruikt. - Binnenklimaat Gezonde (school)gebouwen met een goed binnenklimaat stimuleren goed onderwijs en een goede werkomgeving. Het belang van een goed binnenklimaat is de afgelopen jaren, mede door COVID-19, nog duidelijker geworden. Een goed binnenklimaat heeft een wetenschappelijk bewezen positief effect op de leer- en ontwikkelprestaties en vermindert gezondheidsklachten. Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. Een gezonde school is een schoolgebouw met een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Bij (ver)nieuwbouw dienen de eisen van het Besluit bouwwerken Leefomgeving l gevolgd te worden die grotendeels aansluiten bij Frisse Scholen klasse B (van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). De praktijk en ervaring leren echter dat ook relatief nieuwe schoolgebouwen soms een matig binnenklimaat hebben, ondanks de uitgebreide installatiesystemen.

Het is daarom van belang om de ervaringen uit die projecten mee te nemen en bij nieuwe projecten te kiezen voor oplossingen die zich hebben bewezen in de praktijk. Voor investeringen in het binnenklimaat is ook een spanning aanwezig. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beiden zien wel de noodzaak tot investeringen. Binnen het IHP wordt bij bestaande gebouwen ervoor gekozen investeringen in binnenklimaat mee te nemen op natuurlijke momenten, zoals renovatie, grote onderhoudsinvesteringen of wanneer er vanuit Rijksoverheid dwingende maatregelen worden opgelegd. Momenteel worden er gesprekken gevoerd over het binnen klimaat op Basisschool Bösdael, vooruitlopend op de mogelijke uitkomst is hier in het IHP financieel niets voor opgenomen omdat dit een ontwikkeling betreft die vooralsnog niet valt binnen de reikwijdte van het IHP omdat het gebouw gezien de leeftijd en het aantal m2 in relatie tot de leerlingaantallen voldoet . Middels een apart voorstel wordt de raad geïnformeerd wanneer hier meer duidelijkheid over is.

Voor het bepalen van de omvang van investeringen zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: - Voor nieuwbouw voor het primaire onderwijs wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 3.450 tot € 3.900 per bruto vierkante meter en voor het voortgezet onderwijs een minimaal stichtingskostenbedrag van € 3.450,- per bruto vierkante meter (prijspeil januari 2024) afhankelijk van het aantal leerlingen. (naar rato is hoe kleiner de school hoe hoger m2 prijs). Deze bedragen zijn lager dan de totale investeringskosten voor een kredietaanvraag omdat in een kredietaanvraag ook de reserveringen (Programma- en bestek wijzigingen, onvoorzien, Loon- en prijswijzigingen van peildatum tot start bouw en Loon- en prijswijzigingen tijdens de bouw) meegenomen worden waarin in het IHP niet voorziet - Een jaarlijkse indexering van 5% vanaf 2024 voor de eerste vijf jaar en 2% voor de daaropvolgende jaren.

De bedragen zijn aan ontwikkeling onderhevig, maar zijn richtingbepalend voor het IHP; - Bij het daadwerkelijk maken van de nieuwbouwplannen wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang van de nieuwbouw definitief bepaald; - De gemeentelijke bijdrage voor renovatie is maximaal 70% van de stichtingskosten voor nieuwbouw per bruto vierkante meter (70% is ongeveer het kantelpunt om te kiezen voor nieuwbouw. In verband met kapitaallasten en afschrijving over 25 jaar bij renovatie tegen 40 jaar bij nieuwbouw); - Indien er bij de afweging voor renovatie aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; - Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw (bijvoorbeeld monument). Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase.; - Bij de afweging voor renovatie is aandacht voor in- of uitbreiden van het gebouw met behoud van het onderwijsconcept.

Pagina 7 van 10

-

-

Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren; De gemeente gaat vanuit eigen duurzaamheidsambities en vooruitlopend op aanpassing van wetgeving voor de bekostiging van ENG en overige voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen zoals aardgasloos bouwen bij nieuwbouw; De voorwaarde voor investering van de gemeente is dat schoolbesturen onderzoeken hoeveel zij bij kunnen dragen in de realisatie van voorzieningen. Deze bijdrage moet per situatie worden bekeken in een businesscase. De bijdrage bestaat uit exploitatiegerichte investeringen met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar, mogelijk inzet van (gereserveerde) onderhoudsmiddelen en dient te passen binnen het Onderwijsaccountantsprotocol; Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar; Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met tenminste 20 jaar verlengen; De onderbouwde kredietaanvraag wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

Conclusie IHP voor de korte termijn (komende 4 jaar) Met uitzondering van het Integraal Kindcentrum Beesel , waar het huisvesting scenario al vaststaat, zijn de huisvestingsvoorzieningen voor onderwijs in de gemeente Beesel op peil. Dat houdt in dat er voldoende en adequate huisvesting voor onderwijs is. Echter zien we in de kern Offenbeek dat de leerlingenstromen bij de Triolier, de Meander en het Grescollege niet stabiel zijn. Voor de korte termijn zijn de ruimte vraagstukken ondervangen. Onder andere door plaatsing van het noodlokaal bij de Triolier en tijdelijk gebruik van ruimte door het Grescollege bij de Meander. De schoolbesturen van de betreffende scholen hebben meer rust in de leerling stromen nodig voor er toegewerkt kan worden naar langetermijnoplossingen. Dit houdt in dat nu voorgesteld wordt om de komende vier jaar als aankijk periode aan te merken, waarin inhoudelijk wordt onderzocht hoe er structurele en langdurige oplossingen gevonden kunnen worden. In deze aankijk periode van de komende vier jaar worden er geen voorzieningen (en dus geen financiële middelen van de gemeente) door de schoolbesturen aangevraagd in het kader van het IHP en de verordening mits er geen sprake is van een groei van 10%.

Om dit mogelijk en uitvoerbaar te maken zijn hiervoor onderling een aantal afspraken/ spelregels opgesteld: - De keuzevrijheid van ouders voor het type onderwijs staat voorop, met het aankijken kunnen we stabielere trendontwikkelingen in de leerlingenstromen registreren; - Bij groei van het onderwijs wordt geen capaciteit bijgebouwd. Deze wordt eerst gezocht binnen het eigen gebouw en/of bij andere scholen/voorzieningen in de omgeving; - Als sprake is van doorverwijzing naar een andere school/voorziening dan vindt dit plaats met minimaal 2 lesgroepen tegelijk (een substantieel aantal leerlingen waarvoor vanuit onderwijsorganisatie of opvangorganisatie een kwalitatief aanbod mogelijk is); Bovenstaande afspraak over groei en verwijzing gelden op basis van de afspraak dat bij een stijging van meer dan 10% van het aantal leerlingen ten opzichte van het aantal op 1 oktober 2023 (ILT2023) er pas weer aanleiding is om over capaciteitsvraagstukken in gesprek te gaan. Het is aan de partij die het knelpunt ervaart dit kenbaar te maken aan alle betrokken organisaties bij het IHP-proces. Dit zijn de schoolbesturen en kinderopvang partners. Het aantal leerlingen op 1 oktober 2023 is hieronder bij de beschrijving van de afzonderlijke scholen te vinden; - Voor de kinderopvang wordt uitgegaan van het huidige aantal kindplaatsen binnen de kindcentra.

Indien kinderopvang gratis wordt door de stelselwijziging of verder groeit, dan is het denkbaar dat deze kindplaatsen gedurende de aankijkperiode buiten de kindcentra op een ander locatie gehuisvest worden; - Verder vindt 1 keer per jaar (rond maart/april) overleg plaats om te monitoren of bovenstaande afspraken werken en om ontwikkelingen bij te houden en te bespreken. Dit overleg wordt geïnitieerd door de gemeente. a. Financieel Total cost of Ownership. Bij elk project dat voortkomt uit het IHP wordt een businesscase gemaakt waarin de total cost of ownership (TCO) leidend is. Deze businesscase kan ook gebruikt worden als onderbouwing voor de (eventuele) bijdrage vanuit het schoolbestuur. De kosten van een gebouw bestaan namelijk niet enkel uit de bouwkosten tijdens de realisatiefase van het proces. Tijdens de levensduur van het gebouw komen daar ook kosten bij voor het beheer en exploitatie (lees: dit betreft de instandhouding en is Pagina 8 van 10

een schoolbestuurlijke verantwoordelijkheid). Het concept ‘Total Cost of Ownership’ (TCO) gaat hier over en tracht de totale eigendomskosten over de gehele levensduur in beeld te brengen. Bijvoorbeeld: sommige materialen, installaties of producten kunnen bij de aanschaf of installatie duurder zijn dan andere varianten, maar minderonderhoud nodig hebben of langer meegaan waardoor de totale kosten minder zijn (of een hogere restwaarde hebben). Op basis van scenario’s, zoals deze in het bijgevoegde rapport in hoofdstuk 4 staan beschreven en waarbij we uitgaan van het in stand houden van 3 scholen en renovatie van 1 school, bedraagt de investering voor gemeente Beesel op de lange termijn (naar verwachting in 2038 voor de Triolier) ca € 5.440.000,- (op basis van het indicatieve bedrag januari 2024 en exclusief indexeringen). Dit bedrag is exclusief het lopende project nieuwbouw IKC Beesel, eventuele capaciteitsvraagstukken bij meer dan 10% groei tijdens de aankijkperiode en de tijdelijke uitbreiding van de Triolier. Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Alle bedragen zijn inclusief btw en prijspeil januari 2024. - Voor nieuwbouw voor primair onderwijs wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 3.450,- tot € 3.900,- per bruto vierkante meter.

Voor nieuwbouw voor voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van € 3.450,- per bruto vierkante meter. afhankelijk van het aantal leerlingen. (naar rato is hoe kleiner de school hoe hoger m2 prijs). - Deze bedragen zijn lager dan de totale investeringskosten voor een kredietaanvraag omdat in een kredietaanvraag ook de reserveringen (Programma- en bestek wijzigingen, onvoorzien, Loon- en prijswijzigingen van peildatum tot start bouw en Loon- en prijswijzigingen tijdens de bouw) meegenomen worden waarin in het IHP niet voorziet - In de kosten zijn geen reserveringen voor wijzigingen of posten onvoorzien én reserveringen voor toekomstige prijsstijgingen opgenomen. Overige kosten die niet zijn meegenomen in de berekeningen (omdat deze situatie afhankelijk zijn): - kosten voor aankoop van grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte; - kosten voor sloop van huidige gebouwen; - kosten voor grondsanering; - kosten voor huur of tijdelijke huisvesting; - kosten voor het verwijderen van tijdelijke huisvesting; - contextuele factoren of locatie gebonden kosten; - verhuiskosten; - mogelijke kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair; - kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen. Zoals hierboven is aangegeven is het bedrag van € 5.440.000 een grove indicatie van de kosten op basis van het prijspeil per januari 2024.

Voor de in het voorliggende IHP opgenomen investeringen zullen we t.z.t. vooraf aan de raad vragen om een (voorbereidings)krediet beschikbaar te stellen. Hierin nemen we dan de meest actuele en reëel berekening van de kosten mee, op basis van dan geldende eenheidsprijzen en rekening houdend met kosten die nu nog niet in de berekening zijn meegenomen omdat deze kosten nu nog niet bekend zijn of omdat deze situatie afhankelijk zijn zoals hierboven aangegeven. Financieel verwerken we (de kapitaallasten van) deze investeringen t.z.t in de (meerjaren)begroting. De kapitaallasten worden daarbij bepaald op basis van een afschrijvingstermijn voor schoolgebouwen van 40 jaar. Dit is conform onze nota Activa en Afschrijving. Samengevat leggen we nu via het IHP de basisreservering vast conform de hiervoor geldende systematiek en kaders. Daarmee creëren we voorzienbaarheid met betrekking tot onze toekomstige benodigde investeringen (basisinspanning en periode). De werkelijke kosten zullen hoger uitvallen gelet op de systematiek waarin in deze fase niet alle kosten bekend zijn en/of meegerekend kunnen worden. Het traject om te komen tot een dergelijk uitgewerkt plan met bijbehorende werkelijke kosten zal - ruim voordat de investering is voorzien - worden gestart op basis van het IHP inclusief compleet financieringsvoorstel.

De reservering vanuit het IHP zal de basis vormen voor dit financieringsvoorstel,

Pagina 9 van 10

uitgebreid met alle eisen en wensen die dan van toepassing zijn met aanvullende dekkingsvoorstellen afhankelijk van de dan uit te werken plannen. b. Juridisch Een IHP beschrijft het beleid van de gemeente over de huisvesting van de scholen op haar grondgebied. Het is dus geen overeenkomst tussen schoolbesturen en gemeente. Een IHP is kaderstellend en richtinggevend voor de gemeente. Het staat een schoolbestuur vrij een voorziening, bijvoorbeeld voor vervangende nieuwbouw, aan te vragen. Ook al is deze voorziening niet in het IHP opgenomen en/of wordt daarin aangegeven dat deze voorziening niet nodig is. Met het afstemmen van dit IHP in een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) Onderwijs op 19 februari 2024 is scholenbesturen expliciet gevraagd in te stemmen met het voorliggende IHP inclusief prioriteiten planning en financiële doorkijk. Een verslag van het OOGO is toegevoegd als bijlage. Na vaststelling van het IHP wordt de Verordening Onderwijshuisvesting aangepast en geactualiseerd. In het einde van 2024 volgt hiervoor een apart voorstel voor de gemeenteraad. c. Risico’s De huidige bedragen waar mee gerekend wordt in de verordening lopen niet meer in de pas met de werkelijkheid en de in het IPH genoemde indicatieve bedragen. Met het actualiseren daarvan zijn we financieel in controle.

Inhoudelijk worden geen risico’s voorzien in het parallel lopen van deze ontwikkeling met de herhuisvesting van de school Beesel.

6. Visie Blij in Beesel Goed onderwijs vraagt om goede schoolgebouwen

7. Toegankelijkheid Bij een integraal kindcentra is toegankelijkheid als belangrijk uitgangspunt meegenomen. Zie paragraaf passend en inclusief onderwijs van dit raadsvoorstel en pag 8 in het IHP. 8. Duurzaamheid Bij een integraal kindcentra is duurzaamheid als belangrijk uitgangspunt meegenomen. Zie paragraaf duurzaamheid van dit raadsvoorstel en pag 12 in het IHP.

Bijlagen Integraal huisvestingplan Beesel. Financiële doorrekening Verslag OOGO

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=73fdfd7e-58f4-4cd2-898d-db00c6bc2fc0