CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Beleidsplannen toezien, toezicht en handhaving sociaal domein

Besluitvormende raadsvergadering 6 juli 2026, gemeente BeeselBij agendapunt: Beleidsplannen toezien, toezicht en handhaving sociaal domein3.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp: Beleidsplan toezien, toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet Sociaal Domein Noord- en Midden Limburg 2026-2033

Portefeuillehouders: Anouk Huijs

Beleidsplan toezien, toezicht en handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2026-2033

zaaknummer: 0889441661

datum vergadering: 6 juli 2026

Samenvatting De gemeente heeft de wettelijke verantwoordelijkheid voor een rechtmatige, kwalitatieve en doelmatige uitvoering in het sociaal domein. Toezicht en handhaving zijn belangrijk om te waarborgen dat inwoners veilige en passende ondersteuning ontvangen en dat publieke middelen doelmatig worden besteed. In dit raadsvoorstel wordt aan de raad gevraagd de beleidsplannen toezien, toezicht en handhaving van het sociaal domein vast te stellen.

Voorstel 1. Vast te stellen middels bijgaand Raadsbesluit (bijlage 1): Beleidsplan; Toezien, Toezicht & handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg juni 2026-2033 (bijlage 2) 2. Vast te stellen middels bijgaand Raadsbesluit (bijlage 1): Beleidsplan; Toezien, Toezicht & handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2026-2033 (bijlage 3): 3. Kennisnemen van de adviezen van de Adviescommissie Sociaal Domein (bijlage 4 en bijlage 5) 4. Kennisnemen van de uitvoerende kaders, Toezien, toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet Noord – Limburg 2026-2028 (bijlage 6) en Toezien, toezicht en handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz (bijlage 7)

Pagina 1 van 8

Toelichting raadsvoorstel 1. Aanleiding Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en Jeugdwet Gemeenten zijn op grond van de Wmo en de Jeugdwet verantwoordelijk voor het bieden van passende ondersteuning en jeugdhulp aan hun inwoners. Daarbij dragen zij zorg voor de kwaliteit, continuïteit en rechtmatige inzet van middelen. Gemeenten houden toezicht op de naleving en rechtmatigheid, terwijl het landelijke kwaliteitstoezicht op jeugdhulp wordt uitgevoerd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Toezicht en handhaving zijn belangrijk om te waarborgen dat inwoners veilige en passende ondersteuning ontvangen en dat publieke middelen doelmatig worden besteed. Een groeiend aandachtspunt is het voorkomen en bestrijden van zorgfraude door malafide zorgaanbieders, waarbij gemeenten hun toezicht, inkoop en contractafspraken versterken om misbruik van gemeentelijke middelen te voorkomen en de kwaliteit en betrouwbaarheid van ondersteuning voor inwoners te waarborgen. Ter illustratie van de omvang is onderstaand een overzicht opgenomen van het aantal aanbieders met een overeenkomst binnen de Wmo en de Jeugdwet, uitgesplitst naar de regio’s Noord‑ en Midden‑Limburg. De genoemde aantallen vormen een momentopname van het eerste kwartaal van 2026 en kunnen in de tijd veranderen. Regio Noord - Limburg

Gecontracteerde aanbieders Wmo 70

Gecontracteerde aanbieders Jeugdwet 94

Midden-Limburg

77

104

In 2019 heeft het college het Regionaal toezicht- en handhavingskader Wmo en Jeugdwet vastgesteld. Sindsdien hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan die aanleiding geven om het beleid te actualiseren. Gelet op deze ontwikkelingen is het wenselijk het bestaande beleidskader te actualiseren en te vervangen door een gezamenlijk beleidsplan voor toezien, toezicht en handhaving binnen de Wmo en de Jeugdwet voor Noord- en Midden-Limburg. Dit beleidsplan, inclusief het uitvoerend kader, is opgesteld in samenwerking met de deelnemende gemeenten in genoemde regio en de MGR. Naast de adviesraad sociaal domein hebben onder andere de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het RIEC Limburg waardevolle feedback geleverd op het voorliggende beleidsplan. In het vierde kwartaal 2026 neemt de regio Midden-Limburg deel aan module 1 van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Limburg-Noord (MGR). Deze module omvat regionale dienstverlening op het gebied van toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet. Tot nu toe werd deze dienstverlening uitsluitend voor Noord-Limburg uitgevoerd. Midden Limburg sloot al aan bij module 2 van de MGR. Door de deelname van Midden-Limburg ontstaat een nieuwe regionale uitvoeringsstructuur waarin toezichthouders gezamenlijk opereren.

Daarnaast is de afgelopen jaren meer aandacht ontstaan voor de risico’s van zorgfraude en ondermijning binnen het sociaal domein. Zowel de rekenkamers in Noord-Limburg als het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Limburg (RIEC) hebben hierover rapporten uitgebracht met aanbevelingen voor gemeenten om toezicht en handhaving te versterken.

Pagina 2 van 8

Participatiewet, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 Binnen de Participatiewet, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers (IOAW), wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn gemeenten verantwoordelijk voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering. Om misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen te voorkomen, is toezicht en handhaving noodzakelijk. Met dit voorstel wordt toegewerkt naar een vergelijkbaar integraal plan als binnen het Wmo- en Jeugddomein, gericht op het borgen van kwaliteit, rechtmatigheid en betrouwbare ondersteuning voor inwoners. Daarnaast blijkt dat de uitvoering van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en het Bbz in belangrijke mate verschilt van die binnen de Wmo en Jeugdwet. De aard van de ondersteuning, de wettelijke verplichtingen, de uitvoeringsprocessen en de wijze van toezicht wijken substantieel van elkaar af. Ook de doelgroep en de risico’s op vergissingen, misbruik en oneigenlijk gebruik verschillen sterk.

Waar het Wmo- en de Jeugdwet zich vooral richt op zorgaanbieders en aanbiedingskwaliteit, draait het binnen de Participatiewet en aanverwante regelingen veel meer om rechtmatigheid van uitkeringen, rechtspersoonlijke verplichtingen van uitkeringsgerechtigden en re-integratieverplichtingen. Op het gebied van de Participatiewet en hieraan gelieerde wetten hebben geen (regionale) onderzoeken plaatsgevonden. Het beleid en de uitvoering hiervan is een lokale aangelegenheid. Deze verschillen maken een uniform beleids- en uitvoeringsplan voor het gehele sociaal domein minder effectief. Daarom is ervoor gekozen om afzonderlijke beleids- en uitvoerende kaders op te stellen die beter aansluiten bij de specifieke kenmerken, risico’s en toezichttaken binnen beide domeinen. Hierbij sluiten de visie en uitgangspunten van beide beleidsplannen wel op elkaar aan.

2. Doelstelling Met het vaststellen van voorliggende beleidsplan en bijbehorend uitvoerend kader geven de veertien gemeenten in Noord- en Midden-Limburg richting aan een gezamenlijke aanpak van toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet. Met het vaststellen van het lokale beleidsplan voor de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz is het hele sociaal domein voorzien van passende en uitvoerbare aanpak. Voorliggende plannen hebben tot doel:  de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid van zorg en (financiële) ondersteuning te waarborgen;  misbruik en oneigenlijk gebruik van publieke middelen te voorkomen en tegen te gaan;  de samenwerking en informatiepositie van gemeenten bij toezicht en handhaving te versterken voor Wmo en Jeugdwet.

3. Uitgangssituatie Het beleidsplan Rechtmatigheidstoezicht Sociaal Domein, zoals vastgesteld op 7 januari 2019.

4. Rol gemeente Gemeenten hebben een wettelijke taak om toezicht te organiseren voor kwaliteit en rechtmatigheid binnen de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet.

Pagina 3 van 8

5. Toelichting Argumenten: Wmo, Jeugdwet en Participatiewet, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 1. Wettelijk kader Doorgeleiding en vaststelling van de voorliggende beleidsplannen is noodzakelijk om te voldoen aan de wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten voor een rechtmatige, kwalitatieve en doelmatige uitvoering in het sociaal domein. Met dit besluit bepaalt de gemeenteraad de strategische koers en gewenste resultaten. Het college vertaalt deze kaderstelling in uitvoerende kaders en bepaalt de wijze van uitvoering, met ruimte om snel en flexibel in te spelen op nieuwe landelijke en regionale ontwikkelingen. 2. Ruimte voor bijsturing vanuit een lerende organisatie De beleidsplannen vormen het strategische kader voor toezien, toezicht en handhaving binnen het sociaal domein. De verdere uitwerking van dit beleid gebeurt in de uitvoerende kaders die door het college wordt vastgesteld. Vanuit het principe van een lerende organisatie is ervoor gekozen om deze uitwerkingen bij het college te beleggen. Dit maakt het mogelijk om snel in te spelen op nieuwe inzichten, signalen uit de praktijk en ontwikkelingen binnen het sociaal domein.

Tegelijkertijd blijven de hoofdlijnen van het beleid en de uitgangspunten voor toezicht en handhaving transparant en zorgvuldig vastgesteld, terwijl de uitvoering flexibel kan worden aangepast. Voor Wmo en Jeugdwet geldt het jaar 2026 geldt als overgangs- en implementatiejaar voor de nieuwe regionale uitvoeringsstructuur, waarin de toezichthouders gezamenlijk opereren. In 2027 kan vervolgens werkenderwijs worden onderzocht op welke punten het uitvoerend kader moet worden bijgesteld of verder verbeterd. Een voorbeeld hiervan is de rolverdeling tussen de toezichthouders en contractmanagement binnen de MGR. Deze is nog niet overal eenduidig georganiseerd. Dit heeft gevolgen voor onder meer de afstemming bij meldingen, de opvolging van toezichtbevindingen en de inzet van handhavingsmaatregelen. In het uitvoerend kader zijn doelen opgenomen om deze samenwerking te verduidelijken en de procesafspraken verder uit te werken. Dit vraagt nog om nadere concretisering en afstemming met de betrokken ketenpartners. Door dit soort punten stap voor stap te verbeteren in de praktijk, wordt de uitvoeringsstructuur steeds robuuster. Op basis van deze overwegingen is ervoor gekozen om het uitvoerende kaders in 2028 te evalueren en waar nodig aan te passen. 3.

Ruimte voor lokale uitvoering binnen de regionaal vastgestelde kaders Hoewel de beleidsplannen de gezamenlijke visie en uitgangspunten voor toezien, toezicht en handhaving vastleggen, blijft er ruimte nodig voor lokale invulling van dit beleid. Gemeenten verschillen in omvang, organisatie en uitvoeringspraktijk. Het is daarom belangrijk dat gemeenten binnen de door de raad vastgestelde kaders zelf kunnen bepalen hoe deze uitgangspunten het beste worden toegepast in hun lokale context. Deze beleidsruimte draagt bij aan maatwerk, sluit aan bij lokale verantwoordelijkheden en zorgt ervoor dat gemeenten adequaat kunnen reageren op specifieke ontwikkelingen of casuïstiek. Het uitvoerende kaders bieden hiervoor de noodzakelijke flexibiliteit, terwijl de strategische koers en bestuurlijke kaders stevig blijven geborgd door de raad.

Pagina 4 van 8

Wmo en Jeugdwet 4. Gezamenlijk kader voor toezicht en handhaving Handhaving in de praktijk vraagt om bestuurlijke keuzes en duidelijke kaders. Het beleidsplan en uitvoerend kader geven een gezamenlijk en eenduidig kader voor toezien, toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet voor de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Hiermee ontstaat een consistente werkwijze binnen deze regio, inclusief de MGR, en wordt richting gegeven aan de manier waarop gemeenten toezicht houden en handhaven. 5. Invulling geven aan de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek Noord-Limburg Het beleidsplan en uitvoerend kader geven concrete invulling aan de aanbevelingen uit het eindrapport ‘Zorgfraude in beeld? Een rekenkameronderzoek naar de gemeentelijke aanpak van fraude door zorgaanbieders in Noord-Limburg’. In dit onderzoek wordt onder meer geconcludeerd dat een expliciete visie op de aanpak van zorgfraude ontbreekt en dat het fraudebewustzijn binnen gemeentelijke organisaties versterkt kan worden. Ook blijkt hieruit dat gemeenten in de praktijk terughoudend zijn met handhaving, vooral vanwege juridische complexiteit, een hoge bewijslast en de kosten en duur van procedures. De rekenkamer concludeert dat dit de effectiviteit van toezicht onder druk zet.

Met dit beleidsplan formuleren gemeenten een gezamenlijke visie met bijbehorende kaders op toezicht en handhaving en worden randvoorwaarden gecreëerd voor een effectievere aanpak van zorgfraude. 6. Aansluiting bij aanbevelingen over ondermijning in de zorg Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Limburg (RIEC Limburg) heeft in het rapport ‘Ondermijning in de zorg: het Limburgse zorgstelsel in gevaar?’ (26 augustus 2025) gewezen op risico’s van ondermijning binnen de zorgsector. In het rapport worden gemeenten opgeroepen om hun toezicht- en handhavingsinstrumentarium te versterken en beter samen te werken bij het signaleren en aanpakken van misstanden. Het voorliggende beleidsplan en uitvoerend kader draagt bij aan het versterken van deze aanpak binnen de regio Noord- en Midden-Limburg. 7. Efficiënte regionale samenwerking en betere informatie-uitwisseling Door toezicht en handhaving regionaal te organiseren kunnen veertien gemeenten expertise bundelen en beschikbare capaciteit efficiënter inzetten. Specialistische kennis op het gebied van toezicht en fraudeonderzoek is vaak schaars. Regionale samenwerking maakt het mogelijk deze kennis te delen en toezicht professioneler te organiseren. Daarnaast draagt het beleidsplan en uitvoerend kader bij aan een betere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen gemeenten, toezichthouders en andere betrokken partijen.

Ook maakt het trends, risico’s en patronen beter zichtbaar, zowel binnen als buiten het sociaal domein. Participatiewet, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 8. Het beleidsplan borgt een eenduidige, zorgvuldige en rechtmatige uitvoering Het beleidsplan stelt de kaders, uitgangspunten en werkwijze vast voor toezicht en handhaving binnen de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. Hiermee schept de raad duidelijkheid over de wijze waarop de gemeente zorgdraagt voor een rechtmatige toepassing van uitkeringen, een professionele en kwalitatieve uitvoering en een doelmatige inzet van beschikbare middelen. Daarmee biedt het beleidsplan een solide basis voor het borgen van de naleving van wet- en regelgeving. 9. Het plan versterkt de menselijke maat én het vertrouwen van inwoners Het plan versterkt de menselijke maat en het vertrouwen van inwoners binnen de Participatiewet. Door te werken vanuit de Cirkel van Naleving — waarin dienstverlening, communiceren, controleren en sanctioneren in samenhang worden toegepast — legt de gemeente de nadruk op het voorkomen van problemen boven het bestraffen ervan.

Dit resulteert in een preventieve en mensgerichte benadering, met aandacht voor heldere communicatie, maatwerk en transparantie over wanneer en waarom handhavend wordt opgetreden. Daarmee sluit het plan aan bij bredere

Pagina 5 van 8

maatschappelijke en landelijke ontwikkelingen waarin proportionaliteit, de menselijke maat en vertrouwen centraal staan. Kanttekeningen: Wmo en Jeugdwet 1. Verschillen in lokale uitvoering Hoewel de regionale samenwerking een belangrijke stap vooruit is, blijft de variatie in lokale uitvoering een punt van zorg dat blijvende aandacht en actieve afstemming vereist om de kwaliteit, rechtmatigheid en eenduidigheid van toezicht en handhaving te borgen. Er zijn nog verschillen tussen gemeenten in lokale verordeningen, beleidsregels en werkprocessen. Deze variatie heeft invloed op de uitvoerbaarheid van toezicht en handhaving en vraagt om continue afstemming tussen gemeenten, toezichthouders, contractmanagement en juridische ondersteuning om regionale uniformiteit en uitvoerbaarheid te borgen. 2. Voldoende capaciteit is noodzakelijk Uitbreiding en versterking is nodig om te kunnen voldoen aan de ambitie van proactief toezicht, themagerichte onderzoeken, calamiteitentoezicht en publicatie van rapporten. Dit vraagt om uitbreiding van de toezichtcapaciteit (kwaliteit én rechtmatigheid) en capaciteit voor de aandachtsfunctionarissen binnen gemeenten, waarbij in Midden-Limburg ook de taak van de aandachtsfunctionaris nog geregeld moet worden. Ook vraagt dit om structurele inzet en middelen voor contractmanagement, toegang en juridische ondersteuning. 3.

Mogelijk niet-gelijktijdige vaststelling binnen de regio Noord- en Midden-Limburg Door de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 is onzeker of alle nieuwe raden en colleges van de veertien deelnemende gemeenten al vóór het zomerreces 2026 volledig zijn geïnstalleerd. Hierdoor kan de behandeling en vaststelling van het beleidsplan en uitvoerend kader per gemeente verschillen in tempo, waardoor de regionale besluitvorming niet volledig gelijktijdig verloopt. Dit vraagt om flexibiliteit in planning en goede afstemming tussen de deelnemende gemeenten, zodat de implementatie ondanks verschillen in lokale tijdslijnen zorgvuldig en uniform kan plaatsvinden. Participatiewet, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 4. Het beleidsplan geeft kaders, maar de uitvoerbaarheid hangt mede af van middelen en toekomstige ontwikkelingen Vaststelling van het beleidsplan betekent niet dat alle uitvoeringsdetails of beschikbare capaciteit gegarandeerd zijn. De gemeente moet binnen de bestaande personele en financiële mogelijkheden werken.

Als omstandigheden of risico’s veranderen (bijvoorbeeld arbeidsmarkt, economische situatie, toename fraude-signalen), kan dit betekenen dat de uitvoering moet worden aangepast of dat aanvullende middelen nodig zijn.

Pagina 6 van 8

Adviescommissie Sociaal Domein Op 20 maart 2026 heeft de Adviescommissie Sociaal Domein (ASD) een eerste advies (bijlage 4) uitgebracht ten aanzien van de voorliggende conceptbeleidsplannen Toezien, toezicht en handhaving voor respectievelijk de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz Noord-Limburg en de Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg. Dit betrof een negatief advies. Naar aanleiding van dit advies heeft op 21 april 2026 een ambtelijk overleg plaatsgevonden met de betrokken medewerkers. Tevens zijn de uitvoerende kaders behorende bij beide beleidsplannen aan de ASD verstrekt, evenals een uitgebreide schriftelijke reactie op de door de ASD in de adviesbrief van 20 maart 2026 geformuleerde overwegingen en vragen. Op basis van deze nadere toelichting en de aangeleverde stukken is de ASD tot het oordeel gekomen dat zij haar eerdere standpunt kan herzien. De ASD heeft aangegeven alsnog een tweede advies, positief (bijlage 5), te kunnen uitbrengen ten aanzien van de voorliggende conceptbeleidsplannen, in samenhang bezien met de bijbehorende uitvoerende kaders voor Toezien, toezicht en handhaving voor de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz Noord-Limburg. a. Financieel Wmo en Jeugdwet Voor de Wmo en Jeugdwet geldt dat de MGR Noord- en Midden-Limburg de kosten voor de uitvoering van het beleidsplan en het uitvoerend kader meerjarig in haar begroting heeft verwerkt.

Deze begroting hebben wij financieel verwerkt in onze meerjarenbegroting. Het actualiseren van de beleidsplannen en het uitvoerend kader heeft vooral betrekking op de inhoud en brengt geen extra kosten met zich mee. Zowel de begroting als de begrotingswijziging legt de MGR via een zienswijze voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Participatiewet, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers, wet Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 Voor de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz geldt dat de kosten plaatsvinden binnen de vastgestelde programmabegroting. Zoals bijvoorbeeld het budget voor de sociaal rechercheur. Dit nieuwe beleid leidt niet tot een wijziging van deze bestaande budgetten. b. Juridisch Er zijn geen juridische gevolgen verbonden aan deze beleids- en uitvoeringsplannen. c.

Risico’s Niet van toepassing

6. Visie Leef Beesel We bouwen samen aan een sterke en veerkrachtige gemeenschap. Duidelijk en proactief toezicht versterkt het vertrouwen binnen de gemeenschap. Het voorkomt misbruik van gemeentelijke middelen en waarborgt de kwaliteit en betrouwbaarheid van ondersteuning voor inwoners.

7. Inclusie 1.

Welkom en veilig De toezichthouders zijn er opgericht te waarborgen dat inwoners passende, veilige en rechtmatige ondersteuning ontvangen.

2.

Meedoen en autonoom Maatwerkvoorzieningen Wmo, Jeugdwet en Participatiewet IOAW, IOAZ en Bbz beogen vergroten van participatie en zelfredzaamheid.

3.

Toegankelijk en bruikbaar Signalen over zorgfraude kunnen gemeld worden via een (centraal) meldpunt. Op de website van gemeente Beesel staat een directe link.

Pagina 7 van 8

8. Duurzaamheid De beleidsplannen zorgen ervoor dat toezicht, toezien en handhaving duurzaam geborgd is binnen het sociaal domein.

Bijlagen 1. Raadsbesluit, beleidsplannen Toezien, toezicht en handhaving sociaal domein. 2. Beleidsplan Toezien, toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet Noord- en Midden-Limburg juni 20262033 3. Beleidsplan Toezien, toezicht en handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2026-2033 4. Eerste advies Adviescommissie Sociaal Domein inzake concept Beleidsplannen Toezien toezicht en handhaving 5. Tweede advies Adviescommissie Sociaal Domein inzake concept Beleidsplannen Toezien toezicht en handhaving 6. Uitvoerend kader Toezien, toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet Noord – Limburg 2026-2028 7. Uitvoerend kader en Toezien, toezicht en handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=9336ef4b-c919-43f9-b7cb-6c81c76e3ed7