Raadsinformatiebrief wijziging gemeenschappelijke regeling Omnibuzz
Tekst van het document
HOOFDSTUK 6 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 21 Toetreding 1. Toetreding door een niet aan de regeling deelnemend college kan plaatsvinden bij een besluit van het betreffende college en met toestemming van de betreffende raad. Ten minste drie vierde van de deelnemende gemeentebesturen dienen in te stemmen met een toetreding. 2. Het algemeen bestuur bepaalt de voorwaarden voor en de gevolgen van een toetreding. 3. Het algemeen bestuur bepaalt het moment waarop een toetreding van kracht wordt. Artikel 22 Uittreding 1. Een college kan uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Uittreding kan eerst plaatsvinden vijf jaar na toetreding tot de regeling met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een jaar en welke opzegtermijn aanvangt na het jaar waarin de opzegging plaatsvindt. 3. Het algemeen bestuur regelt de voorwaarden voor en de gevolgen van een uittreding. Artikel 23 Wijziging 1. Het dagelijks bestuur en de colleges kunnen aan het algemeen bestuur voorstellen tot wijziging doen. 2.
Indien het algemeen bestuur instemt met een wijzigingsvoorstel, doet het daarvan mededeling aan de raden en de colleges.
3.
Een wijzigingsbesluit komt vervolgens tot stand, indien drie vierde van de colleges een gelijkluidend besluit daartoe genomen hebben en de betreffende raden daar mee ingestemd hebben.
Artikel 24 Opheffing en liquidatie 1. De regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van ten minste drie vierde van de colleges en indien de betreffende raden daarmee ingestemd hebben.
2. In geval van een opheffingsbesluit draagt het algemeen bestuur zorg voor de opstelling en vaststelling van een liquidatieplan. Alvorens dit plan vast te stellen legt het algemeen bestuur dit voor aan de colleges en raden die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken. 3. De gemeentebesturen verbinden zich in het geval van opheffing van het openbaar lichaam in het liquidatieplan de verplichting op te nemen dat zij alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de gemeenten verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 4. Het dagelijks bestuur zal als vereffenaar optreden en belast worden met de uitvoering van het liquidatieplan. 5. Het openbaar lichaam en zijn bestuur blijven na het opheffingsbesluit bestaan voor zover dit voor de uitvoering van het liquidatieplan nodig is.
HOOFDSTUK 7
SLOTBEPALINGEN
Artikel 25 Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur, met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen uit de wet. Artikel 26 Geschillenregeling 1. Voordat een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet ter beslissing wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Eén lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en één lid door het college van de betrokken gemeente(n). Deze leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens zal optreden als voorzitter van de commissie. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken bestuursorganen en zo nodig derden die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de aard van het geschil en/of het feitencomplex. 4. De geschillencommissie brengt in beginsel binnen drie maanden na het begin van haar werkzaamheden aan de betrokken bestuursorganen advies uit over de mogelijkhe(i)d(en) tot een overeenstemming over de oplossing van het gerezen geschil te komen. Bij acceptatie van het advies zullen partijen ter zake van de oplossing een vaststellingsovereenkomst sluiten. 5. Indien het advies van de commissie niet leidt tot een oplossing van het geschil, wordt dit voorgelegd aan gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de wet.
Aan gedeputeerde staten wordt eveneens het dossier van de geschillencommissie overgelegd. Artikel 27 Toezending en bekendmaking regeling 1. Het college van de gemeente Sittard-Geleen zendt een exemplaar van de regeling aan gedeputeerde staten. 2. Het college van de gemeente Sittard-Geleen maakt de regeling tijdig in alle gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.
4. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de registratie van de regeling in het Handelsregister.
Artikel 28 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van Omnibuzz. 2. De directeur van Omnibuzz is belast met het beheer archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden.
van
de
niet
naar
de
3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van Omnibuzz is de archiefbewaarplaats van de gemeente Sittard-Geleen aangewezen 4. De archivaris van de gemeente Sittard-Geleen is belast met het toezicht op het beheer van de niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden. De archiefverordening van de gemeente Sittard Geleen is hiertoe van overeenkomstige toepassing. 5. Bij opheffing van de regeling worden de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Sittard Geleen. Artikel 29 Inwerkingtreding, duur, evaluatie en citeertitel 1. De regeling treedt in werking op 1 januari 2023, echter niet eerder dan de dag nadat de regeling bekend is gemaakt overeenkomstig artikel 27, tweede lid van de regeling. 2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 3. De werking van de regeling zal om de vier jaar geëvalueerd worden. Het dagelijks bestuur zal daartoe een onderzoeksvoorstel aan het algemeen bestuur voorleggen. 4. De regeling kan worden aangehaald als “gemeenschappelijke regeling Omnibuzz”.
*******************
TOELICHTING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING OMNIBUZZ De wijziging voorziet in een wijziging van de verdeelsleutel van de kosten van Omnibuzz onder de deelnemende gemeenten middels een aanpassing van artikel 18, lid 1. In artikel 18 is bepaald hoe de kosten over de deelnemende gemeenten verdeeld worden. Voor de kosten die verbonden zijn aan het te behartigen belang zoals dat in artikel 3 van deze regeling is opgenomen, is een verdeelsleutel vastgesteld die in het eerste tot en met derde lid van dit artikel is opgenomen. Deze kosten zijn verdeeld in (1) overheadkosten, (2) alle indirecte kosten verband houdende met de uitvoering van het vervoer binnen de organisatie Omnibuzz en (3) directe kosten verband houdende met de daadwerkelijke uitvoering van het doelgroepenvervoer. De wijziging heeft uitsluitend betrekking op lid 1 van dit artikel. De overheadkosten worden gedragen door de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het jaar waarop die kosten betrekking hebben. Het aantal inwoners wordt bepaald aan de hand van de cijfers van het CBS. Als definitie van overhead hanteren we de definitie uit de Notitie Overhead Commissie BBV, waarmee we deze lijn brengen met wijze waarop financiële informatie vanuit de wettelijke verplichting aangeleverd moet worden (IV3 systematiek).
Hierbinnen vallen bijvoorbeeld loonkosten van directie, management en staf, automatisering en facilitaire kosten. De resterende indirecte kosten, waaronder de loonkosten voor ritreservering en klantenservice, worden gedragen door de gemeenten op basis van het werkelijk aantal ritten dat gemaakt wordt door de inwoners van die gemeenten. Het aantal ritten wordt achteraf vastgesteld op basis van het gerealiseerd aantal ritten van klanten van die gemeenten van het jaar waarop de kosten betrekking hebben.