CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

P08073 TAM-Omgevingsplanwijziging uitbreiding Camping Natuurplezier Motivering 20251128

Besluitvormende raadsvergadering 23 februari 2026, gemeente BeeselBij agendapunt: Vaststelling omgevingsplanwijziging 'uitbreiding Camping Natuurplezier', Keulseweg 200, te Reuver19.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier Gemeente Beesel Vastgesteld

colofon

projectnaam TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier datum 28 november 2025 projectnummer P08073 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0889.OPKeulseweg200-VA01 opdrachtgever Camping Natuurplezier Concept 23 september 2025 Ontwerp 2 oktober 2025 Vaststelling 23 februari 2026 BRO projectleider IMo projectteam JEn bron kaft BRO

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 Info.bro@movares.nl www.movares.com

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Projectgebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer

6 6 7 7

2

Beschrijving bestaande situatie

8

3

Voorgenomen ontwikkeling

9

3.1

9

4

5

Relatie met het omgevingsplan

10

4.1 4.2 4.3

Bestaande functie, bouw- en gebruiksmogelijkheden Randvoorwaarden op grond van omgevingsplan Strijdigheden met omgevingsplan

10 11 11

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

12

5.1

Verhouding tot Rijksbeleid

12

5.1.1 5.1.2

Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s)

12 13

Ladder voor duurzame verstedelijking

14

5.2.1 5.2.2

14 15

5.2

5.3

5.4

5.5 5.6

6

Beoogde ontwikkeling

Toetsingskader Conclusie

Verhouding tot provinciaal beleid

16

5.3.1 5.3.2 5.3.3

16 18 22

Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg 2021 Conclusie

Beleid Waterschap

22

5.4.1 5.4.2 5.4.3

22 23 24

Waterschapverordening Waterschap Limburg Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Conclusie

Regionaal beleid

24

5.5.1 5.5.1

24 24

Herijking Actieprogramma Toerisme & Recreatie Noord-Limburg Conclusie

Gemeentelijk beleid

25

5.6.1 5.6.2

25 25

Structuurvisie Beesel Conclusie

Stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden

26

6.1

Cultuurhistorie

26

6.1.1 6.1.2 6.1.3

26 26 26

6.2

6.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie

27

6.2.1 6.2.2 6.2.3

27 27 27

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Welstand

27

6.3.1 6.3.2

27 29

Toetsingskader Conclusie

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

3

7

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

30

7.1

Mer-beoordeling

30

7.1.1 7.1.2 7.1.3

30 30 30

7.2 7.3 7.4 7.5

7.6

7.7

7.8

7.9

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Gezondheid

31

7.2.1 7.2.2

31 32

Toetsingskader Onderzoek

Duurzaamheid

32

7.3.1 7.3.2

32 33

Toetsingskader Conclusie

Klimaatadaptatie

33

7.4.1 7.4.2

33 34

Toetsingskader Conclusie

Omgevingsveiligheid

34

7.5.1 7.5.2 7.5.3

34 37 38

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem

38

7.6.1 7.6.2 7.6.3

38 39 39

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Activiteiten en milieuzonering

39

7.7.1 7.7.2 7.7.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

39 40 40

Weging van het waterbelang

40

7.8.1 7.8.2 7.8.3

40 41 41

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Natuur en landschap

41

7.9.1 7.9.2 7.9.3

41 42 42

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

7.10 Luchtkwaliteit

43

7.10.1 7.10.2 7.10.3

43 43 43

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

7.11 Geluid 7.11.1 7.11.2 7.11.3

43 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

43 44 44

7.12 Verkeer en parkeren

44

7.12.1 7.12.2 7.12.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

7.13 Geur 7.13.1 7.13.2 7.13.3

45 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

7.14 Trilling 7.14.1 7.14.2 7.14.3

8

44 45 45 45 46 46

46 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

46 48 48

Financiële en maatschappelijke verantwoording

49

8.1 8.2

49 49

Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

4

8.2.3

Zienswijzen

50

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Aerius-berekening

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

5

1

Aanleiding en doel

1.1

Aanleiding

Camping Natuurplezier heeft op basis van een tijdelijke vergunning de bestaande camping aan de Keulseweg 200 in Reuver uitgebreid om deze jaarrond als zodanig te kunnen gebruiken. De uitbreiding op basis van de tijdelijke vergunning bestaat uit 25 standplaatsen en 6 camperplaatsen op een deel van het terrein dat direct grenst aan de bestaande camping. Het besluitgebied is gelegen op het perceel behorende bij de Keulseweg 200 te Reuver. De tijdelijke omgevingsvergunning had een geldigheidsduur tot medio mei 2020, aansluitend is de vergunning met 5 jaar verlengd tot medio mei 2025. Deze verlenging was benodigd om in de tussentijd een bestemmingsplanwijziging vast te stellen. Inmiddels is de Omgevingswet in werking getreden waardoor een bestemmingsplanwijziging niet meer mogelijk is. Daarom is ervoor gekozen om een wijziging van het omgevingsplan te doorlopen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel via IMRO (TAM-IMRO). Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet enkel in het permanent mogelijk maken van de onderdelen welke op basis van de tijdelijke omgevingsvergunning reeds gerealiseerd zijn. Het voorliggende document betreft de motivering van deze TAM-IMRO waaruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2, Bkl).

1.2

Projectgebied

Het besluitgebied, Camping Natuurplezier, is gelegen aan de Keulseweg 200 in Reuver, aan de landsgrens met Duitsland. De locatie staat kadastraal bekend als Beesel, sectie K, nummer 1351 en heeft een oppervlakte van circa 18.520 m2. Het projectgebied (zoals aangegeven in figuur 2.1) heeft een oppervlakte van 4.832 m2. Het perceel waar de standplaatsen en camperplaatsen aanwezig zijn heeft de hoofdfunctie (voorheen te noemen ‘bestemming’) ‘Natuur’. In de vigerende situatie zijn deze activiteiten behorende bij de bestaande camping reeds aanwezig. Figuur 1 geeft een globale aanduiding van het projectgebied weer.

1.1 Topografische weergave projectgebied (rood omcirkeld)

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

6

1.3

Juridisch-planologisch kader

Vigerend omgevingsplan Het beoogde planvoornemen past niet binnen het vigerende omgevingsplan van de gemeente Beesel. Hiervoor is o.a. het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ vastgesteld op 24 juni 2013, ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ vastgesteld op 25 september 2017 en ‘Veegplan buitengebied Beesel 2023’ vastgesteld op 3 juli 2024 (als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan) relevant. De besluitlocatie heeft de bestemming ‘Natuur’. Verder geldt voor het gehele perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Tevens zijn er de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – bos en natuur’, ‘overige zone – hoge archeologische verwachtingswaarde’, ‘overige zone – natuurnetwerk’ en ‘overige zone – wijzigingsbevoegdheid Recreatie - Verblijfsrecreatie’ aanwezig (zie afbeelding 4.1). Onderhavig planvoornemen is op basis van het vigerende omgevingsplan niet rechtstreeks toegestaan, wel is de ontwikkeling mogelijk te maken op basis van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Doordat het planvoornemen niet past binnen het vigerende planologische juridische kader, is het noodzakelijk een nieuw juridisch-planologisch kader op te stellen waarbinnen voorgestane ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Een wijziging van het omgevingsplan is dus noodzakelijk.

1.4

Leeswijzer

De voorliggende motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het projectgebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoofdstuk 2 bevat een projectbeschrijving, waarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie ter plaatse van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 4 nader ingegaan op de relatie met het omgevingsplan, waarbij de relevante regels en strijdigheden worden uitgelicht. Hoofdstuk 5 wordt getoetst aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 6 wordt er nader ingegaan op de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde welke relevant zijn voor onderhavig planvoornemen. Daarna zal de voorgenomen ontwikkeling in hoofdstuk 7 worden getoetst aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. In hoofdstuk 8 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken waarna in het laatste hoofdstuk de belangenafweging en de conclusie worden aangehaald. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze motivering gevoegd.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

7

2

Beschrijving bestaande situatie

Het plangebied bestaat uit een deel van de gronden die direct aansluiten op de bestaande Camping Natuurplezier aan de Keulseweg 200 in Reuver, ten westen van de camping en gelegen aan de Keulseweg. Het betreft een deel van het perceel, kadastraal bekend gemeente Beesel. Sectie K. nr. 1351. Op het bestaande kampeerterrein zijn 44 kampeerplaatsen en 5 camperplaatsen gelegen, alsmede een groepsaccommodatie voor maximaal 28 personen. Volgens het geldende bestemmingsplan zijn tevens 8 trekkershutten/blokhutten toegestaan. Het aansluitende perceel is in gebruik als bosgebied. Het besluitgebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Limburg op basis van de Omgevingsverordening Limburg. De omgeving wordt hierdoor gekenmerkt als bosrijk gebied. De bereikbaarheid van het terrein is goed. De aangrenzende weg Keulseweg sluit in westelijke richting aan op de wegenstructuur van Reuver en Offenbeek en daarmee indirect op de Rijksweg en de A73. Ter plaatse van het besluitgebied zijn ten behoeve van de bestaande camping, 25 standplaatsen en 6 camperplaatsen gerealiseerd. Daarnaast zijn er paden, wegen en parkeerplaatsen ten behoeve van de standplaatsen aanwezig.

Figuur 2.1 Luchtfoto met aanduiding projectlocatie (rood omlijnd)

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

8

3

Voorgenomen ontwikkeling

3.1

Beoogde ontwikkeling

De voorgestane ontwikkeling betreft het permanent in gebruik nemen van een deel van het direct aansluitend aan de bestaande camping gelegen perceel voor uitbreiding van de bestaande camping. Deze uitbreiding bestaat uit 25 standplaatsen en 6 camperplaatsen en wegen, paden en parkeerplaatsen op dit deel van het perceel. Bij de ingebruikname van de gronden worden ten opzichte van de huidige feitelijke situatie geen fysieke wijzigingen aangebracht aan de bestaande bebouwing. Er is sprake van een gebruikswijziging van het terrein, waarbij op een deel van het perceel dat direct grenst aan de bestaande camping in totaal 31 standplaatsen (inclusief 6 camperplaatsen) en een toegangsweg vanaf de Keulseweg, direct grenzend aan het bestaande terrein, permanent worden toegestaan. Er vindt een functiewijziging plaats van ‘Natuur’ naar ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. In verband met de wijziging van de natuurfunctie naar een recreatiefunctie heeft natuurcompensatie plaatsgevonden. Binnen de gemeente Beesel was geen geschikte locatie voor deze natuurcompensatie aanwezig. Derhalve is de natuurcompensatie gerealiseerd ter plaatse van de Roggelseweg te Egchel (gemeente Peel en Maas), kadastraal bekend als Helden, sectie H, nr. 110. De natuurcompensatie bestaat uit 4.500 stuks gemengd bosplantsoen per hectare. Het gaat om 5.000 m2 waardoor er 2.014 stuks bosplantsoen zijn aangelegd.

De provincie Limburg heeft een ontheffing verleend voor 3.800 m2 compensatie met grove den, berk en eik in een mix. Daarnaast is er op het perceel kadastraal bekend als, Arcen en Velden, sectie F, nr. 791 voor 750 m2 gecompenseerd en is er voor 450 m2 op eigen perceel gecompenseerd. De uitbreiding van de camping is reeds tijdelijk vergund en dus gerealiseerd. Er vinden daardoor geen feitelijke wijzigingen plaats ten opzichte van de bestaande en tevens tijdelijk vergunde situatie.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

9

4

Relatie met het omgevingsplan

4.1

Bestaande functie, bouw- en gebruiksmogelijkheden

Ter plaatse van onderhavige locatie vigeert de bestemming ‘Natuur’. Voor onderhavige locatie is het op basis van de bestemming ‘Natuur’ toegestaan om de volgende functies uit te oefenen: a.

de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische en/of abiotische waarden;

b.

het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurwetenschappelijke waarde en/of ecologische waarde;

c.

waterlopen, waterpoelen en waterpartijen;

d.

instandhouding van bos met de daarop afgestemde bosbouw en houtproductie;

met daaraan ondergeschikt: e.

extensief dagrecreatief medegebruik;

f.

bosbouwkundig medegebruik voor wat betreft bossen en houtopstanden;

g.

groenvoorzieningen;

h.

nutsvoorzieningen;

i.

bestaande paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen;

j.

boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

De genoemde locatie ligt in het Omgevingsplan gemeente Beesel, onderdeel bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ vastgesteld op 24 juni 2013, ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ vastgesteld op 25 september 2017 en ‘Veegplan buitengebied Beesel 2023’ vastgesteld op 3 juli 2024 (als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan). Voor het gehele perceel geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Tevens zijn er de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – bos en natuur’, ‘overige zone – hoge archeologische verwachtingswaarde’, ‘overige zone – natuurnetwerk’ en ‘overige zone – wijzigingsbevoegdheid Recreatie - Verblijfsrecreatie’ aanwezig.

4.1 Verbeelding bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied Beesel (geconsolideerd)’

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

10

4.2

Randvoorwaarden op grond van omgevingsplan

Als het op basis van het omgevingsplan niet is toegestaan om een nieuwe activiteit op te richten, dan moet via een planologische procedure het omgevingsplan worden gewijzigd. Om dit mogelijk te maken moet er sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie. Onderhavig planvoornemen voorziet op het wijzigen van het omgevingsplan via TAM-IMRO. Een TAM-IMRO-plan maakt juridisch gezien deel uit van het omgevingsplan, maar heeft technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO). Later moeten deze plannen alsnog conform de STOP/TPOD-standaard gepubliceerd worden bij de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). De TAM-IMRO is momenteel beschikbaar tot het 2e jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Als het ontwerp van het TAM-IMRO omgevingsplan voor 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Ook bij toepassing van de TAM-IMRO dient er te worden voldaan aan de inhoudelijke eisen uit de Omgevingswet voor het opstellen van een omgevingsplan. Concreet betekent dat het omgevingsplan ook moet voldoen aan: •

bruidsschatsregels;

•

verordeningsregels.

•

instructieregels;

•

evenwichtige toedeling aan functies.

4.3

Strijdigheden met omgevingsplan

Ter plaatse van de projectlocatie zijn verblijfsrecreatie activiteiten niet passend binnen de vigerende functie. Wel is de ontwikkeling mogelijk te maken op basis van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Op basis van deze wijzigingsbevoegdheid is het volgende opgenomen: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - wijzigingsbevoegdheid Recreatie - Verblijfsrecreatie' de bestemming 'Natuur' te wijzigen in: de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met dien verstande dat: a.

deze activiteiten 1.

geen nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Limburg; of

2.

niet kunnen leiden tot een vermindering van kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang tussen de gebieden van het Natuurnetwerk Limburg.

b. c.

de motivering bij de wijziging bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden uit sub a is voldaan. het kampeerterrein voldoende landschappelijk wordt ingepast door afschermende randbeplanting: 1.

met landschappelijk karakter; en,

2.

ter breedte van minimaal 5 meter; en,

3.

bestaande uit opgaande houtsoorten van gebiedseigen beplanting.

Om deze redenen is een wijziging van het omgevingsplan benodigd. Dit TAM-omgevingsplan voorziet hierin.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

11

5

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de activiteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in dit hoofdstuk gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

5.1

Verhouding tot Rijksbeleid

5.1.1

Nationale omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die per januari 2024 geldend is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: •

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;

•

over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;

•

een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio’s 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

12

Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Doorwerking projectgebied Voor het plangebied geldt uiteraard dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en integrale besluitvorming bij ruimtelijke plannen. Nieuwe (ruimtelijke) projecten dienen daarom in lijn te zijn met het beleid zoals dat is opgesteld in de NOVI. Het voorliggende planvoornemen betreft een dermate kleinschalige en lokale ontwikkeling, dat er geen belangen uit de NOVI worden geschaad. Bovendien zijn de uitgangspunten van deze ontwikkeling conform de visie zoals geschetst in de NOVI. 5.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Een (TAM-)omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen: •

Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1)

•

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2)

•

beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3)

•

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;

•

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;

•

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

•

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;

•

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

1

‘Afwegingsprincipes’, ontwerpnovi.nl.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

13

Doorwerking projectgebied In deze motivering wordt in hoofdstuk 6 en 7 gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het projectgebied op verschillende relevantie ruimtelijke- en milieuaspecten. Hierbij wordt aangegeven in welke mate ze voldoen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het projectgebied.

5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

5.2.1

Toetsingskader

De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is verwerkt in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving als een instructieregel. De Ladder ziet op een zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden beoordeeld of: er behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en; de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied (waaronder stedelijk groen) mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Er is geen wettelijke ondergrens voor de genoemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 2 Voor alle andere stedelijke functies wordt in beginsel een oppervlakte van 500 m2 bruto vloeroppervlak aangehouden als ondergrens. 3 Daarnaast geldt het vereiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang.4 Behoefte In lid 2 van artikel 5.129g Bkl wordt ingegaan op de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Belangrijk bij de toepassing van de Ladder is dat aandacht wordt besteed aan de behoefte (marktruimte, maatschappelijk, ruimtelijk, beleidsmatig) en de effecten op de leegstand van vastgoed in de relevante regio. Daarnaast zijn de gevolgen voor het regionale woon-, leef- en ondernemersklimaat van belang. Stedelijk gebied Het uitgangspunt is dat eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden binnen het stedelijk gebied (incl. stedelijk groen) voordat een initiatiefnemer gaat ontwikkelen buiten het stedelijk gebied. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen dit gebied een rol. Bij de beoordeling of er beschikbare of geschikte locaties zijn binnen een stedelijk gebied, kunnen de kwalitatieve aspecten van de behoefte een rol spelen. Denk hierbij aan bepaalde bedrijven die vanwege milieuoverwegingen niet in het stedelijk gebied passen.

De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, de mogelijkheden van het omgevingsplan en de aard van de omgeving.

2 3 4

ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

14

Doorwerking projectgebied Onderhavig planvoornemen maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk, omdat er geen gebouwen met een omvang van meer dan 500 m2 worden toegevoegd. Tevens voorziet het planvoornemen slechts op het permanent mogelijk maken van activiteiten welke op basis van een tijdelijke vergunning reeds zijn toegestaan. Ondanks dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt hierna ingegaan op de behoefte. Noord-Limburg krijgt momenteel te maken met een sterke toename van camperaars. Grote aantallen campers bezoeken de regio, waarbij de behoeften van deze groep uiteenlopend zijn. Dit leidt tot een groeiende vraag naar zowel speciaal ingerichte camperplaatsen als naar mogelijkheden om met de camper op reguliere campings te overnachten. In de gemeente spelen bestaande campings in op deze ontwikkeling door ruimte vrij te maken voor campers of door traditionele kampeerplaatsen om te bouwen tot camperplaatsen. Verder geven exploitanten in de regio aan dat kamperen niet meer seizoensgebonden is. De vraag naar verblijf op de camping is het hele jaar door aanwezig. Daarnaast is binnen de regio een trend om in te zetten op een bredere markt. Naast camping- en camperplaatsen wordt eveneens ingezet op lodges en chalets. Uit de cijfers van het CBS blijkt deze toename.

In onderstaande tabel is de stijgende trend in het aantal overnachtingen binnen de provincie Limburg zichtbaar.

De uitbreiding van de camping is al gerealiseerd en dus ook in gebruik De afgelopen jaren zijn deze extra plekken vaak volledig bezet geweest. Met name in de drukke periodes tijdens Pasen, Hemelvaart en Pinksteren en tijdens het hoogseizoen is zeer regelmatig sprake van een volledige bezetting. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er behoefte bestaat aan de reeds gerealiseerde uitbreiding van Camping Natuurplezier. 5.2.2

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk, derhalve vormt dit aspect geen belemmeringen.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

15

5.3

Verhouding tot provinciaal beleid

5.3.1

Omgevingsvisie Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en is de vervanger van het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014)’. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt verder behandeld onder paragraaf 5.2.2. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: •

Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;

•

Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

•

Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: •

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

•

Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Economie (vrijetijdseconomie)’. Vrijetijdseconomie De provincie Limburg wil het vakmanschap in de (water)recreatiesector versterken en bevordert dat ondernemers, overheden en kennisinstellingen samenwerken aan een goede fysieke infrastructuur. Ook wordt het delen van data en kennis, het vormen van sterke netwerken en het ontwikkelen van een gezamenlijke marketingstrategie, die gericht is op de juiste doelgroepen bevorderd. Een specifiek aandachtspunt daarbij is het voorkomen van overdruk om recht te doen aan belangen van inwoners. De voorkeur gaat uit naar het verhogen van de kwaliteit van het aanbod. Een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod is alleen mogelijk als dit niet leidt tot verdringing en leegstand. Dit geldt zowel voor verblijfs- als

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

16

dagrecreatie. Dagrecreatieve voorzieningen zoals bioscopen, casino’s, kartbanen en trampolineparken horen thuis in het ‘bebouwd gebied’ (‘stedelijk gebied’, ‘stedelijke centrumgebied’ en ‘landelijke kern’). Dit type voorzieningen en andere functies (zoals detailhandel en horeca) versterken elkaar en kunnen daardoor met name de vitaliteit van stedelijke centra versterken. De schaal van de voorziening dient te passen bij de schaal van de kern. In het buitengebied en de groenblauwe mantel zijn alleen initiatieven voor vrijetijdseconomie mogelijk die daar functioneel aan gebonden zijn, zoals een kampeerterrein, een dagstrand, agrotoerisme of een visvijver voor de sportvisserij. Een uitzondering hierop is het vestigen van een grootschalige (boven)regionale dagrecreatieve trekker in het buitengebied; indien de beoogde locatie bij een integrale afweging de meest optimale locatie blijkt. De provincie blijft de voorkeur geven aan het gebruik van monumenten en beeldbepalende gebouwen voor de vestiging van nieuwe initiatieven op het gebied van vrijetijdseconomie, als daar kwantitatief en kwalitatief behoefte aan is. Het blijft wenselijk harde planvoorraad voor vrijetijdseconomie waarvoor geen zicht op realisatie is, te schrappen. De harde planvoorraad belemmert goede nieuwe initiatieven.

De provincie blijft voorstander van afspraken over kwantiteit en kwaliteit van verblijfsrecreatie en hotels op regionale schaal. De kwaliteitsslag die is ingezet voor bungalowparken en kampeerterreinen moet worden voortgezet en aangevuld met een kwaliteitsslag voor hotels. Bij deze kwaliteitsslag wordt in een maatwerkaanpak per individuele onderneming de gewenste doorontwikkeling bepaald. Mogelijke opties zijn daarbij onder meer: een verdere doorontwikkeling van het bedrijf, eventueel in combinatie met een kwaliteitsverbetering; een herontwikkeling van de bestaande locatie binnen de vrijetijdseconomie; een transformatie/sanering van de bestaande locatie naar een andere functie. Hier kan sprake zijn van een nieuwe functie voor bestaande gebouwen, sloop van die gebouwen of een combinatie daarvan. De vrijetijdseconomie vormt een belangrijke pijler in Limburg. Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Een stabiele balans is nodig tussen: •

beleving en bescherming van landschap en natuur;

•

belangen van toeristen, recreanten en inwoners;

•

uiteenlopende wensen van verschillende groepen recreanten;

•

de verschillende groepen in het landelijk gebied die gebruik maken van dezelfde infrastructuur.

Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Een goede kwalitatieve onderbouwing is essentieel. Landschap Limburg is een groene provincie met karakteristieke landschappen. Aantrekkelijke natuurgebieden worden afgewisseld met dorpskernen en grondgebonden landbouw. Het landschap was van oudsher dooraderd met hagen, houtkanten, beekjes, poelen en andere cultuurhistorische elementen. Echter, in de afgelopen decennia is het landgebruik in Limburg ingrijpend veranderd, net als elders in Nederland. Hierdoor is het unieke karakter van het Limburgse landschap onder druk komen te staan. Ook in het licht van een aantal grote maatschappelijke opgaven is het behoud en de ontwikkeling van dit landschap in de toekomst niet vanzelfsprekend.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

17

Het landschap kan de motor zijn van een regionale, sociale en economische ontwikkeling waaraan ondernemers, inwoners en maatschappelijke organisaties bijdragen. Het landschap is bovendien een belangrijke drager van oplossingen voor de grote opgaven van deze tijd, zoals klimaatverandering, verduurzaming van de voedselvoorziening, gezond ouder worden en de energietransitie. Juist in Limburg is het landschap een belangrijke troef in de strijd om talent en economische- en sociale ontwikkelingsmogelijkheden. Dit komt mede dankzij de afwisseling tussen stad en landelijk gebied, waardevolle natuur en rijke cultuurhistorie, bedrijvigheid en ruimte voor beleving. Het is een belangrijke reden waarom mensen naar Limburg komen; om er te werken, te wonen en te verblijven. Kwaliteitsimpulsen in landschap bieden kansen voor meer gezonde Limburgers. Met gerichte ruimtelijke ingrepen en groene impulsen kan een gezond landschap ontstaan én in stand worden gehouden; een gezond landschap met vitale Limburgers. De opgave is om de beoogde transities te benutten voor een ruimtelijke kwaliteitsimpuls en het landschap voor bewoners en bezoekers beter beleefbaar te maken. Een generieke opgave voor heel Limburg is hierbij het behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke en waterhuishoudkundige kernkwaliteiten van het landschap.

Doorwerking projectgebied Onderhavig initiatief voorziet in het omzetten van een natuurfunctie naar een verblijfsrecreatieve functie in het buitengebied van Beesel ten behoeve van de uitbreiding van een bestaande camping. Hierbij is er planologisch sprake van het intensiever gebruiken van de gronden, feitelijk zijn de activiteiten al aanwezig op basis van een tijdelijke vergunning. De behoefte is nader onderbouwd in paragraaf 5.2. Als compensatie voor deze ontwikkeling is er ten zijde van de tijdelijke vergunning, natuurcompensatie geregeld in Egchel en Arcen. Hier is een agrarisch perceel bestemd tot ‘Natuur’ en zijn er verschillende inrichtingsmaatregelen genomen die het landschap versterken.

5.3.2

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze is op 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, naijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestings-normen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het projectgebied binnen het gebied ‘Natuurnetwerk Limburg’. Tevens is het projectgebied volgens de kaarten bij de Omgevingsverordening gelegen binnen de ‘extensiveringsgebied intensieve veehouderij’ en ‘overstromingskansgebied A, waarbij er geen kans is voor overstromingen.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

18

Een omgevingsplan dat van toepassing is op locaties binnen het Natuurnetwerk Limburg laat geen nieuwe activiteiten of wijziging van bestaande activiteiten toe als deze: a. nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Limburg; of b. kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang tussen de gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: 1. instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven; 2. regels voor activiteiten die voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. Het initiatief voorziet in het uitbreiden van vrijetijdseconomie in het buitengebied. Derhalve dient er voldaan te worden aan artikel 12.6 van de Provinciale Omgevingsverordening Limburg.

In dit artikel is onder lid 1 het volgende opgenomen: Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad of planvoorraad vrijetijdseconomie alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 15 (Landschap) van de provinciale omgevingsvisie en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Onder voorzieningen voor vrijetijdseconomie worden verstaan: •

voorzieningen voor verblijfsrecreatie zoals bungalowparken, kampeerterreinen, hotels, vakantiewoningen en -appartementen, bed & breakfasts en groepsaccommodaties alsmede overnachtingsplaatsen voor campers en jachthavens met overnachtingsmogelijkheden en dergelijke; en

•

voorzieningen voor dagrecreatie zoals attractieparken, speeltuinen, dierenparken, bioscopen, golfbanen en dergelijke.

Bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van vrijetijdseconomie zijn de Limburgse principes zoals opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg van belang, waaronder het zorgvuldig omgaan met ruimte. Dit houdt in dat er ruimte is voor nieuwe goede plannen in combinatie met het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, het terugdringen van leegstand en het schrappen van plannen die niet aansluiten op de vraag. Een actuele vraag-aanbodanalyse en een bedrijfsontwikkelingsplan zijn noodzakelijke elementen bij het onderbouwen van het toevoegen van een vestigingsmogelijkheid. Specifieke beleidslijnen voor vrijetijdseconomie zijn opgenomen in hoofdstuk 8 van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

19

Doorwerking projectgebied In deze toelichting is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. De beoogde ontwikkeling zorgt voor het permanent mogelijk maken van de reeds gerealiseerde tijdelijke recreatieve voorzieningen behorende bij een bestaande camping in het buitengebied van Reuver, derhalve dient er te worden voldaan aan de instructieregels uit artikel 12.6 van de Omgevingsverordening Limburg. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een versterking van de economie van Reuver en de omgeving. Zoals volgt uit paragraaf 5.3.1 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. Dit plan betreft een formele vastlegging van een toevoeging van vestigingsmogelijkheden die al tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Feitelijk wordt er nu niets toegevoegd, derhalve levert het initiatief geen negatieve effecten op. In paragraaf 5.2 is een onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken opgenomen. De locatie is gelegen in het buitengebied van Beesel en zal landschappelijk worden ingepast. Binnen de locatie is geen sprake van ligging binnen het Natuurnetwerk Limburg. Het plangebied ligt niet binnen overige milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap, waardoor er geen sprake is van aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied.

Het planvoornemen is reeds met de provincie afgestemd en is voorgelegd aan de regionale werkgroep. De regionale afstemming over deze casus heeft op 26 augustus 2025 plaatsgevonden met de ambtelijke werkgroep Vrijetijdseconomie (VTE), regio Noord-Limburg. Tijdens deze bespreking is ook geconstateerd dat het feitelijk gaat om een uitbreiding die in 2015 is gerealiseerd. Nu wordt de uitbreiding pas formeel geregeld en dient dus formeel getoetst te worden aan de provinciale Omgevingsverordening en de regionale bestuursafspraken Noord-Limburg. Op 3 september 2025 is schriftelijk het advies ontvangen dat de ambtelijke werkgroep akkoord is met de toevoeging. Voorts is tijdens de bespreking door de regionale ambtelijke werkgroep VTE geconcludeerd dat voor deze casus kan worden volstaan met enkel regionale afstemming in de regionale ambtelijke werkgroep VTE. Aangezien er met de uitbreiding van de camping een deel natuurfunctie verdwijnt, dient dit gecompenseerd te worden. Met de Provincie Limburg is overeengekomen dat deze compensatie plaats mag vinden op andere locaties wegens het niet aanwezig zijn van een geschikte natuurcompensatielocatie in de gemeente Beesel. Dit betreft een perceel ter plaatse van de Roggelseweg te Egchel, in de gemeente Peel en Maas en op een perceel aan de Hanikerweg te Lomm, in de gemeente Venlo.

Ten behoeve van de natuurcompensatie in Egchel heeft de gemeenteraad van de gemeente Peel en Maas op 8 februari 2024 het wijzigingsplan “Natuurcompensatie Roggelseweg te Egchel” 5 vastgesteld. Dit plan maakt nu onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Peel en Maas. Ter plaatse van het compensatieperceel in Egchel zijn in totaal 750 bomen geplant waarvan 500 eiken en 250 grove dennen. De compensatie betreft droog bos van natuurbeheertype N16.03. De bomen zijn afwisselend geplant over het gehele terrein met een onderlinge afstand van circa 1,5 meter. Het perceel is in eigen beheer en zal als bos worden beheerd. Het beheer zal voldoen aan de eisen van het aanwezige natuurbeheertype. Na de realisatie zal het perceel onderdeel uitmaken van het NNL.

5

Gemeente Peel en Maas, “Natuurcompensatie Roggelseweg te Egchel” kenmerk: NL.IMRO.1894.WZ0067-VG01.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

20

Figuur 5.1: Luchtfoto compensatieperceel Egchel

Het perceel in Lomm is in beheer van Limburgs Landschap. Deze compensatie maakt onderdeel uit van een grotere boscompensatie naast de woning aan de Hanikerweg 30 te Lomm. Deze locatie bestaat uit drie boscompensaties voor verschillende projecten. De compensatie ten behoeve van Camping Natuurplezier betreft hier één van. Het gaat hier om een compensatie van 5.000 m2 op een deel van het perceel dat kadastraal bekend straat als Arcen, sectie F, nummer 791. Op dit perceel worden voor drie verschillende partijen compensatie gerealiseerd. Camping Natuurplezier is één van die partijen. Voor deze locatie geldt het natuurbeheertype N15.02; dennen-, eiken- en beukenbos. In onderstaande tabel zijn de type bomen en aantallen weergegeven.

Boomvormers Naam soort

leeftijd

Aantal stuks

Fladder iep (Ulmus Laevis)

1+1

75

Haagbeuk (Carpinus betulus

1+1

75

Veld esdoorn (Acer Campester)

1+1

150

Zoete kers (Prunus avium)

1+1

100

Zwarte Els (Alnu glutinosa)

1+1

57

Totaal

475

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

21

Struikvormers Naam soort

leeftijd

Aantal stuks

Eenstijlige meidoorn (Crataegus

1+1

300

Egelantier (Rosa rubiginosa)

1+1

100

Gelderse roos (Viburnum opulus)

1+1

100

Hazelaar (Corylus avellana)

1+1

225

Hondroos (Rosa canina)

1+1

150

Inlandse vogelkers (Prunus pa-

1+1

50

1+1

100

7+1

100

1+1

250

monogyna)

dus Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) Rode Kornoelje (cornus sanguinea) Sleedoorn (Prunus spinosa) Totaal

1.375

In totaal worden er 1.850 planten geplant. De planten worden geplant in rijen. Tussen deze rijen zit een afstand van 1,5 meter. Tussen de planten in de rij zit een afstand van 1,35 meter. Op 21 oktober 2024 is gebleken dat het perceel daar te nat was om compost te verspreiden en verdere grondbewerkingen uit te voeren. Als gevolg daarvan is de aanplant uitgesteld tot de eerste helft van december 2025. Na de aanplant wordt deze compensatie eveneens als bos beheerd. Ook zal het beheer voldoen aan de eisen van het aanwezige natuurbeheertype en geldt dat het perceel na de realisatie onderdeel uitmaakt van het NNL. Voor het overige zijn er geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2021. 5.3.3

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie Limburg, derhalve vormt dit aspect geen belemmeringen.

5.4

Beleid Waterschap

5.4.1

Waterschapverordening Waterschap Limburg

De waterschapsverordening, voorheen de keur, is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de waterschapsverordening van toepassing. Het Algemeen Bestuur heeft in zijn vergadering van juli 2021 de Waterschapsverordening Waterschap Limburg vastgesteld. Deze verordening is tegelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden en bestaat uit een aantal instrumenten.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

22

De zorgplicht is het eerste instrument om handelingen in, aan, boven en onder watersystemen en hun beschermingszones te reguleren. Met deze zorgplicht wordt recht gedaan aan het 'ja, mits'-uitgangspunt. De handelingen zijn toegestaan, mits er voldoende zorg in acht is genomen. Op basis van deze zorgplicht krijgt eenieder de verantwoording om bij het uitvoeren van handelingen voldoende zorg voor het functioneren van het watersysteem en de beschermingszones in acht te nemen. Het waterschap gebruikt de zorgplicht bovendien als vangnet om te kunnen optreden tegen handelingen waarin daadwerkelijk schade is of dreigt te worden toegebracht aan het watersysteem. De zorgplicht moet dus altijd worden nageleefd. Algemene regels vormen het tweede instrument om handelingen te reguleren. Er is pas gekozen voor een algemene regel, wanneer alleen de zorgplicht voor de betreffende handeling onvoldoende bescherming biedt voor het functioneren van het watersysteem. Het is, vanwege geografische verschillen, mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een algemene regel. In de algemene regels worden concrete voorschriften opgenomen waaraan bij de handeling moet worden voldaan. De handelingen waarvoor algemene regels gelden zijn toegestaan, mits aan alle voorschriften wordt voldaan.

De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Een van de voorschriften van de algemene regels kan zijn dat de handeling vooraf moet worden gemeld aan het waterschap. Dit is niet altijd het geval. Een meldplicht is alleen opgenomen wanneer: (1) het waterschap bekend wil zijn met de activiteit (bijv. vanuit een oogpunt van onderhoud) en/of (2) het waterschap wil kunnen beoordelen of het opstellen van een maatwerkvoorschrift nodig is. Om het toezicht goed te kunnen uitoefenen is het belangrijk dat de melding tijdig, dat wil zeggen met inachtneming van de termijn die daarvoor is bepaald in de betreffende algemene regel, wordt ingediend. De algemene indieningstermijn is 4 weken. De vergunningplicht is het derde instrument in de waterschapsverordening om handelingen te reguleren. In deze waterschapsverordening is alleen gekozen voor een vergunningplicht, wanneer toetsing van de plannen voorafgaand aan de uitvoering van de handeling, noodzakelijk is met oog op bescherming van de waterstaatswerken en/of de daaraan verbonden belangen van het waterschap. De vergunningplicht beperkt zich derhalve tot de handelingen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het functioneren van het watersysteem.

Het is vanwege geografische verschillen mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een vergunningplicht. De wijze waarop vergunningaanvragen worden beoordeeld, is vastgelegd in beleidsregels. Bij het uitvoeren van de handeling moet initiatiefnemer de voorschriften in de vergunning naleven. Handelen in strijd met aan een vergunning verbonden voorschriften is op grond van artikel 5.5 lid 3 van de Omgevingswet verboden. De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Per specifieke uitvoeringsregel is in de stroomschema's aangegeven voor welke handelingen naast de zorgplicht, ook een vergunningplicht geldt. 5.4.2

Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027

De grootste opgave voor het waterschap is zonder enige twijfel de klimaatverandering. De uitstoot van broeikasgassen daalt nog niet en het scenario wordt steeds reëler dat de gemiddelde wereldtemperatuur in 2100 drie of meer graden is gestegen. Hierdoor neemt de kans op extreme droogte en wateroverlast fors toe. Iets dat ons nu al keihard raakt, denkend aan de watertekorten in 2018, 2019 en 2020 en de overstromingen van juli 2021. De komende periode is ook de laatste fase van de huidige Europese Kaderrichtlijn Water, die stelt dat in 2027 het watersysteem op orde moet zin. Dit vereist ecologisch, hydrologisch en geomorfologisch herstel van oppervlaktewateren en behoud of herstel van de fysisch-chemische toestand. Dat vraagt om forse

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

23

inspanningen van het waterschap en alle sectoren die de waterkwaliteit beïnvloeden. Opkomende stoffen zoals PFAS, medicijnresten en microplastics geven ons nieuwe uitdagingen. Om de Maasvallei in 2050 volgens de geldende normen te beschermen tegen overstromingen, moeten in de planperiode nog vele kilometers waterkeringen worden versterkt, al dan niet in combinatie met rivierverruiming. Om Limburg toekomstbestendig te maken, wordt er verwacht dat iedereen meedoet. Iedereen die een woning, bedrijfsgebouw, landbouwgrond, tuin, erf, openbare verharding of natuurgebied bezit of beheert, kan bijdragen aan het Klimaatadaptief maken van Limburg. Het waterschap kiest hiervoor een aanjaagrol en biedt ondersteuning waar dat kan. Klimaatadaptatie is een thema dat iedere inwoner van Limburg raakt en derhalve is het ook belangrijk om hier bij iedere ontwikkeling over na te denken. 5.4.3

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap aangezien het planvoornemen geen invloed heeft op water.

5.5

Regionaal beleid

5.5.1

Herijking Actieprogramma Toerisme & Recreatie Noord-Limburg

Toerisme en recreatie zijn een belangrijke economische pijler voor Noord-Limburg. Het hoofddoel is om de vrijetijdseconomie de stuwende topsector van Noord-Limburg te maken. Dit zal gedaan worden met de ontwikkeling van vijf subdoelen: 1. De vitalisering van het verblijfsaanbod door middel van betere planontwikkeling en begeleiding. Hiermee wordt beoogd de (bestaande) accommodaties en de planontwikkeling te verbeteren. 2. Het dagrecreatieve ecosysteem en de attractiewaarde van Noord-Limburg wordt versterkt. 3. De ontwikkeling van aantrekkelijke vrijetijdslandschappen, aangezien deze de mentale en fysieke gezondheid stimuleren. 4. De bevordering van cross-overs met andere sectoren, zoals gezondheid. 5. Er wordt gekozen voor een gezamenlijke koers over de regiomarketing van Noord-Limburg. Deze vijf doelen zullen, samen met hun actielijnen, direct invloed hebben op de economie. Er zal namelijk een toename aan bestedingen plaats vinden en er zullen nieuwe banen en nieuwe bedrijvigheid ontstaan. Tevens zal indirect ook het toeristische ecosysteem versterken en zal het bijdragen aan een brede welvaart en maatschappelijke opgaven in andere sectoren. Verder zal het indirect bijdragen aan het proces om duurzaamheid als een harde voorwaarde te gaan zien in plaats van alleen een onderscheidend element.

Doorwerking projectgebied De beoogde ontwikkeling zorgt voor het permanent mogelijk maken van de reeds gerealiseerde tijdelijke recreatieve voorzieningen behorende bij een bestaande camping in het buitengebied van Beesel. Dit zorgt er voor dat er een bijdrage wordt geleverd aan de ambities voor het vitaliseren van het verblijfsaanbod. Het permanent mogelijk maken van de bestaande tijdelijke verblijfsmogelijkheden, zorgt er voor dat het reeds bestaande vrijetijdslandschap wordt verbeterd. 5.5.1

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de regio, derhalve vormt dit aspect geen belemmeringen.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

24

5.6

Gemeentelijk beleid

5.6.1

Structuurvisie Beesel

Op 12 september 2011 heeft de gemeenteraad van Beesel de ‘Structuurvisie Beesel’ vastgesteld. In de structuurvisie staat de strategische en duurzame ruimtelijke visie op de ontwikkeling van het hele grondgebied van de gemeente voor een horizon van 20 jaar. De structuurvisie geeft niet alleen aan wat, maar ook hoe het ontwikkeld moet worden. Deze visie vormt het toetsingskader voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven. Op het gebied van recreatie en toerisme schrijft de structuurvisie voor dat recreatie een belangrijke factor in de beleidsstukken en visies van de gemeente speelt, waaronder het beleidskader verblijfsrecreatie (2008). De gemeente streeft naar verbreding van het aanbod verblijfsrecreatie door enerzijds het aantrekken en ontwikkelen van bedrijven met een eigen onderscheidend vermogen en merkwaarde en anderzijds het bieden van meer bezoekmotieven door kwaliteiten van de locaties meer te benutten. Hiervoor zijn de volgende trends te zien: •

Plattelandstoerisme blijft in trek, vooral bij stedelingen.

•

Men gaat korter, maar vaker op vakantie.

•

De nadruk is op beleving komen te liggen in plaats van belevenissen.

•

Er is een groeiende interesse en belangstelling voor de eigen omgeving.

•

Gezondheidstoerisme is in opkomst, wat zich uit door opkomst van voorzieningen op het gebied van wellness, zorg en kuren.

•

Agrotoerisme is in trek.

•

Recreatief medegebruik als een van de belangrijkste economische dragers van het buitengebied.

•

Koppeling tussen recreatie en gezondheid, meer fietsen en wandelen.

•

Meer buitenrecreatie en activiteiten aan het water als gevolg van langere warme periodes.

Doorwerking projectgebied De beoogde ontwikkeling zorgt voor het permanent mogelijk maken van de reeds gerealiseerde tijdelijke recreatieve voorzieningen behorende bij een bestaande camping in het buitengebied van Beesel. Voor de uitbreiding van de camping heeft natuurcompensatie plaatsgevonden binnen de gemeentes Peel en Maas en Venlo. Met het planvoornemen wordt een bijdrage geleverd aan het aanbod voor recreatieve voorzieningen in Beesel. Het planvoornemen is hiermee passend binnen de structuurvisie Beesel. 5.6.2

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente, derhalve vormt dit aspect geen belemmeringen.

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f uitbreiding Camping Natuurplezier

25

6

Stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden

6.1

Cultuurhistorie

6.1.1

Toetsingskader

Onder de Omgevingswet wordt een samenhangende benadering van diverse belangen beoogd. Een van die belangen is cultureel erfgoed. Sinds 2016 is de regelgeving met betrekking tot het behoud en beheer van cultureel erfgoed ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Omgevingswet zorgt deze wet voor een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed. Provincies en gemeenten moeten in hun omgevingsplannen rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door een inventarisatie en analyse van het erfgoed binnen hun grenzen. Op basis daarvan wordt een passend beschermingsregime opgenomen in het omgevingsplan. Cultureel erfgoed bestaat uit vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurlandschappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en stads- en dorpsgezichten. Provincies en gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om cultureel erfgoed te beschermen via hun omgevingsplannen. De belangrijkste vraag hierbij is welke elementen van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) zich binnen hun grenzen of direct daarbuiten bevinden, en welke elementen men wil (of moet) beschermen.

Hierbij worden de instructieregels in de artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en werelderfgoed) in acht genomen. Provincies en gemeenten worden hierbij ondersteund door specialisten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze ministeries dragen bij aan de totstandkoming van de wet en de bijbehorende regels, zijn betrokken bij het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en ontwikkelen kennis en informatie voor andere overheidsinstanties. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen bevatten gezamenlijk de wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Op basis hiervan is het verplicht om de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de afweging van belangen. 6.1.2

Onderzoek

Op de Erfgoedmonitor van het Rijk6, de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Limburg en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Beesel blijkt dat binnen het projectgebied geen objecten van cultuurhistorische waarde aanwezig zijn. Er worden derhalve geen cultuurhistorische waarden geschaad met het plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 6.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=28b0a6fd-58ea-4eec-a016-a72d47fc13a4