CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

P04376Toelichting Veegplan buitengebied Beesel 2023 20240424

Raadscommissievergadering 27 juni 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Bestemmingsplan veegplan Buitengebied Beesel 202311.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Veegplan Buitengebied Beesel 2023 Gemeente Beesel Vastgesteld

Veegplan Buitengebied gemeente Beesel 2023 Gemeente Beesel Vastgesteld

Rapportnummer:

P04376

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0889.Buitengebied2023-VA01

Datum:

April 2024

Opdrachtgever:

Gemeente Beesel

Projectteam BRO:

IMo

Concept:

januari 2023

Ontwerp:

augustus 2023

Vaststelling:

Juli 2024

Trefwoorden:

Veegplan, buitengebied, gemeente Beesel

Bron foto kaft:

Hollandse hoogte 3

Beknopte inhoud:

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

TOELICHTING

2

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding veegplan 1.2 Planonderdelen 1.3 Opzet toelichting

3 3 3 4

2. GEBIEDS- EN PLANPROFIEL 2.1 Gebiedsprofiel 2.2 Planprofiel

5 5 5

2.2.1 Locatiegerichte herziening 2.2.2 Algemene herzieningen

5 13

3. BELEIDSKADERS 3.1 Rijksbeleid

20 20

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 3.1.2 Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 3.2 Provinciaal beleid

20 21 21

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI Limburg) 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 3.2.3 Voorbereidingsbesluit geitenhouderij 3.3 Regionaal beleid

21 22 23 23

3.3.1 Regionale visie land en tuinbouw Noord-Limburg 3.3.2 Regionaal Ruimtelijk Kwaliteitskader landelijk gebied Noord-Limburg 3.3.3 Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 3.4 Gemeentelijk beleid

23 24 27 30

3.4.1 Toetsings-KODE Beesel

30

4. MILIEUASPECTEN 4.1 Milieuhygiënische aspecten 4.2 Natuur en landschap 4.3 Flora en fauna 4.4 Waterhuishouding 4.5 Archeologie en cultuurhistorie 4.6 Verkeer en parkeren

32 32 32 32 33 33 33

4.6.1 Verkeer 4.6.2 Parkeren

Inhoudsopgave

33 34

1

5. UITVOERBAARHEID 5.1 Economische uitvoerbaarheid

35 35

5.1.1 Kostenverhaal 5.1.2 Planschade

35 35

6. JURIDISCHE OPZET 6.1 Algemeen 6.2 Opzet herziening

36 36 36

7 PROCEDURE BESTEMMINGSPLAN 7.1 Algemeen 7.2 Vooroverleg betrokken instanties 7.3 Zienswijzeprocedure ontwerp bestemmingsplan

37 37 37 37

BIJLAGEN Bijlage 1: Overzicht wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ en ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ Bijlage 2: Ruimtelijke onderbouwing dijkverbetering Bijlage 3: Ruimtelijke onderbouwing Beeselseweg 17 Bijlage 4: Ruimtelijke onderbouwing visvijver Roverheideplas Bijlage 5: Ruimtelijke onderbouwing zonneweide Beekweg K3022 Bijlage 6: Omgevingsvergunning Huilbeekweg Bijlage 7: Omgevingsvergunning Burgemeester Janssenstraat 51 Bijlage 8: Ruimtelijke onderbouwing zonnepark De Baendj Beekweg Bijlage 9: Ruimtelijke onderbouwing Bussereindseweg 36 Bijlage 10: Ruimtelijke onderbouwing Keulseweg 200 Bijlage 11: Stikstofberekening Keulseweg 200 Bijlage 12: Ruimtelijke onderbouwing Bakheide 6 Bijlage 13: Ruimtelijke onderbouwing groene buffer Bijlage 14: Omgevingsvergunning Oude Bosweg 4 Bijlage 15: Ruimtelijke onderbouwing Krommenhoek 7 Bijlage 16: Notitie Molenbiotoop en glastuinbouwbedrijf Bijlage 17: Verslag vooroverleg Bijlage 18: Nota van beantwoording zienswijzen

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding veegplan Aanleiding Op 24 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Beesel het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ vastgesteld. Het bestemmingsplan is vastgesteld voor het buitengebied van de gemeente Beesel en is overwegend conserverend van aard. Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan werd gevormd door het voorheen geldende bestemmingsplan, verleende vrijstellingen en omgevingsvergunningen, alsmede bestaande functies en bebouwing. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan zijn bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) zes beroepschriften ingediend en dit heeft ertoe geleid dat op 13 juli 2015 het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Beesel' is vastgesteld, waarin de vernietigde planonderdelen zijn 'gerepareerd' met inachtneming van de overwegingen van de ABRvS die hebben geleid tot de vernietiging. Naar aanleiding van een beroepschrift tegen het vastgestelde reparatieplan heeft de ABRvS in zijn uitspraak van 16 maart 2016 het plan op onderdelen vernietigd. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de gemeenteraad van Beesel op 4 oktober 2016 het bestemmingsplan 'Keulseweg 194' (NL.IMRO.0889.BPKeulseweg194-VA01) vastgesteld, waarin voor de gronden van reclamanten de verbeelding en de regels zijn aangepast met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling die hebben geleid tot de vernietiging.

Op 25 september 2017 heeft de gemeenteraad van Beesel het ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ vastgesteld. Hierin zijn nieuwe ontwikkelingen opgenomen die een nadere afweging vergden en niet waren opgenomen in het op 24 juni 2013 vastgestelde bestemmingsplan, noch in het op 13 juli 2015 vastgestelde reparatieplan. De locatie Keulseweg 194 is eveneens in dit veegplan opgenomen. Inmiddels hebben nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied Beesel plaatsgevonden. In onderhavig bestemmingsplan worden deze nieuwe ontwikkelingen opgenomen. Daarnaast worden in dit bestemmingsplan een aantal gewenste correcties meegenomen en is het plan geactualiseerd naar aanleiding van nieuw provinciaal beleid (Provinciale Omgevingsvisie).

1.2 Planonderdelen Het onderhavig bestemmingsplan voorziet in een aanpassing op onderdelen van de regels en de verbeelding. Tevens wordt een aantal nieuwe concrete initiatieven meegenomen in dit bestemmingsplan. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van alle wijzigingen.

Hoofdstuk 1

3

1.3 Opzet toelichting De toelichting van deze partiële herziening is als volgt opgebouwd: In dit hoofdstuk is een beschrijving gegeven van de onderdelen van het vigerende bestemmingsplan waarvoor in de onderhavige partiële herziening een nieuwe regeling wordt opgenomen. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het gebiedsprofiel en het planprofiel. Hoofdstuk 3 heeft betrekking op het beleidskader. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieuaspecten. In hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan de orde en in hoofdstuk 6 wordt de juridische planopzet toegelicht. In hoofdstuk 7 wordt de procedure nader toegelicht.

Hoofdstuk 1

4

2.

GEBIEDS- EN PLANPROFIEL 2.1 Gebiedsprofiel Voor het gebiedsprofiel wordt verwezen naar de toelichting van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Beesel' (ook wel ‘moederplan’ genoemd).

2.2 Planprofiel Paragraaf 2.2.1 gaat in op de locatiegerichte herzieningen die betrekking hebben op één of een beperkt aantal percelen. Paragraaf 2.2.2 gaat in op algemene herzieningen die betrekking hebben op de planregels van de huidige bestemmingsplannen en van belang zijn voor meerdere locaties binnen het plangebied. Onderhavig veegplan bestaat uit de volgende onderdelen: a. Onherroepelijke omgevingsvergunningen bestemmen b. Onherroepelijke bestemmingsplannen overnemen c. Nieuwe ontwikkelingen bestemmen d. Correcties ten opzichte van huidig bestemmingsplan e. Bestemmen van bestaande activiteiten Een overzicht van alle wijzigingen ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in bijlage 1. In de onderstaande subparagrafen wordt – waar nodig- per onderdeel een nadere onderbouwing / toelichting gegeven op de wijzigingen. 2.2.1

Locatiegerichte herziening

Dijkverbetering Op 9 december 2019 is een omgevingsvergunning verleend ten behoeve van aanpassingen c.q. het verbeteren van het dijktracé van Beesel. Ten behoeve van deze vergunning is de uitgebreide procedure doorlopen. In dit bestemmingsplan wordt aan het besluitgebied van de omgevingsvergunning, voor zover dit valt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ’Buitengebied’ de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ toegekend. Een regeling voor deze dubbelbestemming is reeds opgenomen in het moederplan. De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage in deze toelichting opgenomen. Beeselseweg 17 Deze locatie is thans bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ en ‘Agrarisch met waarden’. Op 20 november 2020 heeft de gemeente Beesel een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van ca. 2 ha aan zonnepanelen voor de duur van maximaal 25 jaar. De zonnepanelen worden middels

Hoofdstuk 2

5

dit veegplan bestemd voor een periode van 25 jaar. Gelet op de lange looptijd van de verleende vergunning is het wenselijk om de locatie ook te bestemmen als zonneveld. De intensieve veehouderij is met de realisatie van de zonneweide gesaneerd en komen te vervallen. Het ook aanwezige akkerbouwbedrijf wordt voortgezet. Namens de agrariër is er een verzoek bij de gemeente ingediend om, op beide bestemmingsvlakken op deze locatie, de bestemming ‘Agrarisch - Intensieve veehouderij’ te vervangen door ‘Agrarisch grondgebonden’ (met aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ of ‘gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij’), zodat op deze locatie geen intensieve veehouderij meer gevestigd kan worden. De gemeente kiest ervoor om ter plaatse van het besluitvlak de bestaande bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ te vervangen door de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ met de functieaanduidingen ‘zonneweide’ en ‘specifieke vorm van agrarisch – gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij’. Dit is verwerkt op de verbeelding en de aanduiding ‘zonneweide’ is in de regels toegevoegd aan de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’. De ruimtelijke onderbouwing voor de zonneweide is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Roverheideplas Ter hoogte van het kruispunt Sebastopol en Broeklaan is een visvijver gelegen: de Roverheideplas.

De visvijver is uitgebreid middels een omgevingsvergunning. Op de uitbreiding ligt reeds de bestemming ‘Agrarisch’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – kleinschalig agrarisch gebied’, ‘overige zone – lage archeologische verwachtingswaarde’ en ‘overige zone – open agrarisch gebied’. Middels dit veegplan zal deze locatie worden bestemd als ‘Sport’. Op de locatie zal tevens de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – hengelsport’ worden gevestigd. De aanduidingen ‘overige zone – kleinschalig agrarisch gebied’ en ‘overige zone – open agrarisch gebied’ komen daarmee eveneens te vervallen. Een aanpassing van de regels is niet aan de orde. Het gebied is archeologisch vrijgegeven bij selectiebesluit van 5 november 2018 naar aanleiding van een archeologisch onderzoek. Dit betekent dat de aanduiding ‘overige zone – lage archeologische verwachtingswaarde’ verwijderd kan worden op deze locatie. De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage opgenomen. Beekweg K, 3022 Op het perceel, kadastraal bekend als Gemeente Beesel, sectie K, nr. 3022 is middels een omgevingsvergunning voor 25 jaar een zonneweide mogelijk gemaakt. De onderhavige locatie is bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’.

Aangezien op deze locatie geen intensieve veehouderij meer gelegen is en deze ook niet meer wenselijk is, is met de grondeigenaar overeengekomen om de bestemming te wijzigen naar een andere passende agrarische bestemming met behoud van het huidig bouwvlak zodat op deze locatie geen intensieve veehouderij meer mogelijk is, en om de reststrook te wijzigen naar de bestemming ‘Agrarisch’. De reststrook betreft het gedeelte van het perceel dat op grond van het vigerend bestemmingsplan de bestemming ‘Verkeer’ heeft. De gemeente kiest ervoor om de bestemming ‘Agrarisch - Intensieve veehouderij’ te vervangen

Hoofdstuk 2

6

door ‘Agrarisch grondgebonden’ (met aanduiding ‘gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij’). De zonneweide wordt bestemd door middel van de aanduiding ‘zonneweide’. Op de verbeelding worden de aanduiding ‘zonneweide’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij’ toegevoegd aan de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’. De aanduiding ‘zonneweide’ is in de regels toegevoegd aan de bestemming ‘Agrarisch Grondgebonden’. De ruimtelijke onderbouwing voor de zonneweide is als bijlage aan deze toelichting gevoegd. Huilbeekweg, M, 252, 253, 254 In het kader van de dijkversterking in Beesel is een groot gedeelte van het perceel M, nummers 252 en 253 (voorheen nummer 152) opgegaan aan het nieuwe dijklichaam. Op deze locatie was een opstal aanwezig. Middels een omgevingsvergunning is op perceel M, 254 (voorheen nummer 151) ter vervanging een nieuwe opstal gerealiseerd. In het veegplan wordt ter plaatse middels een aanduiding op de verbeelding een permanente opstal van 5 m² bestemd. Burgemeester Janssenstraat 51 Aan de Burgemeester Janssenstraat 51 is B&B Knooppunt 91 gelegen. Deze locatie is bestemd als ‘Agrarisch – Grondgebonden’. Binnen deze bestemming is een bed & breakfast (B&B) niet toegestaan. Middels een omgevingsvergunning van 13 september 2010 is aan de B&B medewerking verleend.

Middels dit veegplan wordt de B&B bestemd. De locatie krijgt de aanduiding ‘bed en breakfast’ en de functieaanduiding wordt toegevoegd aan de regels. De verleende omgevingsvergunning is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Beekweg, K, 2290, 2339 en 2425 Op de percelen, kadastraal bekend als gemeente Beesel, sectie, nrs. 2290, 2339 en 2425 is een omgevingsvergunning verleend om gedurende 25 jaar een zonneweide te realiseren. Op grond van de vigerende bestemmingsplannen is het realiseren van een zonneweide niet toegestaan. Dit veegplan maakt een zonneweide op deze locatie planologisch mogelijk. Op de locatie zal de aanduiding ‘zonneweide’ worden gevestigd en deze functieaanduiding wordt toegevoegd aan de onderliggende bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Aangezien het een tijdelijke vergunning betreft, is in de regels vastgelegd dat met ingang van 1 januari 2049 de aanduiding ‘zonneweide’ komt te vervallen. De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Bussereindseweg 36 Middels een omgevingsvergunning is de heroprichting van de woning aan de Bussereindseweg 36 mogelijk gemaakt. De bijbehorende ruimtelijke onderbouwing is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Middels onderhavig Veegplan wordt deze woning die gelegen is binnen het bestaande bestemmingsvlak Wonen bestemd. De regels behoeven geen aanpassing.

Hoofdstuk 2

7

Keulseweg 193 en K, 1350 Ter plaatse van de Keulseweg 193 is een restaurant gelegen. Bij dit restaurant worden evenementen gehouden. Ook is er sprake van een speeltuin. Beiden activiteiten zijn nog geen planologisch vergunde situaties. Daarom zijn voor de locatie Keulseweg 193 in de planregels voorwaarden opgenomen waaronder middels een omgevingsvergunning een evenemententerrein en een speeltuin worden toegestaan. Ter plaatse van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Beesel, sectie K, nr. 1350 ligt de gebiedsaanduiding ‘overige zone - open agrarisch gebied’. Deze aanduiding komt te vervallen. Daarnaast ligt op het gebied en de gronden daaromheen de aanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’. Deze is in de provinciale omgevingsverordening komen te vervallen en derhalve kan deze aanduiding geschrapt worden. Keulseweg 200 Aan de Keulseweg 200 is Camping Natuurplezier gelegen. Middels een omgevingsvergunning is de camping uitgebreid binnen de bestemming ‘Natuur’. De omgevingsvergunning had een geldingsduur tot mei 2020. Aansluitend is de vergunning met 5 jaar verlengd. Middels onderhavig veegplan wordt een wijzigingsbevoegdheid op het gebied gelegd waardoor onder voorwaarden de bestemming ‘Natuur’ gewijzigd kan worden naar ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’.

Daarnaast wordt ter plaatse van het gebied waar reeds uitbreiding van de camping heeft plaatsgevonden, de bestemming ‘Natuur’ gewijzigd naar ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Daarnaast is een stikstofberekening1 uitgevoerd. De stikstofberekening is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Ouddorp 9 Aan Ouddorp 9 is een glastuinbouwbedrijf gelegen die voornemens was uit te breiden. Dit was conform de vigerende bestemmingsplannen niet toegestaan. Middels bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Ouddorp 9, Beesel’ is deze uitbreiding mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan wordt in dit veegplan overgenomen op de verbeelding en in de regels.

1

BRO, ‘AERIUS-berekening Camping Natuurplezier, Beesel’, projectnr.: P04376, d.d. 17 april 2024

Hoofdstuk 2

8

Kesselseweg 43 Aan de Kesselseweg 43 is door middel van bestemmingsplan ‘Kesselseweg 43 Reuver’ de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ vervallen. De agrarische woning is omgezet naar een burgerwoning en de mogelijkheid is gecreëerd een extra woning te realiseren. Dit bestemmingsplan wordt in dit veegplan overgenomen en omvat alleen een aanpassing van de verbeelding. Oude Bosweg 1 Aan de Oude Bosweg 1 was initiatiefnemer voornemens een paardenhouderij te realiseren. Op grond van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Beesel’ en ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ was een paardenhouderij op deze locatie niet mogelijk. Door het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, Oude Bosweg 1 Beesel, vastgesteld op 4 juni 2018, is de realisatie van de paardenhouderij mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan wordt in dit veegplan overgenomen. Dit betekent een aanpassing van de verbeelding en de regels. Krommenhoek 3a Initiatiefnemer was voornemens op het perceel nabij zijn woning (adres Krommenhoek 3a te Reuver) een paardenstal te realiseren voor het hobbymatig houden van maximaal 4 paarden. Daarnaast wilde initiatiefnemer tevens het woonerf ter plaatse verruimen. Deze ontwikkeling was niet rechtstreeks mogelijk op basis van de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Beesel, ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ en Paraplubestemmingsplan Hoogzitten Buitengebied Beesel’.

Door vaststelling van bestemmingsplan ‘Krommenhoek 3a, Reuver’ is de ontwikkeling mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan wordt in onderhavig veegplan overgenomen en betreft alleen een aanpassing van de verbeelding. Maasstraat 29, B 1827 Op 29 april 2022 heeft de gemeente Beesel een omgevingsvergunning verleend ten behoeve van de realisatie van een tijdelijke grondgebonden zonnepaneleninstallatie met een oppervlakte van ca. 110 m². Op 16 mei 2022 heeft ook Rijkswaterstaat Zuid-Nederland voor het bouwen en behouden van deze werken een wijziging watervergunning verleend. Middels onderhavig veegplan worden de zonnepaneleninstallatie bestemd. Op de verbeelding wordt ter plaatse de aanduiding ‘zonneweide’ opgenomen en deze aanduiding wordt in de regels toegevoegd aan de ter plaatse vigerende bestemming ‘Agrarisch met waarden’. De zonnepaneleninstallatie zijn duurzaamheidsmaatregelen die passen binnen het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Beesel en voorzien in de eigen behoefte. Het perceel waarop de zonnepaneleninstallatie wordt geplaatst is in gebruik als grasland en voorzien van een haag langs de Maasstraat. De haag langs de Maasstraat onttrekt de te plaatsen zonnepaneleninstallatie grotendeels aan het zicht vanuit de openbare weg. De bestaande haag langs de Maasstraat dient wel in stand te worden gehouden ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het bouwwerk.

Het perceel is gelegen in het stroomvoerend rivierbed van de Maas. Door Rijkswaterstaat is er een Watervergunning verleend. Ter plaatse zijn er geen planologische belemmeringen aanwezig.

Hoofdstuk 2

9

Rijkel 43 en 46 Aan de Rijkel 43 is een botenstalling gelegen. Per abuis is in bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – stalling boten en caravans’ ter hoogte van Rijkel 46 gelegd. De aanduiding wordt middels onderhavig veegplan derhalve op het perceel G 3029 gelegd en ter hoogte van Rijkel 46 verwijderd. In de regels wordt toegevoegd dat de stalling is voorzien van een adequate afschermende (boom)beplanting Bestemming ‘Goudgroene natuurzone’/ ‘Bronsgroene landschapszone’ Beeselsbroek Aan de Beeselseweg zijn verschillende percelen gelegen die conform het POL2014 vallen binnen het gebied ‘goudgroene natuurzone’ of ‘bronsgroene landschapszone’. Op een aantal percelen die vallen binnen de betreffende landschaps- en natuurzone is een dergelijke aanduiding niet opgenomen. Op 25 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) in werking getreden. In deze omgevingsvisie hebben de ‘Goudgroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone een andere naam gekregen, namelijk respectievelijk ‘Natuurnetwerk Limburg’ en ‘Groenblauwe mantel’. Daarnaast is de begrenzing op een aantal plekken gewijzigd. De benaming en de begrenzing uit de POVI is overgenomen in onderhavig veegplan. Kerstenbergweg 22 Het pand is bestemd als ‘Wonen’. Ter plaatse dient de aanduiding ‘karakteristiek’ te worden opgenomen.

Deze aanduiding komt reeds voor binnen de bestemming ‘Wonen’ en derhalve behoeven de regels geen aanpassing. Bussereindseweg 25 Ter plaatse van de Bussereindseweg 25 is een paardenstal aanwezig. Op grond van bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ en ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ is geen paardenstal toegestaan. Het betreft een bestaande situatie die middels onderhavig veegplan planologisch mogelijk wordt gemaakt. De bestemming ‘Wonen’ en het bouwvlak worden uitgebreid op de verbeelding. Een aanpassing van de regels is niet nodig. Ouddorp 24 De percelen kadastraal bekend als Beesel, sectie A, nrs. 3476 en 3478 zijn gelegen achter de woning aan de Ouddorp 24 en vallen thans binnen de bestemmingsplannen ‘Bebouwde gebieden Beesel’ en ‘Bebouwde gebieden, veegplan 2019’. De betreffende percelen zijn verkocht aan Waterschap Limburg, omdat deze percelen vallen onder het plangebied van de dijkverbetering. Deze percelen worden opgenomen in onderhavig veegplan. De percelen krijgen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Rijksweg 124 Aan de Rijksweg 124 is een hondenschool gelegen. Het betreft een kleinschalige hondenschool die al meer dan 5 jaar aldaar gevestigd is. In de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Beesel’ en ‘Veegplan buitengebied gemeente Beesel’ is deze hondenschool niet toegestaan.

Onder voorwaarden kan er aan de Rijksweg 124 binnen de bestemming ‘Tuin’ een hondenschool worden bestemd. Deze voorwaarden zijn dat aangetoond wordt dat een hondenschool milieukundig en akoestisch aanvaardbaar is en aangetoond wordt dat de verkeersaantrekkende werking en het parkeren aanvaardbaar is.

Hoofdstuk 2

10

De VNG-lijst Bedrijven en milieuzonering geeft informatie over milieuhinder van vrijwel alle bedrijfsactiviteiten en andere activiteiten. Hierin zijn voor de milieuaspecten geur, stof (luchtkwaliteit), geluid en gevaar ‘afstandswaarden’ aangegeven. De hinderaspecten zijn bepalend voor de vraag in hoeverre tussen een belastende en een gevoelige functie verweving mogelijk is, dan wel ruimtelijke scheiding noodzakelijk is. Er wordt uitgegaan van de milieugevoelige functie wonen. Deze informatie over milieukenmerken is indicatief en niet als norm of richtlijn bedoeld. Een hondenschool is niet opgenomen in de lijst. Een hondenschool is nog het meest vergelijkbaar met de in de VNG-lijst opgenomen milieuhinderlijke activiteit ‘fokken en houden van huisdieren’ uit categorie 3.1. Voor activiteiten uit deze categorie geldt voor geluid een richtafstand van 50 m ten opzichte van een rustige woonwijk of rustig buitengebied. Voor de overige hinderaspecten gelden kleinere richtafstanden. Aangezien de dichtstbijzijnde woningen op meer dan 300 m van de locatie van de hondenschool liggen, is er geen sprake zijn van onaanvaardbare milieuhinder. Binnen genoemde zone zijn er ook geen andere gebouwen gelegen. Er staan dan ook geen negatieve milieukundige en akoestische effecten aan de bestemming van een hondenschool ter plaatse in de weg.

Verder is de verkeersaantrekkende werking als er ter plaatse van de hondenschool activiteiten plaatsvinden maximaal enkele auto’s die aldaar langs de weg kunnen parkeren. Daarmee wordt er voldaan aan de voorwaarden om aan de Rijksweg 124 binnen de bestemming ‘Tuin’ een hondenschool te bestemmen. Waterloseweg 5 Aan de Waterloseweg 5 is op de bestemming ‘Natuur – Landgoed 2’ een schuur gelegen. Deze is aan vervanging toe. De eigenaar is voornemens de schuur ten westen van de bestaande schuur te realiseren en de nieuw te bouwen schuur valt daarmee buiten het bouwvlak. Het bouwvlak zal derhalve een kwartslag worden gedraaid, zodat de nieuwe schuur binnen een bouwvlak wordt gerealiseerd. De bestaande schuur zal worden gesloopt. Er is geen aanpassing aan de regels benodigd. Roozendaelseweg Aan de Kesselseweg 41 is een landhoeve gelegen. Initiatiefnemer wil deze landhoeve en het omliggende terrein gerangschikt hebben tot Landgoed. Het betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Beesel, sectie B, nrs: M205, M215, 494, A2140, A2141, 3680 en 3679 en 4516. De percelen zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ (M205, M215, A2140), deels en als ‘Natuur’ (494 en 3679) en perceel 3680 heeft de bestemmingen ‘Tuin’, ‘Agrarisch met waarden’, ‘Wonen’ en ‘Natuur’. Het perceel A2141 heeft de bestemmingen ‘Tuin’, ‘Agrarisch met waarden’, en ‘Wonen’.

Voor het perceel B4516 is het feitelijk gebruik natuurdoeleinden. Het perceel B4516 heeft hierdoor ten onrechte als vigerende bestemming ‘Verkeer – Wegverkeer’. Deze bestemming wordt daarom in dit Veegplan gecorrigeerd naar ‘Natuur’. Heideweg 1 Reuver Aan de Heideweg 1 te Reuver is door middel van bestemmingsplan ‘Heideweg 1 Reuver’ de agrarische bestemming vervallen. De bestaande bedrijfswoning is omgezet naar een burgerwoning. De woning met loods en erf zijn bestemd naar ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Het plangebied ligt niet gelegen binnen bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ en ‘Veegplan Buitengebied gemeente Beesel’ Dit bestemmingsplan wordt echter wel in dit veegplan overgenomen en omvat alleen een aanpassing van de verbeelding.

Hoofdstuk 2

11

Bussereindseweg 67 en 67a Aan de Bussereindseweg 67 en 67a te Beesel is door middel van bestemmingsplan ‘Bussereindseweg 67 en 67a Beesel’ de bedrijfsbestemming en de bouwmogelijkheden uitgebreid. Het vergroten van het bouwvlak was noodzakelijk voor de toekomst van het bedrijf. Dit bestemmingsplan wordt overgenomen in dit veegplan en omvat een aanpassing aan de verbeelding. Daarnaast zijn de binnen het plangebied voorkomende aanduidingen opgenomen in de regels. Bakheide 6 Beesel Aan Bakheide 6 te Beesel is een schuur gelegen. Initiatiefnemer was voornemens het bestaande bouwwerk op de locatie op te knappen. De bestaande bebouwing was echter niet toegestaan. De bebouwing is middels een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt de schuur bestemd door middel van een aanduiding. Daarnaast wordt in de regels opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding een veldschuur is toegestaan. Het gebruik van de veldschuur is enkel toegestaan samen met de tegenover liggende woonbestemming. Dit is geregeld middels een relatielijn. De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Keulseweg 194 In het Veegplan Buitengebied 2017 is het bestemmingsplan Keulseweg 194 overgenomen. In de planregels is daarbij de beperking van het maximale aantal tijdelijke arbeidskrachten niet meegenomen. Dit is in onderhavig veegplan gerepareerd.

Oude Bosweg 4 Op het adres Oude Bosweg 4 in Beesel is een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van 5 nieuwe vakantiewoningen. Op de locatie ligt de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - trekkershut'. Vakantiewoningen zijn niet toegestaan binnen deze aanduiding. Middels dit veegplan wordt de aanduiding ‘trekkershut’ vervangen door de aanduiding ‘recreatiewoning’ en krijgt de locatie de maatvoering ‘maximum aantal recreatiewoningen: 5’. Het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Zandkuilweg 2 Ter plaatse van de Zandkuilweg 2 is momenteel ‘Reparatieplan Buitengebied Beesel’ (vastgesteld op 13 juli 2015) van toepassing. Dit bestemmingsplan wijzigde destijds de bestemming van een deel van het perceel in de bestemming ‘Tuin’. Dit bestemmingsplan wordt overgenomen in dit veegplan en omvat een aanpassing aan de verbeelding. Krommenhoek 7 Op de locatie aan Krommenhoek 7 te Reuver is een woning en nieuwe loods aanwezig. De voormalige bedrijfsgebouwen (kippen- en varkensstal, werkplaats en berging) waren verouderd. Gezien de slechte staat van de bebouwing en de verspreide en rommelige ligging op het perceel, zijn de bestaande bijgebouwen gesloopt en is één nieuwe loods opgericht. De nieuwe loods is deel gesitueerd buiten het bouwvlak.

Een omgevingsvergunning voor de realisatie van de loods is reeds verleend.

Hoofdstuk 2

12

Middels onderhavig veegplan wordt de woonbestemming en het bouwvlak vergroot, zodat de nieuwe loods daarbinnen is gelegen. De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Groene buffer Aan de Beekstraat te Beesel is een groene buffer voorzien. De buffer maakt onderdeel uit van de algehele herontwikkeling van de Huilbeek. Voor de realisatie van de buffer is een omgevingsvergunning verleend. De groene buffer word t middels onderhavig veegplan bestemd door middel van de aanduiding ‘groene buffer’. De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Molen De Grauwe Beer De molen is in 2014 circa 60 meter landinwaarts geplaatst. Als gevolg hiervan ligt de bouwaanduiding niet meer op de juiste locatie. Dit geldt eveneens voor de molenbeschermingslocatie. In onderhavig veegplan wordt de bouwaanduiding op de nieuwe locatie van de molen gelegd en wordt de molenbeschermingszone aangepast aan de nieuwe locatie. 2.2.2

Algemene herzieningen

Bestemmingsplan ‘Hoogzitten Buitengebied Beesel’ Bestemmingsplan 'Buitengebied Beesel' biedt binnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden' de mogelijkheid om -uitsluitend tijdelijke- hoogzitten te plaatsen. Hieraan waren echter een aantal voorwaarden verbonden: a. de noodzaak in het belang van de bestrijding van wildschade moet worden aangetoond; b. het betreft uitsluitend een mobiele hoogzit; c. de hoogzit wordt uitsluitend tijdelijk toegepast en mag niet het gehele jaar door op dezelfde plaats worden gehandhaafd; d. er mogen maximaal 16 hoogzitten gelijktijdig in de gemeente worden geplaatst. Deze regels worden in de praktijk als te belemmerend ervaren. Er kan niet adequaat worden gehandeld als er sprake is van overlast. Bovendien zijn hoogzitten volgens deze regels niet toegestaan binnen de bestemming 'Natuur', terwijl de beste kansen voor een succesvol faunabeheer en het benodigde afschot liggen in de periode dat de te veld staande gewassen worden of zijn geoogst en de wilde zwijnen en reepopulaties zich dan hoofdzakelijk in de diverse natuurgebieden ophouden. De gemeente Beesel heeft derhalve “paraplubestemmingsplan Hoogzitten Buitengebied Beesel” vastgesteld om een adequate juridisch-planologische regeling te laten gelden voor het plaatsen van hoogzitten in het buitengebied.

Binnen de agrarische gebiedsbestemmingen zijn hoogzitten reeds tijdelijk toegestaan. Deze regels zijn aangepast. Aan de regels van de bestemming 'Natuur' is de mogelijkheid tot realisering toegevoegd.

Hoofdstuk 2

13

Het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Hoogzitten Buitengebied Beesel” wordt in onderhavig veegplan overgenomen. Het betreft hier alleen een aanpassing van de regels. Notitie Molenbiotoop De regeling omtrent de molenbiotoop die is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ (artikel 43.25) is onjuist gebleken. Voor de bouwregels binnen de molenbiotoop is een rekenmodel van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) gehanteerd voor de toegestane bouwhoogte. Hiervoor dient echter uitgegaan te worden van het landelijk gehanteerde rekenmodel van de vereniging De Hollandsche Molen. Door BRO is een notitie opgesteld waarin een tekstadvies is gegeven omtrent de correctie van artikel 43.25. Naar aanleiding van een brief van de Stichting de Hollandsche molen is deze notitie geactualiseerd. In dit veegplan wordt dit advies overgenomen. De regeling van de molenbiotoop wordt aangepast en de voorgestelde bijlage wordt aan de regels van het bestemmingsplan toegevoegd. Aanlegvergunning ‘Agrarisch’ De regeling voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt gecorrigeerd en verruimd met het afgraven en ophogen van de bodem (aanpassing artikel 3.7.1). Dit heeft geen consequenties voor de verbeelding.

Planregels ‘Archeologie’ De regeling omtrent het archeologisch onderzoek die is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ (artikel 30.5.2 onderdeel c) wekt verwarring. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is als voorwaarde opgenomen ter verlening van een aanlegvergunning op basis van artikel 30.5.3 onderdeel d, e en f. Als in deze situaties onderzoek wordt uitgevoerd en blijkt dat de archeologische waarden niet worden geschaad, is er op basis van 30.5.2 onderdeel c toch geen vergunning noodzakelijk. Dit is onwenselijk. Derhalve vervalt de voorwaarde gesteld in artikel 30.5.2 onderdeel c in onderhavig veegplan. De aanpassing heeft geen consequenties voor de verbeelding. Daarnaast is in artikelen 30.2 onder c, d, e en 30.5.3 onder d, e en f onderdeel 2 aangepast naar ‘AMK-terrein van hoge of zeer hoge archeologische waarden’. ‘Waterstaat-Rivierbed’ De formulering in de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Waterstaat – Rivierbed’ die is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ (artikel 37.1) is onjuist gebleken. De huidige formulering ‘het behoud van het stroomvoerend waterbed’ wordt middels onderhavig bestemmingsplan gewijzigd in ‘het behoud van het waterbergend rivierbed’.

Er zijn geen aanpassingen aan de verbeelding Planregels wijzigingsbevoegdheid glastuinbouwbedrijf Ten aanzien van de uitbreiding van glastuinbouwbedrijven is in het geldende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (artikel 10.8.4). Op basis van deze wijzigingsbevoegdheid kan onder voorwaarden het bestemmingsvlak en bouwvlak van een bestaand glastuinbouwbedrijf worden vergroot. Een van de voorwaarden is dat elders ten minste twee keer zoveel bestaand glas wordt ge-

Hoofdstuk 2

14

sloopt dan met het wijzigingsplan aan nieuwe glasopstand mogelijk wordt gemaakt. Over deze voorwaarde bestaat onduidelijkheid, omdat het in andere gemeenten in de regio gebruikelijk is om uitsluitend bestaand glasopstand te slopen in ruil voor nieuw glas bij een uitbreiding van meer dan 3 hectare netto glasopstand. Door BRO is ten behoeve van een eerdere planontwikkeling in het buitengebied in 2019 een notitie opgesteld waarin een tekstadvies is gegeven omtrent de correctie van artikel 10.8.4. In dit veegplan is dit advies overgenomen. De wijzigingsbevoegdheid is aangepast en het advies is aan het bestemmingsplan toegevoegd. Omdat het advies uit 2019 is en derhalve de ontwerp Provinciale Omgevingsverordening 2021 daarin niet is meegenomen, wordt de wijzigingsbevoegdheid ook getoetst aan deze ontwerp omgevingsverordening. Volledigheidshalve wordt eerst nog even kort getoetst aan de vigerende Provinciale Omgevingsverordening 2014. Provinciale omgevingsverordening 2014 Voor de glastuinbouw streeft de provincie een verdergaande concentratie en clustering na. Nieuwvestiging is enkel toegestaan in de daartoe aangewezen ontwikkelingsgebieden glastuinbouw. In artikel 2.12.2 van de verordening is het volgende geregeld: 1.

Een ruimtelijk plan voorziet niet in de nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf buiten een op de kaarten behorende bij deze verordening als ontwikkelingsgebied glastuinbouw aangewezen gebied. 2. Een ruimtelijk plan voorziet niet in de vergroting van een bouwvlak van een glastuinbouwbedrijf in een op de kaarten behorende bij deze verordening als Goudgroene natuurzone of Zilvergroene natuurzone aangewezen gebied. Op basis van deze verordening is het mogelijk om medewerking te verlenen aan de uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf. Buiten de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw is doorgroei onder voorwaarden mogelijk in combinatie met sloop van bestaande kassen. Dit is beleidsmatig vastgelegd in het Limburgse Kwaliteitsmenu. Gemeenten kunnen zelf een gemeentelijke uitwerking van de module glastuinbouw uit het Limburgs Kwaliteitsmenu opstellen of aansluiten bij gemeenten die dit reeds gedaan hebben. De gemeente Beesel heeft het LKM vertaald tot een gemeentelijk kwaliteitsmenu in de Structuurvisie Beesel (2011) en zoals vermeld een strengere norm opgenomen dan omliggende gemeenten. Middels het aanpassen van de onderhavige wijzigingsbevoegdheid wordt de norm in overeenstemming gebracht met de norm van omliggende gemeenten. De Provinciale Omgevingsverordening 2014 staat deze aanpassing niet in de weg.

In het advies uit 2019 wordt nog gerefereerd aan benamingen uit het provinciale beleid van vóór 2014, zoals ‘Waarde - Ecologische Hoofdstructuur te vervallen' of 'Waarde - Provinciale ontwikkelingszone groen te vervallen'. Beide waarden zijn inmiddels vervallen en vervangen door de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – goudgroene natuurzone’ en ‘overige zone – bronsgroene landschapszone’. Gelet op de ontwerp omgevingsverordening 2021 komen deze gebiedsaanduidingen bij dit veegplan eveneens te vervallen. Volledigheidshalve zijn deze ‘te vervallen’ gebiedsaanduidingen wel opgenomen in

Hoofdstuk 2

15

de wijzigingsbevoegdheid naast de nieuwe gebiedsaanduidingen die besproken worden onder de ontwerp omgevingsverordening Limburg 2021. Ontwerp omgevingsverordening Limburg 2021 Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet is een nieuwe provinciale verordening vastgesteld die in werking treedt gelijktijdig met de nieuwe Omgevingswet. Uit de Provinciale Omgevingsvisie Limburg volgt dat het principe van concentratie van glastuinbouw in ontwikkelingsgebieden glastuinbouw wordt gecontinueerd. Nieuwvestiging blijft alleen mogelijk in een ontwikkelingsgebied glastuinbouw. Omschakeling naar glastuinbouw buiten de ontwikkelingsgebieden glastuinbouw blijft uitgesloten. Binnen ontwikkelingsgebieden glastuinbouw is doorontwikkeling van een bedrijf mogelijk. Het huidige beleid dat buiten een ontwikkelingsgebied glastuinbouw doorgroei van (solitaire) bedrijven mogelijk is in combinatie met sloop van bestaande kassen, wordt eveneens gecontinueerd. Dit met uitzondering van die gebieden waar doorgroei volgens de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ niet is toegestaan (het Natuurnetwerk Limburg en delen van de groenblauwe mantel). In artikel 10.5 en 10.6 van de verordening is dit als volgt geregeld: Artikel 10.5 Instructieregel nieuwvestiging glastuinbouw Een omgevingsplan laat geen nieuwvestiging van een glastuinbouwbedrijf toe buiten een ontwikkelingsgebied glastuinbouw.

Artikel 10.6 Instructieregel vergroting bouwvlak glastuinbouw 1. Een omgevingsplan laat een uitbreiding van het bouwvlak voor een glastuinbouwbedrijf toe in een ontwikkelingsgebied glastuinbouw. 2. Een omgevingsplan laat een uitbreiding van het bouwvlak voor een glastuinbouwbedrijf toe in het op de kaart aangeduide buitengebied onder de voorwaarde dat: a. er sprake is van een toekomstbestendige locatie; b. bij uitbreidingen vanaf 30.000 m² netto glastuinbouw er voor iedere 1 m² netto uitbreiding glastuinbouw 2 m² netto glastuinbouw gelegen buiten een ontwikkelingsgebied glastuinbouw wordt gesloopt. 3. Een omgevingsplan laat een uitbreiding van het bouwvlak voor een glastuinbouwbedrijf toe in het uitzonderingsgebied uitbreiding glastuinbouw onder de voorwaarde dat: a. er sprake is van een toekomstbestendige locatie; b. bij uitbreidingen er voor iedere 1 m² netto uitbreiding glastuinbouw 2 m² netto glastuinbouw gelegen buiten een ontwikkelingsgebied glastuinbouw wordt gesloopt. De ontwikkelingsgebieden zoals bedoeld in lid 1 zijn opgenomen op de bij de verordening opgenomen kaart 9. ‘Landbouw’. De in lid 2 genoemde gebieden betreft de als ‘buitengebied’ bestemde gebieden ingevolge kaart 9 ‘Landbouw’ en kaart 10. ‘Wonen, werken en recreëren’ van de verordening.

De onder lid 3 genoemde uitzonderingsgebieden betreffen locaties die vallen binnen de ‘Groenblauwe mantel’ (voormalige bronsgroene landschapszone).

Hoofdstuk 2

16

De onderhavige wijzigingsbevoegdheid ziet alleen op de gebieden bedoeld in lid 1 en 2. Ter plaatse van het Natuurnetwerk en de groenblauwe mantel kan immers geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. De sloopnorm (voor elke m2 uitbreiding wordt 2 m2 gesloopt) is van toepassing vanaf 3 hectare en dit stemt overeen met de ontwerp omgevingsverordening. Zoals vermeld onder de omgevingsverordening 2014 komen de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – goudgroene natuurzone’ en ‘overige zone – bronsgroene landschapszone’ te vervallen. Deze worden vervangen door de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – natuurnetwerk’ en ‘overige zone – groenblauwe mantel’. Volledigheidshalve zijn ook deze gebiedsaanduidingen opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid. Monumentale status tankgrachten en loopgraven In november 1944 bereikten de geallieerden het gebied de westoever van de Maas zoals onder meer in Kessel en Neer. Als gevolg hiervan werd de gemeente Beesel tot maart 1945 frontgebied. De gevechtshandelingen bestonden over en weer voornamelijk uit beschietingen door artillerie en uit schermutselingen van kleine militaire eenheden die op de andere Maasoever onder bescherming van de duisternis op verkenning gingen. De tankgracht liep vanaf de grens met Swalmen bij de Donderberg, via Ouddorp-Beesel richting de Berken (Reuver) en vervolgens naar de Schelkensbeek.

Op korte afstand van pottenbakkerij Denessen doorsneed de tankgracht de Rijksweg en liep vanaf die plek, ten oosten van de Rijksweg aan de voet van het middenterras, richting Belfeld. De gemeente Beesel wil de locaties waar de verdedigingswerken nog duidelijk herkenbaar zijn in het landschap, als monument bestemmen. Het gaat om de volgende locaties:  Bosgebied Donderberg  Bosgebied de Berken tussen Vissersweg-Berkenweg-Oude Veerweg  Bosgebied tussen Rijksweg-Struikweg-Varensweg-Schelkensbeek  Bosgebied tussen Rijksweg-Struikweg-Oudeweg-Schelkensbeek Deze locaties krijgen middels onderhavig veegplan de aanduiding ‘karakteristiek’. Parkeren In artikel 41.3 in het Veegplan Buitengebied gemeente Beesel werd niet verwezen naar de ‘Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013’. Dit is middels onderhavig bestemmingsplan toegevoegd aan dit artikel. Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 In de Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 is een nieuwe buisleidingenstrook naar Venlo-Tegelen opgenomen. Deze buisleidingstrook wordt middels onderhavig veegplan bestemd door middel van een dubbelbestemming. IV-bedrijven Om redenen van milieutechnische aard kiest de gemeente er voor om een onbenutte bestemming intensieve veehouderij voortaan niet meer als ‘intensieve veehouderij’ te continueren bij planwijzigingen.

Eigenaren van locaties die niet (meer) voldoen aan de IV-bestemming worden eerst schriftelijke in

Hoofdstuk 2

17

kennis gesteld van het voornemen om bestemming IV van de locatie te wijzigen. Vervolgens is er een voldoende lange benuttingsperiode waarin er de mogelijkheid is om alsnog de intensieve veehouderij uit te gaan oefenen. Is dat daarna nog altijd niet het geval, dan start de gemeente een traject voor planwijziging op om de bestemming van de locatie te wijzigen naar een andere passende agrarische bestemming. Ook kiest de gemeente ervoor om de in het bestemmingsplan bestaande uitbreidingsmogelijkheden van intensieve veehouderijbedrijven al te beperken in dit veegplan. Middels dit veegplan wordt de wijzigingsbevoegdheid in de planregels die de uitbreiding van intensieve veehouderijen mogelijk maakt, uit de planregels geschrapt. Aanpassing planregels goothoogte (bedrijfs)woningen In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ is voor (bedrijfs)woningen een maximale goothoogte van 6 meter toegestaan. In de praktijk blijkt deze maat door gewijzigde regelgeving (de vrije hoogte van het Bouwbesluit in combinatie met toenemende isolatie-eisen) niet altijd toereikend. De maximale goothoogte voor (bedrijfs)woningen is daarom in alle bestemmingen verhoogd naar 6,5 meter.

Koppeling tussen ‘wonen’ en het begrip ‘woning’ Uit actuele uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat in veel bestemmingsplannen geen koppeling is gelegd tussen het begrip ‘wonen’ en het begrip ‘woning’. Als in een bestemming wonen is toegestaan, kunnen daar blijkens deze uitspraken verschillende vormen van wonen onder worden begrepen, bijvoorbeeld ook kamerverhuur of de huisvesting van woongroepen. Ook in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beesel’ ontbreekt een koppeling tussen ‘wonen’ en ‘woning’. In dit veegplan is alsnog een regeling opgenomen die duidelijk maakt dat als in een bestemming ‘wonen’ is toegestaan, dat wonen in de vorm van woningen betreft. In de bestemmingsomschrijving is daarom, overal waar wonen is toegelaten, opgenomen dat het om ‘wonen in woningen’ gaat. Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014, paragraaf 2.14 Houden van geiten Op 26 november 2019 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 gewijzigd. Met de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 paragraaf 2.14 Houden van geiten worden de mogelijkheden voor het oprichten, uitbreiden en veranderen van een geitenhouderij evenals de omschakeling naar een geitenhouderij beperkt.

De aanleiding daarvoor is het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III, longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014-2016’ van september 2018. In dit onderzoek wordt een correlatie bevestigd tussen het wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en een verhoogd risico op longontsteking. Om dit risico per direct te beperken voor de inwoners van Limburg is ervoor gekozen om hiervoor rechtstreeks werkende regels in te stellen. In Limburg is het met een aan de zekerheidgrenzende waarschijnlijkheid niet mogelijk om een geitenhouderij op te richten of uit te breiden zonder dat er binnen 2 km geen sprake is van gehinderden. Zodoende wordt het oprichten van een geitenhouderij verboden en worden uitbreidingen gereguleerd. Onder de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ is de regeling ten aanzien van geitenhouderijen uit de wijzigingsverordening overgenomen.

Hoofdstuk 2

18

Wet verbod pelsdierhouderij Op 25 december 2020 is de Wet verbod pelsdierhouderij in werking getreden. Op grond van deze wet is het houden, doden of doen doden van een pelsdier verboden. Gelet hierop is onder het begrip ‘intensieve veehouderij’ de categorie ‘pelsdierhouderij’ verwijderd. Tevens is het houden van pelsdieren opgenomen in het lid ‘strijdig gebruik’ binnen de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’.

Hoofdstuk 2

19

3.

BELEIDSKADERS Voor het algemene beleidskader op zowel Rijks-, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau wordt verwezen naar de toelichting van de vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied Beesel' en ‘veegplan Buitengebied gemeente Beesel’. Inmiddels zijn een aantal beleidsstukken vervangen. In onderhavig hoofdstuk wordt ingegaan op het gewijzigde rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Dit veegplan maakt vrijwel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk anders dan ontwikkelingen waarvoor reeds een planologische procedure is doorlopen. Die ontwikkelingen zijn reeds getoetst aan het beleid.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd is. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.

Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en

Hoofdstuk 3

20

vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Afweging Dit bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden die in strijd zijn met de nationale belangen en het bestemmingsplan past dan ook binnen de NOVI. 3.1.2

Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035

De Structuurvisie Buisleidingen is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De Structuurvisie Buisleidingen is het vervolg op het Structuurschema Buisleidingen uit 1985. De Structuurvisie Buisleidingen gaat verder in op het beleid zoals dat de afgelopen jaren is ontwikkeld voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Voor deze leidingen, reeds bestaand of nieuw, geldt dat het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) gemeenten verplicht deze leidingen op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 4 of 5 meter ter weerszijden van de leiding. Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt. Afweging In de Structuurvisie Buisleidingen is een nieuwe buisleidingstrook naar Venlo-Tegelen opgenomen.

Middels onderhavig veegplan wordt deze buisleidingstrook bestemd door middel van een dubbelbestemming.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI Limburg)

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI Limburg) is op 1 oktober 2021 vastgesteld en op 25 oktober 2021 in werking getreden. Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De POL2014 is ingetrokken.

Hoofdstuk 3

21

De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt nader besproken in de navolgende paragraaf. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:  

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Afweging Dit bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden die in strijd zijn met de provinciale belangen en het bestemmingsplan past dan ook binnen de POVI. 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft de Provincie Limburg de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding heeft plaatsgevonden op 1 januari 2024 gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied

Hoofdstuk 3

22

van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Afweging Dit bestemmingsplan is zoals vermeld met name beheersmatig van aard. Provinciale belangen komen niet in het geding. De nieuwe zone 'Groenblauwe mantel' omvat de zilvergroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone. In onderhavig veegplan is ervoor gekozen om de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone in z'n geheel te laten vervallen. De Groenblauwe mantel is toegevoegd conform de provinciale verordening. 3.2.3 Voorbereidingsbesluit geitenhouderij Op 27 mei 2019 is door de Provinciale Staten een voorbereidingsbesluit vastgesteld. Het voorbereidingsbesluit heeft tot gevolg dat aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen of verbouwen van een bouwwerk ten behoeve van het houden van geiten moeten worden aangehouden. De aanhoudingsplicht geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit. Onderdeel van het voorbereidingsbesluit is een gebruiksverbod. Dit gebruiksverbod voorkomt dat een geitenhouderij zich zal vestigen in een bestaande of leegstaande stal. Het gebruiksverbod sluit verder een toename van het aantal geiten op bestaande geitenhouderijen uit. In november 2019 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 gewijzigd.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1

Regionale visie land en tuinbouw Noord-Limburg

De regionale visie is door de gemeenteraad van Beesel op 16 september 2019 vastgesteld. De regionale visie land- en tuinbouw Noord-Limburg betreft een uitwerking van het POL2014 (dat inmiddels is vervangen door de POVI Limburg) en heeft als doel om te komen tot regionale bestuursafspraken over het ruimtelijk beleid ten aanzien van land en tuinbouw. Het vertrekpunt van de visie is dat de land- en tuinbouw in de regio Noord-Limburg een sterke economische sector is en kan blijven. Dit is alleen mogelijk indien de ontwikkeling van agrarische bedrijven ook blijft bijdragen aan de (ruimtelijke) kwaliteit van het landelijk gebied. Voor agrarische bedrijven betekent dit dat ze omgevingsbewust moeten acteren. Niet elke bedrijfslocatie biedt dezelfde ontwikkelingsruimte voor de verschillende agrarische bedrijfsactiviteiten, op de korte dan wel lange termijn. Het toekomstperspectief voor een agrariër wordt dan ook voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van de locatie. Idealiter liggen alle agrarische bedrijven op ‘toekomstbestendige locaties’. Dit zijn locaties waar ondernemers voor de langere termijn hun agrarisch bedrijf passend bij de omgeving kunnen doorontwikkelen. Dit biedt enerzijds bepaalde zekerheden voor de ondernemer en anderzijds sluit een bedrijfsontwikkeling aan op de kenmerken van een gebied.

Hoofdstuk 3

23

In hoeverre sprake is van een toekomstbestendige locatie wordt bepaald aan de hand van drie invalshoeken: 1. Er wordt gekeken naar het beleid dat vorm en inhoud geeft aan de vaste dynamiek en ambitie van de gemeente en de regio. Centrale vraag daarbij is: Draagt het plan bij aan de ambitie van de regio en/of de gemeente? 2. Er wordt ook gekeken naar het ontwikkelingsperspectief van het gebied. Centrale vraag daarbij is: Past het plan binnen het gebied en kan het een meerwaarde leveren aan het behalen van de ambities voor het gebied? 3. Daarnaast wordt gekeken naar het ontwikkelingsper- Figuur 3.1: Toekomstbestendige locatie op basis van drie invalshoeken spectief van de locatie zelf. Centrale vraag daarbij is: Past het initiatief (en de bedrijfsambitie) op de locatie, gelet op de omgevingsfactoren en is er voldoende economisch toekomstperspectief voor het bedrijf? Ten aanzien van het beleid voor glastuinbouw wil de regio de doorontwikkeling van glastuinbouwbedrijven blijven faciliteren op locaties die zowel aansluiten bij de behoefte van de sector als passend zijn in de omgeving. Dit vraagt om kwalitatief goede ontwikkelruimte op de juiste plek.

Daarbij kan het wenselijk zijn dat de planologische ontwikkelingsruimte voor ontwikkelingsgebieden glastuinbouw en solitaire locaties wordt heroverwogen: voldoet deze aan de huidige wensen bezien vanuit bedrijfsontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit. Afweging Dit bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden die in strijd zijn met de Regionale visie land en tuinbouw Noord-Limburg en het bestemmingsplan past dan ook binnen deze visie. 3.3.2

Regionaal Ruimtelijk Kwaliteitskader landelijk gebied Noord-Limburg

Op 16 september 2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Beesel het Regionaal Ruimtelijk Kwaliteitskader landelijk gebied Noord-Limburg vastgesteld. Het kader ziet op een gezamenlijk kwaliteitskader van de acht Noord-Limburgse gemeenten om te kunnen sturen op de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Het behouden en versterken van aantrekkelijke landschappen in het landelijk gebied is een belangrijke opgave in de regionale visies voor o.a. wonen, land- en tuinbouw en vrijetijdseconomie. Middels het Regionaal Ruimtelijk Kwaliteitskader wordt de regionale kracht in beeld gebracht op basis van de regionale karakteristieken en waarden. Het Regionaal Ruimtelijk Kwaliteitskader:  Is een instrument om een afweging te maken of een ontwikkeling (energie, land- en tuinbouw en vrijetijdseconomie) een bijdrage kan leveren aan het versterken van ons DNA;  Geeft de kaders weer om bij deze afweging op regionaal niveau lokaal dezelfde uitgangspunten te hanteren;

Hoofdstuk 3

24

Wil bewustwording creëren over onze gedeelde kwaliteiten en de kansen hierbinnen voor ontwikkelingen.

Het grondgebied van de regio is ingedeeld in deelgebieden, met elk hun eigen kenmerk en kwaliteiten. De gemeente Beesel is gelegen binnen de gebieden ‘Maasvallei’ en ‘Oostflank’. Maasvallei Het gebied ‘Maasvallei’ herbergt een wereld van rust, ruimte en schoonheid, met de Maas als herkenbare kwaliteitsas. Het Maasdal met zijn terrassenlandschap is niet de enige kwaliteit. Het landschap is afwisselend met Maasmeanders, natuur- en bosgebieden, ontginningsgebieden en gevarieerde landbouwactiviteiten. Juist de afwisseling van landschappen, grootschalig en kleinschalig, natuur en cultuur, nabijheid van steden en dorpen, economische activiteiten en voorzieningen, maakt het Maasland prettig divers. Dit is de wereld van het goede leven met lekker eten, kunst, cultuur en historie, maar ook gewoon fijn wonen. Hier is de vrijetijdseconomie een belangrijke economische motor. Oostflank De Oostflank van de Maasvallei wordt gekenmerkt door een aaneenschakeling van grote uitgestrekte natuurgebieden die deel uit maken van het internationale natuurnetwerk tussen de Ardennen en de Veluwe. De grotere grensoverschrijdende stroomgebieden van de Niers en Swalm monden in de Maas uit, maar ook talloze relatief kleine diep ingesneden beekjes. De natuurgebieden worden afgewisseld met veelal grootschalige, landbouwontginningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=34c6fc9e-489c-49d2-b6ee-f4e151613ca4