CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

P04376 Veegplan buitengebied Beesel 2023 Bijlagen bij Toelichting 20240425

Besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Veegplan Buitengebied Beesel 202325.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Veegplan buitengebied Beesel 2023

Inhoudsopgave

Bijlagen bij Toelichting

3

Bijlage 1

Overzicht wijzigingen

4

Bijlage 2

Ruimtelijke onderbouwing dijkverbetering

8

Bijlage 3

Ruimtelijke onderbouwing Beeselseweg 17

66

Bijlage 4

Ruimtelijke onderbouwing visvijver Roverheideplas

110

Bijlage 5

Ruimtelijke onderbouwing zonneweide Beekweg K3022

141

Bijlage 6

Omgevingsvergunning Huilbeekweg

184

Bijlage 7

Omgevingsvergunning Burgemeester Janssenstraat 51

188

Bijlage 8

Ruimtelijke onderbouwing zonnepark De Baendj Beekweg

216

Bijlage 9

Ruimtelijke onderbouwing Bussereindseweg 36

266

Bijlage 10

Ruimtelijke onderbouwing Keulseweg 200

303

Bijlage 11

Stikstofberekening Keulseweg 200

338

Bijlage 12

Ruimtelijke onderbouwing Bakheide 6

350

Bijlage 13

Ruimtelijke onderbouwing groene buffer

473

Bijlage 14

Omgevingsvergunning Oude Bosweg 4

526

Bijlage 15

Ruimtelijke onderbouwing Krommenhoek 7

531

Bijlage 16

Notitie Molenbiotoop en glastuinbouwbedrijf

555

Bijlage 17

Verslag vooroverleg

568

Bijlage 18

Nota van beantwoording zienswijzen

574

2

Bijlagen bij T oelichting

3

Bijlage 1 Overzicht wijzigingen

4

Nr.

Onderwerp

Toelichting

1

Dijkverbetering

‘De dijkverbetering Beesel is met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ bestemd in onderhavig veegplan.’ Ook is de beschermingszone van de dijk bestemd met de bestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone Waterkering’

2

Beeselseweg 17

Ter plaatse van het besluitvlak van de omgevingsvergunning is de huidige bestemming vervangen door de bestemming ‘Agrarisch –Grondgebonden’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij’. De zonneweide wordt bestemd door middel van de aanduiding ‘zonneweide’. In de regels wordt deze aanduiding toegevoegd aan de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’. In de regels is opgenomen dat de aanduiding ‘zonneweide’ per 1 januari 2049 vervalt.

3

Roverheideplas

De uitbreiding van de visvijver is bestemd als ‘Sport’. Op de locatie wordt tevens de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – hengelsport’ worden gevestigd. De aanduidingen ‘overige zone – kleinschalig agrarisch gebied’ en ‘overige zone – open agrarisch gebied’ komen daarmee eveneens te vervallen. Daarnaast wordt de aanduiding ‘overige zone – lage archeologische verwachtingswaarde’ verwijderd op deze locatie.

4

Beekweg K, 3022

De bestemming op het perceel wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – gebruiksgerichte en productiegerichte paardenhouderij’ en de reststrook naar de bestemming ‘Agrarisch’. De zonneweide wordt bestemd door middel van de aanduiding ‘zonneweide’. In de regels wordt deze aanduiding toegevoegd aan de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’. In de regels is opgenomen dat de aanduiding ‘zonneweide’ per 1 januari 2049 vervalt.

5

Huilbeekweg, M, 252, 253, 254

Op het perceel wordt de permanente opstal van 5 m² bestemd middels de aanduiding ‘bijgebouwen’. In de regels wordt deze aanduiding toegevoegd aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden’.

6

Burgemeester Janssenstraat 51

De locatie krijgt de aanduiding ‘bed en breakfast’ en de functieaanduiding is toegevoegd aan de regels.

7

Beekweg K, 2290, 2339, 2425

Op de locatie is de aanduiding ‘zonneweide’ opgenomen en deze functieaanduiding wordt toegevoegd aan de onderliggende bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. In de regels is opgenomen dat de aanduiding ‘zonneweide’ per 1 januari 2049 vervalt.

8

Bussereindseweg 36

Op de locatie is de heroprichting van de woning bestemd door middel van het toevoegen van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 1’.

9

Keulseweg 193 en K, 1350

Aan de Keulseweg 193 is de aanduiding ‘evenemententerrein’ ‘en ‘speeltuin’ toegevoegd. In de algemene aanduidingsregels zijn voorwaarden opgenomen waaronder middels een omgevingsvergunning een evenemententerrein en een speeltuin worden toegestaan.

10

Keulseweg 200

In de regels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor deze locatie waardoor onder voorwaarden de bestemming ‘Natuur’ gewijzigd kan worden naar ‘Recreatie’.

11

Ouddorp 9

De uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf is bestemt middels de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – glastuinbouw 1’.

woensdag 24 april 2024

1

12

Kesselseweg 43

Bestemmingsplan ‘Kesselseweg 43 Reuver’ is overgenomen in onderhavig veegplan.

13

Oude Bosweg 1

Bestemmingsplan ‘Oude Bosweg 1 Beesel’ is overgenomen in onderhavig veegplan.

14

Krommenhoek 3a

Bestemmingsplan Krommenhoek 3a, Reuver’ is overgenomen in onderhavig veegplan.

15

Maasstraat 29, B 1827

Op de locatie is de zonnepaneleninstallatie bestemd.

16

Rijkel 43 en 46

Op de locatie Rijkel 46 verdwijnt de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – stalling boten en caravans’. Deze aanduiding wordt op de locatie Rijkel 43 toegevoegd.

17

Bestemming ‘Goudgroene natuurzone’/ ‘Bronsgroene landschapszone’ (Beeselsbroek)

In dit Veegplan hebben de ‘Goudgroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone een andere naam gekregen, namelijk respectievelijk ‘Natuurnetwerk Limburg’ en ‘Groenblauwe mantel’. Daarnaast is de begrenzing ter plaatse van deze aanduiding op een aantal plekken gewijzigd.

18

Kerstenbergweg 22

Op de locatie is de aanduiding ‘karakteristiek’ toegevoegd.

19

Bussereindseweg 25

Op de locatie is de bestemming ‘Wonen’ en het bouwvlak uitgebreid.

20

Ouddorp 24

De percelen sectie A, nrs. 3476 en 3478 krijgen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’.

21

Rijksweg 124

Op de locatie is op het voorste gedeelte van de bestemming ‘Tuin’ de aanduiding ‘hondenschool’ gelegd. Deze aanduiding is tevens toegevoegd aan de regels behorende bij de bestemming ‘Tuin’.

22

Waterloseweg 5

Op de locatie wordt de vorm van het bestaande bouwvlak gewijzigd.

23

Roozendaelseweg

Op de percelen sectie A, nrs. 2140 en 2141, sectie B, nrs. 494, 3680, 3679 en 4516 en sectie M nrs. 205 en 215 is de aanduiding ‘landgoed’ opgenomen. Op perceel sectie B, nr. 4516 is de bestemming gewijzigd naar ‘Natuur’.

24

Heideweg 1

Bestemmingsplan ‘Heideweg 1 Reuver’ is overgenomen in onderhavig bestemmingsplan.

25

Bussereindseweg 67 67a

Bestemmingsplan ‘Bussereindseweg 67 en 67a Beesel’ is overgenomen in onderhavig bestemmingsplan.

26

Bakheide 6 Beesel

De bestaande schuur is bestemd door middel van een bouwvlak. Het gebruik van de veldschuur is enkel toegestaan samen met de tegenoverliggende woonbestemming. Dit is geborgd middels een relatielijn. In de regels binnen enkelbestemmingsplan ‘Agrarisch met waarden’ is de schuur opgenomen.

27

Keulseweg 194

In artikel 5.1 is de beperking ten aanzien van het maximale aantal tijdelijke arbeidskrachten weer toegevoegd.

28

Groene buffer

De groene buffer aan de Beekstraat is bestemd door middel van de aanduiding ‘groene buffer’.

29

Hoogzitten buitengebied beesel

Het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Hoogzitten Buitengebied Beesel” is in onderhavig veegplan overgenomen.

woensdag 24 april 2024

2

30

Notitie Molenbiotoop

De regeling van de molenbiotoop in artikel 43.25 wordt aangepast conform de aangepaste notitie van BRO.

31

Aanlegvergunning ‘Agrarisch’

De regeling voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is gecorrigeerd en verruimd met het afgraven en ophogen van de bodem.

32

Planregels ‘Archeologie’

In artikel 30.5.2 vervalt de voorwaarde gesteld onderdeel c. Daarnaast is in artikelen 30.2 onder c, d, e en 30.5.3 onder d, e en f onderdeel 2 aangepast naar ‘AMK-terrein van hoge of zeer hoge archeologische waarden’.

33

‘Waterstaat – Rivierbed’

In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Rivierbed’ is de huidige formulering ‘het behoud van het stroomvoerend waterbed’ gewijzigd in ‘het behoud van het waterbergend rivierbed’

34

Planregels wijzigingsbevoegdheid glastuinbouwbedrijf

Artikel 9.8.4 is aangepast conform de notitie van BRO

35

Monumentale status tankgrachten en loopgraven

Op vier locaties waar tankgrachten en loopgraven zijn gelegen, hebben deze de aanduiding ‘karakteristiek’ gekregen.

36

Parkeren

In artikel 43 wordt een nieuw lid 43.3 toegevoegd, zodat ook aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de ‘Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013’

37

Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035

De buisleiding naar Venlo-Tegelen is bestemd door middel van een dubbelbestemming ‘Leiding – Leidingstrook’ met de hartlijn.

38

IV-bedrijven

De wijzigingsbevoegdheid in artikel 7 die het mogelijk maakt om IV-bedrijven uit te breiden is geschrapt.

39

Aanpassing planregels goothoogte (bedrijfs)woningen

De maximale goothoogte voor (bedrijfs)woningen is in alle bestemmingen verhoogd naar 6,5 meter.

40

Koppeling tussen ‘wonen’ en het begrip ‘woning’

41

Houden van geiten

In de bestemmingsomschrijving is, overal waar wonen is toegelaten, opgenomen dat het om ‘wonen in woningen’ gaat.

Onder de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ is de regeling ten aanzien van geitenhouderijen uit de wijzigingsverordening overgenomen.

42

Verbod pelsdierhouderij

Onder het begrip ‘intensieve veehouderij’ de categorie ‘pelsdierhouderij’ verwijderd. Tevens is het houden van pelsdieren opgenomen in het lid ‘strijdig gebruik’ binnen de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’.

43

Oude Bosweg 4

De locatie krijgt de aanduiding ‘recreatiewoning’ in plaats van de aanduiding ‘trekkershut’, met de maatvoering ‘maximum aantal recreatiewoningen: 5’.

44

Zandkuil 2

Het bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Beesel (bestemming ‘Tuin’) is overgenomen in onderhavig veegplan

45

Krommenhoek 7

woensdag 24 april 2024

De nieuwe loods bij de woning is bestemd door uitbreiding van het bouwvlak.

3

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing dijkverbetering

8

Dijktraject Beesel Ruimtelijke onderbouwing Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei

Datum: 1-11-2019 Kenmerk (SP): Pd.PP.DR73.001 Versienummer: 100%

In opdracht van

Status: Definitief Imro-codering: NL.IMRO.0889.OVDijkbeesel-VG01

t van:

HWBP Noordelijke Maasvallei INHOUDSOPGAVE

1

Inleiding .......................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................... 5

1.2

Huidige situatie....................................................................................................................... 5

1.3

Toekomstige situatie .............................................................................................................. 6

1.4

Wettelijk kader ruimtelijke onderbouwing ........................................................................... 9

1.5

Afwijken van het bestemmingsplan .................................................................................... 12

1.6

Projectplan Waterwet .......................................................................................................... 12

1.7

M.e.r.-beoordeling ............................................................................................................... 12

1.8

Leeswijzer ............................................................................................................................. 12

2

Uitwerking van het bestemmingsplan afwijkende activiteiten .................................................. 13

3

Beleid en regelgeving ................................................................................................................... 14 3.1

3.1.1

Wet natuurbescherming .............................................................................................. 14

3.1.2

Waterwet ...................................................................................................................... 14

3.1.3

Structuurvisie infrastructuur en ruimte ...................................................................... 15

3.1.4

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening............................................................. 15

3.1.5

Deltaprogramma .......................................................................................................... 15

3.1.6

Nationaal Waterplan 2016-2021.................................................................................. 16

3.2

Provinciaal beleid ................................................................................................................. 16

3.2.1

Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 .................................................................. 16

3.2.2

Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 ................................................................. 17

3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2014 ......................................................................... 17

3.3

Beleid waterschap ................................................................................................................ 17

3.3.1

Waterbeheerplan 2016-2021 ....................................................................................... 17

3.3.2

Waterbeheerplan waterkeringen 2017-2022 .............................................................. 17

3.4

4

Rijksbeleid ............................................................................................................................ 14

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 18

3.4.1

Structuurvisie Beesel 2011 ........................................................................................... 18

3.4.2

Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030 ................................................ 18

3.4.3

Archeologiebeleid gemeente Beesel 2010 .................................................................. 19

Omgevingsaspecten ..................................................................................................................... 22 4.1

Archeologie ........................................................................................................................... 22

4.2

Cultuurhistorie...................................................................................................................... 22 2

HWBP Noordelijke Maasvallei

5

6

4.3

Landschap ............................................................................................................................. 22

4.4

Bodem ................................................................................................................................... 23

4.5

Niet gesprongen explosieven ............................................................................................... 24

4.6

Water .................................................................................................................................... 24

4.7

Natuur ................................................................................................................................... 24

4.8

Verkeer ................................................................................................................................. 26

4.9

Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 27

4.10

Externe veiligheid ................................................................................................................. 27

4.11

Licht, geluid en trillingen ...................................................................................................... 27

4.12

Zichtlijn ................................................................................................................................. 27

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................... 28 5.1

Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................. 28

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid...................................................................................... 28

5.3

Vervolg .................................................................................................................................. 29

5.4

Planschaderegeling .............................................................................................................. 30

Conclusie ....................................................................................................................................... 31 6.1

Archeologie ........................................................................................................................... 31

6.2

Cultuurhistorie...................................................................................................................... 31

6.3

Landschap ............................................................................................................................. 31

6.4

Bodem ................................................................................................................................... 32

6.5

Niet gesprongen explosieven ............................................................................................... 32

6.6

Water .................................................................................................................................... 32

6.7

Natuur ................................................................................................................................... 33

6.8

Verkeer ................................................................................................................................. 34

6.9

Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 34

6.10

Externe veiligheid ................................................................................................................. 35

6.11

Geluid en trillingen ............................................................................................................... 35

6.12

Zichtlijn ................................................................................................................................. 35

Bijlage I Toelichting ingepast VKA ....................................................................................................... 36 Bijlage II Beoordeling afwijkingen ....................................................................................................... 37 Bijlage III Overzichtskaart enkelbestemmingen .................................................................................. 38 Bijlage IV Overzichtskaart dubbelbestemmingen_1 ........................................................................... 39 Bijlage V Overzichtskaart dubbelbestemmingen_2 ............................................................................ 40 Bijlage VI M.e.r. beoordelingsbesluit .................................................................................................. 41 3

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlage VII Aanmeldnotitie ................................................................................................................... 42 Bijlage VIII Bureaustudie archeologie en cultuurhistorie ................................................................... 43 Bijlage IX Rapportage verkennend onderzoek archeologie en cultuurhistorie ................................. 44 Bijlage X Bureaustudie (water)bodem kwaliteit ................................................................................. 45 Bijlage XI Verkennend (water)bodemonderzoek ................................................................................ 46 Bijlage XII Rapportage verkennend (water)bodemonderzoek (veegronde) ...................................... 47 Bijlage XIII Bureaustudie CE ................................................................................................................. 48 Bijlage XIV Bureaustudie Flora en Fauna en ecologie ......................................................................... 49 Bijlage XV Inventarisatie Flora en fauna ............................................................................................. 50 Bijlage XVI Memo sloop objecten ........................................................................................................

51 Bijlage XVII Rapportage effectbeoordeling natuur soortenbescherming .......................................... 52 Bijlage XVIII Rapportage effectbeoordeling natuur overig ................................................................. 53 Bijlage XIX Rapportage akoestiek ........................................................................................................ 54 Bijlage XX Kadastrale kaart .................................................................................................................. 55 Bijlage XXI Kadastrale lijst .................................................................................................................... 56 Bijlage XXII Definitief compensatieplan .............................................................................................. 57

4

HWBP Noordelijke Maasvallei 1 1.1

Inleiding Aanleiding

Hoogwaterbeschermingsprogramma Om te borgen dat Nederland nu en in de toekomst beschermd is tegen overstromingen, is wettelijk vastgelegd dat primaire waterkeringen periodiek worden gecontroleerd. Primaire waterkeringen die niet op orde zijn, worden versterkt. Afspraken over welke primaire waterkeringen wanneer aangepakt worden, leggen het Rijk en de waterschappen gezamenlijk vast in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Het HWBP wordt jaarlijks geactualiseerd en steeds voor een periode van zes jaar opgesteld, met een doorkijk naar twaalf jaar. Het doel van het huidige programma is het op orde krijgen van de primaire waterkeringen die in de afgelopen en lopende toets/beoordelingsronde zijn afgekeurd. Waterschap Limburg (WL) is verantwoordelijk voor de hoogwaterbescherming in het door haar beheerde gebied. Ze werkt daarbij nauw samen met partners als het Rijk, Provincie Limburg, betrokken gemeenten en naastgelegen waterschappen. Na de hoge rivierwaterstanden in 1993 en 1995 zijn in het beheergebied van WL in snel tempo Maaskades aangelegd op basis van een norm van 1/50e per jaar. Deze Maaskades zouden deels een tijdelijke functie hebben en vooruitlopend op rivierverruiming hoogwaterbescherming bieden tegen de hoge rivierwaterstanden zoals deze in 1993 en 1995 optraden. Op 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd.

Er is een wettelijke norm voor hoogwaterveiligheid in werking getreden. Het versterken van waterkeringen geschiedt conform deze norm. Voor ieder dijktraject bestaat de wettelijke norm uit twee delen, beiden uitgewerkt in een overstromingskans per jaar. Ten eerste de ondergrens, de overstromingskans per jaar waarop het dijktraject gedurende de gehele levensduur ten minste berekend moet zijn. Daarnaast de signaleringswaarde, de overstromingskans per jaar die de minister het sein geeft dat de waterkering op termijn versterkt moet worden. Voor dijktraject Beesel betreft dit een ondergrens van 1/100e per jaar en een signaleringswaarde van 1/300e per jaar. Na dijkversterking is de waterkering gedurende de gehele levensduur in ieder geval veiliger dan de ondergrenswaarde. Op basis van de normen voor hoogwaterbescherming in de Waterwet zijn veel dijken in het beheergebied van Waterschap Limburg afgekeurd op hoogte en sterkte, zo ook die van Beesel. In 2016 heeft het Waterschap een dijkverbeteringsprogramma opgestart om diverse dijktrajecten in de Noordelijke Maasvallei te verhogen en te versterken. Deze dijkverbeteringen zijn opgenomen in het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat, provincie Limburg, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, gemeente Beesel, gemeente Bergen, gemeente Leudal, gemeente Maasgouw, gemeente Peel en Maas, gemeente Roermond en gemeente Venlo hebben samen de Stuurgroep HWBP Noordelijke Maasvallei opgezet. De rol van de stuurgroep is adviserend. De doelstelling van het dijkversterkingsprogramma is primair: het verbeteren van de waterveiligheid in de Maasvallei (versterkingsopgave). Daarnaast geldt als secundaire doelstelling: het versterken van gebiedskwaliteiten (opgave ruimtelijke kwaliteit). Deze doelstellingen zijn van alle betrokken partners binnen de Stuurgroep HWBP Noordelijke maasvallei. 1.2 Huidige situatie Het plangebied Beesel ligt binnen het grondgebied van de gemeente Beesel. De dorpskern van Beesel is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Binnen de dorpskern van Beesel ligt een aantal Rijksmonumenten. Het dijktraject bij Beesel wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Huilbeek. Het watersysteem van de Huilbeek is van belang voor de regionale afwatering. De Huilbeek mondt uit in de Maas. Rondom de kern van Beesel ligt voornamelijk agrarisch gebied en natuur. Het huidige dijktraject kan op basis van landschappelijke overwegingen worden opgedeeld in drie deelgebieden (figuur 1, deelgebieden opgenomen in het figuur).

Daarnaast wordt in het planvoornemen een vierde deelgebied meegenomen: 1. Deelgebied 1: Zuidelijke deel (De Grauwe Beer tot kruising Ouddorp/Zandkuilweg, dijkvak 1 en 2); 2. Deelgebied 2: Ouddorp (Dorpskern Beesel, dijkvak 3 en 4); 3. Deelgebied 3: Noordelijke deel (Uitstroom overkluizing Huilbeek, dijkvak 5 en 6); 4. Deelgebied 4: Aansluiting hoge gronden (Afsluiting achterdeuren, dijkvakken 7, 8, 9, 10 en 11).

5

HWBP Noordelijke Maasvallei De deelgebieden zelf zijn weer ingedeeld in dijkvakken. Deze dijkvakken zijn gekozen op basis van technische ontwerpprincipes. Het dijktraject is opgedeeld in 11 dijkvakken.

Figuur 1 Bestaande kering Beesel (oranje lijn) en aanduiding deelgebieden (1 tot en met 4) (bron: intern ontwerpteam IBM) 1.3

Toekomstige situatie

De aanpassingen in het dijktraject Beesel bestaan (grotendeels) uit het versterken van het huidige dijktracé. Ook wordt er aansluiting gezocht bij hoge gronden en wordt ‘de achterdeur’ gesloten. Het gaat bij de achterdeur om een nieuwe kering ter plaatse van Rijkel en ter hoogte van de Bussereindseweg. Deze paragraaf geeft een samenvatting van het ingepaste voorkeursalternatief (VKA). In bijlage I is het ontwerp uitgebreider beschreven per dijkvak. De opgave met betrekking tot rivierwaarts versterken is nader onderbouwd in paragraaf 5.1 van het projectplan Waterwet. Op onderstaande figuren is de ligging van de verschillende dijkvakken in het plangebied opgenomen en is het ingepast voorkeursalternatief (hierna VKA) van het dijktraject Beesel (het referentieontwerp) van de dijkvakken 1 t/m 6 en 8 t/m 11 weergegeven. Door de afgelegen ligging van dijkvak 7 is het referentieontwerp hiervan los in het figuur opgenomen.

6

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 2 Ligging van de verschillende dijkvakken in het projectgebied

7

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 3 Overzicht ingepast VKA dijktraject Beesel, exclusief dijkvak 7 (indicatief)

Figuur 4 ingepast VKA dijktraject Beesel dijkvak 7 (indicatief) Het referentieontwerp van de dijk betreft een groene kering met een kruinhoogte (ontwerphoogte) variërend over het dijktraject van NAP +21,4 meter tot en met NAP +22,1 meter en een kruinbreedte van circa 4,5 meter. Dit betekent dat de kruin ten opzichte van de huidige dijk circa 1,5 tot 2,0 meter hoger wordt. De hoogteverschillen van de nieuwe dijken ten opzichte van het huidig maaiveld verschillen sterk van circa 3 meter tot 0 meter (waar de dijk hoge grond bereikt). Dit komt door de variatie in hoogte van het maaiveld.

8

HWBP Noordelijke Maasvallei De taluds hebben binnen- en buitenwaarts een helling van circa 1:3, waarbij - tenzij anders aangegeven - een verticale maatregel in de binnenteen geplaatst wordt voor stabiliteit en piping. De maximale aanleghoogte1 bedraagt NAP +22,3 meter. Dijkvak 1 betreft een nieuw stuk dijktracé waar de aansluiting op hoge grond wordt gemaakt. In dijkvak 2 wordt het reeds bestaande tracé buitenwaarts versterkt, zodat de weg Ouddorp kan worden gehandhaafd. De verticale maatregel bij de binnenteen borgt de stabiliteit van de kering. Ter hoogte van dijkvak 3 wordt het bestaande tracé iets aangepast, waarbij de knikken in het tracé flauwer worden gemaakt. De kering in dijkvak 4 wordt buitendijks versterkt in verband met gebrek aan ruimte binnenwaarts. In dijkvak 5 wordt - in verband met beperkte inpassingsruimte en extra belasting van het bergbezinkbassin - het tracé verlegd naar buitenlangs bij Ouddorp 12A. De nieuwe waterkering sluit hier de bestaande Ervenweg af. De verbinding wordt hersteld door in dijkvak 5 langs de buitenteen op maaiveldhoogte een weg aan te leggen (inclusief twee dijktrappen voor voetgangers). Daarnaast is op twee plaatsen langs de Ohé Broekerveldweg een keerlocatie voor landbouwverkeer en vrachtwagens opgenomen. Het tracédeel rondom de paddenpoel tot aan de op- of afrit naar Het Spick blijft een openbare weg; de kruinbreedte is hier 5,5 m.

Het tracédeel tussen de weg Het Spick en de Beekstraat wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Dijkvak 6 betreft een nieuwe aansluiting op hoge grond; een stuk noordwaarts ten opzichte van de huidige aansluiting op de Holleweg. De dijk wordt nabij de Beekstraat middels een afsluitbare duiker gekruist door de Huilbeek. In het ontwerp zijn meerdere op- en afritten opgenomen. Voor de beheerfunctie is op twee plekken (dijkvak 3, 4 en 6) de dijk met 3 meter verbreed ten behoeve van pompopstellocaties. De huidige voorzieningen worden teruggebracht. Naast de versterking van het huidige tracé zijn twee zogenoemde achterdeuren opgenomen in het ontwerp. Een daarvan is dijkvak 7 nabij Rijkel, welke door de geringe lengte en hoogte goed is geïntegreerd in het landschap. Voor deze achterdeur is geen verticale maatregel voor stabiliteit of piping nodig bij de binnenteen. De andere achterdeur, door het dal van de Huilbeek, bestaat uit de dijkvakken 8 tot en met 11. In deze dijkvakken is over het grootste deel wel een verticale maatregel voor stabiliteit en piping nodig bij de binnenteen. Alleen bij de aansluitingen op hoge grond is geen verticale maatregel nodig voor stabiliteit. Deze achterdeur sluit in de dijkvakken 8 en 11 aan op hoge grond. Ten behoeve van de dijkversterking worden bomen en houtopstanden gekapt.

Tevens kan de dijkversterking andere landschappelijke of natuureffecten tot gevolg hebben. Deze kap en effecten leiden tot een compensatieopgave. Het Waterschap Limburg acht het wenselijk om op integrale wijze invulling te geven aan de compensatieopgave en heeft daartoe, in nauw overleg met de bevoegde gezagen (gemeente en provincie), een compensatieplan (bijlage XXII) opgesteld. Dit compensatieplan maakt deel uit van voorliggende ruimtelijke onderbouwing en vergunningaanvraag. 1.4

Wettelijk kader ruimtelijke onderbouwing

Vigerende bestemmingsplannen Ter plekke van de geplande dijkversterkingen in Beesel zijn in totaal 2 bestemmingsplannen vigerend, een bestemmingsplan in het buitengebied en een bestemmingsplan in het bebouwde gebied, namelijk: •

Bestemmingsplan Buitengebied, van de gemeente Beesel (bestemmingsplan, deels onherroepelijk in werking (vastgesteld 24-06-2013))

Hieronder vallen dijkvak 1, dijkvak 2, dijkvak 3, dijkvak 4, dijkvak 5, dijkvak 6, en beide achterdeuren (dijkvak 7 en dijkvakken 8-9-10-11).

1

Dit is de hoogte bij oplevering van de waterkering. Door klink en zetting is de uiteindelijke kruinhoogte lager. Deze kruinhoogte komt overeen met de ontwerphoogte en is de minimaal benodigde kruinhoogte waarbij water en golven veilig gekeerd kunnen worden. Dit wordt het hydraulisch belasting niveau genoemd (HBN). In dit hoofdstuk wordt onder de hoogte van de kering de ontwerphoogte verstaan, tenzij anders vermeld. Het verschil tussen aanleghoogte en ontwerphoogte / HBN is nader toegelicht in paragraaf 3.4.

9

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 5 Begrenzing bestemmingsplan buitengebied (links) en bestemmingsplan bebouwde gebieden (rechts) (bron: ruimtelijkeplannen.nl) •

Bestemmingsplan bebouwde gebieden, van de gemeente Beesel (bestemmingsplan, deels onherroepelijk in werking (vastgesteld op 15-12-2014))

Hieronder vallen dijkvak 3 en dijkvak 4. Activiteiten waarvan wordt afgeweken van het bestemmingsplan Enkele onderdelen van de voorgenomen activiteiten voor het dijktraject Beesel zijn in strijd met de vigerende bestemmingsplannen. Wanneer de ruimtelijke opgave niet past binnen het vigerende bestemmingsplan, wordt een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. Volgens artikel 2.12, 1e lid onder a 3º van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is een goede ruimtelijke onderbouwing vereist bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een afwijking. Deze onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan is in dit rapport verwoord. In bijlage II is een tabel opgenomen met activiteiten die afwijken van de bestemmingen. In bijlage III, IV en V is het ruimtebeslag geprojecteerd op de enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen van de bestemmingsplannen. Hieruit wordt duidelijk waar het initiatief niet binnen de vigerende bestemmingen past. Activiteiten die niet hoeven af te wijken van het bestemmingsplan Een deel van de voorgenomen activiteiten voor dijktraject Beesel is niet strijdig met de vigerende ruimtelijke plannen. Het gaat dan om maatregelen die passen binnen algemene regels van het bestemmingsplan of die passen binnen de bestemmingsomschrijvingen, bouwregels en specifieke gebruiksregels van bestemmingen en gebiedsaanduidingen.

Verschillende activiteiten zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor het afwijken van het bestemmingsplan volgens de voorwaarde uit het Besluit omgevingsrecht Bijlage II, art 2, lid 18. Hierbij gaat het om bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (waterhuishouding) die niet hoger zijn dan 3 meter of een oppervlakte hebben van minder dan 15 m2, of waarbij sprake is van ondergrondse buis- en leidingstelsels. Volgens bestemmingsplannen moet voor sommige ‘aanleg activiteiten’ een vergunning aangevraagd worden. Deze omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden is vrijgesteld. Ingevolge artikel 5.10 Waterwet is geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden nodig in het gebied dat is opgenomen in het vastgestelde projectplan Waterwet. Daarnaast maakt het compensatieplan deel uit van onderhavige ruimtelijke onderbouwing (zie bijlage XXII) en vergunningaanvraag. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de compensatie die wordt gerealiseerd.

10

HWBP Noordelijke Maasvallei

Figuur 6 Te realiseren compensatie (betreft figuur 15 uit bijgevoegd compensatieplan) De activiteiten uit het compensatieplan zijn opgenomen in het projectplan Waterwet en passen binnen de vigerende bestemmingsplannen dan wel binnen de reeds in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen afwijkingen in het kader van de dijkversterking. Een omgevingsvergunning werk of werkzaamheden uitvoeren (voormalige aanlegvergunning) zou benodigd zijn voor het aanbrengen van beplanting en voor het aanhelen dan wel afgraven binnen de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Natuur’ en de dubbelbestemming ‘Waarde/Archeologie’, zie hiervoor paragraaf 3.5.2 van het compensatieplan (bijlage XXII van deze ruimtelijke onderbouwing). Deze vergunning is echter niet benodigd omdat het compensatieplan deel uitmaakt van het projectplan Waterwet. Ingevolge artikel 5.10 Waterwet is immers geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden nodig in het gebied dat is opgenomen in het vastgestelde projectplan Waterwet. Daarnaast mag voor een aantal dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen, te weten de dubbelbestemming ‘WaterstaatRivierbed’ en de gebiedsaanduidingen ‘Rivierdal’ en ‘Overige zone-Goudgroene natuurzone’, geen sprake zijn van aantasting van de betreffende aanwezige waarde(n).

De gebiedsaanduidingen ‘Hoge archeologische verwachtingswaarde’, ‘Middelhoge archeologische verwachtingswaarde’ en ‘Lage archeologische verwachtingswaarde’ zijn uitsluitend van toepassing bij ingrepen die dieper reiken dan 40 centimeter beneden maaiveld. Omdat de afgravingen niet dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld reiken, zijn deze gebiedsaanduidingen niet relevant voor realisatie van het compensatieplan. Kortom, het compensatieplan leidt gezien bovenstaande niet tot extra activiteiten die strijdig zijn met de vigerende bestemmingsplannen en voldoet aan de eisen uit het aanlegvergunningenstelsel.

11

HWBP Noordelijke Maasvallei 1.5 Afwijken van het bestemmingsplan In bijlage II is een overzicht van de activiteiten opgenomen, die strijdig zijn met de vigerende bestemmingsplannen. Voor deze activiteiten wordt een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. De tabel geeft van links naar rechts inzicht in waar de locatie zich bevindt, de bestemming waarvan wordt afgeweken, de regels binnen het bestemmingsplan waarop dit gebaseerd is, en een toelichting waarom de activiteit niet past binnen de bestemming. De locaties waar de afwijkingen van de bestemmingen gesitueerd zijn, zijn onderverdeeld naar dijkvakken 1 tot en met 11. Het horecaterras Maashof valt in dijkvak 4, tegen de grens met dijkvak 3. De bestemmingen waarvan wordt afgeweken zijn onderverdeeld naar enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen. De planregels van de vigerende bestemmingsplannen verwijzen naar de desbetreffende artikelen van de planregels. De beschrijving licht toe op basis waarvan de strijdigheid wordt aangemerkt. 1.6 Projectplan Waterwet Artikel 5.4 van de Waterwet bepaalt dat de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Het versterken van de keringen bij Beesel valt onder het projectplan dat door Waterschap Limburg wordt vastgesteld.

In dit projectplan is de uitvoering van de dijkversterkingen met de daarbij behorende effecten en mitigerende maatregelen beschreven. Aangezien sprake is van een primaire waterkering, worden de vergunningaanvragen ten behoeve van het projectplan gecoördineerd door gedeputeerde staten van de provincie Limburg. Het betreft onder andere de afwijking van het bestemmingsplan, waartoe voorliggend document is opgesteld. 1.7 M.e.r.-beoordeling In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd voor welke plannen en besluiten, en in welke gevallen, de procedure van de milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Hierin is bepaald dat voor de goedkeuring van een projectplan Waterwet dat gaat over de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken’ een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Dat is hier het geval; de primaire waterkering wordt gewijzigd. De m.e.r.-beoordeling houdt in dat het bevoegd gezag, in dit geval provincie Limburg, beoordeelt of in dit specifieke geval de procedure van de milieueffectrapportage moet worden doorlopen en er dus een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. Daarbij kijkt het bevoegd gezag naar de kenmerken van de ingrepen, naar de plaats van de ingrepen en naar de verwachte milieueffecten.

Ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling is een m.e.r.-aanmeldingsnotitie opgesteld (IBM, 2019). Zie hiervoor bijlage VII bij deze ruimtelijke onderbouwing. De aanmeldingsnotitie, waarin omgevingsaspecten zijn getoetst op mogelijke effecten, is als input gebruikt bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het college van Gedeputeerde Staten van Limburg heeft parallel aan de besluitvorming over onderhavige aanvraag een separaat besluit over de m.e.r.-beoordelingsprocedure genomen. Op basis van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling is gebleken dat er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn als gevolg van de voorgenomen activiteit. Er is daarom besloten dat er voor dit project geen milieueffectrapportage hoeft te worden uitgevoerd. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is bijgevoegd als bijlage VI. 1.8 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: • • • • •

hoofdstuk 2 beschrijft de voorgenomen activiteiten die afwijkend zijn met de vigerende bestemmingsplannen; hoofdstuk 3 toetst de voorgenomen afwijkende activiteiten aan de beleidsmatige kaders van het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Beesel; hoofdstuk 4 gaat in op gevolgen, die de voorgenomen afwijkende activiteiten hebben op de relevante milieu- en omgevingsaspecten; hoofdstuk 5 beschrijft de manier waarop de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van de voorgenomen afwijkende activiteiten wordt geborgd; hoofdstuk 6 bevat een conclusie.

12

HWBP Noordelijke Maasvallei 2

Uitwerking van het bestemmingsplan afwijkende activiteiten

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de activiteiten die strijdig zijn met de regels uit de vigerende bestemmingsplannen, mede in samenhang met bijlage II ´Beoordeling afwijking bestemmingsplannen´. Deze bijlage bevat een tabel, waarin een toelichting wordt gegeven op de activiteiten die afwijkend zijn van de regels uit de bestemmingsplannen ter plaatse van de dijkversterking Beesel. Het betreft in ieder geval de verplaatsing van het Terras Maashof, verticale maatregelen voor piping en stabiliteit en situaties waar sprake is van een nieuwe kering. In de realisatiefase worden de bepaalde activiteiten nog verder door de aannemer ontworpen. De dijkversterking Beesel omvat activiteiten die strijdig zijn met: Enkelbestemmingen: • • • • • • •

Agrarisch - bouwperceel Agrarisch met waarden Wonen Agrarisch - onbebouwd Verkeer Water - rivier Natuur

Dubbelbestemmingen: • • • • • • • • • •

Waterstaat - stroomvoerend rivierbed Waterstaat - waterbergingsgebied Waterstaat - stroomvoerend deel rivierbed Waterstaat - rivierbed Kabels en leidingen Waarde - beschermd dorpsgezicht Waarde - beschermd dorpsgezicht Waarde - archeologie Waarde - hoge archeologische verwachtingswaarde Waarde - archeologie 1

Met betrekking tot archeologie geldt dat alle verticale maatregelen voor piping en stabiliteit dieper zijn dan 0,40 meter, waardoor de verticale maatregelen voor piping en stabiliteit op verschillende plekken afwijkend zijn ten opzichte van de verschillende bestemmingen archeologie (zie ook bijlage II). In bijlage III, IV en V is het ruimtebeslag geprojecteerd op de enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen van de bestemmingsplannen. Hieruit wordt, in combinatie met de tabel in bijlage II, duidelijk waar het initiatief niet binnen de vigerende bestemmingen past.

13

HWBP Noordelijke Maasvallei 3

Beleid en regelgeving

Dit hoofdstuk gaat in op de relevante beleid- en regelgeving voor de voorgenomen strijdige activiteiten voor het dijktraject Beesel. Hierbij wordt toegelicht hoe de voorgenomen activiteiten passen binnen het beleid en regelgeving van het Rijk, provincie, waterschap en gemeente. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) bevat alle regels rondom de bescherming van natuurgebieden, soorten en bomen. In de Wet heeft het rijk alle verplichtingen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. In de bijlagen XIV tot en met XVIII zijn de onderzoeken flora en fauna opgenomen. Gebiedsbescherming Nederland past een vergunningstelsel toe bij de bescherming van Natura 2000-gebieden. In artikel 2.7 lid 2 van de Wnb is vastgelegd dat het verboden is om zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. In een aanwijzingsbesluit zijn de instandhoudingsdoelen vastgesteld. Soortenbescherming Onder de Wnb bestaat de soortenbescherming uit drie delen: een apart beschermingsregime voor zowel Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) als ‘andere soorten’ (art. 3.10). Voor ieder van deze regimes gelden afzonderlijke verbodsbepalingen. Bescherming van houtopstanden In hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming is geregeld dat bepaalde houtopstanden beschermd zijn. Het gaat dan om: • •

een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen;

buiten de bebouwde kom. De grens van deze bebouwde kom met betrekking tot de bescherming van houtopstanden wordt door elke gemeente afzonderlijk vastgelegd. Voor de kap van houtopstanden die aan deze voorwaarden voldoen moet in principe een melding Wnb worden gedaan en geldt een herplantplicht binnen drie jaar. De melding Wnb wordt door de toekomstig aannemer in een latere fase van het project ingediend Naast de bomen die via de Wnb zijn beschermd, zijn er ook bomen die via gemeentelijke regelgeving zijn beschermd. Conclusie Met de dijkversterking Beesel wordt voldaan aan de eisen uit de Wet natuurbescherming en wordt de natuur minimaal aangetast en maximaal beschermd. Indien nodig worden mitigerende of compenserende maatregelen toegepast. Voor invulling van compensatie van natuur en landschap is een compensatieplan opgesteld. In het projectplan Waterwet (PPW), als ook in bijlage XXII bij deze ruimtelijke onderbouwing, is het compensatieplan opgenomen. Voor soortbescherming is in het kader van de dijkversterking voor Beesel een ontheffing van de Wnb aangevraagd voor de bever, das en steenuil. Eveneens wordt in een latere fase van het project een melding Wnb voor het kappen van bomen ingediend. 3.1.2 Waterwet De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen.

De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Hoofdstuk 5 Waterwet geeft de waterbeheerder verschillende bevoegdheden voor het verrichten van actieve beheerhandelingen. Het betreft de uitvoering van werken en activiteiten aan waterstaatswerken die bij het Rijk of bij de waterschappen in beheer zijn. Artikel 5.4 Waterwet bepaalt dat de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan.

14

HWBP Noordelijke Maasvallei Conclusie De voorgenomen activiteiten voor het dijktraject bij Beesel zijn opgenomen in een vast te stellen projectplan. Hiermee worden de regels uit de Waterwet gevolgd. De voorgenomen ontwikkelingen zijn daarom in lijn met de Waterwet. 3.1.3 Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 2 (SVIR) vastgesteld. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid wordt meer aan de provincies en de gemeenten overgelaten. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet de volgende drie Rijksdoelen geformuleerd: 1. 2. 3.

de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden.

Eén van de nationale belangen is waterveiligheid. Het Rijk beschermt en stelt de normen voor de primaire waterkeringen. De staat van de primaire keringen wordt in een meerjaarlijkse toetsing in beeld gebracht. In het Deltaprogramma worden de opgaven voor de primaire keringen voor de korte en lange termijn inzichtelijk gemaakt. Het Rijk is samen met de waterschappen verantwoordelijk voor de bescherming van Nederland tegen overstromingen. Conclusie De dijkversterkingen bij Beesel dragen bij aan het vergroten van de waterveiligheid. De versterking is daarom in lijn met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De nationale belangen uit de structuurvisie die om juridische borging vragen, zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden, op 1 januari 2018 is deze voor het laatst gewijzigd. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Daarnaast kan in het Barro provincies opgedragen worden bepaalde thema’s verder uit te werken of te borgen in een provinciale verordening, waar de gemeente zich wederom aan dient te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen.

In het Barro zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot onderwerpen van nationaal belang, die onder andere samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies zoals de grote rivieren, Natuurnetwerk Nederland (NNN, ofwel goudgroene natuurzones) en primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Wat betreft grote rivieren geldt dat in het bestemmingsplan regels worden opgenomen om de afvoercapaciteit van het rivierbed te beschermen. Bij Beesel is geen sprake van verlies van afvoercapaciteit, omdat de dijken niet buitendijks verlegd of buitendijks versterkt worden. De bescherming van NNN wordt door de provincie Limburg vertaald naar Goudgroene natuurzones, wat is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening Limburg. Dit is beschreven in hoofdstuk 3.2.1. Voor de bescherming van primaire waterkeringen krijgen keringen volgens het Barro de bestemming ‘waterkering’ waardoor de uitvoer van (bouw)activiteiten wordt beperkt. De inrichting of onderhoud van de waterkering is toegestaan. De activiteiten waarvoor wordt afgeweken van het bestemmingsplan, en welke gelegen zijn binnen de bestemming ‘waterkering’ worden uitgevoerd ten behoeve van de inrichting van de waterkering. Conclusie De voorgenomen activiteiten zijn niet in strijd met de regels uit het Barro over grote rivieren en primaire keringen.

De voorgenomen activiteiten voor dijktraject bij Beesel zijn daarom in lijn met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Bescherming van NNN is opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening Limburg. 3.1.5 Deltaprogramma Het doel van het Deltaprogramma is dat de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke inrichting in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen. Een goede afstemming tussen ruimte en water is hierbij van belang, waarbij oog wordt gehouden voor ruimtelijke gevolgen van ingrepen om de waterveiligheid te verbeteren. In de deltabeslissing Waterveiligheid staan nieuwe normen voor de waterveiligheid centraal.

15

HWBP Noordelijke Maasvallei Een van de manieren om het beschermingsniveau voor waterveiligheid te laten voldoen aan de norm is door versterkingsactiviteiten te nemen om overstromingen te voorkomen, zoals het versterken van dijken. Conclusie De voorgenomen activiteiten hebben tot doel de keringen te versterken en zijn daarmee in lijn met het Deltaprogramma. Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit is als secundaire doelstelling opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ruimtelijke kwaliteit is verwoord naar leidende principes, die handvatten bieden voor kwalitatief goede, doelgerichte en duurzame waterveiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt via het compensatieplan zorg gedragen voor om de gevolgen voor ruimtelijke kwaliteit, zoals natuur en landschap, te mitigeren en compenseren. In het projectplan waterwet, als ook in bijlage XXII van deze ruimtelijke onderbouwing, is het compensatieplan opgenomen. 3.1.6 Nationaal Waterplan 2016-2021 In het nationaal Waterplan wordt het landelijke (strategische) waterbeleid weergegeven. Op 14 december 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het plan is voor de ruimtelijke aspecten ook een structuurvisie, als bedoeld de Wet ruimtelijke ordening.

Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid voor de periode 2016-2021, en een vooruitblik naar 2050. Het Nationaal Waterplan speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Hiermee sluit het aan bij het Deltaprogramma. Het doel van het Nationaal Waterplan is het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Daarnaast is het van belang water en ruimte beter te verbinden. Het Nationaal Waterplan streeft naar integrale combinaties waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt. Conclusie De voorgenomen versterking heeft tot doel overstromingen te voorkomen en is daarmee in lijn met het Nationaal Waterplan. Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit is als secundaire doelstelling opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ruimtelijke kwaliteit is verwoord naar leidende principes, die handvatten bieden voor kwalitatief goede, doelgerichte en duurzame waterveiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt via het compensatieplan zorg gedragen voor mitigatie en compensatie van de gevolgen voor ruimtelijke kwaliteit, zoals natuur en landschap.

In het projectplan waterwet, als ook in bijlage XXII van deze ruimtelijke onderbouwing, is het compensatieplan opgenomen. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Provinciale Staten hebben op 12 december 2014 het Provinciale Omgevingsplan definitief vastgesteld. Het provinciale Omgevingsplan heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeeren Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het Provinciale Omgevingsplan wordt het doel benoemd om te komen tot robuuste en natuurlijk functionerende, veerkrachtige watersystemen, waardoor risico’s op wateroverlast en watertekort verminderen en ook bij klimaatverandering beheersbaar en maatschappelijk acceptabel blijven. In de Provinciale Omgevingsplan is daarnaast de bescherming van de Goudgroene en Zilvergroene natuurzones en de Bronsgroene landschapszones vastgelegd. Voor de Goudgroene natuurzones zijn bepaalde natuurbeheertypen aangewezen. Hoewel de ecologische functies van de natuurbeheertypen van de Goudgroene zones niet worden aangetast, is vanuit het provinciaal beleid wel compensatie verplicht voor het ruimtebeslag op natuurbeheertypen. Conclusie De voorgenomen versterking heeft tot doel overstromingen te voorkomen en is daarmee in lijn met het Provinciaal Omgevingsplan Limburg.

Voor de aantasting van de Goudgroene en Zilvergroene natuurzones Bronsgroene landschapszones is, in overleg met de provincie en de gemeente, een compensatieplan opgesteld. Uitgangspunt is om verlies aan waarden zo veel mogelijk te mitigeren en anders zo goed mogelijk te compenseren. Door deze compensatie vormt de Provinciale Omgevingsplan geen belemmering voor de voorgenomen activiteiten. In het projectplan waterwet, als ook in bijlage XXII van deze ruimtelijke onderbouwing, is het compensatieplan opgenomen.

16

HWBP Noordelijke Maasvallei 3.2.2 Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 Provinciale Staten hebben 11 december 2015 het Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 vastgesteld. Het Provinciaal Waterplan Limburg is een nadere concretisering van het POL. Het Provinciale Waterplan beschrijft dat om tot een veilige en aantrekkelijke Maasvallei te komen het de ambitie is om een aantrekkelijk woon-, werk- en leefgebied te ontwikkelen met duurzame hoogwaterbescherming, die voldoet aan de nieuwe veiligheidsnormen, ook bij klimaatverandering. Conclusie Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit is als secundaire doelstelling opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ruimtelijke kwaliteit is verwoord naar leidende principes, die handvatten bieden voor kwalitatief goede, doelgerichte en duurzame waterveiligheidsmaatregelen. De voorgenomen versterking heeft tot doel overstromingen te voorkomen. Wanneer dit leidt tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit, zoals verlies aan natuurwaarden (Goud- en Zilvergroene zones) en landschapswaarden (Bronsgroene zones), wordt via een compensatieplan ervoor gezorgd dat deze waarden zoveel mogelijk worden gemitigeerd en anders zo goed mogelijk gecompenseerd. In het projectplan waterwet, als ook in bijlage XXII van deze ruimtelijke onderbouwing, is het compensatieplan opgenomen.

3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn de regels en voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen vastgelegd op het gebied van milieu, wegen, water, grond, agrarische bedrijven, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn hiermee ondergebracht in één verordening. Voor de voorgenomen activiteiten voor dijktraject bij Beesel zijn regels uit de Omgevingsverordening Limburg voor grondwaterbescherming relevant. Daarnaast is in de Omgevingsverordening de bescherming van Goudgroene, Zilvergroene en Bronsgroene zones geregeld. Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen komen hierdoor in lijn met de Omgevingsverordening Limburg 2014. Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit is als secundaire doelstelling opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ruimtelijke kwaliteit is verwoord naar leidende principes, die handvatten bieden voor kwalitatief goede, doelgerichte en duurzame waterveiligheidsmaatregelen. Voor de aantasting van de goudgroene, zilvergroene en bronsgroene zones is, in overleg met de provincie en gemeente, een compensatieplan opgesteld om eventueel verlies aan waarden te compenseren. Uitgangspunt is om verlies aan waarden zo veel mogelijk te mitigeren en anders zo goed mogelijk te compenseren.

In het projectplan waterwet, als ook in bijlage XXII van deze ruimtelijke onderbouwing, is het compensatieplan opgenomen. 3.3

Beleid waterschap

3.3.1 Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan 2016-2021 benoemt Waterschap Limburg hoogwaterbescherming als belangrijkste taak voor het Maasdal. Anticiperen op klimaatverandering en het voorkomen van onveilige situaties zijn de opgave voor de toekomst. Het Waterschap wil bebouwde gebieden beschermen door dijken of andere waterkeringen volgens de norm te versterken. Conclusie De geplande activiteiten dragen bij aan de hoogwaterbescherming van het Maasdal en zijn daarmee in lijn met het Waterbeheerplan 2016-2021. 3.3.2 Waterbeheerplan waterkeringen 2017-2022 Het algemeen bestuur van Waterschap Limburg heeft het Beheerplan Waterkeringen 2017-2022 vastgesteld. Het Beheerplan Waterkeringen geeft nadere invulling aan de uitgangspunten uit het Waterbeheerplan 2016-2021 voor het onderdeel waterkeringen en vormt het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de waterkeringen en bij de uitvoering van dijkversterkingsprojecten. Het beheerplan geeft heldere kaders voor belangrijke thema’s in de dijkversterkingsprojecten, zoals beplanting op of bij de dijk, de toepassing van functiecombinaties en de toepassing van demontabele wanden. Daarnaast schrijft het Beheerplan Waterkeringen voor dat bij grootschalige herontwikkelingen kansen worden benut voor een goede, esthetische en duurzame ruimtelijke inpassing van de waterkering in het gebied.

Conclusie De geplande activiteiten worden in lijn met het Beheerplan Waterkeringen 2017-2022 uitgevoerd.

17

HWBP Noordelijke Maasvallei Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit is als secundaire doelstelling opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Ruimtelijke kwaliteit is verwoord naar leidende principes, die handvatten bieden voor kwalitatief goede, doelgerichte en duurzame waterveiligheidsmaatregelen. Daarnaast is voor de aantasting van de goudgroene, zilvergroene en bronsgroene zones, in overleg met de provincie en gemeente, een compensatieplan opgesteld om eventueel verlies aan waarden te compenseren. Uitgangspunt is om verlies aan waarden zo veel mogelijk te mitigeren en anders zo goed mogelijk te compenseren. In het projectplan waterwet, als ook in bijlage XXII van deze ruimtelijke onderbouwing, is het compensatieplan opgenomen. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Beesel 2011 Met de Structuurvisie Beesel 2011 is invulling gegeven aan de wettelijke verplichting conform de Wet ruimtelijke ordening om te beschikken over een gemeentelijke Structuurvisie. Een Structuurvisie vormt het strategisch document in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en vormt de leidraad voor de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven, maar ook voor nieuw op te stellen bestemmingsplannen en projectbesluiten. Deze moeten worden getoetst aan de Structuurvisie. De Structuurvisie Beesel geeft een strategische en duurzame ruimtelijke visie op de activiteiten van het hele grondgebied van de gemeente voor de komende 20 jaar. De gemeente geeft hierin niet alleen aan wat ontwikkeld gaat worden, maar ook hoe dit ontwikkeld gaat worden. De Structuurvisie vormt het toetsingskader voor de beoordeling van nieuwe plannen en initiatieven. In de Structuurvisie komen de volgende onderwerpen aan bod: • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=360739b3-fca7-4c4d-8a42-ba77c1bd073d