CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpplan (Toelichting, regels en verbeelding)

Besluitvormende raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente BeeselBij agendapunt: Bestemmingsplan Ouddorp 2424.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. seksinrichtingen; b. recreatief nachtverblijf, met uitzondering van bed & breakfast en pensions ter plaatse van de aanduiding; c. opslag buiten het bouwvlak; d. opslag-, stort-, of bergplaats van onbruikbare voorwerpen en materialen; e. tijdelijke of permanente bewoning van caravans. 4.3.4

Gebruik ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in lid 4.1, onder g, conform het inrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, is uitgevoerd en/of in stand wordt gehouden. 4.4

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3.1 onder b voor bedrijven die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten worden genoemd, maar naar het oordeel van het bevoegd gezag naar aard, omvang en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven als bedoeld in de categorieën 1 en 2.

16

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde – Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden en in het bijzonder voor de bescherming van het AMK terrein ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - AMK terreinen'. 5.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, waarbij een verstoring van de bodem plaatsvindt met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,40 m een archeologisch onderzoek te overleggen waarin de archeologische waarden voor het gehele perceel naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het bepaalde onder a geldt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - AMK terreinen' en binnen een straal van 50 m rondom deze aanduiding dat: 1. de aanvrager een archeologisch onderzoek dient te overleggen waarin de archeologische waarden voor het gehele perceel naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. het bevoegd gezag op basis van het archeologisch onderzoek als bedoeld onder 1 voor het gehele perceel een selectiebesluit heeft genomen om het terrein vrij te geven voor de aangevraagde omgevingsvergunning. c. Indien uit het in sub a en b genoemde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. d. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1

Algemeen

Voor het bepalen van de verstoringsoppervlakte onder 5.3.2 dient de oppervlakte aan gronden die bebouwd worden meegenomen te worden.

5.3.2

Werken en werkzaamheden

Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, indien de oppervlakte van deze werken en werkzaamheden meer dan 500 m2 bedraagt: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

17

diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakte- verhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen, graven van tuinvijvers; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het aanleggen van kabels en leidingen dieper dan 0,40 m onder het maaiveld. 5.3.3

Uitzonderingen

Het in 5.3.2 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die a. b. c. d. e.

het normale onderhoud betreffen; van ondergeschikte betekenis zijn; voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan; op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning kunnen worden uitgevoerd.

5.3.4

Toelaatbaarheid

De in 5.3.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. de aanvrager een archeologisch onderzoek voor het gehele perceel overlegt waarin de archeologische waarde, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. het bevoegd gezag op basis van het archeologisch onderzoek voor het gehele perceel een selectiebesluit heeft genomen om het terrein vrij te geven voor de aangevraagde omgevingsvergunning. Indien uit het in sub b genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, voor rekening van de verstoorder te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

5.3.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een bestemmingsvlak: a. b. c. d.

naar ligging wordt verschoven; naar omvang wordt vergroot of verkleind; wordt verwijderd; van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen vantoepassing zijn, aan te passen; voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, of indien archeologisch onderzoek daartoe aanleiding geeft.

18

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 6 6.1

Waarde - Beschermd dorpsgezicht

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld voor zover die worden bepaald door: a. de architectonische waarden van de afzonderlijke gebouwen; b. de historisch bepaalde rangschikking en samenhang van de gebouwen; c. de landschappelijk inpassing van de gebouwen.

6.2

Bouwregels

Gebouwen en overige bouwwerken dienen naar aard en afmetingen te passen binnen het stedenbouwkundig beeld voor zover van cultuurhistorisch belang en ze dienen in overeenstemming te zijn met de volgende uitgangspunten: a. De bestaande beeldbepalende panden in hun bestaande verschijningsvorm handhaven, met als doelstelling het cultureel erfgoed duurzaam veilig te stellen. Bij eventuele verbouw van de panden moet de materiaalkeuze en de architectuur aangepast worden aan de bestaande cultuurhistorisch waardevolle kenmerken en het stedenbouwkundige beeld. b. Nieuwe, naar functie en verschijningsvorm, niet in het totaalbeeld passende bebouwing wordt geweerd. c. Nieuwbouw van woningen is niet toegestaan, tenzij de andere op deze gronden voorkomende (enkel)bestemming nieuwbouw toestaat. d. Het behouden en versterken van de actuele en potentiële natuurwaarden. e. De landschappelijke kwaliteit van de omgeving van de bebouwing behouden en herstellen.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het aanbrengen van ondergrondse en/of bovengrondse constructies installaties of apparatuur e. het vellen en/of rooien of het verrichten van werkzaamheden, welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas dan wel waardevolle vegetatie ten gevolge kunnen hebben. 6.3.2

Uitzonderingen

Het in 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud betreffen; b. van ondergeschikte betekenis zijn;

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

19

c. voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; d. in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan; e. op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning kunnen worden uitgevoerd. 6.3.3

Toelaatbaarheid

De in 6.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan: a. het behoud van de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden van de gronden; b. het herstel van de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden van de gronden; c. de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden van de gronden.

6.4

Omgevingsvergunning voor het slopen

6.4.1

Sloopwerkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen gebouwen en andere bouwwerken te slopen die ouder zijn dan 50 jaar.

6.4.2

Uitzonderingen

Het in 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op: a. b. c. d.

werkzaamheden, die: het normale onderhoud betreffen; in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het bouwen of slopen of een aanschrijving van het bevoegd gezag; e. bouwwerken die ten gevolge van een calamiteit verloren zijn gegaan. 6.4.3

Toelaatbaarheid

a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in 6.4.1 wordt slechts verleend indien: 1. geen onevenredige schade aan de cultuurhistorische, (historisch-) stedenbouwkundige en (historisch-)architectonische waarden van het beschermd dorpsgezicht plaatsvindt; 2. voor het slopen geen vergunning is vereist of al een vergunning is verleend ingevolge de Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke erfgoedverordening; b. In afwijking van het bepaalde in sub a kan een omgevingsvergunning worden verleend als sprake is van groot maatschappelijk belang en er redelijkerwijs geen alternatieven zijn voor de voorgestelde ingreep of als op basis van technische en economische overwegingen instandhouding van het bouwwerk redelijkerwijs niet kan worden verlangd. c. Indien het bevoegd gezag voornemens is om de vergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a of b, wordt de gemeentelijke monumentencommissie om advies gevraagd.

20

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 7 7.1

Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed' aangegeven gronden zijn mede bestemd voor: a. riviergebonden activiteiten; b. het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden, sediment en ijs; c. de waterhuishouding; d. de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; e. het vergroten van de afvoercapaciteit. Onder riviergebonden activiteiten wordt verstaan: f. de aanleg of wijziging van de waterstaatkundige kunstwerken; g. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; h. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; i. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier; j. de realisatie en het beheer van natuurterreinen; k. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met waterrecreatie zijn verbonden; l. de winning van oppervlaktedelfstoffen.

7.2

Bouwregels

Op of in de voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.

7.3

Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied kan, mits gehoord Rijkswaterstaat, bij het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van: a. b. c. d. e.

riviergebonden activiteiten; niet-riviergebonden activiteiten; activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming rivierkundige bouwwerken van ondergeschikt belang; een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10 % van de bestaande bebouwing, mede conform de onderliggende bestemming;

met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend: a. voor riviergebonden bouwwerken, indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 3. er sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

21

afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 5. de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn. b. voor niet-riviergebonden activiteiten, indien: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2. het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie of; 3. het een groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of; 4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 5. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 6. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 7. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 8.

er sprake is van een zodanige situering van het bouwwerk dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 9. en onder de voorwaarde dat: de resterende waterstandeffecten duurzaam worden gecompenseerd of; de afname van het bergend vermogen duurzaam wordt gecompenseerd of; de rivierverruimende maatregelen worden genomen; waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gewaarborgd zijn; c. voor rivierkundige bouwwerken van ondergeschikt belang, activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming en voor een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10 % van de bestaande bebouwing indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig functioneren van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 3. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert.

7.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten.

7.5

Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.4 ten behoeve van zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten, met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend: a. voor riviergebonden activiteiten, indien: 22

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit; 3. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 5. de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn; b. voor niet-riviergebonden activiteiten, indien: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2. het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie of; 3. het de verwezenlijking van voorzieningen van groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of; 4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 5.

er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig functioneren van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 6. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 7. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 8. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 9. en onder voorwaarde dat: de resterende waterstandseffecten duurzaam worden gecompenseerd of; de afname van het bergend vermogen duurzaam wordt gecompenseerd of; de rivierverruimende maatregelen worden genomen, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gewaarborgd zijn.

7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.6.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de gronden bestemd tot 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, diepploegen, indrijven of ophogen; b. het aanleggen van watergangen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; c. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverharding, het aanleggen van kabels en/of leidingen endaarmee verband houdende constructies; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen en/of diepwortelende beplantingen. 7.6.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in 7.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden;

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

23

b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 7.6.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.6.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van het stroomvoerend rivierbed; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het Waterschap en bij Rijkswaterstaat.

24

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 8 8.1

Waterstaat - Waterbergingsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat – Waterbergingsgebied' aangegeven gronden zijn mede bestemd voor een waterbergende functie. 8.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 3 m worden gebouwd voor deze bestemming.

8.2.1

Gebouwen

Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

8.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte maximaal 3 m mag zijn.

8.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning verlenen afwijken van het bepaalde in 8.2 voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van de gronden, met dien verstande dat: a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd wordt; b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk, dat: 1. de waterstandsverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 2. de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; d. de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam wordengecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn; e. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij Rijkswaterstaat.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de gronden bestemd tot 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven,

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

25

diepploegen, indrijven of ophogen; b. het aanleggen van watergangen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; c. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverharding, het aanleggen van kabels en/of leidingen en daarmee verband houdende constructies; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen en/of diepwortelende beplantingen. 8.4.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in 8.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 8.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.4.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van het waterbergend rivierbed; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het Waterschap en bij Rijkswaterstaat.

26

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

27

Artikel 10 10.1

Algemene bouwregels

Bestaande afwijkende maatvoering

Met betrekking tot de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande maten gelden de volgende regels: a. de bestaande maten die hoger zijn dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, zijn de maximaal toegestane maten; b. bestaande maten die lager zijn dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, zijn de minimaal toegestane maten; c. bij herbouw is het bepaalde onder a en b van toepassing, wanneer de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 10.2

Ondergronds bouwen

a. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden. Direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. b. De verticale diepte bij ondergronds bouwen mag maximaal 3,5 m zijn. c. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangepast.

28

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 11 11.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; b. het gebruik van (bedrijfs)woningen voor andere vormen van wonen dan de huisvesting van één huishouden per woning, zoals kamerverhuur en de huisvesting van (groepen) personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning als zelfstandige woningen; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte; e. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een bed & breakfast; f. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een pension. 11.2

Afwijken bed and breakfast

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 onder e voor het toestaan van een bed and breakfast, met dien verstande dat: a. de bed and breakfast wordt gerealiseerd in een woning, bestaande uit het hoofdgebouw inclusief eventuele aangebouwde bijbehorende bouwwerken, en niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; b. het gebruik ten behoeve van de bed and breakfast gekoppeld en ondergeschikt moet zijn aan de woonfunctie ter plaatse; c. tegelijkertijd aan niet meer dan vier personen bed and breakfast wordt geboden; d. de bed and breakfastvoorziening: 1. door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning; 2. geen aparte kookgelegenheid in de voorziening heeft; 3. de cultuurhistorische, monumentale en/of architectonische waarden van de woning niet worden aangetast; e. geen onevenredig nadelige gevolgen voor de parkeerbalans ontstaan; f. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woon- en leefklimaat van omwonenden g. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven; h. detailhandel is niet toegestaan; i. reclame-uitingen ten behoeve van de bed and breakfast niet zijn toegestaan. 11.3

Afwijken pension

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 onder f voor het toestaan van een pension, met dien verstande dat: a. het pension wordt gerealiseerd in een woning, bestaande uit het hoofdgebouw inclusief eventuele aangebouwde bijbehorende bouwwerken, en niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; b. het gebruik ten behoeve van pension gekoppeld moet zijn aan de woonfunctie ter plaatse; c. er logiesmogelijkheden worden aangeboden voor 5 of meer personen, verdeeld over minimaal 2 en maximaal 10 kamer; d. er als nevenactiviteit maaltijden en/of dranken mogen worden verstrekt aan logerende gasten; e. de pensionvoorziening: 1. door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning;

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

29

2. geen aparte kookgelegenheid in de voorziening heeft; 3. de cultuurhistorische, monumentale en/of architectonische waarden van de woning niet worden aangetast; f. geen onevenredig nadelige gevolgen voor de parkeerbalans ontstaan; g. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woon- en leefklimaat van omwonenden h. geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven; i. detailhandel is niet toegestaan; j. reclame-uitingen ten behoeve van het pension niet zijn toegestaan.

11.4

Voorwaardelijke verplichting sloop en verbouwing bestaande bebouwing

a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bestaande gebouwen geheel of gedeeltelijk te slopen en/of binnenpandig dan wel buitenpandig te verbouwen. b. De onder a. genoemde omgevingsvergunning is niet van toepassing indien: 1. vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden naar het daadwerkelijk voorkomen van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen binnen het plangebied, en; 2. eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van de onder 1. bedoelde soorten zijn genomen en er geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is, en/of; 3. middels afschriften, op grond van het onderzoek als bedoeld onder 1, eventueel noodzakelijk gebleken, verleende ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming kunnen worden overlegd van het bevoegd gezag.

30

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor: a. het afwijken van de voorgeschreven maten met ten hoogste 10% voor: 1. goot- en bouwhoogten; 2. dakhellingen; 3. afstanden tot de bouwperceelsgrens; 4. bebouwde oppervlakten; b. het bouwen van kleine bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, (glas)containers, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, alsmede voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de inrichting van jongerenontmoetingsplaatsen (JOP) mits: 1. de oppervlakte maximaal 25 m2 is; 2. de goothoogte maximaal 3 m is; 3. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 5 m mogen zijn; 4. de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. c. geringe afwijkingen, welke in het belang zijn van of noodzakelijk zijn voor: 1. een ruimtelijk beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken; 2. de situering van ontsluitingen; 3. de werkelijke toestand van het terrein; d. het in geringe mate afwijken van een bestemmingsgrens, alsmede vorm van bouwvlakken, voorzover zulks noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen; e.

het oprichten van voorzieningen ten dienste van telecommunicatiedoeleinden, met dien verstande dat: 1. deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn; 2. de hoogte van antennes voor privé-gebruik maximaal 15 m mag zijn; 3. de hoogte van antennes voor gemeenschappelijk gebruik maximaal 30 m mag zijn; 4. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast.

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

31

Artikel 13 13.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheid bij niet-tijdige herbouw woningen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen door op een locatie waar een woning of bedrijfswoning aanwezig was, herbouw van die (bedrijfs)woning uit te sluiten, indien de (bedrijfs)woning is gesloopt en er niet binnen drie jaar na sloop van de (bedrijfs)woning een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen is ingediend.

32

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 14 14.1

Overige regels

Verwijzing naar andere wettelijke regelingen

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de ter-inzage-legging van het ontwerp van het bestemmingsplan. 14.2

Parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en/of van gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. b. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid zoals opgenomen in het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2012-2015', vastgesteld door de gemeenteraad in december 2011, en de 'Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013', vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 18 maart 2013. c. Indien de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van parkeren gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient rekening te worden gehouden met dit gewijzigde beleid.

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

33

Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a. te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 15.3

Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan de gemeenteraad ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.

34

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Artikel 16

Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Ouddorp 24 te Beesel'.

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

35

36

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

37

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

38

Bestemmingsplan "Ouddorp 24 te Beesel" (voorontwerp)

Landschappelijke inpassing Ouddorp 24 gemeente Beesel

Definitief november 2020

colofon

projectnaam landschappelijke inpassing Ouddorp 24 datum 26 november 2020 projectnummer P03150 opdrachtgever KE BRO projectleider SR projectteam RT IB bron kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Ruimtelijke situatie

4 4 4 6

2

Inpassingsplan 2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Beplantingsindicatie

7 8 8

26 november 2020

3

Inleiding

landschappelijk inpassingsplan

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en initiatief

De eigenaar van locatie Ouddorp 24 in Beesel heeft het voornemen de huidige agrarische bestemming te wijzigen naar een woonbestemming. De projectlocatie betreft een voormalige veehouderij bestaande uit een woonhuis, aangebouwde stallen/ opslagruimten en bijgebouwen. Op het perceel rust de enkelbestemming ‘Agrarisch Bouwperceel’ op basis van het op 20 juni 2016 vastgestelde bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden’ van de gemeente Beesel. Binnen deze bestemming is regulier wonen niet toegestaan. Om het initiaief toch mogelijk te kunnen maken moet het bestemmingsplan worden gewijzigd. De gemeente Beesel heeft aangegeven mee te willen werken aan het initiatief in het principebesluit van 14-07-2020.

Een voorwaarde voor principemedewerking is onder andere het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavige rapportage stelt inrichtingsmaatregelen voor ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing, opdat de ontwikkeling kan worden gerealiseerd.

1.2

Kaders en uitgangspunten

Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Plangebied Het plangebied betreft de locatie Ouddorp 24 en staat kadastraal bekend als Beesel, sectie A, nummers 3457, 3477, 3475 en 3268. De straat Ouddorp is gelegen aan de westzijde van de kern Beesel in een landelijke omgeving met verspreid liggende woningen en enkele agrarische bedrijfspercelen. Binnen de projectlocatie bevindt zich een karakteristieke boerderij met authentieke elementen, enkele agrarische bijgebouwen en weidegrond die aansluit op de Maasdijk. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 3.761 m². Planvoornemen De wens van de initiatiefnemer is om het huidige woonhuis te renoveren en uit te breiden aan de achterzijde. De bestaande agrarische opstallen op het perceel worden gesloopt. Parkeren is voorzien op het voorerf. Aan de voorzijde van het perceel wordt een hekwerk geplaatst van ca. 2m. hoog. Figuur 2 illustreert het ontwerp van de renovatie en uitbreiding. Beleidskaders Op de locatie zijn verschillende beleidsregimes van toepassing. Hieronder is beknopt weergeven welke uitgangspunten relevant zijn voor of van toepassing zijn op het planvoornemen.

Figuur 1: Aanduiding plangebied

26 november 2020

Figuur 2: Verbouwing woning te Beesel 4

Inleiding

landschappelijk inpassingsplan

Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 Ingevolge het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014) is het woon- en bedrijfsgedeelte aangewezen als ‘Overig bebouwd gebied’. Binnen dit gebied is wonen toegestaan. Het zuidwestelijke gedeelte van de planlocatie is aangewezen als ‘Bronsgroene landschapszone’ en het noordwestelijke gedeelte als ‘zilvergroene natuurzone’. Laatstgenoemde zoneringen streken tot respectievelijk het versterken van de kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie en de ontwikkeling van natuurwaarden.

van de woonomgeving en natuurlijke omgeving staan hierbij voorop. Ook moet het dorpse karakter van de bebouwing en omgeving behouden blijven. Er moet divers gebouwd worden, zodat alle doelgroepen (starters, gezinnen met jonge kinderen en senioren) een plaats kunnen krijgen. Uit de Structuurvisie volgt ook dat het aantal agrarische bedrijven afneemt.

Structuurvisie Beesel 2013 Op 13 oktober 2013 heeft de gemeente Beesel de ‘Structuurvisie Beesel’ vastgesteld. Daaruit volgt dat op het onderdeel wonen ontwikkelingen in de kern Beesel zo veel mogelijk in samenspraak met het dorp worden aangegaan. In de Toekomstvisie 2030 wordt de gemeente gezien als een ideale en onderscheidende woongemeente. Kwaliteit

Onderhavig initiatief betreft de herontwikkeling van een pand ten behoeve van de realisatie van een reguliere woonfunctie. Het planvoornemen is een voorbeeld van een kleinschalige inbreiding, waarbij in lijn met de huidige vraag naar woningen, wordt voorzien in de realisatie van een reguliere woning ten behoeve van diverse doelgroepen. Hiermee wordt aangesloten bij de speerpunten als het bieden van ruimte aan een passende woningbehoefte waarbij een bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. De voorgenomen ontwikkeling past kortom binnen

Figuur 3: Provinciaal omgevingsplan Limburg (POL 2014)

Figuur 4: Bestemmingsplan

26 november 2020

de beleidskaders zoals deze in de Structuurvisie Beesel zijn geschetst. Landschapsontwikkelplan Beesel 2011 De planlocatie behoort tot het landschappelijk deelgebied Maasdal - Laagterras (Landschapsontwikkelplan Beesel 2011), gekenmerkt door landbouwgronden binnendijks en natuur in de uiterwaarden. Behoud en versterking van de karakteristieke openheid en het versterken van de randen van het Maasdal gelden in dit gebied als de belangrijkste opgaven. Bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden’ 2016 In het op 20 juni 2016 vastgestelde bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden’ van de gemeente Beesel heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch - Bouwperceel’ en de dubbelbestemmingen: - ‘Waarde – Archeologie 1’; - ‘Waarde – Beschermd Dorpsgezicht’; - ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ en - ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’. Daarnaast is er een ruim bouwvlak aanwezig. Met de planuitwerking dient met deze dubbelbestemmingen rekening te worden gehouden, waarbij binnen de dubbelbestemmingen ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ en ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ niet mag worden gebouwd.

5

Inleiding

landschappelijk inpassingsplan

1.3

Ruimtelijke situatie

De locatie is gelegen op een dalvlakteterras van de Maas, op de overgang van de hogere gronden ter hoogte van Beesel naar de uiterwaarden van de rivier. De dijkstructuren langs de uiterwaarden (Maasdijk) vormden daar een goede basis om wegen en woningen te bouwen. De omgeving Ouddorp kenmerkt zich door aanwezigheid van kransakkerdorpen (esdorpen). Een kransakkerdorp is een nederzetting dat is ontstaan uit een buurtschap, waarbij boerderijen om een akkercomplex waren gelegen. Veelal ligt de bebouwing gegroepeerd langs kronkelige wegen die op verhogingen in het landschap voorkomen. Tussen deze dorpen vindt er een afwisseling plaats van akkers, weiden, en bossen. Deze setting is goed te zien op de historische kaarten van omstreeks 1900 - 1950. Het buurtschap Ouddorp bestaat uit een aaneenschakeling van bebouwde percelen, bestemd voor wonen of ander gebruik, waarbij deze zijn ingevuld met bebouwing en opgaand tuingroen.

Figuur 5: 1900 (Bron: topotijdreis)

Figuur 6: 1950 (Bron: topotijdreis)

Figuur 7: 2000 (Bron: topotijdreis)

Figuur 8: 2019 (Bron: topotijdreis)

Het plangebied is te beschouwen als een perceel dat ruimtelijk gezien onderdeel uitmaakt van het historische bebouwingslint van Ouddorp waarlangs sedert eeuwen wordt gewerkt, gewoond en geleefd. Veel van de bebouwing in Ouddorp staat evenwijdig aan de weg. Omstreeks 1950 waren grote kavels in gebruik als weiland of bouwland. Later werd er ruimte gemaakt voor boomgaarden, dat in 2019 werd afgeschaalt. De afwisseling van open weilanden en boomgaarden zijn nog altijd ondereel van het landschap van Beesel.

26 november 2020

6

Inpassingsplan

landschappelijk inpassingsplan

2

Inpassingsplan Zoekgebied beoogde paardenstal

Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Nevenstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Aanplant leibomen langs westzijde woonperceel 2. Aanplant knip/scheerhagen (ca. 2m hoog) 3. Aanplant hoogstamgaard 4. Aanplant solitaire boom in open veld 5. Ondergrondse grindkoffer t.b.v. hemelwaterberging

te amoveren bebouwing

renovatie bestaande bouw en aanbouw achterzijde

4 5

Bestaand stedelijk gebied* Weide

1 bestaande inrit

3

2

Figuur 9: Inpassingsplan. Zie bijlage 1 voor het landschappelijk inpassingsplan op schaal.

26 november 2020

7

Inpassingsplan

landschappelijk inpassingsplan

2.1

Inrichtingsmaatregelen

1. Aanplant leibomen westzijde woonperceel Door leibomen aan te planten wordt het zicht op de woning vanuit het zuiden gebroken. De leibomen (5 stuks) zijn aan de linkerzijde van de inrit gesitueerd en worden in de haag achter het hekwerk geplaats. Op deze manier verzachten en meer diepte te creëren in het achterliggende landschap. 2. Aanplant knip/scheerhagen (ca. 2m hoog) Langs het voorerf en de hoogstamgaard wordt er een hoge knip/scheerhaag aangeplant van ca. 2m hoog. Deze haag zal aan de binnenkant van het hekwerk worden geplaatst ter inpassing van het voorerf. De haag kadert de verschillende ruimtes (voorerf en hoogstamgaard) en zorgt voor een groene aanblik. 3. Aanplant hoogstamgaard Aan de straatzijde, op het hogere gedeelte van het perceel is een hoogstamgaard gesitueerd ten westen van de inrit. Dit landschapselement brengt de kleinschaligheid rondom het erf terug en biedt een meerwaarde voor insecten en kleine faunasoorten. Daarnaast sluit het element goed aan bij de cultuurhistorie van het gebied. Van vroeger uit waren er meerdere gronden rondom Ouddorp in gebruik als boomgaard. 4. Aanplant solitaire boom in open veld In het open weideveld wordt een grote solitaire boom aangeplant om op deze manier zichtlijnen en diepte te creëren op het achtererf. Tevens biedt de boom schuilgelegenheid voor het kleinvee.

26 november 2020

5. Ondergrondse grindkoffer t.b.v. hemelwaterberging Om te kunnen voorzien in de waterbergingsopgave is een ondergrondse grindkoffer voorgesteld binnen het bouwvlak. De exacte maat-en uitvoering hiervan zal nader worden bepaald.

2.2

Beplantingsindicatie

De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaande tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. maatregel

omvang/stuks

sortiment

plantverband

Leiboom

5 st.

Leilinde

Enkele rij met plantafstand tussen de 3 a 4 meter. Aanplantmaat 16-18 (stamdiameter). Eindhoogte 4m.

Knip/scheerhaag

ca. 88m1/ 620 st.

Gewone beuk

Dubbele rij driehoekverband, 7stuks per m1. Aanplantmaat 120-160cm. Eindhoogte 2m.

Solitaire boom

1 st.

Bijv: • Rode beuk • Paardenkastanje • Koningslinde • Nooteboom

Op locatie nader te bepalen Aanplantmaat 16-18 (stamdiameter) Eindhoogte 20m.

Hoogstam bomen

10 st.

Bijv: • Mispel • Gewone appel • Wilde peer

Grid van 10 x 10m, aanplant in groepen van 3 tot 5 stuks van dezelfde soort.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=f9b34bf2-a989-41ef-902f-e58433940f0e