CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport ‘Vitale verenigingen’, doel of middel? (Een onderzoek naar de stimulering van het verenigingsleven in de gemeente Beesel

Raadscommissievergadering 20 januari 2025, gemeente BeeselBij agendapunt: Onderzoek rekenkamer: vitale verenigingen12.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

stuk weerbaarder geworden. De vermogenspositie van verenigingen is in 2022 ongeveer vergelijkbaar met 2019. De vitaliteit van de verenigingen wordt ook in beeld gebracht door het vermogen om in inkomsten te voorzien. Daarom kijken we naar de totale inkomsten van de verenigingen, inclusief contributies, subsidies en overige inkomsten.

Ook voor de inkomsten (of opbrengsten) geldt dat dit per vereniging sterk verschilt. De contributie inkomsten zijn na een flinke dip in 2021 in 2022 weer gestegen, maar nog steeds onder het niveau van 2019. Dit is consistent met de vermindering van het ledenaantal. De overige inkomsten zijn ook gedaald. Dit is met name te zien bij verenigingen die speciale activiteiten organiseren om inkomsten te krijgen. De Harmonie meldt bijvoorbeeld in haar jaarverslag 2021 “Helaas zijn er ook in 2021 weinig hoogtepunten te noemen. Concerten hebben niet plaats gevonden en diverse activiteiten zoals de oud ijzer actie, de vastelaovend, Koningsdag, de communie en St. Maarten zijn niet doorgegaan of wij hebben er geen bijdrage aan kunnen leveren.” Doordat deze in Coronatijd niet door konden gaan, blijven de overige inkomsten sterk achter met eerdere jaren en ook met het referentiejaar 2019. De inkomsten van de verenigingen zijn in deze periode flink gedaald, met gemiddeld 20%. De subsidie van de gemeente is in absolute en relatieve zin bij de verenigingen gestegen. Hierbij wordt wel opgemerkt dat er 2 incidentele subsidies verstrekt zijn die de bijdrage beïnvloeden. De bijdrage van de subsidie in de totale inkomsten is gestegen van 36% in het referentiejaar 2019 naar 43% in 2022.

23

De relatieve subsidie inkomsten van de gemeente zijn gestegen. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de gemeente Beesel bij de subsidievaststelling de terugloop in leden, trainerskosten en of huisvestingskosten heeft herkend. Hierdoor valt de subsidie voor de nieuwe periode voor sommige verenigingen (fors) lager uit. In de vaststellingsbrieven van de subsidie over de afgelopen jaren lezen we bijvoorbeeld: “De gemeente vindt het belangrijk dat verenigingen tijd krijgen om hierop te anticiperen en willen de nieuwe bedragen (op basis van het lagere ledenaantal) daarom geleidelijk invoeren. Bij de subsidievaststelling is een hoger bedrag toegekend dan verwacht mocht worden op basis van de lagere ledenaantallen.” In de programmarekening 2022 van Beesel is dit ook verwoord: “De herijking van het subsidiebeleid voor verenigingen (ook de culturele verenigingen) is doorgeschoven naar 2023. Reden hiervoor is dat we subsidies willen afleiden van beleid en de besluitvorming van de beleidsnota’s sport, cultuur, gezondheid-Wmo en lokaal jeugdbeleid in de eerste helft van 2023 plaatsvindt. “ In de enquête is ook naar de financiële gezondheid van de verenigingen gevraagd. De meeste verenigingen geven aan dat ze er gezond en stabiel voorstaan. Wel geven enkele verenigingen aan dat dit ook flinke inspanningen heeft gevergd.

1 Vereniging geeft aan dat zijn duidelijk aan het interen zijn op hun vermogen en 1 vereniging geeft aan dat het duidelijk slechter gaat. De grootste uitdagingen en kansen aan de inkomstenkant worden de contributies (dus ledenaantallen) genoemd, de sponsorinkomsten maar ook het verkrijgen van subsidies en de mogelijkheid om (grote) activiteiten en wedstrijden te organiseren. Uitdagingen aan de kostenkant worden de stijging van de reguliere kosten genoemd, de onverwachte (grote) kosten maar ook de kosten van verduurzaming.

5.2.5 Accommodatie Het is voor verenigingen belangrijk om over voldoende en kwalitatief goede ruimte te beschikken om activiteiten te kunnen ontplooien. In dit hoofdstuk wordt naar het accommodatiebezit gekeken, te weten: het huren van accommodatie(s) van de gemeente, de tevredenheid over gemeentelijke accommodaties en het aandeel van de huurkosten in de totale begroting. Daarnaast hebben een aantal verenigingen een eigen accommodatie. Dit laatste lijkt op basis van de gegevens iets te zijn gestegen in de onderzochte periode. Inhoudelijk halen we de volgende punten uit de verantwoording: Hercules '03 meldt dat de vereniging wil doorpakken met het verbeteren en verduurzamen. Per 2021 is Hercules ’03 in overleg met SBBB over het verbeteren van de luchtkwaliteit en de mogelijkheid om te kunnen verwarmen en te koelen. Uiteindelijk is de unit in de eerste helft van 2023 op het dak van de 1/3 turnhal geplaatst. Jong Nederland meldt in haar verantwoording 2022 over de huurkosten “De huurverhoging heeft in goed overleg met de beheerder (stichting ’t Anker) plaatsgevonden. We hebben een aantal jaren geen 24

huurverhogingen gehad, terwijl de kosten (waaronder energie) voor de verhuurder wel toegenomen zijn.” En VV Bieslo meldt in haar verantwoording 2021-2022 “Na 2 jaar van minimaal gebruik van ons sportpark waren apparaten aan vervangen toe en dit is door de commissie accommodatie en materialen beheer goed opgepakt.” Verenigingen lijken bewust bezig te zijn met hun accommodatie, maar concrete gegevens zijn beperkt beschikbaar voor het onderzoek. In de programmarekening gemeente Beesel 2022 staat Verduurzaming: “Een aantal verenigingen is aan de slag gegaan met verdere verduurzaming van de accommodatie, het betreft onder andere v.v. Reuver (led in het gebouw, bewegingssensoren en warmtepomp) en TC Bronshout (Led en "van het gas"). Van de respondenten uit de enquête geven 11 verenigingen aan dat zij over een accommodatie beschikken voor de vereniging. 9 Hiervan geven aan dat de accommodatie voldoet aan de verwachtingen. 1 Vereniging geeft aan dat het beter zou kunnen en 1 geeft aan dat de accommodatie niet meer voldoende is voor de behoefte en benodigdheden. Als mogelijke verbeteringen wordt onder andere verduurzaming genomen, maar ook “De kantine en het terras mogen een ‘facelift’ krijgen" en “Uitbreiden met een opslagruimte”. 1 Vereniging meldt dat het met meerdere verenigingen ‘allemaal onder een dak’ te zitten een verbetering zou zijn.

5.3 Resumé Meetbare resultaten Op basis van de analyse van een aantal verenigingen die een weerspiegeling is van alle verenigingen in Beesel, komt op basis van de subsidieverantwoordingen naar voren dat er concreet meetbare resultaten beschikbaar zijn. Dit is voornamelijk op ledenaantal en financiën. Andere onderwerpen die de vitaliteit van de vereniging weergeven, zoals beleid, kader en accommodatie kunnen niet worden onderbouwd met concreet meetbare gegevens uit de subsidieverantwoordingen maar kunnen deels wel kwalitatief worden beoordeeld.

25

6. Monitoring, hoe wordt er gemeten Zoals in de analyse van het beleid naar voren is gekomen, hebben we in de verschillende beleidsdocumenten geen specifiek onderdeel ‘stimuleren van de vitaliteit’ van verenigingen aangetroffen. Beschreven wordt waar aanknopingspunten in het beleid en de uitvoering zijn te herkennen. Kadernota sociaal domein Verenigingen spelen een rol in het zogenaamde ‘tandwiel sociale leefomgeving’. Deelname aan een vereniging is daar echter niet opgenomen als een indicator. In de tekst bij dit wiel wordt de rol van verenigingen hier wel bij aangehaald. Bij het onderdeel sociale leefomgeving worden de monitor veilig thuis, de gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen van de GGD aangehaald en de gezondheidsmonitor jeugd GGD. Maatschappelijke participatie wordt genoemd als een van de indicatoren voor zelfredzaamheid. In de GGD-monitor volwassenen en jeugd wordt deze indicator onder andere gemeten aan de hand van het percentage inwoners dat lid is van een vereniging. Beleidsnota Gezondheid-Wmo 2023-2026 Ook in deze beleidsnota staan dezelfde beleidsdoelen/knoppen centraal. De effecten op de beleidsdoelen/knoppen (veerkracht, verbeterde leefstijl mentale- en lichamelijke gezondheid, sociale- en fysieke leefomgeving) worden één keer per vier jaar inzichtelijk met de gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen. In 2027 zal de eerste rapportage worden aangeboden.

Deelname aan verenigingen staan daar specifiek benoemd. Jaarlijks in het eerste kwartaal wordt de gemeenteraad geïnformeerd aan de hand van een factsheet over de resultaten van het uitvoeringsprogramma van het afgelopen jaar en het uitvoeringsprogramma van het komende jaar. Lokaal jeugdbeleid 2023-2026 In het lokaal jeugdbeleid wordt ook via het tandwiel sociale- en fysieke leefomgeving bijgedragen aan verenigingen. Opvallend is dat in het raadsvoorstel en de nota het volgende staat: Effecten zijn niet altijd in cijfers uit te drukken. Hoe meet je bijvoorbeeld ‘samenwerkingsrust’? Naast het tellen van cijfers vinden we het daarom evenzo belangrijk om het verhaal achter de cijfers te vertellen. Ook niet alle overtuigingen zijn meetbaar in harde feiten en cijfers. Graag gaan we in gesprek met (maatschappelijke) partners, bewoners en de raad om verhalen en informatie op te halen en cijfers te duiden. We kiezen dus voor kwantitatieve en kwalitatieve evaluaties. Dit is natuurlijk waar, maar betekent niet dat het nodig is om objectief en navolgbaar te verantwoorden. Hoe de (kwantitatieve en kwalitatieve) evaluaties worden uitgevoerd en hoe vaak dit gebeurt is niet beschreven. Dit is in die zin vrij ingevuld. Bij het kopje “Wanneer doen we het goed” wordt geen directe link gelegd met verenigingen.

Sportbeleid/ sportakkoord 2023-2026 Het Sportbeleid/ sportakkoord lijkt het meeste op een uitvoeringsprogramma dat samen met partners wordt uitgevoerd. In die zin is het een coproductie met ander partners. In het raadvoorstel is opgenomen hoe de monitoring plaats vindt. Dit vindt plaats via de jeugdmonitor die wordt weer afgenomen in 2023 en 2027. De volwassen/ouderenmonitor in 2024 en 2028.

26

Cultuurnota 2023-2026 De cultuurnota kent qua monitoring dezelfde passage als het lokale jeugdbeleid. Hiervoor geldt hetzelfde. Er worden enkel effecten beschreven en geen indicatoren (althans niet zo benoemd). We komen de volgende aan vereniging gerelateerde effecten tegen: I. We zien bij verenigingen en organisaties een toenemend aanbod aan activiteiten. Dit leiden we af aan de toename van het aantal aanvragen voor incidentele subsidies (projectsubsidies) en de nog op te stellen evenementenkalender die jaarlijks een groter aanbod bevat. Niet alleen het aantal activiteiten en evenementen stijgt. Ook wordt het aanbod breder en meer divers. Evenementen trekken een steeds groter en breder publiek. II. Het aantal (jeugd)leden bij verengingen laat geen forse daling zien en neemt zelfs (licht) toe. III. We zien bij organisaties en verenigingen steeds meer mensen met een verschillende achtergrond. Allochtonen, tijdelijke seizoensarbeiders, voormalige vluchtelingen: allen nieuwe ‘Nederlanders’ die hun roots van oorsprong niet in Beesel hebben. Hiervoor geldt ook dat niet beschreven is hoe dit gebeurt en hoe vaak. Op basis van het bovenstaande komt naar voren dat er in de nieuwe beleidsdocumenten veel aandacht is geschonken aan de monitoring. Er wordt geconstateerd dat dit lastig in te vullen is, omdat doelstellingen effecten moeilijk te operationaliseren zijn.

Er wordt daarbij aangesloten bij landelijke of regionale monitors. Dit is begrijpelijk, immers deze data is vrij voor handen en kan worden vergelijken met andere gemeenten. Ook wordt aangegeven dat er andere kwantitatieve en kwalitatieve evaluaties plaatsvinden. Dit is echter niet altijd smart geoperationaliseerd. Er wordt niet beschreven op welke wijze en hoe vaak er wordt gemeten en hoe de raad daarin wordt meegenomen. In de jaarrekening van de Gemeente wordt op een voornamelijk kwalitatieve wijze verantwoord welke activiteiten de gemeente heeft ondernomen en resultaten die behaald wat betreft verenigingen. Al met al constateren we dat er in de monitoring niet wordt gestuurd op vitaliteit van verenigingen, weliswaar op onderdelen die hier zeker aan bijdragen maar niet in samenhang. Op basis van wat in de beleidskaders staat aangegeven wordt de gemeenteraad frequent geïnformeerd over de voortgang. Dit hebben we echter in de praktijk nog niet kunnen meten omdat de beleidsdocumenten vrij recent zijn vastgesteld en er nog geen rapportages beschikbaar zijn. Wij hebben op basis van de website https://beesel.bestuurlijkeinformatie.nl geen beeld kunnen vormen in hoeverre de uitvoering van de uitvoeringsregelingen en subsidieregelingen volgbaar is voor de gemeenteraad.

Mogelijk gebeurt dit op een geaggregeerd niveau in de P&C documenten Via de planning en control cyclus en de documenten wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de activiteiten die plaatsvinden. Dit vindt plaats via de verschillende beleidsvelden. Er wordt niet in samenhang over de vitaliteit van de verenigingen gerapporteerd of verantwoord.

27

7. Resultaten Op basis van de voorgaande analyse komen wij tot een volgende invulling van het opgestelde normenkader. Per norm wordt de score aangegeven met een toelichting. Beoordeling Goed: + Voldoende: +/- Onvoldoende: - Geen oordeel: 0 Norm Beleid Er is sprake van vastgesteld beleid gericht op de versterking van de vitaliteit van verenigingen

Score +/-

Toelichting We constateren dat er geen beleid an sich gericht is op de vitaliteit van deze verenigingen zodat ze ook in de toekomst deze rol kunnen vervullen. Het instrument vitaliteit is niet geoperationaliseerd. Verenigingen hebben een prominente plek in de verschillende beleidsvelden. Het behouden en stimuleren van vitale verenigingen is in het beleid echter geen doel op zichzelf, maar een middel om andere doelen te bereiken. Verenigingen zijn betrokken bij de totstandkoming van beleid. Dit blijkt uit diverse stukken. Het is niet navolgbaar dat de inbreng ook is verwerkt in het beleid. De verenigingen krijgen een rol in de herijking van het subsidiebeleid.

Verenigingen zijn betrokken (geweest) bij de formulering en vertaling van het beleid en hun inbreng is en wordt daarbij gebruikt

+/-

Het beleid is uitgewerkt en geoperationaliseerd

+/-

Het beleid is geoperationaliseerd in verschillende regelingen. Deze zijn goed terug te leiden naar het beleid. Enkele algemene subsidieregelingen zijn niet te herleiden tot een specifiek beleidskader of beleidsnotities. Verenigingen vormen een belangrijk instrument voor beleidsrealisatie, maar er is geen beleid om dit ‘instrument’ optimaal te laten functioneren.

-

Uit de steekproef blijkt dat er niet altijd wordt voldaan aan de vereisten van de subsidie(verordening), met name de inhoudelijke verantwoording ontbreekt. Ook in de vaststellingsbeschikkingen is de inhoudelijke verantwoording van (beleids)doelstellingen geen structureel onderdeel. Er zijn diverse functionarissen actief op het veld van verenigingen. Het beeld ontstaat dat deze elkaar weten te vinden. De vraag is echter of verenigingen zelf het overzicht hebben. Hier zal ook de verenigingsondersteuner een belangrijke rol spelen. Er zijn voor verschillende beleidsvelden subsidieregelingen vastgesteld waarvan verenigingen gebruik kunnen maken wanneer zij de daarvoor noodzakelijke inspanning verrichten.

Uitvoering Er wordt, conform het vastgestelde beleid, uitvoering gegeven

Er zijn instrumenten ontwikkeld en middelen beschikbaar gesteld

+/-

28

Norm De afgesproken resultaten worden behaald

Monitoring Er is sprake van monitoring en deze wordt uitgevoerd op de afgesproken wijze

De raad wordt periodiek (op de afgesproken wijze) geïnformeerd en biedt de raad de mogelijkheid om de beleidsuitvoering te controleren Doeltreffendheid Het beleid van de gemeente Beesel draagt aantoonbaar bij aan de vitaliteit van de Beeselse verenigingen

Doelmatigheid Er is sprake van een redelijke verhouding’ tussen de door gemeente Beesel ingezette middelen, de eigen bijdrage van leden en vrijwilligers en de behaalde resultaten’ Rechtmatigheid De regels zoals vastgelegd in regelgeving, beleidsregels en/of verordeningen worden correct toegepast

Score +/-

Toelichting Afgezien van ledenaantallen, financiële kengetallen en activiteiten is het onduidelijk in welke mate verenigingen meetbaar bijdragen aan de doelen op basis waarvan zij door de gemeente Beesel worden gesubsidieerd. Uit de enquête blijkt dat de Beeselse verenigingen aangeven gezond te zijn. Er zijn voldoende leden, er zijn nog voldoende kaderleden, men is tevreden over de accommodatie en financieel gaat het ook nog goed met de verenigingen. Natuurlijk zien zij wel uitdagingen in de toekomst en zijn ze hier ook mee bezig.

+

Er is sprake van monitoring, zij het beperkt op (vitaliteit) van verenigingen. Daarvoor worden regionale of landelijke data gebruikt. We constateren ook samenhang in de documenten qua monitoring. Er is ook kwalitatieve evaluatie aangekondigd, dit is echter niet SMART gemaakt. De beleidsdocumenten zijn onlangs vastgesteld waardoor we geen evaluatie/ monitoring hebben aangetroffen. In het gesprek is aangeven dat in 2025 wordt gemeten aan de hand van de indicatoren. In het beleid is aangeven dat de raad periodiek wordt geïnformeerd Wat betreft de aangehaalde beleidsdocumenten hebben we echter (nog) geen specifieke evaluatie/ monitoring aangetroffen

-/+

+/-

De gemeente heeft in haar beleid aandacht voor verenigingen. Het is niet aantoonbaar dat dit ook bijdraagt aan de vitaliteit van verenigingen. Tegelijkertijd blijkt uit de enquête dat het nog niet zo slecht gaat met de verenigingen zelf.

+

Gegeven de omvang van het verenigingsleven en de zeer bescheiden bijdrage van de gemeente Beesel aan de specifieke ondersteuning daarvan kunnen we stellen dat de doelmatigheid van deze (door de gemeente Beesel ingezette) middelen hoog is.

-

Verantwoordingsinformatie ontbreekt vaak daarom is dit moeilijk vast te stellen.

29

Al met al constateren we dat verenigingen een zeer belangrijke partner van de gemeente vormen voor het uitvoeren van beleid. Dit komt in alle beleidsdocumenten die zijn onderzocht naar voren. In het beleid wordt ook aangegeven dat verenigingen waar nodig worden ondersteund. We constateren dat verenigingen een belangrijk instrument zijn voor beleidsrealisatie, maar dat er geen beleid is om dit ‘instrument’ optimaal te laten functioneren. Een verenigingsondersteuner kan in de uitvoering hierbij wel een belangrijke rol spelen. De sturing op /of zorg voor verenigingen is over de verschillende beleidsvelden en functionarissen verdeeld. Dit maakt het moeilijk navolgbaar voor de gemeenteraad, maar ook voor de eigen organisatie (bijvoorbeeld bij de uitvoering van beleid). Ook voor de verenigingen kan het onduidelijk zijn wanneer ze op steun van de gemeente kunnen rekenen en bij wie ze moeten zijn.

30

8. Conclusies De onderzoeksvragen beantwoorden is conclusies trekken ten aanzien van de wijze waarop Beesel invulling geeft aan haar ambitie om verenigingsleven te stimuleren en vitaal te houden. De hoofdvraag van ons onderzoek was ‘Draagt het lokaal beleid bij aan de vitaliteit en toekomstbestendigheid van het Beeselse verenigingsleven?’. Het antwoord op deze vraag is niet zo eenduidig. Weliswaar kent de gemeente Beesel geen beleid dat specifiek is gericht op de stimulering en behoud van een vitaal verenigingsleven, anderzijds kennen veel beleidsdocumenten verwijzingen naar het belang van een vitaal verenigingsleven. Verenigingen lijken te worden gezien als vanzelfsprekende partners die bijdragen aan een breed pallet gemeentelijke doelen. Dit kunnen sociale doelen zijn die voortkomen uit het kader sociaal domein of de Wmo, maar ook doelen die ontleend worden aan het sport- en cultuurbeleid. Dit is de grondslag op basis waarvan verenigingen bijdragen (in de vorm van subsidies) kunnen ontvangen. De enige specifieke in het gemeentelijk beleid opgenomen doelstelling betreft het aantal inwoners dat lid is van een vereniging. Vitale verenigingen lijken daarmee in de eerste plaats een middel in plaats van een doel. Hierbij moeten we opmerken dat de verenigingsondersteuner wel degelijk een rol heeft bij de uitvoering in het ondersteunen van de verenigingen.

Het is duidelijk dat de gemeente Beesel verenigingen betrekt bij de formulering van haar beleid, hoewel de inbreng van verenigingen daarbij nogal kan wisselen. Bij zaken die verenigingen rechtstreeks aangaan (zoals bij het sport- en cultuurbeleid) is de betrokkenheid zeer groot. Bij zaken die wat verder weg liggen is deze onduidelijk of afwezig (kader sociaal domein). Onduidelijk is ook op welke wijze hun inbreng vervolgens in het beleid is verwerkt. Beesel kent veel beleid waarin verenigingen een rol spelen, maar geen vastgesteld beleid (inclusief eventueel daarin opgenomen doelen, normen en streefwaarden), specifiek gericht op de versterking van de vitaliteit van verenigingen. Er is geen generiek ‘verenigingsbeleid’, terwijl verenigingen een dermate belangrijke rol vervullen voor de gemeentelijke doelstellingen. De gemeente Beesel kent, afgezien van een aantal sectorale subsidies, een uit de Brede SPUK regeling, gefinancierde verenigingsondersteuner. De financiële gezondheid en weerbaarheid van de Beeselse verenigingen zijn gemiddeld genomen goed. Vrijwel alle verenigingen zijn de coronaperiode goed doorgekomen. Wel is er sprake van een gestaag dalend aantal leden, hetgeen in de toekomst naar verwachting zowel druk zal betekenen op de begrotingen van verenigingen als beschikbaar kader.

Opvallend is dat wij in de verstrekte informatie nauwelijks documentatie hebben aangetroffen die duiden op beleid binnen verenigingen, nodig om in de toekomst aan deze uitdaging invulling te (kunnen) geven. Afgezien van ledenaantallen, financiële kengetallen en activiteiten is het onduidelijk in welke mate verenigingen meetbaar bijdragen aan de doelen op basis waarvan zij door de gemeente Beesel worden gesubsidieerd. Het is voor de gemeenteraad nauwelijks navolgbaar hoe -in onderlinge samenhang- het lokaal beleid bijdraagt aan vitale en financieel gezonde verenigingen. Nu en in de toekomst. Daarmee is de doeltreffendheid van het verenigingsbeleid nauwelijks vast te stellen. Gegeven de omvang van het verenigingsleven en de zeer bescheiden bijdrage van de gemeente Beesel aan de specifieke ondersteuning daarvan kunnen we stellen dat de doelmatigheid van deze (door de gemeente Beesel ingezette) middelen hoog is. Indien de gemeente Beesel de vitaliteit van haar verenigingen op termijn wil borgen is er meer aandacht nodig voor verenigingsondersteuning en voor de uitdagingen waarmee verenigingen nu en in de nabije toekomst te maken krijgen (zoals teruglopende belangstelling, vergrijzing, wet- en 31

regelgeving). Een aanbeveling zou kunnen zijn om dit nader te inventariseren en gezamenlijk met vertegenwoordigers van verenigingen te zoeken naar oplossingen.

32

9. Aanbevelingen Beleid: • Overweeg specifiek verenigingsbeleid op te stellen met aandacht voor de vitaliteit van verenigingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vrijwilligersverzekeringen en - vergoedingen, verenigingsondersteuning en huisvesting. • Bepaal als gemeente wat het beoogde effect is dat je wilt bereiken en welke activiteiten en resultaten daaraan kunnen bijdragen. Uitvoering: • Breng samenhang aan in de wijze waarop verschillende verenigingen worden ondersteund. Gebruik daarbij eenduidige termen en maak op een eenvoudige manier inzichtelijk waar verenigingen een beroep op kunnen doen en wat van hen wordt verwacht. Daarbij hoort ook het tijdig opschonen en op een juiste wijze onderling verwijzen naar de regelingen. • Geef aandacht aan verenigingsondersteuning en voor de uitdagingen waarmee verenigingen nu en in de nabije toekomst te maken krijgen (zoals teruglopende belangstelling, vergrijzing, wet- en regelgeving). Inventariseer deze gezamenlijk met vertegenwoordigers van verenigingen in en zoek gezamenlijk naar oplossingen. Monitoring: • Maak de toekomstbestendigheid van de verenigingen onderdeel van de verantwoording, beschikking en gespreksvoering. Agendeer dit periodiek op de agenda van de raad.

• Bepaal op basis van een beperkt aantal kengetallen hoe u de vitaliteit van uw verenigingen wilt volgen, zoals het aandeel inwoners (per leeftijdscategorie) dat lid is van een vereniging of in verenigingsverband actief is. Slot: Voer bij de totstandkoming van beleid de discussie over de rol van de verenigingen en op welke wijze deze op een volwaardige wijze een plek hierin krijgen.

33

10. Bestuurlijke reactie

34

35

36

37

11. Nawoord Wij zijn verheugd dat het college zich herkent in onze conclusies en aanbevelingen. Vitaliteit van verenigingen is een voor Beesel belangrijk en actueel onderwerp, en het doet ons deugd te zien dat het college dit een warm hart toedraagt. Tijdens dit onderzoek hebben we geprobeerd onze bevindingen zoveel mogelijk te laten aansluiten op het proces van de herijking van het subsidiebeleid. De verdere uitwerking daarvan zal in het derde kwartaal van dit jaar volgen, waarbij ook onze aanbevelingen worden meegenomen. Tot slot willen we benadrukken dat dit een intensief onderzoek is geweest, en voor ons het eerste in deze nieuwe samenstelling. We danken de betrokken medewerkers van de gemeente Beesel voor hun waardevolle bijdrage en open houding in het delen en uitwisselen van informatie. Dankzij hun inzet hebben we gezamenlijk kunnen bijdragen aan een vitaal verenigingsleven in Beesel, nu en in de toekomst.

38

Bijlage 1: Subsidieverordeningen en -regelingen Gemeente Beesel a.

b.

Algemene subsidieverordening a. Regelt het geven van subsidies door het college. b. Geeft de mogelijkheid om subsidieregelingen vast te stellen. a. Voor welke activiteiten en welke doelgroepen. c. Het regelt de procedure die een aanvrager moet doorlopen om subsidie te ontvangen en daarnaast de verplichtingen die een aanvrager na moet komen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verantwoording. d. De verordening regelt ook de weigeringsgronden op basis waarvan een subsidie geweigerd of ingetrokken kan worden. Algemene regelingen a. Subsidieregeling investeringssubsidies voor verenigingen a. College is van mening dat het gewenst is verenigingen, die een eigen accommodatie of materialen hebben te ondersteunen. b. Dit doet het college middels een investeringssubsidie van groter dan 10.000 euro. Dit voor de uitbreiding en of renovatie van een accommodatie, het toegankelijk maken van een accommodatie voor mensen met een beperking en de aanschaf van materialen uitgezonderd van muziekinstrumenten en kleding. b. Subsidieregeling legeskosten omgevingsvergunning a. College vindt het gewenst subsidie te verstrekken aan verenigingen die legeskosten moeten betalen voor de omgevingsvergunning. b. Subsidie bedraagt 100% van de legeskosten. c. Subsidieregeling legeskosten evenement vergunning a.

College vindt het gewenst is subsidie te verstrekken aan verenigingen die legeskosten moeten betalen voor de volgende vergunningen evenementvergunning, tijdelijk verkeersbesluit, sandwichborden, loterijvergunning. b. De subsidie bedraagt 100% van de legeskosten. d. Subsidieregeling compensatie OZB voor verenigingen met eigen accommodatie a. Vrijwilligersorganisaties kunnen een (gedeeltelijke) vrijstelling ontvangen voor de onroerendezaakbelasting. Bedragen zijn afhankelijk van de situatie, er zijn dus geen vastgestelde vaste bedragen. e. Subsidieregeling compensatie energielasten gemeente Beesel a. Stichtingen die eigenaar of exploitant zijn van een pand in de gemeente Beesel én waarmee de gemeente een subsidierelatie heeft of waaraan de gemeente een exploitatiebijdrage verstrekt. b. Verenigingen die eigenaar of exploitant zijn van of gebruik maken van een accommodatie in de gemeente Beesel en die volgens hun statuten activiteiten uitvoeren die aansluiten bij de beleidsdoelen van de gemeente op het gebied van sport, cultuur, jeugd, ouderen of muziek. De verenigingen hebben een bestuur dat uit vrijwilligers bestaat. Ze handelen niet commercieel en hebben geen winstoogmerk. c. Andere verenigingen en stichtingen die zich als hoofdtaak bezighouden met het uitbaten van winkels, religie, kinderopvang en/of onderwijs komen niet in aanmerking voor de regeling. d.

De compensatie bedraagt 100% van de stijging gemeten ten opzichte van 2 voorgaande jaren/het voorgaande jaar. 39

f.

c.

d.

Verordening stimuleringslening Duurzaamheidsmaatregelen accommodaties a. Verenigingen met een eigen accommodatie kunnen een aanvraag doen voor stimuleringslening om duurzaamheidsmaatregelen te treffen ten behoeve van hun accommodatie. Dit sluit aan bij de beleidsdoelen van het beperken van de energievraag dan wel een vermindering van CO2 uitstoot, het verhogen van een aandeel duurzame energiebronnen in de energievoorziening van de accommodatie van de aanvrager en als laatste het verhogen van de biodiversiteit op en direct rondom de accommodatie.

Kadernota sociaal domein 2021 • Beleidsnota gezondheid – Wmo 2023-2026 1. Subsidieregeling ouderenvereniging 13-12-2018 – (2019-2022) o College is van mening dat verenigingen belangrijk zijn en in stand gehouden moeten worden; o Voorwaarde Gedurende de periode van 4 jaar kunnen verenigingen wijzigingen van meer dan 10% in ledenaantallen of activiteitenkosten open ouderenwerk kenbaar maken. o Vast bedrag per lid €50,00 per lid o Een gezond en veilig verenigingsklimaat hebben; o Gericht op activiteiten, geen specifieke aandacht voor de vitaliteit van de verenigingen 2. Subsidieregeling vrouwenvereniging 12-12-2019 - nu o College is van mening dat verenigingen belangrijk zijn en in stand gehouden moeten worden; o Gedurende de periode van 4 jaar kunnen verenigingen wijzigingen van meer dan 10% in ledenaantallen kenbaar maken. Indien dit het geval is, dient de organisatie een nieuwe aanvraag in en berekenen we de subsidie opnieuw. o € 12,00 per lid, woonachtig in de gemeente Beesel o Een gezond en veilig verenigingsklimaat hebben; o Gericht op activiteiten, geen specifieke aandacht voor de vitaliteit van de verenigingen • Lokaal jeugdbeleid 2023-2026 3.

Uitvoeringsregeling subsidiering jeugdverenigingen 01-11-2018- nu • College is van mening dat verenigingen belangrijk zijn en in stand gehouden moeten worden; • Gedurende de periode van 4 jaar kunnen verenigingen wijzigingen van meer dan 10% in ledenaantallen kenbaar maken. Indien dit het geval is, dient de organisatie een nieuwe aanvraag in en berekenen we de subsidie opnieuw. • Verenigingen met jeugdleden een vast basisbedrag ontvangen van € 860; • € 35,00 per lid. • 50% van de huisvestingskosten van de eigen accommodatie. • Gericht op activiteiten, geen specifieke aandacht voor de vitaliteit van de verenigingen Sportbeleid/sportakkoord 2023-2026 1. Subsidieregeling sportverenigingen 2020-2023 • Gericht op activiteiten en uitkomsten daarvan. Los van de laagdrempelig- en toegankelijkheid geen aandacht voor de vitaliteit van de verenigingen. • Vast subsidiebedrag van €860; 40

€3 per lid 20% van de leiderskosten 45% van de kosten van zaalhuur van de binnensportvereniging Cultuurnota 2023-2026 1. Subsidieregeling cultuur, vastgesteld op 30-10-2017 • Het college vindt het belangrijk dat het culturele veld en onze inwoners actief betrokken zijn bij de uitvoering en deelname aan Kunst, Cultuur & Erfgoed in onze gemeente/gemeenschap. • Aanvragers moeten aantonen hoe het project waarvoor ze subsidie aanvragen bijdraagt aan de vastgestelde doelstellingen. • Regelt de hoogte van het subsidiebedrag en gaat verder in op processen tot vaststelling. 2. Subsidieregeling cultuurverenigingen, vastgesteld op 29-10-2018 • Het college vindt dat cultuurverenigingen in stand gehouden moeten worden. Daarnaast vindt het college het belangrijk dat cultuurverenigingen een gezond en veilig verenigingsklimaat hebben en daarbij laagdrempelig en toegankelijk zijn. • Verenigingen krijgen 860,- vaste bijdrage • Daarbij krijgen typen verenigingen en ander bedrag per lid. o Harmonieën en fanfares krijgen 82,00 euro per lid. o De Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal krijgt 32 euro per lid dat woonachtig is in de gemeente Beesel. o Cultuurverenigingen ontvangen 32,00 euro per lid • Daarnaast ontvangen zowel harmonieën en fanfares als de cultuurverenigingen 20% van de personeelskosten. • • •

e.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=51d7f4b0-c4d7-4cba-8646-998a511abe74