CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsplan Rayerveldweg 1 Beesel - Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente BeeselBij agendapunt: Vaststelling omgevingsplanwijziging Rayerveldweg 1 Beesel10.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de omgeving van rijksmonumenten, voor beschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd; en 2. het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

31

e. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. 4.10.2 Motivering

Onderhavig initiatief ziet toe op het wijzigen van de functie van agrarisch bedrijf naar wonen. Hierdoor worden geen aanvullende bouwmogelijkheden gecreëerd of anderszins activiteiten die de archeologische situatie aantasten. Bij het verrichten van concrete bouwwerkzaamheden zal een toets aan het omgevingsplan nodig zijn ten aanzien van archeologische waarden zoals vastgelegd in het omgevingsplan. De functiewijziging gaat niet gepaard met bodemwerkzaamheden anders dan de aanplant van enkele hoogstamfruitbomen waarvoor de in het omgevingsplan opgenomen ondergrenzen niet overschreden worden. Het gaat om de aanplant van klein boommateriaal die handmatig worden geplant en waar geen graafwerkzaamheden voor nodig zijn. Archeologische waarden worden hierdoor niet aangetast en indien aanwezig in situ bewaard. Op de locatie of in de directe omgeving is geen monumentale bebouwing aanwezig zoals blijkt uit onderstaande figuur. Aan de Hoogstraat 52 is wel een gebouw gelegen wat als monument is aangeduid. Voor de locatie aan de Rayerveldweg 1 geldt wel dat deze is gelegen aan een oude cultuurhistorische waardevolle oude weg, ouder dan 1865. De planontwikkeling heeft hier verder geen invloed op.

Figuur 10: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Limburg (https://portal.prvlimburg.nl/viewer)

4.10.3 Conclusie

Op basis van voorgaande vormt het aspect archeologie, cultuurhistorie en erfgoed geen belemmering voor het vaststellen van het TAM-omgevingsplan.

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

32

4.11 Omgevingsveiligheid 4.11.1 Wettelijk kader

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico: Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk.

Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). 4.11.2 Motivering

Bij onderhavig initiatief is sprake van het functiewijziging van een agrarisch bedrijf naar wonen. De aanwezige bebouwing blijft staan en wordt niet gewijzigd. In de directe omgeving zijn geen activiteiten of inrichtingen die een gevaar vormen voor de functie wonen of anderszins. De dichtst bijgelegen gevaarlijke inrichting, zijnde een buisleiding ligt op meer dan 350 meter afstand.

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

33

Figuur 11: Risicokaart, https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten

Er zijn ter hoogte van het plangebied of in de relevante omgeving geen milieubelastende activiteiten, kabels en leidingen met een extern veiligheidsrisico, geen aandachtsgebieden (groepsrisico) en/of plaatsgebonden risico’s aanwezig. In onderhavige situatie is daarnaast geen sprake van de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten. Voor de specifieke onderdelen van omgevingsveiligheid was ook de reeds bestaande woning, agrarische bedrijfswoning, reeds een gevoelig object. 4.11.3 Motivering

Op basis van voorgaande vormt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering voor het vaststellen van het TAM-omgevingsplan.

4.12 Bodem 4.12.1 Wettelijk kader

Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeenten moeten: 1. de waarde vaststellen waarboven maatregelen nodig zijn bij de realisatie van gebouwen op bodemgevoelige locaties (artikel 5.89i en artikel 5.89j van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)) 2. aangeven welke sanerende of andere beschermende maatregelen nodig zijn bij overschrijding van die waarde (artikel 5.89k Bkl) 3. een meldingsplicht instellen voor locaties die op grond van het omgevingsplan niet vergunningsplichtig zijn (artikel 5.89l Bkl) Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

34

4. een bepaling opnemen over de ingebruikname (artikel 5.89m Bkl) De instructieregels staan in paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. 4.12.2 Motivering

Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de planlocatie in beeld te brengen is een NEN5725 onderzoek verricht. Dit in verband met de locatie van de burgerwoning (bodemgevoelig gebouw) op een bodemgevoelige locatie. Het advies / conclusie is hieronder weergegeven. Advies Conform het Omgevingsplan van de gemeente Beesel dient voor het realiseren van een bodemgevoelig ge bouw op een bodemgevoelige locatie beoordeeld te worden of de toelaatbare kwaliteit van de bodem (interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIa bij het Besluit activiteiten leefomgeving) niet wordt over schreden. Op basis van bovenstaande wordt geenszins verwacht dat de toelaatbare kwaliteit van de bodem uit het Omgevingsplan van de gemeente Beesel wordt overschreden. Derhalve bestaan er volgens Econsultancy milieuhygiënisch géén belemmeringen voor de voorgenomen wijziging in gebruik, de (graaf)activiteiten en het toelaten van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De onderzoeksresultaten geven verder géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

4.12.3 Conclusie

Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek kan gesteld worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor het vaststellen van het TAM-omgevingsplan

4.13 Gezondheid 4.13.1 Wettelijk kader

Bij planvorming dient het aspect gezondheid onderdeel te zijn van de beoordeling. Dit is geregeld in artikel 5.1.4 Bkl. Het gaat hierbij om het beschermen van de gezondheid en van het milieu. Belangrijke aspecten daarbij zijn: - Kwaliteit van de buitenlucht - Geluid door activiteiten - Geluid rond luchthavens - Trillingen - Bodemkwaliteit - Geur

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

35

4.13.2 Motivering

In deze motivering zijn de aspecten zoals benoemd in paragraaf 4.13.1 uitvoering gemotiveerd in de volgende paragrafen: - Paragraaf 4.7 - Kwaliteit van de buitenlucht - Paragraaf 4.8 – Geluid - Paragraaf 4.12 – Bodemkwaliteit - Paragraaf 4.9 – Geur Geluid als gevolg van luchthavens en trillingen zijn niet specifiek gemotiveerd omdat deze niet aan de orde zijn. Wel is aandacht geschonken aan omgevingsveiligheid (paragraaf 4.11) waarbij omgevingsfactoren en -risico’s zijn beschreven, als ook kabels en leidingen. 4.13.3 Conclusie

Op basis van voorgaande vormt het aspect gezondheid geen belemmering voor het verlenen van onderhavige omgevingsvergunning.

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

36

5 PARTICIPATIE In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven: • of de aanvrager aan participatie heeft gedaan • zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. Participatie door de initiatiefnemer bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning is vrijwillig. Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen (buiten behandeling laten) of weigeren de vergunning te verlenen, omdat er geen participatie is geweest. De bedoeling van artikel 7.4 is namelijk alleen om de initiatiefnemer te stimuleren om na te denken over participatie. Als participatie heeft plaatsgevonden, moet het bevoegd gezag weten wat de resultaten zijn. Initiatiefnemer heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de omgeving te informeren over de plannen. De nabij gelegen woningen zijn door initiatiefnemer bezocht. De bewoners die bezocht zijn hebben via een presentielijst aangegeven dat zij op de hoogte zijn gebracht van de plannen. De omgevingsdialoog is als bijlage 6 toegevoegd aan deze motivering.

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

37

6 FINANCIELE HAALBAARHEID Kostenverhaal en nadeelcompensatie De Omgevingswet verplicht tot kostenverhaal bij aangewezen bouwplannen en aangewezen gebruiksactiviteiten voor een nieuw toegedeelde functie (artikel 13.11 Ow). In het Omgevingsbesluit is deze aanwijzing uitgewerkt (artikel 8.13 Ob) door het duiden van kostenverhaal plichtige activiteiten. Onderhavige activiteiten zijn geen bouwactiviteiten op basis waarvan het kostenverhaal via de Omgevingswet geregeld dient te worden, aangezien geen sprake is van een verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie met ten minste tien woonfuncties. Een schadevergoedingsovereenkomst met gemeente is in een separate overeenkomst met gemeente Beesel afgesloten. Gezien voorgaande is het kostenverhaal voldoende gewaarborgd.

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

38

7 OVERLEG EN INSPRAAK 7.1 Inleiding De procedures voor een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldige participatie moet plaatsvinden en de gemeente overleg met belanghebbende instanties moet voeren.

7.2 Participatie De wijze waarop participatie wordt uitgevoerd is door de wetgever niet bepaald. Gemeenten kunnen hiervoor beleid opstellen. De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan (TAMomgevingsplan) behelst de realisatie van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Initiatiefnemer heeft de directe omwonenden over het plan geïnformeerd, zie hoofdstuk 5.

7.3 Overleg Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan (TAM-omgevingsplan) moet overleg worden gevoerd met bestuursorganen en instanties die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan (mogelijk) in het geding zijn, zoals de provincie en het waterschap. De stukken behorende bij het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan (TAMomgevingsplan) zijn aan de betrokken vooroverlegpartners voorgelegd en hebben niet geleid tot aanpassingen van het plan.

7.4 Wijziging van het omgevingsplan Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan (TAM-omgevingsplan) heeft van 18 maart 2025 tot en met 5 mei 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend tegen het plan. Het TAM-omgevingsplan wordt op 2 juli 2025 door de gemeenteraad vastgesteld.

7.5 Beroep Tegen het besluit van de gemeenteraad tot wijziging van het TAM-omgevingsplan kunnen belanghebbenden gedurende zes weken beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

39

8 CONCLUSIE EVENWICHTIGE TOEDELING FUNCTIES Een aanvraag voor het vaststellen van het TAM-omgevingsplan kan enkel worden verleend indien sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locatie (etfal). Om een aanvraag voor een dergelijke wijziging te verlenen is het nodig alle relevante voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig te beoordelen en te concluderen dat met het toestaan van de activiteiten nog steeds sprake is van een evenwichtige toedeling. Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot relevante beleidskaders, effecten op de fysieke leefomgeving en milieu en de belangen van betrokkenen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en kan het TAM-omgevingsplan vastgesteld worden.

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

40

9 BIJLAGEN Bijlage 1 : Principebesluit gemeente Beesel Bijlage 2 : Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3 : Aerius berekening Bijlage 4 : Akoestisch rapport Bijlage 5 : Bodemrapport Bijlage 6 : Verslag omgevingsdialoog

Motivering Rayerveldweg 1 Beesel

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=c10d1cba-b9f1-4932-ae36-068170f0dc6e