Kadernota 2026 DEF
Tekst van het document
Kadernota
Jaarrekening
2de bestuurs rapportage
Begroting
1ste bestuurs rapportage
Kadernota gemeente Beesel 2026 1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Leeswijzer
pag. 2 pag. 2
Inleiding 1. Algemene en financiële kaders 2. Inhoudelijke ontwikkelingen per programma 2.1. Programma 1. Beleven 2.2. Programma 2. Samenkracht 2.3. Programma 3. Fijn wonen en bedrijvig 2.4.Programma 4. Veilige en dienstverlenende gemeente 3. Resumé kadernota 2026
pag. 3 pag. 5 pag. 8 pag. 8 pag. 9 pag. 12 pag. 15 pag. 17
Leeswijzer In deze kadernota starten we na de inleiding in het eerste hoofdstuk met een aantal algemene en financiële kaders voor de meerjarenbegroting 2026. In hoofdstuk 2 schetsen we per programma de belangrijkste (autonome) ontwikkelingen op hoofdlijnen toe. In hoofdstuk 3 is vervolgens het overzicht opgenomen van de te verwachten impact op de begroting 2026 en verder.
2
Inleiding Aan de leden van de gemeenteraad,
Deze kadernota geeft uw raad een eerste doorkijk op het begrotingsjaar 2026. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 is de aard van deze kadernota dan ook beleidsluw. Conform het amendement van uw raad op de Kadernota 2025 beschrijven we in deze kadernota, op hoofdlijnen, de belangrijkste (autonome) ontwikkelingen, die van invloed zijn op onze gemeente en de taken en ambities die wij voor onze inwoners uitvoeren. We werken in 2026 door aan lopende opgaven en het in 2025 vastgestelde en ingezette beleid. De kadernota is een van de bouwstenen voor de begroting 2026. In de lopende raads- en collegeperiode hebben we samen gebouwd aan onze gemeenschap voor vandaag en morgen. Op de thema’s als goede voorzieningen, wonen, beleven & bedrijvig, duurzaamheid en samenkracht (leefbaarheid) ligt een fundament waarop we samen verder kunnen bouwen. Dit is een mooie basis voor het begrotingsjaar 2026. Immers hadden we een paar jaar geleden onze handen nog vol aan de naweeën van de coronapandemie, de energiecrisis, de gestegen inflatie en de opvang van ontheemden. Deze zaken hebben ook veel van onze organisatie geëist. We zien dat we wat dat betreft (relatief) in wat rustiger vaarwater terecht komen en dat de crisisstand er enigszins van af is.
Wel staan we als gemeente aan de lat om de onderliggende opgaven op onder andere duurzaamheid, wonen, sociaal domein en de opvang van ontheemden duurzaam te borgen. Geopolitiek gezien blijft het dichtbij huis en ver weg onrustig. Oorlog, terreur en geweld zijn nog steeds aan de orde van de dag. Er daalt langzaam een realiteitsbesef in dat onze veiligheid en vrijheid geen vanzelfsprekendheden zijn. Het Rijk vraagt daarom aandacht voor de weerbaarheid van ons en onze inwoners. Gemeentefinanciën De gemeente Beesel kent een eigen vermogen dat in 2023 is toegenomen. Meerjarig kent onze begroting een klein positief saldo, op basis van de cijfers van de meerjarenbegroting 2025. We hebben een reservepositie waarmee we incidentele tegenvallers kunnen opvangen. BDO voert ieder jaar een benchmark uit onder alle gemeenten en waardeert de financiële gezondheid van alle gemeenten. Algemeen concludeert BDO dat gemeenten er niet goed voor staan. De gemeente Beesel doet het in de gemeentecategorie tot 25.000 inwoners relatief goed, maar we zijn ten opzichte van vorig jaar gedaald op de ranglijst en scoren ook lager (2025: rapportcijfer 8 en plek 24 ten opzichte van 2024: rapportcijfer 9 en plek 11). Het onderzoek van BDO betekent dat we als Beesel niet achterover kunnen leunen. Het doel voor de komende jaren blijft minder afhankelijk worden van het Gemeentefonds.
Het veelbesproken ravijnjaar staat voor de deur. We zien ook de negatieve effecten van de jarenlange disbalans in (wettelijke)taken en het daarvoor beschikbare budget in het gemeentefonds. Via de K80 en samen met de VNG blijven we ons inzetten richting het Rijk voor een duurzaam financieel perspectief voor gemeenten. Taken en middelen moeten in balans komen, kosten die wij voor wettelijke taken maken moeten worden vergoed, de korting op het gemeentefonds moet van tafel en aan belangrijke randvoorwaarden op uitvoerbaarheid en beleidsvrijheid moet worden voldaan. De lobby van de VNG richting het Rijk gaat hierop door. Tijdens het schrijven en rondom de behandeling van deze kadernota vallen een aantal belangrijke ijkpunten in de lobby richting het Rijk. Zo vindt in maart een Overhedenoverleg plaats waarin specifiek de (stijgende) kosten van de jeugdzorg worden besproken, naar aanleiding van het rapport van de deskundigencommissie – Van Ark. Ook staat de algehele zorgelijke staat van de gemeentefinanciën op de agenda. De uitkomsten van dit overleg worden in een volgend belangrijk ijkpunt – de voorjaarsnota van het Rijk – al dan niet meegenomen. Gelet op de algehele teneur in politiek Den Haag en de stapeling van wensen in de Tweede Kamer is het een vraagteken hoe hoog gemeentefinanciën zal scoren bij de partijen.
3
Als laatste wordt tussen gemeenten en het Rijk een intensieve samenwerking vormgegeven op 4 hoofdthema’s, te weten: wonen & bereikbaarheid, zorg, bestaanszekerheid en natuur & klimaat. Het doel is een meerjarige financiële aanpak en een gezamenlijke agenda van alle overheden. Al met al moeten deze momenten uitwijzen of het Kabinet tot een meerjarig duurzaam perspectief wil komen op gemeentefinanciën. De toekomst In tegenstelling tot de huidige staat van onze gemeentefinanciën, ziet de financiële toekomst er minder rooskleurig uit. Naast de doorwerking van de structurele disbalans in taken en middelen én de korting op het gemeentefonds (ravijnjaar), komt er weer een herverdeling van het gemeentefonds aan en ook de impact van de nieuwe BBP-systematiek (in plaats van de trap-op-trap-af systematiek waarmee het gemeentefonds werd berekend) draagt niet bij aan duurzame gezonde gemeentefinanciën. De BBPsystematiek houdt bijvoorbeeld geen rekening met (sterk)stijgende kosten in de zorg of de inflatie. De BBP-systematiek is immers gebaseerd op economische groei. We zien dat door autonome ontwikkelingen zoals nieuwe (wettelijke) taken, CAO-stijgingen en de sterke stijging van de zorgkosten de verwachting is dat de kosten voor ons als gemeente alleen nog maar stijgen.
We weten nu al dat de tarieven van de maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein gaan stijgen, zowel voor voorzieningen in de Wmo, jeugd als participatie Dit betekent dat we, zonder maatregelen vanuit het Rijk, keuzes moeten maken in onze ambities en zeker ook in onze meerjarenbegroting 2026 en verder. De demografische ontwikkelingen, onder andere de ontgroening en de sterke vergrijzing van onze inwoners, bevestigen het beeld dat we ook naar de verdere toekomst financiële uitdagingen blijven houden ten aanzien van de zorgkosten. De maatschappelijke uitdagingen die hiermee samenhangen vragen dan ook een overheid die blijvend investeert in gezondheid, preventie en zelf- / samenredzaamheid. Als gemeente zelf moeten we ook blijven werken aan onze eigen (financiële) slagkracht en aan het zijn van een kleine krachtige gemeente met een vitale gemeenschap. Met een nieuwe toekomstvisie, die onze blik richt op 2050 en een nieuwe omgevingsvisie zetten we inhoudelijk een belangrijke stip op de horizon: wat voor gemeente willen we zijn? Vanuit onze inhoudelijke focus bepalen we ons beleid en onze koers. Dit is in deze tijd van grote maatschappelijke en financiële uitdagingen van belang. Zo hebben we een ambitie om te groeien als woongemeente met toekomstbestendige voorzieningen.
Met onze ambitie van 500 nieuwe woningen in 2033 en de daarmee samenhangende groei in inwoners realiseren we ook een groei aan inkomsten en creëren we ruimte voor bestaande en nieuwe inwoners die met ons kunnen blijven bouwen aan onze mooie gemeente. Daarnaast hebben we de basis gelegd voor een aantal belangrijke grote maatschappelijke voorzieningen, waar veel functies samenkomen. Dit zijn complexe projecten, waarmee we letterlijk ruimte aan samenwerking en ontmoeting kunnen geven. Dit vraagt ook iets van onze ambtelijke organisatie. Het belang van onze toeristische sector als economische pijler is groot. De ingezette ontwikkelingen en projecten dragen bij aan het doel om deze sector nog sterker te maken en daarmee ons profiel als aantrekkelijke toeristische gemeente. Onze toekomstvisie en ambities kennen belangrijke randvoorwaarden, waaronder een sterke ambtelijke organisatie. Om de ambities voor gemeente Beesel in het hier en nu en ook in de toekomst waar te maken hebben we afgelopen jaren hard gewerkt om in onze ambtelijke organisatie de basis op orde te krijgen en zijn we gestart met strategisch vooruitkijken om de juiste keuzes te kunnen maken. Met oog op een gespannen arbeidsmarkt is het van belang een goede werkgever te zijn en te blijven.
Dit doen we door voor de nodige randvoorwaarden te zorgen, zoals een gezonde werkplek en goede arbeidsvoorwaarden, wat wel impact zal hebben voor de begroting 2026 en verder. Kortom: We blijven werken aan een kleine en krachtige gemeente, financieel en op inhoud, nu en in 2050, #gewoonsamen, met een nieuwe gemeenteraad, een nieuw college, een toekomstbestendige gemeentelijke organisatie en vooral ook samen met onze inwoners, verenigingen, ondernemers en maatschappelijke partners.
4
1. Algemene en financiële kaders Deze kadernota beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen die van invloed zijn op de meerjarenbegroting 2026. Uitgangspunt is de meerjarenbegroting 2025. Bijna vanzelfsprekend is deze kadernota beleidsluw. Immers is het aan een nieuwe gemeenteraad om meerjarige ambities te formuleren. Deze kunnen dan vertaald worden in een nieuw coalitieakkoord en daarna in de kadernota 2027 en/of de begroting 2027 worden verwerkt. We geven uitvoering aan ons vastgesteld beleid en ambities. Voor 2026 hanteren we daarom de focus om door te gaan met waar we mee bezig waren. Toch dwingen soms autonome ontwikkelingen of veranderingen in wetgeving ons bij te sturen. Wanneer we de lijn vanuit de meerjarenbegroting 2025 doortrekken leidt dit tot de volgende algemene en financiële uitgangspunten voor de begroting 2026:
1.1 Algemene en financiële uitgangspunten begroting 2026 • We geven uitvoering aan de door de raad gestelde ambities en beleidskaders. • Nieuw voor oud: bij vaststelling van nieuw beleid of ambities met een structurele impact, maken we in de begroting ruimte door een gelijke grootte aan middelen en beleid te schrappen. We wegen altijd af op inhoud en we bekijken de mogelijkheden van externe financiering of dekking uit eigen reserves (bij incidentele zaken). • De in 2025 vast te stellen toekomstvisie van de gemeente Beesel wordt leidend voor onze programmabegroting en beleidsdocumenten. Daarin staat het zijn van een kleine en krachtige gemeente centraal, geven we antwoord op welke gemeente we willen zijn en werken we aan een inhoudelijke focus. Een minder grote afhankelijkheid van het Gemeentefonds, meer overige inkomsten genereren én de beheersing van de lasten zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. • Het ambitiebudget hebben we ingesteld en ingezet voor de dekking van de ambities tijdens deze coalitieperiode. In de begroting 2026 nemen we geen extra ambitiebudget op. In de kadernota 2027 / begroting 2027 bepaalt de gemeenteraad hoe we de ambities van een nieuw college vormgeven en of een ambitiebudget hiervoor het geschikte instrument is. • We begroten reëel, waarbij we ons niet rijk rekenen. Het Rijk en de ontwikkelingen van het Gemeentefonds blijven onbetrouwbaar.
• De meerjarenraming voor het Gemeentefonds baseren we op de meest recente circulaire. • In de begroting 2026 staan we toe dat de jaarschijf 2026 niet sluitend is, op voorwaarde dat de jaarschijven 2027 tot en met 2029 wél sluitend zijn. • We hebben in Beesel voldoende eigen vermogen. We zetten alleen de 10%-regeling in om tijdelijke begrotingstekorten op te vangen; voor wat betreft de loonontwikkeling gaan we uit van de meest actuele CAO-afspraken; • We geven uitvoering aan de meerjarige onderhouds- en investeringsplannen (o.a. wegen, verlichting, riolering, automatisering, gemeentelijke gebouwen, gemeentewerken, etc.). • We nemen de verplichtingen over uit de (meerjaren-)begroting van alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder de Veiligheidsregio Limburg-Noord, de Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid, Omnibuzz, RUD en de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein.
1.2. Financieel beeld 2026 en verder Het meerjarige financiële beeld voor Beesel wordt deels door externe factoren bepaald. Maar Beesel heeft op een aantal factoren wel degelijk zelf invloed. Extern Zoals hiervoor reeds aangegeven bepaalt de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten in sterke mate onze begrotingsruimte. De nieuwe methodiek waarbij het Gemeentefonds meegroeit met het
5
bruto binnenlands product (de BBP-systematiek) maakt ons afhankelijk van de economische groei. Deze groei volstaat niet om onze stijgende kosten op te kunnen vangen. Voor de Wmo is in de voorjaarsnota 2024 van het Rijk een ander regime afgesproken, rekening houdend met de vergrijzing. Of dit voldoende zal zijn en of deze methodiek wordt toegepast op andere domeinen is zeer de vraag. Naast de onzekerheid over de financieringsmethodiek zien we dat het Rijk voortdurend risico’s op gemeenten afwentelt (bijvoorbeeld hervormingsagenda en specifieke uitkeringen). Ook zien we dat hetzelfde Rijk niet zorgt dat (wettelijke) taken en de daarvoor beschikbare middelen in balans zijn, terwijl we als gemeente gehouden zijn aan wettelijke voorschriften, ook aangaande de kosten. Een belangrijk actueel voorbeeld is de Algemene Maatregel van Bestuur inzake reële tarieven voor maatwerkvoorzieningen. Deze AmvB heeft tot gevolg dat we vanaf 2026 voor maatwerkvoorzieningen Wmo, jeugd en participatie meer moeten gaan betalen dan dat we nu doen (zie hiervoor ook programma 2). Verder zien we dat de inflatie nog niet terug is op het niveau van voor de coronacrisis. In de begroting 2026 zullen we een realistische inschatting moeten maken van de te verwachten inflatie.
Intern De investeringen in de grote projecten IKC, Schakel en gemeentehuis leiden ertoe dat we op enig moment een lening af moeten sluiten. De rente op deze lening komt ten laste van de begroting. Maar Beesel heeft ook mogelijkheden om zelf keuzes te maken. Bijvoorbeeld door volop in te zetten op het genereren van extra inkomsten. Maar daarbij moeten we wel realistisch blijven over de hoogte en de termijn waarbinnen we deze extra inkomsten kunnen realiseren en of deze de stijgende kosten kunnen dekken. Ook ten aanzien van de lasten hebben in zekere mate een keuze. We hebben in de afgelopen jaren gezien dat de stapeling van (extra) wettelijke taken en van eigen ambities ertoe hebben geleid dat ons personeelsbestand fors gestegen is en er een flinke druk op onze huidige begroting is ontstaan. Hierdoor zullen we keuzes moeten maken ten aanzien van onze (nieuwe) ambities, maar ook in onze meerjarenbegroting. Op basis van de reeds vastgestelde meerjarenbegroting 2025 en de tweede bestuurssrapportage 2024 is het begrotingssaldo voor 2026 en verder: Tabel 1. Verloop begrotingssaldo (bedrag x € 1.000, -/- = nadeel) 2026
2027
2028
Begroting 2025
-229
68
417
2e Bestuursrapportage 2024
186
160
251
Actueel begrotingssaldo
-43
228
668
Daarnaast hebben we voor 2026 e.v. een taakstelling van € 1,6 miljoen in de begroting 2025-2028 opgenomen. De totale omvang van de begroting bedraagt € 48 miljoen (stand 2025). Winstwaarschuwing voor 2027 en verder We zien dat de gewijzigde financiële verhoudingen met het Rijk ervoor zorgen dat we in de toekomst minder begrotingsruimte hebben. Daarnaast stijgen onze kosten harder dan de baten die we ontvangen uit het Gemeentefonds, doordat deze niet in de pas lopen met demografische (vergrijzing) en maatschappelijke ontwikkelingen (zorggebruik). De maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein zijn hier een belangrijk voorbeeld van. Daarbij is het gemeentefonds niet een vergoeding voor reële kosten. Dit maakt dat voor de nieuwe raadsperiode en een nieuw college, zonder compensatie vanuit het Rijk, geen ruimte is voor nieuwe ambities. Sterker nog: gebeurt er niets in het gemeentefonds, dan moeten we voor de meerjarenbegroting 2026 en verder (structurele) keuzes gemaakt moeten worden. Met de reservepositie kunnen we als gemeente Beesel de tijd nemen voor een goede, integrale afweging. Inzet vrije reserves Zoals bij de uitgangspunten is gesteld, moeten de jaarschijven 2027 t/m 2029 sluitend zijn. Indien nodig, kunnen we hiervoor 10% van onze vrije reserve inzetten.
De 10% regeling geeft ons de mogelijkheid om in onze begroting mee te bewegen met de schommelingen in het Gemeentefonds. We kunnen
6
hiermee tijdelijk op onze reserves steunen, zodat we tijd krijgen om de begroting bij te stellen. Aan het putten uit reserves zit natuurlijk wel een eindigheid. De kadernota 2025 ging op deze voorgaande punten ook al in: A3: Begrotingsjaren 2025 en 2026 hoeven op basis van het huidige beeld (nog) niet sluitend te zijn mits de begroting meerjarig wel sluitend is. Vanuit de reserve ‘Vangnet onzekerheden Rijk’ vangen we een tijdelijke terugval in rijksmiddelen lokaal op als dat nodig is. A4: In verband met de onzekerheden omtrent de landelijke coalitieonderhandelingen zullen we mogelijke ombuigingen (extra inkomsten en/of bezuinigingen) onderzoeken om lokaal snel te kunnen acteren op het moment dat dat nodig is. Voor ombuigingen die in verband met voorzienbaarheid, overeenkomsten en contracten een langere implementatietijd kennen kan tevens gebruikt worden gemaakt van incidentele dekking uit de reserve ‘Vangnet onzekerheden Rijk’. Zo kunnen we indien nodig de ombuigingen verantwoord doorvoeren en een nieuw structureel evenwicht bereiken. Voor het ravijnjaar 2026 hanteren we zoals gezegd het uitgangspunt dat dit begrotingsjaar een min mag tonen. De impact van autonome ontwikkelingen en de nog verdere stijging van kosten bepaald de mate van beroep we doen op de vrije reserves.
Valt het verwachte tekort nog hoger uit, betekent dit iets voor onze reservepositie, ons weerstandsvermogen en de mogelijke ruimte om (incidenteel) te investeren in onze gemeente. Inzet reserve ontheemden Zoals vermeld kunnen we vanuit onze vrije of algemene reserve ervoor zorgen dat we in de toekomst deze ruimte kunnen inzetten wanneer de inkomsten uit het gemeentefonds ontoereikend blijven. Om de algemene reserve nog robuuster te maken kan deze worden aangevuld met een deel van de reserve ontheemden. We zien namelijk dat de opvang van ontheemden zich meer en meer ontwikkelt naar dat ontheemden onderdeel worden van onze Beeselse gemeenschap. Het hiermee samenhangende gebruik van voorzieningen is een argument om een 2/3e deel van de reserve ontheemden in te kunnen zetten voor algemene zaken en daarmee over te hevelen naar de algemene reserve.
7
2 Inhoudelijke ontwikkelingen per programma 2.1
Programma 1. Beleven
Met programma 1 - Beleven - zetten we in op de toegankelijkheid van sport en cultuur en dagen we iedereen uit tot bewegen. Ook zetten we in op dat er cultureel veel te beleven is en trekken we bezoekers naar onze gemeente doordat we een aantrekkelijke, bourgondische, actieve en levendige gemeente zijn. Verbindend thema hierbij is Sint Joris en de Draak. Binnen programma 1 bestendigen we onze inzet op het gebied van sport, cultuur en toerisme en geven we invulling aan de in het beleid opgenomen ambities van deze collegeperiode. In dit programma werken we aan de volgende doelen uit de doelenboom:
Afb. Doelenboom programma 1
Om de ambities en doelen uit dit programma in 2026 te bereiken zijn de volgende (beleid-) ontwikkelingen van belang: Toerisme Toerisme is in de gemeente Beesel een belangrijke economische pijler. In de ontwikkeling van onze toekomstvisie wordt dit bevestigd. Met ons cultureel erfgoed, keramiek en Sint Joris en de Draak, onze goede (toeristische) voorzieningen en onze mooie groene omgeving zijn wij een aantrekkelijke gemeente voor dag- en verblijfsrecreatie. Toerisme draagt duidelijk bij aan de leefbaarheid, ons voorzieningenniveau en als economische pijler. Om onze ambities te kunnen blijven verwezenlijken maken we de extra ambtelijke capaciteit structureel.
8
2.2
Programma 2. Samenkracht
In dit programma werken we aan een gezonde, levendige samenleving, waarin inwoners een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven ervaren. De inwoner staat centraal en we leveren een bijdrage aan de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners. We streven naar een samenleving waarin alle inwoners zich thuis voelen, zelfredzaam zijn en naar vermogen kunnen meedoen en waarin jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien. Een inclusieve samenleving waarin inwoners oog hebben voor elkaar en waar eenzaamheid en uitsluiting zoveel als mogelijk wordt tegengegaan. De omgeving is, fysiek en sociaal, zo ingericht dat iedereen kan meedoen, wordt gestimuleerd tot een gezonde leefstijl en gebruik kan maken van de beschikbare voorzieningen. Samen zorgen we er zo voor dat ondersteuning in de juiste balans en betaalbaar blijft. Dit doen we door het versterken van de sociale basis, preventie en het bieden van passende ondersteuning. Deze ondersteuning is zoveel mogelijk lokaal, integraal en informeel. Positieve gezondheid is daarbij het uitgangspunt. In dit programma werken aan de volgende doelen uit de doelenboom:
Afb. Doelenboom programma 2 (deel 1 van 2)
9
Afb. Doelenboom programma 2 (deel 2 van 2)
Om de ambities en doelen uit dit programma in 2026 te bereiken zijn de volgende (beleid-) ontwikkelingen van belang: Wetswijziging stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) In 2026 treedt de nieuwe Wsob in werking. Het doel van deze wetswijziging is het structureel borgen van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van bibliotheken in Nederland. In de nieuwe Wsob worden de taken, rollen en verantwoordelijkheden voor gemeenten en bibliotheken vastgelegd. Voor gemeenten gaat een wettelijke zorgplicht gelden. Ook worden gemeenten wettelijk verplicht meerjarig bibliotheekbeleid op te stellen. De invoering van de wetswijziging gaat gepaard met zowel wettelijke eisen als een normenkader dat door de VNG en de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) is ontwikkeld. Voor de uitvoering van de wettelijke taken zijn met ingang van 2025 structurele middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor Beesel betreft dit in 2026 een bedrag van € 100.000. Een deel van deze Rijksmiddelen is nodig om de aanvullende verplichtingen te bekostigen, boven op de bestaande subsidieafspraken. Daarnaast moet, vanwege het vervallen van de SPUK IDO vanaf 2025, de bekostiging van het Informatiepunt Digitale Overheid uit de structurele middelen voor de bibliotheekvoorziening worden gedekt.
In samenwerking met de bibliotheek Maas en Peel bereiden we ons in 2025 voor op de wettelijke zorgplicht en de invulling van het normenkader. De vaststelling van het meerjarig bibliotheekbeleid vindt na de invoering van de gewijzigde wetgeving plaats.
10
Versterking GGD De afgelopen jaren zijn er bij de GGD, mede als gevolg van landelijke ontwikkelingen, taken bijgekomen of zijn bestaande taken geïntensiveerd. Ook is de rol van de GGD in het netwerk van publieke gezondheid in de samenwerking met gemeenten en zorgpartners sterk aan verandering onderhevig, terwijl de hiervoor benodigde formatie en financiële middelen niet mee zijn gegroeid. De GGD heeft lange tijd zelf deze ontwikkelingen binnen de bestaande financiële kaders opgelost. Er is onvoldoende financiële ruimte om benodigde extra formatie aan te nemen. De GGD constateert dat zij niet op alle vlakken meer in staat is om haar wettelijke- en kerntaken op verantwoorde wijze uit te voeren. Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Noord gaf hierop opdracht tot uitwerking van een versterkingsplan om te komen tot een toekomstbestendige GGD Limburg-Noord. Eind 2024 heeft het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Limburg Noord besluiten genomen over het concept-versterkingsplan GGD (acute fase) en de financiering in het jaar 2025. Voor de jaren 2026 en verder werkt de Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) dit concept-versterkingsplan en de financiering daarvan verder uit. Het voltooide concept-versterkingsplan voor structurele versterking in 2026 en verder wordt samen met de begroting voor de VRLN 2026 voor een zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd.
De kern van de versterkingsoperatie is het aantrekken van extra medewerkers voor de uitvoering van de wettelijke taken die de GGD op basis van de Wet publieke gezondheid behoort uit te voeren. De benodigde versterking is structureel en bedraagt naar verwachting circa € 4,5 mln. per jaar. De versterking wordt gefaseerd ingezet. In 2025 is gestart met een bedrag van circa € 1,6 mln. om de meest acute nood te verhelpen. De kosten voor 2025 zijn met incidentele middelen en voorfinanciering vanuit de Algemene Reserve VRLN gedekt. Vanaf 2026 zullen aanvullende bijdragen van de deelnemende gemeenten worden gevraagd. In onze meerjarenbegroting hebben we vanaf 2026 al rekening met een structurele bijdrage van € 135.000 voor dit versterkingsplan. Ook bestaat de mogelijkheid dat de Algemene Reserve van de VRLN ten gevolge van de voorfinanciering moet worden aangevuld. Ontwikkelingen Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Aanvullende Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) Alle gemeenten onderschrijven het belang van de beweging van zorg naar gezondheid. In dat kader heeft de VNG in 2022 het Integraal Zorg Akkoord (IZA) ondertekend dat tot en met 2026 geldt. Gebleken is echter dat gemeenten – zonder voldoende financiële middelen en noodzakelijke waarborgen - niet in staat zijn hun rol om gezondheid en preventie te bevorderen, goed te vervullen.
Daarom heeft 93% van de gemeenten eind 2024 ingestemd met de resolutie van de VNG ‘Stop met gesprekken vervolg IZA totdat is voldaan aan gestelde voorwaarden’. Hiermee besloten VNG en gemeenten de deelname aan het IZA pas te hervatten en in gesprek gaan over de totstandkoming van het Aanvullende Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zodra er afspraken lagen over een gezamenlijke, gelijkwaardige start. De VNG, het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland hebben deze afspraken over de gelijkwaardigheid op basis van de door de VNG gestelde voorwaarden op 29 januari jl. bekrachtigd. Daarnaast heeft de VNG bij de totstandkoming van het AZWA als randvoorwaarde gesteld dat de financiële positie van gemeenten moet zijn verbeterd en het akkoord uitvoerbaar moet zijn om mee te kunnen doen in dit aanvullende akkoord. Door de hervatting van de deelname aan het IZA blijven de (financiële) afspraken ten aanzien van de SPUK IZA ook in 2026 van kracht. Voor de uitvoering hiervan is een samenwerking gerealiseerd met de gemeenten in de regio Noord- en Midden-Limburg. Maatwerkvoorzieningen Sociaal Domein Voor de inkoop van maatwerkvoorzieningen binnen het Sociaal Domein hebben we een samenwerking met 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg: de Modulair Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg-Noord (MGR SDLN).
De MGR SDLN koopt namens de 15 deelnemende gemeenten zorg in op het gebied van Jeugd, WMO, Participatie en Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang en is contractbeheerder van de raamovereenkomsten. De raamovereenkomsten voor maatwerkvoorzieningen met de zorgaanbieders voor Jeugd, Wmo, Participatie en Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang lopen tot en met eind 2025. Voor 2026 moeten deze raamovereenkomsten worden verlengd of opnieuw aanbesteed. Zowel voor de nieuwe raamovereenkomsten als ook voor verlengingen zijn we als gemeente gehouden aan de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële prijzen. Dit betekent dat een reële vergoeding moet worden geboden die in verhouding staat tot de gevraagde kwaliteit. Voor de bepaling van de reële tarieven is
11
regionaal onderzoek uitgevoerd, in opdracht van de MGR SDLN. Vervolgens is een impactanalyse gedaan om de financiële consequenties van de nieuwe tarieven voor de uitgaven van gemeenten in kaart te brengen. Deze impactanalyse laat een forse stijging zien in de tarieven. De doorrekening van de reële tarieven (inclusief indexering) zijn van invloed op de begroting 2026 en verder en zijn in het resumé (hoofdstuk 3) weergegeven. Inkoopstrategie jeugd 2026 Vanaf 2022 worden de maatwerkvoorzieningen Jeugd regionaal ingekocht. In 2024 is deze inkoop geëvalueerd, waaruit verbeterpunten zijn gekomen. Naar aanleiding hiervan is regionaal het plan van aanpak vastgesteld voor de nieuwe inkoop. Resultaat hiervan zijn nieuwe overeenkomsten voor de inzet van jeugdhulp waarin een stevige opdracht voor de gecontracteerde partners centraal staat. Een opdracht om samen met de gemeenten te werken aan een duurzaam jeugdhulplandschap met voldoende passend zorgaanbod met goede kwaliteit én met voldoende grip en sturing op toegankelijkheid en betaalbaarheid. Met de inkoopstrategie jeugd 2026 hebben we de hoofdkeuzes gemaakt waarmee we daar invulling aan kunnen geven. Ook stellen gemeenten een convenant op om de onderlinge samenwerking gericht op een meer eenduidige sturing op de inzet van jeugdhulp, te borgen.
Arbeidsmarktregio De hervorming van de arbeidsmarktregio’s is een landelijke ontwikkeling, zoals beschreven in de Kamerbrief van april 2024. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit proces in gang gezet om de samenwerking binnen arbeidsmarktregio’s efficiënter en inclusiever te maken. Dit moet leiden tot een betere dienstverlening voor inwoners en ondernemers met vragen over werken en een leven lang ontwikkelen vanaf 1 januari 2026. Voor arbeidsmarkt Noord-Limburg betekent dit een intensievere regionale samenwerking tussen alle betrokken partners, waaronder gemeenten, UWV, sociale partners, SBB en onderwijspartijen. Daarnaast wordt gewerkt aan een meerjarige beleidsagenda en een vernieuwde governancestructuur. De hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur biedt Noord-Limburg de kans om in te spelen op zowel regionale uitdagingen als landelijke ambities. In 2025 starten we met de implementatie van nieuwe overlegstructuren en een integraal beleidskader. Kosten voor de hervorming van de arbeidsmarktregio worden in eerste instantie gedekt uit regionale arbeidsmarktgelden.
2.3
Programma 3. Fijn wonen en bedrijvig
In programma 3 werken we aan een omgeving waarin het fijn wonen, werken en recreëren is. Dit doen we door ruimte te creëren aan het bedrijfsleven om te ondernemen en door uitvoering te geven aan onze economische visie. Dit zien we terug in de centra, de bedrijventerreinen en in ons waardevolle buitengebied. Ook zorgen we voor een prettige woongemeenschap. Belangrijk aandachtspunt is een aanbod van de juiste kwaliteit, voor de juiste doelgroep op het juiste moment. De meeste woningen waarmee we de toekomst in gaan staan er al, deze verdienen dan ook grote aandacht. Gelijktijdig geven we invulling aan onze nieuwbouwambitie en werken we aan projecten voor nieuwe woningen als waardevolle aanvulling op de bestaande voorraad. Zowel het wonen, werken en recreëren doen we in een klimaatbestendige, toegankelijke, goed bereikbare, groene en schone leefomgeving. Hiermee stimuleren we ontmoeting, beweging, sociale verbondenheid, verblijf en recreatie. Dit doen we door een juiste inrichting en onderhoud van de openbare ruimte en de uitvoering van het mobiliteitsplan. Dit alles doen we met aandacht voor duurzaamheid. Zo werken we aan een goede omgeving en samenleving en wentelen we de negatieve gevolgen zo min mogelijk af op de volgende generaties of andere delen van de wereld. Naast fysieke duurzaamheid, zoals afname van uitstoot van broeikasgassen, werken we ook aan sociale duurzaamheid.
Dit betekent dat iedereen kan meedoen, iedereen het kan betalen en mee kan profiteren. In programma drie werken we aan de volgende doelen op basis van onze doelenboom:
12
Afb. Doelenboom programma 3
Om de ambities en doelen uit dit programma in 2026 te bereiken zijn de volgende (beleid-) ontwikkelingen van belang: Wonen In onze woonzorgvisie hebben we de ambitie uitgesproken om tot 2033 500 woningen te realiseren. Onze ambitie is onderdeel van de Woondeal met het Rijk en de landelijke opgave om meer woningen te realiseren, waarin we nauw samenwerken met de regio Noord-Limburg en de provincie Limburg. Met de vaststelling van de ‘Kaders nieuwbouw’ breekt een nieuwe fase aan in de realisatie van onze woningbouwambities. We gaan concreet aan de slag met gebiedspaspoorten en ontwikkeling van grote woningbouwlocaties projecten in elke kern om een grote bijdrage te leveren aan de woningbouwbehoefte in onze gemeente. Dit vraagt onder andere om expertise op specifieke terreinen, zoals planeconomie en stedenbouw en ondersteunende middelen om uitvoering te geven aan onze ambities. Om hier uitvoering aan te geven zetten we extra uitvoeringsmiddelen in voor de periode 20262028. Dit geeft ons als organisatie de slagkracht in tijden van een gespannen arbeidsmarkt. Omgevingsvisie In 2026 zetten we grote stappen in de omgevingsvisie om deze uiterlijk in het vierde kwartaal aan de gemeenteraad voor te leggen. We hebben bij de totstandkoming nauw samengewerkt zowel binnen als buiten onze organisatie.
We leggen in de omgevingsvisie een duidelijke relatie met de uitkomsten van de Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA), de provinciale omgevingsvisie en het ontwerpend onderzoek van de regio Noord-Limburg. De nieuwe omgevingsvisie is een verdere ruimtelijke uitwerking van onze nieuwe toekomstvisie. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden die de lokale overheid meer ruimte moet bieden voor maatwerk en het voor initiatiefnemers eenvoudiger moet maken om initiatieven te realiseren. Vanaf 1 januari 2024 heeft elke gemeente (dus ook gemeente Beesel) één tijdelijk omgevingsplan van rechtswege voor haar gehele grondgebied. De gemeente is verplicht om dit tijdelijk omgevingsplan - vóór 1 januari 2032 - om te zetten naar een definitief omgevingsplan dat voldoet aan alle wettelijke eisen. Voor de uitvoering van deze omvangrijke opgave, die meerdere jaren in beslag zal nemen, wordt in 2025 een plan van aanpak opgesteld. Het Rijk heeft
13
eerder aangegeven dat er middelen ter beschikking komen voor de uitvoering hiervan. Het is echter nog steeds onduidelijk of we gecompenseerd worden en voor welk bedrag. Duurzaamheid Duurzaamheid is ook in 2026 een majeur beleidsprogramma voor de gemeente Beesel. Naast de reguliere uitvoering van onze visie en uitvoeringsprogramma, actualiseren we in 2026 de KODE (waarbij we grootschalige opslag van duurzame energie meenemen als oplossingsrichting). De wettelijke opgave om tot een minimum aan restafval te komen en belangrijke grondstoffen te behouden, vergt lokale en regionale inzet. De huidige milieuparken en (circulaire) partners hebben hierin een belangrijke rol; transformatie naar een netwerk van 'waardeparken' is noodzakelijk. Omgevingsdienst/RUD LN Binnen de gemeenschappelijke regeling RUD Limburg Noord (RUD LN) werken de 15 NoordLimburgse gemeenten en Provincie Limburg samen in de uitvoering van (met name) de wettelijke milieutaken (bijv. het milieutoezicht op bedrijven). Het onderzoeksrapport van de commissie Van Aartsen (‘Om de Leefomgeving’) was in 2021 aanleiding voor de start van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (het IBP), een landelijk programma ter versterking van het stelsel van omgevingsdiensten in Nederland. Vanuit dit programma zijn 6 pijlers uitgewerkt voor de versterking van het VTH-stelsel en versteviging van de omgevingsdiensten.
Deze pijlers bevatten onder andere robuustheidscriteria, waaraan alle omgevingsdiensten in Nederland moeten gaan voldoen. De genoemde robuustheidscriteria gaan onder andere over de omvang van de omgevingsdienst en het percentage personeel in vaste dienst. Het niet voldoen aan de robuustheidscriteria zal – zoveel is inmiddels duidelijk – leiden tot een interventie vanuit het ministerie, waarmee de regie uit handen worden genomen om als regio Noord- en Midden-Limburg zelf vorm te geven aan de vorming van een nieuwe omgevingsdienst. Deze regie wil de regio graag zelf behouden. In 2024 is de keuze gemaakt om de RUD LN om te vormen naar een Omgevingsdienst die voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria voor de milieu uitvoeringstaken. In 2025 wordt dit, door een projectteam, verder uitgewerkt in een bedrijfsplan. Afgezien van benodigde extra personele inzet ten behoeve van de uitwerking/implementatie van het bedrijfsplan is er nog geen concreet zicht op de meer structurele consequenties en risico’s op personeel, organisatorisch of financieel vlak. De nieuwe robuuste RUD LN is immers op zijn vroegst in uitvoering per 1 april 2026. De (financiële) effecten voor 2026 zullen daarom pas na de vaststelling van de reguliere begroting 2026 kunnen worden verwerkt middels een begrotingswijziging.
Wel dient rekening gehouden te worden met een toename van de kosten van de bijdrage aan de nieuwe Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg. Deze kostentoename is een gevolg van de versterking van de uitvoering van de VTH-werkzaamheden met betrekking tot: • • • •
14
Kwantiteit: een aantal taken wordt nu niet of te weinig robuust uitgevoerd; Kwaliteit: een kwaliteitsimpuls is nodig om te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria; Regionale afstemming in de uitvoering: opstellen regionaal uitvoeringskader, risicoanalyse, regionaal level playing field; Extra kosten in verband het optuigen van een fysieke, robuuste omgevingsdienst waarin ook de ondersteunende bedrijfsvoeringstaken aanwezig dienen te zijn.
2.4
Programma 4. Veilige en dienstverlenende Gemeente
Met het programma 4 - Veilige en Dienstverlenende gemeente - zorgen we ervoor dat onze inwoners zich veilig voelen in onze gemeente, dat onze inwoners een goede dienstverlening van ons ontvangen en zetten we in op een bestuurlijk krachtige gemeente, lokaal, (eu-) regionaal én landelijk. In programma 4 werken we aan de volgende doelen uit onze doelenboom:
Afb. Doelenboom programma 4
Om de ambities en doelen uit dit programma in 2026 te bereiken zijn de volgende (beleid-) ontwikkelingen van belang: Veiligheid Volgens ons integraal veiligheidsbeleid, blijven wij ons onverminderd inzetten op hoofdthema’s als ondermijning, zorg en veiligheid, jeugd en veiligheid. De toename van onvoorspelbare en extreme omstandigheden, zoals cyberaanvallen, klimaatrampen en geopolitieke spanningen, brengt een groeiend risico met zich mee voor de continuïteit van essentiële voorzieningen. De urgentie wordt steeds meer zichtbaar om weerbaarheid, zelfredzaamheid en voorbereiding op alle niveaus te versterken. Het thema cyber krijgt steeds meer onze aandacht doordat er een landelijke verschuiving aan het plaats vinden is van traditionele criminaliteit naar digitale criminaliteit. Het Rijk werkt in 2025 samen met decentrale overheden en maatschappelijke partijen een aanpak uit om de zogenaamde maatschappelijke weerbaarheid te verhogen. De verwachting is dat dit in 2026 ook de nodige aandacht zal vergen. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming 0-100 jaar. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is een gezamenlijk programma van het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) met als doel het effectiever en slimmer organiseren van de jeugdbescherming.
Het landelijke toekomstscenario is vertaald in het regionaal programma Samen voor veilig voor de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Het programmaplan is opgebouwd uit 3 pijlers: stevige lokale teams, gefaseerd werken aan veiligheid en multidisciplinaire aanpak (MDA++). Het regionaal programmaplan ‘Samen voor veilig’ wordt in 2025 vastgesteld, waarna de acties die hier uit voortvloeien geïmplementeerd en geborgd moeten worden. Er zijn raakvlakken tussen het landelijk toekomstscenario en het Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) 2023-2026 van de gemeente Beesel.
15
In het toekomstscenario wordt steeds meer gestuurd op een belangrijke rol voor het lokale team. Een vast gezicht voor het gezin in kwestie die expertise en hulpverlening positioneert door middel van netwerksamenwerking. We bekijken integraal in de lokale samenwerking tussen de beleidsvelden veiligheid, jeugd en Wmo hoe we deze taken en rol goed kunnen oppakken en borgen. Informatie en Automatisering Naar verwachting treedt in het derde kwartaal van 2025 de implementatiewet van de NIS2 (de Cyberbeveiligingswet) in werking. Gemeenten worden bij de implementatie ondersteund door de VNG, onder andere door kennissessies en handreikingen. In 2026 brengen we onze informatiebeveiliging verder in lijn met de nieuwe wet- en regelgeving. Ook moderniseren we ons ICT-landschap door steeds meer te gaan werken vanuit Cloud oplossingen. Om processen verder te optimaliseren onderzoeken we hoe we als gemeente nog meer diensten (ook) digitaal kunnen aanbieden. Dit geldt tevens voor de ondersteuning van onze ambtelijke organisatie. Door de verdere implementatie en gebruik van Sharepoint en MS Teams bevorderen we efficiency. In 2026 zetten we verder stappen om onze informatiebronnen te digitaliseren en de toegankelijkheid te verbeteren. Doorontwikkeling samenwerking Regio Noord-Limburg Het Rijk kijkt voor samenwerking voor grote (maatschappelijke) opgaven steeds meer naar regio’s.
De afgelopen jaren is de aandacht voor regio’s überhaupt flink toegenomen. Eerst nog door de Regio Deals en daarna, versneld, door het rapport Elke Regio Telt. In de regio Noord-Limburg kennen we al heel wat jaren van inhoudelijke samenwerking. Uit onderzoek is gebleken dat met het toenemen van opgaven en verantwoordelijkheden onze regionale visie, de regionale samenwerkingsstructuur en samenwerkingsvorm alsook de wijze hoe we met elkaar samenwerken vernieuwd moet worden. Het doel is om in 2026 de regio Noord-Limburg om te zetten naar een gemeenschappelijke regeling met een herijkte visie. Hiervoor worden zowel lokaal als regionaal de gemeenteraden nauw betrokken. K80 De K80 heeft zich in een hele korte periode op de kaart gezet. Met inmiddels bijna 70 leden ontstaan ook de eerste groeipijnen. Ondanks een inhoudelijke focus vanuit de K80 zelf, wordt het netwerk vanuit onder andere het Rijk en VNG vaak bevraagd op haar inbreng. Immers merken we wijzigingen in beleid of financiën of de implementatie van extra taken bij ons als eerste. Het dagelijks bestuur van de K80 werkt een voorstel uit voor de doorontwikkeling van de K80, om zowel naar leden als richting het Rijk meer impact te maken. De doorontwikkeling heeft tot doel te zorgen voor meer continuïteit middels een klein, vast ambtelijk kernteam.
Als het AB hier mee instemt betekent dit een hogere ledenbijdrage voor de K80 voor alle leden, en dus ook voor de gemeente Beesel.
16
3
Resumé kadernota 2026
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste ontwikkelingen met impact op de meerjarenbegroting 2026 opgenomen. Gezien het karakter van deze kadernota zijn deze nog niet gekwantificeerd. Alleen de indexering en de tariefstijging van de maatwerkvoorzieningen sociaal domein (van Wmo, jeugd en participatie) zijn wel gekwantificeerd conform de eerder aan de raad gestuurde raadsinformatiebrief. Nr 1 2
Algemeen - financieel CAO 2025 ev. En inflatie Uitkomsten Overhedenoverleg
Karakter S S
Nr 3 Nr 4 5 6
Voorstellen programma 1 Formatie Toerisme Voorstellen programma 2 Wsob Versterking GGD IZA / AZWA
Karakter S Karakter S S I
7
Maatwerkvoorzieningen tariefstijging en indexering sociaal domein (Wmo, Jeugd, Participatie) Voorstellen programma 3 Omgevingsplan Voorstellen programma 4 Wet cyberbeveiliging vanaf 2027 Toekomstscenario gezinsbescherming K80
S
Nr 8 Nr 9 10 11
Karakter I Karakter S S S
Impact Nadeel Onzeker
Nadeel Nadeel Nadeel Neutraal (SPUK) €1.320.000*
Nadeel Nadeel Nadeel Nadeel
*Het genoemde bedrag is conform het bedrag zoals opgenomen (in totaal) in de raadsinformatiebrief van maart 2025. Dit bedrag is exclusief de kosten voor de segmenten 1 en 5. Het totaalbedrag valt daarom nog hoger uit.
De kadernota 2026 schetst het beeld dat verschillende autonome ontwikkelingen en extra taken van invloed zullen zijn op onze organisatie en de ruimte in onze meerjarenbegroting. Van het merendeel van deze ontwikkeling is de verwachting dat deze een negatieve (financiële) impact hebben op onze begroting. Nu al weten we dat de indexering en de tariefstijging van de maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein een grote impact zullen hebben meerjarig. Het meerjarenperspectief wordt, zonder compensatie van het Rijk, negatief. Zoals in de inleiding geschetst zijn er een aantal ijkpunten tussen VNG en Rijk, die van invloed zijn op ons meerjarenperspectief. Op basis van de inhoudelijke en financiële uitgangspunten in deze kadernota nemen we als gemeente Beesel de tijd om hier een goede invulling aan te geven. We wachten hiermee tevens de momenten af waarop het Kabinet ons tegemoet kan komen. In het proces naar de meerjarenbegroting 2026 zullen we samen met uw raad keuzes moeten gaan maken, zeker vanaf de jaarschijf 2027. Het is belangrijk dat we daarnaast nieuwe wensen en ambities goed afwegen. De nieuwe toekomstvisie biedt daarbij niet alleen het inhoudelijk kader maar gaat tevens uit van onze eigen kracht. We hebben daarbij samen, raad – college en organisatie, de nadrukkelijke opdracht aan andere knoppen te gaan draaien, om zo de afhankelijkheid van het Gemeentefonds te verkleinen.
Zo blijft de gemeente Beesel een kleine en krachtige gemeente, die werkt vanuit nabijheid.
17