Infiltratieonderzoek
Tekst van het document
Resultaten infiltratieonderzoek Nieuwbouw IKC Beesel aan de Sint Antoniusstraat te Beesel GA241375.R01.V1.0 23 december 2024
Inhoud 1
Inleiding ........................................................................ 4
2
Grondonderzoek ..........................................................5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Algemeen Inmeting Boringen Doorlatendheidsmetingen Sondering
3
Bodemgesteldheid ..................................................... 7
3.1 3.2 3.3 3.4
Terrein en projectomgeving Bodemopbouw Grondwaterstand Doorlatendheid
4
Infiltratie hemelwater ............................................. 10
4.1 4.2
Toetsing Conclusie
5 5 5 5 5
7 7 8 9
10 11
Bijlagen Bijlage 1 Situatietekening Bijlage 2 Boringen Bijlage 3 Doorlatendheidsmetingen Bijlage 4 Sondering
GA241375.R01.V1.0
3 van 11
1 Inleiding In opdracht van Gemeente Beesel heeft Geonius een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is nodig voor de afkoppeling van hemelwater bij de geplande nieuwbouw van het integraal kindcentrum (verder: IKC) Beesel aan de Sint Antoniusstraat te Beesel. De ligging van de projectlocatie is weergegeven in Figuur 1.1. Ook is opdracht gegeven voor de uitvoering van een geotechnisch grondonderzoek en het aanleveren van een funderingsadvies. Daar de nieuwbouwlocatie momenteel nog in gebruik is als voetbalveld en parkeerterrein van de plaatselijk voetbalvereniging, is in overleg met opdrachtgever besloten het geotechnisch grondonderzoek op het voetbalveld pas na afloop van het voetbalseizoen, in de zomer van 2025, uit te voeren. De geplande diepsondering op het huidige parkeerterrein (SW02) is uitgevoerd samen met het infiltratieonderzoek. De volledige resultaten van het geotechnisch grondonderzoek zullen dan ook in een separate rapportage worden aangeleverd. Het resultaat van de uitgevoerde sondering is meegenomen in voorliggende rapportage. In voorliggend rapport zijn de resultaten van het infiltratieonderzoek opgenomen. Bij het infiltratieonderzoek zijn handboringen en doorlatendheidsmetingen uitgevoerd.
Figuur 1.1: Luchtfoto met ligging projectlocatie, indicatief aangegeven met rood kader [bron: PDOK 2023].
GA241375.R01.V1.0
4 van 11
2 Grondonderzoek 2.1 Algemeen Ten behoeve van het grondonderzoek zijn in december 2024 drie handboringen, drie doorlatendheidsmetingen en 1 diepsondering uitgevoerd. Hieronder is het uitgevoerde onderzoek verder beschreven.
2.2 Inmeting De situering met de coördinaten van de onderzoekspunten zijn op situatietekening GA241375.T01 weergegeven, welke in is opgenomen. De onderzoekspunten zijn met behulp van 06-GPS ingemeten t.o.v. het Rijksdriehoekstelsel en NAP met een nauwkeurigheid van ca. 0,1 m. Alle gegevens van de inmeting zijn een momentopname en daarmee alleen te gebruiken in het kader van voorliggend onderzoek.
2.3 Boringen Om de toplagen nader te verkennen en doorlatendheidsmetingen uit te kunnen voeren, zijn op de locatie zes handboringen (genummerd GA241375 B003 t/m B005) tot ca. 2,5 m- maaiveld uitgevoerd. Tijdens de boorwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal geïdentificeerd en beschreven conform NEN-EN-ISO 146881:2019+NEN 8990:2020: boorklasse B3. De boorstaten zijn gepresenteerd ten opzichte van maaiveld en NAP en zijn opgenomen in Bijlage 2.
2.4 Doorlatendheidsmetingen In de boorgaten zijn doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Deze zijn genummerd GA241375 DM003 t/m DM005 en zijn opgenomen in bijlage 3. De doorlatendheidsmetingen zijn ter plaatse van een geplande ondergrondse infiltratievoorziening uitgevoerd en zijn gemeten volgens de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet) gemeten. Om de meting te kunnen uitvoeren, wordt allereerst een gat geboord tot de onderkant van de te beproeven laag. Vervolgens wordt in het boorgat water toegevoegd en wordt de daling van de grondwaterstand per tijdseenheid gemeten, hieruit kan de doorlatendheid worden berekend.
2.5 Sondering De sondering is gemaakt met een elektrische conus. Hierbij wordt de conusweerstand en de plaatselijke wrijving continu gemeten, elektrisch geregistreerd en digitaal vastgelegd. De sondering is uitgevoerd conform NEN-EN-ISO 22476-1:2013. De sondering is genummerd SW02 en gepresenteerd ten opzichte van NAP. Het resultaat van de sondering is opgenomen in Bijlage 4. Bij de sondering is tevens de helling ten opzichte van de verticaal gemeten. Bijzondere afwijkingen in de meetdata zijn niet vastgesteld. De verhouding tussen de wrijvingsweerstand van de kleefmantel en de weerstand aan de conuspunt, het zogenaamde wrijvingsgetal, heeft voor iedere grondsoort een andere waarde. Voor een gladde elektrische conus gelden bij veel voorkomende ongeroerde gronden onder de grondwaterstand ongeveer de navolgende relaties:
GA241375.R01.V1.0
5 van 11
Tabel 2.1: Interpretatie van het wrijvingsgetal
Wrijvingsgetal in %
Grondsoort
0,3 – 1,5
Zand, grof tot fijn
1,5 – 2,5
Silt (leem)
2,5 – 5,0
Klei
> 5,0
Veen
Tussen de verschillende grondsoorten komen overgangsvormen voor waardoor de aangegeven grenzen niet als hard zijn te beschouwen.
GA241375.R01.V1.0
6 van 11
3 Bodemgesteldheid 3.1 Terrein en projectomgeving Het terrein was ten tijde van de uitvoering van het grondonderzoek in gebruik als parkeerterrein en voorzien van een klinkerverharding. Tijdens de uitvoering van het infiltratieonderzoek lag het maaiveld ter plaatse van de onderzoekspunten op een niveau van NAP +22,1 tot +22,0 m. Op basis van de ingemeten onderzoekspunten heeft het terrein een hoogteverschil van ca. 0,1 m. Tevens is de hoogte van een aantal referentiepunten ingemeten. De resultaten zijn in onderstaande Tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1: Ingemeten hoogte van referentiepunten
Meetpunt
Hoogte in m t.o.v. NAP
Dorpel A
+21,70
Dorpel B
+21,82
Put C
+22,25
3.2 Bodemopbouw De bodemopbouw is op basis van het uitgevoerde grondonderzoek geïnterpreteerd en beschreven in Tabel 3.2. Tabel 3.2: Globale bodemopbouw
Laag
van
tot
GRONDSOORT, conditie, bijmenging en (bijzonderheden)
in m t.o.v. NAP ZAND, los gepakt, silthoudend, deels geroerde laag, deels het funderingspakket van de bestaande klinkerverharding op locatie. Conusweerstanden zijn ca. 5,0 à 8,5 MPa.
1
+22,1 à +22,0
+19,8 à +19,6
2
+19,8 à +19,6
+13,2
ZAND, matig vastgepakt, plaatselijk silthoudend. Conusweerstanden zijn ca. 0,5 à 10 MPa.
3
+13,2
ca. 7,1 1)
ZAND en ZANDGRIND, vast tot zeer vastgepakt. Conusweerstanden zijn ca. 8,0 tot meer dan 30 MPa.
Index: 1) = maximaal verkende diepte ter plaatse van sondering SW02.
GA241375.R01.V1.0
7 van 11
3.3 Grondwaterstand Het grondwaterniveau is tijdens de uitvoering van het grondonderzoek niet in de boorgaten of het sondeergat vastgesteld tot op een diepte van ca. 5,3 m-maaiveld. Dit komt overeen met ca. NAP +16,7 m. Het betreft hier slechts een eenmalige meting, waardoor deze waarneming slechts een indicatie betreft. Op basis van een isohypsenkaart/peilbuisgegevens van TNO Grondwatertools, wordt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op de locatie door ons ingeschat op ca. NAP +18,0 m. Het infiltratiesysteem dient te allen tijde boven de grondwaterstand aangelegd te worden, derhalve adviseren wij alvorens de voorziening aan te leggen een beter inzicht te verkrijgen in de grondwaterstand. Dit kan door middel van het plaatsen van een peilbuis en deze regelmatig te peilen met een diver. De grondwaterstand verschilt van seizoen tot seizoen en wordt beïnvloed door zomer-/winterpeil, variërende neerslag, lagenopbouw en lokale omstandigheden (aanvoer van grondwater uit hoger gelegen gebieden, grondwateronttrekkingen, kwel en/of inzijging). Het is niet uit te sluiten dat in nattere of drogere jaargetijden een hogere of lagere grondwaterstand kan worden aangetroffen. Exacte vaststelling van de grondwaterpotentialen en fluctuatie hiervan, kan alleen middels frequente en/of langdurige peilbuismetingen worden verkregen.
GA241375.R01.V1.0
8 van 11
3.4 Doorlatendheid Om de doorlatendheid van de bodem ten behoeve van infiltratie te berekenen, zijn zes proeven in de onverzadigde zone uitgevoerd. Daarvan zijn er drie volgens de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet) uitgevoerd voor de horizontale doorlatendheid. Bij de doorlatendheidsproeven worden drie metingen uitgevoerd. De eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is. Bij de volgende twee metingen raakt de grond langzaam verzadigd. De derde meting is meestal maatgevend voor de doorlatendheid. De range van gemeten doorlatendheden is opgenomen in Tabel 3.3. De resultaten van de metingen zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 3.3: Gemeten doorlatendheden
Meting
Traject [m- maaiveld]
Traject [m t.o.v. NAP]
Grondsoort
Doorlatendheid [m/d]
DM01
1,5 – 2,5
+20,5 tot +19,5
Zand middelgrof, silthoudend
4,5 – 15,1
DM02
1,5 – 2,5
+20,6 tot +19,6
Zand middelgrof, silthoudend
0,4 – 1,2
DM03
1,5 – 2,5
+20,5 tot +19,5
Zand middelgrof, silthoudend
0,3 – 4,4
GA241375.R01.V1.0
9 van 11
4 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: • de doorlatendheid groter is dan ca. 0,2 m/d*; • de grondwaterstand dieper dan 0,5 à 0,7 m minus maaiveld aanwezig is; • het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd. *
Infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren.
4.1 Toetsing In Tabel 4.1 zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaats van de metingen. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de eerste eis voldoet. Tabel 4.1: toetsing waterdoorlatendheid conform Cultuurtechnisch Vademecum (2008)
Meting
Traject
Traject [m t.o.v. NAP]
Maatgevende doorlatendheid [m/d]
Classificatie doorlatendheid bodem
Gunstige mogelijkheden voor infiltratie
[m- maaiveld] DM01
1,5 – 2,5
+20,5 tot +19,5
4,5
Goed
Ja
DM02
1,5 – 2,5
+20,6 tot +19,6
0,4
Matig
Ja
DM03
1,5 – 2,5
+20,5 tot +19,5
0,3
Matig
Ja
Aan de tweede eis wordt voldaan aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van ca. 2,5 mmaaiveld ofwel NAP +19,5 m. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn normaliter als volgt: 1. Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m- maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen geroerde, silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. 2.
Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m- maaiveld) middels een open bovengronds systeem zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem.
GA241375.R01.V1.0
10 van 11
3.
Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot ca. 3,5 m- maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Het gekozen infiltratiesysteem dient wel op voldoende afstand van de bestaande en nieuwbouw geprojecteerd te worden.
4.
Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan ca. 3,5 m- maaiveld). Dit kan middels grindpalen naar een dieper niveau. Dit behoort, op basis van de verwachte bodemopbouw op locatie waarschijnlijk tot de mogelijkheden, maar biedt gezien de zandige toplaag en de grondwaterstand op ca. NAP +18,0 m geen of beperkte toegevoegde waarde. Daarnaast dient de doorlatendheid van de diepere ondergrond nog onderzocht te worden.
4.2 Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is matig tot zeer goed. Wij adviseren een infiltratievoorziening in de bovengrond of ondiepe ondergrond aan te leggen, bijvoorbeeld infiltratieveld, wadi, greppel, infiltratiekratten en/of grindkoffers. Infiltratie naar dieper gelegen lagen door gebruik te maken van o.a. grindpalen wordt niet nodig geacht.
GA241375.R01.V1.0
11 van 11
Bijlagen
GA241375.R01.V1.0
Bijlage 1 Situatietekening
GA241375.R01.V1.0
Bijlage 2 Boringen
GA241375.R01.V1.0
Projectnummer:
GA241375
NEN-EN-ISO 14688-1
Projectomschrijving: Nieuwbouw IKC Beesel a/d Sint Antoniusstraat te Beesel
Boring:
B003
Maaiveldhoogte:
21.95
Datum: Reden boring gestopt:
17-12-2024 Einddoel
m. t.o.v. N.A.P.
0.00 0.10 0.20 0.40
21.50 0.60
21.00
1.00
X-coördinaat: 200000,19 Y-coördinaat: 364124,71
Boring:
B004
Maaiveldhoogte:
22.05
Datum: Reden boring gestopt:
17-12-2024 Einddoel
klinker Klinker
22.00
0.00 0.10 0.20
Zand middelgrof, antropogeen, licht geelbruin, Edelmanboor Zand middelgrof, antropogeen, standaardbruin, Edelmanboor Zand middelgrof, siltig, antropogeen, donkergrijs, Edelmanboor
Zand middelgrof, siltig, weinig roest, standaardbruin, Edelmanboor
21.50
Zand middelgrof, lichtbruin, Edelmanboor
klinker Klinker
Zand middelgrof, antropogeen, standaardbruin, Edelmanboor, week
21.00 1.20 1.40
20.50 1.80
1.90
20.00
X-coördinaat: 200024,54 Y-coördinaat: 364150,37
Zand middelgrof, antropogeen, licht geelbruin, Edelmanboor
Zand middelgrof, standaardbruin, Edelmanboor
20.50
m. t.o.v. N.A.P.
Zand middelgrof, siltig, met grind, antropogeen, donkergrijs, Edelmanboor Zand middelgrof, standaardbruin, Edelmanboor Zand middelgrof, siltig, standaardbruin, Edelmanboor
20.00 2.30
19.50
2.50
Boring:
B005
Maaiveldhoogte:
22.02
Datum: Reden boring gestopt:
17-12-2024 Einddoel
22.00
m. t.o.v. N.A.P.
0.00 0.10 0.20
2.50
Zand middelgrof, standaardbruin, Edelmanboor
X-coördinaat: 200059,29 Y-coördinaat: 364167,02
klinker Klinker Zand middelgrof, antropogeen, licht geelbruin, Edelmanboor
21.50
0.60
21.00
1.10
Zand middelgrof, antropogeen, standaardbruin, Edelmanboor Zand middelgrof, siltig, antropogeen, standaardbruin, Edelmanboor, nat! Zand middelgrof, siltig, standaardbruin, Edelmanboor
20.50
20.00
2.10
Zand middelgrof, lichtbruin, Edelmanboor 2.50
Verticale schaal pagina 1 / 1
1: 50
Legenda (conform NEN-EN-ISO 14688-1)
KEIEN (KEITJES)
geur
SILT
KEIEN
geen geur zwakke geur
KEIEN, met grind
matige geur
SILT, met keien (keitjes)
sterke geur KEIEN, met zand
SILT, zwak grindig
KEIEN, met silt
SILT, sterk grindig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie KEIEN, met klei
SILT, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
SILT, sterk zandig
GRIND
uiterste olie-water reactie
GRIND
p.i.d.-waarde
KLEI GRIND met keien (keitjes)
KLEI
>0 >1
GRIND, zwak zandig
KLEI, met keien (keitjes)
>10 >100 >1000
GRIND, sterk zandig
KLEI, zwak grindig
GRIND, siltig
KLEI, sterk grindig
GRIND, kleiig
KLEI, zwak zandig
>10000
monsters
geroerd monster
KLEI, sterk zandig
ZAND
ongeroerd monster ZAND
VEEN (HUMUS, DETRITUS) ZAND, met keien (keitjes)
VEEN
ZAND, zwak grindig
VEEN, zwak zandig
ZAND, sterk grindig
VEEN, sterk zandig
ZAND, siltig kleiig
VEEN, siltig
volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
VEEN, kleiig
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Gemiddeld laagste grondwaterstand
Bijlage 3 Doorlatendheidsmetingen
GA241375.R01.V1.0
Projectnummer: Projectomschrijving: Locatie: Boring: Traject:
GA241375 Nieuwbouw IKC Beesel Sint Antoniusstraat te Beesel B003 ‐ DM003 1,5 m tot 2,5 m ‐maaiveld
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen: kf = 1,15 * r * (log( h0 + r/2 ) - log( h1 + r/2 )) / dt [cm/s]
Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = radius boorgat dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden: Diepte boorgat Standaardhoogte Radius boorgat Niveau grondwater
D: M: R: W:
250 50 3,5 ‐
cm cm cm cm
140
Waterspiegelhoogte (cm +bodem)
120
100
80
60
40
20
0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
Tijd (s) Meting 1
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meetsessie 1 = 100 = 35,5 = 200 = 12,0 1,7E‐04 = ‐2,4E‐03 = 15,1 =
Geonius B.V. 23‐12‐2024
sec cm sec cm m/s m/s m/d
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meting 2
Meetsessie 2 = 150 = 26,9 = 290 = 13,9 7,5E‐05 = ‐9,3E‐04 = 6,5 =
Meting 3
sec cm sec cm m/s m/s m/d
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meetsessie 3 = 200 = 31,5 = 450 = 14,2 5,1E‐05 = ‐6,9E‐04 = 4,4 =
sec cm sec cm m/s m/s m/d
Tel. 088 ‐ 130 06 00 info@geonius.nl
Projectnummer: Projectomschrijving: Locatie: Boring: Traject:
GA241375 Nieuwbouw IKC Beesel Sint Antoniusstraat te Beesel B004 ‐ DM004 1,5 m tot 2,5 m ‐maaiveld
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen: kf = 1,15 * r * (log( h0 + r/2 ) - log( h1 + r/2 )) / dt [cm/s]
Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = radius boorgat dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden: Diepte boorgat Standaardhoogte Radius boorgat Niveau grondwater
D: M: R: W:
250 0 3,5 ‐
cm cm cm cm
Waterspiegelhoogte (cm +bodem)
250
200
150
100
50
0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
Tijd (s) Meting 1
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meetsessie 1 = 500 = 186,8 = 800 = 173,9 4,1E‐06 = ‐4,3E‐04 = 0,4 =
Geonius B.V. 23‐12‐2024
sec cm sec cm m/s m/s m/d
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meting 2
Meetsessie 2 = 500 = 173,2 = 800 = 150,1 8,3E‐06 = ‐7,7E‐04 = 0,7 =
Meting 3
sec cm sec cm m/s m/s m/d
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meetsessie 3 = 500 = 156,6 = 800 = 125,5 1,3E‐05 = ‐1,0E‐03 = 1,1 =
sec cm sec cm m/s m/s m/d
Tel. 088 ‐ 130 06 00 info@geonius.nl
Projectnummer: Projectomschrijving: Locatie: Boring: Traject:
GA241375 Nieuwbouw IKC Beesel Sint Antoniusstraat te Beesel B005 ‐ DM005 1,5 m tot 2,5 m ‐maaiveld
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen: kf = 1,15 * r * (log( h0 + r/2 ) - log( h1 + r/2 )) / dt [cm/s]
Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = radius boorgat dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden: Diepte boorgat Standaardhoogte Radius boorgat Niveau grondwater
D: M: R: W:
250 0 3,5 ‐
cm cm cm cm
140
Waterspiegelhoogte (cm +bodem)
120
100
80
60
40
20
0 0
100
200
300
400
500
600
700
800
Tijd (s) Meting 1
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meetsessie 1 = 350 = 23,4 = 450 = 17,1 5,0E‐05 = ‐6,3E‐04 = 4,4 =
Geonius B.V. 23‐12‐2024
sec cm sec cm m/s m/s m/d
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meting 2
Meetsessie 2 = 400 = 75,0 = 800 = 57,5 1,1E‐05 = ‐4,4E‐04 = 1,0 =
Meting 3
sec cm sec cm m/s m/s m/d
t0 h0 t1 h1 kf rc k
Meetsessie 3 = 200 = 106,2 = 800 = 93,8 3,5E‐06 = ‐2,1E‐04 = 0,3 =
sec cm sec cm m/s m/s m/d
Tel. 088 ‐ 130 06 00 info@geonius.nl
Bijlage 4 Sondering
GA241375.R01.V1.0
Conusweerstand (qc) in MN/m2=MPa +25
2
4
6
8
10
12
M.V. :
Wrijvingsgetal: 100 * fs/qc (%) 14
16
18
20
10 9
8
7
6
5
4
3
2
+21.97 m N.A.P.
+24 +23 +22 +21 1
+20 +19 +18
Diepte in m. t.o.v. N.A.P.
+17 +16 1
+15 +14 +13 +12 +11
35.2--> 3
+10
40.2--> 34.1--> 37.1-->
+9 +8 3
+7
40.3-->
+6 +5 +4 +3 RD-coordinaten:
+2
x-coordinaat: 200025.120 y-coordinaat: 364142.040
+1 0.05
0.1
0.15
0.2
0.25
0.3
GEONIUS www.geonius.nl E-mail: info@geonius.nl
Tel.: 088-1300600
0.35
0.4 0.45 pagina 1 van 1
Helling (Gr) Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1, klasse 2 Type: TE1 Datum
Plaatselijke wrijving (fs) in MN/m2=MPa
Project : Nieuwbouw IKC Beesel Locatie : a/d Sint Antoniusstraat te Beesel
x
Conus
: 17-12-2024 : S15-CFI.1878
Opdracht : GA241375 Sondering : SW02
1