Gemeentelijk rioleringsplan Beesel 2023-2027
Tekst van het document
Gemeentelijk rioleringsplan Beesel 2023 - 2027 GRP 2023 - 2027 30 augustus 2022
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Verantwoording Titel
Gemeentelijk rioleringsplan Beesel 2023 - 2027
Opdrachtgever
Gemeente Beesel
Projectleider
Leon Droppert
Auteur(s)
Jody Hofstede – Elzinga en Gwendolijn Vugs
Projectnummer
1283262
Aantal pagina’s
422
Datum
30 augustus 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Ekkersrijt 4008 Postbus 1680 5602 BR Eindhoven T +31 40 23 25 55 0 E info.eindhoven@tauw.com
2/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Inhoud 0
Bestuurlijke samenvatting.......................................................................................................... 5
1
Inleiding ................................................................................................................................... 11
2
3
1.1
Aanleiding en doelstelling ................................................................................................ 11
1.2
Geldigheidsduur ............................................................................................................... 12
1.3
Procedure ......................................................................................................................... 13
1.4
Leeswijzer ........................................................................................................................ 13
Evaluatie GRP Beesel 2018 – 2022 ........................................................................................ 13 2.1
Algemeen ......................................................................................................................... 13
2.2
Zorgplichten ..................................................................................................................... 13
2.3
Beheer en onderhoud ...................................................................................................... 15
2.4
Samenwerking ................................................................................................................. 16
2.5
Personele bezetting ......................................................................................................... 16
2.6
Financiën .......................................................................................................................... 16
Ambities en doelen .................................................................................................................. 17 3.1
We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten ................................................... 17
3.2
Afvalwater ........................................................................................................................ 20
3.3
Hemelwater ...................................................................................................................... 20
3.3.1
Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering ...................................... 20
3.3.2
Duurzame omgang met hemelwater ......................................................................... 21
3.3.3
Klimaatadaptatie/ Raakvlakken met hitte en droogte ................................................ 23
3.4
Grondwater ...................................................................................................................... 24
3.5
Oppervlaktewater ............................................................................................................. 25
3.6
Doelmatig beheer ............................................................................................................. 25
3.7
Samenwerking ................................................................................................................. 26
3.7.1 4
Participatie ................................................................................................................ 27
Strategie en maatregelen ........................................................................................................ 27 4.1
Toetsing huidige situatie .................................................................................................. 27
4.2
Speerpunten ..................................................................................................................... 30
4.3
Maatregelen ..................................................................................................................... 31
4.3.1
Onderzoek................................................................................................................. 31
3/42
Kenmerk
5
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
4.3.2
Beheer rioleringsgegevens bij nieuwe aanleg .......................................................... 31
4.3.3
Objectgerichte maatregelen ...................................................................................... 32
4.3.4
Systeemgerichte maatregelen .................................................................................. 34
Middelen .................................................................................................................................. 36 5.1
Personele middelen ......................................................................................................... 36
5.2
Financiële middelen ......................................................................................................... 36
5.2.1
Vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen ................................................. 37
5.2.2
Totale lasten.............................................................................................................. 37
5.2.3
Rioolheffing en totale baten ...................................................................................... 38
5.2.4
Voorziening ............................................................................................................... 39
5.3
Kostendekking .................................................................................................................. 39
5.3.1
Uitgangspunten kostendekking ................................................................................. 39
5.3.2
Uitgangspunten Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ................................... 40
5.3.3
Bepaling rioolheffing.................................................................................................. 41
Bijlage 1
Ligging wadi’s
Bijlage 2
Overzicht overstorten
Bijlage 3
Brief waterschap overstorten
Bijlage 4
Personele middelen
Bijlage 5
Financiële middelen
Bijlage 6
Heffingsberekening
4/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
0 Bestuurlijke samenvatting Een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft, als verplichte planvorm, op hoofdlijnen hoe de gemeente invulling geeft aan de rioleringszorg. Het betreft een visie en strategie voor de lange termijn. Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg. Het GRP geeft invulling aan de gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast is invulling gegeven aan de doelen ten aanzien van de klimaatopgave, bescherming van de volksgezondheid en de waterkwaliteit. Het nieuwe GRP heeft een geldigheidsduur van vijf jaar van 2023 tot met 2027. Voor verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht treedt in 2023 de Omgevingswet in werking. Hiermee komen de Wet milieubeheer en de Waterwet te vervallen. Deze wetswijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. De gemeente Beesel kiest ervoor om elke 5 jaar een beleidsstuk zoals het GRP op te stellen, vanwege de directe relatie tussen gemeentelijke watertaken en de rioolheffing (financiën en personele inzet). Evaluatie De gemeente heeft de meeste maatregelen uit het GRP 2018 – 2022 uitgevoerd of de maatregelen zijn uitgesteld doordat de objecten kwalitatief nog niet aan vervanging toe waren. Naast de maatregelen uit het GRP is ook een aantal maatregelen gezamenlijk opgepakt in de samenwerkingsregio Noord-Limburg.
De gemeente heeft, als voorbeeldfunctie, het dakoppervlak van de brandweerkazerne, het gemeentehuis, de gemeentewerf en de gymzaal afgekoppeld van de gemengde riolering. Daarnaast zijn diverse voorzieningen aangelegd om (schoon) hemelwater in de bodem te infiltreren. Verder hebben particulieren hun eigen verhard oppervlak afgekoppeld door gebruik te maken van de subsidieregeling. Hiermee is in de planperiode 2,66 ha privaat verhard oppervlak afgekoppeld. In de wijken Spoorkamp en Hazenkamp is gekozen voor afkoppelen door open bestrating in parkeervakken en het plaatsen van infiltratiekolken, omdat de kwaliteit van de riolering nog te goed was om deze te vervanging bij de wijkherinrichtingsprojecten. Tot 2022 werd de personele bezetting als krap ervaring. Sinds begin 2022 is de benodigde personele bezetting ingevuld en zal de werkdruk naar verwachting afnemen. Op dit moment is er 1,6 fte beschikbaar voor de binnendienst, waarvan 0,1 fte medewerker financiën. Voor de buitendienst is 1,3 fte beschikbaar. Dit is inclusief 0,3 fte voor de bestuurder van de veegmachine. In september 2019 heeft een Raadsvergadering plaats gevonden waarin de wijze van doorbelasting van de BTW van de rioolheffing centraal stonden. Directe aanleiding hiervoor was de afwijking tussen het GRP en hoe dit in de financiële administratie van de gemeente werd verwerkt.
Naar aanleiding van dit overleg is besloten de BTW mee te nemen conform opgenomen in het GRP 2018 – 2022 (over exploitatie, onderzoeken en investeringen) en de te veel aan doorbelaste BTW aan de bewoners terug te geven in de vorm van een korting op de rioolheffing.
5/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
In 2022 is deze korting à EUR 36,00 voor het laatst in mindering gebracht op de rioolheffing. In 2023 is de rioolheffing weer terug op het oorspronkelijke tarief van EUR 162,00. Door het geven van de korting op de rioolheffing neemt de stand van de egalisatievoorziening af. Conform het vorige GRP zou de stand van de voorziening op 1 januari 2022 EUR 4.396.840 zijn. Door de gegeven korting is de stand afgenomen tot EUR 3.666.398. Ambities en doelen In het nieuwe GRP continueren we het beleid van de afgelopen jaren. Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Bij nieuwbouwlocaties (in- of uitbreidingsplannen) kiezen wij voor het toepassen van duurzame systemen, waarbij het afvalwater en hemelwater gescheiden blijft. De gemeente kiest waar mogelijk voor het vasthouden en infiltreren van hemelwater. Enerzijds om de grondwaterstanden te verhogen en anderzijds omdat afvoer naar oppervlaktewater niet altijd mogelijk is. Bij vervanging van gemengde riolering, leggen wij waar doelmatig een IT-riool waarmee we het hemelwater kunnen infiltreren. Daarnaast kijken we bij herinrichting van groen of we deze ook kunnen gebruiken als waterberging of voor klimaatmaatregelen. Verder willen we ‘overbodig’ grijs omvormen naar groen.
Bovengrondse oplossingen hebben de voorkeur vanuit kostenaspect, bewustwording en koppeling met vergroening en biodiversiteit. Met als doel in 2050 klimaatbestendig te zijn en al onze overstorten gesaneerd te hebben. Deze ambitie was in het vorige GRP nog niet als dusdanig meegenomen. De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het afstromend hemelwater op eigen terrein. Vanwege de bodemopbouw willen we zoveel mogelijk inzetten op berging en infiltratie in de ondergrond. Bij nieuwbouw moet de particulier het hemelwater (minimaal 60 mm) verwerken in een voorziening op eigen terrein. Deze voorziening moet een bovengrondse overloop naar openbaar terrein hebben. In gebieden met drukriolering en bij gebruik van een IBA moet de perceeleigenaar al het hemelwater op eigen perceel zelf verwerken. In het beheergebied van de gemeente is in stedelijk gebied geen sprake van te hoge grondwaterstanden. Over het algemeen zijn de grondwaterstanden laag. Om de gevolgen van droogte te beperken, willen we zoveel mogelijk schoon hemelwater in de bodem infiltreren. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied geven wij hier samen met waterschap Limburg actief sturing aan, zeker voor wat betreft de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater in relatie tot het watersysteem.
Wij vinden het belangrijk om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te betrekken om mee te denken en te doen in projecten en voorstellen. We willen de projecten in samenspraak met de omgeving oppakken om zo een klimaatbestendige leefomgeving te realiseren.
6/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Toetsing huidige situatie Het algemene beeld van de kwaliteit van de vrijvervalriolering is dat deze in goede staat is. Wel zien we voor de toekomst een vervangingspiek aankomen. Reparatie- en renovatie werkzaamheden blijven nodig om het gewenste kwaliteitsniveau te behouden. De gemeente beschikt hiervoor over een actueel beheerbestand geschikt voor het dagelijks beheer en onderhoud van de riolering. Uit de hydraulische berekening blijkt dat bij bui C2050 T=10H, met een herhalingstijd van 10 jaar, water op straat wordt berekend op tien locaties. Op een aantal locaties is de berekende overlast dusdanig dat maatregelen noodzakelijk zijn. Deze maatregelen staan op de planning voor de planperiode. Strategie De strategie voor de komende planperiode is met name gericht op: Beheer(gegevens) op orde: Het op orde brengen van de beheerdata en de processen met betrekking tot rioolbeheer (cyclisch inspecteren, beoordelen, maatregelen opstellen en
uitvoeren) Inzicht in watersysteem Beesel: Inzicht krijgen in het (afval)watersysteem en helder in beeld brengen waar samenwerking nodig is om ons doel te behalen. We nemen hierin een
proactieve regierol in water- en klimaatgerelateerde zaken op het grondgebied van de gemeente Opstellen meerjarenplanning integrale wijkaanpak: Opstellen meerjarenplanning waarbij we
wijken integraal aanpakken. Hierbij krijgt de ondergrondse herinrichting (aanleg IT-riool en energietransitie) een belangrijke rol Waterkwaliteit: Saneren van externe overstorten
Klimaatadaptief & biodivers: Fysieke omgeving klimaatadaptief en waterrobuust inrichten (conform DPRA) Inpassen omgevingsvisie: Inpassing van het beleid uit de omgevingsvisie “Water en bodem
meer sturend in de ruimtelijke ontwikkeling” in onze dagelijkse werkzaamheden Samenwerken: We continueren onze samenwerking binnen regionale samenwerkingen Pragmatische aanpak: We kiezen voor een pragmatische aanpak: het rioolstelsel moet werken
Financiën Onderdeel van het GRP is een kostendekkingsberekening. Het doel van deze berekening is een onderbouwde prognose te maken voor het verloop van de rioolheffing in de toekomst. Hoewel een zo goed mogelijke benadering is nagestreefd van het toekomstige verloop van de uitgaven en inkomsten, blijft dit vooral het bepalen van de trend naar de toekomst. De totale lasten in de planperiode bedragen totaal circa EUR 7,2 miljoen. In figuur 0.1 zijn de lasten op langere termijn weergegeven. De totale lasten over de beschouwde periode van 70 jaar (2022 – 2091) bedragen circa EUR 172 miljoen.
7/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Figuur 0.1 Totale lasten over periode 70 jaar (excl. Inflatie)
Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken, heft de gemeente rioolheffing. De rioolheffing is een vast bedrag per perceel. Voor het behouden van een kostendekkend tarief is de volgende stijging van de rioolheffing in de planperiode noodzakelijk. Tabel 0.1 Verloop rioolheffing (rekentarief) in planperiode Jaar
Rioolheffing [EUR]
Stijging* [EUR]
2022
126.00
2023
162.00
36.00**
2024
167.00
5.00
2025
177.00
10.00
2026
187.00
10.00
2027
197.00
10.00
* Stijging ten opzichte van voorgaand jaar. ** Stijging benodigd om op de oorspronkelijke heffing van EUR 162,00 uit te komen (correctie korting uit 2022)
8/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Met de voorgestelde heffing is het tarief meerjarig kostendekkend. De stijging van de rioolheffing is hoofdzakelijk het gevolg van de klimaatwijzigingen en bijbehorende ambities. De stijging staat los van het huidige kwaliteitsniveau van de riolering. Kleine schommelingen in het tarief worden geëgaliseerd met de egalisatievoorziening. Het saldo van de egalisatievoorziening kan in de toekomst nodig zijn voor bijvoorbeeld onderzoek, een rentestijging of onvoorziene aanvullende investeringen, zoals meekoppelkansen zonder de rioolheffing tussentijds aan te passen. De tarieven dienen jaarlijks met de optredende inflatie te worden geïndexeerd. In bijlage 7 zijn de resultaten van de heffingsberekening opgenomen. In figuur 0.2 is het verloop van inkomsten, lasten, saldo voorziening over een periode van 70 jaar weergegeven. In figuur 0.3 staat het verloop van de rioolheffing over deze periode.
Figuur 0.2 Verloop inkomsten, lasten, saldo voorziening
9/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Figuur 0.3 Verloop rioolheffing
10/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
1 Inleiding Binnen de gemeentelijke voorzieningen speelt de riolering een prominente rol. Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast, het verminderen van effecten van klimaatveranderingen en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Voldoende redenen om op dit punt goede afspraken vast te leggen en te zorgen voor een goede financiële dekking. In het voorliggend Gemeentelijk Rioleringsplan 2023 – 2027 is, voor een periode van vijf jaar, het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Beesel vastgelegd.
1.1
Aanleiding en doelstelling
De wettelijke basis van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is vooralsnog vastgelegd in drie wetten namelijk:
De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm artikel 10.33). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. In dit GRP moet inzichtelijk zijn gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud hiervan gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging en/of verbetering. In de
Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater vastgelegd De Waterwet is sinds 2009 in werking getreden en beschrijft het brede pakket aan zorgtaken
van de gemeente. Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor hemelwater en grondwater De wettelijke kaders rond de rioolheffing zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Uitgangspunt hierbij is dat de totale rioolheffing nooit meer mag bedragen dan het bedrag dat nodig is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater
Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht vervangt de Omgevingswet (naar verwachting per 1 januari 2023) het voor wat betreft stedelijk water en riolering de Wet milieubeheer en de Waterwet. Deze wetwijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. Daarnaast worden drie nieuwe instrumenten geïntroduceerd, zie figuur 1.1. De gemeente Beesel kiest ervoor om elke 5 jaar een beleidsstuk zoals het GRP op te stellen, vanwege de directe relatie tussen gemeentelijke watertaken en de rioolheffing (financiën en personele inzet).
11/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Huidig vGRP Zorgplichten
Omgevingswet omgevingsvisie
Doelen Maatregelen Middelen Instrumenten (verordeningen)
omgevingsprogramma
omgevingsplan
Figuur 1.1 Toelichting toekomstige vorm waterbeleid in Omgevingswet
Voorliggend plan geeft een verdieping op hoe wij invulling geven aan de zorgplichten voor nu, maar ook voor de lange termijn en geeft aan hoe klimaatadaptatie hier binnen past. Voorliggend GRP beschrijft de ambitie met de daarbij behorende strategie voor de planperiode 2023 – 2027 en verder. Daarnaast is in dit plan vastgelegd welke personele en financiële middelen nodig zijn om deze strategie te kunnen realiseren. Hiermee waarborgen we de continuïteit van de rioleringszorg, in lijn met de eisen uit de wetgeving. Klimaat Klimaat is het overkoepelende thema dat raakvlakken heeft met alle zorgtaken die in dit GRP aan bod komen. Dit GRP is uitgesplitst naar zorgtaken, maar we benaderen alle projecten integraal voor het totale systeem. Dit houdt in dat we niet alleen kijken naar de riolering in de ondergrond, maar ook kijken naar maatregelen in de openbare ruimte. We zoeken naar mogelijkheden om emissies te verlagen en energieverbruik te beperken. Waar mogelijk voegen we meerdere functies samen in één project. Zo draagt afkoppelen van verhard oppervlak bij aan het tegengaan van droogte, het voorkomen van wateroverlast en het beperken van emissies en verontreinigingen van oppervlaktewater. Bij het maken van een waterberging zoeken we combinaties met spelen, biodiversiteit en het creëren van schaduwplekken.
1.2
Geldigheidsduur
Voorliggende actualisatie van het GRP heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, van 2023 tot en met 2027. Een GRP opstellen voor een langere termijn is niet wenselijk omdat belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals: Wijzigingen in (nieuwe) wetgeving of (Europees) beleid
Ervaringen op diverse vlakken, waaronder de samenwerking (afval)waterketen en ontwikkelingen in (afval)waterketen Afwijkingen bij inkomsten, uitgaven of het vermogensbeheer
12/42
Kenmerk
1.3
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Procedure
Na de vaststelling van het GRP door de gemeenteraad sturen we het GRP voor een formele reactie naar Waterschap Limburg. Daarnaast versturen we het GRP conform artikel 4.23 lid 2 van de wet milieubeheer aan de gedeputeerde staten. De vaststelling is bekend gemaakt in op de website van de gemeente en in digitaal magazine ‘Puik’ (https://www.puiklokaal.nl). Hierbij is aangegeven op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 ‘Evaluatie GRP Beesel 2018 – 2022’ is de evaluatie van de afgelopen planperiode beschreven. In hoofdstuk 3 ‘Ambities en doelen’ is aangegeven op welke manier we invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten. Dit vormt de basis voor de op te stellen strategie voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 ‘Strategie en maatregelen’ zijn, op basis van een toetsing van de huidige situatie, de ambities en doelen vertaald naar een concrete strategie voor de komende planperiode. Tot slot is in hoofdstuk 5 ‘Middelen’ aangegeven welke middelen, op zowel het personele als financiële vlak benodigd zijn om de strategie tot uitvoering te brengen.
2 Evaluatie GRP Beesel 2018 – 2022 In dit hoofdstuk is teruggekeken op de planperiode van het vorige GRP: 2018 – 2022. Daarbij is gekeken in hoeverre de ambities uit het vorige GRP zijn behaald of de strategie heeft gewerkt en welke invloed dit had op de kostendekking.
2.1
Algemeen
Het GRP heeft goed gefunctioneerd. De gemeente was erg tevreden over de leesbaarheid en de herleidbaarheid van het stuk. In de komende planperiode willen wij voortborduren op het beleid van GRP 2018-2022.
2.2
Zorgplichten
Stedelijk afvalwater
Werkzaamheden riolering: in de planperiode zijn de volgende projecten uitgevoerd: Vervanging riolering Heyackerstraat Vervanging riolering Karel Doormanlaan -
Aanpassing wervelventielen (KRW) Renovatie hoofgemalen bergbezinkbassin Aanpak hydraulische knelpunten in Reuver
Vervangen huis- en kolkaansluitleidingen in Pastoor Rijnderslaan Meten overstorten: de gemeente beschikt over een mobiele meeteenheid waarmee de overstorten worden bemeten. Hierbij is met name gekeken naar de kwaliteit van het overstortende water, maar ook de kwantiteit is in beeld gebracht. In de planperiode is gemeten bij twee overstorten (Beekstraat in Beesel en Klaashofweg in Reuver). De meetgegevens gebruiken we om doelmatige maatregelen voor de overstort te bepalen
13/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Onderzoek RTC-sturing rioolgemalen: in de planperiode is een onderzoek uitgevoerd naar de
mogelijkheden voor RTC-sturing van rioolgemalen. Door aangepaste aansturing van de gemalen beperken we de hoeveelheid rioolwater die in de kwetsbare Huilbeek komt Zeef bij overstort: bij de overstort aan de Beekstraat is een zeef geplaatst om te voorkomen
dat toiletpapier en ander vuil in de groene berging terecht komen. Na elke overstorting wordt de zeef schoongespoten om het functioneren te garanderen Kwaliteit riolering: de kwaliteit van de riolering is dusdanig goed dat meekoppelen met
wegrenovaties niet altijd doelmatig is. Aanpak van riolering is van wijkniveau naar aanpak op straatniveau veranderd Bouwkundige vervanging gemalen: de geplande vervangingen van gemaal Bosdael en gemaal Bussereindseweg zijn niet uitgevoerd omdat de bouwkundige kwaliteit nog goed genoeg is. Beide vervangingen zijn verschoven naar 2027
Hemelwater
Wateroverlast: de gemeente heeft in de afgelopen planperiode geen wateroverlast ervaren als gevolg van extreme neerslag. Aan de Keulseweg in Reuver is een locatie waarbij 3 woningen ongeveer elke 15 jaar wateroverlast in de woning hebben. De gemeente heeft bovenstrooms een speelkuil aangelegd om water in te bergen. Daarnaast is bij de ontwikkeling ‘Oppe Brik’ het terrein van de voormalige Greswarenfabriek opnieuw ingericht. Het regenwater voert nu niet meer af richting de Keulseweg, maar wordt geborgen in wadi’s. De verwachting is dat de
overlast ter plaatse van de woningen aan de Keulseweg afneemt door deze maatregelen Afkoppelen openbare gebouwen: de gemeente koppelt, vanuit een voorbeeldfunctie, dakoppervlak van openbare gebouwen af. In de planperiode zijn het dak van de brandweerkazerne, het gemeentehuis, de gemeentewerf en de gymzaal afgekoppeld. De gemeente heeft ook gekeken naar het afkoppelen van zalencentrum “De Schakel”, maar dit bleek niet doelmatig
Infiltreren hemelwater: in de Kerstenbergweg en de Heijackerstraat is een IT-riool aangelegd. Via dit riool kan afgekoppeld hemelwater in de bodem infiltreren. Ook is een wadi aangelegd langs de Burgemeester Claessenstraat
Afkoppelen binnen Waterklaar: gemeente Beesel is, samen met gemeente Bergen, koploper op het gebied van afkoppelen. Het laaghangend fruit is inmiddels weg, maar particulieren dienen nog steeds aanvragen in om gebruik te maken van de subsidieregeling voor het
afkoppelen van verhard oppervlak. In de planperiode is 2,66 ha privaat verhard oppervlak afgekoppeld Spoorkamp en Hazenkamp: de kwaliteit van de riolering in de wijken Spoorkamp en Hazenkamp was nog te goed om deze te vervangen bij de wijkherinrichtingsprojecten. Om toch een deel van het verhard oppervlak te kunnen afkoppelen is gekozen voor open bestrating in parkeervakken en het plaatsen van infiltratiekolken. Via deze kolken, die een
koppeling hebben met het gemengde riool, kan een deel van het hemelwater infiltreren Berging binnen wegprofiel: in de Kerstenbergweg heeft de gemeente bij een herinrichtingsproject een hol wegprofiel met trottoirbanden aangelegd om daarmee berging binnen het wegprofiel te creëren
14/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Afkoppelvisie: het beleid rond afkoppelen nemen we mee in de klimaatstresstesten en
risicodialogen, hierdoor is het opstellen van de afkoppelvisie vervallen Projecten: in de planperiode zijn de volgende projecten uitgevoerd: Aanpassing afvoerrichting wadi Offenbeker Bemden -
Aanleg groene berging in de Beekstraat in Beesel
Grondwater
Grondwaterstand: de grondwaterstanden zijn over het algemeen laag binnen het stedelijk gebied van de gemeente. Het waterschap heeft een aantal stuwen in het buitengebied geplaatst, waardoor de grondwaterstand iets is verhoogd en meer water wordt vastgehouden in het gebied. In stedelijk gebied is geen sprake van droogteschade
Overig
KRW-doelstellingen: in de afgelopen planperiode heeft de gemeente zich door het afkoppelen van verhard oppervlak ingezet voor het behalen van de KRW-doelstellingen. Deze aanpak zetten we voort. In 2023 bepalen we of er aanvullende maatregelen nodig zijn
Voorlichting: op het gebied van communicatie en voorlichting richting burgers sluit de gemeente aan bij de communicatie vanuit de regio. Via Waterklaar is geïnformeerd over ontstenen, vergroenen en afkoppelen. Daarnaast werkt de afdeling Communicatie van de
gemeente aan een filmpje over berging in de holle weg Participatie: bij integrale werkzaamheden zoals wegreconstructie of herinrichtingsprojecten zijn informatieavonden gehouden waarin bewoners zijn geïnformeerd en waarin zij hun stem konden geven in het project
2.3
Beheer en onderhoud
Beheersysteem: de gemeente heeft een actueel overzicht van de riolering. Wijzigingen zijn binnen een half jaar bijgewerkt in beheersysteem Kikker Inspectiecyclus: de gemeente inspecteert jaarlijks 10 % van de vrijvervalriolering. Hierdoor
heeft de gemeente een goed beeld van de kwaliteit van de riolering. Leidingen met een lozingspunt vanuit drukriolering zijn vaker geïnspecteerd Inspectieresultaat: alle inspectieresultaten zijn beoordeeld en gekoppeld aan het
beheersysteem. Eventueel benodigde maatregelen zijn uitgevoerd of staan op de planning. Het algemene beeld is dat het stelsel een goede kwaliteit heeft Reinigen: aanvullend op de jaarlijkse reinigings- en inspectiecyclus zijn de zinkers elk jaar
gereinigd Meldingen: meldingen en klachten komen binnen via het klant- en contactcentrum (KCC). Over het algemeen zijn er weinig problemen met de riolering. Af en toe ontvangen wij meldingen van verstopte huisaansluitingen. Deze verstoppingen worden vaak veroorzaakt door wortel-ingroei van bomen die boven de huisaansluitingen staan
15/42
Kenmerk
2.4
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Samenwerking
Waterketenplan 2021-2025 In 2021 is, binnen waterpanel Noord, een waterketenplan 2021-2025 opgesteld met daarin ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord-Limburg. Het plan omvat een uitgebreid uitvoeringsprogramma met acties op thema’s als waterberging, afvalwater in buitengebied, meten en monitoren, lozingsroutes en stresstesten en risicodialogen. We willen graag aan de slag met de thema’s die zijn opgenomen in het plan, maar door de lange doorlooptijd van de specifieke projecten is dit beperkt gelukt in de afgelopen planperiode. Een van de thema’s waar we wel mee aan de slag zijn, zijn de afkoppelsubsidies via Waterklaar. Binnen de samenwerking is een analyse gemaakt om regionaal invulling te geven aan metendata-rekenen. Daarnaast is een gezamenlijk bestek gemaakt voor reinigen en inspecteren. Op basis hiervan zijn tarieven afgesproken waarvoor de werkzaamheden worden uitgevoerd. De gemeenten geven afzonderlijk opdracht voor uitvoer van de werkzaamheden.
2.5
Personele bezetting
Volgens de analyse van de benodigde personele middelen die in 2021 is uitgevoerd, is er 1,5 fte nodig voor de binnendienst (inclusief afhandeling stimuleringsregeling Waterklaar) en 0,9 fte voor de buitendienst. De fte’s voor de binnendienst zijn inclusief PL-taken voor het in uitvoering brengen van projecten, de kosten hiervoor zijn als VAT-kosten onderdeel van de investeringsbudgetten. Tot 2022 werd de personele bezetting als krap ervaring. Sinds begin 2022 is de benodigde personele bezetting ingevuld en zal naar verwachting de werkdruk afnemen. Op dit moment is er 1,6 fte beschikbaar voor de binnendienst, waarvan 0,1 fte medewerker financiën. Voor de buitendienst is 1,3 fte beschikbaar. Dit is inclusief 0,3 fte voor de bestuurder van de veegmachine. De afgelopen periode is wel gebleken dat taken op het gebied van samenwerking en klimaat steeds meer tijd vragen.
2.6
Financiën BTW: conform het BTW-compensatiefonds is het toegestaan om bij de berekening van een kostendekkend tarief voor de rioolheffing de compensabele BTW als kosten mee te rekenen. In het vorige GRP is deze BTW-compensatie doorgerekend over zowel de exploitatie en de onderzoeken als nieuwe investeringen. In de financiële administratie van de gemeente is, in de periode 2003 t/m 2018, echter alleen de BTW over de exploitatie en de onderzoeken meegenomen. Door deze administratieve handeling is ieder jaar bij de afrekening in de jaarrekening meer geld aan de egalisatievoorziening toegevoegd dan voorzien was in het GRP, te weten de BTW over de investeringen. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd en in 2019 is besloten dit bedrag in de vorm van een korting op de rioolheffing terug te geven aan de bewoners. De korting is verrekend met de rioolheffing in 2020, 2021 en 2022
Rioolheffing: volgens de kostendekkingsberekening uit het vorige GRP was een rioolheffing van EUR 162,00 nodig in de gehele planperiode
16/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Door het toepassen van bovengenoemde korting was de rioolheffing:
EUR 78,00 in 2020 EUR 102,00 in 2021 EUR 126,00 in 2022
Stand voorziening: door het geven van de korting op de rioolheffing neemt de stand van de egalisatievoorziening af. Conform het vorige GRP was de stand van de voorziening op 1 januari 2022 EUR 4.396.840. Door de gegeven korting was de daadwerkelijke stand EUR 3.666.398 Vervangingsplanning: bij de financiële actualisatie in 2020 is een nieuwe vervangingsplanning voor de vrijvervalriolering opgesteld. In het vorige GRP is uitgegaan van een planning op basis van de kwaliteit van de riolering in het programma Kikker, waarmee vooral de vervangingen op korte termijn in beeld waren gebracht. Om de planning op lange termijn beter in beeld te brengen is vanaf 2020 gerekend met een vervangingsplanning op basis van aanlegjaar en technische levensduur (een cyclische benadering). Hierdoor verdelen we de investeringen gelijkmatiger over de vervangingsperiode en voorkomen we een piek van circa 2,5 miljoen/jaar in de periode 2068 t/m 2077
3 Ambities en doelen Dit hoofdstuk beschrijft de ambities en doelen die de gemeente wil bereiken. Hierbij is eerst ingegaan op de algemeen geldende doelen en invulling van de zorgplichten, die vervolgens zijn geconcretiseerd per thema.
3.1
We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten
De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). Afvalwater Vanuit de Wet milieubeheer (artikel 10.33) heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transport van afvalwater. We houden hierbij vast aan de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater zoals opgenomen in artikel 10.29a Wm. Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater a. b. c.
Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen
d.
nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) getransporteerd
e.
Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (bijvoorbeeld bedrjjfsafvalwater) wordt hergebruikt (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron)
17/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
f.
Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt
g.
lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt als stedelijk afvalwater1 ingezameld en naar een RWZI getransporteerd
In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd en worden onderhouden zoals beschreven in dit GRP. Hemelwater Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben wij de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de perceeleigenaar ligt. De perceeleigenaar draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is (te hoge grondwaterstand en/of slechte infiltratiecapaciteit van de bodem), nemen wij de zorgplicht op een doelmatige manier over. Onze visie op verantwoordelijkheden hemelwater
De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het afstromend hemelwater op eigen terrein. Vanwege de bodemopbouw willen we zoveel mogelijk inzetten op berging en infiltratie in de ondergrond. Als wij redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kunnen eisen het hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen, zorgen wij voor een geschikte voorziening voor de afvoer van het hemelwater, mits dit op een doelmatige manier kan.
Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer (projectontwikkelaar, particulier of gemeente) verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van het hemelwater en het hydrologisch neutraal houden van de ruimtelijke ontwikkeling. Onder nieuwbouw verstaan we zowel, uitbreidingen als inbreidingslocaties en aanbouw aan bestaande bouw.
Bij nieuwbouw dient elke woning of elk gebouw toekomstgericht al het hemelwater op eigen perceel te bergen en te verwerken, zonder daarbij schade aan te brengen aan aangrenzende percelen. Elk perceel dient minimaal 60 mm per m2 verhard oppervlak te kunnen bergen. Deze berging dient binnen 24 uur weer volledig beschikbaar te zijn en moet een bovengrondse overloop naar openbaar terrein hebben. In gebieden met drukriolering en bij gebruik van een IBA moet de perceeleigenaar al het hemelwater op eigen perceel zelf verwerken.
1
Stedelijk afvalwater is ‘huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.’
18/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Grondwater In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend karakter hebben. De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervullen. Gemeente, particulier, waterschap en provincie behouden dus ieder hun eigen verantwoordelijkheid. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. Onze visie op verantwoordelijkheden grondwater
Verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar:
De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het tegen gaan van grondwateroverlast op eigen terrein.
De eigenaar moet zelf zorgen, volgende de bouwregelgeving, dat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain vochtdicht zijn.
Verantwoordelijkheden provincie en waterschap Limburg:
De provincie Limburg en waterschap Limburg verlenen beide vergunningen voor grondwateronttrekkingen
Waterschap Limburg beheert daarnaast het oppervlaktewaterpeil, dit beïnvloedt lokaal de grondwaterstanden.
Verantwoordelijkheden gemeente:
Wij vervullen de regierol en zijn in die hoedanigheid eerste aanspreekpunt
Treffen van maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand en indien het treffen van maatregelen doelmatig is.
Overig Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied geven wij hier samen met waterschap Limburg actief sturing aan, zeker voor wat betreft de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater in relatie tot het watersysteem. Wij streven naar doelmatigheid en het treffen van doelmatige maatregelen. Wij verstaan hier het volgende onder: Inspanningen en uitgaven dragen daadwerkelijk bij aan de realisatie van het beoogde doel en de kosten staan in verhouding tot de opbrengsten, zolang de lokale situatie dit toelaat (dit blijft maatwerk)
19/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Opbrengsten zijn meer dan alleen financieel (zoals vermeden schadekosten), maar ook de
maatschappelijk opbrengsten die niet in geld zijn uit te drukken Daarnaast maken we een afweging tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen en/of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds
3.2
Afvalwater
Inzamelen en transport afvalwater Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Uitgangspunt is dat wij afvalwater afzonderlijk van hemel- en grondwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI tenzij: 1. Er (nog) geen aanleiding is om de bestaande gemengde riolering te vervangen 2. 3.
Het technisch niet mogelijk is qua ruimte, ondergrond, grondwaterstand en/of bebouwing Het niet doelmatig is
Bij nieuwbouwlocaties (in- of uitbreidingsplannen) kiezen wij voor het toepassen van duurzame systemen, waarbij het afvalwater en hemelwater gescheiden blijft. Het afvalwater sluiten we aan op de gemeentelijke riolering. Hierbij maken wij geen onderscheid tussen binnen of buiten de bebouwde kom gelegen percelen. Aansluiting op de riolering vindt plaats conform het bouwbesluit. Emissiereductie De gemeente streeft ernaar om ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater te beperken. Wij zetten maximaal in op afkoppelen om aan de KRW-doelstellingen te voldoen. In 2023 bekijken we de stand van zaken en bepalen we eventueel benodigde maatregelen om de doelstellingen volledig te behalen.
3.3
Hemelwater
3.3.1 Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering De gemeente ziet de klimaatopgave als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is niet doelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om toch te kunnen anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen als oplossingsniveau voor het teveel aan water, maar ook de bovengrondse mogelijkheden meenemen (bij voorkeur gecombineerd met andere maatschappelijke doelen).
20/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten:
Voor het bepalen van de mate van acceptatie van wateroverlast hanteren we onderstaand onderscheid in duur, hoeveelheid en type water op straat2: De gemeente spreekt van hinder bij kortdurend (minder dan 1 uur) water op straat van
-
geringe omvang (diepte minder dan 10 cm), waarbij vervoer en transport nog mogelijk is, putdeksels blijven liggen en geen schade optreedt De gemeente spreekt van overlast bij verdund afvalwater op straat en forse
-
hoeveelheden hemelwater op straat (langer dan 1 uur, diepte 10-15 cm), waarbij geen schade optreedt De gemeente spreekt van schade bij kort- of langdurig water op straat van een
dusdanige omvang (diepte meer dan 15 cm) dat schade aan eigendommen optreedt en/of essentiële (gebruiks)functies uitvallen Water in gebouwen pakken we met de volgende prioriteit op, hierbij maken we geen onderscheid in type gebouw: Urgent: bij een bui met een herhalingstijd van 1 × per 2 jaar Meekoppelen in komende 5 jaar: bij een bui met een herhalingstijd van 1 × per 5 jaar
Meekoppelen of accepteren: bij een bui met een herhalingstijd van 1 × per 100 jaar Hoofdwegen moeten berijdbaar blijven voor huldiensten bij een bui met een herhalingstijd van 1 × per 25 jaar. We nemen urgente maatregelen op locaties waar dit niet het geval is. Als sprake is van (verdund) afvalwater op straat, ongeacht de omvang, koppelen we maatregelen aan geplande werkzaamheden. Schoon hemelwater bergen we zoveel mogelijk lokaal en brengen wij terug in de bodem
Om te bepalen of een oplossing doelmatig is, kijken we naar de verhouding tussen de potentiële schade en de kosten van de maatregelen. Daarnaast nemen we niet-kwalitatieve baten zoals maatschappelijke baten en klimaatadaptatie mee in de afweging. Het nemen van maatregelen is altijd maatwerk, waarbij we streven naar het dienen van meerdere doelen. We proberen altijd werk-met-werk te maken. Het nemen van een tijdelijke oplossing is doelmatig als daarmee tijd of ruimte komt voor maatwerk ten behoeve van een permanente oplossing. Dimensionering De gemeente toetst de huidige riolering aan een bui met een herhalingstijd van 1 × per 2 jaar. Nieuwe rioolstelsels inclusief maatregelen moeten voldoen aan een bui met een herhalingstijd van 1 × per 5 jaar. Bij het (aanvullend) opvangen van water in de openbare ruimte, moet worden voldaan aan een bui met een herhalingstijd van 1 × per 100 jaar. 3.3.2
Duurzame omgang met hemelwater
De gemeente houdt de voorkeursvolgorde voor waterkwantiteit (vasthouden - bergen - afvoeren) en waterkwaliteit (schoonhouden - scheiden - schoonmaken) in het achterhoofd, maar richt zich vooral op doelmatigheid en maatwerk voor elke locatie.
2
Bij water op straat kan sprake zijn van hemelwater dat het riool niet in kan stromen en (verdund) afvalwater dat bij overbelasting vanuit het riool naar het maaiveld stroomt.
21/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Dit geldt zowel voor onze openbare inrichting als voor particuliere percelen. In de volgende paragrafen is aangegeven hoe wij hier invulling aan geven, rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Inrichting openbare ruimte De gemeente kiest waar mogelijk voor het vasthouden en infiltreren van hemelwater. Enerzijds om de grondwaterstanden te verhogen en anderzijds omdat afvoer naar oppervlaktewater niet altijd mogelijk is. De bodem bestaat grotendeels uit zandgronden, met een hoge k-waarde, waardoor infiltratie makkelijk gaat. Hiervoor kijken we bij herinrichting van groen of deze ook gebruikt kan worden als waterberging of voor klimaatmaatregelen. Voorbeelden hiervan zijn aanleg van wadi’s en infiltratie in groenstroken of speeltuinen. Daarnaast willen we ‘overbodig’ grijs omvormen naar groen (zie ook paragraaf 3.3.3). Deze bovengrondse oplossingen hebben de voorkeur vanuit kostenaspect, bewustwording en koppeling met vergroening en biodiversiteit. Uiteraard is er altijd aandacht voor volksgezondheid en het effect op beheer en onderhoud. Bij vervanging van gemengde riolering, leggen wij waar doelmatig een IT-riool waarmee we het hemelwater kunnen infiltreren. Naast infiltratie kiest de gemeente voor berging in het wegprofiel om problemen bij (extreme) neerslag te beperken.
Om berging te creëren legt de gemeente een hol wegprofiel aan en maakt gebruik van trottoirbanden. De gemeente streeft hierbij naar ‘werk met werk’ maken om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Iedere herinrichting biedt de mogelijkheid om te kijken of er meekoppelkansen zijn om klimaatadaptatie te realiseren, niet alleen voor wateroverlast, maar ook voor hitte, droogte en biodiversiteit. Afkoppelen openbare ruimte Afkoppelen van verhard oppervlak is geen doel op zich. Waar we riolering vervangen of overige werkzaamheden in openbare ruimte uitvoeren, zetten wij maximaal in op afkoppelen. Hierbij werken we niet met een vaste voorkeursvolgorde, maar maken we maatwerk per locatie, op basis van doelmatigheid. We zetten afkoppelen in om wateroverlast te beperken, lokaal water te infiltreren tegen droogte en om de waterkwaliteit te verbeteren. Berging Conform de Keur van waterschap Limburg geldt een bergingseis van 100 mm bij plannen die meer dan 1 woning omvatten. Deze berging moet binnen 24 uur weer beschikbaar zijn. In de samenwerking werken we aan een methode waarbij deze eis per gebiedstype wordt beoordeeld op haalbaarheid. Bij herinrichtingsprojecten passen we een maximale bergingscapaciteit toe. De gemeente kiest in de openbare ruimte voor een combinatie van bergen en infiltreren om te voldoen aan de bergingseis van 100 mm.
Bestaande woningen We zien een belangrijke voorbeeldfunctie vanuit de openbare ruimte en stimuleren inwoners actief in het bijdragen aan klimaatmaatregelen. We communiceren hierbij niet alleen over het afkoppelen van hemelwater, maar ook over het ontstenen en vergroenen van de particuliere buitenruimte.
22/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Bij uitvoering van projecten in de openbare ruimte betrekken wij bewoners actief en geven hen de mogelijkheid om aan te haken als zich meekoppelkansen voordoen. Een voorbeeld hiervan is het ontzorgen van het afkoppelen van de voorzijde van de woning bij aanleg van een HWA- of ITriool. Voor het afkoppelen van particuliere terreinen door bewoners en bedrijven zetten we ‘Waterklaar’ in, de gezamenlijke subsidieregeling met waterschap Limburg en de provincie. Nieuwbouwwoningen Met nieuwbouw bedoelen we zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties. Voor nieuwbouw geldt een volledige gescheiden inzameling en verwerking van het afval- en hemelwater. Voor alle nieuwbouwlocaties geldt dat ieder perceel 60 mm neerslag verwerkt (infiltreren, vasthouden en/of bergen) in een eigen voorziening. Deze voorziening moet een bovengrondse overloop naar openbaar terrein hebben. Het gehele projectgebied moet een berging van 100 mm hebben (conform Keur). De berging is in maximaal 24 uur weer volledig beschikbaar. 3.3.3 Klimaatadaptatie/ Raakvlakken met hitte en droogte Wij streven ernaar al het overbodige grijs te vervangen voor groen en/of blauw. Dit doen we bij alle projecten. Bijvoorbeeld door bij buurtrenovaties de verkeersfuncties en wegprofielen tegen het licht te houden om te bepalen waar we ‘groen’ kunnen toevoegen.
Hierbij hebben we aandacht voor de verschuiving van beheer en onderhoud van weg- naar groenbeheer. We besteden extra aandacht aan het voorkomen van verontreinigingen van bodem en oppervlaktewater. We passen dit niet alleen toe in onze eigen projecten, maar stimuleren ook maatschappelijke groenblauwe initiatieven. Wij vinden het belangrijk om de ‘baten van groen’ mee te nemen in de afwegingen. De gemeente wil het realiseren van bovengrondse oplossingen voor wateroverlast combineren met het creëren van een groenere gemeente met meer schaduwplekken. Dit draagt niet alleen direct bij aan het vergoten van de zichtbaarheid van het water en het waterbewustzijn, maar geeft ons de mogelijkheid om klimaatadaptatie te koppelen met biodiversiteit. Een voorbeeld hiervan is het combineren van spelen en infiltratie, waarbij een natuurlijkere speelplek, met water en modder, ook een infiltratievoorziening is. Uiteraard met aandacht voor de volksgezondheid. Bewustwording Wij realiseren ons dat bewustwording en communicatie erg belangrijk zijn bij de ontwikkeling van bovengrondse berging en andere klimaatmaatregelen. Omdat we groen (en blauw) inzetten voor klimaatadaptatie kan de openbare ruimte er wat ‘rommeliger’ en minder ‘strak’ uit zien dan voorheen.
Daarnaast moeten we ook aspecten als veiligheid en volksgezondheid goed toelichten aan de inwoners; water op straat is geen speelwater, maar water in groen en speeltuinen is schoon hemelwater. De gemeente vindt het vergroten van bewustwording op het gebied van water en klimaat erg belangrijk. Dit is één van de redenen waarom bovengrondse oplossingen de voorkeur hebben.
23/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
In het handboek openbare inrichting, dat we gedurende de planperiode opstellen, staan de kaders waaraan de openbare ruimte moet voldoen. Hiermee weten alle partijen waar ze bij hun project rekening mee moeten houden. Wij richten ons op het stimuleren van particulieren en willen deelname (nog) niet verplichten. We starten met voorlichting van inwoners door advisering op locatie. Daarnaast sluiten wij aan bij de projecten van Waterklaar (zie Waterklaar.nl)
3.4
Grondwater
In het beheergebied van de gemeente is geen sprake van te hoge grondwaterstanden. Over het algemeen zijn de grondwaterstanden laag. Zo is bij slechts 10% van de uitvoeringsprojecten bronnering nodig. Om de gevolgen van droogte te beperken, willen we zoveel mogelijk schoon hemelwater in de bodem infiltreren. Voor structurele nadelige gevolgen in stedelijk gebied hanteren we de volgende definitie: Grondwateroverlast: wanneer de grondwaterstand in minimaal 3 jaren in een periode van 5 jaar, langer dan 30 aaneengesloten dagen per jaar, hoger is dan de gewenste grondwaterstand volgens de ontwateringscriteria en de gebruiksfunctie van het openbare gebied of van particuliere percelen wordt aangetast Tabel 3.1 gewenste ontwateringsdiepte in de openbare ruimte3 Bestemming
Ontwateringsdiepte [m]
Primaire wegen
1,00
Secundaire wegen
0,80
Tuinen, plantsoenen, parken en sportvelden
0,50
Bronnering Het waterschap en de provincie zijn bevoegd gezag voor de tijdelijke grondwateronttrekkingen (onder andere tijdens bouwwerkzaamheden). Bij lozing van het bronneringswater op de riolering, is de gemeente bevoegd gezag. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van bronneringswater: 1. Voorkomen van bronneringswater 2. Retourbemaling in de grond 3. 4. 5.
Lozing op het oppervlaktewater Lozing op hemelwaterriolering Lozing op gemengde riolering
Wij beoordelen de toe te passen methode pragmatisch, waarbij wij effectiviteit en kosten tegen elkaar afwegen.
3
Conform: Grondwaterzakboekje 2016, NEN 9997-C1 Geotechnisch ontwerp van constructies - Deel 1
24/42
Kenmerk
3.5
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Oppervlaktewater
Wij werken samen met waterschap Limburg aan het behalen van de KRW-doelstellingen op het gebied van waterkwaliteit en oppervlaktewater. De samenwerking richt zich op het nemen van doeltreffende maatregelen tegen de laagst maatschappelijke kosten. Waar nodig bepalen we gezamenlijk welke kostenverdeling we aanhouden. Wanneer zich waterkwaliteitsknelpunten voordoen, oordelen we samen met het waterschap, als waterbeheerders, over de noodzaak voor het treffen van maatregelen. Dit kunnen zowel maatregelen aan riolering, mechanische installaties of maatregelen in de openbare ruimte zijn. Wij toetsen hierop door het periodiek (iedere 10 jaar) berekenen van het milieutechnisch functioneren van de riolering in het SSW4. De beschikbare meetdata is hierin leidend. Hierbij maken we gebruik van de redeneerlijn/ecologische toets waarmee het waterschap toetst of de waterkwaliteit van een specifieke watergang voldoet. We dragen bij aan het signaleren van negatieve gevolgen van riooloverstorten op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Binnenkomende meldingen met betrekking tot waterkwaliteit registreren en classificeren we en zetten we door naar het waterschap. Waar noodzakelijk onderzoeken we de oorzaak. Daarnaast maken we gebruik van de gegevens beschikbaar uit meten en monitoring en de periodieke berekeningen uit het SSW.
We streven ernaar om, conform de stip op de horizon van waterschap Limburg, in 2050 helemaal geen overstorten meer te hebben (zie bijlage 4).
3.6
Doelmatig beheer
Gegevensbeheer De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij gemeenten bekend moet zijn welke rioleringsvoorziening aanwezig zijn en in welke staat zij verkeren. Ook de WIBON (Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en netwerken) schrijft dit voor. We streven naar een actueel, volledig en goed toegankelijk databeheer, met standaardisatie, GWSW5 en DSO6 als uitgangspunten. We gaan uit van het Common Ground-principe. Het databeheer dient als basis voor het plannen van investeringen en beheermaatregelen. Daarnaast zijn de gegevens voldoende van kwaliteit om als invoer te kunnen dienen voor het opzetten en actualiseren van hydraulische rekeninstrumentarium. We besteden extra aandacht aan het verwerken van aanpassingen die zijn gedaan in een rekenmodel in het beheersysteem van de gemeente. Beheer en onderhoud De gemeente streeft naar een robuust systeem, met niet te veel verschillende subsystemen. Op deze manier houden we de kosten voor beheer en onderhoud zo laag mogelijk.
4
SSW = Systeemoverzicht Stedelijk Water, dit is de opvolger van het BRP waarbij breder naar het stedelijk watersysteem wordt gekeken 5 GWSW = Gegevens Woordenboek Stedelijk Water 6 DSO = Digitaal Stelsel Omgevingswet
25/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Het beheer wordt programma-gestuurd cyclisch uitgevoerd. Door de aard en omvang van het areaal zien we doelmatigheidswinst in een meer risicogestuurd beheer. Belangrijk aandachtspunt is de verschuiving van beheer en onderhoud van wegen naar groen bij toepassing van klimaatmaatregelen, zoals waterberging in groenstroken en open bestrating in parkeervakken. Bij voorbereiding van de maatregelen, overleggen wij altijd met de betrokken disciplines. Materiaalgebruik Gres-leidingen die voor 1980 zijn aangelegd vervangen we zoveel mogelijk. Ook veel huisaansluitingen zijn uitgevoerd in gres. Bij revitaliseringsprojecten vervangen we greshuisaansluitingen door PVC. Voor het plannen van vervangingen is de gemeente grotendeels afhankelijk van de inspectieresultaten. Deze bepalen waar en op welke manier we gaan vervangen. De gemeente geeft de voorkeur aan vervangen van riolering ten opzichte van grootschalige relining. Bij vervangingen kunnen we het project integraal aanpakken, zodat we ook huisaansluitingen, verharding en nutsvoorzieningen mee kunnen nemen. Hiermee verlengen we de levensduur van de gehele straat. Relining zetten we in op locaties waar druk- of persleidingen aansluiten op vrijvervalriolering en bij het verhelpen van lokale problemen. Op locaties op hoofdwegen waar putdeksels bij hevige neerslag gaan drijven, passen wij scharnierende putdeksels toe.
Op deze manier kan het water wel uit het riool stromen, maar kan de putdeksel niet verplaatsen. Als het water wegstroomt, valt de putdeksel weer op zijn plek. Daarnaast kiezen we ervoor om extra verhard oppervlak af te koppelen en te infiltreren door het toepassen van open verharding in parkeervakken. Gezien de benodigde intensiteit van het beheer en onderhoud kiezen we bewust niet voor waterdoorlatende of waterpasseerbare verharding. Foutaansluitingen en rioolvreemd water Voor een doelmatig beheer is het zaak om ongewenste lozingen en aansluitingen te voorkomen. Dit betekent dat er geen illegale aansluitingen op de riolering mogen zijn en dat er geen regenwaterlozingen op de drukriolering plaats mogen vinden. De afvoer van grondwater via het gemengde stelsel trachten we te voorkomen evenals foutieve aansluitingen zoals vuilwater aangesloten op hemelwaterriolering. Alleen als op grond van klachten foutieve aansluitingen worden vermoed, onderzoeken we dit. Het preventief opsporen van foutieve aansluitingen zonder dat daar aanwijzingen voor zijn, beschouwen wij als niet doelmatig.
3.7
Samenwerking
Wij zijn ons ervan bewust dat we, zeker bij het oplossen van de klimaatopgave, samen moeten werken om het doel te behalen. We werken hierbij samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
26/42
Kenmerk
R001-1283262JZG-V03-xab-NL
Samenwerken is geen doel op zich, we bekijken de samenwerkingen met een kritische blik en kiezen voor de verbanden die een duidelijke meerwaarde hebben voor de gemeente. De komende planperiode gebruiken we om inzicht te krijgen in het (afval)watersysteem en helder in beeld te brengen waar samenwerking nodig is om ons doel te behalen. Op basis daarvan maken we prestatieafspraken met lokale partijen. We continueren de samenwerking binnen waterpanel Noord en werken gezamenlijk aan de thema’s uit het waterketenplan 2021 – 2025. 3.7.1 Participatie Wij vinden het belangrijk om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te betrekken om mee te denken en te doen in projecten en voorstellen. We willen de projecten in samenspraak met de omgeving oppakken om zo een klimaatbestendige leefomgeving te realiseren. Zo laten we inwoners aanhaken bij onze afkoppelprojecten. We blijven ons vooralsnog richten op stimuleren en samenwerken, mocht dit op termijn niet afdoende zijn overwegen we dit juridisch te regelen via het omgevingsplan. De gemeente wil actiever laten zien waar we mee bezig zijn. Daarnaast willen we via communicatie de bewoners meenemen in en voorlichten over de klimaatmaatregelen die we nemen en de veranderingen die deze maatregelen binnen de gemeente veroorzaken. Met als doel het bewust zijn te vergroten en ze te wijzen op wat bewoners zelf kunnen bijdragen.