CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Duidingsrapportage Dashboard Minima gemeente Beesel

Besluitvormende raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente BeeselBij agendapunt: Beleidsplan Armoede(bestrijding) Samen Tegen Armoede gemeente Beesel 2025-20294.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Duidingsrapportage Dashboard Minima Gemeente Beesel

Opdrachtgever Gemeente Beesel

Datum September 2024 Versie 1.0 Auteurs Jitske Kooistra – van der Wijk Marijke Bos KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.

Inleiding De gemeente Beesel wil graag (meer) inzicht in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en diverse minimaregelingen en heeft KWIZ daarom gevraagd een Armoedemonitor op te stellen. In dit rapport wordt deze informatie inzichtelijk gemaakt. De resultaten van de Armoedemonitor zijn gepresenteerd in een online dashboard, waar de gemeente zelf (extra) gewenste analyses kan maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde doelgroep. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen genoemd. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Weergave van de minimahuishoudens De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie weer op de betreffende peildatum van het onderzoek (31 mei 2024), op basis van het inkomen op het wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de diverse regelingen is gemeten over het gehele jaar voorafgaand aan de peildatum; dus van 1 juni 2023 tot en met 31 mei 2024. Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft.

Daarvoor heeft de gemeente Beesel registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, AIO en gemeentelijke minimaregelingen*. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het gebruik van voorzieningen**. Daarnaast zijn bestanden gekoppeld van de schuldhulpverlening en de energietoeslag om inzicht te geven in het gebruik van deze regelingen (onder de minimapopulatie). De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op die van de oudste persoon in het huishouden. De verdeling naar inkomensbronnen is dus ook op huishoudniveau en daarbij kijken we naar de hoofd inkomensbron van het huishouden. De gebruikers van regelingen betreffen diegenen die gekoppeld konden worden aan de BRP en als minima zijn geclassificeerd.

* Het gaat hierbij om de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, minimaregeling, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Leergeld en de studietoeslag. ** Minimahuishoudens kunnen naast de genoemde regelingen ook gebruikmaken van een collectieve zorgverzekering via CZ of VGZ. Het registratiebestand van de collectieve zorgverzekering is niet beschikbaar gesteld voor de Armoedemonitor. Dit betekent dat er geen gebruik en bereik van de collectieve zorgverzekering kan worden weergegeven. Daarnaast komen minimahuishoudens die alleen gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering (en dus niet van andere regelingen) niet in beeld als minimahuishouden. 1 Duidingsrapportage gemeente Beesel

Schatting totale doelgroep Aangezien zowel KWIZ als de gemeente niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens die, doordat ze geen gebruikmaakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de genoemde bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de beschreven onderzoeksmethode (vorige pagina). Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laag vermogen heeft. Zodoende kunnen we een inschatting maken van de totale doelgroep van het minimabeleid. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Minimahuishoudens tot 120 procent Wsm Aangezien de meeste minimaregelingen in de gemeente Beesel een inkomensgrens van 120 procent Wsm hebben, is het inhoudelijk het meest interessant om van deze groep huishoudens de kenmerken weer te geven. In dit rapport wordt er daarom regelmatig naar minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm verwezen.

Ter verduidelijking geven we onderstaand definitiekader. Definitiekader ‘minimahuishoudens tot 120 procent Wsm’ Voor zowel de minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft als voor de geschatte totale doelgroep gaat het om de huishoudens die een inkomen hebben tot 120 procent Wsm én een eigen vermogen hebben dat onder de vermogensgrens van de Participatiewet* ligt. Opzet rapportage Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de omvang en kenmerken van de groep minimahuishoudens. In het tweede hoofdstuk volgen de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen. Daarna volgen hoofdstukken over de minimaregelingen, de energietoeslag en de schuldhulpverlening. In het dashboard en duidingsrapport worden de kenmerken weergegeven van de doelgroep die in beeld is, tenzij anders aangegeven. Bij het bereik van de minimaregelingen gaat het om de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die niet in beeld zijn). Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS.

* De vermogensgrens van de Participatiewet bedraagt (in 2024) € 7.575 voor een alleenstaande en € 15.150 voor een gehuwden/samenwonenden en alleenstaande ouders. 2 Duidingsrapportage gemeente Beesel

1. Minimahuishoudens Het geschatte totale aandeel minimahuishoudens in de gemeente ligt iets hoger dan in vergelijkbare gemeenten; Eenoudergezinnen zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie; 70 procent van de minimahuishoudens heeft langdurig een minimumkomen tot 120 procent Wsm.

Minimahuishoudens tot 120 procent Wsm In beeld. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente Beesel op 31 mei 2024 in totaal 341 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit is 5,5 procent van alle huishoudens in de gemeente Beesel. Tabel 1.1 Minimahuishoudens naar inkomensverdeling schatting en in beeld; tot 120 procent Wsm

In beeld

Schatting

Tot 100% Wsm

233

3,8%

330

5,5%

Tot 120% Wsm

341

5,5%

508

8,4%

Schatting. De gemeente Beesel heeft niet alle minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit komt omdat niet alle huishoudens die recht hebben op ondersteuning van de gemeente, hier ook daadwerkelijk gebruik van maken. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal minimahuishoudens tot 120 procent Wsm geschat op 508 huishoudens (8,4 procent van alle huishoudens) op 31 mei 2024. Het geschatte aandeel minimahuishoudens in de gemeente Beesel ligt iets boven het gemiddelde van andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners, dat ligt op circa 7 à 8 procent. Kenmerken 341 huishoudens tot 120 procent Wsm in beeld De meeste regelingen in de gemeente Beesel hebben een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Daarom geven we de kenmerken weer van de 341 huishoudens met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. In het online dashboard staan ook kenmerken vermeld van de doelgroep met een inkomen tot 100 procent Wsm. Inkomensbron. Een inkomen uit de Participatiewet is voor de helft van de minimahuishoudens de voornaamste inkomensbron in de gemeente Beesel. Het aandeel minimahuishoudens met een AOW-uitkering (14 procent) of met een ander inkomen (36 procent) - bijvoorbeeld uit werk of een WW-uitkering - is kleiner. Gemiddeld zien we bij andere gemeenten dat 35 tot 45 procent van de huishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt.

Daarnaast heeft gemiddeld 20 tot 30 procent van de minimahuishoudens een AOW-uitkering, afhankelijk van het aantal ouderen in de gemeente. Deze verhoudingen liggen in Beesel anders; in verhouding heeft de gemeente relatief veel minimahuishoudens met een inkomen uit de Participatiewet en relatief weinig minimahuishoudens met een AOW-uitkering.

3 Duidingsrapportage gemeente Beesel

Tabel 1.2 Inkomensbron van minimahuishoudens tot 120% Wsm in beeld

1 juni 2023 - 31 mei 2024 Participatiewet

169

50%

AOW

50

14%

Ander inkomen

122

36%

Totaal

341

100%

Huishoudtype. De meerderheid van de minimahuishoudens is alleenstaand (137 huishoudens, 40 procent) of heeft minderjarige kinderen en eventueel meerderjarige kinderen (135 huishoudens, 40 procent) en 20 procent (41 huishoudens) bestaat uit een meerpersoonshuishouden zonder (minderjarige) kinderen. De verdeling naar huishoudtypen binnen de minimapopulatie (in beeld) van de gemeente Beesel wijkt af van het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten, waarin 50 tot 60 procent van de minimahuishoudens bestaat uit een alleenstaand huishouden. Ook het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen ligt in de gemeente Beesel juist aan de bovenkant van het landelijk gemiddelde (15 tot 20 procent). In verhouding tot het gemiddelde hebben huishoudens met kinderen in de gemeente Beesel dus vaker een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit beeld geldt niet alleen voor de minimapopulatie, maar ook voor de hele inwonerpopulatie van Beesel: er zijn minder alleenstaande huishoudens en meer paren zonder (minderjarige) kinderen dan gemiddeld in Nederland. Achtergrond. 65 procent van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond, 28 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 7 procent een westerse migratieachtergrond. Woonplaats. De meerderheid van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm woont in de plaats Reuver (94 procent). De minderheid woont in Beesel (6 procent).

Kans op armoede Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen. Van alle eenoudergezinnen met in ieder geval minderjarige en eventueel meerderjarige kinderen* (235 huishoudens) in de gemeente Beesel, heeft 32 procent (75 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Figuur 1.1 Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens; huishoudtype Alleenstaanden

van de 1.982 alleenstaanden

7%

Eenoudergezinnen

van de 235 eenoudergezinnen

32%

Meerpersoonshuishouden zonder kinderen

2%

van de 2.171 meerpersoonshuishoudens zonder kinderen

Meerpersoonshuishouden met kinderen

5%

van de 1.119 meerpersoonshuishoudens met kinderen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

* Het gaat hierbij om eenoudergezinnen met in ieder geval minderjarige kinderen en eventueel meerderjarige kinderen (eenoudergezinnen met alleen meerderjarige kinderen blijven buiten beschouwing). Dit geldt eveneens voor de meerpersoonshuishoudens met kinderen. 4 Duidingsrapportage gemeente Beesel

Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie (34 procent). Figuur 1.2 Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens; achtergrond Nederlandse achtergrond

4%

van de 5.520 huishoudens met een Nederlandse achtergrond

Westerse migratieachtergrond

7%

van de 364 huishoudens met een westerse migratieachtergrond

Niet-westerse migratieachtergrond

van de 279 huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond

34%

0%

20%

40%

60%

80%

100%

In de gemeente Beesel is de plaats Reuver de woonplaats met het hoogste aandeel minimahuishoudens (6 procent). In de plaats Beesel heeft een kleiner aandeel - 2 procent van de huishoudens - een minimuminkomen. Langdurige minima In totaal heeft 77 procent van de huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau (179 huishoudens). Onder de huishoudens met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm ligt dit aandeel lager, namelijk op 56 procent (60 huishoudens). Als we de groep minimahuishoudens tot 120 procent Wsm als geheel bekijken, heeft 70 procent al drie jaar of langer een dergelijk inkomen (239 huishoudens). Bij veel gemeenten ligt dit aandeel rond de 70 tot 75 procent, de gemeente Beesel ligt hiermee in lijn. Landelijk zien we een stijging van het aandeel langdurige minima de laatste jaren; het lijkt moeilijker te worden om uit te stromen uit de minimapopulatie. Tabel 1.3 Langdurigheid minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

1 juni 2023 - 31 mei 2024 0 tot 1 jaar

24

7%

1 tot 3 jaar

78

23%

3 jaar of langer

239

70%

Totaal

341

100%

5 Duidingsrapportage gemeente Beesel

2. Minimakinderen Het geschatte aandeel minimakinderen in de gemeente ligt hoger dan gemiddeld; De meeste minimakinderen groeien op in een huishouden met een overig inkomen (bijvoorbeeld uit werk of een WW-uitkering); Kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond. Minimakinderen tot 18 jaar In beeld. Op 31 mei 2024 heeft de gemeente Beesel in totaal 283 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 12,2 procent van alle kinderen (2.321 kinderen) in de gemeente Beesel. Van de 283 minimakinderen groeien 157 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm. Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Tabel 2.1 Minimakinderen naar inkomensverdeling schatting en in beeld; tot 120 procent Wsm

In beeld

Schatting

Tot 100% Wsm

157

6,8%

185

8,2%

Tot 120% Wsm

283

12,2%

310

13,8%

Schatting. Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Beesel niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index schatten we het totale aantal minimakinderen dat woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm op 310 (13,8 procent van alle kinderen). In gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het aandeel kinderen op 7 tot 9 procent. Het aandeel minimakinderen in de gemeente Beesel ligt dus hoger dan het gemiddelde aandeel kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden. Kenmerken 283 minimakinderen tot 120 procent Wsm in beeld In dit hoofdstuk geven we de kenmerken weer van de 283 minimakinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Inkomensbron. Ruim vier op de tien minimakinderen groeit op in huishouden met een inkomen uit de Participatiewet (124 kinderen). Het grootste deel van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een andersoortige inkomensbron; bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WWuitkering (159 kinderen)*. Gemiddeld groeit de helft van de minimakinderen op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet; in Beesel ligt dit aandeel dus iets lager. Tabel 2.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

1 juni 2023 - 31 mei 2024 Participatiewet

124

44%

Ander inkomen en AOW

159

56%

Totaal

283

100%

* De groep kinderen die opgroeit in een huishouden met een inkomen uit AOW is klein. In verband met de privacy zijn daarom de groepen “ander inkomen” en “AOW” samengevoegd. 6 Duidingsrapportage gemeente Beesel

Overige kenmerken. Meer dan de helft van de minimakinderen woont in een eenoudergezin (51 procent). De overige 49 procent woont in een tweeoudergezin. Gemiddeld zien wij in andere gemeenten vaak dat een kleine meerderheid van de minimakinderen opgroeit in een tweeoudergezin. Verder heeft 26 procent van de minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond en 72 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Tot slot woont 94 procent van de minimakinderen in de plaats Reuver. Tabel 2.3 Huishoudverdeling kinderen in minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

1 juni 2023 - 31 mei 2024 Eenoudergezin

143

51%

Tweeoudergezin

140

49%

Totaal

283

100%

Kans op armoede Sommige kinderen hebben meer kans om op te groeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Beesel groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere huishoudens: 38 procent van minderjarige kinderen in een eenoudergezin woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder kinderen die opgroeien in een tweeoudergezin ligt dit aandeel aanzienlijk lager: 7 procent. Figuur 2.1: aandeel huishoudens minimakinderen t.o.v. alle kinderen Kinderen in eenoudergezin

Kinderen in tweeoudergezin

38%

van de 376 kinderen in eenoudergezinnen

7%

van de 1.943 kinderen in tweeoudergezinnen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Verder groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond; 86 procent kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dat 9 procent. Figuur 2.2: aandeel achtergrond minimakinderen t.o.v. alle kinderen Nederlandse achtergrond

9%

van de 2.165 kinderen met een Nederlandse achtergrond

Westerse migratieachtergrond

10%

van de 71 kinderen met een westerse migratieachtergrond

Niet-westerse migratieachtergrond 0%

86%

van de 85 kinderen met een nietwesterse migratieachtergrond

20%

40%

7 Duidingsrapportage gemeente Beesel

60%

80%

100%

3. Bereik minimaregelingen De kindregelingen kennen een hoog bereik; Het bereik van de Bijzondere bijstand, Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de Minimaregeling (voor volwassenen) is lager dan gemiddeld. Gebruik minimaregelingen Het gebruik is gemeten over 1 juni 2023 t/m 31 mei 2024*. Tabel 3.1 Het gebruik van de minimaregelingen onder minimahuishoudens van 1 juni 2023 t/m 31 mei 2024

1 juni 2023 - 31 mei 2024 Bijzondere bijstand

109 huishoudens

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

144 huishoudens (2023: 160, 2024: 144)

Individuele inkomenstoeslag

81 huishoudens

Minimaregeling

61 huishoudens

Jeugdfonds Sport & Cultuur

161 kinderen (2023: 144, 2024: 146)

Stichting Leergeld

230 kinderen (2023: 210, 2024: 161)

Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten met een inwonertal tot 50.000. Het bereik van de bijzondere bijstand is 21 procent, dit ligt net onder het gemiddelde bereik van 25 tot 30 procent voor deze regeling. In 2024 hebben 144 huishoudens de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen ontvangen**. Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen ligt, met 44 procent, onder het landelijke gemiddelde van 65 tot 75 procent. Huishoudens die drie jaar of langer van een minimuminkomen van 120 procent Wsm moeten rondkomen, kunnen aanspraak maken op de individuele inkomenstoeslag. Deze regeling kent een bereik van 39 procent en ligt in lijn met het gemiddelde; vaak is een bereik van zo’n 40 tot 50 procent gangbaar. Het bereik van de Minimaregeling (voor volwassenen) is 12 procent. Dit bereik ligt lager dan wat we terugzien in vergelijkbare gemeenten; het gemiddelde ligt namelijk op 30 tot 35 procent. In Beesel kunnen inwoners ook aanspraak maken op de studietoeslag. Deze regeling wordt door enkelingen gebruikt. Wegens privacy redenen wordt geen gebruikersaantal getoond.

* De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. In bijlage 1 is een overzicht weergegeven van de aantallen gebruikers die wel en niet aan de BRP konden worden gekoppeld. ** Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld geldt dat de verstrekkingen per kalenderjaar worden gedaan. We rapporteren daarom zowel de gebruikscijfers van 2023 als van 2024 om een volledig beeld te geven. Verder geldt dat we voor de kwijtschelding het bereik berekenen op 2024 (de grootste groep gebruikers is namelijk al verwerkt, hoewel er nog gebruikers bij kunnen komen). Voor het Jeugdfonds en Stichting Leergeld kijken we voor het bereik naar de terugkijkperiode van het onderzoek: 1 juni 2023 - 31 mei 2024. Zie bijlage 1 voor meer informatie. 8 Duidingsrapportage gemeente Beesel

Via het Jeugdfonds Sport & Cultuur worden vergoedingen voor culturele en sportieve activiteiten voor kinderen (4 t/m 21 jaar) aangeboden. De doorgestuurde aanvragen vanuit Stichting Leergeld zijn meegenomen bij het Jeugdfonds. In Beesel ligt het bereik van deze regeling op 63 procent. Dit ligt een stuk boven het gemiddelde bereik van 25 tot 35 procent in vergelijkbare gemeenten*. Ook via Stichting Leergeld kunnen kinderen (0 t/m 17 jaar) worden geholpen. De kinderen die via Stichting Leergeld zijn doorgestuurd naar het Jeugdfonds zijn niet in de aantallen van Stichting Leergeld meegenomen. Het bereik ligt in Beesel op 74 procent. Dit ligt een stuk hoger dan het gemiddelde bereik van 40 tot 45 procent in vergelijkbare gemeenten. Figuur 3.1 Bereik gemeentelijke minimaregelingen

1 juni 2023 - 31 mei 2024 Landelijk gemiddelde 21%

Bijzondere bijstand

25 - 30% 44%

65 - 75%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen ** 39%

Individuele inkomenstoeslag

40 - 50% 12%

Minimaregeling

30 - 35% 63%

Jeugdfonds Sport en Cultuur

25 - 35%

74%

Stichting Leergeld

40 - 45%

0%

20%

40%

60%

80%

Gebruikmaken van meerdere minimaregelingen In de gemeente Beesel maken de meeste minimahuishoudens (117) gebruik van één minimaregeling, Verder maken 108 huishoudens gebruik van twee regelingen. 37 huishoudens maken van geen enkele minimaregeling gebruik.

* Het gebruik van het Jeugdfonds is afgezet tegen de geschatte doelgroep 0 t/m 17 jaar. Omdat het Jeugdfonds primair een regeling voor kinderen is, houden we in het bereik rekening met een doelgroep van 0 t/m 17 jaar. Een aantal is echter ouder dan 17 jaar, namelijk 15 personen (18 t/m 21 jaar). ** Voor kwijtschelding betreft het de gebruikscijfers van 2024 t/m 31 mei. Echter kunnen er later in het jaar nog huishoudens bijkomen, waardoor de gebruikscijfers in werkelijkheid hoger kunnen liggen. 9 Duidingsrapportage gemeente Beesel

4. Energietoeslag Om inwoners tegemoet te komen in de stijgende kosten voor energie konden gemeenten hun inwoners de energietoeslag uitkeren vanaf het jaar 2022. In de gemeente konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag als hun inkomen niet hoger was dan 130 procent Wsm. Tevens werd een vermogenstoets gedaan; huishoudens met een vermogen binnen de Participatiewet* konden gebruikmaken van de energietoeslag**. In totaal hebben 364 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag***; dat is 6 procent van alle huishoudens in de gemeente Beesel. Van de 364 huishoudens is 67 procent (243 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden; van hen is bekend dat zij een inkomen hebben tot 120 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. Hoewel de energietoeslag tot 130 procent Wsm wordt toegekend, kijken we hier naar de overlap met minimahuishoudens tot 120 procent Wsm omdat de inkomensgrens van 120 procent Wsm de basis is voor het minimabeleid in de gemeente Beesel. Tabel 4.1 Gebruik energietoeslag

1 juni 2023 - 31 mei 2024 Minimahuishoudens tot 120% Wsm

243

67%

Overige huishoudens

121

33%

Totaal

364

100%

Kenmerken huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag in beeld De 364 huishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag vormen meestal een alleenstaand huishouden (54 procent), hebben veelal een Nederlandse achtergrond (70 procent) en 46 procent is tussen de 45 en 67 jaar oud. Tot slot komt 91 procent van de gebruikers van de energietoeslag uit de plaats Reuver. Minimahuishoudens met energietoeslag De 243 gebruikers van de energietoeslag die de gemeente al in beeld heeft, vormt 71 procent van de doelgroep tot 120 procent Wsm die de gemeente al kent (en die dus een laag vermogen hebben). Bijna een derde (29 procent) van de doelgroep met een laag vermogen heeft dus geen gebruikgemaakt van de energietoeslag. Onder de minimahuishoudens in beeld met een inkomen tot 100 procent Wsm is gebruik van de energietoeslag in verhouding zelfs nog iets hoger; 86 procent (200 huishoudens).

* De vermogensgrens van de Participatiewet bedraagt (in 2024) € 7.575 voor een alleenstaande en € 15.150 voor een gehuwden/samenwonenden en alleenstaande ouders. ** In de periode 2022 - 2024 hebben verschillende criteria gegolden voor het verstrekken van de energietoeslag. In 2022 was er geen sprake van een vermogenstoets en in 2023 werd wel een vermogenstoets uitgevoerd. In de gehele periode gold de inkomensgrens van 130 procent Wsm. *** De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. 10 Duidingsrapportage gemeente Beesel

5. Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening wordt door de gemeente Beesel zelf uitgevoerd. Hierbij is geen externe partner/aanbieder betrokken. In de terugkijkperiode ontvingen 207 huishoudens een vorm van schuldhulpverlening* in de gemeente Beesel. De meerderheid is gemeld voor vroegsignalering of heeft gebruikgemaakt van budgetbeheer. Van deze 207 huishoudens is 31 procent (65 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden; van hen is bekend dat zij een inkomen hebben tot 120 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. Tabel 5.1 Gebruik schuldhulpverlening**

1 juni 2023 - 31 mei 2024 Minimahuishoudens tot 120% Wsm

65

31%

Overige huishoudens

142

69%

Totaal

207

100%

Minimahuishoudens met schuldhulpverlening De 65 gebruikers van de schuldhulpverlening die die gemeente al als minima in beeld heeft, vormen 19 procent van de doelgroep tot 120 procent Wsm die de gemeente al kent (en die dus een laag vermogen hebben). 81 procent van de minimadoelgroep heeft dus geen gebruikgemaakt van (een vorm van) schuldhulpverlening. Onder de minimahuishoudens in beeld met een inkomen tot 100 procent Wsm is het gebruik van de schuldhulpverlening in verhouding hetzelfde; 19 procent (44 huishoudens). Kenmerken minimahuishoudens die gebruik hebben gemaakt van schuldhulpverlening in beeld De 65 minimahuishoudens die gebruikmaken van de schuldhulpverlening zijn veelal alleenstaand (29 procent), hebben in de meeste gevallen een Nederlandse migratieachtergrond (68 procent) en bijna de helft (46 procent) heeft een leeftijd van 27 tot 45 jaar.

* Het kan hierbij gaan om verschillende vormen van schuldhulpverlening. In het registratiebestand zitten de volgende vormen: vroegsignalering, aanmelding energie/wonen/WML, informatie & advies, budgetcoaching, nazorg en budgetbeheer. ** De cijfers over het gebruik van schuldhulpverlening betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan het BRP dat voor dit onderzoek is aangeleverd. 11 Duidingsrapportage gemeente Beesel

Bijlage 1. Niet-koppelbare gebruikers In de onderstaande tabel staat de verdeling tussen de gebruikers die wél, en die níet aan de BRP konden worden gekoppeld. Gebruikers kunnen in sommige gevallen niet gekoppeld worden aan de BRP omdat ze bijvoorbeeld verhuisd zijn. De gebruikers die niet aan de BRP gekoppeld konden worden zijn derhalve niet meegenomen in de verdere analyses. De tabel dient als volgt te worden gelezen (bijzondere bijstand dient als voorbeeld): In het bronbestand zijn 129 unieke personen geteld die in de periode 1 juni 2023 t/m 31 mei 2024 gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand. Daarvan konden 111 personen worden gekoppeld aan de BRP. 18 unieke gebruikers konden dus niet worden gekoppeld en komen niet terug in het gebruikerscijfer in de rapportage. Het is onduidelijk om hoeveel huishoudens dit gaat. Omdat in het rapport wél op huishoudniveau wordt geteld, laten we deze 18 ‘onbekende gebruikers’ dus buiten beschouwing. Let op: het gebruik van de meeste regelingen in het rapport is geteld op huishoudniveau en niet op persoonsniveau. De aantallen uit onderstaande tabel zijn dus veelal niet de aantallen waarover is gerapporteerd in het hoofdstuk over het gebruik en bereik van de regelingen. De teleenheid wijkt dus af. Op de volgende pagina staat deze informatie voor de kindregelingen weergegeven.

Tabel B1.1 Het aantal niet-koppelbare gebruikers per regeling - regelingen voor volwassenen

Regeling

Waarvan Unieke personen gekoppeld aan in bronbestand BRP

Verschil (aantal niet gekoppelde gebruikers op persoonsniveau)

Bijzondere bijstand

129

111

18

Individuele inkomenstoeslag

84

83

1

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen*

145

144

1

Minimaregeling

77

67

10

Energietoeslag

391

380

11

Schuldhulpverlening

240

225

15

* Voor kwijtschelding betreft het de gebruikscijfers van 2024 t/m 31 mei. Echter kunnen er later in het jaar nog huishoudens bijkomen, waardoor de gebruikscijfers in werkelijkheid hoger kunnen liggen. 12 Duidingsrapportage gemeente Beesel

In Beesel worden twee regelingen voor kinderen aangeboden: het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. De koppeling van de registratiebestanden aan de BRP gebeurt voor beide regelingen op basis van gepseudonimiseerde persoonsgegevens (geboortedatum, postcode en adres) in plaats van op BSN (zoals bij de interne gemeentelijke regelingen het geval is). Dit zorgt ervoor dat tijdens de koppeling aan de BRP meer gebruikers wegvallen. Bijvoorbeeld omdat het gezin verhuist; een verhuizing (ook binnen de gemeente) zorgt immers voor een verandering van persoonsgegevens (adresgegevens). We geven hieronder weer hoe de gebruikersaantallen in verschillende perioden zijn. Enkele aandachtspunten bij de weergave van de gebruikscijfers in het rapport: In principe rapporteren we de gebruikers die gekoppeld kunnen worden aan de BRP. Echter, de gebruikersaantallen die uiteindelijk in de rapportage zijn weergegeven liggen iets lager dan weergegeven (Jeugdfonds: 161 i.p.v. 176 gebruikers, Stichting Leergeld; 230 i.p.v. 247 gebruikers). De reden hiervoor is dat we rapporteren op het gebruik onder minimakinderen, oftewel: kinderen die in minimahuishoudens opgroeien. Een klein aantal gebruikers van deze regelingen is geen kind (want: 18 jaar of ouder). Bijvoorbeeld omdat het Jeugdfonds ook voor jongvolwassenen tussen 18 en 21 jaar toegankelijk is in Beesel.

Om een zuivere inschatting te maken van het bereik van de regeling voor kinderen, is hierop een correctie uitgevoerd. In werkelijkheid ligt het aantal gebruikers dus wat hoger. In de registratie van Stichting Leergeld worden ook doorverwijzingen naar het Jeugdfonds Sport & Cultuur bijgehouden. Bij de verwerking van de gegevens voor dit onderzoek zijn kinderen die alleen een doorverwijzing naar het Jeugdfonds hebben gekregen niet meegeteld bij Stichting Leergeld, aangezien zij geen (financiële vergoeding) hebben ontvangen. Uiteraard zijn deze kinderen wel door Stichting Leergeld ondersteund, maar middels een doorverwijzing. Tabel B1.2 Het aantal niet-koppelbare gebruikers per regeling - regelingen voor kinderen

Regeling

Unieke kinderen in bronbestand

Verschil (aantal niet gekoppelde gebruikers op persoonsniveau)

Waarvan gekoppeld aan BRP

Jeugdfonds Sport & Cultuur peilperiode onderzoek: 1 juli 2023 - 30 juni 2024

222

176

46

Jeugdfonds Sport & Cultuur 2023

209

161

48

Jeugdfonds Sport & Cultuur 2024

181

159

22

Stichting Leergeld peilperiode onderzoek: 1 juli 2023 - 30 juni 2024

306

247

59

Stichting Leergeld 2023

261

227

34

Stichting Leergeld 2024

186

161

25

13 Duidingsrapportage gemeente Beesel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=68a9aaa5-7779-4279-887a-561f8d4d3c09