CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij de toelichting V - Archeologisch onderzoek

Raadscommissievergadering 22 januari 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Ontwikkeling MTC locatie - vaststelling bestemmingsplan Parallelweg 1013.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK PARALLELWEG 9A EN 10 TE REUVER GEMEENTE BEESEL

archeologisch bureauonderzoek Parallelweg 9A en 10 te Reuver Opdrachtgever

Thielco Staalindustrie Postbus 4788 5953 ZK Reuver

Rapportnummer

19156.001

Versienummer1

2

Datum

Vestiging

10 augustus 2022

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw L. Veenendaal, MA en Mevrouw P. Beurskens, MA

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Boxmeer Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

19156.001

Toponiem

Parallelweg 9A en 10

Opdrachtgever

Thielco Staalindustrie

Gemeente

Beesel

Plaats

Reuver

Provincie

Limburg

Kadastrale gegevens

Gemeente Beesel, sectie K, nummers 1732 en 1733

Omvang plangebied

Circa 13.240 m2

Kaartblad

58 O (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 203.180/Y: 365.707

Bevoegde overheid

Gemeente Beesel Raadhuisplein 1 5953 AL Reuver

Tel: 0774749292 Mail: info@beesel.nl

ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

5264403100

Archeoregio NOaA

Limburgs zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Boxmeer/ Provinciaal Archeologisch Depot Limburg

Uitvoerders

Econsultancy, Mevrouw L. Veenendaal, MA en mevrouw P. Beurskens, MA

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Thielco Staalindustrie in mei 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen aan de Parallelweg 9A en 10 te Reuver in de gemeente Beesel. In het plangebied zal de huidige bebouwing deels worden verbouwd en er zal deels nieuwbouw worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting kunnen in het hele plangebied archeologische resten voorkomen uit het Paleolithicum t/m Neolithicum, IJzertijd t/m Romeinse tijd en Late-Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd. Het Paleolithicum en Mesolithicum hebben een middelhoge verwachting, het Neolithicum een hoge verwachting, IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog-hoog, LateMiddeleeuwen middelhoog en Nieuwe tijd hoog. De Bronstijd en Vroege-Middeleeuwen hebben een lage verwachting gekregen door het ontbreken van vondstmeldingen uit deze perioden in het plangebied. Conclusie Op basis van de opgestelde archeologische verwachting is het aantreffen van archeologische resten zeer aannemelijk. Advies Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Econsultancy, wanneer wordt besloten de nieuwbouw op het maaiveld te bouwen, om de dubbelbestemming te behouden/behoud in situ. Bij het bouwen op het maaiveld wordt de bodem niet geroerd en blijven eventueel aanwezige archeologische resten intact. Wanneer blijkt dat verdieping voor het realiseren van de nieuwbouw toch nodig is, adviseert Econsultancy om binnen het plangebied een verkennend booronderzoek uit te voeren.

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.

Rapport 19156.001 versie 2

Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Beesel). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen.

Rapport 19156.001 versie 2

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 12

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 14

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 15 BRONNEN .......................................................................................................................................... 15

Rapport 19156.001 versie 2

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17. Figuur 18.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000). Het plangebied op de kadastrale kaart. Het plangebied op een luchtfoto uit 2022. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart. Het plangebied op de geomorfologische kaart. Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3). Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3). Het plangebied op AHN weergegeven met ARCHIS-meldingen Het plangebied op de bodemkaart. Het plangebied op de Tranchotkaart uit 1803-1820. Het plangebied op de Kadastrale Minuutkaart uit 1817. Het plangebied op de Militaire topografische kaart uit 1850. Het plangebied op de Militaire topografische kaart uit 1899. Het plangebied op de Militaire topografische kaart uit 1926. Het plangebied op de Topografische kaart uit 1950. Het plangebied op de Topografische kaart uit 1970. Het plangebied op de Topografische kaart uit 1990. Het plangebied op de Topografische kaart uit 2015.

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus

Rapport 19156.001 versie 2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Thielco Staalindustrie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Parallelweg 9A en 10 te Reuver in de gemeente Beesel (zie figuur 1). In het plangebied zal de huidige bebouwing deels worden verbouwd en er zal deels nieuwbouw worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in mei 2022 door mevrouw L. Veenendaal, MA (archeoloog) en mevrouw P. Beurskens, MA (KNA Archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06.2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:      2

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 1 van 17

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:             2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Beesel; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 De onderzoekslocatie (circa 13.240 m²) ligt aan de Parallelweg 9A en 10, circa 850 meter ten zuiden van de kern van Reuver in de gemeente Beesel en is kadastraal bekend als gemeente Beesel, sectie K, nummers 1732 en 1733. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 58 O, (schaal 1:25.000), zijn de centrumcoördinaten X = 203.180, Y = 365.707. Op basis van het AHN bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 29 m +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd met bedrijfspanden. De niet bebouwde gedeelten zijn bestraat of begroeid met gras (zie figuur 3) Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht.

Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. 3

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 2 van 17

Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden Beesel’ (vastgesteld op 20-062016). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming WaardeArcheologie 1 en Waarde-Archeologie 2. Bij plangebieden met verschillende waarden telt de hoogste waarde voor het gehele plangebied. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en 40 centimeter diep.4 Volgens de archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge en middelhoge archeologische verwachting (zie figuur 4). 5 Atlas Limburg De overheid initieert middels Atlas Limburg inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Limburg in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Gegevens van Atlas Limburg dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen Atlas Limburg geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.6 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied zal de huidige bebouwing deels worden verbouwd en er zal deels nieuwbouw worden gerealiseerd. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van 13.240 m2 worden heringericht. De planning is dat in 2023 wordt begonnen met het bebouwen van een derde deel, waarna in de jaren daarna het overige gedeelte op de planning staat. De opdrachtgever heeft aangegeven dat er nog geen bouwtekeningen van de nieuwbouw beschikbaar zijn, maar dat waarschijnlijk op het maaiveld zal worden gebouwd. Echter, dit is nog niet met zekerheid te zeggen en heeft met verschillende factoren te maken. Deze factoren zijn momenteel nog niet bekend. De toekomstige gebruiker van het plangebied is Thielco Staalindustrie B.V. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie7

Formatie van Beegden, rivierzand en -grind (NUBE)

4

Portaal voor Ruimtelijke Plannen. Gemeente Beesel 2008. 6 Atlas Limburg. 7 De Mulder et al., 2003. 5

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 3 van 17

Geomorfologie8

Niet gekarteerd; Dalvlakteterras

Bodemkunde9

Niet gekarteerd; Horstpodzolbodem

Grondwatertrap

Niet gekarteerd

Landschappelijke ontwikkeling 10 Het grootste deel van het landschap van Limburg, zoals we dat nu kennen, heeft zijn huidige vorm grotendeels aan de rivier de Maas te danken. Dat geldt niet alleen voor het deel van Limburg waar de Maas nu stroomt, maar ook voor het oostelijk deel van Limburg waar de Maas in het verleden heeft gestroomd. Door de opheffing van het Ardennen en het Rijn‑Leisteenplateau aan het einde van het Tertiair (66 miljoen tot 2,58 miljoen jaar geleden), kwam het gedeelte van Limburg ten zuiden van de Feldbissbreuk hoger te liggen, terwijl het gebied ten noorden van deze breuk, de zogenaamde Roerdalslenk, lager kwam te liggen. Aan de westzijde van de Roerdalslenk ligt het Brabants plateau en aan de oostzijde de Peelhorst. Het plangebied ligt op de Peelblok. De Peelrandbreuk ligt op circa vijf km ten westen van het plangebied. Aan het oppervlak is er echter weinig van te zien. Lage gebieden hebben nu eenmaal de neiging extra opgevuld te worden. Hoge gebieden staan daarentegen vaak bloot aan erosie waardoor ze zijn afgesleten. In het Kwartair zijn veelal rivierafzettingen van de Maas en Rijn afgezet en soms afzettingen van plaatselijke beken. Aan het oppervlak liggen ook windafzettingen. Door de langzame kanteling van Zuid‑Limburg verplaatste de Maas zich langzaam van oost naar west.

Dit verplaatsen gebeurde in etappes, waarbij in koude perioden de Maas een wilde vlechtende rivier was, die grindige afzettingen achter liet. Gedurende warmere perioden veranderde de Maas in een langzaam stromende meanderende rivier, met een diepe stroomgordel. In deze fase sneed de Maas zich in de bodem in, om vervolgens in de volgende koudere en warmere periodes dit proces te herhalen. Vanwege de verplaatsing van de Maas van oost naar west, ontstond zo een terrassenlandschap, waarbij de hoogste en oudste terrassen zich in het oosten bevinden en het huidige, Holocene stroomdal van de Maas in het westen. Ten tijde van de insnijding van de Maas werden op de terrassen dekzand afgezet. Met name tijdens het Vroeg‑ en Laat-Pleniglaciaal traden er als gevolg van koude en droge klimatologische omstandigheden op grote schaal verstuivingen op, van zand uit beek‑ en rivierbeddingen en zelfs vanuit het toen drooggevallen Noordzee bekken (respectievelijk 73.000 tot 55.000 en 28.000 tot 12.500 jaar geleden11). Dit zand werd onder meer in Noord‑Brabant en Limburg afgezet. Dit gebied wordt dan ook aangeduid als het dekzandgebied. Daarnaast worden in het gehele gebied eolische afzettingen aangetroffen. De eolische afzettingen zijn onder te verdelen in dekzanden en duincomplexen, beiden daterend uit het Weichselien.

De aanwezigheid van dekzand is vooral af te leiden uit de bodemkaart, maar ook uit de relatief vlakke morfologie. De duincomplexen zijn te vinden aan de rand van het tweede (Pleniglaciale) terras. Bij het dorp Beesel bevinden zich twee paraboolduinen. Deze duinen zijn bij een heersende windrichting uit het westen/zuidwesten ontstaan door uitblazing van de riviervlakte en terrasrand. Bij de zuidelijke complexen zijn deze laagten (deflatiekommen) nog te onderscheiden. Deze en andere duincomplexen langs de gehele oostoever van de Maas zijn ontstaan tijdens de droge en koude fase van de Jonge Dryas aan het einde van het Weichselien. Ook in het Laat-Holoceen heeft er, zij het op minder

8 9

Wageningen Environmental Research, 2017. Stichting voor Bodemkartering, 1968.

10 Ridder & Geraeds, 2019; Aardkundige waarden. 11 Berendsen 2005.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 4 van 17

grote schaal, eolische activiteit plaatsgevonden in de vorm van de afzetting van stuifzanden (veroorzaakt door overexploitatie van de gebieden). DINO12 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd.13 Hieruit blijkt dat de bovenste lagen van de ondergrond bestaan uit zand uit de fijne categorie. Deze fijne zandlagen komen tot circa 4 tot 12 m -mv voor, waarbij enkele lagen matig grindig of siltig zijn. In één boring komt een leemlaag voor op 12.90 – 13.40 m -mv en in een andere boring op 22.00 – 22.90 m -mv. Verder komen vanaf een diepte van circa 10.00 tot 13.00 m -mv grindige lagen voor afgewisseld in fijne, matige en grove lagen grind. De fijne zandlagen kunnen worden geïdentificeerd als dekzand met daaronder grindlagen die zijn afgezet door een rivier. Het gaat om fluviatiele afzettingen van de Maas, welke zijn ontstaan van het Laat-Plioceen tot in het Holoceen.

Deze lagen zijn tijdens de eerder beschreven natuurlijke processen op deze locatie terechtgekomen. De Formatie die aan de lagen is toegeschreven is de Formatie van Beegden. Geomorfologie14 De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Reuver bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 5). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt op een dalvlakteterras (code E44). Dit terras is gevormd onder periglaciale omstandigheden aan het einde van het Pleniglaciaal. circa 73.000 – 14.500 BP. Gedurende interstadialen in het Laat-Weichselien sneed de meanderende Maas zich in, in het eerder afgezette dalvlakteterras. Op deze manier zijn enkele restgeulen ontstaan in het dalvlakteterras. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)15 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het noorden van het plangebied circa 25 m +NAP (zie figuur 6). In het noordoosten ligt naast het bestaande gebouw een lager gedeelte, namelijk op 24 m +NAP.

In het midden van het plangebied ligt een gebied op circa 25 m +NAP met een laagte op 24 m +NAP. Het zuiden van het plangebied heeft een hoogte van circa 24,7 m +NAP. Ten opzichte van de omgeving ligt het plangebied in een middelhoog gebied. De omgeving van het plangebied laat hoogteverschillen in het landschap zien. Zo ligt ten noordwesten van het plangebied een lager gelegen gebied, bekend als het rivierdal van de Maas. Ten westen ligt een hoger gelegen 12 13

Dinoloket. DINO boornummers B58E0057, B58E0172, B58E0173.

14 Ridder & Geraeds, 2019. 15

AHN.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 5 van 17

gebied, op de geomorfologische kaart geïdentificeerd als landduinen. Dit gebied ligt circa 30 m +NAP. Ten oosten ligt het dorp Reuver, welke circa één meter hoger ligt dan het plangebied. De rest van de omgeving ligt op circa 24 m +NAP. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Reuver bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 9). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen een horstpodzolbodem. Podzolering is een bodemvormend proces waarbij door de neerwaartse stroming van water humus en mineralen uit- en inspoelen. Kenmerkend zijn een loodzandlaag (deze is asgrijs) en een inspoelhorizont, ook wel oerbank genoemd. De podzolgronden zijn nader ingedeeld in onder andere humuspodzolgronden, welke op zijn beurt is onderverdeeld in onder meer een horstpodzolgrond.16 Horstpodzolgronden zijn moderpodzolgronden met een humushoudende bovengrond, die dunner is dan 30 cm en met een banden-B in de ondergrond. In dit gebied komen ze alleen voor in lemig zand. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG).

Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Dit is ook het geval bij het plangebied, waardoor geen gegevens beschikbaar zijn. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).17 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Provinciale archeologische aandachtsgebieden provincie Limburg 18 De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daartoe heeft ze een aantal zgn. archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. De Provincie wil zich inzetten voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden.

Het betreft zes soorten gebieden, verspreid over 16 verschillende gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is niet de bescherming van het gehele aandachtsgebied. Het is immers niet van tevoren bekend welke 16 Encyclo. 17 18

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Provinciaal Omgevingsplan Limburg.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 6 van 17

waarden aanwezig zijn en waar de vindplaatsen exact liggen. Basisprincipe voor het beleid is een hoge kwaliteit van het archeologisch onderzoek. Omdat niet alle vindplaatsen even belangrijk zijn en niet alle waardevolle vindplaatsen behouden kunnen blijven, zullen in het gehele archeologische onderzoekstraject keuzes gemaakt moeten worden. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dus wel plaatsvinden in de geselecteerde gebieden, maar alleen als er in een vroegtijdig stadium adequaat archeologisch onderzoek wordt verricht. Er worden immers waarden verwacht die van provinciaal belang zijn. Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg liggen het plangebied en onderzoeksgebied niet binnen een aandachtsgebied. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied19 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein.

Binnen het onderzoeksgebied liggen twee AMKterreinen (zie bijlage 2 en figuur 8Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). De AMK-terreinen rondom het plangebied geven aan dat de gebieden zeker vanaf de LateMiddeleeuwen zijn bewoond. Terreinen 16741 en 16742 betreffen nederzettingen die terug kunnen gaan tot in de Late-Middeleeuwen, Leeuwen en Reuver. In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 20 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal negen archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend) en proefsleufonderzoeken (zie bijlage 3 en figuur 8). Onderzoeksmeldingsnummer: 236841910021 Aan de Rijksweg/Bergerhof te Reuver, 40 meter ten zuiden van het plangebied, zijn een bureauonderzoek, booronderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door middel van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Tijdens het vooronderzoek is voor het plangebied een archeologische verwachting opgesteld die hoog is voor het aantreffen van sporen en vondsten uit het LaatPaleolithicum tot het Midden-Neolithicum, een middelhoge verwachting voor resten uit het LaatNeolithicum, een lage tot middelhoge verwachting voor de Late-Middeleeuwen tot het begin van de Nieuwe tijd en een lage verwachting voor de periode na 1781.

Daarom is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren wat is opgevolgd. Hierbij werden 30 antropogene grondsporen aangetroffen: 10 greppels, 13 paalsporen en 7 kuilen. De greppels volgen de huidige verkaveling en zullen een geringe ouderdom kennen. De paalsporen bevatten allen een gelijke vulling en kennen daarom vermoedelijk een gelijke datering. Omdat uit één van de paalsporen een post-middeleeuwse scherf roodbakkend aardewerk werd aangetroffen, bestaat het vermoeden dat alle aangetroffen palen een post-middeleeuwse datering hebben. Voor de blootgelegde kuilen is geen goede datering te geven. Het is echter te verwachten dat deze sporen niet veel verschillen van de overige spoorgroepen die zijn aangetroffen. Vondsten bestaan hoofdzakelijk uit stukken aardewerk uit de Nieuwe tijd, afkomstig 19 20

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.

21 Weterings, 2013.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 7 van 17

uit greppels. Ook werd een drietal stukken vuursteen aangetroffen, waarvan twee als artefact konden worden gedetermineerd. Eén ervan werd echter in een greppel uit de Nieuwe tijd verzameld en de andere werd geïsoleerd aangetroffen in het zuiden van het onderzoeksgebied. De resultaten van het IVO-P geven aanleiding tot het advies de vindplaats laag te waarderen en het plangebied vrij te geven van verder archeologisch onderzoek. Onderzoeksmeldingsnummers 2447750100 en 2449970100 22 Aan Parallelweg 8-9 te Reuver is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting na het uitvoeren van het bureauonderzoek is er een hoge verwachting op het aantreffen van sporen vanaf het Paleolithicum tot en met de LateMiddeleeuwen en is er een middelhoge verwachting op het aantreffen van sporen uit de Nieuwe tijd. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat de bodemopbouw van het plangebied bestaat uit een verstoorde bouwvoor van circa 60 cm dik, die erosief ligt op de C-horizont. Omdat er geen plaggendek aanwezig is kon er karterend geboord worden. Hierbij, noch bij de oppervlaktekartering, zijn vondsten aangetroffen waardoor de verwachting op het aantreffen van archeologische sporen uit alle periodes bijgesteld kan worden naar laag.

Onderzoeksmeldingsnummers 3990233100 en 399024110023 Aan Parallelweg 5-6 te Reuver is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is er een hoge verwachting op het aantreffen van sporen vanaf het Paleolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen en is er een middelhoge verwachting op het aantreffen van sporen uit de Nieuwe tijd. Geadviseerd is een verkennend booronderzoek uit te voeren, op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn wetenschappelijke publicaties geraadpleegd in de vorm van archeologische rapportages van eerder uitgevoerde onderzoeken. Aangezien verwacht werd dat het raadplegen van archieven en depots voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben zijn deze niet geraadpleegd. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied24 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd.

Binnen het onderzoeksgebied staan acht vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in alle perioden; Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Denk hierbij aan een fragment van een vuursteenkling uit het Mesolithicum – Neolithicum, een klopsteen uit het Paleolithicum – IJzertijd en handgevormd aardewerk uit de IJzertijd. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

22 Hos, 2014. 23 Stiekema, 2017. 24

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 8 van 17

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Reuver25 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. De oudste resten van menselijke activiteit in de gemeente Beesel bestaan uit (vuur)stenen werktuigen uit het Midden-Paleolithicum. De makers en gebruikers van deze werktuigen waren de Neanderthalers die hier tijdens de voorlaatste ijstijd rondtrokken in navolging van de dieren waar zij jacht op maakten. Hierbij kan gedacht worden aan rendieren, holenberen, wolharige neushoorns en mammoeten, die na de slacht ter plekke in tijdelijke kampementen gevild en verwerkt zijn. Het huidige Maasterrassenlandschap was toen al gevormd. De kampementen lagen op de plateaus van de Maasterrassen.

Er heerste een poolklimaat met een toendralandschap met mossen en lage begroeiing. Een concentratie van waarnemingen van Paleolithische vondsten bevindt zich op het lage terras langs de Maas aan de oostzijde tussen Asselt en Reuver. Rond 8.800 v. Chr. (Mesolithicum) warmde het klimaat verder op en de hoeveelheid neerslag nam toe. Men vestigde zich ook nu op de hogere gelegen terreinen om zich te beschermen tegen overstromingen. In het Neolithicum doet de landbouw zijn intrede in West-Europa en ook in onze streken. Ten zuidoosten van Bussereind ligt een concentratie van neolithische vondsten rond en op de Turfhei. Het is een terrein gelegen op een rug langs een oude Maasmeander. De geul is nog duidelijk aanwezig in het landschap. Deze geul is waarschijnlijk vrij continu watervoerend geweest tot in de 17 e eeuw. Van de overblijfselen van neolithische samenlevingen springen de grafheuvels het meest in het oog. In het zuidelijke deel van de gemeente, aan de Rijksweg en ten zuiden van Hoeve Waterloo zijn enkele grafheuvels uit het Neolithicum bekend. In de Bronstijd zijn landbouw en veeteelt de voornaamste vormen van bestaan. Dit uit zich in de bouw van boerderijen met een stalgedeelte, die ook nu op de hoger gelegen zones zijn gebouwd. De waterafvoer van de Maas nam toe en er traden regelmatig overstromingen op.

De hogere landschapsgedeelten werden gekozen, omdat ze minder getroffen werden door overstromingen. Op alle hogere landschapsdelen langs de Maas zijn daarom nederzettingen te verwachten. In de Late-IJzertijd ontstaan kleine dorpjes. Mogelijk werden nederzettingsterreinen in deze periode in enkele gevallen kunstmatig opgehoogd met nederzettingsafval om zo veiliger voor overstromingen te zijn, een soort terp. De Bronstijd kenmerkt zich door de vele (rituele) deposities in natte gebieden, zoals het moerassige Meerlebroek. Tegen het einde van de Bronstijd gaat men van inhumatiebegraving over op crematie. De crematieresten worden verzameld in een urn, begraven en bedekt met een heuvel. Dergelijke heuvels zijn gevonden bij Reuver en in het noordoosten van de gemeente vlakbij de landsgrens, op de overgang van het middenterras naar het hoogterras. Met de komst van de Romeinen traden veel veranderingen op. Onder andere werden er wegen aangelegd, die als voornaamste doel had het snel kunnen verplaatsen van militaire troepen. Een belangrijke verbindingsweg liep vanaf Xanten naar de Maasvallei om vervolgens langs de oostelijke oever van de Maas in Heerlen uit te komen op de verbindingsweg Keulen- Boulogne. Vanaf de Witte Steen 25

De Boer et al., 2010.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 9 van 17

bij Reuver loopt de weg langs de Duits-Nederlandse grens over de Prinsendijk. Vroeger heette deze weg Koning Karelsweg of Steenweg. Ten zuiden van de Witte Steen is de weg nu nog in gebruik als landweg. Op Beesels grondgebied liep de route over het hoogterras. Het gebied onder langs het hoogterras was waarschijnlijk in de Romeinse tijd ook vrij vochtig door kwelwater. Langs de Romeinse wegen lagen veelal grafvelden. Ten oosten van de Bentheimerschans ligt een Romeinse grafheuvel. Van de Romeinse vindplaatsen in Limburg zijn de villae het bekendst, met name op de vruchtbare lössgronden in Zuid-Limburg en op andere vruchtbare bodems, zoals de rivierkleigronden van Beesel. Een dergelijk villacomplex ligt op de Donderberg; een stuifduin. De Vroege-Middeleeuwen zijn slecht vertegenwoordigd in het vondstmateriaal. De enige vroegmiddeleeuwse resten die in de gemeente bekend zijn, zijn ongeveer 250 meter ten zuidwesten van de St. Lambertuskapel gevonden aan de Sangersweg. Het gaat om een afvalkuil, houtskool en aardewerk, onder andere een pot van Badorf-aardewerk, uit de 8e of 9e eeuw. De oudste vondst van deze locatie is een aardewerkscherf uit de 5e of 6e eeuw. Mogelijk wijzen deze vondsten op de locatie van een Merovingische nederzetting. Tussen Rijkel en Aoleberg werd, evenals ten noorden van Schelkensbeek, Frankisch aardewerk gevonden.

Vrijwel alle bewoning bleef in de Merovingische periode geconcentreerd in de strook tussen Maas en Meerlebroek. In de Volle-Middeleeuwen, meer dan in de Vroege-Middeleeuwen, was het landschap dynamischer. De Maas verplaatste haar bedding regelmatig en de overstromingen die het Maasdal teisterden waren van grote invloed op de mogelijkheden van de mens om het Maasdal te bewonen en gebruiken. De bewoning concentreerde zich op de hoger gelegen delen in, nu nog bestaande, dorpen. Na 1000 komt er meer ontbossing als gevolg van de toenemende houtbehoefte. Deze behoefte hing samen met de periode van economische bloei van de 11e tot in de 14e eeuw. De bevolking groeide, grote gebieden werden ontgonnen, steden werden gesticht. Het laaggelegen gebied was destijds minder geschikt voor bewoning maar was wel goed bruikbaar voor de bouw van watermolens en baksteenovens. Als de behoefte aan land toeneemt, vinden er ontginningen en ontwatering plaats. Kastelen spelen waarschijnlijk een belangrijke rol bij de ontginningen en bij de controle over bijvoorbeeld de ijzerindustrie. Ook dragen ze bij aan de beheersing van de handel en het transport op de Maas. Enkele kilometers ten zuiden van gemeente Beesel en in de zuidwesthoek van de gemeente blijkt de dynamiek van de Maas uit de vondsten van onder andere scheepsresten in verlande beddingen.

In de 14e of 15e eeuw werd de lus tussen Rijkel en Swalmen doorgesneden door de Maas. Uit deze periode stamt scheepshout dat bij de Biesweerd langs de oostoever van de laatmiddeleeuwse Maas werd gevonden. Uit de periode 11e tot 13e eeuw zijn meer gegevens bekend uit de gemeente Beesel. Zo is bij het recreatiepark Lommerbergen veel laatmiddeleeuws aardewerk, houtskool en verbrande leem aangetroffen. Waarschijnlijk gaat het om een zogenaamde Wüstung die in de 11 e eeuw tot het midden van de 13e eeuw werd bewoond. De huidige woonkernen in de gemeente Beesel zijn alle in de Middeleeuwen of daarna ontstaan. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel II.

26

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Tranchot und v. Müffling kaart26

1803-1820

1:20.000

Het plangebied is in zijn geheel in gebruik als bouwland.

De huidige Parallelweg is al aanwezig. Hetzelfde geldt voor onder meer de Bergerhofweg en Heerstraat.

Beeldbank Vrije Universiteit.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 10 van 17

Kadastrale minuut27

1817

1:2.500

Het plangebied is in gebruik als bouwland en eigendom van de gemeente Reuver.

Geen veranderingen ten opzichte van 1803-1820.

Militaire topografische kaart28 (nettekening)

1850

1:50.000

Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Het uiterste zuiden is heidegrond.

Geen veranderingen ten opzichte van 1817.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1899

1:50.000

Het plangebied is in gebruik als bouwland.

Ten oosten liggen bossen. Ten westen zijn verscheidene gebouwen aanwezig. De Parallelweg is verhard. Daarnaast is ten westen van deze weg een treinspoor aangelegd.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1926

1:50.000

In de hoek in het zuidwesten is bebouwing aanwezig.

De bosgebieden zijn afgenomen. Meerdere wegen zijn verhard. Bebouwing langs de verharde wegen is toegenomen.

Topografische kaart

1950

1:25.000

In het zuiden is een groenstrook aanwezig. Het gebouw is nog aanwezig.

Bebouwing is erg toegenomen. Meerdere wegen zijn verhard.

Topografische kaart

1970

1:25.000

Geen veranderingen ten opzichte van 1950.

Bebouwing is explosief gestegen. Straten zijn aangelegd. Alle straten zijn verhard.

Topografische kaart

1990

1:25.000

Het eerdere aanwezige gebouw is weg. In het noorden van het plangebied is een nieuw groot gebouw aanwezig.

Bewoning en wegen zijn toegenomen.

Topografische kaart

2015

1:25.000

Het gebouw is naar het zuiden toe uitgebreid.

Bebouwing is toegenomen. Ten zuiden ligt een meer.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal kan worden gezegd dat binnen het plangebied in de afgelopen tweehonderd jaar vanaf 1926 bebouwing in het zuidwesten aanwezig was (zie figuur 10 t/m figuur 18). Voor die tijd was het gebied in gebruik als bouwland. De bebouwing is op de kaart van 1990 verdwenen en vanaf die tijd is een groot gebouw in het noorden van het plangebied aanwezig. Dit gebied is in 2015 naar het zuiden toe uitgebreid. Rond het plangebied zijn aan het begin van de 19e eeuw de kavels grotendeels in gebruik als bouwland. Daarnaast zijn de huidige Parallelweg, Bergerhofweg en Heerstraat al aanwezig. De Parallelweg is in 1899 verhard en ten westen hiervan is een treinspoor aangelegd. Ten oosten van het plangebied zijn enkele bosgebieden aanwezig. Het aantal bosgebieden zijn op de historische kaart van 1926 afgenomen. Op de kaart van 1950 is te zien dat de bebouwing rond het plangebied erg is toegenomen. Daarnaast zijn veel verharde straten aangelegd. De bewoning en bestrating nemen in de decennia daarna toe. Daarnaast ligt in 2015 ten zuiden van het plangebied een meer. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument.

Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 29

27

Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 29 Indicatieve kaart Militair Erfgoed. 28

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 11 van 17

De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) laat zien dat ten noorden van het plangebied de linie Maas-stellung heeft gelopen. Dit was een Duitse verdedigingslinie langs de oostoever van de Maas, aangelegd om een geallieerde invasiemacht uit het westen en zuiden te kunnen stoppen/vertragen. Aan de andere kant van de Maas ligt de Maaslinie van het Nederlandse leger. Deze Maaslinie diende als vertragingslinie om het Nederlandse leger de tijd te geven de achterliggende Peel-Raamstelling in gereedheid te brengen. Ten oosten van het plangebied ligt de Maas-Rurstellung (1944). Deze linie maakte onderdeel uit van de Duitse Westwall en was aangelegd om een geallieerde aanval vanuit het westen te stuiten en de toegang tot Duitsland te ontzeggen. 30 Uit de ruimingskaart valt af te leiden dat direct ten westen van de Parallelweg een mijnenveld heeft gelegen. Daarnaast hebben in de directe omgeving van het plangebied regelmatig ruimingen plaatsgevonden.31 Wanneer explosieven binnen het plangebied zouden hebben gelegen, is het te verwachten dat deze tijdens de bouw van het industrieterrein zouden zijn aangetroffen. De kans dat er nog explosieven aanwezig zijn binnen het plangebied wordt daarom laag geacht. Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal, waarbij de contactpersoon dhr.

W Luys was (d.d. 24-05-2022). Hij geeft aan dat BAAC dicht bij het plangebied in 2012 een proefsleuvenonderzoek heeft uitgevoerd. Daarbij zijn enkele stukken vuursteen aangetroffen en enkele recente dakpanfragmenten. Door een lid van de Heemkundevereniging is hier gevonden: een boogschrabber, afslag met wisselretouche en een geretoucheerde microkling. Dit zijn vondsten uit de Steentijd, vermoedelijk het Mesolithicum. Deze informatie is ook in bijlagen 3 en 4 terug te vinden. 2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel III.

30 31

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Middelhoog

Kampementen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

Mesolithicum

Middelhoog

Kampementen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

Neolithicum

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

Bronstijd

Laag

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

IJzertijd

Middelhoog-Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen,

Onder de bouwvoor en in de top van de

Indicatieve kaart Militair Erfgoed. BeoBom.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 12 van 17

grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Maasterrasafzettingen

Romeinse tijd

Middelhoog-Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

Vroege-Middeleeuwen

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

Late-Middeleeuwen

Middelhoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen

Uit de landschappelijke ligging, op een hoger gelegen Pleniglaciale terrasvlakte dichtbij de Maas, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor bewoning. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefde van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.32 Landschappelijk gezien ligt het plangebied op een redelijk gunstige locatie voor jagers-verzamelaars. Het plangebied ligt ongeveer 1 kilometer ten oosten van de Maas, wat relatief ver weg is om in die periode te wonen. Desondanks blijkt uit archeologische vondsten uit het omliggende gebied dat regelmatig vondsten uit het Paleolithicum-Mesolithicum worden aangetroffen. Daarom zijn aan deze perioden een middelhoge verwachting gegeven. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie.

Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.33 Landschappelijk ligt het plangebied gunstig voor bewoning in het Neolithicum. Het gaat om een hoger gelegen gebied. Daarnaast zijn in het onderzoeksgebied meerdere vondsten aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 34 In het 32

Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005. 34 Renes, 1999. 33

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 13 van 17

onderzoeksgebied liggen twee AMK-terreinen geïdentificeerd als nederzettingen uit de LateMiddeleeuwen en Nieuwe tijd. Echter vondsten uit de Middeleeuwen zijn in het onderzoeksgebied niet aangetroffen. Daarom is aan deze periode een middelhoge verwachting gegeven. Uit de Nieuwe tijd zijn wel sporen en vondsten aangetroffen en deze periode heeft een hoge verwachting gekregen. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit het Paleolithicum t/m Neolithicum, IJzertijd t/m Romeinse tijd en Late-Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd. Het Paleolithicum en Mesolithicum hebben een middelhoge verwachting, het Neolithicum een hoge verwachting, IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog-hoog, Late-Middeleeuwen middelhoog en Nieuwe tijd hoog. De Bronstijd en Vroege-Middeleeuwen hebben een lage verwachting gekregen door gebrek aan vondsten. Deze archeologische resten worden verwacht onder de bouwvoor en in de top van de Maasterrasafzettingen. De vondstenlaag is opgenomen onder in de bouwvoor. Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.

Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bouwland. Verder is het gebied deels bebouwd. Door ploegen en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.

3

CONCLUSIE EN ADVIES

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit het Paleolithicum t/m Neolithicum, IJzertijd t/m Romeinse tijd en Late-Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd. Het Paleolithicum en Mesolithicum hebben een middelhoge verwachting, het Neolithicum een hoge verwachting, IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog-hoog, Late-Middeleeuwen middelhoog en Nieuwe tijd hoog. De Bronstijd en Vroege-Middeleeuwen hebben een lage verwachting gekregen door gebrek aan vondsten. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Econsultancy, wanneer wordt besloten de nieuwbouw op het maaiveld te bouwen, om de dubbelbestemming te behouden/behoud in situ. Bij het bouwen op het maaiveld wordt de bodem niet geroerd en blijven eventueel aanwezige archeologische resten intact. Wanneer blijkt dat verdieping voor het realiseren van de nieuwbouw toch nodig is, adviseert Econsultancy om binnen het plangebied een verkennend booronderzoek uit te voeren. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied.

Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Beesel), die vervolgens een besluit neemt.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 14 van 17

LITERATUUR Berendsen, H.J.A., 2005: Fysische Geografie van Nederland, deel 4: Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio's. Van Gorcum, Assen. Boer, A. de, A. Botman, A. Brakman, R. Magendans, 2010: De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Beesel, Amersfoort. Hos, T. H. L. 2013: Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek Parallelweg 9 te Reuver in de gemeente Beesel. (Econsultancy: 14061565). Econsultancy: Swalmen. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Ridder, J.A.A., J.J.G. Geraeds, 2019: Archeologisch onderzoek Kesselseweg 43 te Reuver. Archeologische bureauonderzoek en IVO-O verkennende vorm door middel van boringen Kesselseweg 43 te Reuver, gemeente Beesel. (Archeologische rapporten Geonius 113). Geonius Archeologie, Geleen. Stichting voor Bodemkartering, 1968: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 58 Oost. Stiekema, M. 2017: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Parallelweg 5 en 6 te Reuver in de gemeente Beesel. (Econsultancy: 16011033). Econsultancy: Swalmen. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Weterings, P., 2013. Reuver plangebied Rijksweg/Bergerhof.

Inventariseren veldonderzoek door middel van proefsleuven (Ivo-p). BAAC: ’s Hertogenbosch.

BRONNEN Aalst, J.W. van (2021) ‘OpenTopo.nl’; internetsite, februari 2022. https://www.imergis.nl/asp/opentopo400.htm Aardkundige waarden; internetsite, juni 2022. http://www.aardkundigewaarden.nl/aardkundigemonumenten/detailpagina.php?tuin_ID=340 AHN; internetsite, juni 2022. http://www.ahn.nl Atlas Limburg; internetsite, juni 2022. https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juni 2022. https://archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, juni 2022.

Rapport 19156.001 versie 2

Pagina 15 van 17

http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, juni 2022 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, juni 2022. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Ruimingskaart; internetsite, juni 2022. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ Bodemloket, internetsite, juni 2022. http://www.bodemloket.nl Dinoloket; internetsite, juni 2022. http://www.dinoloket.nl/ Encyclo; internetsite, juni 2022. https://www.encyclo.nl/begrip/podzolgronden#:~:text=Gronden%20genoemd%20naar%20het%20Rus sische,zie%20ook%3A%20%C2%BBBodem). Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juni 2022. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, juni 2022. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa4d44-a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, juni 2022. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a4d01-9245-5cf058314ebf. Kadaster Topotijdreis; internetsite, juni 2022. http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, juni 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=429792b9-aa68-42da-8238-129f386711ca