Bijlage bij de toelichting: I - Bodemonderzoek nulsituatie
Tekst van het document
label2.2 Richting
Afstand
Naam
125WO
NO
in km 0,7
vergunninghouder Euroceramic BV
222WO
W
1,7
Vak. Park de
Nummer
274WO
at
2,4
Lommerbergen Frumarco BV Beesel
295WO
W
2,2
Thijssen-Emans BV
908WO
atl
1,5
Waterleiding Mij
Adres onttrekking
Diepte
Winning in
m-mv
1996 in m3
I
Keulseweg 39e Belfeld Bungalowpark Lommerbergen St. Jorisstraat 42 Reuver St. Jorisstreat 48 Beesel P.S. Reuver
1.232
14
82.68'l
14
29.1 80
12
1 .314
19
245.187
Limburg
Het is onbekend of in de omgeving van de ondezoekslocatie niet geregistreerde particuliere onttrekkingen aanwezig zíjn. Deze onttrekkingen zullen echter geen noemenswaardige invloed op de grondwaterstand of stromingsrichting van het grondwater uitoefenen.
2.3.3 Bodemtype Uit de bodemkaart van Nederland, blad 58 Oost Roermond, is af te leiden dat het bodemtype in de omgeving van de ondezoekslocatie behoort tot de horstpodzolgronden, welke volgens de Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA) voornamelijk bestaan uit lemig fijn zand. Deze gronden liggen tussen Kessel en Baarlo, ten zuiden van Tegelen, rondom Reuver en bij Herkenbosch. Ze z¡n gevormd laatglaciale riviersedimenten van de Maas en de Roer. De bouwvoor (Ap) is zeer donker gríjsbruin, 20 à 25 cm dik, en bevat 3 à 4% humus. De B-laag is donkerbruin tot donker geelbruin van kleur en bevat slechts circa 1o/o humus. Op 60 à 90 cm diepte gaat deze horizont geleidelijk over in een gele of fletsgele C1, waarin roodbruine banden van 5 à 10 cm dikte voorkomen. Het leemgehalte van de A- en B-horizont is 18 à 30% en de mediaan van het zand (M50) 140 à 160 pm. De C1 heeft in het algemeen 10 à 15% leem en het zand is grover (M50 ca. 180 pm).
De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat in hoofdzaak uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand. Ter plaatse van boring 3, 4 en 6 is een zwak grindige b'ljmenging aangetroffen. Het freatisch vlak is ten tijde van het veldwerk aangetroffen op een diepte van circa 3,0 m-mv. ln bijlage 5 zijn de profielen van de diverse boringen weergegeven. De voomoemde alkortingen zijn da bodemhorizonten d¡e men in het bodemprofisl ken waarnemen. Ze versch¡llen van €lkâar door onder ander€ het gehalte aan humus, ijzer, leem, lutum, kleur en structuur. De volg€nd€ dris hoofdhorizonten kunnen h¡erb¡j worden ondersche¡den.
Hooldhor¡zont A ¡s d6 bovenste lââ9 van ¡eder bodemprol¡el, waarin vers6 organische stof wordt omgezet tot humus en waaruil €vontueel gemakkel¡jk oplosbar€ b€standdelen kunnen uitspoelen. Deze hoofdhorizont wordt ondervardêeld ¡n: A0: strooisellaagvanonverteerdeofweinigverte€rd6plantenrestên; bovenstê, donker geklsurd€ laag mêt een relatief hoog gêhalto aan organ¡sch stof, dis b¡olog¡sch geheel of gedeeltelijk is omgêzel A1: en intensief is vermengd met minêralo delen;
Ap: Aan: M: AC:
boMoor:
een door menselüke act¡vitêiten (bv. ophog¡ng) gsvomd dek; minerale laag die als gevolg van u¡tspoel¡ng relat¡ef arm ls aân klsimineralen, ijzer, aluminium of ean alle dr¡e: oveÍgang van A naar C mel evenve€l A- als C-kenm€rk€n.
Hoofdhorizont B is de laâg waarin door inspoel¡ng materiâal is afgezet. Deze hoofdhorizont wordt onderverdeeld in: laag met muimale insPoel¡ng; 82 die ìn bijzonder sterke male is v€rrijkt met amoffe humus; 82 die in bijzonder stêrkê mato is v€rrijkt met ijz€r; overgang van B naar C met overwegend B-kenmerken
B'2: B2h: B2i1: 83:
Hoofdhorizonl C is de laag wearin onveranderd of slechts weinig veranderd mater¡âal (moedermateriaal) c kalkloos moedermateriaal; kalkrijk mo6demateriaal.
âanwezig is De hoofdhor¡zont bestaat uit:
l: Q2:
blad 5 van 13
-
Het Milieuburo
Rapportnr. 99
-
- 1009 - 51
-
3 Hypothese Tijdens het voorondezoek is gebleken dat de bodem op het naastgelegen terrein, ten oosten van de feitel'ljke ondezoekslocatie, waarsch'ljnlijk verontreinigd is met een soort oplosmiddel of verdunner. Voor zover bekend hebben op de feitelijke ondezoekslocatie geen activiteiten plaatsgevonden die tot verontreinigingen in de bodem hebben kunnen leiden. Op basis van de gegevens van het voorondezoek wordt de feitelijke ondezoekslocatie vooralsnog als'niet-verdacht' aangemerkt.
4 Onderzoeksstrategie De ondezoeksstrategie is in overleg met de heer H. Driessen van de gemeente Beesel, afdeling Milieu, tot stand gekomen en is gebaseerd op voornoemde hypothese. De onderzoekslocatie wordt vooralsnog als'niet-verdacht' aangemerkt en ondezocht conform de strategie A als genoemd in de NVN 5740, met dien verstande dat de peilbuis bovenstrooms van de ondezoekslocatie wordt geplaatst om een eventuele grondwaterverontreiniging afkomstig van het naastgelegen terrein te lokaliseren. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de hiervoor geldende richtlijnen.
5 Uitvoerinq van het onderzoek 5.1 Veldwerþaamheden
5.1.1 Grond Gelijkmatig verdeeld over het terrein zijn op 15 december 1999, met behulp van een edelmanboor*, 6 boringen verricht tot 0,5 m-mv dan wel tot 0,5 meter onder de verhardingslaag of een zintuiglijk aangetroffen verontreiniging. Van de uitkomende grond is per boring een grondmonster samengesteld. Van zintuiglijk verontreinigde trajecten zijn separate monsters samengesteld.
* Voorafgaand aan boring 1, 3, 4 en 6 is de asfaltlaag doorboord met behulp van een kernboo¡'. Twee van deze boringen (boring 1 en 2) zijn doorgezet tot 2,0 m-mv dan wel tot 2,0 meter onder de verhardingslaag. Per boring zijn, in trajecten van maximaal 50 centimeter, grondmonsters samengesteld. ln totaal zijn op deze w'rjze zes deelmonsters van de ondergrond verkregen. Boring 1 is doorgezet tot het freatisch vlak, dat ten tijde van de veldwerkzaamheden is aangetroffen op een diepte van circa 3,0 m-mv. Het opgeboorde materiaal van al deze boringen is zintuiglijk onderzocht op mogelijk aanwezige verontreinigingen en is beschreven, ln bijlage 5 zijn de profielen van de diverse boringen weergegeven. De situering van de boringen is weergegeven in bijlage 6'
blad 6 van 13
|lst l!/lillsr¡þr¡¡s
-
Rapportnr. 99 - 1009 - 51
-
-
5.1.2 Grondwater Bovenstrooms van de ondezoekslocat¡e is één boring (boring 1) doorgezet tot een diepte van circa 1,5 meter beneden de grondwaterspiegel en afgewerkt tot peilbuis. Door het onsamenhangende karakter van de grond vanaf het freatisch vlak is deze boring vanaf het freatisch vlak uitgevoerd met behulp van mantelbuizen en een pulsboor. De peilbuis bestaat uit Hoge Dichtheid Poly Ethyleen (HDPE). Aan de ondezijde is de peilbuis voozien van een filterbuis van blank HDPE met een lengte van 1 meter. De filterbuis is aan de ondezijde afgesloten met een
HDPE-afsluitdop. Het filtergedeelte en het blinde gedeelte van de peilbuis zijn lekvrij verbonden met een strak sluitende mof. Het fìltergedeelte van de peilbuis is omstort met gebrand en gewassen filtergrind (1-2 mm). Het boorgat is gedicht met een bentoniet kleistop. De peilbuis is afgeschermd met een straatpot en vezonken onder maaiveld. Direct na plaatsing is de peilbuis afgepompt. De situering van de peilbuis is eveneens aangegeven in bijlage 6.
5.2 Bemonsterinq van het qrondwater De bemonstering van het grondwater heeft op 22 december 1999 plaatsgevonden. Direct voor de monstername is de peilbuis afgepompt (ongeveer 2maal de inhoud van de peilbuis).
De bemonstering heeft plaatsgevonden met een vacuümpomp. Via een doorstroomcel heeft tijdens het afpompen en bemonsteren een continue meting van pH en EC plaatsgevonden. Pas nadat deze parameters geen schommelingen meer vertoonden zijn de watermonsters genomen. Voor de monstername zijn de aanzuigslangen met het betreffende monsterwater gespoeld. Ten behoeve van het ondezoek op kwik en andere zware metalen is een gedeelte van het watermonster tijdens de monstername in-line gefiltreerd (filter met een poriëngrootte van 0,45 pm) en aangezuurd met geconcentreerd salpetezuur. Direct na de monstername zijn zowel de grondmonsters als de grondwatermonsters gekoeld aangeleverd bij het laboratorium, waar verdere conservering ten behoeve van het ondezoek heeft plaatsgevonden.
5.3 Sarnenstelling van de te analvseren qrondmengmonsters Zintuiqliik verontreiniqde bovenorond
Tabel 5.1 geeft een overzicht van de grondmonsters die zijn gebruikt ten behoeve van het samenstellen van het te analyseren grondmengmonster van de zintuiglijk verontreinigde bovengrond. tabel5.1 boorpunt*
traiect in cm-mv zintuiglijke ve ro ntrein iq inqe n
menqmonster nr
de
rond 1
3
4
6
16-40
14 - 30
12-25
13-20
matig puinhoudend
sterk
sterk
puinhoudend
puinhoudend
matig puinhoudend
MM1
blad 7 van 13
Het Milieuburo
-
-
f¿pp6¡f¡¡. 99 - 1009 - 51
-
Onderorond
Tabel 5.2 geeft een ovezicht van de grondmonsters die zijn gebruikt ten behoeve van het samenstellen van het te analyseren grondmengmonster van de ondergrond.
tabel5.2: boorpunt*
nster 1
1
2
2
2
traiect in cm-mv
40 -70
140 - 190
50 - 100
100 - 150
150 - 200
zintuiglijke
9een
geen
geen
9een
geen
verontrein ioinoen
menqmonster nr
MM2
* De situering van de boringen is weergegeven in bijlage 6,
5.4 Laborator¡umonde Ìzoek De grondmonsters en grondwatermonsters zijn onderzocht door het milieulaboratorium van Alcon-
trol b.v. in Hoogvliet. Het samenstellen van de te analyseren grondmengmonsters heeft eveneens op het laboratorium plaatsgevonden. Hier zijn op de monsters de volgende analyses uitgevoerd. Een kopie van de analysecertificaten is opgenomen als bijlage 3 (grond) en 4 (grondwater). De bepalingsgrenzen en de ondezoeksmethodiek van de toegepaste analyses zijn opgenomen in bijlage 7
G ro nd m enqm onster boven q rond
. Zwale metalen (cadmium, chroom, koper, nikkel, kwik, zink, lood) en arseen; . Minerale olie GC-methode; . E.O.X. (extraheerbare organo-halogeenverbindingen); . Polycyclischearomaten (VROM-reeks); . Droge stof-, organisch stof- en lutumgehalte. Grondmengmonster onderqrond*
. Zware metalen (cadmium, chroom, koper, nikkel, kwik, zink, lood) en arseen; . E.O.X. (extraheerbare organo-halogeenverbindingen); . Minerale olie GC-methode; ¡ Droge stofgehalte. De bepaling van de vluchtige verbindingen in het grondmengmonster van de ondergrond is vervallen aangezien deze stoffen in het grondwater worden bepaald.
Grondwatermonster
. . . . .
Vluchtige aromaten (B.E.T.X.) en naftaleen; E.O.X. (extraheerbare organo-halogeenverbindingen); Zware metalen (cadmium, chroom, nikkel, koper, kwik, zink, lood) en arseen: Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen; Fenol-index.
De pH en de geleidbaarheid (EC) van het grondwatermonster z'tjn in het veld tijdens de monstername bepaald.
blad I van 13
flst Milieuburo
-
Rapportnr. 99
-
- 1009 - 5'1
-
6 Onderzoeksresultaten 6.1 Texturele samenstelling bodem De bodem ter plaatse van de ondezoekslocatie bestaat in hoofdzaak uit zwak siltig, matig frjn tot matig grof zand. Ter plaatse van boring 3, 4 en 6 is een zwak grindige b'tjmenging aangetroffen. Het freatisch vlak is ten tijde van het veldwerk aangetroffen op een diepte van circa 3,0 m-mv.
6.2 Zintuiqliike waarneminqen T'rjdens het verrichten van de veldwerkzaamheden z'tjn er bij enkele boringen zintuiglijk verontreinigingen waargenomen. Tabel 6.1 geeft per boring de waargenomen zintuiglijke verontreinigingen, alsmede de verontreinigingsintensiteit en desbetreffende trajecten weer,
tabel 6.1 Boring 1
3
4 6
verontrein Traject (cm-mv)
lntensiteit
Aard verontreiniqinq
16-40 14-30 12-25 13 -20
matiq
puinhoudend
sterk
puinhoudend
sterk
puinhoudend
matiq
puinhoudend
Tijdens de bemonstering van het grondwater uit de peilbuis is er zintuiglijk geen verontreiniging waargenomen.
6.3 Analvseresultaten alqemeen De analyseresultaten zijn weergegeven op bladzijde 11 en 12.
Bladz'rjde11 Bladzijde 12
grondmengmonsterbovengrondenondergrond. grondwatermonster.
De analyseresultaten zijn vergeleken met de streef- en interventiewaarden van het DirectoraatGeneraal voor de Milieuhygiëne (zie ook bijlage 8). Deze richtwaarden zijn:
.
.
streefuiaarde: deze waarde geeft het concentratieniveau aan waarbij sprake is van een duuzame bodemkwaliteit. Dit niveau dient bereikt te worden om de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant, volledig te herstellen. Het concentratieniveau komt overeen met een "gemiddelde" achtergrondconcentratie, die b'rj de verschillende bodemtypen in Nederland kan voorkomen, of die is afgestemd op de detectielimiet bij de gebruikelijke analysemethode;
interventiewaarde: deze waarde geeft het concentralieniveau aan voor verontreinigingen in bodem waarboven
.
ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die bodem heeft voor mens, dier en plant. Gehalten of concentraties van verontreinigende stoffen, die deze waarde overschrijden geven aanleiding een saneringsondezoek in te stellen en zonodig sanerende maatregelen te treffen;
criterium voor nader onderzoek:
dit is het criterium %(interventiewaarde + streefr^/aarde) waarb'tj, afhankelijk van de omstandigheden, sprake kan zijn van een blootstellingsrisico voor de mens en/of aantasting van het milieu. Afhankelijk van die omstandigheden kan een nader onderzoek gewenst zijn. Voor stoffen waarvoor geen streefwaarde is vastgesteld, wordt het criterium %(interventiewaarde) gehanteerd in plaats van het criterium %(interventiewaarde + streefwaarde). Ter verduidelijking is het criterium voor nader onderzoek eveneens bij de analyseresultaten opgenomen.
blad 9 van 13
Het Milieuburo
-
-
f¿pp6¡l¡¡. 99 - '1009 - 51
-
Aangetoonde stoffen die in een gehalte of concentratie boven de streeli,vaarde voorkomen zijn vetgedrukt en gecentreerd. Stoffen die in een concentratie boven het criterium voor nader ondezoek voorkomen zijn vetgedrukt, gecentreerd en gearceerd. Aangetoonde stoffen die de interventiewaarde overschrijden zijn vetgedrukt, gearceerd en links in de kolom geplaatst.
Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt in voorliggende rapportage de volgende terminologie gebruikt:
o niet verontreinigd o licht verontreinigd . mat¡g verontreinigd . sterk verontreinigd
gehalte/concentratie 5 streefwaarde; streefwaarde < gehalte/concentratie 5 %(streef- + interventiewaarde); Tz(sl¡eef-+intervent¡ewaarde)<gehalte/concentratie5interventiewaarde; gehalte/concentratie > interventiewaarde.
6.4 Analvseresultaten onderzoekslocatie Grond Zintuiqliik verontreiniqde bovenqrond
ln grondmengmonster MM1 z'rjn cadmium, nikkel, zink, de somparameters p.a.k.-totaal en het totaal aan minerale olie aangetoond in verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden. Voor het overige z'rjn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefitaarden aangetoond. De groepsparameter E.O.X. is aangetoond in een verhoogd gehalte ten opzichte van de bepalingsgrens. Ondergrond
ln het geanalyseerde grondmengmonster van de ondergrond (MM2) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de slreefwaarden en / of bepalingsgrenzen aangetoond.
Grondwater ln het geanalyseerde grondwatermonster (W1) zijn, met uitzondering van xylenen, geen van de in
ondezoek genomen parameters in verhoogde concentraties aangetoond ten opzichte van de streefwaarden. De pH van het grondwater uit peilbuis PB1 kan als hoog gezien worden
blad 10 van 13
Het l$ilisuþu¡q
Rapportnr. 99
-
-
- 1009 - 51
-
Gebruikte deelmonsters t.b.v
Analyserapportnr
9950N77
Proiectcode
99-l 009-51
BG puin-
Onder-
houdend Reuver Paral AnalyseDarameters
MM1 van
10
MM2 van
1.1
1.2
Berekende referentiewaarden
3.'l
1.4
l/2(S+l)
4.1
2.2 2.3 2.4
S-waarde
l-waarde
6.1
Droqe stof in %
86,2
Organisch stof in %
3,'l
Lutumqehalte ln %
1.0
93,4
Zware metalen Arseen
17
24
32
Cadmium
0,48
3,8
7,2
Chroom
52
125
Koper
17
55
Kwik
0,21
Lood Nikkel
Zink
8.6
5,0 <0,4
198
16
<15
92
14
<5
3,6
6,9
<0,05
<0,05
54
196
337
26
<13
11
39
66
12:
58
'177
296
83
0,6
6,9 <20
{"-- o"n.li^,.r,, ",*{
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen VROM-reeks <0,1
Naftaleen
Antraceen Fenantreen
,,9U
Fluoranteen
'1,0
BenzoIa]antraceen Chryseen BenzoIa]pyreen
0,39
Benzo[ghi]peryleen
0,30
Benzo(k)fluoranteen
0,22
lndeno[1 .2,3-cdlpvreen P.A.K.'s totaal (VROM)
0 0,31
20,2
40
3,7
1
783
1 550
150
E.O.X
Tot. min. olie C10-G40
<50
Berekende streef- en interventiewaarden bij bepaald organisch stof- en lutumgehalte. Voor de berekening van de referentiewaarden m.b.t. de organische verbindingen is bij een org. stof < 2% uitgegaan van org. slof =2Vo 1) Voor de berekening van de interventiewaarde van de somparameter p.a.k.-totaal (VROM-reeks) is,
conform circulaire ¡nterventiewaarde bodemsanering voor p.a.k.'s, geen bodemtypecorrectie toegepast. Analyseresultaten in mg/kg d.s. tenzij anders aangegeven. * Voor deze stoffen zijn geen individuele streef- respectievelijk ¡nterventiewaarden vastgesteld.
blad 11van 13
t
Het Milieuburo
Analyserapport nr,
9951 380
Proiectcode
99-1009-51
-
Rapportnr. 99 - 1009 - 51
-
qrondwatermonster
Reuver, Parallelweq 10
w1 peilbuis
Referentiewaarden
Analvseparameters
S-waarde
1/2(S+l)
l-waarde
PB1
pH (in situ)
7,68
E.C. ( in situ )
141
Grondwaterstand in m-mv
3,00
Zware metalen Arseen Cadmium
10
35
60
<5
0,40
3,2
6
<0,8 <1
Chroom
1
16
30
Koper
t5
45
75
<5
Kwik
0,05
0,2
0,3
<0,05
Lood
15
45
75
<10
Nikkel
l5
45
75
<10
Zink
65
433
800
<20
Benzeen
o,2
't5
30
<0,2
Tolueen
0,2
500
Vluchtiqe aromaten 1
000
<0,2
-0,2
Ethylbenzeen
0,2
75
150
Xylenen
o,2
35
70
Naftaleen
0,'t
35
70
/
, ¡.¡ : rii ¡',i,lli {, tri ¡
<5
Fenol-index loreerde koolwaterstoffen 'l ,2-Dichloorethaan
0,01
200
400
<,|
cis 1,2-Dichlooretheen
0,0'l
10
20
<1
,2-Dichloorpropaan Tetrachlooretheen
0,01
20
40
<0,2
<1
1
0,01
5
10
<0,2
0,01
'150
300
<1
Trichlooretheen
0,01
500
<0,2
Chloroform Cf rich¡oormethaan)
0,0'l
250 200
400
<0,2
Tetrachloormethaan 1 ,1 ,1 -trichloorethaan
<1
1, 1,2-trichloorethaan
<1
E.O.X
Analyseresultaten in ug/l tenzij anders aangegeven. individuele streef- res Voor deze stoffen
*
interventiewaa rden
blad 12 van 13
Het Milieuburo
-
-
ft¿ppqrt¡¡. 99 - 1009 - 51
-
7. Gonclusies en aanbevelinqen Grond Tijdens het verrichten van de veldwerkzaamheden zijn er bij enkele boringen zintuiglijke verontreinigingen in het opgeboorde materiaal waargenomen. Voor een compleet ovezicht wordt verwezen naar tabel 6.1 in paragraaf 6.2 en de boorprofielen die als bijlage 5 zijn opgenomen. De matig tot sterk puinhoudende bovengrond (grondmengmonster MM1) is licht verontreinigd met p.a.k.'s, minerale olie en E.O.X. Ondanks het feit dat cadmium, nikkel en zink in grondmengmonster MM1 in verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden zijn aangetoond, mag worden aangenomen dat de matig tot sterk puinhoudende bovengrond niet noemenswaardig verontreinigd is met cadmium, nikkel en zink omdat de aangetoonde gehalten beneden de referentiewaarden voor cadmium (0,8 mg/kg d.s), nikkel (25 mg/kg d.s.) en zink (1 10 mg/kg) liggen, die door de Provincie Limburg zijn vastgesteld. De aangetoonde verontreinigingen in grondmengmonster MM1 staan zeer waarschijnlijk in relatie met het zintuiglijk aangetroffen puin in de betreffende deelmonsters. ln de ondergrond (grondmengmonster MM2) zijn geen verontreinigingen aangetoond.
Grondwater T'rjdens de bemonstering van het grondwater uit de peilbuis PB1 is er zintuiglijk geen verontreini-
ging waargenomen.
Het grondwater (grondwatermonster W1) is licht verontreinigd met xylenen. Afgezien hiervan zijn er geen verontreinigingen in het grondwater aangetoond.
De verhoogde concentratie aan xylenen is mogelijkerwijs te relateren aan de voormalige bedrijfsactiviteiten op het voormalige NATAS-terrein waar volgens de Gemeente Beesel de bodem mogelijk verontreinigd is met een soort oplosmiddel of verdunner. De pH van het grondwater kan als hoog gezien worden.
Alqemeen De vooraf gestelde hypothese dat de feitelijke ondezoekslocatie als 'niet-verdacht' kan worden beschouwd, wordt op basis van de lichte p.a.k.'s-, minerale olie- en E.O.X.-verontreiniging in de matig tot sterk puinhoudende bovengrond en de xylenen-verontreiniging in het grondwater verworpen. Echter gelet op de aard en mate van de verontreinigingen en het huidige en toekomstige gebruik van de ondezoekslocatie, is er geen reden voor een aanvullend of nader ondezoek en bestaan er
volgens Het Milieuburo geen milieuhygiënische belemmeringen voor de realisatie van de voorgenomen uitbreiding van het bedrijfspand. Een uiteindelijke beslissing in deze ligt echter bij het bevoegd gezag.
lndien er tijdens de uitbreiding van het Meubel Trade Center puinhoudende grond vrijkomt en het voornemen bestaat deze elders te hergebruiken, valt de grond onder de werking van het 'Bouwstoffenbesluit'.
Daarnaast moet aandacht geschonken worden aan enkele gebruiksbeperkingen ten aanzien van het gebruik van het (freatische) grondwater, De aanwezigheid van xylenen in een verhoogde concentiatie in het (freatisch) grondwater maakt dit minder geschikt om het op te pompen en te gebruiken voor het besproeieñ van consumptiegewassen of voor het drenken van vee dan wel voor menselijke consumpiie. Het is dan ook aan te bevelen het freatische grondwater niet zelf op te pompen en voor een van de genoemde of daarop gelijkende doelen te gebruiken. ln dit verband dient wel opgemerkt te worden dat het grondwater dat wordt opgepompt ten behoeve van o a. landbouwkundige doeleinden vanaf een grotere diepte afkomstig is en dat de kwaliteit en samenstelling van dit grondwater in hãt overgrote deel van de gevallen anders van samenstelling is dan het freatische grondwater.
blad 13 van 13
Bijlage I Kadastrale situatie
Ãadaster 2558
il44
2557
640 2732
t733
o, a
_l ú
2733
g a-o
to3s
I o,
ø
t732
Oa
0
ril
50tr
0ê¿! k¡¡rt ¡! noords.rkht
Legenda
/2345 Perceelnummer
zs Huisnummer
Kadastrale grens Bebouwing/topografie dtk.ks.L Ro.rmnd,30 nd.ú.r 199 0. beraård.r v¡n hcl kdast.r !n d. op.nbâr. rê!i3tè.t Voo. è.n..nsBË.ñd
Uittreksel uit de kadastrale kaart Kadastrale gemeente BEESEL Sectie K Perceel 1733 Schaal I : 1000
It
dt ù¡ttr&.j hs.n 9êèn n¡t.n tordcn ontl.¿nd D€ ^an¡utÈúlr.cht n ziñ h*b.houdên r.n d. Sêñst voø hÈt Kåd..t.r .n dê oplnb.rê r!gì!t.r!
Bijlage 2 Regionale situatie
1qr
Kessel, Beesel, Reuver, Venlo
56
A
rî, tL 200
.o
203
202
201
204
"s
369
4n-
', 368
367
ro
ñd
nl
on erzoeks ocolie '
366
246
365
364
363
200
201
c$ -$
qo?
202
203
204
Bijlage 3 Analysecertificaat grond
o
Alcontrol Biochem Laboratoria
Steenhouwerstraat 15 . 3194 AG Hoogvliet Tel.: (010) 231 47 00. Fax: (010) 4163034
Bijtage 1 van 3
Het Mitieuburo
ing. R.B. Stegge
P
ALcontrol B.V.
roj ektnaam
Proj ektnurmer
0ntvangstdatum Sta rtdatum
: Reuver, Para[[etweg 10 :99-1009-51 ¡ 16-12-1999
Rapportnurmer = 9950NT7
Rapportagedatun : 30-12-1999
:'16-12-1999
Ana Iyse
Eenhe i d
x01
x02
gew.-% droge stof organische stof (gloeiver[ % vd DS
8ó .2
93.4
3 .1
KORRELGROOTTEVERDEL ¡ NG
%vdDS
<1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds
8.ó 0.6
5.0 <0.4
16 14
<15 <5
<0.05
<0.05
ni kkel,
mglkgds mg/kgds mg/ksds
zink
Iutum (bodem) I.IETALEN
arseen cadmi um ch room
mg./kgds
kopen kwi k I ood
?6
<13
12
6.9
mg,/kgds
83
<20
mg/kgds mg,/kgds mg/kgds
<0. 1
POLYCYCL I SCHE AROMAT I SCHE KOOLIJATERSTOF FEN nafta I een
ant faceen
fenant neen f Iuoranteen benzo( a )ant raceen chryseen benzo(â)pyreen benzo(ghi )peryleen benzo( k)f Iuoranteen i ndeno( 1, 2,3- cd)pyreen
ms/ksds ms,/kgds
mg/kgds mg/kgds ms,/kgds ms,/kgds
m9/kgds
0.09 0.50 1.0 0.43 0.44 0.39 0.30 0.22 0.33
Pak-totaa[ (10 van VROM) EOX
3.7 mglkgds
0.69
<0. 1
mglkgds
<5 20 50
<5
m9,/kgds mg,/kgds
mglkgds mg/kgds
80
<5 <5 <5
150
<50
MINERALE OLIE
(GC, inc[. cIean-up) fractie c10 - c12 fractie C12 - C22 fractie C22 - C30 fractie c30 - C40 totaaI otie C10-C40
Kode Monstersoort I'lonsterspeci fi cati e x01
g rond
MM1 Bovengrond
puinhoudend ... 1.1 3.'l 4.1 6.1
x02
g
rond
MMz Ondersrond
... 1 .2 1.4 2.2 2.3 2.4
C:;:tFtEDBySfERLÀ8, \LCCrlf?OL/SrftcESChÂEVEit \._.j
frH-T5ÍE?!:::::!;!ìVOORT-ABORÅ::-:OllDÉRô10
.::-l j, .l! iÀ',;:L!>::rsl¡: < /': ROTTERDAf.' 2{265286
28vooiì6¿BlÉDENZCI!5NAC5RSË5[h::,8'\lflD:iR<ENNI¡5
(D ALcontrol Biochem Laboratoria
ALcontrol B.V. Steenhouwerstraat 15 ' 3194 AG Hoogvliet Tel : (010) 231 41 0O Fax: (010) 4163034
Bi j Lage 2 van 3
Het f'litieuburo
ing. R.B. Stegge Reuver, Parattetweg 10
RapportnuÍmer z 9950N77
Pro j ektnumer
99- 1 009-51
Rapportagedatum
0ntvangstdatum
16-1?-1999 16-12-1999
P
roj ektnaam
startdatum
Monstersoort
Ana lyse
grond droge stof organische stof (gtoeiverties) grond grond Iutum (bodem) a
grond grond
rseen
cadmi um
grond grond grond
chroom
koper kr,¡ i k
grond
I ood
grond grond grond
ni kkel,
zink EOX
PAK (totaat, 10)
grond grond
: 30-12'1999
Relatie tot norm NEN 5747 NEN 575rr NEN 5753, P ipetmethode met snette mineratisatie Ontstuiti ng conform NVN 5770, anatYse afgetei d van NEN 642ó onts Iui t í ng conform NVN 5770, ana yse afgetei d van NEN 642ó onts Iui t i ng conform NVN 5770, ana yse afge t ei d van NE¡¡ ó42ó Onts Iui t i ng conform NVN 5770, ana yse afgetei d van NEN ó/126 ontstuiti ng conform NVN 5770, ana yse afgeteid van o-NEN 5779 onts Iui t i ng conform NVN 5770, ana yse afgeteid van NEN 642ó onts Iui t i ng conform NVN 5770, ana yse afgeteid van NEN ó42ó Ontsluiting conform NVN 5770, ana yse afgeteid van NEN ó/r2ó
Afgeteid van o-NEN 5755 Getijkwaardig aan 2e o-NEN 5231
Afgel.eid van 2e o'NEN 5733 otie (GC, inct. ctean-uP) De met een * gemerkte anatyses vatten niet onder de Sterlab erkenning
Ài cr,lt \r!ERKzÀ¡:,rts!::! \¡/cRJÉN rj[6t\,,oEaD O¡IDER DE ALSEt,tENE VOORU/AARDEñ C:ra]4
r¡t5arìl /ltla HÂftD:t:?!aljTER ("i ñ RoIlÊRDÀ¡,1 2J2ó5286
":::D
Brl DE KAIIíR Vl r¡ (OO2L:',
l:! iN ¡À9?rE(ÉN lE R3r rÊR:jÀl,l
C;
Alcontrol Biochem Laboratoria
ALcontr.ol B.V. Steenhouwersträ¿t 15 . 3194 AG Hoogvliet Tel.: (010) 231 47 OO. Fax: (01 0) 4163034
Het Mì I ieuburo
Bijtage 3 van 3
Projektnaam : Reuver, Paratlel¡{eg 10
Rapportnnrner z 995AN77
ing. R.B. Stegge
Projektnr¡mner : 99-1009-51
Ontvangstdatun z 16-12.1999
Rapportagedâtum : 30-12-1999
Startdatum ¿ 16-12-1999
Monster informatie¡ x001
x00e
a0339892, a033989ó,, a0339897, a0339906 a0330840, a0539883, a0339884, a0339898, a0339901
æi íqÊ :- ?¡¡¿: WÍRI(¿'\ÅI.IriEOÉ^{ S/ORÙ€|I Uil6TVOËRD ONDÊR OE AtGE¡,IENE VOOR$¡ÁAFOiN 6EDJi'ONEffD 6]J OE KA$I€R VAN KOOPHÄNûÉL ÍN IÀgRI€f,T¡] T{ RO]T€RDA).I '¡-ii -3t,ul¡6 l,lAliDElsif GIS¡ER K'{( SOneeDAè,! 24-265296.
Bijlage 4 Analysecertificaat grondwater
Gi
Alcontrol Biochem Laboratoria
ALcontrol B.V. Steenhouwerstraat 15 3194 AG Hoogvliet Tel : (01 0) 231 47 O0 Fax: (01 0) 4163034
Het Mi I ieuburo
Bijtage 1 van 3
ing. R.B. Stegge
Proj ektnaam
Projektnunmer 0ntvangstdatum
Startdatum
: Reuver, ParatIetweg 10
Rapportnunner :9951380 / 2 Rapportagedatun : 04-01-2000
:99-1009-51
z 23'12-1999 z ?3-12-1999
Ana Iyse
Eenheid
x01
us/ t ug/ t
<0.8
}IETALEN
atseen cadmit¡n chroom
koper kni k lood ni kkel,
zink
<5
usl t
<1
ug/ I'
<5
usl t
<0 .05
ug/ I' us/ I' u9/ I'
<10 <10 <20
usl t
<0.2
VLUCHT I GE AROI'IATEN
benzeen
totueen ethylbenzeen xytenen
naftaleen (GC-purge & trap
uglt
<0. 2
ug/ t us/ t ug/ I'
0.2 2.2
<0.2
us/ t
<5
ugl
<1 <1
FENOLEN
fenol ( i ndex) GECHLOREERDE KOOL$IATERSTOF FEN
1,2-dichtoorethaan cis 1,2-dichtooretheen 1,Z-dichtoorpropaan tetrachtooretheen tetrachtoormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichIoorethaan trichtooretheen chtoroform EOX
ug/ ug/
ugl
<1
uSl
<0 .2 <0 .2
ugl
<1
ug/ ug/
<1
ugl
<0 .2 <0 .2
u9/t
<1
Kode Monstersoort Monsterspecificatie
XO'l grond,¡ater
tJî ...P81
L)/SahRlJ'/ ¡lC il:),;!-!¡ECTSIER KVK ROIIiRDj,LI 2d265235
Alcontrol Biochem Laboratoria
ALcontrol ts.\1. Steenhouwerstråãt 15 .3194 AG Hoogvliet Tel.: (CI10) 231 47 AO. Fax: (010) 416 30 34
Het llítieuburo
Bí jl.age 2 van 5
ing. R.B. Stegge
Projektnaam
Projektnumner ontvangstdaturl
Startdatlfii
: Reuver, ParaLtel,weg 10 :99-1009-51
Rapf¡ontnumer ¿951380 I Z Rapportagedetun : 04-01-2000
z 23-'12-1999
¿ 23-12-1999
Anåtyse
¡ilonstersoo¡t
Retatíe tot norm
ârseen
grondwater gnondrater
AES/ICP AES/ICP
aartniqm
chrooñ koper k¡li k
grondrater
lood
grordraten grondrater grondrater
grondwaten
grordHatèr
ni kke L
zink fenot ( lndex)
cis 1,2-dichtooretheen
gron¡dwater groRdHàter
E0x
grondwater
Æs/rcP ÂES/TCP
Ontstuit.ing gebaseerd op l¡EN 6445, anatyse m.b.v. kor¡de darp-techni ek AES/¡CP
AEs/¡CP AEs/tcP' r¡E¡¡ 6670
Af,geteìd vân VPR C85-12 Afgel,eid van llEN 6402 VPR C85-10 en C85-12
grondHater vt. verbindingen(15) De met een * gemerkte anatyses va[len niet onder de Sterl,ab erkenning.
t:=
:-,ï¿
rrisclrßr.rvf
ñ6 hA:i):!5RÊG15lEa KVK ROITÊ&DÂM !4?6¡¿s6;
(D Alcontrol Biochem Laboratoria
ALcontrol B;V. Steenhouwerstraät 15 . 3194 AG Hoogvliet Tê1.: (01 0) 231 47 A0 . Fax (0 1 0) 41 6 30 34
Het ili[Ìeuburo
BÍjl.age 3 van 3
Projektnaam : Reuvêr, Panattel,neg 10 Projektnumer ¡99-1009-51
Rapportagedatun ! 04-01-2000
Íng" R.8.. Eteggé
Ontvängstdatuir¡ ¿ 23-12-199
Startdatum ; 23-12-1999
l,longter informatie: x001
ll'¡5CFìRl¡/,NG
trA:¡JILSÊÊGt5lÊR KVK ROfTESÞÀlrl 2,r2jif 285
REpportnumêr t995138O I 2