Bijlage 7, Kadernota paragraaf E verbonden partijen
Tekst van het document
Kadernota paragraaf E. Verbonden Partijen
-1-
SAMENVATTING Met het vaststellen van de kadernota Verbonden partijen stelt de Raad de kaders ten aanzien van verbonden partijen en geven we richting aan de omgang met de verbonden partijen. De huidige kadernota is vastgesteld in 2014. In de afgelopen periode zijn er een aantal ontwikkelingen geweest die aanleiding geven deze kadernota te actualiseren. Dit zijn o.a. de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), de nieuwe notitie Verbonden partijen 2017 van de commissie BBV, het regionaal rekenkamerrapport ‘Regionaal (be)GRIP?’ en de visie Blij in Beesel. Het doel van deze kadernota Verbonden partijen is drieledig: 1. het verkrijgen van een afwegingskader voor het wel of niet aangaan of aanhouden van verbonden partijen; 2. het toedelen van taken binnen de bestuurlijke (Raad en College) en ambtelijke organisatie; 3. vastleggen van procedures waarmee de Raad aan haar kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden door verbonden partijen invulling wil geven (planning en control). Begrippen: Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie, waarin de gemeente een financieel en een bestuurlijk belang heeft.
Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van een bestuurlijk belang is sprake wanneer men zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Context: Samenwerking is een van de hoofdthema’s uit de visie Blij in Beesel, vandaag, morgen en overmorgen. Het belang van samenwerking (een goed samenspel tussen inwoners, bedrijven, organisaties, verenigingen en overheden) is daarin opgenomen. Privaatrechtelijke en publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden passen daarbij. De Raad heeft een kaderstellende en controlerende rol ten opzichte van verbonden partijen. Het aansturen van een verbonden partij en het dragen van verantwoordelijkheid voor de uitvoering is de rol van het College. Het College legt hierover verantwoording af aan de raad.
-2-
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING......................................................................................................................................4 1.1 Definitie verbonden partij ...........................................................................................................4 1.2 Het belang van verbonden partijen.............................................................................................4 1.3 Doelstelling van deze kadernota ................................................................................................4 2 BELEIDSKADERS VERBONDEN PARTIJEN ..................................................................................5 2.1 Waarom en wanneer deelnemen in een verbonden partij? .........................................................5 2.2 Juridische vorm verbonden partijen............................................................................................6 2.3 Waardering van verbonden partijen ...........................................................................................6 2.4 Afbakening taken en bevoegdheden betrokken partijen .............................................................7 2.5 Grip op verbonden partijen.........................................................................................................7 3 RELEVANTE REGELGEVING VERBONDEN PARTIJEN
................................................................9 3.1 Gemeentewet ............................................................................................................................9 3.2 Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV) .........................................9 3.3 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) ..............................................................................10 Publiekrechtelijk verbonden partijen...............................................................................................11 Privaatrechtelijk verbonden partijen ...............................................................................................11 PPS constructies als verbonden partijen........................................................................................12
-3-
1. INLEIDING 1.1 Definitie verbonden partij De definitie van verbonden partijen is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): “Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.” Bestuurlijk belang Er is sprake van een ‘verbonden partij’ als een wethouder, een raadslid of een ambtenaar namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Bij alléén een benoemingsrecht of een voordrachtsrecht – de gemeente mag een bestuurder of commissaris in de organisatie benoemen of voordragen – is er strikt genomen géén sprake van een verbonden partij. Gemeenten kunnen zo’n recht gebruiken om ervoor te zorgen dat er kwalitatief goede bestuurders in het bestuur terechtkomen. Financieel belang Er is sprake van een ‘verbonden partij’ als de gemeente geen verhaal mogelijkheden heeft als de partij failliet gaat, of als de gemeente aansprakelijk wordt gesteld indien de partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij leningen en garantstellingen is dus geen sprake van een verbonden partij: de gemeente behoudt juridische verhaalsmogelijkheden als de partij failliet gaat. Ook bij exploitatiesubsidies is er geen sprake van een verbonden partij: het gaat hier om overdrachten (subsidies).
1.2 Het belang van verbonden partijen Het belang van samenwerking, in welke vorm dan ook, is opgenomen in de visie Blij in Beesel. Steeds vaker ontstaan als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen samenwerkingsverbanden. Gemeenten besteden taken uit aan andere partijen, maar blijven verantwoordelijk voor de taken die de verbonden partijen uitvoeren. Het is van belang dat de Raad een goed beeld heeft van de bijdrage van een verbonden partij en welke risico’s daarmee gepaard gaan. Het is daarom vanuit bestuurlijk, beleidsmatig en financieel oogpunt van belang dat we in de begroting en de jaarstukken aandacht besteden aan de verbonden partijen. Verder is het van belang dat we inzicht hebben in de ontwikkeling van het resultaat, de financiële risico’s, en hiermee samenhangend, de daaruit voor ons voortvloeiende budgettaire gevolgen.
1.3 Doelstelling van deze kadernota Het doel van deze kadernota Verbonden partijen is drieledig: 1. het verkrijgen van een afwegingskader voor het wel of niet aangaan of aanhouden van verbonden partijen; 2. het toedelen van taken binnen de bestuurlijke (Raad en College) en ambtelijke organisatie; 3. vastleggen van procedures waarmee de Raad aan haar kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden door verbonden partijen invulling wil geven (planning en control).
-4-
2 BELEIDSKADERS VERBONDEN PARTIJEN De Raad heeft kaderstellende en controlerende taken en het College bestuurlijke en uitvoerende. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering betekent dat het College “in control” moet zijn met betrekking tot de manier waarop door verbonden partijen invulling gegeven wordt aan de activiteiten en hierover rapporteert aan de Raad.
2.1 Waarom en wanneer deelnemen in een verbonden partij? De visie Blij in Beesel geeft als overkoepelende visie aan, dat een goed samenspel tussen gemeente en onze partners (inwoners, bedrijven, organisaties, mede-overheden) van belang is. Deelnemen in een verbonden partij hoort daar onlosmakelijk bij. Als gemeente hebben we een zestal afwegingen die centraal staan bij de afweging tot deelname aan een verbonden partij. Dit zijn: 1. Efficiencyvoordeel; bijvoorbeeld samen met andere gemeenten een gezamenlijk ambtelijk apparaat te delen. 2. Kennisvoordeel; de gemeente kan gebruik maken van gespecialiseerde kennis en expertise die ze zelf niet in huis heeft. 3. Katalysatorfunctie; de gemeente brengt samen met anderen activiteiten op gang die anders niet of moeilijker van de grond komen. 4. Risicospreiding; het delen van (financiële) risico’s met andere partijen. 5. Vermindering van kwetsbaarheid; door samenwerking met derden (als gevolg van bijvoorbeeld schaalgrootte) kan de gemeente kwetsbaarheid verminderen. 6. Krachtenbundeling; door gezamenlijk als een sterke actor richting landelijke politiek of private aanbieder van voorzieningen te kunnen optreden. We nemen ook risico’s in onze afweging mee: Bestuurlijke risico’s; de gemeente blijft verantwoordelijk voor de uitvoering, maar heeft minder invloed op de wijze waarop de activiteit uitgevoerd wordt.
Financiële risico’s; financiële tekorten bij verbonden partijen komen ten laste van de gemeente. Professionele risico’s; voldoende eigen expertise om de gewenste prestatie te kunnen formuleren én te kunnen beoordelen. Rolvermengingsrisico; de gemeente als eigenaar / bestuurder heeft soms andere belangen dan de gemeente als opdrachtgever / klant. Voorwaarde voor deelname aan een verbonden partij is we doelmatigheid- en/of effectiviteitvoordelen objectief kunnen vaststellen. De Raad stelt de kaders, zowel algemene als specifieke, bij een concreet besluit tot deelname. De Raad kan aangeven of en op welke wijze men tijdens de aanloop- en uitvoeringsfase betrokken en geïnformeerd wil worden. (Denk bij specifieke kaders aan het meerjarig vaststellen van gemeentelijke doelen die de verbonden partij moet realiseren en de prestaties die zij moet leveren, inclusief kosten en beheersing van risico’s). Uitgangspunten afwegingskader bij het aangaan van een deelname aan een verbonden partij, zijn: 1. De gemeente neemt alleen deel in een partij die taken uitvoert met een publiek belang; 2. De verbonden partij dient een expliciete meerwaarde te hebben en deze moet ook benoemd zijn; 3. Het wettelijk verplicht is om de taak in een verbonden partij uit te voeren; 4.
De gemeente geeft aan op welke wijze ze de (bestuurlijke-, financiële-, professionele- en rolvermengings-) risico’s mitigeert. De maatregelen die we treffen om de onderkende risico’s te voorkomen of te reduceren moeten benoemd zijn.
-5-
Uittreding/beëindiging van samenwerking Indien we voornemens zijn om de samenwerking met de Verbonden Partijen te beëindigen dan kan dit in sommige gevallen voorgelegd worden aan de raad. In het voorstel aan de raad komen dan in ieder geval de volgende onderdelen terug: a. Motivering: toelichting waarom we kiezen voor beëindiging van de deelname aan deze Verbonden Partij. In deze motivering komen tenminste de volgende elementen in terug: in welke mate de doelstellingen van de partij gewijzigd zijn, de wijze waarop de uitgevoerde taken opnieuw worden belegd, wettelijke verplichtingen versus zelfstandige uitvoering. b. Financiële consequenties. We geven een korte weergave van de financiële aspecten die verbonden zijn aan de ontvlechting. c. Juridische aspecten. We geven een weergave van het wettelijke regime waarin de taken na uittreding worden uitgevoerd, stand van zaken m.b.t. mandaten rondom de uitvoering van de betreffende taken en activiteiten.
2.2 Juridische vorm verbonden partijen Er zijn verschillende rechtsvormen waarin een samenwerkingsverband kan worden vormgegeven (zie bijlage). Uitgangspunt is dat we de best passende bestuurlijke, organisatorische en juridische vorm kiezen. De wetgever heeft een voorkeur voor publiekrechtelijke participaties boven privaatrechtelijke participaties. Gedachte hierachter is dat in een publiekrechtelijke participatie de openbaarheid en de controle beter zijn gewaarborgd dan in een privaatrechtelijke participatie. Dit geldt niet in het geval van marktwerking, dan heeft een privaatrechtelijke samenwerkingsvorm de voorkeur. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat dan de Wet Markt en Overheid van toepassing is. Daarnaast is een uitgangspunt om de samenwerkingsvorm niet zwaarder te maken dan nodig. In het afwegingsproces tonen we aan welke rechtsvorm de voorkeur geniet. Bijzondere aandacht geven we aan: mogelijkheid tot democratische controle en beïnvloeding; adequate controle en verantwoording en openbaarheid van bestuur; effectieve en doelmatige verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen gemeente en de betreffende organisatie. Uitgangspunten bij de keuze van een juridische vorm voor de verbonden partij: 1. Publiekrechtelijke samenwerkingsvormen hebben de voorkeur boven privaatrechtelijke samenwerkingsvormen. 2.
Bij publiekrechtelijke samenwerkingsvormen hebben de lichtere varianten de voorkeur boven zwaardere varianten omdat we dan meer mogelijkheden hebben om invloed uit te oefenen. 3. Publiek Private Samenwerkingen kunnen worden overwogen indien er sprake is van projecten met een tijdelijk karakter en waarbij één of meerdere van de volgende voorwaarden te behalen zijn ten opzichte van alternatieve uitvoeringswijzen: • Meerwaarde vanuit efficiencywinst • Het maximaliseren van zeggenschap. • Betere beheersing en/of het delen van risico’s. 4. Bij privaatrechtelijke samenwerkingsvormen wordt die juridische vorm gekozen die het beste aansluit bij de gemeenschappelijke doelstelling
2.3 Waardering van verbonden partijen In de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is aangegeven dat deelnemingen worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingprijs. Dit betekent de aankoopprijs en niet de actuele waarde van een deelneming in de boeken staat. Indien er aanleiding toe is, kan het voorkomen dat er een herwaardering plaatsvindt tegen de dan geldende lagere actuele waarde (Bijvoorbeeld bij een concreet voornemen tot verkoop van onze aandelen van een verbonden partij).
-6-
2.4 Afbakening taken en bevoegdheden betrokken partijen 1. Bij het aangaan van een deelname moeten we heldere en eenduidige afspraken maken over de taken en bevoegdheden van alle betrokken partijen. Ondermeer moet duidelijk zijn: wie de gemeente vertegenwoordigt in het bestuur van een verbonden partij; waar de ambtelijke verantwoordelijkheid ligt voor de verbonden partij. 2. De afspraken leggen we verplicht vast in statuten en/of samenwerkingscontracten/ uitvoeringsovereenkomsten. De rol van de gemeentelijke functionarissen dient duidelijk te zijn en vrij van mogelijke (schijn van) belangenverstrengelingen in welke vorm dan ook. 3. Voor zover de betreffende gemeentelijke vertegenwoordiger (zowel bestuurlijk als ambtelijk) een vergoeding ontvangt komt deze geheel ten gunste van de gemeente. 4. De bevoegdheden dienen in overeenstemming te zijn met de aan de functionaris van de gemeente toebedeelde taken.
2.5 Grip op verbonden partijen De Raad kan haar kaderstellende en controlerende rol alleen uitvoeren wanneer er voldoende inzicht is in de verbonden partijen. Hoe succesvol dit ingevuld kan worden is afhankelijk van de beschikbare informatie. Bij een deelneming in een verbonden partij is het de taak van het College om zicht te houden op uitvoering, prestaties, kosten en risicobeheersing. Zo nodig stuurt het College bij. Het College moet zich bovendien, in het kader van goed opdrachtgeverschap, verplaatsen in de positie van de verbonden partij en de regionale opgaven die worden behartigd. Op basis van die inzichten krijgt de samenwerking met de verbonden partij zo effectief en efficiënt mogelijk vorm. Conform het BBV nemen we informatie over verbonden partijen op in de paragrafen en de programma’ s van de planning- & controldocumenten. Toezicht vanuit de gemeente onderscheidt zich in twee vormen: - Rechtstreeks toezicht door middel van deelname in een toezichthoudend orgaan, bv. Raad van Commissarissen/Raad van Toezicht/Algemeen Bestuur. Er dient bij deze vorm van toezicht gewaarborgd te zijn dat er voldoende informatie-uitwisseling bestaat tussen de ambtelijke en bestuurlijke organisatie. - Indirect toezicht door middel van de planning & control instrumenten. Voor gemeenschappelijke regelingen is het BBV ook van toepassing.
Dit betekent dat de Gemeenschappelijke regelingen informatie moeten opnemen in hun begrotings- en verantwoordingsstukken, die overeenkomt met de wijze waarop de gemeente dat moet doen als zij de desbetreffende taak zelf zou uitvoeren. De gemeente is bevoegd om zienswijzen in te dienen op de conceptbegroting(-swijzigingen). Het College zoekt uniformiteit op gebied van de zienswijzen. Om de Raad beter te voorzien van het verhaal achter de cijfers organiseren we jaarlijks een informatiemarkt. Bij deze informatiemarkt zijn de verbonden partijen aanwezig en vindt er een gesprek plaats tussen raadsleden en vertegenwoordigers van de uitgenodigde verbonden partijen. Op die manier is een goede informatiedeling gewaarborgd.
-7-
Uitgangspunten toezicht:
We agenderen het punt “GR-flits” bij de raadsvergaderingen. Raads- en Collegeleden geven bij dit punt een terugkoppeling uit diverse werkgroepen en bestuursvergaderingen van Gemeenschappelijke regelingen. We zoeken uniformiteit op gebied van de zienswijzen en zoeken waar mogelijk naar samenwerking met andere gemeenteraden als het gaat om het uitbrengen van een gezamenlijke zienswijze in regionaal verband. We verzoeken de GR-en om een managementsamenvatting aan te leveren bij relevante stukken. Jaarlijks organiseren we tijdens een werkvergadering een informatiemarkt. We vragen dan een aantal verbonden partijen een informatiestand te bemensen. Het College informeert de Raad bij de financiële stukken op de wettelijke verplichte wijze en ad hoc indien er aanleiding toe is.
-8-
3 RELEVANTE REGELGEVING VERBONDEN PARTIJEN Bij verbonden partijen dient rekening te worden gehouden met een juridisch kader. Dit kader bestaat uit de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten en de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). In dit hoofdstuk worden de gevolgen van deze wet- en regelgeving kort uitgewerkt.
3.1 Gemeentewet Grondregel van de Gemeentewet is dat publieke taken door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet geeft aan dat private rechtsvormen slechts toelaatbaar zijn “indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang’’. Dit artikel geldt zowel voor het verzelfstandigen van al bestaande taken als voor het gaan uitvoeren van nieuwe taken. Voor gebruik van de publiekrechtelijke rechtsvormen geldt deze beperking niet. Hiervoor is gekozen omdat in de Gemeentewet (en de Wgr) bepaalde waarborgen zijn opgenomen voor het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, beïnvloedingsmogelijkheden, repressief toezicht, democratische controle en openbaarheid, die niet gelden bij privaatrechtelijke rechtsvormen. De verbonden partijen zijn primair een aangelegenheid voor het College van burgemeester en wethouders. De juridische basis hiervoor is ook artikel 160 uit de Gemeentewet. Hiermee is de relatie tussen Raad en verbonden partijen dezelfde als die tussen Raad en College. Dit betekent dat de Raad een kaderstellende en controlerende rol uitoefent ten opzichte van verbonden partijen. Het aansturen van een verbonden partij en het dragen van verantwoordelijkheid voor de uitvoering is de rol van het College.
Het College dient hierover verantwoording aan de Raad af te leggen. De Raad controleert of het College deze rol goed vervult. Publiek belang De gemeentewet geeft als belangrijkste criterium dat de privaatrechtelijke weg slechts is toegestaan als er sprake is van het behartigen van het daarmee te dienen openbaar belang. Het begrip publiek belang wordt in de wet niet nader gedefinieerd. Gemeenten bepalen zelf wat onder het begrip ‘publiek belang’ wordt begrepen.
3.2 Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV) In het BBV is in artikel 9, lid 2 sub f bepaald dat in de begroting in een afzonderlijke paragraaf de beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot verbonden partijen. Artikel 15 BBV: 1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a. De visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen b. De lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1. Gemeenschappelijke regeling 2. Vennootschappen en coöperaties 3. Stichtingen en verenigingen, en, 4. Overige verbonden partijen 2. In de lijst van de verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. De wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. Het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. De verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen aan het begin
-9-
en aan het einde van het begrotingsjaar. d. De verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar e. De bedoelde risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente
3.3 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Een belangrijk juridisch kader voor samenwerking tussen gemeenten is de Wgr. De Wgr richt zich op een specifiek type samenwerking en wel die tussen decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) onderling. Gemeenten kunnen met elkaar samenwerken in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR). Bij gemeenschappelijke regelingen gaat het vaak om primaire gemeentelijke taken met een uitvoerend karakter. Intergemeentelijke samenwerking op basis van de Wgr is een vorm van verlengd lokaal bestuur, waarbij de vrijwilligheid van de samenwerking voorop staat.
- 10 -
Bijlage: SOORTEN VERBONDEN PARTIJEN Het belangrijkste onderscheid is het verschil tussen publiekrechtelijke – en privaatrechtelijke verbonden partijen. Daarnaast bestaat er nog een mengvorm, de zogenaamde Publieke Private Samenwerkingsverbanden. Hieronder wordt in het kort op de juridische verschillen ingegaan. De wetgever heeft een voorkeur voor publiekrechtelijke boven privaatrechtelijke participaties. Gedachte hierachter is dat in een publiekrechtelijke participatie de openbaarheid en de controle beter zijn gewaarborgd dan in een privaatrechtelijke participatie.
Publiekrechtelijk verbonden partijen Bij publiekrechtelijke verbonden partijen gaat het met name om gemeenschappelijke regelingen. Bij gemeenschappelijke regelingen gaat het vaak om primaire gemeentelijke taken met een uitvoerend karakter. Zij vormen een verlengd lokaal bestuur waarbij de vrijwilligheid van de samenwerking voorop staat (voor sommige taken is door de wetgever verplichte samenwerking opgelegd, denk hierbij aan de veiligheidsregio). De gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam is de ‘zwaarste’ en meest voorkomende vorm: deze regeling heeft – als enige – rechtspersoonlijkheid en een algemeen bestuur (vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten), dat het dagelijks bestuur controleert. Gemeenten kunnen aan dit openbaar lichaam in principe alle gemeentelijke taken en bevoegdheden overdragen. In een gemeenschappelijke regeling kunnen gemeenten veel bestuurlijke en beleidsmatige invloed aanwenden met de mogelijkheid van sturing aan de voorkant. Daarnaast is het een goede vorm om op voet van evenredigheid en gelijkwaardigheid samen te werken met publieke partijen voor een publiek belang. Het risicoprofiel van een gemeenschappelijke regeling is hoog vanwege de financiële aansprakelijkheid. De participerende gemeenten zijn volledig financieel aansprakelijk. Bovendien is de bekostiging van de jaarlijkse activiteiten een verplichte uitgave.
Privaatrechtelijk verbonden partijen Bij privaatrechtelijke verbonden partijen gaat het met name om stichtingen en vennootschappen. Een stichting heeft een bestuur voor de dagelijkse leiding en kent een ideëel of sociaal doel, waarbij alleen aan dat doel kan worden uitgekeerd. Stichtingen kennen geen controlerend mechanisme, tenzij dat in de statuten is geregeld. Het risicoprofiel loopt van laag tot gemiddeld. De gemeente is alleen financieel aansprakelijk voor de verstrekte middelen. Alhoewel de stichting formeel zelf verantwoordelijk is voor exploitatierisico’s wordt vaak bij de gemeente aangeklopt als dit risico zich voordoet of als er sprake is van onvoorziene uitgaven. Bestuurders zijn slechts aansprakelijk als er sprake is van wanbeleid. De gemeente Beesel heeft voor haar bestuurders een rechtsbijstandverzekering afgesloten. Een vennootschap heeft een raad van bestuur en, afhankelijk van wat daarover in de statuten is bepaald of van de omvang van de vennootschap, een raad van commissarissen. De raad van bestuur wordt gecontroleerd door de vergadering van aandeelhouders. Gemeenten maken vaak gebruik van vennootschappen bij nutsvoorzieningen, havenactiviteiten, cultuur en economie. De belangrijkste reden om samen te werken met dit type verbonden partij zijn de financiële voordelen door winstdeling en dividend.
Het risicoprofiel van een vennootschap ligt vaak hoger dan dat van een stichting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de aard van de activiteiten, de omvang en de autonome positie die een vennootschap vaak inneemt. Toch kan het risicoprofiel als gemiddeld worden benoemd, vanwege het feit dat de gemeente alleen risico loopt over het ingebrachte geld.
- 11 -
PPS constructies als verbonden partijen Het Publieke Private Samenwerkingsverband (PPS) is een bijzondere vorm van een verbonden partij, omdat naast de overheid ook private partijen deelnemen. Een veel voorkomend voorbeeld van een PPS zien we in lokale gebiedsontwikkeling. Deze samenwerkingsvorm komt in verschillende variaties voor. Het risicoprofiel is op financieel gebied hoog te noemen. De gemeente loopt risico over het ingebrachte geld en dient daarnaast rekening te houden met het private belang dat kan afwijken van de eigen doelstelling. Aan de andere kant kan sprake zijn van forse exploitatiewinsten waarin de gemeente kan meedelen.
- 12 -