Bijlage 5: Begroting 2022 en 1e begrotingswijziging 2021 OMNIBUZZ + ter info Jaarrekening 2020
Tekst van het document
Met betrekking tot de AVG is op hoofdlijnen interne kennis aanwezig, maar de functies van privacy officer en functionaris gegevensbescherming zijn ondergebracht bij werknemers met andere inhoudelijke expertise. De functie blijkt tot nu toe zeer moeizaam structureel in te vullen, waardoor Omnibuzz voorlopig afhankelijk blijft van extern advies.
Aan de hand van themabijeenkomsten worden ambtenaren actief betrokken bij belangrijke onderwerpen. Dit draagt bij aan onderlinge kennisoverdracht en gedragen voorstellen in het besluitvormingsproces. In 2021 gebeurt dit 10
De stapeling van ‘kruimelfuncties’, vooral vanuit wettelijke verplichtingen, zoals de Arbowetgeving (RI&E), de archiefwet, digitoegankelijkheid en de Algemene Verordening Gegevens-bescherming (AVG) leidt tot knelpunten in een ‘lean and mean’ uitvoeringsorganisatie.
Voor de digitale archivering kan Omnibuzz een beroep doen op de expertise van de archiefinspecteur van SittardGeleen. Momenteel lopen gesprekken met een deelnemende gemeente om te bekijken of Omnibuzz gebruik kan maken van de beschikbare deskundigheid van deze gemeente voor een aantal van deze kruimelfuncties.
Omnibuzz
Over Omnibuzz
Met betrekking tot digitoegankelijkheid wordt door de betrokken instanties geadviseerd hiervoor enige interne kennis in huis te halen. Waar eerder werd gedacht dat dit een tijdelijk project is, blijkt dit bij nader inzien eerder een structurele taak te zijn die alle digitale communicatie (met klanten, gemeenten en intern) omvat. In combinatie met de wens en de plicht om communicatie steeds meer digitaal te organiseren, zal Omnibuzz in 2021 onderzoeken welke stappen op dit terrein nodig zijn.
2.4.2 Beheersmaatregelen
In het kader van de interne maatregelen zijn in de begroting 2019-1 enkele formatieve aanpassingen doorgevoerd die structureel doorwerken op de bedrijfsvoering, zoals de aanpassing van de openingstijden van ritreservering en formatieve aanpassingen. Sinds eind 2019 kunnen klanten gebruik maken van het klantportaal voor het boeken van de ritten, waarbij geen tussenkomst van een medewerker nodig is. De promotie van dit portaal is door COVID-19 uitgesteld en de actualiteit heeft een remmend effect op het gebruik ervan. Intussen bouwen wij dit klantportaal uit met nieuwe functionaliteiten om de digitale communicatie voor de lange termijn te optimaliseren en compliant te maken aan de eisen voor digitale toegankelijkheid. De externe beheersmaatregelen zijn in 2020 geëvalueerd. Gemeenten beschikken over een aantal instrumenten om op elk gewenst moment verdere maatregelen te nemen. Omnibuzz heeft een richtlijn voor de indicatiestelling opgesteld en een advies met betrekking tot de hoogte en de indexering van het klanttarief. Deze documenten bieden gemeenten handvaten om tot optimale besluitvorming te komen. Aanvullend hebben gemeenten – meestal met ondersteuning van Omnibuzz – beheersmaatregelen binnen de eigen gemeenten doorgevoerd.
In sommige gevallen gebeurt dit proactief vanuit Omnibuzz op basis van het signaleren van opvallende indicatoren in de indicatiestelling van individuele gemeenten in vergelijking met andere gemeenten. In overleg met die afzonderlijke gemeente bespreken wij passende maatregelen.
2.5
Ontwikkelingen
2.5.1 Vervoersresultaat
Normaal zou het aantal gerealiseerde zones in 2020 als basis dienen voor de begroting 2022, maar aangezien dit bijna 50% minder is dan in 2019, is dit geen betrouwbare basis. Het vervoersvolume is immers afhankelijk van de ontwikkeling van COVID-19 en de opgelegde maatregelen vanuit de regering. Bovenstaande ontwikkelingen zijn leidend om te komen tot een goede inschatting van het vervoersvolume 2022. Op basis van de meest recente inzichten en ontwikkelingen is, in lijn met landelijke inschattingen van vergelijkbare opdrachtgevers, gekozen om 100% van het volume van 2019 als basis te nemen. Het gehanteerde percentage ten opzichte van de vraag in 2019 biedt begrotingstechnisch voldoende ruimte om de vraagontwikkeling en aanvullende continuïteitsafspraken op te kunnen vangen. In principe wordt voorgesteld geen opslagpercentage te hanteren, tenzij een individuele gemeente dit specifiek aangeeft. De ontwikkeling van het volume varieert tussen de gemeenten. De kosten per eenheid (zones) is in de basis voor alle gemeenten gelijk. Het vervoerstarief is geïndexeerd met de NEA-index voor 2021 van 1,0%. De bedongen korting van 1% uit het onderhandelingsresultaat wordt meegenomen in de continuïteitsafspraken. Omnibuzz heeft op basis van een bestuurlijke wens een advies bij de individuele gemeenten neergelegd om de klantbijdragen per 1-1-2022 in lijn te brengen met het tarief in het OV.
De deelnemende gemeenten besluiten hier afzonderlijk over. De uitkomst van deze besluitvorming zal gaandeweg 2021 duidelijk worden. De klantbijdrage heeft geen effect op de begroting, maar eventuele wijzigingen in de klantbijdrage hebben wel effect op de totale kosten van het vervoer voor de gemeenten. Wij zullen tijdig met de vervoerders overleggen zodat wij onze contractuele verplichtingen over het informeren van deze beleidswijzigingen na komen. 11
Omnibuzz
Over Omnibuzz
2.5.2 Bedrijfsvoering
Digitalisering en toegankelijkheid
Cao en personeel
Ontwikkelingen in de wettelijke verplichting voor het aanbieden en toegankelijk maken van digitale communicatie (drempelvrij) maken investeringen noodzakelijk. Dit betreft de huidige website, in- en externe informatiesystemen en het digitale klantplatform MijnOmnibuzz dat in ontwikkeling is. De omvang van deze investeringen is niet helder. Wel is duidelijk dat dit tot structurele kosten zal leiden. Het bestuur wordt geïnformeerd over de voortgang.
Omdat de huidige cao een looptijd heeft tot januari 2021, zijn de cao-partijen in gesprek over een nieuwe cao voor de gemeenteambtenaren. Op het moment dat de cao-onderhandelingen bekend zijn, zullen de wijzigingen vanuit de cao meegenomen worden. Voor de salariskosten wordt gebruik gemaakt van het meest recente formatieplan. Voor de indexatie van de salariscomponent wordt gerekend met 1%. Onze HR-afdeling werkt aan de uitwerking van het vitaliteitsbeleid en het persoonlijk ontwikkelplan voor medewerkers. Automatisering en ICT In het kader van compliance aan de normering voor digitale toegankelijkheid verwachten wij ook de nodige investeringen in de automatisering. De omvang hiervan is nog niet helder, omdat deze afhankelijk is van de aanbevelingen uit de verplichte inspectierapporten die in een later stadium worden opgesteld. In 2021 zal tevens het ICT-beheer van Omnibuzz worden aan- of inbesteed, conform de aanbestedingsrichtlijnen. Voor 2022 hebben wij hetzelfde kostenniveau aangehouden van de huidige leverancier. Vervanging taxipoints De taxipoints die klanten gebruiken om makkelijk ritten te boeken van het ziekenhuis naar huis, werken vanuit klantperspectief prima. Door de verouderde technologie verloopt het onderhoud en de ondersteuning van de taxipoints echter moeizaam en is dit systeem relatief kostbaar.
Intussen is onderzocht welke alternatieven voorhanden zijn om de taxipoints te vervangen door een toekomstbestendig alternatief dat leidt tot een structurele verlaging van de kosten voor onderhoud en behoud van de klanttevredenheid. In 2021 zal naar verwachting worden besloten over de implementatie hiervan. 12
Omgaan met groeiende zorgbehoefte en verward gedrag Sinds 2019 hebben gemeenten de opgave om verward gedrag van mensen vroegtijdig te signaleren. Omnibuzz heeft daarom in overleg met gemeenten passend beleid ontwikkeld voor deze groeiende doelgroep in het vervoer. Dit betekent meer afstemming tussen gemeenten (consulenten), vervoerders en Omnibuzz met als doel deze kwetsbare klanten goed kunnen blijven vervoeren. De toenemende problematiek van beperkte zelfregie bij klanten uit zich op de momenten dat er contact is met klanten; bij het uitvoeren van de rit (contact met de chauffeur), maar ook bij het telefonisch contact. Dit leidt tot langere beltijden en meer benodigde capaciteit bij ritreservering en klantenservice. De planning is om in 2021 een eerste evaluatie van dit beleid te presenteren. In oktober 2020 heeft Omnibuzz het certificaat ‘Samen dementievriendelijk’ gekregen, een initiatief van Alzheimer Nederland, pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM en het ministerie van VWS. Op deze wijze zetten wij onze intenties kracht bij dat wij graag bijdragen aan een dementievriendelijke samenleving. Dit wil onder andere zeggen dat dit onderwerp structureel aandacht krijgt binnen de dagelijkse processen en training van personeel. Wij overwegen deze evaluatie in verband met de ontwikkeling van het vervoer als gevolg van COVID-19 uit te stellen.
Omnibuzz
Over Omnibuzz
2.5.3 Bestuurlijk Evaluatie GR en DVO In 2020 heeft een extern bureau de evaluatie van de GR Omnibuzz afgerond. Het bestuur zal in de loop van 2021 de reactie van Omnibuzz op de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport bespreken. Op basis daarvan kunnen mogelijk verdere acties worden uitgezet. Bovendien wordt via een tweetal ambtelijke themasessies het productenboek, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van de dienstverleningsovereenkomst (DVO), geëvalueerd en geactualiseerd. Dit traject zal naar verwachting in 2021 worden afgerond. Aanpassing afrekensystematiek en wijziging GR Omnibuzz Omnibuzz heeft op verzoek van gemeenten een aantal scenario’s uitgewerkt voor de afrekening van verschillende kosten tussen gemeenten. In 2021 wordt hiervoor een concreet voorstel ter besluitvorming voorgelegd. Parallel wordt een wijziging van de GR Omnibuzz voorbereid, waarin de uitkomst van dit voorstel wordt verwerkt. Aanvullend wordt de uitwerking van het uittredingsprotocol aan de GR Omnibuzz toegevoegd en wordt de regeling toekomstbestendig gemaakt door rekening te houden met de aanstaande wetswijziging in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr). De verwachting is dat de conceptwijziging van de GR Omnibuzz vanaf medio 2021 aan de gemeenteraden kan worden voorgelegd.
De voorgestelde wijziging van de afrekensystematiek zal na besluitvorming ingaan per 1 januari 2022 met de bedoeling dat deze in de daaropvolgende jaren gehandhaafd blijft.
2.6
Impact van COVID-19
Gemeenten zijn gedurende 2020 uitgebreid geïnformeerd over COVID-19, de landelijke richtlijnen en de gevolgen hiervan voor ons vervoer. De impact op het vervoer is enorm en ditzelfde geldt voor de organisatie Omnibuzz, omdat alle reguliere processen, afspraken en kaders ‘opnieuw uitgevonden’ moesten worden. In het jaarverslag 2020 wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed. Deze impact werkt
door in de begrotingen, al overheerst vooral onzekerheid over het toekomstperspectief.
2.6.1 Pijler 1. Toeleiding OV en kanteling
De gevolgen van COVID-19 lijken de drempel voor OVgebruik te verhogen. Een gesloten systeem zou voor kwetsbare klanten meer comfort en veiligheid kunnen bieden dan reizen met OV. Het is gissen hoe deze gevolgen op langere termijn doorwerken, maar de uitdaging om resultaat te halen op deze ambitie lijkt groeiende. Het zou kunnen zijn dat ander kleinschalig alternatief vervoer juist aan aantrekkingskracht wint door deze ontwikkeling. Mede om die reden wil Omnibuzz samen met de gemeenten het gebruik van www.ikwilvervoer.nl optimaliseren.
2.6.2 Pijler 2. Efficiëntie en bundeling vervoer
Het contractbeheer met vervoerders omvat het beheren van de oorspronkelijke contracten plus alle aanvullende en noodzakelijke afspraken in het kader van COVID-19. Het voortdurend monitoren van de effecten van de overheidsmaatregelen, de continuïteitafspraken en naleving van de COVID-19 protocollen vraagt veel van de vervoerders en van de organisatie Omnibuzz. Zolang de pandemie niet bedwongen is, blijven deze extra aansturing en aandacht noodzakelijk. De veiligheid van het vervoer staat meer dan ooit op de eerste plaats, maar desondanks zijn alle kwaliteitsafspraken in deze periode – zolang toegestaan binnen de geldende protocollen - zonder uitzondering nageleefd. Voor meer uitleg over de continuïteitsafspraken verwijzen wij naar het jaarverslag 2020. Vanwege de complexiteit en contractuele vertrouwelijkheid wordt dit in het jaarverslag niet heel gedetailleerd toegelicht. Alle stappen in dit kader worden uiterst zorgvuldig genomen met inachtneming van de omstandigheden, mogelijk gevolgen en risico’s voor alle betrokken partijen. In de eerste maanden van 2021 blijkt dat het toekomstperspectief nog steeds onzeker is. Het overleg met vervoerders blijft hierdoor op permanente basis doorgaan en de insteek hierbij is helder. De vervoerders en de gemeenten moeten samen door deze crisis geraken, zodat wij ook na de pandemie over een volwaardig vervoerssysteem kunnen beschikken.
Dit is in lijn met het 13
Omnibuzz
bestuursbesluit om de continuïteit van onze vervoerders voor de lange termijn te borgen (na COVID-19). Het neemt niet weg dat vervoerders en Omnibuzz goed kijken naar de ontwikkelingen richting het ‘nieuwe normaal’ en hier de onderlinge afspraken op afstemmen. Dit gebeurt stapsgewijs en in goed overleg. In dit kader proberen wij zoveel mogelijk vervoer daadwerkelijk uit te voeren, zowel regulier vervoer als extra vervoer naar de vaccinatielocaties.
2.6.3 Pijler 3. Slimme organisatie en ontwikkelfunctie
Omnibuzz heeft een centrale positie ingenomen in de totstandkoming van de (veelal) landelijke richtlijnen en protocollen voor de uitvoering van het vervoer en de financiële continuïteit. Zo dragen wij bij aan het beperken van de gevolgen van deze crisis voor klanten, gemeenten en vervoerders. De voortdurend veranderende richtlijnen in het vervoer vragen om intensieve communicatie met klanten, cliëntenpanel, bestuurders en ambtenaren van de aangesloten gemeenten. Tevens voeren wij onderzoek uit naar de overwegingen van klanten om te blijven reizen tijdens COVID-19 of juist niet. Deze inzichten komen van pas in de communicatie en het beleidsadvies, zodat de maatschappelijke functie van het vervoer geborgd wordt. Bestuurlijk is verzocht om te anticiperen op de nieuwe realiteit en te oriënteren op beleid dat erop gericht is om het vervoer laagdrempelig toegankelijk te houden. Omnibuzz zal dit voorbereiden en daarbij ook rekening houden met de wens om via beheersmaatregelen het vervoer voor gemeenten betaalbaar te houden. De impact van de pandemie zal de verdere invulling hiervan bepalen. Samen met vervoerders kon Omnibuzz heel snel inspelen op urgente behoeften aan ‘COVID-19 vervoer’, zoals vervoer naar ‘besmette’ huisartsenpraktijken, COVID-19 hotels en vaccinatielocaties. Op deze manier is de vrijgekomen capaciteit van ons vervoerssysteem maatschappelijk ingezet.
Alle medewerkers zijn intussen volledig gefaciliteerd om vanuit thuis te werken. Omdat contante betalingen niet meer zijn toegestaan, is het rekening rijden versneld geïmplementeerd. Hiervoor was een aanpassing van het facturatieproces nodig. 14
Over Omnibuzz
De nieuwe afspraken met vervoerders zijn in de administratie geïmplementeerd en de reguliere processen met gemeenten zijn aangepast. De aanleiding was allerminst prettig, maar de organisatie is als gevolg van de crisis gegroeid in flexibiliteit en kan hierdoor beter omgaan met schommelingen in het vervoersvolume, ook in de contractuele sfeer met de vervoerders. Wij kunnen praktisch alle ’interne werkzaamheden’ zowel vanuit kantoor als vanuit huis uitvoeren, zonder dat klanten of gemeenten gevolgen ervaren in het dienstverleningsniveau. Deze flexibele inrichting van de organisatie komt in deze onzekere tijd – die voorlopig nog blijft aanhouden - van pas. Een aantal medewerkers van Omnibuzz (ritreservering) is gedetacheerd bij de GGD, waardoor de loonkosten van Omnibuzz tijdelijk afnemen. Omdat de meeste medewerkers een vaste aanstelling hebben, is direct afschalen op personeel geen optie. Daar komt bij dat de gemiddelde gesprekstijd bij ritreservering als gevolg van extra vragen door COVID-19 en de gezondheidscheck is toegenomen met circa 15%. Op de klantenservice is het aantal inkomende telefoongesprekken vrijwel op hetzelfde niveau en bovendien is deze afdeling ingezet voor een grootschalige belactie om e-mailadressen en incassoformulieren van klanten en/of gemachtigden te verzamelen.
De incassoformulieren zijn nodig om het versneld invoeren van rekeningrijden efficiënt en snel uit te kunnen voeren. De e-mailadressen zijn wenselijk, omdat door het verplichte rekening rijden veel meer facturen worden verstuurd dan voorheen. Dit leidt tot meerkosten voor postverzending. Dankzij de opgehaalde e-mailadressen kan intussen een groot deel van de facturen digitaal worden verstrekt. Bij de staffuncties en de afdeling uitvoering is sprake van extra werk door de vele aanpassingen als gevolg van de landelijke maatregelen, de continuïteitsafspraken met vervoerders, afspraken over maatwerkvervoer (COVID-19 hotels, vervoer van en naar huisartsen etc.) en de communicatie hierover. Omnibuzz heeft zich verder actief bemoeid met de landelijke lobby en heeft deelgenomen aan overleggen om tot deze afspraken te komen. Ook de financiële administratie heeft veel extra werk verzet om de nieuwe situatie financieel goed te kunnen managen, zoals
Omnibuzz
Over Omnibuzz
de groei van het aantal rekeningrijders, de aangepaste afspraken met vervoerders en het voeren van een aparte COVID-administratie. Waar mogelijk zijn de kosten teruggedrongen, maar de daling van het vervoer leidt niet direct tot een evenredige vermindering van personele inzet of bedrijfsvoeringskosten van Omnibuzz. De beheerkosten bewegen niet rechtstreeks mee met de daling van het vervoersvolume. Waar mogelijk is de beschikbare capaciteit snel en flexibel ingezet voor nieuwe maatschappelijke behoeften. Zo zijn toch positieve resultaten behaald in deze periode en houden wij het systeem overeind voor de toekomst.
15
Omnibuzz
16
Over Omnibuzz
3 DE BELEIDSBEGROTING
17
Omnibuzz
De beleidsbegroting
3. De beleidsbegroting 3.1
Programma Omnibuzz vervoer
3.1.1 Wat willen wij bereiken?
Omnibuzz heeft haar missie vertaald in enkele concrete doelstellingen: Iedere doelgroep passend en tijdig vervoer bieden. Continu werken aan kwaliteitsverbetering. ĵ Aansluiten bij al ingezette kanteling in het sociale domein, het bevorderen van zelfredzaamheid bij de burger en zo veel mogelijk gebruik maken van algemeen toegankelijke voorzieningen. ĵ Vervoersuitgaven beheersbaar houden, ook met oog op duurzaamheid. ĵ Vervoer kunnen blijven garanderen binnen de gemeentelijke begrotingen. ĵ Grip op de interne organisatie. ĵ ĵ
3.1.2 Wat gaan wij ervoor doen?
Voor alle deelnemende gemeenten staat voorop dat ze iedere doelgroep passend en tijdig vervoer willen bieden, zodat iedereen optimaal kan deelnemen aan de samenleving. Dat vervoer moet voor gemeenten en klanten betaalbaar blijven. Door de beschikbare deskundigheid en de schaalomvang biedt het samenwerken binnen de GR Omnibuzz gemeenten de kans om zo efficiënt mogelijk met de middelen om te gaan en vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid samen te ontwikkelen. Zo gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de klant. Door de onzekere vooruitzichten is voorzichtigheid geboden in het ontwikkelen of uitrollen van nieuwe ideeën en projecten, maar Omnibuzz zal in 2021 zeker niet stil blijven staan. Omnibuzz gaat in 2021 – naast alle COVID-19 gerelateerde taken – verder met de volgende taken (intensiveren): Verbetering van het huidig vervoer met oog voor kwaliteit, beheersbaarheid en de realiteit in de vervoerssector. Overleg met de Provincie Limburg over een integrale aanpak middels de uitwerking van het Ontwikkelplan OV. ĵ Evaluatie en optimalisatie van de website ikwilvervoer.nl. ĵ Doorontwikkeling van MijnOmnibuzz. ĵ Overleg met gemeenten over de invulling van het relatiebeheer en de overlegstructuur. ĵ Aanpassing van de afrekensystematiek en de wijziging van de GR Omnibuzz.
ĵ Verdere uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, afhankelijk van besluitvorming individuele gemeenten. ĵ Doorontwikkeling van informatie- en kennismanagement. ĵ Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, conform het goedgekeurde auditplan. ĵ Structurele controle en bijsturen van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus. ĵ Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor digitale toegankelijkheid, privacy, informatiebeveiliging en de archiefwet. ĵ ĵ
Bovenstaande zijn structurele taken die wij ook in 2022 en volgende jaren blijven toepassen. Een aantal projecten zal wellicht in 2021 afgerond worden, zoals bijvoorbeeld de afrekensystematiek, maar de uitwerking ervan zal doorwerken in 2022 en volgende jaren. 18
Omnibuzz
De beleidsbegroting
3.1.3 Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?
De programma indeling voor Omnibuzz is weergegeven in tabel ‘begroting 2022’. TABEL BEGROTING 2022 Programma Wmo-vervoer
Baten
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
€
198.239
Lasten €
22.810.641
Saldo €
22.612.403
€ €
22.675.695
€ €
13.292 -
€ €
13.292 -22.675.695
€
2.621.714
€
2.621.714
€
-
0.8 Overige baten en lasten
€
-
€
50.000
€
50.000
Saldo van baten en lasten
€
25.495.647 €
-
Toevoegingen aan de reserves Onttrekkingen aan de reserves
€ €
Resultaat
€
Algemene Dekkingsmiddelen 0.5 Treasury 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
Overhead 0.4 Overhead
Onvoorzien
25.495.647 € -
€ €
25.495.647 €
-
€ €
-
25.495.647 €
-
Voor de verdeling van baten/lasten naar taakvelden is aansluiting gezocht bij hetgeen het BBV hierin voorschrijft (IV3). Uitgangspunt is dat lasten en baten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Omnibuzz kent slechts een beperkt aantal taakvelden. Onder het taakveld ‘Overhead’ zijn, conform de ‘notitie Overhead’ in het kader van BBV, alle kosten opgenomen die betrekking hebben op sturing en ondersteuning van het primaire proces. Tot de kosten van overhead worden in ieder geval de volgende zaken gerekend: Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. Personeel en organisatie. ĵ Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). ĵ In- en externe communicatie met uitzondering van klantcommunicatie. ĵ Juridische zaken. ĵ Bestuurszaken en bestuursondersteuning. ĵ Informatievoorziening en automatisering. ĵ Facilitaire zaken en huisvesting. ĵ Documentaire informatievoorziening. ĵ Managementondersteuning van het primaire proces. ĵ Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch). ĵ ĵ
19
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Onder 0.5 ‘Treasury’ zijn de rente- en bankkosten opgenomen. Voor de begroting 2022 bestaat dit bedrag volledig uit bankkosten. Met kosten van eventuele externe financiering is geen rekening gehouden. De kosten direct toe te rekenen aan het Wmo-doelgroepenvervoer zijn opgenomen onder het taakveld ‘Maatwerkdienstverlening 18+’. Dit zijn de vervoerslasten en de lasten van de afdeling uitvoering (ritreservering), exclusief de lasten van de manager uitvoering welke conform definitie ‘overhead’ toegerekend wordt aan de overhead. Ook zijn hierin de lasten meegenomen van de afdeling klantenservice en de lasten gekoppeld aan klachtenmanagement, klanttevredenheid, de bonus/malus regeling en dergelijke. De hieronder opgenomen lasten bestaan wederom uit loon- en beheerkosten. De baten bestaan hierbij uit het onderhandelingsresultaat in verband met de NEA-index 2020 (zie verderop in deze begroting). Hierbij dient opgemerkt te worden dat, hoewel Omnibuzz klanten heeft die jonger zijn dan 18 jaar en daarmee feitelijk in het taakveld 6.72 ‘Maatwerkdienstverlening 18-‘ thuishoren, dit aandeel dusdanig klein is (< 1%) dat ervoor gekozen is dit taakveld niet op te nemen. De baten voor taakveld 0.4 bestaan volledig uit gemeentelijke bijdragen. De baten voor taakveld 6.71 bestaan eveneens uit gemeentelijke bijdragen.
De financiële uitgangspunten voor deze begroting staan vermeld in paragraaf 4.1 ‘Financiële kaders’ op pagina 34.
3.1.4 Beleidsindicatoren
Met de invoering van het vernieuwde ‘Besluit begroting en verantwoording’, ingaand voor begrotingen en programmaverantwoordingen vanaf 2017, dienen decentrale overheden de voor hun van toepassing zijnde beleidsindicatoren op te nemen. Met deze beleidsindicatoren worden de effecten van het beleid toegelicht. In de tabel zijn de voor Omnibuzz van toepassing zijnde beleidsindicatoren opgenomen. Indicator
Eenheid
Bron
Formatie
0,054
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
Bezettting
0,054
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
3,24
Kosten per inwoner
Eigen begroting
Externe inhuur
1,8%
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Eigen begroting
Overhead
10,3%
% van totale lasten
Eigen begroting
Apparaatskosten
2022
€
Op basis van de onder overhead opgenomen lasten bedraagt de ‘Overhead’ 10,3% van de totale lasten. Omnibuzz wil deze factor in de komende jaren van groei van activiteiten zo stabiel mogelijk te houden.
3.2
Paragrafen
In het kader van artikel 9 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende paragrafen opgenomen: Weerstandsvermogen en risicomanagement. Financiering. ĵ Bedrijfsvoering. ĵ ĵ
20
Omnibuzz
De beleidsbegroting
3.2.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement
Het weerstandsvermogen kan gedefinieerd worden als het vermogen dat nodig is om incidentele niet voorziene tegenvallers te kunnen opvangen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken schrijft in artikel 11 van het nieuwe ‘Besluit begroting en verantwoording’ het volgende voor: Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. ĵ Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. ĵ
De weerstandsratio is een verhoudingsgetal, tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het op basis van de risicoanalyse bepaalde benodigde weerstandsvermogen. Onderstaand wordt de weerstandsratio aangegeven als een directe confrontatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de risico’s. Als onverhoopt veel risico’s optreden, kan dit betekenen dat de deelnemende gemeenten rekening moeten houden met aanvullende bijdragen om tekorten en risico’s te dekken. Algemene reserve
Benodigde weerstandscapaciteit totaal risico
Weerstandsratio
€ 532.000
€ 1.308.000
0,41
De minimale omvang van de algemene reserve is eerder vastgesteld op € 520.000,-. Met dit minimum worden met name de volumerisico’s in het vervoer afgedekt, alsmede het risico dat een van de vervoerders (taxibedrijven) failliet gaat. Daarnaast biedt dit minimum voldoende dekking voor de financiering van eventuele investeringen. Risicomanagement In het bedrijfsplan van januari 2016 is een inventarisatie gemaakt van de belangrijkste risico’s waar mee Omnibuzz kan worden geconfronteerd. Medio 2018 is de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd en op 24 oktober 2018 is deze vastgesteld door het algemeen bestuur. Op basis van deze risico-inventarisatie en de bijbehorende beheersmaatregelen is een inschatting gemaakt van de financiële impact en de kans dat de risico’s zich voordoen. Dit vormt de basis voor het bepalen van het weerstandvermogen.
21
Omnibuzz
De beleidsbegroting
ICT
Financieel
De belangrijkste geïdentificeerde risico’s zijn: Risico’s Bezuinigingen van de gemeentes
Politiek
Strategisch
Proces
x
Beheersbaarheid van het vervoer
x
Decentralisatie van taken naar gemeenten (instroom overige vervoersstromen)
x
Uitvoering van taken omtrent regie en planning
x
Beperkte bezetting leidt tot kwaliteitsrisico’s
x
Continuïteit risico tgv serverbeheer Inkoop Kwaliteit van informatie vervoerders
Kwaliteit
x
Uittreden van gemeentes uit de GR
Kennis van het personeel
Personeel
x x x x
Rekening houdende met de beheersmaatregelen die beschikbaar zijn om deze risico’s te mitigeren en de mate waarin de risico’s reeds in de eerdere begroting zijn doorgerekend, wordt de maximale impact geschat op € 1.308.000,-. De algemene reserve is na aanvang van de werkzaamheden op 11 december 2016 door de deelnemende gemeenten volgestort. Het beleid van Omnibuzz is zodanig ingericht dat minimaal één keer per 5 jaar de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd dient te worden. In 2018 heeft de laatste actualisering plaatsgevonden. De minimale omvang van de algemene reserve is toen vastgesteld op € 520.000,-. Met dit minimum worden met name de volumerisico’s in het vervoer afgedekt, alsmede het risico dat een van de vervoerders (taxibedrijven) failliet gaat. Een overzicht van de kernrisico’s is opgenomen in de bijlagen vanaf pagina 68. Daarnaast biedt dit minimum voldoende dekking voor de financiering van eventuele investeringen. Risicomanagement is een belangrijk onderdeel van de planning & control cyclus binnen Omnibuzz. In dit kader wordt regelmatig getoetst of de aanwezige weerstandscapaciteit afdoende is om de risico’s waarmee Omnibuzz geconfronteerd wordt af te dekken. In de vergadering van het algemeen bestuur d.d.
1 juli 2020 is, naar aanleiding van de bestemming van het resultaat over 2019, besloten om € 60.792,- aanvullend toe te voegen aan de algemene reserve. In het voorstel aan het algemeen bestuur d.d. 16 december 2020 is ingestemd met een onttrekking aan de algemene reserve van € 168.000,- waarmee deze ultimo 2020 is uitgekomen op € 532.000,-. Dit saldo ligt hiermee binnen de afgesproken bandbreedte van het minimum- en maximumniveau van de algemene reserve. De maximale omvang, toevoegingen en onttrekkingen van de algemene reserve worden bepaald door het algemeen bestuur, mede op basis van de meest actuele risico’s en benodigde weerstandsvermogen. 22
Omnibuzz
De beleidsbegroting
De vaststelling is geldend tot uiterlijk 2022 als de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ opnieuw zal worden vastgesteld. Voor een toelichting op de situatie en gevolgen rondom COVID-19 verwijzen wij u naar het paragraaf 2.6 ‘Impact van COVID-19’ op pagina 13. GEPROGNOSTICEERDE BALANS 2022 ACTIVA
31-dec-2021 €
31-dec-2022 €
PASSIVA
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Financiële vaste activa
31-dec-2022 €
VASTE PASSIVA 332.628
284.141
Algemene reserve
532.000
Egalisatiereserve
-
-
56.064
49.939
-
-
Bestemmingsreserve
332.628
284.141
Totaal vaste passiva
Resultaat voor bestemming
Totaal vaste activa
31-dec-2021 €
VLOTTENDE ACTIVA
532.000
-
-
588.064
581.939
Overige schulden
1.754.152
1.608.552
Overlopende passiva
1.888.644
2.007.001
VLOTTENDE PASSIVA
Uitzettingen < 1 jaar Overige vorderingen
310.258
269.509
Liquide middelen
3.282.647
3.388.996
Overlopende activa
305.327
254.847
Totaal vlottende activa
3.898.232
3.913.352
Totaal vlottende passiva
3.642.796
3.615.553
Totaal generaal
4.230.860
4.197.492
Totaal generaal
4.230.860
4.197.492
De balansposten vlottende activa en vlottende passiva zijn voor 2022 begroot door het gewogen gemiddelde van de afgelopen drie jaren te nemen (incidentele posten buiten beschouwing gelaten) of, waar mogelijk, een zo accuraat mogelijke inschatting van de balanspost. Het eigen vermogen is begroot door een zo goed mogelijke inschatting te geven van de reserves en voorzieningen op basis van de nu bekende risico’s. Hierbij is rekening gehouden met de nieuwe nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ die in 2018 is vastgesteld door het algemeen bestuur, alsmede met de huidige weerstandscapaciteit. KENGETALLEN
In het kader van artikel 11 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende kengetallen opgenomen: Netto schuldquote. Solvabiliteitsratio. ĵ Structurele exploitatieruimte. ĵ Grondexploitatie. ĵ Belastingcapaciteit. ĵ ĵ
23
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Onderstaand volgt een korte toelichting op de voorgeschreven kengetallen: De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. ĵ De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. ĵ De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten (niet van toepassing voor Omnibuzz). ĵ De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (niet van toepassing op Omnibuzz). ĵ ĵ
De uitkomsten van deze vijf kengetallen worden voor het begrotingsjaar 2022 (t) en meerjarenperspectief 2023-2025 weergegeven in de volgende tabellen. TABEL BEGROTINGSJAAR 2022 Begroting jaar
Verloop van de kengetallen
Kengetallen:
2020
2021-1
2022
Netto schuldquote
-15%
-1%
-1%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-15%
-1%
-1%
Solvabiliteitsratio
47%
14%
14%
Structurele exploitatieruimte
100%
100%
100%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
TABEL BEGROTINGSJAAR 2023-2025 Begroting jaar
Verloop van de kengetallen
Kengetallen:
2023
2024
2025
Netto schuldquote
-1%
-1%
-1%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-1%
-1%
-1%
Solvabiliteitsratio
13%
13%
13%
Structurele exploitatieruimte
100%
100%
100%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
Voor 2022 (t) en meerjarenperspectief 2023-2025 is de geprognosticeerde balans 2022 en MJ of een gemiddelde van de afgelopen drie jaren als basis gebruikt om de kengetallen te berekenen. Voor 2020 (t-2) zijn de gerealiseerde cijfers uit de concept-jaarrekening gebruikt. 24
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Voor 2021 zijn de cijfers uit begroting 2021-1 (1e wijziging) opgenomen. De solvabiliteitsratio beweegt tussen de 14% en 47%. Dit betekent dat voor 2022 (t) 14% van het totale vermogen uit eigen vermogen bestaat. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. De uitkomst van de netto schuldquote is negatief. Dit komt omdat Omnibuzz relatief weinig vreemd vermogen heeft aangetrokken. De structurele exploitatieruimte bedraagt voor 2022 100%. Voor 2022 zijn geen incidentele baten of lasten voorzien. Tekorten worden aangevuld en overschotten vloeien terug naar de gemeenten. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Omnibuzz niet van toepassing.
3.2.2 Financiering TREASURY
De financiering van Omnibuzz bestaat uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Omdat inkomsten en uitgaven niet altijd synchroon lopen en verplichtingen zijn aangegaan om op bepaalde tijden kosten te betalen, bestaat de mogelijkheid om geld te lenen middels de bestaande kredietfaciliteit. De hieraan verbonden kosten worden opgenomen als kapitaallasten. Voor de begroting 2022 en meerjarenperspectief 2023-2025 zijn geen kosten begroot voor kredietfaciliteiten. Vanaf de begroting 2019-1 is een opslagpercentage voor het vervoer per gemeente opgenomen. Dit zorgt ervoor dat Omnibuzz qua cashflow beter in staat is om de stijgende vervoersvolumes liquiditeit technisch het hoofd te bieden. Voor de gewijzigde begroting 2021-1, de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 is geen opslagpercentage toegepast in verband met de negatieve gevolgen op het vervoersvolume veroorzaakt door COVID-19. Vanuit de in 2018 gevormde bestemmingsreserve ‘ICT’ valt elk jaar het afschrijvingsdeel voor het in het jaar 2018 en 2019 geïnvesteerde activa vrij ter financiering van de kapitaallasten. In de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 bedraagt dit afschrijvingsdeel € 6.525,- per jaar.
25
Omnibuzz
De beleidsbegroting
KASGELDLIMIET
De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag korte financiering mogelijk is. Onder korte financiering wordt in de Wet FIDO verstaan leningen met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald als een percentage van het begrotingstotaal. Bij ministeriële regeling is dit percentage voor Omnibuzz vastgesteld op 8,2%. Concreet betekent dit dat de netto vlottende schuld per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. Omnibuzz zal naar verwachting binnen de kasgeldlimiet blijven. (1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
(3) Netto vlottende schuld
Kwartaal 1
€
3.635.985
€
3.902.012 €
-266.027
Kwartaal 2
€
3.629.175
€
3.905.792 €
-276.617
Kwartaal 3
€
3.622.364
€
3.909.572 €
-287.208
Kwartaal 4
€
3.615.553
€
3.913.352 €
-297.798
3.625.769 €
3.907.682 €
-281.912
(4) Gemiddelde van kwartalen € (6) Ruimte onder kasgeldlimiet
€
281.912
(5) Berekening kasgeldlimiet (7) Omvang begroting per 1 januari 2022
€
(8) in procenten van de grondslag
25.495.647 8,2%
(5) = (7) x (8) Kasgeldlimiet:
€
2.090.643
Ruimte (+) / overschrijding (-) (6) + (5)
€
2.372.556
0,082
De (verwachte) netto vlottende schuld per kwartaal is berekend door uit te gaan van de realisatie Q1 t/m Q4 2020 als basis voor de kasgeldlimiet 2022 en verder te nemen, alsmede de geprognosticeerde balans. RENTERISICONORM
De renterisiconorm is direct gerelateerd aan het budgettaire risico en heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. SCHATKISTBANKIEREN
Het wetsvoorstel ‘Verplicht schatkistbankieren’ is op 13 december 2013 in het Staatsblad gepubliceerd. De wet is op 15 december 2013 van kracht geworden en ingevoerd voor gemeenten, Provincies, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen. Schatkistbankieren houdt in dat overtollige publieke middelen worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Decentrale overheden zullen op de deposito’s een rente vergoed krijgen die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt bij leningen die ze op de markt aangaat. Voor decentrale overheden is het gevolg hiervan dat uitstaande beleggingen bij het vrijvallen niet kunnen worden herbelegd maar naar de rekening courant gaan. Daar kunnen ze hoogstens als deposito worden weggezet tegen de dan geldende rente op Nederlandse staatsobligaties. Er is sprake van een drempelbedrag dat Omnibuzz buiten de schatkist mag aanhouden. Het gaat om 0,75% van het begrotingstotaal. Voor Omnibuzz is het drempelbedrag vastgesteld op € 200.000,-. Dit saldo wordt daarmee niet als overtollig beschouwd.
26
Omnibuzz
De beleidsbegroting
DE WET HOUDBARE OVERHEIDSFINANCIËN (WET HOF)
De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld vormen de basis van de Wet Hof. De middellange termijndoelstelling is het op termijn verkrijgen van begrotingsevenwicht in stappen van 0,5% bbp per jaar. Omdat ook gemeenten, Provincies, waterschappen en Gemeenschappelijke Regelingen bijdragen aan het begrotingstekort van de collectieve sector, bepaalt het wetsvoorstel dat niet alleen het Rijk maar ook de decentrale overheden zich moeten houden aan de doelstellingen uit het aangescherpte Stabiliteits- en Groeipact. Het EMU-saldo volgt uit de tabel:
Omschrijving
2021-1 Begroting
2022 Begroting
2023 Begroting
2024 Begroting
2025 Begroting
vorig begrotingsjaar
huidig begrotingsjaar
volgend begrotingsjaar
begrotingsjaar t+2
begrotingsjaar t+3
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
0
0
0
0
0
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
45
42
31
31
31
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
0
0
0
0
0
4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
0
0
0
0
0
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
0
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
0
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
0
0
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
0
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
0
0
0
0
0
10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
0
0
0
0
0
11
Verkoop van effecten
0
0
0
0
0
a
Gaat u effecten verkopen? (ja/nee)
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
b
Zo ja, wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie
0
0
0
0
0
Berekend EMU-saldo
45
42
31
31
31
27
Omnibuzz
Het EMU-saldo wordt berekend door op het exploitatiesaldo de afschrijvingen, investeringen en mutaties van reserves te corrigeren. In 2022 en de daaropvolgende jaren drukken de afschrijvingen op de exploitatie en worden er in 2022 relatief kleine investeringen gedaan. Per saldo zorgt dit voor een positief EMU-saldo voor 2022 en de daaropvolgende jaren. ECONOMISCHE VOORUITZICHTEN
De vooruitzichten voor de Nederlandse economie in de periode 2020-2022 staan, net als in de raming van een half jaar geleden, in het teken van de COVID-19 pandemie. In de eerste twee kwartalen van 2020 liep het bruto binnenlands product (bbp) flinke schade op. Het leeuwendeel hiervan werd goedgemaakt door het sterke terugveren in het derde kwartaal. Door de tweede golf besmettingen en de daarmee gepaard gaande contactbeperkende maatregelen, alsook door de aanhoudende onzekerheid onder huishoudens en bedrijven, zal het bbp in het vierde kwartaal weer krimpen Omdat de economische ontwikkelingen in de eerste drie kwartalen van dit jaar echter gunstiger waren dan voorzien, blijft de economische teruggang voor 2020 beperkt tot 4,3%. Deze krimp is weliswaar van historische omvang, maar minder diep dan waarvoor eerder werd gevreesd. Na 2020 treedt een gestaag herstel op; in zowel 2021 als 2022 groeit het bbp met 2,9%. Tegen het einde van de voorspelhorizon van deze raming (het derde kwartaal van 2022) ligt het reële bbp per hoofd van de bevolking weer op hetzelfde niveau als aan het einde van 2019. De werkgelegenheid krijgt naar verwachting een stevige tik in 2020 en vooral in 2021. De werkloosheid gaat dit jaar omhoog naar 4,0% van de beroepsbevolking en piekt in 2021 op gemiddeld 6,5%. In 2022 volgt een daling naar 6,0%.
De HICP-inflatie, die in Nederland al geruime tijd hoger ligt dan gemiddeld in het eurogebied, loopt iets op, van 1,2% in 2020 tot 1,5% in de twee jaar daarna. Door de economische neergang en de omvangrijke overheidssteun maken de overheidsfinanciën in 2020 een grote omslag, 28
De beleidsbegroting
van een comfortabel overschot naar een tekort van 6,3% bbp. Ook in 2021 en 2022 schrijft de overheid rode cijfers. Na een scherpe stijging met 10,5 procentpunt in 2020 loopt de schuldquote daarna geleidelijk verder op tot ruim 61% ultimo 2022. De verslechtering van de overheidsfinanciën is daarmee omvangrijk, maar niet onoverkomelijk groot. De onzekerheid rond de raming is – net als een half jaar geleden – groter dan gebruikelijk als gevolg van de onzekerheid omtrent de ontwikkeling van de pandemie. Scenario’s kunnen dan behulpzaam zijn. In ECB-verband is daarom besloten om naast de raming twee alternatieve scenario’s op te stellen met mogelijke effecten van de COVID-19 pandemie op de economie. De groei van het bbp in 2021 varieert van 4,9% in het milde scenario tot 0,2% in het zware scenario. Deze scenario’s zijn niet bedoeld als onder- en bovengrens van mogelijke uitkomsten, maar illustreren wel dat er op dit moment rond de raming een grote mate van onzekerheid bestaat. Vergeleken met de uitkomsten van een half jaar geleden is de bandbreedte overigens wel kleiner geworden. Tenslotte is voor het zware scenario en een aanvullend zeer zwaar scenario de impact op de bankensector doorgerekend. Hieruit volgt dat de gemiddelde kapitaalpositie van de zes grootste Nederlandse banken eind 2022 in het zware scenario met circa 2 procentpunt afneemt.
In het zeer zware scenario bedraagt deze daling bijna 4 procentpunt. Dit is een forse impact, die echter voor de banken behapbaar lijkt te zijn, zonder serieuze implicaties voor de kredietverlening. (bron: DNB, Economische ontwikkelingen en vooruitzichten, december 2020).
3.2.3 Bedrijfsvoering STURINGSPRINCIPES
Sinds de totstandkoming van de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, heeft Omnibuzz zich ontwikkeld tot een compacte en doelmatige organisatie. De organisatie is hierbij ingericht op basis van een aantal sturingsprincipes die behouden blijven. Daarnaast vraagt de groei en ontwikkeling van de organisatie om een aantal nieuwe sturingsprincipes.
Omnibuzz
De beleidsbegroting
Omnibuzz hanteert de volgende principes bij de keuzes omtrent inrichting van de werkorganisatie: Kwaliteit en klantgerichtheid Kwaliteit en klantgerichtheid staan voorop bij alle inrichtingsvraagstukken. Dit uit zich naar alle betrokkenen, van klanten tot vervoerders en van gemeenten tot de Provincie Limburg. Professionaliteit Omnibuzz organiseert haar werkorganisatie op een professionele manier. Uitgangspunt hierbij is dat de organisatie-inrichting en -sturing faciliterend moeten zijn voor de medewerkers. Doelmatigheid
(vervoer 9%, overige kosten 21%). Dit heeft als gevolg dat de fiscale afhandeling van het ondernemershandelen in het kader van de vervoersbeweging van Omnibuzz per 1 april 2019 is teruggevallen naar de individuele gemeenten. Eventuele instroom van nieuwe vervoersvormen kan gevolgen hebben voor de fiscale status van Omnibuzz, met name voor wat betreft de status in het kader van de btwplicht. Hierover zal tijdig overleg gevoerd worden met de Belastingdienst. In 2020 zijn er geen fiscale aanpassingen vanuit de Belastingdienst opgedragen. Hier is in de gewijzigde begroting 2021-1, begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 ook geen rekening gehouden met eventuele fiscale wijzigingen.
De werkorganisatie wordt doelmatig ingericht. Dat wil zeggen dat binnen de geldende kwaliteitskaders en taakstelling een zo efficiënt mogelijke organisatie wordt ingericht.
De definitieve organisatiestructuur is vastgesteld door het dagelijks bestuur. Deze is in de volgende paragrafen weergegeven.
Lerende organisatie
BESTUURLIJKE STRUCTUUR
Omnibuzz is een organisatie in groei en in ontwikkeling. Dit betekent dat processen, systemen en werkwijzen voortdurend worden geoptimaliseerd. Omnibuzz stimuleert haar medewerkers bij te dragen aan het principe van een lerende organisatie.
Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een zevental leden:
Good governance
De bestuurlijke structuur wordt gevormd door een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden met 38 stemmen.
ĵ ĵ
De organisatie wordt ingericht op basis van de principes van good governance en met inachtneming van de bepalingen van de wet ‘Gemeenschappelijke Regelingen’. Belastingdienst In 2018 zijn er verschillende overleggen met de Belastingdienst geweest met betrekking tot de fiscale afhandeling van de btw, waarbij de Belastingdienst uiteindelijk het standpunt heeft ingenomen dat Omnibuzz btw in rekening dient te brengen over de gemeentelijke bijdrage
4 leden vanuit Zuid-Limburg. 3 leden vanuit Noord- en Midden-Limburg.
De directeur van Omnibuzz legt verantwoording af aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. In de nadere uitwerking van de verordeningen van DB en AB alsmede de organisatie- en directieverordening is de relatie met het dagelijks bestuur en algemeen bestuur nader geregeld. STRUCTUUR WERKORGANISATIE
De huidige inzichten in de organisatiestructuur worden navolgend nader toegelicht.
29
Omnibuzz
Omnibuzz staat onder aansturing van een éénhoofdige directie. De directeur legt verantwoording af aan het bestuur en geeft leiding aan de werkorganisatie. Binnen de werkorganisatie wordt twee afdelingen onderscheiden die elk onder aansturing staan van een manager: ĵ ĵ
Uitvoering, waaronder ritreservering en tactische regievoering. Bedrijfsvoering, waaronder de afdeling ICT, financiële administratie, finance & control en klantenservice.
Naast deze afdelingen worden een aantal staffuncties onderscheiden, die onder aansturing van de directeur vallen. De afdelingsmanagers vormen, samen met de directeur, het managementteam. In de vergadering van het dagelijks bestuur op 13 november 2019 is ingestemd met de tweede evaluatie van het organisatieplan. Hieronder volgt naar aanleiding van het goedgekeurde formatieplan een overzicht van de benodigde bezetting per afdeling in de eindsituatie, zijnde 2020. AFDELING UITVOERING
De beleidsbegroting
AFDELING BEDRIJFSVOERING
De totale verwachte bezetting van de afdeling bedrijfsvoering bedraagt in de eindsituatie 2021 naar huidige inzichten 16,04 fte. Hierbij is in 2020 de functie van huismeester 0,50 fte verplaatst naar de post externe inhuur omdat de bezetting van de huismeester door Vixia wordt verzorgd. Functie
FTE
Manager bedrijfsvoering
0,90
Teamleider financiële administratie
1,00
Financieel medewerkers A
3,00
Financieel medewerkers B
1,00
Teamleider klantenservice
1,00
Medewerker klantenservice
7,00
Medewerker applicatiebeheer
0,67
Medewerker ICT
0,67
Medewerker finance & control
0,80
Afdeling bedrijfsvoering totaal
16,04
STAFFUNCTIES Functie
FTE
Directeur
1,00
HR beleidsadviseur
0,80
HR assistent
0,50
Adviseur projecten
3,50
4,45
Secretariaat
1,39
Projectmedewerker uitvoering
0,80
Functionaris gegevensbescherming
0,10
Hoofd ritreservering
1,00
Privacy Officer
0,20
Afdeling uitvoering totaal
32,7
Communicatieadviseur
0,50
Coördinator klachtenafhandeling
1,00
Medewerker klachtenafhandeling
0,90
Medewerker databeheer en -analyse
0,60
Afdeling staf totaal
10,49
Functie
FTE
Manager uitvoering
1,00
Teamleider ritreservering
3,00
Medewerkers ritreservering
22,45
Regiemedewerkers
De totale verwachte bezetting van de afdeling uitvoering bedraagt in de eindsituatie 2021 naar huidige inzichten maximaal 32,7 fte. Hierbij is rekening gehouden met de interne beheersmaatregelen: aanpassing openingstijden en het klantportaal. Daarnaast is rekening gehouden met de inzet van de nieuwe ritagenda software. 30
De verwachte bezetting van de staffuncties bedraagt in de
Omnibuzz
De beleidsbegroting
eindsituatie 2021 naar huidige inzichten 10,49 fte en blijft hiermee ongewijzigd ten opzichte van 2020. Daarnaast wordt vanwege de aard van de werkzaamheden externe expertise ingekocht: Functie
FTE
Projectleider
0,50
De structurele bezetting van Omnibuzz is 60,03 fte. Hierin is 0,30 fte opgenomen voor invulling van de OR-activiteiten. Bij de omvang die Omnibuzz vanaf 1 januari 2018 heeft is de invulling van een OR verplicht. Vanaf 1 maart 2019 is de tijdelijke OR, gestart in 2018, omgezet naar een definitieve OR. Op 13 november 2019 is het herziene organisatieplan goedgekeurd in de vergadering van het dagelijks bestuur. Het verloop van de bezetting over de jaren is als volgt: Afdeling
2021
2022
2023
2024
2025
Uitvoering
32,70
32,70
32,70
32,70
32,70
Bedrijfsvoering
16,04
16,04
16,04
16,04
16,04
Staf
10,49
10,49
10,49
10,49
10,49
OR
0,30
0,30
0,30
0,30
0,30
Externe expertise
0,50
0,50
0,50
0,50
0,50
Totaal
60,03
60,03
60,03
60,03
60,03
31
Omnibuzz
32
De beleidsbegroting
4 FINANCIËLE BEGROTING
33
Omnibuzz
Financiële begroting
4. Financiële begroting 4.1
Financiële kaders
Aan de begroting 2022 liggen een aantal financiële uitgangspunten ten grondslag. Deze uitgangspunten vloeien deels voort uit eerdere besluiten die het bestuur heeft genomen, deels uit gemaakte contractuele afspraken en tenslotte worden deze deels bepaald op basis van het financieel economisch beleid van Omnibuzz.
4
Het algemeen bestuur heeft op 16 december 2020 ingestemd met de volgende financiële uitgangspunten voor de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025:
5
1
2
3
34
In een normale situatie wordt de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode twee jaren voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-2) als uitgangspunt genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal zones per gemeente. Voor de begroting 2022 kan dit, vanwege de COVID-19 crisis, niet. Voor het jaar 2022 wordt de realisatie van het vervoer in 2019 aangehouden. In eerdere begrotingen is er een opslagpercentage van 5% op het gerealiseerde vervoersvolume 1 januari tot en met 31 december 2019 gehanteerd om een verdere stijging in het vervoersvolume op te vangen. De individuele gemeentes hebben de mogelijkheid om naar wens een ander % toe te passen dan wel geen opslag toe te passen. Voor de begroting 2022 wordt voorgesteld om 0% te hanteren als opslagpercentage tenzij de individuele gemeentes wel een opslagpercentage willen toepassen. Het vervoerstarief wordt geïndexeerd met dezelfde NEA-index 2021 (1,0%). Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief op basis van de afgegeven tarieven in de nieuwe vervoerscontracten of de tarieven uit de addenda op de vervoerscontracten, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2021. Het onderhandelingsresultaat (een korting van
6
7
8
3% in 2020, 2% in 2021 en 1% in 2022) wordt in mindering gebracht op de vervoerskosten. De gehanteerde vervoersprijs is de prijs zoals die voortvloeit uit de aanbesteding, de addenda op vervoerscontracten en de afspraken gemaakt in het kader van de afrekensystematiek. Het tarief voor 2022 wordt gebaseerd op het voorcalculatorisch tarief voor 2021. Dit tarief wordt verhoogd met de NEA-index waarmee het tarief voor 2022 wordt bepaald. Uitgangspunt voor de klantbijdragen in 2022 zijn de in 2021 gehanteerde tarieven verhoogd met de geschatte NEA-index. De klantbijdragen worden voor de jaren 2023-2025 eveneens geïndexeerd met deze index. Besluitvorming door de raden kan eventueel leiden tot toepassing van een andere index. De klantbijdragen worden wel geïnd door Omnibuzz maar worden niet verwerkt in de begrotingen. De beheerkosten 2022 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van een geschatte index. Voor 2022 en de jaarschijven van de meerjarenbegroting 2023-2025 wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de middellange termijnplanning van het CPB zijnde 1,5%. Voor de salariskosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie.
Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de beschikbare meest actuele cao-informatie, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van de geschatte index zoals weergegeven onder 6 (voor zover cao-informatie niet beschikbaar is). Voor 2022 en de hierop volgende jaren wordt gewerkt met een percentage van 2%. Voor de kosten van regie wordt zo veel mogelijk een nieuwe inschatting gemaakt op basis van de meest actuele informatie. Voor 2022 en de jaren in de meerjarenbegroting worden deze kosten verhoogd met de geschatte index zoals weergegeven onder 6 en 7.
Omnibuzz
Financiële begroting
Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend. 10 De afrekensystematiek voor de overige kosten van bedrijfsvoering (beheer- en loonkosten en kapitaalkosten), regie en planning gebeurt op basis van de verdeelsleutel 50% inwoneraantal (gebaseerd op CBS-gegevens per 1-1-2021) en 50% op basis van aantal pashouders (gebaseerd op gegevens administratie Omnibuzz per 1-1-2021). 11 In de beheerkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000. 12 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw. Momenteel wordt een voorstel voorbereid om de afrekensystematiek voor de overige kosten van bedrijfsvoering te wijzigen. Zodra het bestuurlijke besluitvormingsproces hierover heeft plaatsgevonden, zal dit verwerkt worden in de begrotingswijziging 2022-1. Additionele uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2023-2025: 13 Het vervoersvolume van de begroting 2022 geldt ook als uitgangspunt voor de jaren van de meerjarenbegroting. Er wordt uitgegaan van een nullijn. De vervoersvolumes zoals opgenomen in de begroting 2022 worden dus niet verhoogd. 14 Voor indexatie van de beheerkosten wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de middellange termijnplanning van het CPB zijnde 1,5%.
Voor de kosten van regie en planning wordt een inschatting gemaakt op basis van de meest actuele informatie. 9
Er is in de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 geen rekening gehouden met lasten en/of baten die voortvloeien uit afspraken met: ĵ ĵ
Gemeenten (bijvoorbeeld beheer taxipoint). Klanten (bijvoorbeeld individuele afspraken).
BELEIDSINDICATOREN Indicator
2022
Eenheid
Bron
0,054
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
0,054
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
3,24
Kosten per inwoner
Eigen begroting
Externe inhuur
1,8%
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Eigen begroting
Overhead
10,3%
% van totale lasten
Eigen begroting
Formatie Bezettting Apparaatskosten
€
Voor een toelichting op de beleidsindicatoren wordt verwezen naar 3.1.3 ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 19.
35
Omnibuzz
4.2
Financiële begroting
Overzicht van baten en lasten per taakveld
Programma Wmo-vervoer
Baten
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
€
198.239
Lasten €
22.810.641
Saldo €
22.612.403
€ €
22.675.695
€ €
13.292 -
€ €
13.292 -22.675.695
€
2.621.714
€
2.621.714
€
-
0.8 Overige baten en lasten
€
-
€
50.000
€
50.000
Saldo van baten en lasten
€
25.495.647 €
-
Toevoegingen aan de reserves Onttrekkingen aan de reserves
€ €
Resultaat
€
Algemene Dekkingsmiddelen 0.5 Treasury 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
Overhead 0.4 Overhead
Onvoorzien
25.495.647 € -
€ €
25.495.647 €
-
€ €
-
25.495.647 €
-
Voor een toelichting op de baten en lasten per taakveld wordt verwezen naar 3.1.3 ‘Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?’ op pagina 19.
36
Omnibuzz
4.3
Financiële begroting
Toelichting op de baten en lasten
4.3.1 Vervoerskosten en baten
In de tabel zijn de vervoersvolumes waarmee in deze begroting wordt gerekend weergegeven. Deze vormt dan ook de basis voor de tabellen die op de volgende pagina’s staan. TABEL VERVOERSVOLUME 2022 Gemeente
Zones 1 jan t/m Zones 2022 31 dec 2019
Opslag
Totaal aantal zones 2022 (incl. opslag)
Toeslagen hoog Toeslagen laag
Meereizend OV'er
Beek
49.695
49.695
0%
49.695
2.920
11.447
663
Beekdaelen
118.871
118.871
0%
118.871
3.669
28.534
837
Beesel
32.816
32.816
0%
32.816
3.821
11.893
442
Bergen
26.054
26.054
0%
26.054
174
5.071
226
Brunssum
140.785
140.785
0%
140.785
7.312
38.046
1.503
Echt-Susteren
117.327
117.327
0%
117.327
3.871
23.458
1.449
Eijsden-Margraten
87.370
87.370
0%
87.370
3.516
22.886
1.121
Gennep
65.181
65.181
0%
65.181
3.245
19.228
549
Gulpen-Wittem
56.825
56.825
0%
56.825
3.495
20.299
844
Heerlen
436.406
436.406
0%
436.406
7.961
71.994
5.573
Horst aan de Maas
97.094
97.094
0%
97.094
4.742
25.180
841
Kerkrade
292.881
292.881
0%
292.881
9.890
61.489
2.357
Landgraaf
214.957
214.957
0%
214.957
7.575
46.231
2.435
Leudal
91.368
91.368
0%
91.368
833
14.751
910
Maasgouw
87.447
87.447
0%
87.447
1.623
17.626
1.132
Maastricht
701.034
701.034
0%
701.034
40.799
221.336
7.113
Meerssen
104.627
104.627
0%
104.627
5.435
30.870
1.003
Nederweert
37.151
37.151
0%
37.151
750
3.416
297
Peel en Maas
95.568
95.568
0%
95.568
6.139
31.880
861
Roerdalen
49.714
49.714
0%
49.714
1.990
14.214
285
Roermond
162.009
162.009
0%
162.009
866
28.157
1.907
Simpelveld
31.768
31.768
0%
31.768
1.433
6.679
751
Sittard-Geleen
397.219
397.219
0%
397.219
32.044
103.940
4.506
Stein
56.053
56.053
0%
56.053
2.028
19.195
781
Vaals
37.502
37.502
0%
37.502
862
8.708
668
Valkenburg aan de Geul
80.595
80.595
0%
80.595
2.803
18.360
1.074
Venlo
292.181
292.181
0%
292.181
15.147
71.636
3.460
Venray
87.616
87.616
0%
87.616
1.861
20.077
1.130
Voerendaal
39.637
39.637
0%
39.637
1.225
6.521
549
Weert
93.771
93.771
0%
93.771
1.595
18.271
1.360
TOTAAL
4.181.522
4.181.522
4.181.522
179.624
1.021.393
46.627
In de tabel zijn de vervoersvolumes waarmee in deze begroting wordt gerekend weergegeven. Deze vormt dan ook de basis voor de tabellen die op de volgende pagina’s staan. 37
Omnibuzz
Financiële begroting
TABEL VERVOERSKOSTEN 2022
Het vervoersvolume 2022 is gebaseerd op het gerealiseerde vervoersvolume 2019 zonder afslag. Hier worden aantallen van de gerealiseerde zones, toeslagen laag en hoog en de meereizende OV’er in de periode 1 januari tot en met 31 december 2019 als grondslag gebruikt. Er is geen opslagpercentage per gemeente opgenomen. Gemeente