Bestemmingsplan Bussereindseweg 67 en 67a - Toelichting bijlage 1 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Op basis van de beschikbare gegevens werd de status van het onderhavige monument verhoogd tot Archeologische Waarde (AW) en is de begrenzing van het terrein aangepast. Veldwerk vond niet plaats, wel heeft een verkennend veldonderzoek plaatsgevonden. Toponiem: Centrum Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van archeologische waarde Terrein waarin sporen van bewoning uit het Mesolithicum-Neolithicum. Op basis van fragmenten bewerkt vuursteenmateriaal aan het oppervlak, binnen de grenzen van het terrein, is er een hoge kans op de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Steentijd. Het gebied ligt op de rand van een relatief hooggelegen rivierterras van de Maas. Het terrein is onderdeel van een cluster archeologisch potentiële waardevolle terreinen. Met name ten oosten van het gebied zijn verschillende fragmenten bewerkt vuursteen uit het Paleolithicum-Neolithicum aangetroffen. Op het terrein zelf is een complete ruw bekapte bijl aangetroffen met vermoedelijk een Neolithische ouderdom. Circa 50 meter ten oosten van het terrein is een waarneming bekend, bestaande uit meer dan 50 oppervlaktevondsten van bewerkt vuursteen. De totale hoeveelheid gevonden bewerkt vuursteen in de nieuwe grenzen (2007) van het monument met de naastgelegen monumenten bedraagt al ruim 300 stuks.
Het terrein is verstoord door verploeging en de fysieke en gemiddelde inhoudelijke kwaliteit van het monument is laag. In 2006 zijn vanwege de provincie de Limburgse terreinen van Archeologische Betekenis (AB) geherwaardeerd. Op basis van de beschikbare gegevens werd de status van het onderhavige monument verhoogd tot Archeologische Waarde (AW) en is de begrenzing van het terrein aangepast. Veldwerk vond niet plaats, wel heeft een verkennend veldonderzoek plaatsgevonden. Toponiem: Centrum; Bussereind-Zuid Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van archeologische waarde Terrein waarin sporen van bewoning uit het Mesolithicum-Neolithicum. Op basis van fragmenten bewerkt vuursteenmateriaal aan het oppervlak, binnen de grenzen van het terrein, is er een hoge kans op de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Steentijd. Het gebied ligt op de rand van een relatief hooggelegen rivierterras van de Maas. Het terrein is onderdeel van een cluster archeologisch potentiële waardevolle terreinen. Met name in het terrein zelf zijn verschillende fragmenten bewerkt vuursteen daterend uit het Paleolithicum tot en met het Neolithicum aangetroffen. Het betreft hier een zeer rijke vindplaats. De totale hoeveelheid gevonden bewerkt vuursteen in de nieuwe grenzen (2007) van het monument met de naastgelegen monumenten bedraagt al ruim 300 stuks.
Het terrein is verstoord door verploeging en de fysieke en gemiddelde inhoudelijke kwaliteit van het monument is laag. In 2006 zijn vanwege de provincie de Limburgse terreinen van Archeologische Betekenis (AB) geherwaardeerd. Op basis van de beschikbare gegevens werd de status van het onderhavige monument verhoogd tot Archeologische Waarde (AW) en is de begrenzing van het terrein aangepast. Veldwerk vond niet plaats, wel heeft een verkennend veldonderzoek plaatsgevonden. Toponiem: Jagerhuis Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning (vuursteen- en aardewerkvondsten) uit de periodes Mesolithicum en IJzertijd. Amateurarcheologen hebben in dit voormalige Attentiegebied veel vondsten uit verschillende perioden verzameld. Er is sprake van een in de prehistorie intensief gebruikt/bewoond gebied (zie ook de omliggende monumenten). Gezien de aard van een enkele (?) vondst in het aangrenzendemon.nr 11253 kan het artefactencomplex eventueel een laat-paleolithische component omvatten. De bodem bestaat uit lichte zavel en (kleiig) zand. Het bodemprofiel is redelijk intact. De bouwvoor is 25-35 centimeter dik. Toponiem: Centrum; Bussereind-Zuid Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van archeologische waarde
Paleolithicum, Mesolithicum Neolithicum
-
8683
290 meter ten zuiden
Paleolithicum, IJzertijd - Neolithicum
11178
350 meter ten noordoosten
Mesolithicum, IJzertijd - Neolithicum, IJzertijd
8684
400 meter ten zuiden
Paleolithicum
Rapport 8990.001 versie 1
11253
400 meter ten oosten
Rapport 8990.001 versie 1
Mesolithicum, IJzertijd, Paleolithicum laat C Neolithicum, IJzertijd
Terrein waarin sporen van bewoning uit het Mesolithicum-Neolithicum. Op basis van fragmenten bewerkt vuursteenmateriaal aan het oppervlak, binnen de grenzen van het terrein, is er een hoge kans op de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Steentijd. Het gebied ligt op de rand van een relatief hooggelegen rivierterras van de Maas. Het terrein is onderdeel van een cluster archeologisch potentiële waardevolle terreinen. Met name ten oosten van het gebied zijn verschillende fragmenten bewerkt vuursteen uit het Paleolithicum-Neolithicum aangetroffen. De totale hoeveelheid gevonden bewerkt vuursteen in de nieuwe grenzen (2007) van het monument met de naastgelegen monumenten bedraagt al ruim 300 stuks. Het terrein is verstoord door verploeging en de fysieke en gemiddelde inhoudelijke kwaliteit van het monument is laag. In 2006 zijn vanwege de provincie de Limburgse terreinen van Archeologische Betekenis (AB) geherwaardeerd. Op basis van de beschikbare gegevens werd de status van het onderhavige monument verhoogd tot Archeologische Waarde (AW) en is de begrenzing van het terrein aangepast. Veldwerk vond niet plaats. Toponiem: Bussereind; Waterloo; Jagerhuis Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning (vuursteen- en aardewerkvondsten) uit de periode Laat Paleolithicum - IJzertijd.
Amateurarcheologen hebben in dit voormalige Attentiegebied veel vondsten uit verschillende perioden verzameld, vooral vuurstenen artefacten. Er is sprake van een in de prehistorie intensief gebruikt / bewoond gebied (zie ook de omliggende monumenten). Het bodemprofiel is redelijk intact. De bouwvoor is circa 30 cm dik. Het is niet zeker of er grondsporen aanwezig zijn op dit terrein.
Bijlage 3
Onderzoeksmeldingen
Zaaknummer (OMnummer) 2142363100 (20642)
Situering t.o.v. plangebied Omvat het plangebied
2246546100 (35450)
Direct ten noordwesten
2142371100 (20643)
120 meter ten westen
4543439100
190 meter ten westen
4543447100
190 meter ten westen
4595174100
220 meter ten oosten
4595190100
220 meter ten oosten
Rapport 8990.001 versie 1
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Centrum Bussereind Uitvoerder: BAAC BV Datum: 1-11-2006 Resultaat: Voorstel is het terrein een archeologische waarde te geven. Het terrein maakt deel uit van een nog herkenbaar fossiel landschap met aardkundige waarde. Het verdient de aanbeveling een groter deel van het landschap te beschermen in combinatie met de lokale archeologische waarde. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Bussereindseweg 67A Beesel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 4-6-2009 Resultaat: Op grond van het bureauonderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied sprake kan zijn van een behoudenswaardige vindplaats. Om van deze vindplaats de gegevens te kunnen documenteren en het archeologisch materiaal veilig te stellen, adviseert Econsultancy bv om tijdens de graafwerkzaamheden in een archeologische begeleiding te voorzien. Hierdoor wordt informatie behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. De archeologische begeleiding dient te worden uitgevoerd volgens het protocol opgraven. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Centrum Bussereind Uitvoerder: BAAC BV Datum: 1-11-2006 Resultaat: Voorstel is het terrein een archeologische waarde te geven. Het terrein maakt deel uit van een nog herkenbaar fossiel landschap met aardkundige waarde.
Het verdient de aanbeveling een groter deel van het landschap te beschermen vanwege de aardkundige waarde, in combinatie met de lokale archeologische waarde. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 10-5-2017 Resultaat: Uit de landschappelijke ligging op rug op een Pleniglaciaal terras van de Maas doorsneden door een aantal restgeulen en iets ten oosten van een terrasrand naar een lager gelegen Maasterras blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De gespecificeerde verwachting voor het plangebied is hoog voor archeologische resten uit alle perioden van het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 16-5-2017 Resultaat: Op basis van de aangetroffen verstoorde laag, welke samenhangt de huidige en voormalige bebouwing in het plangebied uit de Nieuwe tijd en mogelijk de Middeleeuwen, kan de gespecificeerde archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum tot en met Romeinse tijd worden bijgesteld naar laag. De hoge verwachting voor archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd blijft op basis van de aangetroffen indicatoren en de bodemopbouw gehandhaafd.
Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om de huidige bebouwing in eerste instantie alleen bovengronds te slopen. Na de sloop dient er door een archeoloog een inspectie (naar onder andere de kelders) uit te worden gevoerd, waarbij er gekeken wordt of de bodem dusdanig is verstoord dat vervolgonderzoek niet meer nodig is, of dat de aanleg van de nieuwe bouwput en het uitgraven van de huidige fundamenten onder archeologische begeleiding moeten worden uitgevoerd. Voor de rest van het plangebied waar nog geen bouwwerkzaamheden plaats zullen vinden adviseert Econsultancy om de dubbelbestemming archeologie te handhaven. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 22-3-2018 Resultaat: Uit de landschappelijke ligging op een hoger gelegen terrasrug tussen twee restgeulen, op niet al te grote afstand ban de Maas, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat er zeer veel vondsten van vuurstenen artefacten uit het Paleolithicum tot en met het Neolithicum zijn gedaan in de directe omgeving rond het plangebied. In iets minder mate is er ook aardewerk gevonden uit met name de Bronstijd en de IJzertijd.
In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog voor alle perioden. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 6-4-2018 Resultaat: Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het bodemprofiel in het plangebied is verstoord tot een diepte van 60-120 cm –mv. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeo-
2471775100 (65188)
220 meter ten zuidwesten
2471783100 (65189)
220 meter ten zuidwesten
2305068100 (43465)
240 meter ten zuidoosten
2304039100 (43311)
260 meter ten zuiden
Rapport 8990.001 versie 1
logische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is op basis van het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op grond van de resultaten van het bureauen veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Waterlooseweg 3A Bussereind Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 12-2-2015 Resultaat: Uit de landschappelijke ligging op een terras van de Maas omringd door een aantal geulen blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied grote aantallen sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd, met een nadruk op de Steentijd. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Waterlooseweg 3A Bussereind Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 25-2-2015 Resultaat: Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat twee boringen een intacte bodemopbouw vertonen. Onder de bouwvoor zit een B-horizont van matig grof zwak siltig zand met daaronder een C-horizont van zwak lemig zand. De aangetroffen bodemopbouw is voor een groot deel van het plangebied verstoord van 60 tot 90 centimeter onder maaiveld.
Slechts in de noordwest- en zuidoosthoek van het plangebied zijn intacte bodems aangetroffen. Daar waar het bodemprofiel is verstoord binnen het plangebied, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De feitelijke nieuwbouw gaat plaats vinden waar de bodem verstoord is. Binnen het centrale deel van het plangebied, waar het bodemprofiel is verstoord en waar dus geen archeologische waarden worden verwacht, wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Voor het deel van het plangebied waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Archeopro Datum: 19-10-2010 Resultaat: Hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd. Om de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren zo groot mogelijk te maken zijn binnen het plangebied, verdeeld over twee deelgebieden (aangeduid als deelgebied -zuid- en deelgebied –noord, dit onderzoek betreft deelgebied noord), in totaal 40 boringen gezet waarvan 5 stuks binnen deelgebied noord en 35 stuks binnen deelgebied zuid.
Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied nog grotendeels intact is. Binnen beide deelgebieden zijn rooibrikgronden met een roodbruine, lutumrijke Bthorizont en een onderliggende banden-B horizont aangetroffen. Deze bodem is ontstaan in LaatPleistocene Maasafzettingen. Tijdens de boorwerkzaamheden zijn, afgezien van wat houtskoolspikkels, geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van het ontbreken van archeologische indicatoren wordt geadviseerd de hoge verwachtingswaarde voor deelgebied noord terug te brengen naar een lage archeologische verwachting en hier geen vervolgonderzoek meer uit te voeren. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Archeopro Datum: 10-10-2010 Resultaat: Hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd. De hoge verwachting voor resten uit het LaatPaleolithicum en het Mesolithicum geldt in het bijzonder voor het westelijke deel van dit plangebied. Om de kans op het aantreffen van archeologische indicatoren zo groot mogelijk te maken zijn binnen het plangebied, verdeeld over twee deelgebieden (aangeduid als deelgebied -zuid en deelgebied – noord, het betreft hier deelgebied zuid), in totaal 40 boringen gezet waarvan 5 stuks binnen deelgebied noord en 35 stuks binnen deelgebied zuid.
Het westelijke deel van deelgebied zuid kon voor een deel niet worden onderzocht omdat de eigenaar geen toestemming gaf voor het onderzoek in verband met de aanwezigheid van groentegewassen. Het noordwestelijke deel van deelgebied zuid was reeds ontgraven tot een diepte van circa 30 cm. Het hierdoor ontstane openliggende vlak is ondanks de matige vondstzichtbaarheid geïnspecteerd op de aanwezigheid van oppervlaktevondsten. Hierbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied nog grotendeels intact is. Alleen de zuidelijk randzone van deelgebied zuid nabij het woonhuis is sterk verstoord. Binnen beide deelgebieden zijn rooibrikgronden met een roodbruine, lutumrijke Bt-horizont en een onderliggende banden-B horizont aangetroffen. Deze bodem is ontstaan in Laat-Pleistocene Maasafzettingen. Opvallend is dat in het westelijke deel van deelgebied zuid direct onder de bouwvoor (zandige) leemlagen voorkomen terwijl deze in het oostelijke deel de B-horizont uit kleiig tot siltig, matig grof zand bestond. Dit verschil in lithologie houdt verband met het feit dat het westelijke deel ongeveer een halve meter hoger ligt en gedurende de actieve fase van de Maas enige tijd een rustiger sedimentatiemilieu heeft gekend, dan het oostelijke deel van deelgebied zuid.
Tijdens de boorwerkzaamheden zijn vrijwel geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Alleen in boring 45 zijn in de Bt-horizont tussen 40 en 80 cm -mv enkele fijne deeltjes houtskool gevonden. Op basis van het ontbreken van archeologische indicatoren wordt geadviseerd de hoge verwachtingswaarde voor het oostelijke deel van deelgebied zuid terug te brengen naar een lage archeologische verwachting en hier geen vervolgonderzoek meer uit te voeren. Voor het westelijke deel van deelgebied zuid geldt een bijzondere verwachting met betrekking tot vondstcomplexen uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum. De bodem is hier naar
2142388100 (20644)
300 meter ten zuidwesten
Rapport 8990.001 versie 1
verwachting nog grotendeels intact. Aangezien hier echter onvoldoende boringen zijn verricht om een voldoende betrouwbare uitspraak te doen, dient de hoge archeologische verwachtingswaarde hier vooralsnog te worden gehandhaafd. Geadviseerd wordt om hier een aanvullend booronderzoek te doen waarbij karterende megaboringen worden verricht in een boorgrid met een afstand van 12 meter tussen de boringen en 10 meter tussen de boorraaien. Een alternatieve en betrouwbaardere methode vormt oppervlaktekartering in de teeltkas zodra hier de braakliggende grond is beregend. Ter plaatse van het reeds ontgraven deel van deelgebied zuid kan deze zelfde methode worden toegepast zodra het hier reeds uitgegraven vlak is opgeschoond en beregend. In plaats van het uitvoeren van een aanvullend onderzoek is het in dit geval ook mogelijk om archeologisch relevante lagen onder de bouwvoor op voorhand te sparen (behoud in situ) uitgaande van het principe van archeologisch vriendelijk bouwen. Wanneer het bestaande bouwplan wordt gevolgd is hiervan al sprake. Wanneer het bouwplan met de beschreven funderingsconstructie als zodanig wordt uitgevoerd en er geen overige bodemverstorende graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, kan worden afgezien van aanvullend archeologisch onderzoek. Dit betekent wel dat er een gebruiksbeperking op het terrein komt te liggen.
Bij een wijziging van het hier beschreven bouwplan, andere toekomstige nieuwbouwplannen of vergunningplichtige werkzaamheden waarbij wel sprake is van grootschalige bodemverstorende sloop- en of bouwwerkzaamheden, dient alsnog het aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Bussereind-Zuid Bussereind Uitvoerder: BAAC BV Datum: 1-11-2006 Resultaat: Voorstel is het terrein een archeologische waarde te geven. Het terrein maakt deel uit van een nog herkenbaar fossiel landschap met aardkundige waarde. Het verdient de aanbeveling een groter deel van het landschap te beschermen vanwege de aardkundige waarde, in combinatie met de lokale archeologische waarde.
Bijlage 4
Vondstmeldingen
Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2857213100 (28389)
Locatie t.o.v. plangebied
Omschrijving
130 meter ten noordoosten
Mesolithicum - Neolithicum : - 3 fragmenten van vuursteen klingen
3043431100 (51983)
140 meter ten westen
2742533100 (9508)
150 meter ten noordwesten
2743757100 (9802)
190 meter ten zuidwesten
Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl Mesolithicum : - fragment van een vuursteen spits Mesolithicum : - fragment van een vuursteen schrabber Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen kernen - 23 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - klopsteen - 14 fragmenten van vuursteen schrabbers - 3 fragmenten van vuursteen werktuigen Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een zandsteen/kwartsiet kling - 3 fragmenten van stenen spitsen
2979832100 (121219)
190 meter ten zuidwesten
2742388100 (9484)
250 meter ten noorden
2857335100 (28409)
250 meter ten zuidwesten
3004762100 (232077)
250 meter ten noorden
3178532100 (31362)
300 meter ten noordwesten
2814112100 (21424)
350 meter ten noordwesten
2743587100 (9705)
400 meter ten zuidwesten
Neolithicum : - 2 fragmenten van vuursteen bijlen - fragment van een vuursteen schrabber Mesolithicum - Neolithicum : - fragmenten van vuursteen werktuigen Paleolithicum - Bronstijd : - fragment van een vuursteen schrabber Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl Mesolithicum : - vuursteen kern - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslagen - fragment van een vuursteen schaaf - klopsteen - fragmenten van een vuursteen schrabber Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk - fragment van een keramische bak/nap - grondsporen - houtskool Mesolithicum : - vuursteen kern - 5 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - 5 fragmenten van vuursteen schrabbers Mesolithicum : - fragment van een vuursteen kling - fragment van een vuursteen spits Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen boor - vuursteen kernen - fragmenten van een vuursteen kling - vuursteen afslag - fragment van een vuursteen combinatiewerktuig - 6 fragmenten van vuursteen schrabbers - slijpsteen - fragment van een vuursteen werktuig
2744397100 (9863)
400 meter ten zuidwesten
Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl - fragment van een stenen bijl - fragment van een vuursteen sikkelmes - klopsteen - 2 fragmenten van vuursteen schrabbers Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen boor - 7 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - fragment van een vuursteen steker - klopsteen - 7 fragmenten van vuursteen schrabbers Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl
Rapport 8990.001 versie 1
2744656100 (9903)
400 meter ten zuidwesten
2801282100 (19176)
400 meter ten zuidwesten
2813424100 (21295)
400 meter ten zuidwesten
IJzertijd - Romeinse tijd : - fragment van een glazen armband Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen kernen - 13 fragmenten van vuursteen klingen - fragment van een stenen spits - vuursteen afslag - 3 fragmenten van vuursteen stekers - klopsteen - 10 fragmenten van vuursteen schrabbers - fragment van een vuursteen werktuig Neolithicum : - 6 fragmenten van vuursteen bijlen Mesolithicum - Neolithicum : - 2 fragmenten van vuursteen boren - stenen kernen - 12 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - zandsteen/kwartsiet afslag - klopsteen - 8 fragmenten van vuursteen schrabbers Paleolithicum - Mesolithicum : - fragment van een vuursteen spits Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen kern - 4 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - 4 fragmenten van vuursteen schrabbers Mesolithicum : - fragment van een vuursteen spits Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen spits
2862421100 (29286)
2985283100 (130498)
3005726100 (232188)
3005750100 (232191)
3080879100 (9746)
400 meter ten noorden
400 meter ten oosten
400 meter ten zuidwesten
400 meter ten zuidwesten
400 meter ten zuidwesten
Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl - vuursteen afslagen Mesolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen - fragmenten van vuursteen werktuigen Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen Neolithicum : - fragment van een vuursteen spits Neolithicum : - fragment van Michelsberg-aardewerk - 2 fragmenten van vuursteen schrabbers Late-Middeleeuwen : - fragment van steengoed Mesolithicum : - vuursteen kernen - 32 fragmenten van vuursteen klingen - 3 fragmenten van een vuursteen spits - vuursteen afslagen - fragment van een vuursteen steker - 3 klopstenen - 20 fragmenten van vuursteen schrabbers - slijpsteen - fragment van een vuursteen trapezium - fragment van een vuursteen werktuig Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslagen Paleolithicum - Mesolithicum : - fragment van een vuursteen spits Paleolithicum - Neolithicum : - 2 fragmenten van vuursteen boren - vuursteen kernen - 24 fragmenten van vuursteen klingen - fragment van een stenen spits - vuursteen afslagen - klopsteen
Rapport 8990.001 versie 1
- 18 fragmenten van vuursteen schrabbers Paleolithicum - IJzertijd : - klopsteen Mesolithicum : - fragment van een stenen spits Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen spits - fragment van een stenen spits
3080976100 (9813)
3182800100 (18783)
400 meter ten zuidwesten
400 meter ten zuidwesten
Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl - 2 fragmenten van stenen bijlen - fragment van een vuursteen schrabber Mesolithicum - Neolithicum : - 3 fragmenten van een vuursteen kling - fragment van een zandsteen/kwartsiet kling - vuursteen afslag - klopsteen - 13 fragmenten van vuursteen schrabbers - fragment van een zandsteen/kwartsiet schrabber Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen boor - 10 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - 2 fragmenten van vuursteen schaven - klopsteen - 8 fragmenten van vuursteen schrabbers Neolithicum : - 2 fragmenten van vuursteen bijlen
3212608100 (406521)
400 meter ten zuidwesten
3273959100 (433237)
400 meter ten noordoosten
2708279100 (4081)
450 meter ten noorden
Nieuwe tijd : - fragment van een vuursteen musketflint - ijzeren onderdeel van een vuurwapen Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl Neolithicum : - vuursteen kern - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslag - fragment van een vuursteen schrabber Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen schrabber Paleolithicum - Bronstijd : - stenen kern - 5 fragmenten van vuursteen klingen - fragment van een stenen spits - vuursteen afslag - 2 klopstenen - 12 fragmenten van vuursteen schrabbers - fragment van een vuursteen werktuig Neolithicum - Bronstijd : - fragment van een stenen bijl - fragment van een stenen spits
2744120100 (9821)
450 meter ten noorden
Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslag - fragment van een vuursteen combinatiewerktuig - klopsteen - 10 fragmenten van vuursteen schrabbers Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een stenen spits IJzertijd : - handgevormd aardewerk
2801371100 (19193)
Rapport 8990.001 versie 1
450 meter ten oosten
IJzertijd - Romeinse tijd : - fragment van een glazen armband Paleolithicum - Neolithicum : - 10 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen
- 2 klopstenen - 5 fragmenten van vuursteen schrabbers Mesolithicum : - fragment van een vuursteen spits Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een stenen spits - fragment van een vuursteen beitel Neolithicum - IJzertijd : - fragment van een maalsteen
2802319100 (19358)
450 meter ten oosten
IJzertijd : - handgevormd aardewerk Mesolithicum - Neolithicum : - stenen kernen - 6 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - fragment van een vuursteen schaaf - 6 fragmenten van vuursteen schrabbers - fragment van een vuursteen werktuig Neolithicum : - vuursteen afslag
3041374100 (51369)
450 meter ten oosten
3096114100 (18777)
450 meter ten oosten
IJzertijd : - handgevormd aardewerk Neolithicum : - fragment van een vuursteen spits Paleolithicum : - fragmenten van stenen spitsen Paleolithicum - Neolithicum : - fragmenten van vuursteen boren - stenen kernen - fragmenten van vuursteen klingen - fragmenten van vuursteen spitsen - vuursteen afslagen - stenen afslagen - fragmenten van stenen amuletten/talismannen - fragmenten van vuursteen schrabbers - slijpstenen - fragmenten van vuursteen werktuigen Mesolithicum - Neolithicum : - fragmenten van stenen spitsen
3097410100 (19348)
3186843100 (9888)
2985291100 (130499)
450 meter ten noorden
450 meter ten noorden
500 meter ten oosten
Neolithicum : - handgevormd aardewerk - fragmenten van vuursteen bijlen - fragmenten van keramische bekers - fragmenten van vuursteen spitsen - fragmenten van stenen hamerbijlen Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen boor - 10 fragmenten van vuursteen klingen - fragment van een stenen spits - vuursteen afslagen - 3 fragmenten van vuursteen stekers - 10 fragmenten van vuursteen schrabbers - 2 fragmenten van vuursteen trapezium - fragment van een vuursteen werktuig Neolithicum : - 2 fragmenten van vuursteen bijlen Mesolithicum - Neolithicum : - 2 fragmenten van vuursteen klingen - vuursteen afslagen - 2 fragmenten van vuursteen schrabbers Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk
2742152100 (9437)
Rapport 8990.001 versie 1
550 meter ten noordoosten
Bronstijd – Late-Middeleeuwen : - fragment van een maalsteen Paleolithicum - Bronstijd : - vuursteen kern
- vuursteen afslagen - 5 fragmenten van vuursteen schrabbers Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl - fragment van een vuursteen schrabber
2744461100 (9873)
Rapport 8990.001 versie 1
550 meter ten noordoosten
Neolithicum - IJzertijd : - fragment van een keramische beker Neolithicum : - fragment van een vuursteen spits
Bijlage 5
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot ca. 8800 voor Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, ca. 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (ca. 8800-4900 voor Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (ca. 9000 voor Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (ca. 5300-2000 voor Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (ca. 2000-800 voor Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had
Rapport 8990.001 versie 1
wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (ca. 800-12 voor Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').
Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (ca. 12 voor Chr. - 450 na Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 na Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.
In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (ca. 450-1500 na Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 na Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.
De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-
Rapport 8990.001 versie 1
meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. e e Vanaf de 10 – 11 eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. e In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 tot het begin van de e 20 eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat e zich tot in het begin van de 20 eeuw uit in de kunsten.
Rapport 8990.001 versie 1
Bijlage 6
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 8990.001 versie 1
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving.
Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Rapport 8990.001 versie 1
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Rapport 8990.001 versie 1
Bijlage 7 Bijlage 5
Boring: X: Y:
Boorprofielen Boorstaten
1
X: Y:
24,6 m +NAP
0
Boring:
201795,00 363970,00 0
klinker
5
Zand, matig fijn, zw ak siltig, geel, Bouw zand, scherp
25
2
201831,00 363994,00
24,3 m +NAP
0
0
braak Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak humeus, zw ak baksteenhoudend, bruin, Bouw voor, diffuus, Sporen gevlekt roodbruin
Zand, matig fijn, kleiïg, sterk puinhoudend, Gestuit op beton
50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, roodbruin, geleidelijk
80
Leem, sterk zandig, zw ak oerhoudend, roodbruin, Briklaag, geleidelijk
100
130
150
Boring: X: Y:
3
X: Y:
24,3 m +NAP
0
Boring:
201808,00 363936,00 0
braak
0
150
Zand, matig fijn, zw ak siltig, matig gleyhoudend, zw ak kiezel houdend, bruingeel, C-horizont
0
w eiland
4
201795,00 363892,00
24,2 m +NAP
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak humeus, zw ak kiezel houdend, spikkels puin, grijsbruin, Bouw voor, diffuus, Sporen gevlekt roodbruin
50
50
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak humeus, grijsbruin, Bouw voor, diffuus, Sporen gevlekt
50
50
Zand, matig fijn, sterk siltig, zw ak roesthoudend, roodbruin, geleidelijk
Zand, matig fijn, sterk siltig, roodbruin, geleidelijk 70
Leem, sterk zandig, oranjebruin, Briklaag, geleidelijk
80
Leem, sterk zandig, matig houtskoolhoudend, oranjebruin, Briklaag, geleidelijk
100
100
120
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak gleyhoudend, roodbruin, C-horizont
130
Zand, matig fijn, zw ak siltig, bruingeel, C-horizont 150
150
Boring: X: Y: 0
5
201783,00 363862,00
24,1 m +NAP
0
w eiland
20
Zand, matig fijn, zw ak siltig, zw ak humeus, zw ak baksteenhoudend, grijsbruin, Bouw voor, scherp Zand, matig fijn, zw ak siltig, geel, C-horizont
50
50
Locatie: Bussereindseweg 67a
Rapport 8990.001 versie 1
140
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Rapport 8990.001 versie 1