Bestemmingsplan Bussereindseweg 67 en 67a - Toelichting bijlage 1 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN BOORONDERZOEK BUSSEREINDSEWEG 67A TE BEESEL GEMEENTE BEESEL
Archeologisch bureau- en booronderzoek Bussereindseweg 67A te Beesel Opdrachtgever
Reinders-Van Rijswick Bussereindseweg 67A 5954 CG Beesel
Rapportnummer 1
Versienummer
Datum
Vestiging
8990.001 1 26 april 2019
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
E.M. de Boo van Uijen, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
8990.001
Toponiem
Bussereindseweg 67A
Opdrachtgever
Reinders-Van Rijswick
Gemeente
Beesel
Plaats
Beesel
Provincie
Limburg
Kadastrale gegevens
Gemeente Beesel, sectie O, nummers 384 en 386
Omvang plangebied
circa 3.800 m
Kaartblad
58 E (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 201.803 / Y: 363.935
Bevoegde overheid
Gemeente Beesel Raadhuisplein 1 5953 AL Reuver
Dhr. F. Tegels E: frans.tegels@beesel.nl T: 077-4749292
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4699787100
Booronderzoek 4699795100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
2
Archeoregio NOaA
Limburgs zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Limburg
Uitvoerders
Econsultancy, E.M. de Boo van Uijen, MSc en P. Beurskens MA
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Reinders-Van Rijswick in april 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen verharding van het terrein en de toekomstige bouw van een loods of bedrijfsgebouw. Het plangebied is gelegen aan de Bussereindseweg 67A te Beesel in de gemeente Beesel. Het plangebied zal verhard worden en over een aantal jaar zal er een loods of een bedrijfsgebouw gerealiseerd worden. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is.
Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Uit de landschappelijke ligging op een verhoging nabij water, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De ligging aan de Bussereindseweg maakt de verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd hoog. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het LaatPaleolithicum tot en met de Romeinse tijd.
Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de bodem grotendeels intact is. Enkel in het uiterste zuiden is een deel van de oorspronkelijke bodem verdwenen. In boring 3 zijn brokjes houtskool aangetroffen, wat mogelijk wijst op een archeologisch fenomeen. Conclusie Op basis van de hoge archeologische verwachting en de grotendeels intacte bodemopbouw kan de gespecificeerde verwachting grotendeels gehandhaafd worden. Enkel in het zuiden, waar een deel van de oorspronkelijke bodem is verdwenen, kan de verwachting voor het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen worden bijgesteld naar laag.
Rapport 8990.001 versie 1
Advies In het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Beesel). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen.
Rapport 8990.001 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 12 3.1 3.2 3.3
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 9 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 12
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 12 Resultaten ....................................................................................................................... 13 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 13
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 13
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 15 BRONNEN .......................................................................................................................................... 16
Rapport 8990.001 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de Tranchot und von Müffling-kaart Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1896 Situering van het plangebied binnen de militaire topografische kaart uit 1937 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1967 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1979 Boorpuntenkaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Boorprofielen
Rapport 8990.001 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Reinders-Van Rijswick een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Bussereindseweg 67A te Beesel in de gemeente Beesel (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het voornemen om het terrein te verharden en over een aantal jaar een loods en/of bedrijfshal op te richten. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in april 2019 door E.M. de Boo van Uijen, MSc (archeoloog) en drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog).
2 2.1
BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.0, 07-06-2016) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 2 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
2
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03);
Beschikbaar via www.sikb.nl.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 1 van 16
beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Beesel; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter 3 rondom het plangebied. 2
Het plangebied, circa 3.800 m , ligt aan de Bussereindseweg 67A, ongeveer 1,3 kilometer ten oosten van de kern van Beesel in de gemeente Beesel (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 24,5 m +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied wordt momenteel gebruikt om materiaal te stallen en bestaat deels uit een verhard stuk (klinkerverharding) en deels uit een onverhard stuk dat deels braak ligt en deels in gebruik is als paardenwei (zie figuur 3). In het verharde deel ligt hemelwaterafvoer. Het terrein behoort bij Reinders-Van Rijswick VOF. 4
Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemar3
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 4
De Boer, Botman, Brakman en Magendans, 2010.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 2 van 16
chief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Beesel. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde-Archeologie. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij alle bodemingrepen dieper dan 40 cm –mv. De dubbelbestemming is afgeleid van de gemeentelijke beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota. Volgens de beleidskaart (Figuur 4) ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting en binnen een AMK-terrein. Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. 5
Het raadplegen van het Bodemloket heeft voor het plangebied geen bijzonderheden aangetoond. Op het adres Bussereindseweg 67 is wel sinds 2003 een tankstation aanwezig en sinds 1983 zijn hier ondergrondse tanks bekend. 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. Langs de oostzijde van het plangebied zal verharding worden aangebracht vanaf de straat tot achter op het terrein. Op termijn wil de ondernemer achter op het terrein (aan de noordzijde van het plangebied) een loods of bedrijfsgebouw oprichten. Hier zijn echter nog geen concrete plannen voor. Er wordt verwacht dat de funderingen voor het gebouw op ca. 80 – 90 cm onder maaiveld zullen worden aangelegd en minder dan 1% van het plangebied beslaan. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens Geologie
5
6
Gegevensomschrijving Formatie van Beegden, rivierzand en –grind (Be3)
www.bodemloket.nl.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 3 van 16
Geomorfologie Bodemkunde
7
8
Grondwatertrap
Dalvlakteterras (5E9a) Rooibrikgronden (zwak en sterk lemig fijn zand, BZd23) en horstpodzolgronden (lemig fijn zand, Y23b). VII
Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen een gebied met Maasterrassen. Het terrassenlandschap langs de Maas is ontstaan gedurende de verschillende koude en warme perioden van het Kwartair. Tijdens koude perioden heeft de Maas een vlechtend karakter gehad met een brede riviervlakte en een opeenhoping van sedimenten. Gedurende de overgang van een koude naar een warme periode sneed de rivier zich in het rivierterras in, waarna de Maas begon te meanderen, waarbij de rivier zich concentreerde in één geul en er verschillende sedimenten in de bedding, op de oever en in de naastgelegen komgronden werden afgezet. De oudste terrassen liggen hoog, de jongere lager. Vanaf hun ontstaan zijn de Maasterrassen aantrekkelijk geweest voor de mens. In eerste instantie voor tijdelijke kampementen van jagers en verzamelaars en later voor permanente agrarische nederzettingen. Mensen vestigden zich op de hoogste delen van het terras, met name op oeverwallen en rivierduin9 tjes. Het plangebied bevindt zich op een terras dat is afgezet gedurende het Weichselien-Pleniglaciaal (73.000-14.500 BP). Dit terras is doorsneden door verschillende restgeulen van de Maas, waarvan de dichtstbijzijnde zich op ca. 500 meter ten westen van het plangebied bevindt. Op ongeveer 500 meter ten westen van het plangebied bevindt zich de overgang naar een jonger terras, het Allerød-terras 10 (ca.
13.000-11.000 BP). 11
DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn geen boringen bekend binnen een straal van 1000 meter rond het plangebied. Er zijn daarom geen boorprofielen uit het Dinoloket meegenomen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een dalvlakteterras (zie figuur 5). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
6 7 8 9
12
De Mulder et al., 2003. Alterra, 2003. Stichting voor Bodemkartering, 1975. De Boer, Botman, Brakman en Magendans, 2010.
10 11 12
Van den Berg, 1996; Van de Broek en Maarleveld, 1963; De Boer, Botman, Brakman en Magendans, 2010. www.dinoloket.nl. www.ahn.nl.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 4 van 16
Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied in een lagergelegen zone, mogelijk een oude restgeul (zie figuur 6). Het hoogteverschil tussen de restgeul en het terras bedraagt ca. 1 meter. Gezien de ouderdom van het terras waarop het plangebied zich bevindt, wordt er verwacht dat de restgeul relatief vroeg is opgedroogd en sinds het Mesolithicum bewoonbaar is geweest. Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als rooibrikgronden in het westen en als horstpodzolgronden in het oosten (zie figuur 7). Rooibrikgronden zijn bodemprofielen zandgronden met een lutumrijke briklaag. De rooibrikgronden worden uitsluitend op de laatglaciale terrassen langs de Maas aangetroffen. Horstpodzolgronden zijn bodemprofielen met een bandenB-horizont in de ondergrond. Ze komen alleen voor in het lemige fijne zand van de laatglaciale Maasterrassen. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG).
Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. 13
Tabel II.
Grondwatertrappenindeling
Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. Deze grondwatertrap maakt het plangebied een gunstige vestigingslocatie voor landbouwsamenlevingen. Omdat het plangebied op zand ligt en de toekomstige bebouwing maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed.
13
De Bakker en Locher, 1990.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 5 van 16
2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erf14 goed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMKterreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Provinciale archeologische aandachtsgebieden provincie Limburg De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daartoe heeft ze een aantal zgn. archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden.
Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het plangebied niet 15 binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied. 16
AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt binnen een AMK-terrein, namelijk nummer 8682. Binnen het onderzoeksgebied liggen nog eens vijf AMK-terreinen (zie bijlage 2 en figuur 8). Alle AMK-terreinen betreffen Steentijdvindplaatsen, die zijn vastgesteld op basis van vondstmeldingen van particulieren. Het AMK-terrein waarbinnen het plangebied valt betreft mogelijk ook een grafveld. In 2006 zijn alle AMK-terreinen binnen de provincie Limburg onderzocht door BAAC, waarbij er nieuwe grenzen zijn vastgesteld. Dit onderzoek wordt uitgebreid besproken bij de onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd. 17
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal dertien archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken en booronderzoeken (verkennend/karterend, zie bijlage 3 en figuur 8). Deze onderzoeken laten zien dat er een hoge archeologische verwachting is voor het LaatPaleolithicum tot en met de Romeinse tijd. Op basis van de booronderzoeken zijn er een aantal loca14 15 16 17
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Van der Gaauw, 2008. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 6 van 16
ties vrijgegeven op basis van aanwezige verstoringen. Ook is er twee keer een begeleiding geadviseerd, die mogelijk door de heemkundevereniging is uitgevoerd, maar die niet in Archis is teruggevonden. Drie van de dertien onderzoeksmeldingen betreffen de herwaardering van archeologische monumenten in Limburg, uitgevoerd in 2006 door BAAC bv. Op de bestaande kaart is dan nog sprake van een aantal terreinen die van ‘archeologische betekenis’ zijn. Deze waarde zal worden afgevoerd van de AMK en deze terreinen worden gewaardeerd, zodat ze in één van de andere categorieën vallen of kunnen worden afgevoerd van de AMK. Binnen het onderzoeksgebied zijn drie terreinen onderzocht, waaronder het AMK-terrein waar het plangebied in valt. Uiteindelijk zijn vier terreinen van de AMK afgevoerd en zijn 32 terreinen geherwaardeerd. Drie terreinen konden nog niet worden gewaardeerd, aangezien er te weinig gegevens beschikbaar waren. De drie AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied hebben de waardering “Archeologische Waarde” gekregen, waarbij ook is geadviseerd om een geoarcheologisch onderzoek uit te voeren om te bepalen in hoeverre de bodemopbouw is verstoord door agrarisch gebruik. Op een terrein van archeologische waarde is de archeologische informatie aangetast door natuurlijke erosie en/of grondwerkzaamheden.
Toch is niet uit te sluiten dat er nog belangrijke archeologische resten aanwezig zijn. Verder wordt opgemerkt dat er binnen AMK-terrein 8683 dusdanig veel materiaal is aangetroffen, dat een de aanwezigheid van een vindplaats hier zeer waarschijnlijk is. Meer gedetailleerde informatie betreffende de AMK-terreinen ontbreekt in het rapport. De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat er een hoge verwachting is voor vindplaatsen uit de Prehistorie, met de nadruk op de Steentijd. 18
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 35 vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). Dit hoge aantal vondstmeldingen ten opzichte van het aantal onderzoeksmeldingen wordt veroorzaakt door een actieve heemkundekring die in het verleden veel veldkarteringen hebben uitgevoerd in en om Beesel. Er zijn met name grote aantallen vuurstenen werktuigen aangetroffen, maar ook handgevormd aardewerk en fragmenten van la tène armbanden. De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden Laat-Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek is de publicatie “rapport bureauonderzoek kwaliteitsverbetering Archeologische Monumentenkaart Provincie Limburg” van T. Nales en D.M. Kwakkel geraadpleegd. Het is samengevat onder het kopje eerder uitgevoerde onderzoeken. Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek geen archiefonderzoek plaats gevonden, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben.
Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal (contactpersoon Wiel Luys). Afgezien van de reeds gemelde vondsten is er geen aanvullende informatie bij de heemkunde bekend.
18
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 7 van 16
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 8 van 16
2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Beesel In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. De oudste vermelding van Beesel stamt uit 1275. Beesel was toentertijd een kleine kern op een langgerekte rug langs de Maas. De toenmalige kern Beesel is tegenwoordig het gehucht Ouddorp, ten westen van de huidige kern. Het gehucht Bussereind direct ten westen van het plangebied was in 1534 al bekend als Busserendt en is als leengoed vanuit het oude dorp Beesel gesticht. De huidige kern van Beesel is ontstaan rond de in 1840, tussen de kernen van Ouddorp en Busserendt in, ge19 bouwde nieuwe kerk. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Tranchot und v. Müffling
1801-1828
39 Swalmen
1:20.000
Agrarisch gebied
Bussereindseweg reeds aanwezig
1843
Gemeente Beesel, sectie E, blad 02
1:2.500
Situatie onveranderd
Situatie onveranderd
1896
58 E
1:50.000
Het zuidelijke deel van het plangebied is onderdeel van een erf, het noordelijk deel is agrarisch gebied.
Toename bebouwing langs de Bussereindseweg.
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1912
58 E
1:50.000
Situatie onveranderd
Situatie onveranderd
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1925
58 E
1:50.000
Situatie onveranderd
Bussereindseweg verhard.
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1937
58 E
1:50.000
Agrarisch gebied
Situatie onveranderd
Topografische kaart
1958
58 E
1:25.000
Situatie onveranderd
Wegen in de omgeving verhard, toename bebouwing.
kaart
20
Kadastrale minuut
21
Militaire topografische kaart (veldminuut)
19 20 21 22
22
Renes, 1999. Beeldbank Vrije Universiteit Beeldbank Cultureelerfgoed Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 9 van 16
Topografische kaart
1967
58 E
1:25.000
Situatie onveranderd
Toename kassen en boomgaarden
Topografische kaart
1979
58 E
1:25.000
Kassen binnen het oostelijke deel
Situatie onveranderd
Topografische kaart
1988
58 E
1:25.000
Situatie onveranderd
Huidige bebouwing (nummer 67 en 67A) aanwezig.
Topografische kaart
1999
58 E
1:25.000
Volledig plangebied in agrarisch gebruik (zonder kassen)
Situatie onveranderd
Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal is het plangebied aan het e begin van de 19 eeuw al onderdeel van het akkergebied ten noorden van de Bussereindseweg (zie figuur 9). In ieder geval vanaf 1896 maakt het meest zuidelijke deel van het plangebied deel uit van een erf van de naastgelegen woningen. Mogelijk is dit eerder ook al het geval, maar erven werden eerder niet specifiek aangegeven. Het gebruik verandert lange tijd niet, totdat er op de kaart uit 1979 kassen zijn aangegeven op het oostelijke deel van het plangebied. Deze verdwijnen in 1999 van de kaart. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Beesel is niet geraadpleegd, omdat er over het algemeen geen bouwdossiers voor kassen worden opgesteld. Er kan worden verwacht dat de kassen op poeren zijn gefundeerd. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plange23 bied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.
Tijdens de oorlog hebben wel ten westen van het plangebied gevechtshandelingen plaatsgevonden. De oostoever van de Maas was een lange periode de Duitse verdedigingslinie. Deze linie was aangelegd om de geallieerde invasiemacht uit het westen en zuiden te vertragen/stoppen. Er wordt verwacht dat de resten van deze linie niet tot in het plangebied reiken.
2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting/Complextype
Te verwachten resten en/of sporen
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Laag/kampement
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
23
Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ikme.nl/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 10 van 16
Mesolithicum
Hoog/kampement
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Hoog/nederzetting
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Hoog/nederzetting
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Hoog/nederzetting
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Hoog/nederzetting
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
Vroege-Middeleeuwen
middelhoog/nederzetting
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal¬resten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer¬pen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Hoog/nederzetting
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
Nieuwe tijd
Hoog/nederzetting
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging op een verhoging nabij water, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De ligging aan de Bussereindseweg maakt de verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd hoog. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het LaatPaleolithicum tot en met de Romeinse tijd. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog. De archeologische resten worden direct aan of onder het maaiveld verwacht. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 11 van 16
Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als akker en er hebben kassen gestaan. Ook het huidige gebruik, als opslagplaats, kan de bodem hebben verstoord. Door ploegen en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9
Conclusie bureauonderzoek
Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Uit de landschappelijke ligging op een verhoging nabij water, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De ligging aan de Bussereindseweg maakt de verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd hoog. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het LaatPaleolithicum tot en met de Romeinse tijd. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek. Gezien de omvang van het plangebied en de verwachte ondiepe ligging van het archeologisch niveau (direct onder maaiveld) is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met een om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel.
Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, niet of deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld bodemkundig beschreven en door middel van versnijden/verbrokkelen onderzocht op archeologisch indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 12 van 16
3.2
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 7 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven. Er is een relatief homogene, grijsbruine Aap aanwezig van ca. 50 cm dik. Er zijn wat baksteenspikkels en kleine stukjes glas waargenomen in dit pakket. Deze gaat iets vlekkerig over in een bruinrode A2horizont, die bestaat uit matig siltig zand. Op ca. 80 cm onder maaiveld gaat deze geleidelijk over in sterk zandig roodbruin leem, de Bt-horizont. De kleur wordt naar beneden toe iets lichter en op ca. 120 cm onder maaiveld gaat hij over in een oranje-gele C-horizont, bestaande uit zwak siltig zand. Boring 1 kon niet dieper dan 25 cm onder maaiveld (onderkant klinker) worden gezet, vanwege een betonlaag. Aangezien het maaiveld hier duidelijk hoger lag dan in het onverharde deel (op basis van de metingen ca. 30 cm), wordt verondersteld dat dit deel van het terrein is opgehoogd met puin voordat de klinkerverharding is aangebracht. Er wordt verwacht dat de oorspronkelijke bodemopbouw niet of nauwelijks is aangetast. Boring 5 verschilt sterk van boringen 2, 3 en 4. Het terrein ligt hier lager (ca. 20 cm) en de Aaphorizont gaat direct scherp over in de C-horizont. Hier ontbreekt de A2-horizont en de briklaag. Nabij de weg is de bodem dus afgetopt.
Het aangetroffen bodemprofiel komt overeen met het bodemtype zoals weergegeven op de Bodemkaart van Nederland (zie § 2.5). Het betreft echter in het gehele plangebied een rooibrikgrond, en geen horstpodzol zoals op basis van de bodemkaart werd verwacht. Archeologische indicatoren Tijdens het veldonderzoek zijn in boring 3 archeologische indicatoren aangetroffen. Het betreft brokjes houtskool op ca. 90 cm onder maaiveld (in de briklaag). Het houtskool bevond zich in een onverstoorde context en kan dus archeologisch van aard zijn. Het is echter niet vast te stellen of het hier gaat om een archeologisch spoor of een natuurlijk verschijnsel. Het is niet verzameld. 3.3
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit het booronderzoek blijkt dat er in het gehele plangebied sprake is van een rooibrikgrond. Deze is nog grotendeels intact. Nabij de weg is hij echter afgetopt, hier worden enkel nog archeologische waarden uit de Late-Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd verwacht. In boring 3 is een archeologische indicator aangetroffen, namelijk brokjes houtskool. Dit zou kunnen duiden op een archeologische vindplaats, maar kan ook van een natuurlijke oorsprong zijn. 4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 13 van 16
De aangetroffen bodemopbouw betreft een Aap-horizont op een A2-horizont die overgaat in een Bthorizont. Op ca. 120 cm onder maaiveld bevindt zich de C-horizont. De bodemopbouw is grotendeels intact. In boring 1 kon dit niet gecontroleerd worden, maar vanwege de hogere ligging en de dikte van de Aap-horizont wordt er verwacht dat het huidige gebruik het archeologisch relevante niveau heeft aangetast. Enkel in het zuiden van het plangebied is een deel van de bodem verdwenen. Voor dit deel kan de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals opgesteld in het bureauonderzoek, voor de periodes Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen naar laag worden bijgesteld. Mogelijk zijn diepere sporen uit de Late-Middeleeuwen en sporen uit de Nieuwe tijd hier nog wel aanwezig. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek grotendeels bevestigd. De ondernemer is voornemens het plangebied in eerste instantie enkel te verharden. Dit zal op dezelfde wijze gebeuren als bij de bestaande verharding. Er worden geen belemmeringen gezien voor deze plannen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt en er, afgezien van de funderingen, niet dieper ontgraven wordt dan 30 cm onder het huidige maaiveld.
Het verstoringsoppervlak ten behoeve van de funderingen (breedte 50 cm en diepte 80 cm) bedraagt ongeveer 1% van het plangebied. In het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Er wordt aangeraden om in ieder geval één proefsleuf rond boring 3 aan te leggen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Beesel). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 14 van 16
LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bakker, H. de en W.P. Locher, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Berg, M.W. van den, 1996: Fluvial sequences of the Maas; a 10 Ma record of neotectonics and climate change at various time-scales. Thesis, Landbouw Universiteit Wageningen. Boer, A. de, A. Botman, A. Brakman en R. Magendans, 2010: De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Beesel. Amersfoort. Boo van Uijen, E.M. de, 2019: Plan van Aanpak booronderzoek Bussereindseweg 67A te Beesel. Econsultancy, Swalmen/Boxmeer/Doetinchem/Zwolle/Rotterdam Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Broek, J.M.M. van den en G.C. Maarleveld, 1963: The Late-Pleistocene terrace deposits of the Meuse. Mededelingen van de Geologische Stichting 16, 13-24. Gaauw, P. van der, 2008: Provinciale archeologische aandachtsgebieden, archeologisch selectiedocument. Maastricht. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L.
Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Stichting voor Bodemkartering, 1975: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 58 Oost/Roermond. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. Gouda (SIKB uitgave). Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 15 van 16
BRONNEN AHN; internetsite, april 2019. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, april 2019. https://archis.cultureelerfgoed.nl
Bodemloket, internetsite, april 2019. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, april 2019. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1
Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, april 2019 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg; internetsite, april 2019. https://www.limburg.nl/Beleid/Cultuur/Erfgoed/Monumenten/Cultuurhistorische_Waardenkaart
Dinoloket; internetsite, april 2019. http://www.dinoloket.nl/
Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, april 2019. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, april 2019. http://www.topotijdreis.nl/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, april 2019. https://www.limburg.nl/onderwerpen/omgeving/omgevingsplan/pol-2014-inclusief/ Ruimingskaart; internetsite, april 2019. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, april 2019. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, april 2019. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
Rapport 8990.001 versie 1
Pagina 16 van 16
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 2. Detailkaart van het plangebied
Bussereindseweg 67A te Beesel. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied
Bussereindseweg 67A te Beesel. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Beesel Legenda Plangebied
24
De Boer, Botman, Brakman en Magendans, 2010.
Rapport 8990.001 versie 1
24
Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
25
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart
Plangebied
25
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied
26
AHN
Rapport 8990.001 versie 1
26
Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart
27
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied
27
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied
28
Bussereindseweg 67A te Beesel. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied
28
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de Tranchot und von Müffling-kaart
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de Tranchot und von Müffling-kaart Legenda Plangebied
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 10. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1896
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1896 Legenda Plangebied
29
Kadaster Topotijdreis
Rapport 8990.001 versie 1
29
30
Figuur 11. Situering van het plangebied binnen de militaire topografische kaart uit 1937
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart 1937 Legenda Plangebied
30
Kadaster Topotijdreis
Rapport 8990.001 versie 1
Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1967
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart 1967 Legenda Plangebied
31
Kadaster Topotijdreis
Rapport 8990.001 versie 1
31
Figuur 13. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1979
Bussereindseweg 67A te Beesel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart Legenda Plangebied
32
Kadaster Topotijdreis
Rapport 8990.001 versie 1
32
Figuur 14. Boorpuntenkaart
Bussereindseweg 67A te Beesel. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer
Rapport 8990.001 versie 1
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 8990.001 versie 1
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 2650
815
IVb Subboreaal koeler droger
2000
IVa
5000
3755 4900
5300
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
7020
8240
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 8990.001 versie 1
Bijlage 2
AMK-terreinen
AMK nr. 8681
Situering t.o.v. plangebied In het plangebied
8682
Direct ten zuiden
Datering
Waarde en omschrijving
Paleolithicum, Late-Bronstijd, IJzertijd, Neolithicum
Toponiem: Centrum Complex: Nederzetting, Grafveld Waarde: Terrein van archeologische waarde Terrein waarin sporen van bewoning uit het Paleolithicum-Neolithicum. Op basis van fragmenten bewerkt vuursteenmateriaal aan het oppervlak, binnen de grenzen van het terrein, is er een hoge kans op de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Steentijd. Het gebied ligt op de rand van een relatief hooggelegen rivierterras van de Maas. Het terrein is onderdeel van een cluster archeologisch potentiële waardevolle terreinen. Met name ten westen van het gebied zijn verschillende fragmenten bewerkt vuursteen aangetroffen. Op het terrein zelf is een Neolithische Flintoval bijl en een fragment van een vuurstenen kling met een vermoedelijk Mesolithische of Neolithische datering aangetroffen. Een vondstmelding meldt dat circa 175 meter ten noordwesten van het terrein een grafveld uit de Bronstijd-IJzertijd aanwezig zou zijn. De totale hoeveelheid gevonden bewerkt vuursteen in de nieuwe grenzen (2007) van het monument met de naastgelegen monumenten bedraagt al ruim 300 stuks. Het terrein is verstoord door verploeging en de fysieke en gemiddelde inhoudelijke kwaliteit van het monument is laag. In 2006 zijn vanwege de provincie de Limburgse terreinen van Archeologische Betekenis (AB) geherwaardeerd.