Beantwoording technische vragen Beeselse Lijst regionale samenwerking doordecentralisatie 2022
Tekst van het document
Technische vragen Raadscommissievergadering 29 november 2021 Beeselse Lijst Agendapunt 6: Wmo project regionale samenwerking (doordecentralisatie) 1. Raadsvoorstel p4: “De conceptbegroting die wordt meegestuurd met het collegevoorstel en het raadsvoorstel zal na besluitvorming als opdracht aan de MGR worden gezonden.” Wij snappen niet precies hoe deze procedure verloopt. a. Hebben wij deze conceptbegroting opgesteld of heeft de MGR dit gedaan? De conceptbegroting is in de regionale ambtelijke werkgroep Beschermd Wonen opgesteld. b. Hoe verhoudt zich dit tot het feit dat wij normaal jaarlijks begrotingen van iedere GR vaststellen? Eerst moet de MGR worden gewijzigd (uitgebreid met module 2). Vervolgens zal de MGR de opgestelde begroting verwerken in hun eigen begroting 2022. Deze gewijzigde begroting 2022 wordt voorgelegd aan de 14 samenwerkende gemeenten. De raad kan hier wensen en bedenken op dienen. c. Graag wat meer uitleg over de algehele procedure. Het gaat dus om een procedure zoals deze gebruikelijk is voor diverse gemeenschappelijke regelingen. De reguliere tijdsplanning was, vanwege de onduidelijkheid over de samenwerkingsvorm en het inhoudelijke plan begin dit jaar nog niet voldoende uitgewerkt. Om de raden wel een realistisch beeld te kunnen geven is deze tijdsprocedure doorlopen bij deze opstartfase.
Uiteraard mag u raad er van uit gaan dat vanaf de officiele start van de GR de reguliere termijnen in acht worden genomen. 2. Raadsvoorstel p5: “Beheersmaatregel: in geval één of meerdere colleges of raden niet akkoord gaan is er een noodscenario geschetst. Dit noodscenario voorziet in een tijdelijke oplossing en geeft tijd om zaken aan te passen zodat de afspraken wel door alle 14 colleges en raden kunnen worden vastgesteld. Ook voor het noodscenario zal er besluitvorming plaats moeten vinden. Dit kan met terugwerkende kracht waardoor de zorgcontinuïteit wordt geborgd. Bovendien wordt dan de vastgelopen samenwerking vlot getrokken door toepassing van het VNG-escalatiemodel.” a. Kunt u toelichten wat het noodscenario inhoudt? De 14 colleges van gemeenten gaan een tijdelijke samenwerkingsovereenkomst aan en mandateren de gemeente Venlo voor de uitvoering van de taken: - Financieel beheer (waaronder het betalen van de ingekochte zorg) - Contractmanagement - Monitoring - Procesregie (voorbereiding beleidsagenda en regionale begroting) - Coordinatie toegang BW (ivm afstemming en hanteren van uniforme afwegingskader BW) De gemeente Venlo ondermandateert deze taken aan de MGR. b. Kunt u toelichten wat het VNG-escalatiemodel inhoudt? In de regio hebben we ons ingespannen structurele meerjarige samenwerkingsafspraken voor te bereiden en deze zijn tijdig in procedure gebracht.
Als een of meerdere gemeenteraden niet in stemmen dan treedt het
VNG escalatiemodel in werking. Hierin is een escalatieladder opgenomen. Dit houdt samengevat in dat er eerst een informeel traject volgt vanuit de VNG van aanspreken van de regio(gemeenten) waar de implementatie van de NvO te traag verloopt, bestuurlijke patsstellinggen zijn ontstaan of gemeenten er onderling niet uikomen. Mocht dit informele traject niet slagen, dan volgt het formele traject van interbestuurlijk toezicht. 3. Samenwerkingsovereenkomst p4: “de gemeente Gennep zich met ingang van 1-1-2022 alleen voor het onderdeel BW aansluiten bij de regio Noord- en Midden-Limburg…” a. Waarom heeft Gennep hiertoe besloten? Gemeente Gennep maakt nu nog vanuit historisch geografische perspectief deel uit van de regio Nijmegen voor deze taken. Op eigen initiatief heeft gemeente Gennep aangegeven dat voor een deel van deze taken, te weten BW, zij vinden dat het vanuit hun beleidsvisie en waar zij naar toe willen voor hun inwoners, dit beter aansluit bij het gedachtegoed van de regio Noord en Midden Limburg en deze regionale samenwerking. De taak MO blijft op dit moment nog vanwege de pragmatische reden dat daklozen uit Gennep meer naar Nijmegen trekken bij regio Nijmegen. Zij zijn voornemens om op een later moment over te stappen voor MO naar onze regio. b.
Kan dit nog nadelige gevolgen hebben voor de overige gemeenten? Nee, met de gemeente Nijmegen zijn afspraken gemaakt over het financiele gedeelte van Gennep van BW dat overgeheveld wordt naar regio Noord en Midden Limburg. c. Wat betekent dit voor de stemverhouding die Gennep krijgt? Bij het opstellen van de stemverhouding is geen rekening gehouden met het feit dat Gennep een deel van de dienstverlening (te weten het onderdeel MO.) niet afneemt. Hiervoor is gekozen, omdat MO verhoudingsgewijs maar een klein gedeelte van de kosten bedraagt. En Gennep voornemens is om over te stappen naar onze regio voor MO. (Dat zou betekenen dat dan opnieuw de stemverhouding aangepast zou moeten worden op dat moment) d. Waarom is er niet besloten voor alles of niets? Gennep maakt eigen afweging voor uitvoering van taken BW en MO. Gennep is al onderdeel van Module 1.
4. Toelichting samenwerkingsovereenkomst p4: “De financiële solidariteit als omschreven in dit artikel ziet uitsluitend toe op de uitvoering van de regionale taken en verantwoordelijkheden als omschreven in module 2 van de gemeenschappelijke regeling. Voornoemde financiële solidariteit ziet uitdrukkelijk niet toe op de kosten die gemaakt worden in het kader van de uitvoering van de taken en verantwoordelijkheden van module 1 van de gemeenschappelijke regeling. In de gemeenschappelijke regeling worden de Partijen die uitsluitend deelnemen aan module 2 gevrijwaard door de overige Partijen ten aanzien van enige verantwoordelijkheid ten aanzien van de kosten van module 1. a. Kunt u een voorbeeld geven van hoe deze uitspraak zich verhoudt tot de stemverhoudingen van de 14 deelnemende partijen, die wel allen ingestemd hebben met module 1 én 2, maar geen financiële lasten hebben van module 1.
De uitvoeringskosten voor module 1 en 2 worden bij elke deelnemende gemeente afzonderlijk in rekening gebracht. De financiele solidariteit voor het onderdeel MO/BW komt tot uitdrukking in het feit dat a) alle gemeenten alle middelen inleggen in het regionale budget. B) alle gemeenten gezamenlijk de regionale kosten dragen. Het saldo van inleg minus regionale kosten wordt via de verdeelsleutel verdeeld over alle deelnemende gemeenten. Uit dat deel kunnen de gemeenten de uitvoeringskosten betalen. Voorbeeld: Stel dat de uitvoeringskosten voor module 1 stijgen, dan worden deze uitvoeringskosten in rekening gebracht bij de 7 deelnemende gemeenten aan module 1. De gestegen kosten voor module worden dus niet doorberekend aan gemeenten die enkel deelnemen aan module 2. b. Hebben zij dan wel zeggenschap op de inhoud van module 1 terwijl zij geen enkel financiële risico’s lopen? De 7 gemeenten zijn Noord-limburgse zijn inhoudelijk opdrachtgever van module 1. De andere gemeenten hebben geen zeggenschap over de inhoud van module 1. Deze werkafspraak is bij de BC WMO reeds vastgelegd en zal ook in de oprichtingsvergadering nogmaals worden bevestigd. 5.
Modulaire Gemeenschappelijke regeling p2: Artikel 8 (Werkwijze en vergaderorde), lid 3 luidt: “Een lid van het algemeen bestuur ontvangt een aantal stemmen dat gelijk staat aan het aantal inwoners van zijn gemeente op 1 januari van het voorgaande jaar, gedeeld door 15.000. Het aantal stemmen wordt rekenkundig afgerond (< 0,5: afronding naar beneden, ≥ 0,5: afronding naar boven), met een minimum van 1 stem.” a. Kunt u een tabel aanleveren waarin de stemverhoudingen staan weergegeven per deelnemende gemeente?