CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

B8 Archeologisch onderzoek

Besluitvormende raadsvergadering 14 juni 2021, gemeente BeeselBij agendapunt: Bestemmingsplan Ouddorp 915.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rapport 9988.002 versie 1.1

Pagina 15 van 21

verstoringen kunnen bij de ontginning van deze boomgaard ontstaan. Voor het zuidelijk deelgebied worden alleen (diepe) bodemverstoringen verwacht in beide uitgegraven delen van het deelgebied (circa 12 % van de totale oppervlakte van dit deelgebied). Opvallend is echter wel dat de meeste verbruining is ontdekt onder de verstoorde laag in het noordelijk deelgebied. Hoewel beduidend minder verstoord is de verbruining in het zuidelijke deelgebied veel minder uitgesproken waargenomen. Archeologische indicatoren Tijdens het veldonderzoek zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Wel zijn er in de boringen 1-6 en 12 kleine fragmentjes (van op het eerste oog) houtskool waargenomen. Opvallend is de ruimtelijke spreiding: in het noordelijke deelgebied zijn ze bij alle boringen waargenomen, in het zuidelijke deelgebied alleen bij boring 12. Vermoed wordt dan ook dat het (vergane) wortelresten zijn van de voormalige boomgaard in het noordelijke deelgebied. 3.4

Conclusie veldonderzoek

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. In het plangebied is een Jonge Dryas Maasterras aangetroffen, doorsneden door een restgeul met plaatselijk een bovenliggend laat holoceen oeverdek (zie figuur 12). In het overgrote deel van het plangebied is dit oeverdek echter opgenomen in de bouwvoor en de verstoorde bovengrond. Op basis van de aangetroffen bodemprofielen kan de gespecificeerde verwachtingswaarde zoals opgesteld in het bureauonderzoek blijven gehandhaafd. Voor het noordelijke deelgebied worden vanwege de e aanwezigheid van een verstoorde bovenlaag en plaatselijk een laat holoceen (vanaf de 17 eeuw) oeverdek geen archeologische resten verwacht in de bovenste 50 cm tot plaatselijk 135 cm –mv. In het zuidelijk deelgebied worden archeologische resten onder de bouwvoor verwacht vanaf 40 cm – mv.

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de ligging van het plangebied op een Jonge Dryas Maasterras aan weerszijden van een restgeul de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de aangetroffen bodemprofielen kan de gespecificeerde verwachtingswaarde zoals opgesteld in het bureauonderzoek blijven gehandhaafd. Voor het noordelijke deelgebied worden vanwege de aanwezigheid van een verstoorde bovenlaag en plaatselijk een laat holoceen (vanaf de e 17 eeuw) oeverdek geen archeologische resten verwacht in de bovenste 50 cm tot plaatselijk 135 cm –mv. In het zuidelijk deelgebied worden archeologische resten onder de bouwvoor verwacht vanaf 40 cm –mv. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt waarbij er, afgezien van de funderingen, niet dieper ontgraven wordt dan 50 cm onder het huidige maaiveld in het noordelijk deelgebied en 40 cm onder het huidige maaiveld in het zuidelijk deelgebied. Het verstoringsoppervlak ten behoeve van de funderingen mag hierbij niet meer bedragen dan circa 1% van de oppervlakte van het plangebied.

Als het niet mogelijk is om archeologie vriendelijk te bouwen is, gezien de geringe diepteligging en de kwetsbaarheid van de archeologische resten, vervolgonderzoek noodzakelijk.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Pagina 16 van 21

Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Beesel). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Pagina 17 van 21

LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berg, M.W. van den, 1996: Fluvial sequences of the Maas; a 10 Ma record of neotectonics and climate change at various time-scales. Thesis, Landbouw Universiteit Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Boer, A. de, A. Botman, A. Brakman, R. Magendans, 2010: De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Beesel, Amersfoort. Fontijn, D.R., 2002: Sacrificial Landscapes. Cultural biographies of persons, objects and ‘natural’ places in the Bronze Age of the Southern Netherlands, c. 2300-600 BC. Analecta Praehistorica Leidensia 33/34. Hutjens, N., 2019: Rapport historisch bodemonderzoek Ouddorp 9 te Beesel. Econsultancy-rapport 9988.001, Boxmeer Isarin, R., R. Ellenkamp, E. Heunks, J. de Kramer, R. Paulussen, L. Tebbens en F. Zuidhoff. 2010: Geomofogenetische Kaart Maasdal (GKM) tussen Mook en Eijsden, Amersfoort. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & A.

Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Pagina 18 van 21

Stichting voor Bodemkartering, 1968: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 58 Oost/Roermond. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Pagina 19 van 21

BRONNEN AHN; internetsite, november 2019. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, november 2019. https://archis.cultureelerfgoed.nl

Archieven; internetsite, november 2019. https://www.archieven.nl/nl/ Bodemloket, internetsite, november 2019. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, november 2019. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1

Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, november 2019 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, november 2019. http://maps.bodemdata.nl/

Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg; internetsite, november 2019. https://www.limburg.nl/Beleid/Cultuur/Erfgoed/Monumenten/Cultuurhistorische_Waardenkaart

Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, november 2019. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, november 2019. http://www.dinoloket.nl/

Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, november 2019. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, november 2019. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, november 2019. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, november 2019. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ Ruimingskaart; internetsite, november 2019. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, november 2019. https://www.sikb.nl

Rapport 9988.002 versie 1.1

Pagina 20 van 21

VEO Bommenkaart; internetsite, november 2019. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 9988.002 versie 1.1

Pagina 21 van 21

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland

Ouddorp 9 te Beesel. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied

Ouddorp 9 te Beesel. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied

Ouddorp 9 te Beesel. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de Maasterrassenkaart

Ouddorp 9 te Beesel. Situering van het plangebied binnen de Maasterrassenkaart Legenda (zie ook volgende pagina) Plangebied

38

Isarin e.a., 2016

Rapport 9988.002 versie 1.1

38

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

39

Ouddorp 9 te Beesel. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

39

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

Ouddorp 9 te Beesel. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

40

AHN.nl

Rapport 9988.002 versie 1.1

40

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart

41

Ouddorp 9 te Beesel. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

41

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart

Ouddorp 9 te Beesel. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Beesel Legenda Plangebied

42

De Boer et al., 2010

Rapport 9988.002 versie 1.1

42

Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

43

Ouddorp 9 te Beesel. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

43

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

Situatie 1811-1832 (bron:RCE Beeldbank)

Situatie 1955 (bron:topotijdreis.nl)

Situatie 1967 (bron:topotijdreis.nl)

Situatie 2006 (bron:topotijdreis.nl)

Ouddorp 9 te Beesel. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 11. Boorpuntenkaart

Ouddorp 9 te Beesel. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer

Rapport 9988.002 versie 1.1

Figuur 12. Resultaten van het booronderzoek

Ouddorp 9 te Beesel. Resultaten van het booronderzoek

Rapport 9988.002 versie 1.1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 9988.002 versie 1.1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 9988.002 versie 1.1

Bijlage 2 AMK nr. 227

Situering t.o.v. plangebied 250 meter ten zuidoosten

AMK-terreinen Datering

Waarde en omschrijving

Romeinse tijd

Toponiem: De Solberg Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. De aard en het karakter van de vondsten leidden in het verleden tot de veronderstelling dat op de Solberg mogelijk een Romeinse villa heeft gestaan. De Romeinse bewoning strekt zich uit op een langgerekte zandrug evenwijdig aan en in nabijheid van de Maas. Van het terrein zijn veel vondsten bekend (Waarneming 1386). In het kader van het AMR is in februari en mei 2001 booronderzoek uitgevoerd en zijn twee proefsleuven gegraven. Hoewel er zeker sprake blijkt te zijn van bewoningsresten, is de veronderstelling van een villa niet houdbaar gebleken. Op het terrein zijn nergens sporen van fundamenten of enig ander bouwmateriaal gevonden, behoudens dakpanfragmenten. Zeker is dat zich hierin de Romeinse tijd wel een nederzetting heeft bevonden. Onder een in proefputjes en boringen vastgesteld Romeins niveau werd tot tweemaal toe een grondspoor gevonden. Het zwaartepunt van de Romeinse bewoning valt in de 2e en 3e eeuw. Toponiem: Oud dorp Complex: Kerk Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met resten van een kerk uit de Late-Middeleeuwen. Op het Oude Kerkhof liggen de resten van de voormalige parochiekerk van Beesel die mogelijk in de 12 e eeuw is gebouwd en in 1840 is gesloopt. De kerk is in 1829 nog ingemeten.

Het oude kerkhof, nog vol met graven, ligt op een heuvel omgeven door een muur. Het vermoeden bestond dat de oude kerk tot de Middeleeuwse kern van Beesel behoorde een dat in de omgeving ervan nog resten van (vroeg)Middeleeuwse bewoning te vinden zijn. In 1997 vond een proefonderzoek plaats (Waarneming 33808). Aangetroffen werden muurresten van een kerk (koor op het NO gericht) die teruggaat tot de 12e eeuw (Romaans zaalkerkje). Bij de aanleg van graven op het aangrenzende Nieuwe Kerkhof zijn nooit archeologische resten gevonden. Ze zijn er ook niet te verwachten, afgaande op oude kaarten en de overstromingsgevoelige locatie. Toponiem: Beesel Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met bewoningssporen uit de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Beesel. Op de AMK zijn historische dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse kaarten. Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn.

Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroegeen Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

15592

250 meter ten noordoosten

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd

16698

300 meter ten noordoosten

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd

Rapport 9988.002 versie 1.1

Bijlage 3

Onderzoeksmeldingen

Zaaknummer (OMnummer) 2075871100 (2335)

Situering t.o.v. plangebied 70 meter ten westen

2031328100 (11017)

200 meter ten westen

2086693100 (6735)

250 meter ten noordoosten

2222164100 (31998)

250 meter ten noorden

2144437100 (20917)

300 meter ten zuidoosten

3037738100

400 meter ten westen

2402779100 (56371) en 2402787100 (56372)

450 meter ten noorden

4553783100 en 4553791100

500 meter ten noordoosten

4584206100

500 meter ten noordoosten

Rapport 9988.002 versie 1.1

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Grauwe Beer Ouddorp Uitvoerder: particulier Datum: 3-4-2000 Resultaat: onbekend Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-1-1997 Resultaat: Extra archeologisch onderzoek ter aanvulling en controle op de kartering die door RAAP in 1996 is uitgevoerd (in het kader van Baggerbestek 2). Archeologisch vondstmateriaal is niet aangetroffen. De classificatie `hoge archeologische verwachting' kon door het uitgevoerde booronderzoek niet bevestigd worden. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Kleine Solberg Beesel Uitvoerder: BILAN Datum: 22-6-2004 Resultaat: De profielen op de top en langs de steilrand van het plangebied zijn matig tot sterk afgetopt en zijn tot op het moedermateriaal verstoord. Geen archeologische bewonings- of vondstenlaag of indicatoren aangetroffen. Geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Type onderzoek: archeologische begeleiding Toponiem: Beesel Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 27-6-2008 Resultaat: Er zijn geen archeologisch relevante sporen, structuren en/of vondsten aangetroffen, alleen 20 e eeuwse ophogingslagen. Er zijn geen resten aangetroffen van de aanlegplaats van het Rijksvoetveer. Deze resten werden wel verwacht.

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: De Solberg Beesel Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 9-2-2001 Resultaat: onbekend. Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Grauwe Beer Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Resultaat: onbekend Type onderzoek: bureauonderzoek en booronderzoek Toponiem: Ouddorp 12 Beesel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 10-4-2013 Resultaat: De gespecificeerde middelhoge tot hoge verwachting voor het plangebied, zoals opgesteld in het bureauonderzoek, blijft op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek staan voor het gehele plangebied. Op basis van het behoud van een middelhoge tot hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. De archeologische resten worden binnen het gehele pakket zandige kleiafzettingen (de bovenste 1,20 m) vanaf het maaiveld verwacht. Bijzondere aandacht verdient daarbij de nog aanwezige waterput in het plangebied die teruggaat tot (minimaal) de 18 e eeuw. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P).

Type onderzoek: bureauonderzoek en booronderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 11-7-2017 Resultaat: Bij het booronderzoek zijn Maasterrasafzettingen bestaande uit matig fijne, zwak tot uiterst siltige zanden aangetroffen. Het bodemprofiel is bij alle boringen verstoord tot een diepte variërend van 75 cm –mv in het noorden van het plangebied tot 210 cm –mv in het zuiden van het plangebied. Het verstoorde pakket hangt vermoedelijk samen met de bouw- en sloopwerkzaamheden van zowel de voormalige als huidige bebouwing in het plangebied uit zowel de 19e als de 20e eeuw. Op basis van de aangetroffen diepe bodemverstoringen wordt de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Geonius Datum: 19-12-2017

4590395100

500 meter ten noordoosten

Rapport 9988.002 versie 1.1

Resultaat: onbekend, nog niet afgemeld. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Beesel Uitvoerder: Geonius Datum: 8-2-2018 Resultaat: onbekend, nog niet afgemeld.

Bijlage 4

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 4576585100

Locatie t.o.v. plangebied

Omschrijving

90 meter ten zuidwesten

3037713100 (49145)

120 meter ten westen

Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Paleolithicum : - fragment van een benen tand/kies IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een ijzeren object, - fragment van een ijzeren bijl

3035250100 (49147)

140 meter ten westen

3037276100 (48995)

170 meter ten westen

3037284100 (48997)

3037324100 (49005)

200 meter ten westen

250 meter ten westen

Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - fragment van een ijzeren zeis - ijzeren scheepsonderdeel Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Nieuwe tijd : - fragment van gedraaid aardewerk - fragment van steengoed geglazuurd Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: De Grauwe Beer Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Neolithicum - Nieuwe tijd : - fragment van een plantaardig, hout balk IJzertijd - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van ijzeren ringen Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - ijzeren scheepsonderdeel Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van ijzeren objecten, - fragment van een ijzeren slot Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Romeinse tijd : - 6 fragmenten van keramische bouwmateriaal Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - ijzeren scheepsonderdeel - 9 fragmenten van keramische bouwmateriaal

3037332100 (49007)

250 meter ten westen

2777826100 (15266)

300 meter ten zuidoosten

2876679100 (31428)

300 meter ten zuidoosten

Rapport 9988.002 versie 1.1

Nieuwe tijd : - fragment van een roodbakkend geglazuurd bord/schaal - fragment van een geglazuurde steengoed kan Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een ijzeren object, Romeinse tijd : - fragment van een dakpan Type onderzoek: graafwerkzaamheden Toponiem: De Schoold Beesel Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragmenten van bronzen objecten, - fragmenten van ijzeren objecten, - koperen munten, as - fragmenten van terra sigillata kommen/schalen - fragmenten van dakpannen - fragmenten van ruwwandige (kook)potten - fragmenten van terra nigra - fragmenten van geverfd aardewerk - fragmenten van ijzeren spijkers - fragmenten van terra sigillata wrijfschalen Type onderzoek: opgraving Toponiem: Mortel Beesel Uitvoerder: particulier Romeinse tijd :

2890578100 (33808)

300 meter ten noordoosten

- fragmenten van gedraaid aardewerk - messing munt, dupondius - fragmenten van terra sigillata kommen/schalen - fragmenten van dakpannen - stenen funderingen - fragmenten van terra sigillata wrijfschalen Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Oude Kerkhof Beesel Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragment van een dakpan Romeinse tijd – Vroege-Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk

3006017100 (232224)

300 meter ten noordoosten

3037340100 (49009)

300 meter ten westen

3043715100 (52069)

300 meter ten zuidoosten

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - graven, - muurrestanten Type onderzoek: veldkartering Toponiem: Kerkhof Ouddorp Uitvoerder: particulier Late-Middeleeuwen : - fragment van een spinsteentje Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Late- Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van steengoed kannen - fragmenten van ijzeren paardentuig Nieuwe tijd : - fragment van steengoed geglazuurd - fragment van een tinnen grape - 3 fragmenten van dakpannen Type onderzoek: opgraving Toponiem: De Solberg Beesel Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Romeinse tijd : - 17 fragmenten van gedraaid aardewerk - 125 fragmenten van keramische bouwmateriaal Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 15 stenen brokken - fragment van een ijzeren slak

3044436100 (52399)

300 meter ten noordoosten

3067610100 (1386)

300 meter ten zuidoosten

3177828100 (52033)

300 meter ten noordoosten

Nieuwe tijd : - 4 fragmenten van gedraaid aardewerk Type onderzoek: veldkartering Toponiem: Kerkhof Ouddorp Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen : - fragment van een spinsteentje Type onderzoek: graafwerkzaamheden Toponiem: De Schoold Beesel Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragmenten van gladwandig aardewerk - fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragmenten van dakpannen Type onderzoek: opgraving Toponiem: Kerk Ouddorp Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragmenten van tubuli/verwarmingsbuizen Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk

3215216100 (407269)

300 meter ten zuidoosten

3216350100 (407523)

300 meter ten zuidoosten

3171363100 (49023)

350 meter ten westen

Rapport 9988.002 versie 1.1

Nieuwe tijd : - stenen funderingen Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: De Solberg Beesel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Romeinse tijd : - aardewerk - fragmenten van dakpannen - 2 grondsporen, Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: De Solberg Beesel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Vroege Middeleeuwen : - 3 fragmenten van gedraaid aardewerk Type onderzoek: baggerwerkzaamheden

Toponiem: Grauwe Beer Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk - fragment van een ijzeren paardentuig

3174247100 (49025)

350 meter ten westen

Nieuwe tijd : - fragment van steengoed geglazuurd - fragment van een dakpan Type onderzoek: baggerwerkzaamheden Toponiem: Grauwe Beer Rijkel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een ijzeren object, Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - fragment van een ijzeren paalschoen

3206022100 (405090)

350 meter ten noordoosten

3244271100 (415372)

350 meter ten noordwesten

2174504100 (430933)

400 meter ten noorden

3037738100 (49151)

400 meter ten westen

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van steengoed geglazuurd - fragment van een ijzeren vork Type onderzoek: graafwerkzaamheden Toponiem: Ouddorp/ Kerkhofpoort Beesel Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen : - fragment van een stenen doopvont Type onderzoek: veldkartering Toponiem: Kessel-Weertbeemden Kesseleik Uitvoerder: particulier Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling - 2 fragmenten van vuursteen schrabbers Neolithicum - Bronstijd : - fragment van een vuursteen spits Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Ouddorp 14 Beesel Uitvoerder: SOB Research Datum: 7-11-2007 Advies: vervolgonderzoek middels proefsleuvenonderzoek of archeologische begeleiding Late Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk - proto-steengoed IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een ijzeren object, Romeinse tijd : - fragment van een dakpan Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van ijzeren paardentuig

2742582100 (9513)

450 meter ten zuiden

2742590100 (9514)

450 meter ten zuiden

2743432100 (9673)

450 meter ten zuiden

Rapport 9988.002 versie 1.1

Nieuwe tijd : - fragment van gedraaid aardewerk Type onderzoek: onbekend Toponiem: Haselt Beesel Uitvoerder: particulier Mesolithicum - Neolithicum : - 3 fragmenten van vuursteen schrabbers - fragment van een vuursteen werktuig Type onderzoek: onbekend Toponiem: Haselt Beesel Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk Type onderzoek: onbekend Toponiem: Kerkveld; Voormalig Amk-Terrein Beesel Uitvoerder: particulier Mesolithicum - Neolithicum : - fragmenten van een vuursteen kling - vuursteen afslag - 2 klopstenen - fragment van een vuursteen schrabber

Bijlage 5

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 voor Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 voor Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 voor Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 voor Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 voor Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had

Rapport 9988.002 versie 1.1

wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 voor Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').

Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 voor Chr. - 450 na Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 na Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 na Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 na Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.

De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-

Rapport 9988.002 versie 1.1

meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. e e Vanaf de 10 – 11 eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. e In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 tot het begin van de e 20 eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat e zich tot in het begin van de 20 eeuw uit in de kunsten.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Bijlage 6

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Rapport 9988.002 versie 1.1

Bijlage 7

Rapport 9988.002 versie 1.1

Boorprofielen

Rapport 9988.002 versie 1.1

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

Rapport 9988.002 versie 1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=783b0c3e-aeff-4d52-af2a-b142fbc71cee