B11b Advies molenstichting inzake molenbiotoop
Tekst van het document
Aan het College van B&W der Gemeente Beesel Raadhuisplein 1 5953 AL Reuver Inz. Stichting Korenmolen De Grauwe Beer / Plantenkwekerij Bouten. Betreft: Advies Molenbiotoop Edelachtbaar College. Uw college heeft bij brief d.d. 21 juli, conform de desbetreffende bepalingen in het ten deze aan de orde zijnd vigerend bestemmingsplan, Stichting Korenmolen De Grauwe Beer, hierna te noemen de stichting/bestuur, om advies gevraagd nu de uitbreidingsplannen van Plantenkwekerij Bouten, gevestigd aan het Ouddorp 9, ( deels ) in strijd zijn met de molenbiotoop nu deze uitbreiding is voorzien binnen de in het betreffende bestemmingsplan opgenomen “molenbeschermingszône”. De molenbiotoop ziet op de molen als levend monument, in relatie tot de omgeving. Zo vereist een windmolen een andere biotoop dan b.v. een watermolen. Ook is bepalend of een molen in de stad is gelegen of b.v. in een open polder landschap. Bepalend zal zijn of er voldoende windvang mogelijk is uit alle windrichtingen en hoe de molen past in het landschap waarmee tevens de belevingswaarde een belangrijke rol vervult. In de nu voorliggende situatie is uitbreiding van de bestaande glasopstand en de loods in zuidelijke richting, derhalve richting molen, aan de orde waarbij de hoogten in relatie tot de afstand tot de molen hoger zijn dan toegestaan.
Hierbij hanteert de stichting de Handleiding Molenbiotoop uitgegeven door de Vereniging De Hollandsche Molen, gevestigd te Amsterdam. Zoals blijkt uit het op uw verzoek gevraagde en door het buro BRO te Tegelen uitgebrachte advies in deze kwestie, bij u voldoende bekend, hetwelk u wel als hier herhaald en ingelast wilt beschouwen, is de hiervoor genoemde rekenmethode als zodanig als juist beoordeeld en toegepast. Opname/overname in het vigerend bestemmingsplan heeft u toegezegd. De stichting heeft t.a.v. de windbelemmering 2 vragen beantwoordt: a: wat moet de minimale afstand, gerekend vanaf de molen zijn, van een object ( de loods en de glasopstand ) met een effectieve hoogte van 5.40 m. b: hoe hoog mag een object ( loods/glasopstand ) zijn op de geplande afstand tot de molen. In eerdere correspondentie is de berekening gedetailleerd voorgelegd zodat de stichting enkel het eindresultaat weergeeft. Zie ook het rapport en advies van het hiervoor genoemde buro BRO. Ad a: de afstand zal zijn 189 m. Ad b: op 110 m. ( glasopstand ), 4.30 m. en op 120 m. ( loods ) 4.45 m.. Uit voormelde berekeningen blijkt luce clarius dat de onderhavige bouwwerken te dicht bij de molen zijn gepland zodat het bestuur niet anders kan dan negatief adviseren .
Edoch: het bestuur realiseert zich dat de te verwachten windbelemmering als gevolg van de norm overschrijding van de bouwplannen ter plaatsen wel mee zal vallen temeer nu uit het “Inpassingsplan uitbreidingsplan glasopstand Ouddorp 9 te Beesel”, hetwelk de stichting ter inzage heeft mogen ontvangen, is gebleken dat de eikenbomen op het perceel van de kwekerij zullen verdwijnen. Dit komt de windtoetreding zeker ten goede! Het bestuur heeft voorts overwogen dat zij ,bij het indienen van eerdere plannen, waarbij sprake was van de aanleg van een weg aan de noordzijde van de aan te leggen dijk, akkoord zou kunnen gaan met de bouwplannen aldus: dijk aanleg met zeer flauwe bocht en in oostelijke richting over het morellen perceel; dan de weg en vervolgens de glasopstand met de daarbij behorende landschappelijke inpassing. Aldus zou de bebouwing ongeveer 20 meter verder van de molen verwijderd zijn. Nu dit laatste in de huidige plannen is teruggedraaid en de glasopstand dichter bij de molen is gepland ( 110 m. i.p.v. 130 m.) is het bestuur nagegaan wat dit in toegestane hoogten betekent. Zoals hiervoor reeds aangegeven mag opeen afstand van 110 m. de bouwhoogte 4.30 m. bedragen. Op 130 m. zal deze 4.60 m. mogen zijn. Nu tussen beide afstanden het hoogte verschil slechts 30 cm.
bedraagt concludeert het bestuur dat zulks geen rede kan zijn tot enige obstructie in de uitvoering van de plannen. M.a.w. al is ons advies ( formeel ) negatief, er zullen geen verdere bezwaren o.i.d. worden ingediend. Mocht uw college de berekeningen van in dit advies genoemde uitkomsten willen inzien dan kunt u deze te allen tijde bij ons opvragen. Gelet op het gegeven dat binnen afzienbare tijd de u welbekende dijkaanleg zal plaats vinden en de molen buitendijks zal blijven en daarmee duidelijk anders als landschapsbepalend element zal worden ervaren - hetgeen derhalve niet is toe te schrijven aan de onderhavige bouwplannen,- zal het bestuur niet nader ingaan op het aspect van de belevingswaarde van de molen welk aspect ook mede tot de molenbiotoop behoort waarmee bij het beoordelen van een omgevingsvergunning wel degelijk rekening zal moeten worden gehouden. Hopende u met dit advies naar genoegen en tot tevredenheid te hebben geïnformeerd, verblijve, met vriendelijke groet, Het bestuur van Stichting Korenmolen De Grauwe Beer, namens deze,
Mr. Joep Derckx, voorzitter.
Beesel, 21 september 2020.
P.S. Bij dit advies is uitgegaan van de gepresenteerde bouwplannen van dit moment en bij onsbekend. Het bestuur behoudt zich alle rechten voor indien de bouwplannen bij de aanvraag van de definitieve omgevingsvergunning afwijkend zijn en dit consequenties heeft of kan hebben voor de molenbiotoop in meest uitgebreide zin.