CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Archeologisch onderzoek (geanonimiseerd)

Besluitvormende raadsvergadering 6 juli 2026, gemeente BeeselBij agendapunt: Afwijking omgevingsplan gezondheidscentrum Kerkstraat 14 te Beesel14.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Archeologisch bureauonderzoek en IVOO plangebied Kerkstraat 14 te Beesel Archeologisch bureauonderzoek en IVO-O verkennende fase d. m. v. boringen plangebied Kerkstraat 14 te Beesel gemeente Beesel ,

AA260013. R01v0. 1. ARG765 Archeologische Rapporten Geonius 765 21 januari 2026

Archeologisch bureauonderzoek en IVOO plangebied Kerkstraat 14 te Beesel Archeologisch bureauonderzoek

en

IVO-O verkennende fase d.m.v.

boringen plangebied Kerkstraat

14 te

Beesel, gemeente Beesel AA260013.R01v0.1.ARG765 21

januari

Bureauonderzoek

Archeologische Rapporten

en

2026

IVO-O

Geonius

765

ISSN 2405-5506

Opdrachtgever Reland BV

versie

Concept

v0.1

Auteurs

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

+31 88 130 06 00

info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen

Geonius.nl Vrijgave

senior KNA

archeoloog

AA260013.R01v0.1.ARG765

(geanonimise rd)

(geanonimiseerd) |

2

van

44

GEONIUS

4

Administratieve Opdrachtgever:

gegevens

Reland BV

(geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) Hurksestraat 60 5652 AL Eindhoven Uitvoerder:

Archeologie

Geonius

De Asselen 6161

Kuil 10

RD Geleen

Contactpersoon: E:

(geanonimiseerd) |

(geanonimiseerd) BWM egeonius.nl

T: 088-1300600

Bevoegde

overheid:

Gemeente

Beesel

Postbus 4750 5953 ZK Reuver

Contactpersoon:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Email (geanonimiseerd) MM eveese.n! Beheer

en

plaats van

documentatie:

Archief

Geonius

Limburg

te Heerlen

Onderzoekmeldingsnummer:

5878369001

Locatie:

Gemeente:

en

Provinciaal

Depot

Bodemvondsten

Beesel

Plaats: Beesel Kerkstraat

Toponiem:

Kaartbladnummer: x, y-coördinaten:

14

58E

X 200.299

/ Y 364.554

Oppervlakte plangebied: 1139,3 m? Kadastrale gegevens:

Gemeente

NOaA

Beesel,

sectie A,

archeoregio:

Limburgs zandgebied

Onderzoekskader:

Omgevingsvergunning

Onderzoeksteam:

(geanonimiseerd) (senior |

nr.

KNA

3447

prospector

—

senior

KNA

archeoloog) (archeoloog) (geanonimiseerd) VE Type

onderzoek:

Bureauonderzoek d.m.v.

Januari 2026

Status:

Concept versie 1

Geonius

4002

(Bureauonderzoek),

Groep

B.V.

en

van

4003

Geonius

IVO-O verkennende

voor de protocollen 4001 (Programma van Eisen), (opgraven landbodem) van de SIKB BRL 4000

Milieu B.V. Geonius is gecertificeerd

(Inventariserend veldonderzoek)

en

4004

de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO» Prestatieladder niveau 3.

AA260013.R01v0.1.ARG765

fase

boringen

Tijdstip onderzoek:

Geonius Archeologie is een onderdeel

en

3

van

44

NEN-EN-ISO

9001:2015,

NEN-EN-

GEONIUS

A

Samenvatting In december 2025 is door Reland BV aan Geonius Archeologie te Geleen opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor het plangebied Kerkstraat 14 te Beesel in de gelijknamige gemeente. Aanleiding voor het uitvoeren van het archeologisch onderzoek is het voornemen om aan de locatie Kerkstraat 14 een gezondheidscentrum te realiseren. Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied op een Maasterrasvlakte ligt dat is ontstaan in het Allerød (tussen 12. 850 en 13. 900 jaar geleden). Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied hoogstwaarschijnlijk op een dalvlakteterras. Op circa 120 en 180 m afstand liggen ten westen en noordoosten van het plangebied dalen waarvan het noordoostelijke nog watervoerend is. Op de bodemkaart is het plangebied ongekarteerd. Vermoedelijk komen hier radebrikgronden voor. Het plangebied is voor zover kon worden achterhaald in historische tijden bebouwd geweest en in gebruik geweest als bouwland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben direct om het plangebied gevechtshandelingen plaatsgevonden bewezen door de aangetroffen munitie en een mijnenveld. Het plangebied maakt deel uit van het AMK terrein van de historische kern van Beesel (Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd). Uit het plangebied zijn geen archeologische vondstlocaties bekend en het plangebied is in het verleden niet eerder onderzocht.

Volgens de gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied een hoge verwachting. Uit de omgeving van het plangebied zijn vondstlocaties bekend uit diverse perioden van het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Met name zijn veel vondsten aangetroffen uit de steentijden. Op basis van de in het bureauonderzoek verzamelde gegevens geldt een lage verwachting op het voorkomen van jager verzamelaars vindplaatsen uit het Laat Paleolithicum het Mesolithicum en het Neolithicum een middelhoge op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan landbouwsamenlevingen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen en een hoge op het voorkomen van archeologische vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. ,

,

,

,

,

Het IVO-O heeft uitgewezen dat in het plangebied een intacte bodem voorkomt welke overeenkomt met het in het bureauonderzoek verwachte bodemtype een radebrikgrond. Middels het booronderzoek zijn geen indicatoren aangetroffen welke wijzen op een archeologische vindplaats. Archeologische waarden in situ kunnen worden aangetroffen vanaf 40 cm -mv vanaf de E-horizont(m 19. 99 m +NAP). Deze resten kunnen bestaan uit losse artefacten en grondsporen. Vanwege de uitspoeling is de verwachting dat sporen mogelijk pas vanaf de B-horizont (50 cm -mv 19. 89 m +NAP) maar waarschijnlijker vanaf de BC-horizont (150 cm 18. 89 m +NAP) zichtbaar zullen zijn. Op basis van de resultaten van het IVO-O kan de gespecificeerde verwachting zoals opgesteld op basis van het bureauonderzoek gehandhaafd worden. ,

,

,

Indien de graafwerkzaamheden zullen reiken tot het archeologisch niveau (40 cm -mv) en het is niet mogelijk de plannen aan te passen wordt een archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een Inventariserend Veld Onderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) na de sloop van de huidige bebouwing. ,

4 van 41 AA260013. R01v0. 1. ARG

Inhoud 1

Inleiding

1. 1 1. 2 1. 3

Aanleiding Beleidskader Onderzoeksopzet en doelstelling

2

Bureauonderzoek

2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 5. 1 2. 5. 2 2. 5. 3 2. 5. 4 2. 6 2. 6. 1 2. 6. 2 2. 6. 3 2. 6. 4 2. 7 2. 7. 1 2. 7. 2 2. 7. 3 2. 7. 4 2. 7. 5 2. 8

Algemeen Situering plangebied Huidig gebruik Toekomstige inrichting Aardkundige waarden Geologie en geomorfologie Bodem Actueel Hoogtebestand Nederland Resumé Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische ontwikkeling plangebied Mogelijke verstoringen Ondergrondse bouwhistorische gegevens Resumé Bekende archeologische waarden Archeologische monumentenkaart Archeologische vondstlocaties Archeologische onderzoeksgebieden Gemeentelijke verwachtingskaart/beleidsadvieskaart Resumé Gespecificeerde verwachting

3

Veldonderzoek

3. 1 3. 2 3. 2. 1 3. 2. 2 3. 2. 3

Algemeen Resultaten Bodem Archeologie Resumé

4

Conclusies

7

.. ... ... ... ... ... ... ... .... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ...

7

8 9 . ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ..

11 11 11

12 13 13

. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. .

.. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .

14 15

16 18 18 20 24 24 25 25 25 25 26 28 31 31

. .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .

.. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .

... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ...

.. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... ..

. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ...

.. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..

.. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ...

... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. .... ..

. .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ...

... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ...

.. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .

... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... ... .... ... ...

34

.. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..

.. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..

.. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... .. ... ... .. ... .. ... .. ... .. ... ..

en

aanbevelingen

Conclusies Aanbevelingen Literatuurlijst Gebruikte bronnen Verklarende woordenlijst Gebruikte afkortingen 4. 1 4. 2

AA260013. R01v0. 1. ARG765

.. ... ... ... .... ... ... ... ... ...

34 35 35 36 36

37 37 38 40 40 42 44

5 van 44

Bijlagen Bijlage 1 Bouwtekening Bijlage 2 Boorprofielen Bijlage 2 Foto's boringen Bijlage 4 Tijdtabel

Afbeeldingenlijst Afbeelding 1: Situering van het plangebied (rood kader). De inzet geeft de situering van het 12 plangebied binnen Nederland weer. Bron: Topografische kaart Nederland Afbeelding 2: De huidige situatie zoals op een recente luchtfoto. Het rode kader geeft de ligging van het plangebied weer. Bron: PDOK. 13 Afbeelding 3: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. Het rode kader geeft bij benadering de 15 ligging van het plangebied weer. Bron Geomorfologische Kaart Nederland. Afbeelding 4: Uitsnede bodemkaart. Het rode kader geeft bij benadering de ligging van het 16 plangebied weer. Bron: Bodemkaart van Nederland. Afbeelding 5: Uitsnede uit de AHN, waarbij de hoogste delen rood/oranje zijn en de laagste 17 blauw/groen. Het plangebied is roodomlijnd. Bron: AHN. Afbeelding 6: Uitsnede uit de AHN, verder ingezoomd op het plangebied, waarbij de hoogste delen rood/oranje zijn en de laagste blauw/groen. Het plangebied is roodomlijnd. Bron: AHN. 18 21 Afbeelding 7: Tranchotkaart met daarop het plangebied. Bron: Tranchot und von Müffling Afbeelding 8: Kadastrale minuutplan 1811-1832 met daarop de huidige ligging van het 22 plangebied. Bron: Beeldbank RCE. 9: van 15 2026. Bron: Kadaster. 24 Afbeelding KLIC-melding januari 10: Uitsnede uit de Archiskaart met hierop onderzoeks- en vondstmeldingen. Afbeelding Daarnaast worden ook de AMK-terreinen weergegeven.

Het plangebied is rood omlijnd. Bron: ARCHIS

3.

Afbeelding Afbeelding

28 11: Beleidskaart

gemeente

MM

(geanonimiseerd) e+ 27 2010.

Beesel. Bron:

12:

Verwachtingskaart

Prehistorie

13:

Verwachtingskaart

Middeleeuwen

—

Romeinse

tijd gemeente

29 Beesel. Bron:

(geanonimiseerd) |

et al. 2010.

30

Afbeelding

—

Nieuwe

tijd gemeente

Beesel. Bron:

(geanonimiseerd) |

et al. 2010.

30

Afbeelding

Boorpuntenkaart van het plangebied. Het rode kader geeft het plangebied en de punten de boringen. Bron: Topografische kaart van Nederland. 14:

weer

35

Tabellenlijst Tabel

1: Grondwatertrappen.

16

Tabel 2: Overzicht AMK-terreinen

25

Tabel 3: Overzicht

26

Tabel 4: Overzicht

27

Tabel

33

ARCHIS-vondstmeldingen onderzoeksmeldingen 5: Verwachtingstabel

AA260013.R01v0.1.ARG765

6 van 44

GEONIUS

4

1 Inleiding 1. 1 Aanleiding In december 2025 is door Reland BV aan Geonius Archeologie te Geleen opdracht verleend voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor het plangebied Kerkstraat 14 te Beesel in de gelijknamige gemeente. Aanleiding voor het uitvoeren van het archeologisch onderzoek is het voornemen om aan de locatie Kerkstraat 14 een gezondheidscentrum te realiseren. Voor de realisatie van het project dient een omgevingsvergunning worden verkregen. Volgens artikel 22. 35 h van het Omgevingsplan van de gemeente Beesel. dient voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet is bepaald: bij een aanvraag van een omgevingsvergunning een rapport worden verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. ,

,

,

,

Voor het vaststellen van de archeologische waarde van de locatie (in onderhavig rapport aangeduid als plangebied) dient een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Archeologische onderzoeken in het kader van ruimtelijke ingrepen vinden plaats in stappen. Elke stap eindigt met de afweging of er voldoende informatie is verzameld om een afgewogen beslissing te kunnen nemen over eventuele vervolgacties. In het (archeologische monumentenzorg) AMZ-proces vindt een trechtering plaats van betrekkelijk eenvoudige onderzoeksmethoden in de beginfase naar meer complexe en kostbare werkzaamheden. 1 Op deze wijze wordt in de ruimtelijke ordening het archeologische belang meegewogen via een proportionele inzet van middelen. Het is niet altijd nodig dat alle fasen doorlopen worden ; uit een eerdere fase kan blijken dat er geen reden is tot vervolgonderzoek. Ook kunnen verschillende fasen gelijktijdig worden uitgevoerd ; een bureauonderzoek in combinatie met een IVO-O. Als uit het vooronderzoek (bureauonderzoek eventueel aangevuld met een IVO-O) blijkt dat er een gerede kans is dat in het plangebied archeologische vindplaatsen kunnen voorkomen kan de initiatiefnemer hiermee rekening houden.

Hij kan de plannen aanpassen waardoor de mogelijke vindplaatsen behouden blijven of besluiten tot het uitvoeren van een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) om eventuele vindplaatsen op te sporen en te waarderen. In uitzonderlijke gevallen zoals bij kleine ingrepen in een groot gebied of gebieden in stads- of dorpscentra waar de archeologische waarden pas door sloop van opstallen toegankelijk worden kan een archeologische begeleiding worden uitgevoerd een zogenaamd IVO-P variant archeologische begeleiding. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn kan dit leiden tot een aanpassing van de plannen waardoor de vindplaatsen behouden blijven of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De kosten die dat met zich meebrengt zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag beoordeelt of de onderzoeken voldoen aan de eisen van wetgeving en (gemeentelijk) beleid. ,

,

,

,

,

,

,

1 Sterk vereenvoudigd kent

,

de AMZ cyclus vier opeenvolgende en nauw samenhangende fasen. De eerste fase behelst de inventarisatie (bijv. kartering) en documentatie van archeologische waarden: waar in de bodem is wat aanwezig? In de tweede fase wordt aan de hand van een reeks heldere criteria vastgesteld welke waarde de gekarteerde resten hebben , zodat op basis van geëxpliciteerde normen vervolgens een selectie kan worden gemaakt: welke resten verdienen het behouden te worden (in of ex situ) en welke mogen ongezien verloren gaan? In de derde fase wordt het behoud vormgegeven van de gewaardeerde en geselecteerde resten: is het mogelijk om de archeologische resten in de bodem te behouden of moeten ze – bijvoorbeeld onder druk van ruimtelijke ontwikkelingen - opgegraven worden? In het eerste geval moet worden vastgesteld hoe bescherming in situ (instandhouding) wordt vormgegeven , in het tweede geval hoe de opgraving moet worden uitgevoerd en uitgewerkt. In de vierde en laatste fase van de AMZ-cyclus worden tenslotte de resultaten van het uitgevoerde onderzoek 'opgewerkt' tot nieuwe kennis over de Nederlandse geschiedenis. Deze kennis op haar beurt vormt weer de inbreng voor de eerste procesfase.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

7 van 44

De eerste stap in de AMZ cyclus is altijd het uitvoeren van een bureauonderzoek. Het doel van bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied zowel onder als boven water. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan kan het bevoegd gezag een beslissing nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. ,

,

,

Onderhavig onderzoek betreft een bureauonderzoek dat is aangevuld met een Inventariserend Veldonderzoek (IVO). Een IVO gebeurt door middel van waarnemingen in het veld waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden in een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan of afwezigheid de aard de omvang de datering de gaafheid de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Het IVO kan uitgevoerd worden als een IVO-proefsleuven (IVO-P) (waarbij veldwerk o. a. bestaat uit het aanleggen van proefsleuven en proefputten) of als een IVO-overig (IVO-O) (waarbij het veldwerk kan bestaan uit kartering boringen profielputjes of geofysisch onderzoek). Onderhavig IVO-O bestaat uit een IVO-O verkennende fase door middel van boringen ook wel aangeduid als verkennend booronderzoek. Het doel van het inventariserend veldonderzoek (IVO) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het resultaat van een IVO is een standaardrapport met een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies (buiten normen van tijd en geld). Aan de hand hiervan kan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) worden genomen. Indien er onvoldoende data voor waardering en selectie-advies zijn kunnen deze niet opgesteld worden.

Er kan dan worden geadviseerd tot vervolgonderzoek of om af te zien van verder onderzoek. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 en het IVO-O conform protocol 4003. Beide protocollen maken deel uit van de beoordelingsrichtlijn (BRL) 4000 versie 4. 2. 2 De BRL 4000 is opgesteld op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4. 2 die beheerd wordt door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB). 3 Het eindverslag van het bureauonderzoek en het IVO-O is vastgelegd in onderhavig rapport dat voldoet aan de eisen zoals opgenomen in protocol 4002: LS06 opstellen standaardrapport bureauonderzoek 4 en aan de eisen zoals opgenomen in protocol 4003: VS05 opstellen standaardrapport IVO-O. 5

1. 2 Beleidskader In 1992 heeft Nederland het Europese Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend. De doelstellingen van dit verdrag zijn verankerd in de Erfgoedwet (sinds 1 juli 2016) en in de Omgevingswet (sinds 1 januari 2024). In de Erfgoedwet is roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten opgenomen. In de Omgevingswet is de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving opgenomen. Met de invoering van de Omgevingswet is tevens het omgevingsplan ingevoerd waarbij iedere gemeente één omgevingsplan heeft. Hierin zijn de gemeentelijke regels opgenomen voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan dat op 1 januari 2024 van rechtswege is ontstaan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om alle regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een

,

2 de BRL 4000 versie 4. 2 3 www. sikb. nl 4 https://www.

is vastgesteld op 14-03-2022 door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en geldig vanaf 1 april 2024.

sikb. nl/doc/BRL4000/Protocol%204002%20Bureauonderzoek%204_2. pdf

5 https://www. sikb. nl/doc/BRL4000/Protocol%204002%20Bureauonderzoek%204_2. pdf

AA260013. R01v0. 1. ARG765

8 van 44

nieuw omgevingsplan dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Voor zolang er geen nieuw omgevingsplan is opgesteld dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet gelden de regels zoals opgenomen in de bestemmingsplannen en archeologieverordeningen. De gemeente Beesel beschikt nog niet over een nieuw omgevingsplan dat voldoet aan alle eisen van de Derhalve gelden de regels zoals opgenomen Omgevingswet. in de bestemmingsplannen en archeologieverordeningen. De beoogde locatie voor de nieuwbouw is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan ‘Bebouwde gebieden Beesel’ dat sinds 1 januari 2024 deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en heeft hierbinnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. De archeologische bestemming duidt erop dat rekening gehouden dient te worden met eventueel voorkomende archeologische waarden. Op grond van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ geldt dat geen bebouwing mag worden opgericht met o. a. uitzondering van bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden een oppervlak beslaan van minder dan 500 m² en minder diep dan 40 cm -mv. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - AMK terreinen' en binnen een straal van 50 m rondom deze aanduiding geldt dat archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden.

Aangezien het plangebied deel uit maakt van het AMK terrein 16698 de oude dorpskern van Beesel en er van uitgaande dat de vermelde ondergrenzen worden overschreden dient een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd voor het gehele perceel. ,

,

1. 3 Onderzoeksopzet en doelstelling Ten behoeve van het archeologisch onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld waarin een gedetailleerd werkplan van de te volgen werkwijze is opgenomen. In het PvA zijn onderstaande onderzoeksvragen opgenomen. Het archeologisch onderzoek is er op gericht om deze te kunnen beantwoorden. 1. 2.

3. 4. 5. 6.

Wat is bekend over de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Wat was het historisch landgebruik van het plangebied wat is het huidig landgebruik en wat is de verwachte invloed daarvan op de (bodem)gaafheid en mogelijk aanwezige archeologische waarden? Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn over het plangebied bekend? Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Komt het middels het IVO-O vastgestelde bodemtype overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek werd verwacht? Indien er in (delen van) het plangebied sprake is van een intacte bodemopbouw vanaf welke diepte t. o. v. het maaiveld kunnen archeologische waarden dan worden verwacht? Is er sprake van meerdere archeologische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Zo ja op welke diepte t. o. v. maaiveld bevinden deze zich? Indien er in (delen van) het plangebied sprake is van een verstoorde bodemopbouw tot welke diepte t. o. v.

maaiveld is deze verstoord en wat zegt dit over de gaafheid van eventueel aanwezige archeologische waarden? Kan de gespecificeerde verwachting zoals geformuleerd in het archeologisch bureauonderzoek aan de hand van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van boringen worden gehandhaafd of dient deze (in delen van het plangebied) worden bijgesteld? Zo ja waaruit bestaat de bijstelling en waarom? Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventueel aanwezige archeologische waarden? ,

,

7.

8.

9.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

9 van 44

10. Is in het plangebied archeologisch onderzoeksmethode wordt aanbevolen?

vervolgonderzoek

noodzakelijk

en

zo

ja

welke

Leeswijzer In navolging op hoofdstuk 1 het inleidend hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de resultaten van het bureauonderzoek vermeld op basis waarvan de gespecificeerde verwachting is bepaald. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het veldwerk gepresenteerd en getoetst aan het verwachtingsmodel. In hoofdstuk 4 worden de conclusies en aanbevelingen geformuleerd. ,

AA260013. R01v0. 1. ARG765

,

10 van 44

2 Bureauonderzoek 2. 1 Algemeen Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het bureau onderzoeksgebied om daarmee te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied. Met de afbakening van het bureau onderzoeksgebied wordt het gebied aangeduid waarvan de gegevens over de historische situatie bekende archeologische waarden en verwachtingen gebruikt gaan worden in het bureauonderzoek. Dit gebied kan groter zijn dan het plangebied. Voor onderhavig onderzoek is een straal van circa 200 m om het plangebied aangehouden als bureau onderzoeksgebied. Dit gebied sluit bodemkundig geomorfologisch en cultuurhistorisch aan bij het plangebied zodat op een verantwoorde manier het verwachtingsmodel kan worden bepaald. ,

,

,

,

,

,

,

,

Conform protocol 4002 van de BRL SIKB 4000 zijn in het kader van het bureauonderzoek de volgende werkzaamheden uitgevoerd: LS01 Afbakenen onderzoeksgebied ; vaststellen consequenties toekomstig gebruik. Producten: Topografische kaart of tekst met begrenzing van het geografische plangebied ; Topografische kaart of tekst met de begrenzing van het onderzoeksgebied ; Kaart of tekst over het mogelijk toekomstig gebruik ; LS02 Beschrijven huidig gebruik. Product: Tekst en/of kaart van het plangebied met exacte gegevens over de huidige situatie van het terrein met legenda en toelichting. ; LS03 Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen. Product: Tekst en/of kaart van het plan- en onderzoeksgebied met bekende gegevens over de Historische situatie met legenda en toelichting. LS04 Beschrijven bekende archeologische ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke waarden. Producten: Kaart of tekst met bekende archeologische waarden ; Kaart of tekst met bekende bouwhistorische waarden ; Kaart of tekst met aardwetenschappelijke gegevens. LS05 Opstellen gespecificeerde verwachting. Product: Tekst en indien noodzakelijk verwachtingskaart met toelichting over verwachte archeologische waarden of potenties als onderdeel van het standaardrapport. ,

,

,

,

2. 2 Situering plangebied Het plangebied zelf ligt in het zuidwesten van Beesel gelegen aan de Kerkstraat 14 deel van de gemeente Beesel provincie Limburg (Afbeelding 1). Het plangebied staat afgebeeld op kaartblad 58E van de Topografische kaart van Nederland. Het gebied heeft een omvang van circa 1. 139 m.2 ,

AA260013. R01v0. 1. ARG765

11 van 44

,

,

Afbeelding 1: Situering van het plangebied (rood kader). De inzet geeft de situering van het plangebied binnen Nederland weer. Bron: Topografische kaart Nederland

2. 3 Huidig gebruik Voor de uitkomst van het bureauonderzoek en de bepaling van het (eventuele) vervolg van het voortraject (inventariserend veldonderzoek) is het van belang de huidige situatie vast te stellen. Bodemverontreiniging gebruik bebouwing maar ook de aanwezigheid van bijvoorbeeld een hoogspanningsleiding kunnen de onderzoeksstrategie van vervolgactiviteiten (mede) bepalen. Daarnaast kan dit mede bepalend zijn voor de archeologische verwachting (bijvoorbeeld bollenteelt als indicatie voor diepploegen of boomkorvisserij als indicatie voor bodemverstoring). 6

,

,

,

Ten tijde van het onderzoek bestond het plangebied uit bestrating door trottoir tegels braakliggend terrein enkele struiken en gras en uit een boerderij (Afbeelding 2). ,

6 KNA

versie 4.2 , Protocol 4002.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

12 van 44

,

Afbeelding 2: De huidige situatie zoals op een recente luchtfoto. Het rode kader geeft de ligging van het plangebied weer. Bron: PDOK.

2. 4 Toekomstige inrichting Het mogelijk toekomstig gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het eventuele navolgende onderzoek (inventariserend veldonderzoek fysiek beschermen of opgraven). De wijze waarop het gebied wordt ingericht kan bijvoorbeeld betekenen dat bekende en/of verwachte archeologische waarden (deels of geheel) onaangetast (kunnen) blijven. Ook kan besloten worden de inrichting dusdanig aan te passen dat de bekende en/of verwachte archeologische waarden alsnog (deels of geheel) onaangetast (kunnen) blijven. 7 ,

,

,

In het plangebied zal nieuwbouw worden gerealiseerd (zie Bijlage 1). Ten behoeve hiervan wordt de bestaande bouw gesloopt. De nieuwbouw zal ca. 460 m 2 bedragen en er zullen parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De exacte ingrepen zijn echter nog onbekend. Aangenomen wordt dat als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden archeologische waarden kunnen worden vernietigd dan wel verstoord.

2. 5 Aardkundige waarden Kennis van de geologie bodem en hydrologie van het onderzoeksgebied is noodzakelijk om inzicht te krijgen in de gebruiksmogelijkheden van het landschap voor de mens. De geraadpleegde aardkundige gegevens dienen te leiden tot een helder en consistent verhaal aan de hand waarvan uitspraken kunnen worden gedaan over de gebruiksmogelijkheden van het landschap door de mens in verschillende relevante perioden en voor verschillende relevante activiteiten. 8 ,

7 KNA

8 KNA

versie 4.2 , Protocol 4002. versie 4.2 , Protocol 4002.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

13 van 44

2.5.1 Het

Geologie Limburgs

landschap

klimaatverandering noordwest

(deze

is

de

loopt de

Stolberg langs

de Ardennen

het Tertiair, ten

Heerlerheidebreuk

kwam

noorden

aangeduid

verplaatste

de

de

gerekend

tot de

Gedurende

zich

Maas

een

breuk,

langzaam

oost

van

Beegden. Op

periodes

veranderde

landschap, waarbij de Maas

van

plangebied ligt volgens

Allergd (tussen maaiveld,

enkele

(droge)

jaar geleden).

de

insnijding

van

afzettingen.

Met

name

tijdens

de Maas,

tijdens

het

Vroeg-

klimatologische omstandigheden

op

grote

(respectievelijk

en

gebied

wordt

73.000 tot 55.000 midden

en

dan

plangebied ligt

ook

worden

aangeduid in het

Op de geomorfologische

extrapolatie

het

van

dalvlakteterras

waarvan

9

a

als

is het

gebied

(kaartcode 5E44). Op

plangebied dalen,

10

omringen

De

het

richting

van

de

is de

Bree

stelsel

deze

Feldbiss breuk

gaat

samen

grindig

hoger

te

de

Door de het einde

aan

liggen, terwijl

het

liggen (opheffingsgebieden

langzame kanteling van Zuid-Limburg in etappes,

afzette.

sediment

Deze

komt deze formatie

langzaam stromende,

waarbij

in koude

afzettingen

worden

voor.

meanderende

rivier,

met

een

in, om vervolgens in de volgende koudere

verplaatsing van

de Maas

oost

van

oudste terrassen zich in het oosten

en

met

aangeduid).

wordt

te

verplaatsen gebeurde

noordwesten een

de

lager

kwam

zuidoost-

van

zogenaamde

waar

Feldbiss-breuk

Door deze

zich in de bodem

Het

landschap

en

west, ontstond

naar

bevinden

schaal

circa

perioden,

tot een

wordt

en

en

het

huidige,

een

daterend

relatief

laag

uit het en

vlak

de

de terrassen bedekt met eolische als

zand

gevolg

koude

van

beek-

en

Het verstoven

zand

werd onder

als de

ouderdom

Formatie het

van

rivierbeddingen

van

terras

120

180

m

afstand

nog watervoerend

het

liggen

plangebied ten

westen

meer

in

Boxtel.*

Dit

waarop

het

verwacht.

bebouwing ongekarteerd (Afbeelding 3). Op dat

droge

en

uit

van

pakket dekzandafzettingen

aangenomen

noordoostelijke

er

aangeduid

Gezien

worden en

op,

jaar geleden?®).

dun

door

werden

traden

verstuivingen

dekzandgebied.

plangebied kan

interstadiale terrasvlakte,

een

karakteriseert zich door

Laat-Pleniglaciaal

Limburg afgezet het

op

de koudere

en

plangebied geen

kaart

in

29.000 tot 12.450

noord-

en

een

rivierlopen.

nog herkenbare

tijde van

Noord-Brabant

die

ten

m

de Maas

hoogste

Dit

geomorfogenetische kaart’

de

loopt

activiteiten,

in het westen.

13.900

en

breukzone

Roerdalslenk

was,

herhalen. Vanwege de

zuiden

west.

25

sneed de Maas

dit proces te

tektonische

als de Neeroeterenbreuk

als slenken).

naar

ca.

In deze fase

van

Limburg

van

belangrijke

zogenaamde

rivier

perioden

ten

dalingsgebieden

en

vlechtende

12.850

Ten

de

van

terrassen

met

Limburg

van

wilde

warmere

Een

vervolgens

een

holocene stroomdal

Het

hier

en

ondergrond

Sittard-Kerkrade

Formatie

diepe stroomgordel.

zo

gedeelte

deze

als horsten

Maas

perioden

het

van

lijn

combinatie

een

Rijn-Leisteenplateau (beide zijn zogenaamde middelgebergtes)

het

en

van

de Maas. In de

van

in de aardkorst.

opheffing van

warmere

gevolg

vanaf

en

worden

als

georiënteerde breuken

breuk

gebied

gevormd

de stroom

en

Geleenbreuk

van

geomorfologie

en

deel en

basis

van

van

een

uitmaakt

noordoosten

van

het

is.

geomorfogenetische kaart toont landschappelijke eenheden die op verschillende wijzen zijn de kaart inzicht in de datering van de verschillende eenheden.

ontstaan.

Ook geeft

(geanonimiseerd) e.a., 2020. (geanonimiseerd) e.a., 2020.

AA260013.R01v0.1.ARG765

14

van

44

GEONIUS

4

200000

201000

202000

3650 0

3650 0

3640 0

3640 0 Geomorfologische kaart ___Landduinen BEE

met vlakten en laagten Overloop-of crevassegeul bijbehorende

GEONIUS

‘Glát

BO

Veregeonent

0

15

&

De zsselen Ku 10

s

100 20 30 4%

RO Galen

|

sm

of

Storthopen met grind-. zand. Kleigaten ijzerkuilen

200000

201000

Afbeelding 3: Uitsnede uit de geomorfologische Geomorfologische Kaart Nederland.

2.5.2

kaart.

Het

kader

rode

202000

geeft bij benadering

de

ligging

het

van

plangebied

Bron

weer.

Bodem

Op de bodemkaart is de

gebieden

is het

plangebied

evenmin

gekarteerd (Afbeelding 4).

Door

extrapolatie

verwachting dat in het plangebied radebrikgronden voorkomen, ontwikkeld

in

van

omliggende

fijnzandige lichte

zavel (kaartcode BKd25).

De

radebrikgronden

met kaartcode

BKd25 worden gerekend tot de brikgronden

oude rivierklei van de laatglaciale rivierterrassen met een

duidelijk ontwikkelde

zwaarste

deel minimaal

textuur B

lutum

10%

van

(klei-inspoelingshorizont) die

bevat. De

en

zijn ter plaatse ontwikkeld

de Maas. Brikgronden zijn gronden met

bodems

liggen hoog

tenminste

ten

opzichte

15

een

dik is en

cm

in

briklaag, d.w.z. het

waarvan

het grondwater

en

zijn

heeft 2,5 tot 3% humus.

De

van

daardoor relatief droog. De

bouwvoor

hieronder

(Ap-horizont)

is bruin

liggende E-horizont

tot

is bruin

donker grijsbruin,

20 tot

donkerbruin.

B2t

tot

De

donkerder dan de E. De bovengrond heeft 8 tot 15% lutum tot 75%

Uit

opgehoogd.

uit de

1

naar

op 60 tot 90 cm

-mv.

Het

leem; de

80

cm

diepte begint

B2t 15 tot 30%

lutum

is iets

is

leemgehalte

en

35 tot 50%

50 en

omgeving, bij Kerkstraat 16a, blijkt dat de mogelijkheid bestaat dat het plangebied

en

deze wel aangetroffen, namelijk horizont

die tussen

en

40

in de B2t neemt

duidelijke brikgrond werd hier niet herkend.”

Een

dik

cm

en

leem. Het lutum-

onderzoek

25

beneden af.

In het

aangrenzende perceel

noordelijk deel van dit perceel

van

nummer

16 is

bleek hier tot in de C-

geroerd.!?

(geanonimiseerd) & (geanonimiseerd) 2018. (geanonimiseerd) & (geanonimiseerd) 2024. ,

2

AA260013.R01v0.1.ARG765

15 van 44

GEONIUS

4

Afbeelding 4: Uitsnede bodemkaart. Het rode kader geeft bij benadering de ligging van het plangebied weer. Bron: Bodemkaart Nederland.

van

Grondwater Bij het bepalen van het grondwaterregime van de bodem wordt gewerkt met grondwatertrappen (zie tabel 1). Deze trappen geven een klassenindeling weer van ten eerste de verschillende grondwaterstanden naar diepte en ten tweede de seizoensvariatie in de grondwaterstanden. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VIII (van respectievelijk extreem nat tot extreem droog). Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom met name in het verleden een aantrekkelijk vestigingsgebied. In droge bodems wordt onverbrand organisch materiaal slecht bewaard gebleven als gevolg van oxidatie. Anorganische resten en verbande organische resten kunnen wel goed geconserveerd zijn gebleven. In gebieden met een hoge grondwaterstand kunnen daarentegen organische archeologische resten wel goed geconserveerd worden aangetroffen. Binnen het plangebied komt grondwatertrap VII voor. ,

Tabel 1: Grondwatertrappen.

Grondwatertrap

I

II

III

IV

V

VI

VII

VIII

GHG in cm beneden maaiveld

-

-

< 40

40-80

< 40

> 40

> 80

> 140

GLG in cm beneden maaiveld

< 50

50-80

80-120

80-120

> 120

> 120

> 120

> 160

2. 5. 3

Actueel Hoogtebestand Nederland

Op de hoogtekaart van de omgeving van het plangebied (AHN zogenaamde dynamische opmaak van het maaiveld) is de aftekening van de terrasranden en de restgeulen duidelijk zichtbaar (Afbeelding 5). Het ,

AA260013. R01v0. 1. ARG765

16 van 44

plangebied lijkt hier inderdaad op een dalvlakteterras te liggen in het noordoosten en westen geflankeerd door restgeulen. In het zuiden naast twee geulen en in het noorden op het hogere terras zijn dekzandwelvingen zichtbaar. Binnen het plangebied bestaat weinig hoogtevariatie (Afbeelding 6). Het hoogste punt ligt aan de zuidoostelijke zijde en bedraagt ca. 2073 m +NAP. Het laagste punt van het plangebied ligt in het noorden. Hier is de hoogte van het maaiveld namelijk 2021 m +NAP. Het plangebied lijkt iets geëgaliseerd te zijn. ,

,

,

Afbeelding 5: Uitsnede uit de AHN , waarbij de hoogste delen rood/oranje zijn en de laagste blauw/groen. Het plangebied is roodomlijnd. Bron: AHN.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

17 van 44

Afbeelding 6: Uitsnede uit de AHN , verder ingezoomd op het plangebied , waarbij de hoogste delen rood/oranje zijn en de laagste blauw/groen. Het plangebied is roodomlijnd. Bron: AHN.

2. 5. 4

Resumé

Het plangebied ligt op een Maasterrasvlakte welk is ontstaan in het Allerød (tussen 12. 850 en 13. 900 jaar geleden). Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied hoogstwaarschijnlijk op een dalvlakteterras. Op de bodemkaart is het plangebied ongekarteerd. Vermoedelijk komen hier radebrikgronden voor. De hoogte van het maaiveld ligt tussen 2073 en 2021 m +NAP. Naar verwachting kunnen archeologische waarden vanaf het maaiveld worden aangetroffen. Vanwege de ouderdom van de afzettingen kunnen deze bestaan uit resten vanaf het Laat Paleolithicum. ,

,

2. 6 Historische situatie en mogelijke verstoringen Het beschrijven van de historische situatie dient meerdere doelen. Er wordt archeologisch inhoudelijk gekeken of eventueel sprake is van historische bebouwing (bijvoorbeeld scheepswerven) mogelijke vaarwegen en/of subrecent gebruik waarbij vastgesteld moet worden of sprake is van verstoringen (bijvoorbeeld ontgrondingen stortingen en verhardingen). Belangrijk is niet alleen te vermelden welke informatiebronnen zijn gebruikt maar ook welke niet zijn gebruikt. 14 ,

,

,

,

Bewoningsgeschiedenis De oudste menselijke activiteiten in Nederland dateren uit het Paleolithicum. In het Laat-Paleolithicum Mesolithicum en deels het Neolithicum leefden de bewoners van jagen/verzamelen en visvangst. De jagerverzamelaars trokken door het landschap met name achter het wild aan. Vanuit grotere basiskampen werden jacht expedities opgezet waarbij de jagers langere tijd onderweg waren en tijdelijke kleine kampen inrichten waar ze een beperkt aantal dagen verbleven zogenaamde extractiekampen. Archeologisch onderzoek heeft ,

14 KNA

versie 4.2 , Protocol 4002.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

18 van 44

,

aangetoond dat deze kampen voornamelijk worden aangetroffen in de omgeving van water op overgang van hoog en droog naar laag en nat de zogenaamde gradiënt situatie. In de omgeving van water was namelijk de grootste kans op het aantreffen van wild kon eventueel worden gevist en konden vruchten worden verzameld (met name hazelaars gedijen goed in deze omgeving). Tevens voorzag het water aan de drinkwater behoefte. De meeste kans op het aantreffen van nederzettingen uit de steentijd is dan ook in de buurt van water. Landbouw en daarmee het Neolithicum begon in Nederland ongeveer 5300 voor Chr. op de Zuid-Limburgse lössgronden en verspreidde zich later over de rest van Nederland. De mensen waren gebonden aan vaste woonplaatsen met als gevolg dat ze het landschap gingen inrichten. Uit het Neolithicum stammen ook de oudste zichtbare landschapselementen namelijk de Neolithische grafheuvels. Nabij het plangebied komen deze niet voor. Rond Swalmen liggen echter enkele voorbeelden hiervan. De dichtstbijzijnde hiervan ligt zo’n twee km ten zuidoosten van het plangebied met een vergelijkbare geomorfologische situatie. Op langere afstand hierbij in de buurt liggen meer aan het maaiveld zichtbare grafheuvels op een afbraakwand en gordeldekzandruggen.

15 De boeren bewerkten kleine akkers te midden van uitgestrekte bossen waarbij het vee in een stal of binnen een omheining werd gehouden een systeem dat tot in de Bronstijd werd toegepast. Neolithische vondsten zijn geconcentreerd in de omgeving van de Maas en de belangrijkste waterlopen. Deze gebieden hebben nadien hun favoriete positie door de prehistorie en de geschiedenis heen behouden. In de IJzertijd werd een ander akkersysteem gehanteerd dat wordt aangeduid als het zogenaamde Celtic Fields systeem: kleine ongeveer vierkante percelen die door wallen waren omgeven. Deze komen in de omgeving niet voor. De duidelijkste zichtbare sporen uit de late prehistorie zijn eveneens grafheuvels hoewel de exemplaren in de omgeving uit het Neolithicum en de Bronstijd dateren. Met de komst van de Romeinen vond een ingrijpende verandering in de samenleving plaats. De belangrijkste economische ontwikkeling was de introductie van villa’s grote agrarische bedrijven (50-100 ha). Sommige villa’s ontwikkelden zich uit omheinde inheemse nederzettingen. Het grootste deel van de bevolking bleef wonen in traditionele boerderijen en was meer gericht op zelfvoorziening. De omvang van nederzettingen zal net als later hebben gevarieerd van een enkele boerderij tot een dorp. Vanaf de eerste eeuw na Chr. lijkt zich echter een concentratie van de bevolking in grotere nederzettingen te hebben voorgedaan.

Buiten de woonkernen vaak aan wegen lagen de begraafplaatsen. De meeste villa’s zijn gevonden in een smalle strook aan weerszijden van de Maas. De grotere nederzettingen waren met elkaar verbonden door brede rechte wegen van waaruit lokale wegen richting de villa’s leiden. Een aantal plaatsen in Limburg zijn nog terug te voeren tot de Romeinse tijd. Onder Beesel zijn ook nederzettingsresten aangetroffen uit de 2 e en 3 e eeuw. Het zou om een villaterrein kunnen gaan maar hiervan is geen bewijs gevonden. 16 Het vertrek van de Romeinen in het begin van de 5 e eeuw leidde tot een economische instorting die een eind maakte aan de villa’s. Met het vertrek van de legioenen lijkt ook een belangrijk deel van de inheemse bevolking naar zuidelijker streken te zijn geëmigreerd waarmee de bevolkingsomvang in het huidige Nederland rond de 5 e en 6 e eeuw een dieptepunt bereikte. Pollenanalytische gegevens wijzen op verlaten cultuurlandschap en uitbreiding van bossen. Uit deze periode zijn maar weinig nederzettingen en grafvelden ontdekt. Aanwijzingen voor bewoningscontinuïteit tussen de Romeinse periode en de Vroege-Middeleeuwen concentreren zich langs de randen van het Maasdal. In de Merovingische tijd begon een langzaam herstel. De bevolking groeide weer nederzettingen en cultuurland werden uitgebreid.

Kenmerkend voor de Vroege-Middeleeuwen is de grote dynamiek van het nederzettingspatroon met nederzettingen die regelmatig werden verplaatst. Net als in de Romeinse tijd waren nederzettingen en begraafplaatsen ruimtelijk gescheiden. Vanaf de Karolingische periode lijkt de grootste dynamiek voorbij en kregen nederzettingen een vaste locatie. Van de vroeg-middeleeuwse landbouw in midden en Noord-Limburg is vrijwel niets bekend. Verondersteld wordt dat er net als in Zuid-Limburg in Midden- en ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

15 www.erfgoedatlas.nl ; https://zoeken. cultureelerfgoed. nl/archeologie 16 https://vici. org/vici/9615/

AA260013. R01v0. 1. ARG765

19 van 44

Noord-Limburg sprake werd

bewerkt

onderhoud

konden

grondheerlijke de 10°

het domaniale

van

onvrijen (horigen)

door

grootgrondbezit

was

voorzien.

wordt

het

centra.

Het

kerkstichtingen

grotere agrarische dorpen

hun

een

op

betaling

verklaard,

die

grondslagen

het

in

kregen in

de

op de

in

hun

door

het

omgeving

van

waarmee

Met

ze

name

directe

dorpsvorming.

ontstonden

en

grootgrondbezitters

van

natura.

gewerkt

gekregen

voor

land

ontstonden

stimulerend hebben

locatie te hebben

vaste

het land

stuk

arbeid

gebaseerd

dorpen

De

bedrijfstype waarbij

een

voor

was

zullen

de velden!’

en

ruil

de

van

lijken de nederzettingen een

eeuw

in

stelsel

ontstaan

Ook

die

stelsel:

In de 8° tot

mogelijk ook de eerste

huidige cultuurlandschap zijn

dan ook in de

Vroege-Middeleeuwen gelegd.!? De

Volle

grote

ontginningsperiode

bevolkingsomvang, 10°

eeuw

de

de

en

ontstonden van

(1000-1500) zijn

Late Middeleeuwen

en

werd

de

van

periode

weidegronden

10°

de basis

begin

in deze

de

van

tot

gelegd 14°

het voor

begin een

de

14°

belangrijk

deel

groeide

eeuw

groot belang geweest

van

van

het

aantal

tekort ontstond

een

omgezet in graslanden. De moerasbossen werden gekapt

In de tweede

helft

volgen

ook

het

kavelvormen

2.6.1

het

Beesel

De

oudste huizen eeuw

Markt.

Hier

met

door

een

grote dynamiek

een

in de

het

Ouddorp,

op

eerst

langgerekte

zijn

kon

uit

krans

gevolg

gevolge

van

men

en

een

in Beesel

De

overstroomt,

terrein.

lopende

deel

van

van

langs

uitbreiding

Reuver verbindt

het aantal

zijn

veranderd

in

1173

De

rug

de

en

langs

dat

in

gegraven. In de 15°

nederzettingen heeft

Hierdoor

het

nederzettingsvormen,

de Maas

van

voor

de

Maas.

lag aan

kwam

kerk

tijdens een overstroming dichterbij. Sindsdien Een nieuwe

Beesel

is daar

kerk

rond

voor

dorpskern

gebouwd

gelegen buurtschappen

centraal daartussen

Beesel

naar

een

oude wegen,

het westen

1;

er

nieuwe

de directe

een

van

overstromingen

en

met

de weg die vanuit de kern

de

werden

1750 ontstaan. De

plaats langs

liggen

ontstond in de

plangebied

kransakkerdorp:

vond

Hier

dreiging van

een

eeuw

bebost is

kerk opgegraven. Tot

als

in de 19e

vermelding

gebied

worden

bebouwing

een

Het

driehoekig plein, de

een

in. De

is het en

Bisela).

nederzetting

werd het gevaar

eeuw

de

genoemd.

deze laatmiddeleeuwse

van

het laatst in 1995.

huidige dorpskern

wordt De

De

met

blijkt dat het

dorp is gelegen.

aan

van

(Heinricus

wegen zijn al oud,

Ouddorp

nu

droog wonen. Vanaf de 17de

centrale akker van

bronnen meeste

het

de vloeren

oorspronkelijke vorm gekarakteriseerd een

inkrimping

bevolkingsdaling.

een

Ook

de moerasbossen

veranderde.

Er is sprake van een veld wanneer aan de volgende drie essentiële kenmerken wordt voldaan: gebruikers, 2; visuele openheid en 3; het gebruik van bouwland met de nadruk op graanteelt. 1

cultuurland. sterke

dorp (Bieslo, bosrijk)

het

klimaat groter. In 1643 stortte de kerk

nog achtmaal

marktdorp.

van

hoogste punt

noord-zuid

de fundamenten

eeuw

Beesel

kerk die op het

een

hoger gelegen

en

het een

ontwateringssloten werden

en

kunnen

historische

Beesel.!° De

gedeelte

kan in haar

Beesel

als ook

waarbij bijvoorbeeld

tijd ingrijpend

in

voor

het oude deel

van

op

van

loop

gekend

in het

Beesel een

der

ligt

dorpskern de oude

Tussen de

leidden tot

werden

de

van

ontwikkeling plangebied voor

overstromingen werd groter en de oever

een

Als

bodemgebruik

van

veranderend

omgeving

het

en

naam

en

de 16e

uitgebreid

rond 1599. Uit de historische

oude

toename

In de

grootschalige ontginningen.

werd

plaatsen

komt

is gelegen in

Kerkpad

geweest.

en

veel

op

Historische

plangebied

12de

nieuwe,

de ontginningen

namen

minder

opgaande begroeiing

en

toponiem

van

eeuw

cultuurlandschap

cultuurlandschap

Het

de 14°

van weer

de

van

tijd (1500-1795) was een dynamische periode waarin de bevolking groeide,

De Nieuwe als

dan

af ten

cultuurlandschap.

huidige cultuurlandschap.

ontginningen

weidegronden.

aan

de beekdalen

eeuw

het

van

gevolg

nederzettingen

de meeste steden. De toenemende

waardoor

als

eeuw,

het

voor

bewoningskern dorp

bestaande

gelegen

de weg

richting

kerk- of

die

Maas

Rijkel,

loopt.2®

zijn verschillende eigenaren en/of

(geanonimiseerd) 1999. |,

(geanonimiseerd) & (geanonimiseerd)1, 2025. 20 (geanonimiseerd) & (geanonimiseerd) 2023. ie

,

AA260013.R01v0.1.ARG765

20

van

44

GEONIUS

4

Volgens

de Cultuurhistorische Waardenkaart

aanvullende gegevens

bekend.

Uit de Tranchot

(Afbeelding 7) blijkt

kaart

L-vormig gebouw

een

Provincie

dat binnen

Limburg (Atlas Limburg)?! zijn

het

plangebied bebouwing

200000

7:

Tranchotkaart met daarop het plangebied.

Bron:

(geanonimiseerd) und nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |

Op de kadastrale kaart van 1811-1832 is te zien hoe in het plangebied

8). De percelen

21

rond

plangebied

1803-1820.

geen

Hier is

200500

Afbeelding

de

stond

het

zichtbaar.

200000

aan

over

er

straatzijde

omheen bevonden

waren

in

gebruik als bouwland.

zich enkele

gebouwen,

Aan de

een

200500

weg

of pad

heeft

zuidelijke randen/hoeken

het centrale deel

was

gelegen (Afbeelding van

het

plangebied

echter onbebouwd.

https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default

AA260013.R01v0.1.ARG765

21

van

44

GEONIUS

4

Afbeelding 8: Kadastrale minuutplan 1811-1832 met daarop de huidige ligging van het plangebied. Bron: Beeldbank RCE.

In de jaren hierna vindt bebouwing plaats in het plangebied. Op de kaart van 1896 staat een gebouw afgebeeld in het plangebied en zijn de gebouwen aan de randen verdwenen. Het huidige gebouw dateert volgens het BAG uit 1910. 22

22 https://bagviewer. kadaster. nl/lvbag/bag-

viewer/?searchQuery=kerkstraat+14+beesel&objectId=0889100000250870&theme=BRT+Achtergrond&geometry. x=200320. 137&geometr y. y=364544. 061&zoomlevel=15&bijbehorendeAdressen=Pand

AA260013. R01v0. 1. ARG765

22 van 44

200200

200400

200200

200400

200200

200200 200200

200200

364 0 í

200200

Tweede Volgens

de Indicatieve Kaart

te

Duitse

Deze

stoppen

Middeleeuwen Uit het

200600

Wereldoorlog

Maasstellung. westen

200400

of

Erfgoed (IKME) lag

verdedigingslinie

vertragen.”

Nieuwe

en

Militair

In het

diende als

plangebied

tijd een tankgracht en

verliesregister is gebleken

dat

er

tijdens

een

het

plangebied

vertragingslinie

heeft

volgens

de

in de Tweede om

Wereldoorlog

geallieerde

binnen

invasiemacht

Wereldoorlog

Beesel is op 1 maart 1954 geen

de

uit het

gemeentelijke verwachtingskaart van

loopgraaf gelegen.

te Tweede

de

de

bevrijdt?

vliegtuigen zijn neergestort nabij

Beese 125 Binnen

het werk

Tweede

Wereldoorlog

van

(geanonimiseerd) zijn geen | in of nabij

het

www.ikme.nl

2

https://www.oorlogsbronnen.nl/plaats/Beesel en

bekend

over

enige oorlogsvernielingen tijdens

de

GEONIUS

4

plangebied.2

2

oe (geanonimiseerd)

gegevens

(geanonimiseerd) 2008. ,

5e (geanonimiseerd) 2006.

AA260013.R01v0.1.ARG765

23

van

44

Vlak om het plangebied zijn enkele munitieruimingen bekend namelijk vijf in een straal van 50 m. Daarnaast is in een krans om Beesel heen een aantal mijnenvelden aangelegd. Hiervan ligt één veld in het verlengde van huisnummer 12-12b. Het plangebied ligt mogelijk (deels) in deze krans. 27 ,

2. 6. 2

Mogelijke verstoringen

Uit de hierboven vermelde bronnen zijn aanwijzingen voor verstoringen naar voren gekomen welke gerelateerd kunnen worden aan de realisatie van de bebouwing in het plangebied alsmede de aanleg van een tankgracht en een loopgraaf. De mate van de verwachte verstoring is echter onbekend. Bij het bodemloket zijn geen aanwijzingen voor verstorende saneringen bekend. 28 Volgens de KLIC-melding van 15 januari 2026 zijn in het gebied enkele kabels en leidingen bekend (Afbeelding 9). 29

Afbeelding 9: KLIC-melding van 15 januari 2026. Bron: Kadaster.

2. 6. 3

Ondergrondse bouwhistorische gegevens

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek en de bepaling van het (eventuele) vervolg van het voortraject (inventariserend veldonderzoek) is het van belang de bekende ondergrondse bouwhistorische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Hiertoe is de Atlas Leefomgeving geraadpleegd. 30 Hierbij zijn geen aanvullende gegevens verzameld. ,

27 https://www. arcgis. com/apps/instant/sidebar/index. html?appid=06c40275dd5b414299aeeb7fce0009c0 28 www. bodemloket. nl 29 KLIC-melding. 30 www. atlasleefomgeving. nl

AA260013. R01v0. 1. ARG765

24 van 44

2. 6. 4

Resumé

Het plangebied is voor zover kon worden achterhaald in gebruik geweest als bouwland en vanaf eind 19de eeuw bebouwd geweest. Als gevolg van het gebruik als bouwland zal de bodem naar verwachting tot maximaal 40 cm (bouwvoor) zijn geroerd. De verstoring als gevolg van de bebouwing zal naar verwachting groter zijn mede als gevolg van het uitgraven van de fundamenten eventuele kelders en de aanleg van kabels en leidingen. Onder de vloeren kan echter nog een intacte bodem voorkomen. De gevolgen voor mogelijke aanwezige archeologische waarden kunnen groot zijn. ,

2. 7 Bekende archeologische waarden Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden te beschrijven. Kennis daaromtrent bepaalt mede de onderzoeksstrategie van vervolgactiviteiten. 31 In de volgende paragrafen worden daarom relevante gegevens uit de AMK Archis en de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart beschreven. ,

2. 7. 1

Archeologische monumentenkaart

De AMK is een digitaal bestand van alle bekende behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland dat door de RCE in samenwerking met de desbetreffende provincie is opgesteld. Sinds 2014 is dit een statische kaart die niet meer wordt bijgewerkt. Op de kaart staan terreinen met archeologische status aangegeven. De kaart baseert zich op gegevens uit ARCHIS. Statustoekenning vindt plaats nadat het terrein is getoetst aan een aantal door de RCE gehanteerde criteria (kwaliteit zeldzaamheid en contextwaarde). Het plangebied maakt deel uit van AMK terrein 16698 Het betreft een terrein van hoge archeologische waarde namelijk een terrein met bewoningssporen van de oude dorpskern van Beesel uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In een straal van circa 200 m bevinden zich twee AMK terreinen. Vermeldingswaardig is AMK terrein 227 op ruim 500 m van het plangebied. ,

,

,

Tabel 2: Overzicht AMK-terreinen

AMK

nr.

8692

Afstand t. o. v. plangebied [m]

Datering

Status monument

100 ten N

MESO-NEO

en omschrijving

Archeologische waarde: Sporen van bewoning ook vondstmateriaal uit PALEO ROM en ME. Deze ligt in en op de rand van een restgeul. Met name veel MESO resten. Hoge archeologische waarde: Terrein met resten van een kerk uit de LME. Mogelijk in de 12 e eeuw gebouwd gesloopt in 1840. Het oude kerkhof ligt nog vol met graven. hoge archeologische waarde: Terrein met ROM Zeer bewoning in elk geval nederzetting wellicht villa. e Voornamelijk dakpanfragmenten. 2en 3 e eeuw. ,

,

15592

240 ten W

LME-NT

,

227

500 ten Z

ROM

,

2. 7. 2

,

Archeologische vondstlocaties

ARCHIS is het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd. ,

31 KNA

versie 4.2 , Protocol 4002.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

25 van 44

In ARCHIS

staat

circa

m

200

zijn

vondstlocatie

geen

geregistreerd

veertien vondstlocaties bekend.

binnen

begrenzing van

de

De vondsten

het

de rand

aan

van

plangebied.

Uit

terrashelling

de

een

straal

in het

van

noorden

zijn niet meegenomen. Tabel 3: Overzicht ARCHIS-vondstmeldingen

Zaakidentificatie

Afstand t.o.v.

nr.

plangebied [m

2101255100

Datering

200 ten O

NTM-NTL

Archeologische begeleiding

2742071100

240 ten N

PALEO-BRONS

2742622100

330 ten O

MESO

2743449100

270 ten

2743457100

270 ten N

aardewerk,

Steengoed,

porselein, pijpaardewerk.

bbp

ee

Laet:

Niet-archeologische vondstmelding. microsteker

N

2005.

en

MUTSESnSn

Vuurstenen

geretoucheerde afslag.

ROM

Archeologische veldkartering

1979.

Geverfde

beker.

MESO-NEO

Archeologische veldkartering

1979.

Vuurstenen

d-

kling, kernen, geretoucheerde micro-kling, schrabber, schaaf, klingschrabber

en

afslagschrabber. 2862884100

250

ten

N

NEO

Archeologische veldkartering schrabber, spits

2890578100

270 ten W

ROM

-VMEB

en

1976.

Vuurstenen

stuk

vuursteen.

onbekend

(geanonimiseerd) 1997. Een tegula en enkele Romeinse |

IVO-P

scherven stenen

en

gedraaid

structuren

aardewerk.

(Late

Verder

Middeleeuwen

graven

t/m

en

Nieuwe

Tijd). 3006017100

270

ten

W

LMEB

Niet-archeologische veldkartering keramieken

3043537100

100

ten

O

ROMM

Niet-archeologische denarius

kruis,

3044436100

270

ten

W

LMEB

|

3206022100

|

2OtenW

260

ten

met

Name en swalndal

ROM,LMENT

keizer

LME

Zilveren

Carolus er op.

Chr. Een

keramieken

omlopende fijne groeven.

1997. stukken wubulsen

ondetermineerbaar

W

na

Archeologische veldkartering. spinklos

3171828100

vondstmelding.

met

768-798

Een

spinklos.

detector

zonder

1990.

aardewerk.

Niet-archeologisch graafwerk Stenen

door

(geanonimiseerd) 2006. |

doopvont

4576585100

100

ten

N

PALEO-NEO

IVO-O RAAP

2017. Vuurstenen

afslag.

4652798100

290

ten

N

MESO-NEO

IVO-O RAAP

2018. Vuurstenen

afslag.

landschappelijke

context

27.3 Binnen

Archeologische onderzoeksgebieden een

straal

van

onderzoeksmeldingen

circa

200

m

rond

het

plangebied zijn

in

eenzelfde

dertien

bekend.

AA260013.R01v0.1.ARG765

26

van

44

GEONIUS

A

Tabel 4: Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaakidentificatie

Afstand t.o.v.

nr.

plangebied [m]

2073295100

170 ten O

Uitvoerder

Aard

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn < (geanonimiseerd) mn

resultaten

en

diepte

tot

1,5

Verstoringen bodem 2101255100

170 ten

Bl(geanonimise rd)

vijf boringen gezet met

IVO-O 2005. Er zijn van

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn < (geanonimiseerd) mn

2

Houtskool,

m.

in de

bleek

AB 2005.

het onderzoek

van

vorm

bot

puin

van

sintels. De

en

poldervaaggrond

een

te

Begeleiding bij de sloop

graafwerkzaamheden

een

aardewerk.

en

zijn.

en

i.v.m. nieuwbouw.

Veel

steengoed, aardewerk, porselein. 2142436100

90 ten NO

4553791100

170 ten

4576585100

90 ten

NW

BAAC

Econsultancy

BU/IVO-O cm

NO

nadere informatie.

IVO-O 2006. Geen

RAAP

2017. Alle

verwachting is naar laag bijgesteld.

De

-mv.

boringen verstoord, tot 75-210

IVO-O 2017. Het oud cultuurland het

plangebied

historisch

behoort,

tot

het booronderzoek is de

van

verwachting blijven 4584206100

25 ten NW

Geonius

BU/IVO-O een

briklaag

aardewerk,

is niet

hoge

een

basis

middelhoge

staan.

plangebied

2018. Het

die

waardevol. Op

is daarom

en

Spick, waar

heeft wegen

Deze heeft

zijn bevonden.

beleefde kwaliteit

het

van

bleek

opgehoogd

herkend. Vondsten,

met

name

uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe

zijn aangetroffen.

zijn

Deze

en

tijd

in de Aan-horizont

aangetroffen. 4753691100

160 ten

NO

Arcadis

verwachting hoog, resten

200 ten NO

EARTH

evenals

uit de IJZ

middelhoog. 5151651100

uit het PALEO-BRONS is de

BU 2019. Voor resten

binnen

is

een

werd

deelgebied

Voor

verwachting

is de

Booronderzoek

IVO-O 2022. Voor het

plangebied

VME

en

de LME-NT.

voor

aangeraden.

in de buurt

het

van

afgetopt profiel waargenomen

het AMK-terrein.

Een

passieve begeleiding

is

aangeraden. 5266753100

180 ten NO

EARTH

Hierbij zijn

AB 2022.

schans verder weg

resten van

gevonden.

de Dit

gracht van

de

ligt verder

dan

relevant is. 5497190100

1ten NW

BU/IVO-O

Econsultancy

2024. Voor het

plangebied

is

een

verwachting opgesteld

alle

BRONS

een

middelhoge verwachting

en

hebben.

VME, welke De bodem

het noorden meer

perioden

hoge

voor

bleek verstoord,

dermate

te verwachten

diep

behalve de

maar

alleen in

dat daar geen resten

waren.

Een IVO-P werd

aangeraden. 2086693100

60 ten W

BILAN

5612371100

90 ten NW

RAAP

IVO-O 2006. Gegevens

BU/IVO-O

2024. In het

gradiëntsituaties voor. Dryas in

AA260013.R01v0.1.ARG765

27

van

44

een

Het

terrasvlakte

onbekend.

plangebied

komen

gebied lag in het Jonge met

daarnaast de Maas.

GEONIUS

A

Zaakidentificatie nr.

Afstand t. o. v. plangebied [m]

Uitvoerder

Aard en resultaten van het onderzoek Echter heeft het gebied door de verstoring door beakkering een lage trefkans voor jagerverzamelaars. Vanaf het NEO is de verwachting hoog. Archeologische begeleiding is aangeraden.

5819481001

120 ten NW

Geonius

IVO-P 2025. Er is een intacte bodem aangetroffen maar geen radebrik. In het noordelijke deel bestaat een vindplaats uit een waterput en twee kuilen. e e Vermoedelijk 11-12-eeuw. Vervolg is niet aangeraden.

,

Afbeelding 10: Uitsnede uit de Archiskaart met hierop onderzoeks- en vondstmeldingen. Daarnaast worden ook de AMK-terreinen weergegeven. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: ARCHIS 3.

2. 7. 4

Gemeentelijke verwachtingskaart/beleidsadvieskaart

De gemeente Beesel beschikt over een archeologische beleidskaart (Afbeelding 11) en twee archeologische verwachtingskaarten toegespitst op de Prehistorie en Romeinse tijd (Afbeelding 12) en de ander op de Middeleeuwen en Nieuwe tijd (Afbeelding 13). ,

Op de gemeentelijke beleidskaart staat het plangebied gekarteerd als gebied met een hoge verwachting. Deze verwachting heeft een direct verband met de ligging binnen de historische kern van Beesel. Hierbinnen hoort een algemene doelstelling voor behoud in situ voor archeologische resten. Hier moet archeologisch onderzoek uitgevoerd worden bij een grotere verstorende diepte dan 40 cm -mv. Op de verwachtingskaart van de Prehistorie tot en met de Romeinse tijd heeft het plangebied een middelhoge verwachting.

AA260013. R01v0. 1. ARG765

28 van 44

Volgens de verwachtingskaart van de Middeleeuwen een

hoge verwachting.

tankgracht

en

een

Dit

heeft te maken

met

Nieuwe

en

tijd

heeft

de ligging in de oude

het plangebied

kern.

Ook

zou

voor

in het

deze perioden

plangebied

loopgraaf hebben gelegen. 200500

200000

201000

3650 0

3650 0

Gemeentelijke Middeleeuwen LJ Plangebied

beleidskaart -

Nieuwe tijd

36450

36450

GEONIUS GeanausArchaclogie 250)

38200 50

‘200500

200000

Afbeelding

een

11:

De

Aelen Kl

A

von ADgeenen

10

Gtát

Geleen

201000

|

Beleidskaart gemeente Beesel. Bron: (geanonimiseerd) et al. 2010.

AA260013.R01v0.1.ARG765

29

van

44

GEONIUS

4

200000

200500

201000

3650 0

3650 0

Gemeentelijke Prehistorie

36450

L]

-

beleidskaart Romeinse tijd

Plangebied

36450

Lage archeologische verwachting Middeoge archeologische verwachting

Hoge archeologische verwachting

Zeer lage archeologische verwachting Verstoord (ontgronding/opgegraven/afgegraven) AMKterein

Gemeentegrens

EONIUS 4 f

10

20004 Afbeelding 12: Verwachtingskaart Prehistorie

be

zselen

150

20

‘200500 —

Romeinse tijd gemeente

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=bc973db3-86b3-4c2d-9e62-6694cd4500ce