CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Adviesrapport onderzoek naar toetreding tot GR RDM ORGfit met bijlagen

Raadscommissievergadering 16 september 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Zienswijzeprocedure toetredingsverzoek GR Reinigingsdienst Maasland28.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Onderzoek naar toetreding tot GR RDM Adviesrapport V E R T R O U W D E

V O O R U I T G A N G

6 juni 2024

Voorwoord Met genoegen presenteren wij u onze rapportage met betrekking tot het onderzoek naar toetreding tot de gemeenschappelijk regeling Reinigingsdienst Maasland. Allereerst willen wij onze dank uitspreken voor het vertrouwen dat u in ons heeft gesteld om dit onderzoek uit te voeren. De afgelopen periode heeft ORGfit voor gemeente Beesel begeleiding en ondersteuning geboden in het onderzoek naar toetreding van de gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst Maasland. Deze rapportage is het resultaat van de bijdrage van de werkgroep, de gevoerde gesprekken met interne en externe stakeholders en de uitvoerige documentenanalyse om te komen tot een gezamenlijk beeld. We hopen dat deze rapportage u waardevolle inzichten biedt en richting geeft voor het vervolg. Namens ORGfit, Ralph Bons en Karel Pluijmakers

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

2.

Aanpak

3.

Ontwikkeling huishoudelijk afvalbeheer

4.

Gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst Maasland

5.

Varianten toetreding 5.1 Bepalingen volwaardige deelname 5.2 Bepalingen aspirant lidmaatschap 5.3 Verschillen tussen varianten 5.4 Kansen bij toetreding 5.5 Risico’s bij toetreding

6.

Gevolgen bij toetreding 6.1 Financiële & organisatorische gevolgen 6.2 Juridische gevolgen 6.3 Hoe nu verder?

7.

Aanbeveling

8.

Bijlagen 3

1. Inleiding

4

1. Inleiding Aanleiding Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn, met een economie met zo min mogelijk afval en zonder nodeloze verspilling van grondstoffen. Het Nationaal programma Circulaire Economie 2030 – 2050 geeft hier invulling aan. Dit programma omvat meer richtinggevende en dwingende maatregelen die impact hebben op afvalinzameling. De huidige aanbieder PreZero kan geen invulling bieden aan de gewenste vorm van afvalinzameling. Bovendien loopt het contract met PreZero af per 1 maart 2025, waardoor Gemeente Beesel de mogelijkheid heeft om opties voor (uitvoering van) de afvalinzameling te onderzoeken.

Vraag Gemeente Beesel heeft ORGfit gevraagd om een onderzoek te begeleiden naar de kansen en risico’s van toetreding tot de GR RDM als volwaardig alternatief voor een marktpartij (lees het in de markt zetten van een dienst voor o.a. de inzameling van rest-, GFT- en PMD-afval) via een Europese aanbesteding.

Doelstelling Ondersteuning en begeleiding bij het onderzoek naar toetreding tot de GR RDM dat leidt tot een adviesrapport met kansen en risico’s. Deze gezamenlijke inspanning levert inzicht in de scenario’s direct toetreden of toetreding met een proefperiode. Op basis hiervan kan besluitvorming plaatsvinden om een keuze te maken voor één van deze scenario’s of het continueren van de Europese aanbesteding. Elementen die tijdens het onderzoek aan bod komen zijn: • • •

Beleid & Kwaliteit Juridisch & Financieel Governance

Reinigingsdienst Maasland hierna RDM heeft zichzelf als alternatief gepresenteerd tijdens de raadsvergadering van 3 oktober 2023. 5

2. Aanpak

6

2. Aanpak Ten behoeve van ons onderzoek hebben wij de nodige documenten bestudeerd, waarvan de specificatie is opgenomen in de bijlagen bij dit rapport. Onder de projectbegeleiding van ORGfit heeft een werkgroep bestaande uit een delegatie van medewerkers van de gemeente Beesel een bijdrage geleverd aan dit onderzoek. Het onderzoek is verdeeld in fasen (zie bijlage 1). De afgelopen maanden vond er wekelijks een werkoverleg plaats met als doel: • Informeren en dialoog • Prioriteitstelling • Focus op resultaat en presentatie daarvan • Bewaking voortgang realisatie In ons onderzoek zijn diverse interne en externe stakeholders betrokken en geïnterviewd. Gesprekken zijn gevoerd met: • Reinigingsdienst Maasland; Directeur en Strategisch adviseur afvalmanagement & circulariteit, met als doel kennismaking, inventarisatie informatie en het inhoudelijk aanscherpen van de toetredingsvoorstellen. • United Quality; Adviseurs (Advies en Aanbesteding in afval), met als doel advies inzake het aanbestedingstraject met Bergen, Gennep en Horst a/d Maas voor de inzameling van rest- en GFT-afval. • Boels Zanders; Advocaat en specialist in het bestuurs- en overheidsprivaatrecht, met als doel toetsing aanbesteding aspirant deelname en borging procedure toetreding nieuwe deelnemers.

• Gemeente Beesel; concerncontroller, griffier en wethouder Marcel Roelofs met als doel interne afstemming en voorbereiding werkvergadering Raad. Tot slot heeft er op 16 april 2024 een werkvergadering ‘toetreding Reinigingsdienst Maasland’ plaatsgevonden om de Raad voortijdig mee te nemen op inhoud en proces. 7

3. Ontwikkeling huishoudelijk afvalbeheer

8

3. Ontwikkeling huishoudelijk afvalbeheer Strategische heroriëntatie De dynamiek rondom (de organisatie van) huishoudelijk afvalbeheer ondergaat een aanzienlijke transformatie. Het is essentieel voor gemeenten om zich hierop voor te bereiden. Eén van de maatschappelijke opgaven voor gemeenten is de transitie naar een circulaire (grondstoffen)economie. Gemeenten zetten zich actief in om initiatieven te ontwikkelen voor circulaire regio’s, met beleidsplannen ‘van afval naar grondstof’ en een verbrede focus van het inzamelen naar het stimuleren en motiveren van inwoners tot duurzamere consumptiepatronen. Tegelijkertijd rust er een traditionele verantwoordelijkheid en wettelijke zorgplicht op gemeenten om huishoudelijk afval in te zamelen. Via een gemeentelijke inzameldienst, samenwerking met andere gemeenten of uitbesteding aan de markt. In de afgelopen jaren hebben veel gemeenten de afweging gemaakt tussen zelf doen, samenwerken of uitbesteden. Dit heeft geleid tot verschuivingen, zoals blijkt uit de grafiek rechts afgebeeld. Het aantal gemeenten dat samenwerkt in verzelfstandigde overheidsorganisaties, een vennootschap of een gemeenschappelijke regeling (GR), is gestegen van ongeveer 28 procent naar meer dan 60 procent (Bron: IPR Normag, maart 2024).

9

3. Ontwikkeling huishoudelijk afvalbeheer Strategische heroriëntatie Afwegingen die gemeenten maken om samen te werken zijn strategisch, bedrijfseconomisch en praktisch van aard. Denk aan schaalvergroting voor efficiënte logistieke dienstverlening, meer financieel draagvlak, betere mogelijkheid tot elektrificatie van voertuigen danwel aanschaf van voertuigen op waterstof, naast de inzet van innovatieve ICT. Gemeenten stellen steeds meer eisen aan een inzamelorganisatie omdat de uitdagingen groeien in een complexer speelveld. Het (aan)sturen op het gewenste gedrag van inwoners is gericht op minder verspilling, voorkomen van restafval, meer hergebruik en meer scheiding van recyclebare grondstoffen. Gemeenten verlangen dat de betrokken inzamelorganisatie daarin proactief meedenkt en meewerkt aan het bewerkstelligen van de gemeentelijke ambities en doelen: van afval naar grondstof. En dat de inzamelorganisatie voldoende flexibel is om door de gemeente gewenste beleidsmaatregelen vlot en doeltreffend uit te voeren. Het aantal private inzamelaars neemt af. De private sector kan niet / moeizaam voldoen aan de complexe eisen en wensen van gemeenten in het kader hun doelstellingen en missen flexibiliteit. De markt voor inzameling van huishoudelijk afval voor de private inzamelaars is minder aantrekkelijk geworden. Dit vanwege de scheiding tussen de inzamellogistiek en de verwerking.

Juist die combinatie van inzamelen en verwerken heeft de voorkeur van private inzamelaars bij inschrijving op een aanbesteding. De huidige dienstverlener PreZero heeft juist daarom aangegeven niet meer in te schrijven bij een toekomstige aanbesteding wanneer het alleen inzameling betreft. Landelijk neemt het aantal gemeenten dat inzameldienstverlening aanbesteedt trendmatig af, dat geldt ook voor het aantal private inzamelaars dat is verminderd van dertig naar zeven. Voor gemeenten die de opdracht in de toekomst nog blijven aanbesteden, heeft dit grote gevolgen: aanbesteden of toch aansluiten bij een publieke partij. Door de terugtrekkende beweging van private inzamelaars moeten de publieke partijen zich steeds meer samen strategisch positioneren. Binnen Limburg hebben we het over Reinigingsdienst Maasland (4 gemeenten), Reinigingsdienst Westelijke Mijnstreek (4 gemeenten), RD 4 (10 gemeenten) en gemeenschappelijke regeling Geul en Maas (3 gemeenten), samen goed voor 21 van de 31 Limburgse gemeenten. 10

4. GR Reinigingsdienst Maasland

11

4. GR Reinigingsdienst Maasland In 1963 is de gemeenschappelijke regeling RDM opgericht om, namens de deelnemende gemeenten, de wettelijke afvalzorgplicht uit te voeren door een zo optimaal mogelijke exploitatie en beheer (maatschappelijk, financieel, milieu) van de gehele afvalketen. De zienswijze van destijds is nog steeds actueel: netwerken en diensten organiseren ten dienste van het algemeen maatschappelijk belang (publieke meerwaarde). Op dit moment levert RDM haar diensten aan de gemeenten Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Echt-Susteren. Dankzij gezamenlijke beleidskeuzes, succesvolle implementatie daarvan en verdere professionalisering van de organisatie staan zij op het huidige punt van verdere groei en doorontwikkeling. RDM staat bekend om haar betrouwbaarheid, kwaliteit en service, en is al 60 jaar stevig geworteld in de regio. Inmiddels biedt RDM een breed dienstenpakket. Voor de deelnemende gemeenten verzorgt RDM de inzameling en verwerking van grondstoffenstromen en beheert milieuparken. Verder adviseert RDM de gemeenten bij hun afval- en grondstoffenbeleid en verzorgt RDM de afvalcommunicatie en -educatie. Voor een deel van de deelnemende gemeenten verzorgt RDM aanvullende diensten, zoals straatreiniging. Ook zamelt RDM afval in bij in de regio gevestigde MKB-bedrijven (circa 1.500 bedrijven). De voordelen hiervan vloeien terug naar de gemeenten en haar burgers.

Het Dagelijks Bestuur (DB) en Algemeen Bestuur (AB), bestaat uit de (vak)wethouders van deelnemende gemeenten, zij bepalen de koers van RDM. De bestuurders borgen daarmee de belangen van hun gemeente(n). De wettelijke basis voor de gemeenschappelijke regeling (GR) is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De wet maakt het mogelijk voor overheden om wettelijke bevoegdheden en taken over te dragen aan een gemeenschappelijke regeling (zie bijlage 2). Het bestuur van RDM heeft de toekomstvisie en aanpak voor de komende jaren vastgelegd in het Strategisch Meerjarenplan 2023 – 2028 (zie bijlage 3). 12

4. GR Reinigingsdienst Maasland RDM heeft als gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie in de onderstaande infographic in kaart gebracht hoe de gemeente(raad) grip heeft op RDM. Van belang is te noemen dat de betreffende wethouders de bestuurders zijn van RD Maasland en de gemeente zelf het beleid bepaalt.

13

4. GR Reinigingsdienst Maasland • Grip via sturing: De gemeente bepaalt haar eigen beleid en stuurt RDM aan via het Algemeen en Dagelijks Bestuur. RDM zorgt voor informatievoorziening, rekening houdend met de raadscyclus. • Grip via collectief: RDM zorgt voor collectieve afspraken via ASL (Vereniging Afvalsamenwerking Limburg), samenwerking met collega GR-en en afstemming met provincie en waterschap. • Grip op publieke meerwaarde: RDM houdt rekening met gemeenschappelijke dossiers (denk aan participatiewetgeving en waterbeheer), heeft een overheids- en bedrijfsmatig netwerk en stelt de burger centraal, niet de winst. • Grip op data: Aan de hand van data maakt RDM haar werkprocessen en resultaten zichtbaar. Daarin is ze transparant en legt verantwoording af via DVO’s (dienstverleningsovereenkomsten) en de P&C cylus (begroting, jaarrekening, kadernota). Dit bepaalt ook haar werkstructuur doordat ze aan de hand van de data processen worden geoptimaliseerd en beleidsadvies geven.

14

4. GR Reinigingsdienst Maasland Financiële kengetallen 2023 De onderstaande informatie is gebaseerd op de concept jaarrekening 2023 RDM versie 3-4-2024 (zie bijlage 4), zoals deze voor zienswijze is voorgelegd aan de huidige deelnemers. De Netto Schuldquote, Solvabiliteit en Structurele Exploitatieruimte zitten allemaal binnen de gestelde BBV normen. •

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Netto Schuldquote in %

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

< 130 %

52 %

56 %

63 %

55 %

Als de uitkomst voor netto schuldquote hoger is dan 130% dan staat het licht op rood en heeft de GR een erg hoge schuld. Al bij een netto schuldquote van 100% springt het licht bij wijze van spreken op oranje. De Netto Schuldquote beweegt zich bij RDM op een niveau van 50 à 63 % en bevindt zich dus ruimschoots binnen de norm. •

Solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Solvabiliteitsratio in %

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

> 15 %

16 %

11 %

8%

13 %

Bij een lager eigen vermogen is de vermogensbuffer van de GR erg klein. Bij een negatief percentage als uitkomst zijn de schulden van de GR zelfs hoger dan de waarde van de bezittingen en staat het bezit onder water. RDM bevindt zich binnen hun eigen gewenste norm. 15

4. GR Reinigingsdienst Maasland Financiële kengetallen 2023 •

Structurele Exploitatieruimte helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Structurele Exploitatieruimte in %

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Progr 1 2 3: > 0 %

5%

0%

0%

4%

Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Bij RDM schommelt dit saldo normaal rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dit wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten.

De algehele conclusie is dat RDM een financieel gezonde positie heeft.

Tijdens de werkvergadering van de Raad op 16 april 2024 werd er nog een verzoek ingediend om ook de jaarrekeningen van voorgaande jaren te beoordelen. De jaarrekeningen van 2021 en 2022 geven een getrouw beeld en een gezonde financiële positie weer.

16

5. Varianten toetreding

17

5.1 Varianten toetreding Bepalingen volwaardige deelname

Het bestuur van RDM heeft zich nadrukkelijk uitgesproken dat zij een groei ambitie heeft. Dit vertaalt zich ook in de mogelijkheden voor toetreding tot de GR. In dat kader is er naast volwaardige deelname ook een optie om toe te treden als aspirant lidmaatschap. Voor zowel volwaardige deelname als aspirant lidmaatschap zijn de genoemde bepalingen geïnventariseerd vanuit de documentenanalyse en de gesprekken met directeur en strategisch adviseur afvalmanagement & circulariteit van RDM. Voor een verslag van de gestelde vragen en antwoorden zie bijlage 5. De onderstaande bepalingen zijn verdeeld naar toe- en uittreding: Toetreding: • Deelname AB (1 lid en 1 plaatsvervangend lid). Gemeenten > 20.000 inwoners mogen 2 leden aanwijzen. • Er is sprake van enkelvoudig stemrecht per deelnemende gemeente (niet op basis van aantal aansluitingen / inwoners). • Deeleigenaar in de RDM assets (voertuigen/vastgoed). • Bij toetreding is geen bijdrage aan eigen vermogen RDM noodzakelijk. • Een meerderheid van twee derde van de bestaande RDM gemeenten moet akkoord zijn met toetreding. Uittreding: • Een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar moet in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. • Bij uittreding wordt de uittreedsom bepaald door een onafhankelijke adviseur.

De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten (zie art. 34 Gemeenschappelijke regeling RDM per 1-7-2024). 18

5.2 Varianten toetreding Bepalingen aspirant lidmaatschap

In de vorm van het aspirant lidmaatschap treedt de gemeente toe tot de gemeenschappelijke regeling op dezelfde wijze als volwaardige deelname, maar dan met een benoemde proefperiode en voorwaarden zoals opgenomen in artikel 13 van de dienstverleningsovereenkomst gemeente Beesel (zie bijlage 6). Bij aspirant lidmaatschap wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in de dienstverleningsovereenkomst (hierna DVO) een ander proces te doorlopen bij uittreding, dit zoals vermeld in artikel 33 uittreding van de gemeenschappelijke regeling RDM. Het aspirant lidmaatschap is dus in tegenstelling tot volwaardige deelname opgenomen in het DVO en niet in de GR. De onderstaande bepalingen zijn verdeeld naar toe- en uittreding: Toetreding: • Het aspirant lidmaatschap heeft ten doel dat een gemeente ervaring op kan doen met de werkwijze van RDM met een vastgestelde proefperiode. Deze proefperiode kent een maximale duur van 3 jaar ingaande vanaf het moment dat de DVO in werking treedt. Na deze periode zal het aspirant lidmaatschap automatisch overgaan in deelname voor onbepaalde tijd. • Gemeente Beesel heeft in het AB van de GR RDM een adviesrol en heeft hiermee geen directe zeggenschap over de bedrijfsvoering van RDM. • Inhuur van diensten en daarmee geen investeringen. • Geen deeleigenaar in de RDM assets (voertuigen/vastgoed).

• Bij toetreding is geen bijdrage aan eigen vermogen RDM noodzakelijk. • Een meerderheid van twee derde van de RDM gemeenten moet akkoord zijn met toetreding. Uittreding: • Een opzegtermijn van minimaal 1 jaar voorafgaand aan de afloop van de proefperiode. • De bij toetreding overgenomen (inzamel)middelen, overgenomen tegen de gemeentelijke boekwaarde, zullen bij uittreding tegen de dan geldende boekwaarden worden teruggenomen. • Bij uittreding zullen er conform artikel 13 van de DVO buiten de benoemde boekwaardes geen andere kosten in rekening worden gebracht.

19

5.3 Varianten toetreding Verschillen tussen varianten

Volwaardige deelname

Aspirant lidmaatschap

Deelname in AB (directe zeggenschap)

Adviesrol in AB

Deeleigenaar in de RDM assets

Geen deeleigenaar in de RDM assets

Geen proefperiode

Maximale proefperiode van 3 jaar

Opzegtermijn van 2 jaar

Opzegtermijn van 1 jaar

Een uittredingsplan waarbij een uittreedsom wordt bepaald door een onafhankelijke adviseur

Bij uittreding tegen de dan geldende boekwaarden worden ingebrachte assets teruggenomen

20

5.4 Varianten toetreding Kansen

Wellicht is nu de juiste tijd aangebroken om in te spelen op de (landelijke) ontwikkeling huishoudelijk afvalbeheer. Het Nationaal Programma Circulaire Economie bevat een mix van maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen. In dat kader is het voor gemeenten belangrijk om in te zetten op een duurzame relatie met een flexibele, betrouwbare en vooruitstrevende inzamelorganisatie die aan de gewenste kwaliteitsstandaarden van de circulaire opgave kan voldoen. Reinigingsdienst Maasland biedt kansen voor: • • • • •

Regionale samenwerking (kennisdeling en gebruik maken van regionale faciliteiten). Synergie voordelen (bij afstemming in brengbeleid, acceptatie grondstoffen, data en ICT en transport). Solidariteit (denk aan het opvangen van uitval vrachtwagens). Flexibiliteit (de mogelijkheid om op- of af te schalen in basis- en plustaken of in inzamelfrequenties). Stabiliteit (grip op beleid en kostenontwikkeling).

21

5.5 Varianten toetreding Risico’s

In deze paragraaf maken wij een onderscheid tussen risico’s die (a) specifiek betrekking hebben op de toetreding en (b) gerelateerd zijn aan de bedrijfsvoering van RDM.

(A); in het kader van de toetreding zijn er geen majeure risico’s te benoemen. We benadrukken dat bij aspirant lidmaatschap gemeente Beesel geen risicodrager is. Bij volwaardige deelname is hier wel sprake van en kunnen eventuele tekorten of overschotten worden verrekend onder de deelnemers. RDM is op dit moment bezig om een nieuw begrotings- en afrekensystematiek te implementeren waarbij gemeenten gaan bijdragen op basis van de activiteiten per gemeente (maatwerk). In ons onderzoek waarbij we o.a. de jaarrekeningen 2021, 2022, 2023 en begroting 2025 hebben geanalyseerd, zijn er geen financiële risico’s gevonden die de toetreding doen verhinderen. De jaarrekeningen zijn voorzien van een controleverklaring met een getrouw beeld. (B); Op grond van de onderzochte documentatie geeft RDM aan dat dit de meest majeure risico’s zijn: • • • • •

Dienstenpakket Programma twee (vegen en kolkenzuigen) is relatief duur, uitbreiding noodzakelijk. Extra (financiële) inspanningen benodigd om VANG-doelstellingen te halen. Leeftijdsopbouw personeel. Externe kostenstijgingen en inflatie. Kwetsbaarheid (digitaal) archief.

Daarnaast zijn er risico’s waarvan de voorspelbaarheid niet groot is en/of de mogelijk nadelige gevolgen moeilijk zijn te kwantificeren. Te denken valt hierbij onder meer aan de uittreding van een gemeente, onderling conflicterend gemeentelijk beleid, nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, rampen of calamiteiten, schommelingen in vergoedingen voor recyclebare grondstoffen, ICT-kwetsbaarheid, arbeidsmarktontwikkelingen, fiscale wijzigingen, misbruik en oneigenlijk gebruik. 22

6. Gevolgen bij toetreding

23

6.1 Financiële & organisatorische gevolgen Impact bij volwaardige deelname & aspirant lidmaatschap

Financieel: • Afhankelijk van de keuzes in dienstenafname en het bepalen van de inzamelfrequenties variëren de totale kosten tussen ca. € 655.000 en ca. € 825.000 per jaar. Dit is exclusief eenmalige opstartkosten (ca. € 30.000). Deze genoemde bedragen zijn exclusief BTW en gelden zowel voor volwaardige deelname als aspirant lidmaatschap.

•

Medebepalend voor een concrete kostenraming is de besluitvorming in de raadsvergadering van juli 2024 in het kader van het grondstoffenplan. In de volgordelijkheid hebben de keuzes die hier worden gemaakt impact op het toetredingsvoorstel, c.q. de offerte van RDM.

•

Begrotingstechnisch kan bij toetreding RDM een deel van de kosten (ca. € 12.500) niet meer aan afval worden toegerekend (met dekking voorziening afval) en komen deze kosten ten laste van de gemeentelijke exploitatiebegroting. Dit betreffen de organisatorische kosten die hieronder worden toegelicht. (De hoogte van dit bedrag is mede afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt met betrekking tot het grondstoffenplan).

Organisatorisch: • Een gedeelte van de administratieve werkzaamheden (zeer beperkt) zullen bij toetreding door de GR RDM gaan plaatsvinden. Dit betreft ca. 0,11 fte.

24

6.2 Juridische gevolgen Procedure toetreding nieuwe deelnemers De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft als doel om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen (GR) te vergroten. Voor 1 juli 2024 moeten alle GR’en in Nederland zijn aangepast aan deze nieuwe wetgeving. Ter versterking van de positie van de raad is er op grond van de wetswijziging niet alleen tot maximaal 13 weken de tijd om toestemming aan het college te verlenen. Tevens wordt zij ook nog eens gedurende 8 weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze op het ontwerpbesluit te geven. Dit heeft impact op het proces, met name de doorlooptijd! Voor het toetredingsproces geldt op basis van artikel 1 lid1 Wgr de collegeregeling. Dat wil zeggen dat zowel initiatief tot toetreding als besluitvorming over toetreding des colleges is. De colleges van B&W van de gemeenten Beesel en Horst aan de Maas hebben hun interesse uitgesproken om per 1 maart 2025 toe te treden tot de GR van RDM. De processtappen die in dat verband moeten worden doorlopen zijn beschreven in bijlage 7. De betrokkenheid van alle gemeenteraden vormt daarbij een belangrijk onderdeel. Zo dienen zij hoe dan ook in de gelegenheid te worden gesteld om a) een zienswijze te geven, en b) toestemming te verlenen voor de beoogde toetreding.

Om de toetreding per 1 maart 2025 te kunnen effectueren, is de planning krap maar niet onmogelijk. Om de planning te halen wordt gevraagd aan alle betrokkenen om de vereiste besluiten tijdig te agenderen in de vergaderingen van de colleges en de gemeenteraden. De al gepubliceerde raadsagenda's van zowel de huidige deelnemers als de beoogde toetreders van RDM zijn in de opgenomen planning (zie bijlage 7) tot uitgangspunt genomen.

25

6.3 Hoe nu verder? Proces toetreding Aanvankelijk liepen twee sporen parallel namelijk (1) toetreding tot de GR RDM als volwaardig of aspirant lid en (2) Europees aanbesteden al dan niet samen met Gennep, Bergen en Horst a/d Maas. Zoals aangegeven op de vorige pagina is de doorlooptijd behoorlijk gewijzigd waardoor deze sporen niet meer parallel kunnen verlopen. Zoals in bijlage 7 weergegeven loopt het proces tot toetreding in principe door t/m 28 februari 2025. Het indienen van zienswijzen en het daarmee samenhangende proces kan echter leiden tot vertraging. Daarom dient een alternatief voorhanden te zijn om de inzameling per 1 maart te borgen (overbrugging). Loopt alles volgens planning (als het college in juni a.s. beslist om een verzoek tot toetreding in te dienen) kan de dienstverlening via RDM o.b.v. toetreding per 1 maart 2025 worden gestart. RDM garandeert dat zij m.i.v. 1 maart 2025 direct kan starten met haar dienstverlening, tevens biedt zij een tweetal mogelijkheden aan als vangnet: 1. 2.

Een korte tijdelijke onderhandse opdracht (onder aanbestedingsgrens) vanuit de gemeente Beesel aan RDM om de periode waarin de toestemming tot toetreding nog niet formeel is geregeld te overbruggen. Een optie om een tijdelijke publiek-publieke samenwerking aan te gaan tussen RDM en gemeente Beesel. Dit middels een samenwerkingsovereenkomst die komt te vervallen als de toetreding formeel is geregeld of de aanbesteding is afgerond.

Indien het college (theoretisch) beslist om géén verzoek tot toetreding in te dienen dan zal het aanbestedingsproces met marktpartijen starten vanaf juli 2024 en naar verwachting een gunning verlenen in het 1e kwartaal 2025. Dit betekent dat de bovengenoemde optie 2 in werking treedt om de dienstverlening per 1 maart 2025 te borgen. We hebben de bovengenoemde processen in het schema op de volgende pagina’s weergegeven. 26

6.3 Hoe nu verder? Proces toetreding College van B&W

College van B&W Dient een verzoek tot toetreding in bij het DB van RDM

Toetredingsproces GR RDM

September 2024

Besluit om het voorstel tot toetreding en wijziging van de regeling voor toestemming voor te leggen aan de raad

November 2024 – Februari 2025

Raad & College van B&W Na verkregen toestemming van de Raad besluit het college van B&W tot toetreding

Maart 2025

Positief Raad Juni 2024

Krijgt 8 weken de gelegenheid om zienswijzen in te dienen

Raad November – December 2024

Wordt gedurende 13 weken gevraagd om toestemming te verlenen voor de voorgenomen toetreding en wijziging van de regeling

RDM Februari 2025

RDM start m.i.v. 1 maart 2025 haar dienstverlening

Maart – Juni 2025

Tijdelijke onderhandse opdracht aan RDM bij uitloop

27

6.3 Hoe nu verder? Proces toetreding Raad & College van B&W

College van B&W Dienen géén verzoek tot toetreding in bij het DB van RDM

Toetredingsproces GR RDM

Juni 2024

Besluit keuze marktpartij (gunning)

Negatief

Marktpartij

Ambtelijke organisatie Juni 2024

Aanbestedingsproces markt wordt gestart

Maart e.v. 2025

Februari 2025

Een marktpartij kan starten vanaf 1 maart 2025 of later met haar dienstverlening

Overbrugging via een tijdelijke publiek-publieke samenwerking met RDM bij uitloop aanbestedingsproces markt December 2024 - 2025

28

7. Aanbeveling

29

7. Aanbeveling De afgelopen periode hebben wij de opties tot toetreding tot de GR RDM onderzocht en vergeleken met een aanbestedingstraject via de markt. Hieruit blijkt dat aanbesteden via de markt weinig aanbieders kent die zich willen inschrijven voor alleen inzamelen. Het is een reëel (doem)scenario dat er maar één of geen aanbieder inschrijft. Gezien de ontwikkeling op het gebied van huishoudelijk afvalbeheer i.c.m. de circulaire opgave is toetreden tot de GR RDM mogelijk een veilige en stabiele keuze. Uit ons onderzoek is gebleken dat zowel op financieel, als juridisch terrein zich geen majeure risico’s voordoen die de mogelijke toetreding belemmeren. Ons is gevraagd om een voorkeursscenario te formuleren t.b.v. het besluitvormingsproces voor de raadsvergadering in september. Alles overwegende stellen wij vast dat er geen sprake is van een voorkeursscenario. Beide varianten doorlopen hetzelfde juridische proces en vragen financieel geen extra ‘offer’ bij toetreding in de zin van een bijdrage in het eigen vermogen van de GR RDM. Een mogelijke toetreding tot de GR RDM kan geschieden volgens 2 varianten, namelijk via volwaardige deelname of aspirant lidmaatschap. Volgens ons onderzoek zijn er toetredingtechnisch gezien weinig verschillen tussen beide varianten. In beide varianten treed je toe tot de GR.

Onderscheidend is dat bij keuze voor volwaardige deelname er sprake is van zeggenschap en dus grip op het beleid. Wat deze grip inhoudelijk betekent hebben wij in dit onderzoek niet beoordeeld. Het aspirant lidmaatschap is een tijdelijke aanloop tot volwaardige deelname. In deze proefperiode van drie jaar heeft de gemeente Beesel geen aandeel in het eigen vermogen van RDM en is hierdoor dan ook geen risicodrager. Dit geeft comfort omdat de dienstverlening is geborgd en de gemeente kan wennen aan de GR RDM. Uiteindelijk is het aan het college van B&W en de gemeenteraad om een keuze te maken waarbij de onderscheidende accenten wat ons betreft vooral liggen op beleid en kwaliteit.

30

8. Bijlagen

31

8. Bijlage 1: Fasering aanpak De gehanteerde aanpak

1. Start

HOE

RESULTAAT

• In deze stap stemmen we de aanpak verder af en scherpen aan waar nodig. • We bepalen de exacte rolverdeling tussen gemeente Beesel en ORGfit en bepalen de afstemmingsmomenten. • We organiseren de projectplanning en maken afspraken met alle betrokken stakeholders in de vorm van een kick-off. • We bekijken welke documentatie noodzakelijk is om een gedegen beeld te krijgen als input voor ons onderzoek. Duidelijk en gedragen plan van aanpak

2. Verkenningsfase In het kader van een afwegingskader richten wij ons op een aantal onderwerpen: 1. Inhoud 2. Kwaliteit 3. Juridisch & Financieel 4. Governance • Door middel van deskresearch vormen we een beeld van de GR RDM. • We bespreken met de werkgroep onze bevindingen n.a.v. de deskresearch en stellen met elkaar vast of deze bevindingen bijstelling van de aanpak vergen.

Op niveau i.r.t. context

3. Ontwikkelen scenario’s • Op basis van de hiervoor genoemde onderwerpen leveren Gemeente Beesel en ORGfit samen een bijdrage om de scenario’s uit te werken. • Er spelen twee sporen namelijk (1) toetreding tot de GR RDM als volwaardig of aspirant lid en (2) Europees aanbesteden. Vanuit scopebewaking levert ORGfit alleen een bijdrage aan spoor 1 toetreding tot de GR RDM. • De resultaten worden vervolgens uitgewerkt in een concept rapportage

Concept adviesrapport

4. Advies • Wij formuleren een adviesrapport voor een voorkeursscenario over de toetreding tot de GR RDM, die kan worden ingediend voor het besluitvormingsproces t.b.v. de raadsvergadering voorzien in september 2024. • In het advies beschrijven we de hoofdlijnen van het onderzoek met de voorwaarden, verschillen, kansen en risico’s. Tevens worden de stappen om tot formalisering en uitwerking te komen globaal beschreven.

Scenario’s uitgewerkt

8. Bijlagen De onderstaande bijlagen zijn separaat opgeleverd bij dit adviesrapport. •

Bijlage 2: Gemeenschappelijk regeling RD Maasland per 1-7-2024.

•

Bijlage 3: Strategisch Meerjarenplan RD Maasland 2023-2028.

•

Bijlage 4: Concept Jaarrekening RD Maasland 2023.

•

Bijlage 5: Q&A RDM.

•

Bijlage 6: Dienstverleningsovereenkomst Gemeente Beesel - RD Maasland per 2025.

•

Bijlage 7: Planning procedure beoogde toetreding nieuwe deelnemers.

33

Bijlage 2

RD Maasland Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking gemeenten

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Echt-Susteren, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; overwegende dat de Gemeenschappelijke Regeling een wijziging behoeft als gevolg van de wetswijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022 en de aanvullende behoefte om meer maatwerk aan te bieden voor zowel de huidige als eventuele toekomstige deelnemers van Reinigingsdienst Maasland; gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen; BESLUITEN: vast te stellen de eerste wijziging van de gemeenschappelijke regeling "Reinigingsdienst Maasland" met ingang van 1 juli 2024, waardoor deze als volgt komt te luiden:

2

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN. Artikel 1.

Begripsbepalingen

1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de regeling : deze gemeenschappelijke regeling; b. de deelnemer(s) : de aan deze regeling deelnemende colleges van de gemeenten; c. de gemeente(n) : de gemeente(n), die aan de regeling deelnemen; d. het openbaar lichaam : het openbaar lichaam bedoeld in artikel 2 van de regeling; e. Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van Limburg f. de Wet : de Wet gemeenschappelijke regelingen; g. de dienst : de Reinigingsdienst Maasland. 2. Waar in deze gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet, van enige andere wet of van enig ander wettelijk voorschrift van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de secretaris onderscheidenlijk gelezen: de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst Maasland, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de secretaris.

3

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 2 HET OPENBAAR LICHAAM. Artikel 2. 1 2

Naam en vestigingsplaats

Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd: "Reinigingsdienst Maasland". Het in artikel 1 genoemde openbaar lichaam is gevestigd in de gemeente Leudal.

Artikel 3.

Bestuur

Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.

4

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 3 BELANGEN TEN BEHOEVE WAARVAN DE REGELING WORDT GETROFFEN EN DE TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET OPENBAAR LICHAAM. Artikel 4.

Belang

Het openbaar lichaam is opgericht in het belang van een milieuhygiënisch verantwoorde en een doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Artikel 5. Doel Het openbaar lichaam heeft tot doel: - het tot stand brengen van een samenwerking tussen de deelnemers op het terrein van het (doen) inzamelen en bewerken van afvalstoffen, het reinigen van de openbare ruimten en de daarmee samenhangende taken; - het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de gemeenten in het kader van de rechten en plichten ten opzichte van de Vereniging Afval Samenwerking Limburg (ASL), die neergelegd zijn in de door de aangesloten gemeenten afgesloten contracten. Artikel 6.

Taken en bevoegdheden

1.Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 5, wordt een openbaar lichaam in stand gehouden en geëxploiteerd. Aan het openbaar lichaam komen de in dit artikel opgenomen taken van (beleids)uitvoerende aard toe. 2. Het openbaar lichaam voert de taken voor de deelnemers uit in de vorm van basistaken en plustaken. 3.Het openbaar lichaam voert één of meer van de volgende basistaken uit voor de deelnemende gemeenten: a. afvalbeheer (inzameling en beheer milieustraten); b. het verrichten van kringloopactiviteiten, en; c. beleidsadvisering en voorlichting. 4. In aanvulling op het bepaalde in het derde lid geldt dat de op 1 juli 2024 bestaande uitzonderingen op de in het derde lid genoemde basistaken, voor zover vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst tussen het openbaar lichaam en de betreffende gemeente, worden gerespecteerd. 5.Het openbaar lichaam kan onder meer de volgende plustaken uitvoeren, waaronder, maar niet uitsluitend: a. straatreiniging (o.a. mechanisch vegen, handmatig vegen, verwijderen zwerfafval op verhardingen, onkruidbestrijding verhardingen, verwijderen hondenpoep op hondenuitlaat plekken, legen straatprullenbakken); b. kolkenreiniging; c. ongediertebestrijding d. groenbeheer (zwerfafval verwijderen in groen, schoffelen, maaien, snoeien en opstellen en uitvoeren beheerplannen) e.

klein civieltechnisch (onderhoud, beheer en instandhouding van straatmeubilair, borden, herstel bestrating), f. gladheidsbestrijding; g. onderhoud groen op sportcomplexen en onderhoud groen op begraafplaatsen h. overige werkzaamheden (o.a. graffiti en kauwgom verwijderen); i. inzet op basis van oproep (geen planning).

5

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

Artikel 7. Dienstverlening 1. Ter uitvoering van de in artikel 6 opgenomen taken wordt er per deelnemer een dienstverleningsovereenkomst aangegaan. 2. Het model van de dienstverleningsovereenkomst wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en bevat ten minste de uitgangspunten en voorwaarden voor de dienstverlening en de financiering daarvan. Artikel 8. Dienstverlening voor derden 1.Het openbaar lichaam is bevoegd om basis- en plustaken voor derden uit te voeren. 2. Het algemeen bestuur besluit daartoe op voorstel van het dagelijks bestuur. 3.Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat het openbaar lichaam het merendeel van zijn taken blijft uitvoeren voor de deelnemers.

6

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 4 HET ALGEMEEN BESTUUR. Artikel 9. 1. 2.

3.

Samenstelling

Aan het hoofd van het openbaar lichaam staat het algemeen bestuur. Iedere deelnemer wijst uit zijn midden één lid en één plaatsvervangend lid voor het algemeen bestuur aan, met dien verstande dat de gemeenten met minder dan 20.000 inwoners, één lid aanwijzen en de gemeenten met 20.000 inwoners of meer, twee leden aanwijzen. Voor de bepaling van het aantal inwoners voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal op 1 januari van het jaar waarin laatstelijk de leden van de gemeenteraad zijn gekozen en zoals dat wordt gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 10.

Onverenigbare functies.

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege het bestuur van het openbaar lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder ambtenaar mede verstaan degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst van het openbaar lichaam werkzaam is. Artikel 11. 1. 2.

3.

4. 5.

De leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de colleges. De benoeming van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering of uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de colleges van de deelnemers in de nieuwe samenstelling. Een college kan een door hem aangewezen lid ontslaan door het vertrouwen op te zeggen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur schriftelijk op de hoogte. In de plaatsen van leden die door ontslag, overlijden of om andere redenen openvallen wordt binnen drie maanden voorzien door de betreffende deelnemer. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra men ophoudt lid te zijn van het college waardoor men krachtens het bepaalde in het eerste lid is benoemd.

Artikel 12. 1. 2.

3. 4. 5. 6.

Einde en aanvang lidmaatschap algemeen bestuur

Vergaderingen van het algemeen bestuur

Het algemeen bestuur stelt op voorstel van het dagelijks bestuur voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Het algemeen bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo vaak de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste twee leden dit, onder opgave van redenen, schriftelijk verzoeken. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer minimaal drie van de aanwezige leden daarom verzoeken of wanneer de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Ten aanzien van het verhandelde in een besloten vergadering is artikel 23 van de wet van toepassing.

7

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

7. 8.

Het algemeen bestuur mag niet beraadslagen, besluiten of stemmen, indien niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Over de begroting en over de rekening kan het algemeen bestuur slechts beraadslagen en/of een besluit nemen in een openbare vergadering.

Artikel 13. 1. 2.

Stemrecht

De leden van het algemeen bestuur beschikken over enkelvoudig stemrecht. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen vereist.

8

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 5. HET DAGELIJKS BESTUUR. Artikel 14. 1.

2. 3. 4.

Samenstelling dagelijks bestuur.

Het dagelijks bestuur bestaat uit de door het algemeen bestuur uit zijn midden te benoemen voorzitter en tenminste twee leden, waarbij de leden van het dagelijks bestuur nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur mogen uitmaken. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur geschiedt telkens in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in zijn nieuwe samenstelling. Beëindiging van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt van rechtswege het einde van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur met zich mee. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door overlijden, ontslag of om een andere reden tussentijds zijn opengevallen vindt plaats binnen twee maanden na het tijdstip waarop de vacature is ontstaan. Indien een vacature in het dagelijks bestuur gepaard gaat met een vacature in het algemeen bestuur dan vindt de aanwijzing van een nieuw lid van het dagelijks bestuur plaats binnen twee maanden, nadat door de deelnemer die zulks aangaat, is voorzien in het algemeen bestuur.

Artikel 15. Dagelijks bestuur: vergaderingen 1. 2. 3.

4. 5. 6.

De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en voor andere werkzaamheden en zendt dit aan het algemeen bestuur. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten indien ten minste de helft, met een minimum van twee, van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. Bij staking der stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.

9

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 6 DE VOORZITTER. Artikel 16. 1.

2. 3.

Het algemeen bestuur benoemt telkens in de eerste vergadering in zijn nieuwe samenstelling de voorzitter en de vicevoorzitter uit de leden, die op grond van artikel 13, tweede lid van deze regeling in het dagelijks bestuur worden aangewezen. Hetgeen in deze regeling ten aanzien van de voorzitter is bepaald vindt mede toepassing ten aanzien van de vicevoorzitter. Indien de voorzittersfunctie, respectievelijk de vicevoorzittersfunctie door overlijden, ontslag of om een andere reden tussentijds vacant is, benoemt het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering een voorzitter onderscheidenlijk een vicevoorzitter.

Artikel 17. 1. 2. 3. 4.

Benoeming.

Taken en bevoegdheden

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De voorzitter ondertekent alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. De voorzitter draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten van het dagelijks bestuur. De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde opdragen.

10

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 7 DE SECRETARIS.

Artikel 18. 1. 2.

3. 4. 5.

Benoeming en taak.

Het algemeen bestuur besluit omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij alles wat de hen opgedragen taak aangaat, terzijde. Hij woont de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur bij en heeft daarin een adviserende stem. Door de secretaris worden alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend. Het bepaalde in artikel 11, lid 3 vindt voor deze functie overeenkomstige toepassing. Het algemeen bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast en regelt diens vervanging.

11

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 8 INLICHTINGEN- EN VERANTWOORDINGSPLICHTEN. Artikel 19. 1.

2.

3.

4.

Interne inlichtingen en verantwoordingsverplichtingen.

De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. Zij geven, gezamenlijk of ieder afzonderlijk, uit eigener beweging danwel op verzoek van het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen, die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. De aflegging van verantwoording als bedoeld in het eerste lid, alsmede het na voorafgaand verzoek verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede lid geschieden op de wijze zoals is aangegeven in het reglement van orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur is bevoegd in het reglement van orde voor zijn vergadering nadere regels te stellen ten aanzien van de wijze waarop door het dagelijks bestuur danwel de leden daarvan inlichtingen dienen te worden verschaft respectievelijk verantwoording dient te worden afgelegd.

Artikel 120. Externe inlichtingen- en verantwoordingsverplichtingen. 1. 2. 3.

4. 5.

6.

Het bestuur geeft de raden van de gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de gemeenten op verzoek van de raden of één of meer daarvan alle gevraagde inlichtingen. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat hem heeft aangewezen schriftelijk alle inlichtingen die door het college of een of meer leden daarvan worden verlangd. De leden van het algemeen bestuur zijn aan de colleges die hen hebben aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hen in dat bestuur gevoerde beleid. Het op verzoek verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede en derde lid, alsmede het afleggen van verantwoording als bedoeld in het vierde lid geschiedt op de wijze, zoals die in het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de betreffende gemeente is bepaald. Het college is bevoegd een door hem aangewezen lid in het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

12

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 9 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET OPENBAAR LICHAAM. Artikel 21

Bevoegdheidsverdeling algemeen bestuur

Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het algemeen bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot: a. b. c. d. e. f. g. i. k. k. l.

het opstellen van de jaarlijkse kadernota; het vaststellen van de meerjaren strategische plannen en jaarlijkse beleidsplannen en de daarbij behorende meerjarenraming; het vaststellen van de begroting met bijbehorend investerings- en financieringsplan, alsmede de wijziging daarvan; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van de winstbestemming/verliesdekking; het vaststellen van verordeningen, waaronder de controleverordening; het vaststellen van het treasurystatuut; het vaststellen van een model dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 5, tweede lid van deze regeling; het opstellen van de voorwaarden voor toetreding; het besluiten over toetreding en uittreding; het oprichten van, het mede oprichten van en het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, met inachtneming van artikel 31a van de wet.

Artikel 22 1. 2.

Commissies

Het algemeen bestuur kan, naast commissies van advies, commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. De instelling van commissies, de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling alsmede de vaststelling van andere nadere regelingen met betrekking tot het functioneren van commissies, geschieden overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 en 25 van de wet.

Artikel 23

Bevoegdheidsverdeling dagelijks bestuur

1.

Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het dagelijks bestuur belast met:

a. b. c.

het dagelijkse bestuur van het openbaar lichaam; beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; de meerjaren- en jaarlijkse beleidsplannen en de daarbij behorende meerjarenraming voor te bereiden; de ontwerpbegrotingen en het bijbehorende investerings- en financieringsplan voor te bereiden; de voorlopige jaarrekening op te stellen; het toezicht houden op en het beheren van de financiën en eigendommen van het openbaar lichaam; personeel aan te nemen, te schorsen en te ontslaan, dit met uitzondering van de secretaris; tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 21 aanhef en onder l;

d. e. f. g. h.

13

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

i.

j.

2.

te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur dit aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden en andere instellingen, diensten en personen waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is. Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

Artikel 24 1.

2.

3.

Zienswijzen

Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het algemeen bestuur naar voren te brengen. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee raden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk op de hoogte. Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven zijn, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 24a Inspraak 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee raden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.

14

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 10 FINANCIËLE BEPALINGEN. Artikel 25. 1.

2.

3.

Organisatie financieel beheer.

Het algemeen bestuur stelt de nodige voorschriften vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het geldelijk beheer van het openbaar lichaam. Bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt bepaald wie met het doen van ontvangsten en betalingen voor het openbaar lichaam en met de zorg voor de boekhouding zijn belast. Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 26.

Gemeentelijke bijdragen.

In de begroting van baten en lasten wordt aangegeven de raming van de verschuldigde bijdrage van elke deelnemer voor het jaar waarvoor de begroting dient. Daarvoor gelden de volgende uitgangspunten. a. De deelnemers dragen alle kosten voor de basistaken en, voor zover van toepassing, de plustaken waarin zij participeren. b. De deelnemers dragen ervoor zorg dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. c. In de dienstverleningsovereenkomst wordt bepaald hoe wordt omgegaan met overbesteding dan wel onderbesteding bij basistaken en plustaken. d. Voor elke plustaak geldt dat deze uitsluitend voor rekening en risico wordt uitgevoerd van de deelnemer die deze taak afneemt. Voor zover financiële tekorten optreden als gevolg van uitvoering respectievelijk beëindiging van een plustaak komen deze volledig ten laste van de deelnemer die de betreffende plustaak afneemt respectievelijk heeft afgenomen. Van enige financiële of overige aansprakelijkheid ter zake van de uitvoering van plustaken worden gevrijwaard: - de deelnemers die de betreffende plustaak niet afnemen; - het openbaar lichaam, tenzij het financieel tekort te wijten is aan nalatigheid in de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam; - de deelnemers die de betreffende plustaak wel afnemen, maar het financieel tekort niet hebben veroorzaakt. e.

Voor de berekening van de gemeentelijke bijdrage wordt, rekening houdend met eventuele inkomsten uit andere hoofde, uitgegaan van het aantal huisaansluitingen op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. f. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 15 januari en voor 15 juli telkens de helft van de voor dat jaar geraamde bijdrage. g. Bij het niet overeenkomstig het bepaalde onder e tijdig voldoen van de voorschotten wordt aan de desbetreffende gemeente rente in rekening gebracht overeenkomstig nader door het algemeen bestuur te stellen regelen. h. Het algemeen bestuur kan bepalen, dat de berekening van de gemeentelijke bijdragen, aIs bedoeld onder d, op andere grondslagen dan het aantal huisaansluitingen kan geschieden.

15

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

Artikel 27. 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

8.

Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting met de daarbij behorende toelichting ten minste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, doch uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de ontwerpbegroting geldt, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Hierbij wordt rekening gehouden met de door de raden uitgebrachte zienswijze .

Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, tweede lid, van de wet genoemde datum aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 28. 1.

2.

3.

2.

Procedure bij wijziging begroting.

Het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de Wwet is niet van toepassing op af- en overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerpwijzigingen voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit. Het dagelijks bestuur biedt een voorstel tot af- en overschrijvingen of tot een andere wijziging bedoeld in het eerste lid uiterlijk twee weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan het algemeen bestuur aan. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond na de vaststelling aan de gemeenteraden gezonden.

Artikel 29. 1.

Procedure begrotingsbehandeling.

Aanbieden rekening.

Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar aan het algemeen bestuur verantwoording gedaan onder overlegging van de door de in artikel 24, 2e lid bedoelde functionaris aangeboden rekening. Het dagelijks bestuur voegt daarbij het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de krachtens artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet aangewezen deskundigen. De in het eerste lid bedoelde stukken worden aan het algemeen bestuur en aan de gemeenteraden toegezonden voor 30 april van het jaar, dat volgt op het dienstjaar waarop zij betrekking hebben.

Artikel 30.

Vaststelling jaarrekening.

16

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

1. 2.

3.

4. 5.

6.

7.

Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast in het jaar volgend op dat waarop zij betrekking heeft. Zij wordt binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de wet genoemde datum met alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten en de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. De vaststelling van de rekening strekt degene die belast is met het doen van ontvangsten en uitgaven en het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. In de rekening wordt de door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Voor de berekening van de bijdrage, bedoeld in het voorgaande lid wordt, rekening houdend met eventuele inkomsten uit andere hoofde, uitgegaan van het aantal huisaansluitingen op 1 januari van het jaar waarop de rekening betrekking heeft. De verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 26, zesde lid betaalde voorschotten en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats binnen een maand na verzending van de in het tweede lid bedoelde mededeling. Bij de in het voorgaande lid bedoelde verrekening kan geen verrekening plaatsvinden als bedoeld in Boek 6, Titel I, afdeling 12 van het Burgerlijk Wetboek met andere vorderingen van of aan het openbaar lichaam.

17

GR Reinigingsdienst Maasland versiedatum 20180101

HOOFDSTUK 11 ARCHIEFBEPALINGEN. Artikel 31.

Archiefbepalingen

1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Reinigingsdienst Maasland. 2. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Reinigingsdienst Maasland, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Reinigingsdienst Maasland, die niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van Reinigingsdienst Maasland wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Leudal. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Reinigingsdienst Maasland, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Leudal. 6. De archivaris van de gemeente Leudal brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Reinigingsdienst Maasland, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=88fec10d-2ac0-47fb-8494-823d0a076697