CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling geanonimiseerd

Raadscommissievergadering 8 april 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Bestemmingsplan De Beuckelen 2 te Reuver3.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling De Beuckelen 2 te Reuver

Rapportnummer:

M230262.005/GHO

Naam opdrachtgever: Adres opdrachtgever:

Opsteller: Datum:

20 september 2023

Inhoud Inleiding .................................................................................................................... 3 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 Ligging locatie ................................................................................................................................. 3

Wettelijk kader .......................................................................................................... 5 Algemeen ........................................................................................................................................ 5 Toetsing Besluit milieueffectrapportage ........................................................................................ 5

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ..................................................................................... 7 Algemeen ........................................................................................................................................ 7 Beoordeling .................................................................................................................................... 8 Bodem ............................................................................................................................................................... 8 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 8 Geur ................................................................................................................................................................. 10 Ammoniak ....................................................................................................................................................... 11 Geluid ..............................................................................................................................................................

11 Externe veiligheid ............................................................................................................................................ 11 Milieuzonering................................................................................................................................................. 11 Water............................................................................................................................................................... 12 Ecologie ........................................................................................................................................................... 12 Verkeer ............................................................................................................................................................ 13 Cultuurhistorie en archeologie ........................................................................................................................ 13

Conclusie....................................................................................................................................... 13

Bijlagen ................................................................................................................... 14

Inleiding Aanleiding heeft naast de tak paardenhouderij met pensionstalling een camperplaats voor 8 plaatsen. Initiatiefnemer wil de paardenhouderij verder professionaliseren. Hiertoe wil initiatiefnemer de bestaande gebouwen renoveren. Op het moment zijn op basis van de melding activiteitenbesluit d.d. 14 juli; 2016 5 zoogkoeien (A2.100), 20 volwassen paarden (K1.100) en 4 paarden in opfok (K2.100) toegestaan. Voor deze ontwikkeling is het op basis van het Besluit milieueffectrapportage nodig om aan te geven of er een milieueffectrapportage (m.e.r.) moet worden opgesteld. Dit wordt bepaald door de milieugevolgen die er zijn naar aanleiding van het project. In deze aanmeldnotitie is voor dit project aangegeven waarom er met een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaan kan worden.

Ligging locatie De locatie is gelegen aan de Beuckelen 2 te Reuver. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Beesel, sectie K, nummers 860, 2531, 2532 en 3077.

Afbeelding 1. Ligging locatie (rood omcirkeld) en omgeving.

M230262.005/GHO, Pagina 4 van 14

De locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Beesel. Ze ligt aan een doodlopende weg. Ten westen is op een afstand van ca 200 mtr. de autosnelweg A73 gelegen. Ten oosten, ligt op een afstand van ca 1.500 meter, de Duitse grens.

Afbeelding 2. Luchtfoto huidige locatie De Beuckelen 2 Reuver

De locatie de Beuckelen 2 bestaat uit een agrarisch erf met de bedrijfswoning aan de Beuckelen en de bedrijfsbebouwing op het achtererf. De bebouwing bestaat uit een voormalige varkensstal (1), een voormalige kalverstal/paardenstal (2), opslagloods (3) en een buitenbak (4). In de volgende hoofdstukken vindt de toetsing plaats aan het Besluit milieueffectrapportage (hfdst. 2) en in hoofdstuk 3 is vervolgens de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen.

M230262.005/GHO, Pagina 5 van 14

Wettelijk kader Algemeen Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken. Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.procedure moet worden doorlopen. Een plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties: • in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt; • een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming; • op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt.

Toetsing Besluit milieueffectrapportage Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreden kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; 2. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; 3. het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).

Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; 4. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe

M230262.005/GHO, Pagina 6 van 14

procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.beoordeling aan de orde is, moet: • Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Voorliggend plan betreft een activiteit zoals opgenomen in kolom D onder D.14 “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren.’’ De drempelwaarde waarboven direct een m.e.r.(-beoordelings)plicht geldt, ligt op 100 paarden en pony’s. Het realiseren van het plan op grond van de reeds bestaande melding activiteitenbesluit op de locatie de Beuckelen 2 blijft onder de 100 paarden. Het ligt daarmee onder de drempelwaarde en daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiervoor dient dhr. Hoogeveen voorliggende aanmeldingsnotitie in bij het bevoegd gezag.

M230262.005/GHO, Pagina 7 van 14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Algemeen De vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaat uit een toets aan Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De volgende drie hoofdcriteria staan daarbij centraal: 1. Kenmerken van het project. 2. Plaats van het project. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project De paardenhouderij van het bedrijf is gericht op het opleiden van eigen paarden en het bieden van stallings- en trainingsruimte voor paarden van derden. Het bedrijf heeft binnen deze tak de afgelopen jaren een groei doorgemaakt en er is nog steeds veel vraag naar extra stallings- en trainingsruimte. Vandaar dat de dhr. Hoogeveen een binnenrijpiste en nieuwe paardenstallen wil realiseren ter plaatse van de bestaande gebouwen 1 en 2 op basis van de milieutechnisch toegestane situatie van de melding Activiteitenbesluit van 14 juli 2016. De voormalige varkens- en kalverenstal (waarin reeds een gedeelte van de paardenboxen gesitueerd zijn)(zie stal 1 en 2 in afbeelding 2 op blz. 2) wordt hierbij op eenvoudige wijze omgevormd tot rijhal en paardenstallen, waarin 24 paarden in boxen gehuisvest kunnen worden. Daarnaast wordt voorzien in twee appartementen voor het huisvesten van groomes of stagiaires.

Om plaats te bieden aan boven genoemde plannen worden spanten over de bestaande gebouwen geplaats waardoor een gebouw ontstaat met voldoende ruimte om bovengenoemde plannen te realiseren. Plaats van het project De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande inrichting aan de Beuckelen 2 te Reuver. Dit betreft een vanouds aanwezige agrarische bedrijfslocatie die door de jaren heen is gekrompen in de oorspronkelijke varkenshouderij en is gegroeid in de paardenhouderij.

Afbeelding 3. Luchtfoto huidige locatie De Beuckelen 2 Reuver met intekening contour geplande stal/rijhal.

M230262.005/GHO, Pagina 8 van 14

Kenmerken van de potentiële effecten De potentiële effecten van het project worden bepaald door de kenmerken en plaats van het project. In de volgende paragraaf wordt voor deze aspecten ingegaan op de milieueffecten van het plan.

Beoordeling Voor de beoordeling van het project wordt in deze paragraaf ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn voor de vormvrije m.e.r.beoordeling.

Bodem Na overleg met Dhr. Tielen van de gemeente Beesel is gebleken dat een bodemonderzoek, zowel historisch als verkennend niet nodig is. Op de locatie is namelijk geen wijziging van gebruik (agrarisch) enkel de houderij wijzigt.

Luchtkwaliteit In de onderstaande tabel worden de emissies van de situatie op basis van de melding Activiteitenbesluit (14 juli 2016) weergegeven.

Figuur 4. Dieraantallen en emissies vergund – aanvraag.

Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: • • • •

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.

M230262.005/GHO, Pagina 9 van 14

Fijnstof dierverblijven Zoals uit bovenstaand figuur 4 naar voren komt, is er voor paarden geen emissiefactor voor fijnstof vastgesteld. In de nieuwe situatie wordt er enkel fijnstof geëmitteerd door de aanwezige zoogkoeien. Deze emissie is echter zeer gering (430 gram per jaar) zodat het voornemen geen verhoging van de achtergrondwaarde met zich meebrengt. Op basis van kaarten Atlas leefomgeving blijkt dat de achtergrondwaarden op de locatie 16,3 µg/m3 bedraagt. En daarmee ruim onder de grenswaarde (40 µg/m3)uit de wet luchtkwaliteit ligt. In combinatie met de zeer geringe emissie op de locatie (430 gram) maakt dit dat een toetsing met Isl3a niet noodzakelijk is.

PM2,5 Voor de beoordeling van PM2,5 is gebruik gemaakt van de informatie van Infomil, op de site van Infomil (https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/stof/handreiking-fijn-1/sitemap/pm2-5/ ) wordt het navolgende voor PM2,5 weergegeven: Voor veehouderijen is alleen de jaargemiddelde grenswaarde bij PM2,5 van belang. Deze geldt vanaf 1 januari 2015. Ze geldt naast de grenswaarden voor PM10. De grenswaarde bedraagt 25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Deze grenswaarde voor PM2,5 vraagt geen aanvullende toetsing voor de agrarische sector. De emissie van primair PM2,5 uit veehouderijen is beperkt in verhouding tot de emissie van PM10. Zo bedraagt het aandeel PM2,5 binnen de uitgestoten hoeveelheid PM10 bij volière pluimveestallen ongeveer 6%. Als de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet, dan geldt dit ook voor de PM2,5 normen. Daarbij ligt de achtergrondconcentratie voor PM2,5 in Nederland ruimschoots onder de grenswaarde. Aangezien wordt voldaan aan de grenswaarden van PM10 voor de locatie, kan aan de aan hand van de overwegingen door Infomil, worden geconcludeerd dat ook wordt voldaan aan de grenswaarde voor PM2,5.

Cumulatief toetsen fijnstof veehouderijen Om te voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen bij veehouderijen leiden tot nieuwe fijnstofknelpunten, moet naast de fijnstofemissie (PM10) als gevolg van de nieuwe ontwikkeling bij die veehouderij ook onderzocht worden hoeveel fijnstof veehouderijen binnen een straal van 500 meter van de veehouderij met die nieuwe ontwikkeling produceren. Verder is van belang wat de achtergrondconcentratie is en of er aan de hand van deze gegevens ter plaatse van gevoelige objecten sprake is van overschrijdingen van de grenswaarden voor zwevende deeltjes. Is de achtergrondconcentratie hoger dan 27 µg/m3 en is de fijnstofemissie (PM10) bij de omliggende bedrijven hoger dan 500 kg per jaar, dan dient er cumulatief getoetst te worden op fijnstof afkomstig uit die veehouderijen. Wanneer de fijnstofemissie (PM10) van die veehouderijen hoger is dan 800 kg per jaar dient er, ongeacht de achtergrondconcentratie, altijd cumulatief getoetst te worden. De achtergrondconcentratie ter plaatse van de locatie De Beuckelen 2 is lager dan 27 µg/m3. Volgens de kaart van het RIVM bedraagt de achtergrondconcentratie ter plaatse van De Beuckelen 2 volgens Atlas leefomgeving: 16,3 µg/m3. Het cumulatief toetsen met fijnstof uit veehouderijen binnen een straal van 500 meter rondom De Beuckelen 2 is derhalve niet van toepassing.

M230262.005/GHO, Pagina 10 van 14

Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het planvoornemen is niet zodanig dat er sprake is van een toename van de concentratie schadelijke stoffen in de lucht. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Met behulp van de NIBM-tool 2022 van Infomil is gekeken wat de invloed kan zijn van de extra verkeersbewegingen, “worst-case” 60 bewegingen per dag, op de luchtkwaliteit. Uit deze tool blijkt dat de locatie nog als NIBM aangemerkt mag worden ondanks de extra voertuigbewegingen; zie figuur hieronder. Nader onderzoek is dan ook niet nodig.

Afbeelding 5. Uitdraai Worst-case berekening m.b.v. NIBM-tool 2022 Infomil.

Conclusie: Gelet op bovenstaande uiteenzetting over luchtkwaliteit mag geconcludeerd worden dat het aspect luchtkwaliteit de bovengenoemde plannen niet in de weg staat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering.

Geur Voor paarden zijn geen geurnormen vastgesteld. Paarden vallen onder de categorie ‘vaste afstandsdieren’. Qua geur moet dan minimaal voldaan worden aan de vaste afstandseis van 50 meter tussen gevel van een gevoelig object (woning) en het emissiepunt van het meest nabij gelegen dierverblijf. Op de locatie De Beuckelen2 bevinden binnen een straal 50 meter geen gevoelige objecten. Naar aanleiding van bovenstaand kan geconcludeerd worden dat aan de eisen m.b.t. het aspecten geur vanuit dierverblijven wordt voldaan.

M230262.005/GHO, Pagina 11 van 14

Ammoniak In afbeelding 4 op blz. 8 is de oude, sinds 2016 vergunde, situatie weergegeven. Het plan is volgens vergunde situatie en laat daarmee geen toename van emissie zien. Omdat de vergunde situatie tijdelijk niet gerealiseerd kan worden door aanpassingen aan de gebouwen, zal de ammoniakruimte die tijdelijk niet gebruikt wordt voor het houden van dieren ruimschoots voldoende zijn ter saldering van Nox- en NH3-emissies in de realisatiefase. Een AERIUS-berekening ter onderbouwing is bijgevoegd in bijlage 1.

Geluid Met betrekking tot het goed leefklimaat m.b.t. de verblijven van groomes/stagaires is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Onderhavig onderzoek brengt de in de omgeving optredende geluidniveaus ten gevolge van de inrichting in de toekomstige situatie in kaart en toetst deze aan de geldende geluidnormen. Het onderzoek met rapportnummer M230262.004/JME is als bijlage 2 bijgevoegd. Uit de resultaten van de berekeningen, die in het kader van het akoestisch onderzoek rond de inrichting gelegen aan De Beuckelen 2 te Reuver zijn uitgevoerd, kan geconcludeerd worden dat de toekomstige situatie ten aanzien de in dit onderzoek aangegeven randvoorwaarden akoestisch vergunbaar kan worden geacht.

Externe veiligheid In onderhavig geval is geen sprake van het realiseren van een nieuw zogenaamd kwetsbaar object. Binnen de inrichting zijn ook geen risicobronnen aanwezig. Ook in de omgeving zijn geen inrichtingen, buisleidingen en/of transportroutes die risico’s kunnen vormen. Voorliggend plan heeft dan ook geen gevolgen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vanwege risicovolle bronnen in de omgeving. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmeringen voor voorliggende ontwikkeling.

Milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat (nieuwe) bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: • het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; • het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De milieuhinder die door de bedrijfsactiviteiten wordt veroorzaakt, kan worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009). In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur, stof en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies (zoals woningen), waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen in beginsel rekening dienen te houden.

M230262.005/GHO, Pagina 12 van 14

Geluid Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het aspect geluid een richtafstand van 30 meter. Aan deze richtafstanden wordt voldaan. De meest nabij gelegen woning, De Beuckelen 1, ligt op een afstand van circa 100 meter van de inrichtingsgrens. Er wordt derhalve voldaan aan het afstandscriterium. Geur Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het aspect geur een richtafstand van 100 meter voor rundvee en 50 meter voor paarden. Aan deze afstand wordt ruim voldaan. Stof Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het aspect stof een richtafstand van 30 meter. Aan deze richtafstanden wordt voldaan. De meest nabij gelegen woning, De Beuckelen 1, ligt op een afstand van circa 100 meter van de inrichtingsgrens. Er wordt derhalve voldaan aan het afstandscriterium. Gevaar Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het aspect gevaar een richtafstand van 0 meter. De meest nabij gelegen woning, De Beuckelen 1, ligt op een afstand van circa 100 meter van de inrichtingsgrens. Er wordt derhalve ruimschoots voldaan aan het afstandscriterium.

Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling en omgekeerd veroorzaakt de ontwikkeling ook geen belemmering in de ontwikkeling van de op ruime afstand gelegen (agrarische)bedrijven. Deze worden al beperkt door de meer nabijgelegen gevoelige objecten. Onderhavig planvoornemen heeft geen nadelige invloed op het woon- en leefklimaat van de gevoelige objecten in de omgeving.

Water Er vindt geen toename van verhard oppervlak plaats. Geconcludeerd wordt dat het plan waterhuishoudkundig niet van betekenis is. Er worden geen essentiële waterbelangen geraakt.

Ecologie Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling maakt hoofdzakelijk gebruik van de reeds bestaande bebouwing. Er vinden zeer beperkt wijzigingen aan gevels of kapconstructies plaats en er worden geen planten en/of bomen gerooid. Mogelijke verblijfplaatsen van beschermde soorten worden dus niet verstoord. Overige effecten Gelet op de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden en er maar beperkt sprake is van uitbreiding in gebouwen, zijn overige effecten zoals: verzuring, oppervlakteverlies, versnippering, vermesting, verontreiniging, verdroging, vernatting, verstoring door geluid en licht e.d. niet te verwachten/niet aan de orde.

M230262.005/GHO, Pagina 13 van 14

Verkeer Op het eigen terrein is voldoende ruimte om te parkeren en te manoeuvreren. Hieraan en aan de huidige ontsluiting wijzigt niets. De geringe toename in verkeersbewegingen met maximaal 10 lichte voertuigen en maximaal 1 vrachtwagen per dag zal niet leiden tot verkeersoverlast. De verandering heeft geen gevolgen voor de verkeersstructuur. Het bestaande wegennet is in elk geval geschikt voor de beperkte toename van het verkeer en alle verkeer dat bij het bedrijf moet zijn kan op eigen grond parkeren. Het plan zal niet leiden tot onaanvaardbare verkeershinder.

Cultuurhistorie en archeologie Binnen de inrichting en in de omgeving van de inrichting aan de Beuckelen 2 zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig die het planvoornemen belemmeren. Er vinden ook geen bodemingrepen plaats.

Conclusie Op basis van de beoordeling van de verschillende haalbaarheidsaspecten in relatie tot dit project zoals opgenomen in de voorgaande paragraaf, kan een conclusie worden getrokken over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Kenmerken van het project Voorliggend initiatief betreft het gebruik van een nieuwe paardenstal/rijbak. Gezien de aard en omvang van het plan zijn er geen bijzondere effecten wat betreft het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook is er geen verhoogd risico voor menselijke gezondheid of het risico op zware ongevallen of rampen. Plaats van het project Het voorgenomen plan vindt plaats binnen een bestaande bedrijfslocatie en binnen de bestaande gebouwen aan de Beuckelen 2 te Reuver. Er vindt beperkt uitbreiding plaats van gebouwen en de oppervlakte van de inrichting neemt ook niet toe. Kenmerken van de potentiële effecten Gezien de aard van het plan, waarbij de paarden binnen de bestaande inrichting ondergebracht worden, is er geen sprake van onevenredige effecten voor het milieu op de omgeving. Conclusie Uit het voorgaande is gebleken dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.

Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet m.e.r.plichtig.

M230262.005/GHO, Pagina 14 van 14

Bijlagen 1) AERIUS-berekening 2) Akoestisch onderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=0f82ca8b-29b9-4d46-9395-f03879024390