240603 algemene subsidie verordening gemeente Beesel 2025 vs. 2018
Tekst van het document
Besluit van de raad van de gemeente Beesel tot vaststelling van de Algemene Subsidieverordening gemeente Beesel 2025 [Algemene Subsidieverordening gemeente Beesel 2025] De raad van de gemeente Beesel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van ; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet; gelet op het bepaalde in afdeling 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit 1. vast te stellen de verordening: Algemene Subsidieverordening gemeente Beesel 2025; 2. in te trekken de verordening: Algemene Subsidieverordening gemeente Beesel, vastgesteld bij besluit van de raad van 8 oktober 2018 . Oud Artikel 1. Wat betekenen de begrippen in deze verordening? We gebruiken in deze verordening bepaalde termen en begrippen, namelijk: • College: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beesel • Raad: de gemeenteraad van de gemeente Beesel; • Verdrag: Verdrag over de werking van de Europese Unie. • de-minimisverordening: De Europese verordeningen waarin staat onder welke voorwaarden steun door de overheid mogelijk is en niet hoeft te worden gemeld. Dit zijn de volgende verordeningen: • Verordening nr 1407/2013 van de Europese Commissie; • Verordening nr 1408/2013 van de Europese Commissie; • Verordening nr 717/2014 van de Europese Commissie; • en ook Europese regelgeving die voor deze verordeningen in de plaats komt.
• Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie heeft vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met de artikelen 106, punt drie, 107, 108 of 109 van het Verdrag; • Onderneming: een eenheid die een economische activiteit uitoefent, in welke rechtsvorm of manier van financiering dat ook is;
Nieuw Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel; b. Raad: de gemeenteraad van de gemeente Beesel; c. Verdrag: Verdrag over de werking van de Europese Unie; d. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie heeft vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met de artikelen 106, punt drie, 107, 108 of 109 van het Verdrag; e. Wet: Algemene wet bestuursrecht; f. Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; g. Kernactiviteit: de activiteit van de aanvrager overeenkomstig de statutair vastgelegde doelstelling.
zaaknummer: 0889310618
•
Verleningsbeschikking: een brief van de gemeente waarin staat welke subsidie u ontvangt en onder welke voorwaarden. Boekjaar: periode waarover een financieel verslag loopt. Dit kan gelijk zijn aan een kalenderjaar maar dat hoeft niet Artikel 2. Wat regelt deze subsidieverordening? 1. Deze verordening regelt het geven van subsidies door Burgemeester en Wethouders. Maar niet van subsidies waarvoor al met een andere verordening een uitputtende regeling is vastgesteld, en ook nietvan subsidies die staan in artikel 4:23, punt 3, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke regeling nodig is). 2. Voor subsidies waarvoor geen wettelijke regeling nodig is, kunnen we bepalen dat deze verordening wel of voor een deel geldt.
Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 3. Subsidieregeling Burgemeester en Wethouders kunnen in een regeling vaststellen welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen. In deze regeling bepalen we zo nodig ook welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe we de subsidie berekenen en hoe we de subsidiebedragen uitbetalen. Deze regeling noemen we de subsidieregeling.
Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
In sommige gevallen moeten Burgemeester en Wethouders voldoen aan een Europees steunkader. Dan kunnen we afwijken van deze verordening. 1. Als dat nodig is om te voldoen aan een Europees steunkader, kunnen Burgemeester en Wethouders bij een subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Is er sprake van een Europees steunkader waardoor we afwijken van deze verordening? Dan staat in de subsidieregeling om welk steunkader het precies gaat. 3. Geldt voor een subsidie een Europees steunkader? Dan geldt het volgende: a. in de verleningsbeschikking staan de bepalingen die van toepassing zijn in dat steunkader. b. Voor vergoeding komen alleen in aanmerking de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten die voldoen aan de eisen die in dat steunkader staan.
Artikel 4. Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.
c.
Dan komt een onderneming alleen in aanmerking als de subsidie voldoet aan de voorwaarden van dat steunkader.
4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Artikel 5. De hoogte van de subsidie Burgemeester en Wethouders en de raad kunnen een maximale subsidie vaststellen (een subsidieplafond), waarbij we rekening houden met de begroting. 1. Als Burgemeester en Wethouders en /of de raad een subsidieplafond vaststellen, bepalen we met een subsidieregeling de manier waarop we een subsidie verdelen. 2. We kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. we dat plafond vaststellen voordat de begroting van het jaar waarin u de subsidie aanvraagt is vastgesteld of goedgekeurd; en b. u de subsidieaanvraag waarvoor het plafond geldt, moet indienen voordat die begroting is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Maken we een subsidieplafond bekend dat we kunnen verlagen zoals in het vorige punt staat? Dan laten we weten dat we dat kunnen doen en wat de gevolgen daarvan zijn voor aanvragen die al zijn ingediend. 4. Geven we een subsidie op basis van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd? Dan doen we dat alleen als er voldoende geld voor is op die begroting. Dat vermelden we in de verleningsbeschikking.
Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen. 2. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3. De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; b. en de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Artikel 6. Hoe vraagt u subsidie aan? U moet subsidie op een bepaalde manier aanvragen. In dit artikel staat hoe u dat moet doen.
Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester
1.
2.
3. 4.
U moet een aanvraag voor een subsidie schriftelijk indienen bij Burgemeester en Wethouders. Is er een aanvraagformulier? Dan moet u dat gebruiken. Op www.beesel.nl vindt u de beschikbare aanvraagformulieren. De aanvraag bestaat in ieder geval uit: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor u de subsidie aanvraagt; b. een begroting van de inkomsten en uitgaven; c. vraagt u de subsidie aan voor een onderneming? Dan vermeldt u ook: • alle subsidies, vergoedingen en tegemoetkomingen die u van de staat hebt of zult ontvangen voor de activiteiten waarvoor u de subsidie aanvraagt; • een de-minimisverklaring die u kunt verkrijgen via https://europadecentraal.nl Vraagt u als rechtspersoon voor de eerste keer een subsidie aan? Dan moet u ook een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten bijvoegen. Bij een subsidieregeling kunnen we afwijken van de vorige drie punten.
2.
3.
4.
5.
6.
Artikel 7. Wanneer vraagt u subsidie aan? Wanneer u de subsidie moet aanvragen, verschilt. In dit artikel staan de termijnen. 1. Vraagt u een subsidie aan die per kalenderjaar wordt gegeven? Dan moet u de aanvraag vóór 1 juni indienen voor het volgende jaar.
en wethouders met een vastgesteld aanvraagformulier. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; Als de aanvrager een onderneming is legt deze tevens over: a. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring); Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten. Het college kan verzoeken gegevens aan te leveren aanvullend op het bepaalde in dit artikel en de subsidieregeling op basis waarvan de subsidie wordt aangevraagd. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.
Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
2.
3.
4.
Vraagt u een subsidie aan die wordt gegeven per boekjaar van uw organisatie? Dan moet u de aanvraag uiterlijk 13 weken voor het volgende boekjaar van uw organisatie indienen. Gaat het om een andere subsidieaanvraag? Dien de aanvraag dan in uiterlijk 13 weken voordat u met de activiteiten begint waarvoor u subsidie aanvraagt. Bij een subsidieregeling kunnen we andere termijnen vaststellen.
2. Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ingediend. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 8. Binnen welke termijn ontvangt u een reactie? Burgemeester en Wethouders moeten binnen een bepaalde termijn reageren op uw aanvraag voor een subsidie. Welke termijn dat is, leest u in dit artikel. 1. Gaat het om een subsidie die u jaarlijks ontvangt? En hebt u die subsidie vóór 1 juni aangevraagd voor het volgende jaar (zie punt 1 in artikel 7)? Dan ontvangt u uiterlijk op 31 december onze beslissing op uw aanvraag. 2. Gaat het om een subsidie die u ontvangt per boekjaar van uw organisatie? Dan ontvangt u binnen dertien weken nadat u de subsidie hebt aangevraagd onze beslissing op uw aanvraag. 3. Bij een subsidieregeling kunnen we andere termijnen vaststellen. 4. Moeten we een subsidieaanvraag aanmelden bij de Europese Commissie, zoals staat in artikel 108, punt 3, van het Verdrag? Dan is de termijn afhankelijk van de Europese Commissie.
Artikel 8. Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Artikel 9. In welke gevallen kunnen we een subsidie weigeren of intrekken? Er zijn gevallen waarin Burgemeester en Wethouders kunnen weigeren om een subsidie aan u te geven. Ook is het mogelijk dat we een subsidie intrekken en dat u die moet terugbetalen. Wanneer dat zo is, leest u in dit artikel. 1. We weigeren de subsidie als: a. de Europese Commissie heeft vastgesteld dat de subsidie botst met de interne markt, zoals staat in artikel 108, punt 3, van het Verdrag; b. u subsidie van een eerdere aanvraag moet terugbetalen, omdat de Europese Commissie vond dat u die ten onrechte had ontvangen. Maar wat in artikel 4:25, punt 2, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht staat, blijft gelden. 2. We weigeren de subsidie ook als die botst met een Europees steunkader (zie artikel 4), omdat:
Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland
a.
3.
4.
u volgens dat steunkader een onderneming hebt die het moeilijk heeft; b. de subsidie niet stimulerend werkt, terwijl dat wel de bedoeling is van dat steunkader. Daarnaast is het mogelijk dat we de subsidie weigeren in deze gevallen: a. De activiteiten die u met de subsidie wilt betalen, zijn niet of niet voldoende gericht op (de inwoners van) de gemeente Beesel. b. De subsidie past niet in het beleid van de gemeente. c. U kunt niet aantonen dat de subsidie nodig is voor de activiteiten waarvoor u die aanvraagt. d. Uw aanvraag voldoet niet aan de regels die gelden om subsidie te ontvangen ( zoals beschreven in deze ASV en geldende subsidieregels) e. De subsidie botst met iets wat in de wet staat. f. De subsidie botst met het algemeen belang, de openbare orde of de veiligheid. g. De Europese Commissie heeft nog niet vastgesteld of de subsidie botst met de interne markt, zoals staat in artikel 108, punt 3, van het Verdrag. h. U vraagt de subsidie aan namens een politieke partij. i. U hebt met een functionaris van uw organisatie afgesproken dat hij of zij een beloning krijgt die valt onder de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. Is die beloning hoger dan staat in artikel 2.3, punt 1, van die wet? Dan krijgt u geen subsidie in de periode waarin die persoon deze beloning krijgt. j.
De subsidie botst met regels die in de subsidieregeling staan. Hebt u subsidie ontvangen en moet u die van de Europese Commissie of door een rechterlijke uitspraak terugbetalen? Dan moet u die met de wettelijke rente aan ons terugbetalen.
onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet past binnen de op het betreffende beleidsterrein geldende beleid; f. als de te subsidiëren activiteiten gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen; g.
als in de voorgenomen activiteiten dan wel het daarmee beoogde doel reeds op andere wijze in belangrijk mate is voorzien; h. als de activiteiten zijn gericht op het maken van winst; i. als de kosten van de activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de voorgenomen
doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten; j. als de aanvrager voor dezelfde activiteiten, in dezelfde periode, reeds subsidie heeft ontvangen; k. als de activiteiten betrekking hebben op goede doelen. l. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 4. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met wettelijke rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel 12. Hoe moet u de subsidiebesteding verantwoorden? Voor zover dit niet is bepaald in de subsidieregeling, vermelden we in de verleningsbeschikking hoe u de besteding van de subsidie moet verantwoorden.
Artikel 10. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Artikel 10. Wat zijn de algemene verplichtingen? Voor u als subsidieontvanger gelden algemene en bijzondere verplichtingen. De algemene verplichtingen staan in dit artikel, de bijzondere in het volgende artikel. 1. U moet direct schriftelijk aan Burgemeesters en Wethouders melden als: a. het aannemelijk is dat u subsidie hebt gekregen voor een of meer activiteiten die u niet, niet op tijd of niet volledig zult verrichten; b. u niet, niet op tijd of niet volledig aan de verplichtingen voldoet die zijn verbonden aan de subsidie. 2. U moet Burgemeesters en Wethouders direct schriftelijk informeren over: a. beslissingen of procedures die erop zijn gericht om de activiteiten waarvoor u subsidie krijgt te beëindigen, of om de rechtspersoon die subsidie krijgt te ontbinden; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische relatie met andere ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat u de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden niet, niet op tijd of niet volledig kunt nakomen; c. wijziging van de statuten over de vorm van de rechtspersoon die subsidie krijgt, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.
Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;
d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. Artikel 11a . Wat zijn de bijzondere verplichtingen? Voor u als subsidieontvanger gelden algemene en bijzondere verplichtingen. De bijzondere verplichtingen staan in dit artikel, de algemene in het vorige artikel. 1. Is de subsidie hoger dan € 50.000,-? Dan kunnen wij u verplichten om tussentijds rekening en verantwoording af te leggen over de uitgaven en inkomsten van de activiteiten die u tot dan hebt verricht. 2. Bij een subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen wij u ook andere verplichtingen opleggen dan die staan in artikel 4:37, eerste punt, van de Algemene wet bestuursrecht. Maar alleen als die verplichtingen helpen om het doel van de subsidie te bereiken. We zullen daarbij toelichten waarom we deze verplichtingen opleggen. 3. Bij een subsidieregeling kunnen wij u ook verplichtingen opleggen die niet helpen om het doel van de subsidie te bereiken. Maar alleen als die verplichtingen gaan over de manier waarop, of de middelen waarmee u de activiteit verricht waarvoor u subsidie krijgt. 4.
Bij een subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen we bepalen dat u een vergoeding moet betalen als zich een gebeurtenis voordoet zoals staat in artikel 4:41, tweede punt, van de Algemene wet bestuursrecht. Maar alleen als u vermogen hebt opgebouwd met de subsidie. We geven daarbij aan hoe we de hoogte bepalen van die vergoeding.
Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4.
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 11b. Doelreserve 1. Als u jaarlijks subsidie ontvangt kunnen wij in de verleningsbeschikking bepalen dat u een doelreserve moet vormen. Dit is een reserve om schommelingen in de exploitatie op te vangen. 2. Als u zelf een doelreserve wilt vormen kunt u daarvoor toestemming vragen. We bespreken dan samen wat passend en redelijk is.
Artikel 13. Doelreserve 1. Het is toegestaan voor subsidieontvangers om een doelreserve te vormen voor een doel rechtstreeks verband houdend met de kernactiviteit van de organisatie. 2. In aanvulling op het voorgaande lid is het vormen van een doelreserve is enkel toegestaan wanneer dit nader is uitgewerkt in een subsidieregeling. 3. In afwijking op het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel kan bij verleningsbeschikking worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie een doelreserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 4. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het derde lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een doelreserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13. Subsidies tot en met € 5.000,Bij een subsidie tot en met € 5.000,- gelden deze bepalingen. 1. Subsidies tot en met € 5.000 verlenen we en stellen we vast zonder dat u daarvoor een aanvraag tot vaststelling hoeft in te dienen. Deze vaststelling vindt plaats binnen 13 weken nadat de activiteiten moeten zijn verricht. 2. Staat in de verleningsbeschikking dat u moet aantonen dat de activiteiten waarvoor u subsidie aanvraagt zijn verricht en dat u aan de verplichtingen hebt voldaan die aan de subsidie zijn verbonden? Dat stellen we de subsidie vast binnen 13 weken nadat we die informatie hebben ontvangen op de manier die we hebben aangegeven. 3. Krijgt u een subsidie van maximaal € 5.000,-? Dan ontvangt u het volledige subsidiebedrag als voorschot.
Artikel 14. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld op het moment van verlening. 2. in de verleningsbeschikking kan het college bepalen af te wijken van het bepaalde in het eerste lid en alsnog verzoeken een vaststellingsaanvraag in te dienen. 3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 kan een voorschot worden verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.
Artikel 14. Eindverantwoording van subsidies tussen € 5.000,- en € 50.000,Bij een subsidie tussen € 5.000,en € 50.000,- gelden deze bepalingen. 1. Bij een subsidie van meer dan € 5.000,-, maar maximaal € 50.000,-, moet u uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht waarvoor u
Artikel 15. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 1. Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
2.
3.
4.
subsidie aanvraagt, een zogeheten ‘aanvraag tot vaststelling’ indienen. Deze aanvraag tot vaststelling bestaat uit een inhoudelijk verslag en een financiële verantwoording. Daaruit blijkt in hoeverre de activiteiten zijn verricht waarvoor u subsidie hebt aangevraagd en in hoeverre u aan uw verplichtingen hebt voldaan. Bij een subsidieregeling kunnen we bepalen dat u op een andere manier aantoont in hoeverre de activiteiten zijn verricht waarvoor u subsidie hebt aangevraagd en in hoeverre u aan uw verplichtingen hebt voldaan. We kunnen in de verleningsbeschikking bepalen op welke manier we de subsidie betalen.
Artikel 15. Eindverantwoording van subsidies van meer dan € 50.000,Bij een subsidie van meer dan € 50.000,gelden deze bepalingen. 1. Bij een subsidie van meer dan € 50.000,- moet u een zogeheten ‘aanvraag tot vaststelling’ indienen: a. Ontvangt u de subsidie per kalenderjaar? Dan moet u dat doen vóór 1 juni van het jaar dat volgt op dat kalenderjaar. b. Ontvangt u de subsidie per boekjaar? Dan moet u dat doen uiterlijk 13 weken na afloop van dat boekjaar. c. In andere gevallen moet u dat doen uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht waarvoor u subsidie aanvraagt. 2. Deze aanvraag tot vaststelling bestaat uit: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten zijn verricht waarvoor u subsidie hebt aangevraagd en in hoeverre u aan uw verplichtingen hebt voldaan; b. een financieel verslag of jaarrekening, waarin een overzicht staat van de activiteiten waarvoor u subsidie hebt aangevraagd, met de uitgaven en inkomsten; c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een controleverklaring die een onafhankelijk accountant heeft opgesteld. 3. Bij een subsidieregeling kunnen we een andere termijn vaststellen, of om andere of minder gegevens vragen. 4. We kunnen in de verleningsbeschikking bepalen op welke manier we de subsidie betalen.
gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
Artikel 16. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 13 weken na afloop van het betrokken boekjaar; c. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 16. Vaststelling van subsidies van meer dan € 5.000,Binnen welke termijn Burgemeester en Wethouders een subsidie vaststellen van meer dan € 5.000,-, leest u in dit artikel. 1. Wij stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken nadat we de ‘aanvraag tot vaststelling’ hebben ontvangen. Maar niet als daarover in een subsidieregeling iets anders staat. 2. Deze termijn mogen we eenmaal met maximaal 13 weken verlengen. 3. We kunnen in een subsidieregeling categorieën subsidieontvangers aanwijzen voor wie we de subsidie direct vaststellen, zonder dat zij daarvoor een aanvraag tot vaststelling hoeven in te dienen. 4. Hebt u de aanvraag tot vaststelling niet op tijd ingediend (zie punt 1 in artikel 14 en 15)? Dan kunnen wij schriftelijk een nieuwe termijn bepalen waarop dat moet gebeuren. Dient u de aanvraag ook niet in binnen deze nieuwe termijn? Dan kunnen we de subsidie vaststellen zonder dat u daarvoor een aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.
Artikel 17. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000 1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid en 16, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 17. Hardheidsclausule In deze zogeheten ‘hardheidsclausule’ staat wanneer Burgemeester en Wethouders een bepaling uit deze verordening helemaal of voor een deel niet van toepassing laten zijn. 1. Heeft door bijzondere omstandigheden een termijn in deze verordening vervelende gevolgen voor een aanvrager of ontvanger van subsidie? En is die termijn minder belangrijk dan de gevolgen? Dan kunnen wij een andere termijn vaststellen. 2. Hebben door bijzondere omstandigheden bepaalde (delen van) artikelen in een subsidieregeling vervelende gevolgen voor een aanvrager of ontvanger van subsidie? En zijn die (delen van) artikelen minder belangrijk dan de gevolgen? Dan kunnen we daarvan afwijken. 3. Als we de twee vorige punten toepassen, dan motiveren we dat in het besluit, en doen we daarvan periodiek verslag aan de raad.
Artikel 18. Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.
Artikel 18. Slotbepalingen 1. We trekken Algemene Subsidieverordening Welzijn gemeente Beesel, vastgesteld op 19 december 2011, in. 2. Deze verordening geldt vanaf 8 oktober 2018. 3. Voor subsidieaanvragen die vóór deze datum zijn ingediend, gelden de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Welzijn gemeente Beesel 4. We halen deze verordening aan als: Algemene subsidieverordening van de gemeente Beesel.
Artikel 19. Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Beesel, vastgesteld op 8 oktober 2018 wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Beesel 2025. 4. Aanvragen ingediend in 2024 waarop nog niet is beschikt en die betrekking hebben op activiteiten in 2024 worden getoetst aan de Algemene subsidieverordening gemeente Beesel 2018. 5. Aanvragen ingediend in 2024 waarop nog niet is beschikt en die betrekking hebben op activiteiten in 2025 en verder worden getoetst aan de Algemene subsidieverordening gemeente Beesel 2025. 6. Aanvragers die op grond van deze verordening aanspraak kunnen maken op een hogere (opbouwregeling) dan wel langere (afbouwregeling) subsidie dan zij op grond van de ‘Algemene subsidieverordening gemeente Beesel 2018’ zouden ontvangen, wordt subsidie verstrekt volgens een op- en afbouwregeling voor de duur van maximaal drie jaren. 7. Enkel aanvragers die in 2024 een subsidie hebben ontvangen op grond van de Algemene subsidieverordening 2018 komen in aanmerking voor de in lid 6 beschreven overgangsregeling. 8. De in lid 6 genoemde overgangsregeling wordt als volgt bepaald: Verschilbedrag < € 500
Opbouwregeling Geen opbouwregeling
€ 500 t/m € 1.000
Geen opbouwregeling
> € 1.000
2025: ½ van het verschilbedrag
Afbouwregeling 2025: het gehele verschilbedrag 2026: geen verdere regeling 2025: het gehele verschilbedrag 2026: ½ van het verschilbedrag 2027: geen verdere regeling 2025: het gehele verschilbedrag
2026: ⅔ van het verschilbedrag 2027: ⅓ van het verschilbedrag 2028: geen verdere regeling
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Beesel in de openbare vergadering van .
griffier, N.H.P. Vintcent MA
voorzitter, B.C.M. Vostermans