CConstaterende datBeesel
Koppel je AI →
Document · PDF

240510 Verslag en resultaten raadswerkgroep

Besluitvormende raadsvergadering 3 juli 2024, gemeente BeeselBij agendapunt: Algemene subsidieverordening gemeente Beesel 20254.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag en conclusies raadswerkgroep subsidiebeleid Het vertrekpunt van de raadswerkgroep was het raadsbesluit van juli 2023. Hierin heeft de raad de volgende doelstelling gesteld: •

•

Het herijken van het subsidiebeleid zodat de subsidies aan verenigingen op een eerlijke, transparante en (financieel) duurzame wijze worden verdeeld en het behoud van een rijk verenigingsleven gestimuleerd blijft. Hierbij is het doel niet langer een louter financieel doel. De voorgestelde aanpak zorgt voor een inhoudelijke herijking in de eerste plaats waarna het college en de gemeenteraad een besluit nemen over de financiële gevolgen.

Omdat er nog geen uitkomsten zijn met betrekking tot de bovenstaande punten is concreet aangeven wat we financieel willen bereiken momenteel een uitdaging. Wat we in ieder geval willen bereiken is dat het subsidiebeleid toekomstbestendig is, zeker ook in financiële zin. Het nieuwe subsidiebeleid moet er in ieder geval niet voor zorgen dat verenigingen in de problemen komen, bijvoorbeeld bij ledenwisselingen, maar ditzelfde geldt zeker ook voor de gemeente. De raadswerkgroep subsidiebeleid is sinds het najaar van 2023 actief geweest. De werkgroep is in de periode tot aan de besluitvorming over de subsidieverordening op frequente basis bij elkaar gekomen. Het doorlopen proces van de raadswerkgroep kan in een drietal fasen worden verdeeld. Voorbereidingsfase Bij de start was het belangrijk dat alle leden van de werkgroep op de hoogte waren van het huidige subsidiebeleid van de gemeente. Ook is het instrument subsidie vanuit de theorie bekeken. Hierbij stonden een aantal vragen/punten centraal: • • • •

Wat is een subsidieverordening en wat kan de gemeente hierin regelen? Wat zijn de bouwstenen van een subsidieregeling? Welke voorwaarden kunnen worden verbonden? Het belang van het goed definiëren van begrippen.

In een viertal werkgroep bijeenkomsten is de theorie rondom subsidies behandeld, is gekeken naar de opbouw van het beleid van de gemeente Beesel en zijn de bijeenkomsten met subsidieontvangers voorbereid. Bijeenkomsten met subsidieontvangers Noot: deze bijeenkomsten zijn zoals afgesproken met de gemeenteraad georganiseerd zonder de raadsleden uit de raadswerkgroep. Omwille van de volledigheid is dit onderdeel wel opgenomen in het verslag. In januari 2024 zijn een tweetal sessies met subsidieontvangers belegd. De groep aan organisaties is verdeeld over de twee avonden om zo iedereen voldoende de kans te geven om inbreng te doen. De eerste avond namen organisaties deel vanuit de cultuursector en organisaties met betrekking tot zorg- en maatschappelijke doelstellingen. De tweede avond was voor sport, jeugd en ouderenorganisaties. Beide avonden zijn op eenzelfde wijze opgebouwd. De bijeenkomst was verdeeld over twee onderdelen. Het plenaire deel met vragen en stellingen over het proces van subsidieverlening in de

gemeente Beesel. Het tweede deel van de avond werd de groep verdeeld over subgroepen en werden er aan de hand van nieuwe stellingen gesprekken gevoerd over de specifieke subsidies. De opkomst op beide avonden was erg goed, zo goed als iedere organisatie heeft deelgenomen. Een belangrijke eerste conclusie vanuit deze avonden is dat met name de procedure rondom het subsidiebeleid in de gemeente Beesel beter kan en moet. In de conclusies wordt hier nader op ingegaan. Vernieuwingsfase Na de bijeenkomsten met de subsidieontvangers is de raadswerkgroep weer samengekomen. De wethouder en de ambtelijke ondersteuning hebben terugkoppeling gegeven over de avonden en de bijbehorende resultaten. Deze resultaten zijn opgenomen in de bijlage van dit document. De raadswerkgroep kan op basis van deze resultaten en het totale doorlopen proces de volgende conclusies trekken. Conclusies Een uitgebreide uiteenzetting van de conclusies is te vinden in de bijlage. Echter de belangrijkste conclusies van de raadswerkgroep zijn: 1. Verbeter de communicatie en informatievoorziening rondom het subsidieproces. 2. Maak uniforme subsidieregelingen die op een vergelijkbare wijze opgebouwd zijn. Heb hierbij specifieke aandacht voor definities, zoals: wat is een lid? 3. Verleg de focus van de subsidie richting de vaste kosten van een organisatie, zo ontstaat er een duurzamere wijze van financiering.

Als het mogelijk is om de subsidies licht te verhogen binnen de bestaande budgetten dan is dit een wens. Lukt dit niet vraagt de raadswerkgroep om dit voor te leggen bij de begrotingsbehandeling. 4. Leg verplichtingen op in de vorm van een inspanningsverplichting en niet in de vorm van een prestatieverplichting. 5. Naast een regeling voor incidentele subsidies op het gebied van cultuur is er ook een wens dit te doen op het gebied van sport en samenleving/welzijn. Deze drie incidentele subsidieregelingen kunnen de regeling gemeenschapsinitiatieven ondervangen/vervangen. Houdt hierbij aandacht voor initiatieven van natuurlijke personen (inwoners). De raadswerkgroep adviseert om de bovenstaande punten inclusief de resultaten van de bijeenkomsten te verwerken in de nieuwe subsidieregelingen. Wat de raadswerkgroep betreft is dit het kader voor het college. Een belangrijk uitgangspunt hierbij blijft dat de subsidieregelingen binnen de beschikbare financiële ruimte worden opgesteld. Te onderzoeken uitkomsten Naast de bovenstaande conclusies zijn er gedurende alle gesprekken ook ideeën naar voren gekomen die nader onderzocht moeten worden. Dit omdat ze nieuw en dermate complex en buiten de scope van de herijking. Toch is het belangrijk om de komende periode (zeg het komende jaar) de volgende ideeën nader te bekijken: 1. Subsidieregeling voor volksfeesten en evenementen; 2.

Een subsidieregeling voor kunst- en cultuureducatie en/of sport voor natuurlijke personen; 3. Het opstellen van een specifieke subsidieregeling voor ‘professionele’ organisaties.

Bijlage resultaten sessies Plenaire sessies

BEKEND MET DE SUBSIDIEMOGELIJKHEDEN

Nee 38%

Ja 62%

R(espondenten) = 60 Opmerkingen: • Er is een wens om te weten wat er beschikbaar is, zowel binnen als buiten de gemeente. • Mensen kennen het proces alsook de parameters op basis waarvan subsidie wordt verstrekt niet.

WEBSITE IS VOORNAAMSTE INFORMATIEBRON

Nee 49%

Ja 51%

R = 59

WEET HOE EEN AANVRAAG ERUIT MOET ZIEN

Nee 53%

Ja 47%

R = 59

Opmerkingen: • We weten dit omdat we goede contacten hebben met de gemeente. • Er is geen samenhang te herkennen tussen de verschillende regelingen, dit maakt het proces onduidelijk. • Door wisselingen binnen besturen gaat kennis verloren. • Leesbaarheid van regelingen kan beter. • Wens voor een duidelijk aanvraagformulier en duidelijkheid over de fasering binnen het proces.

WEET WANNEER REACTIE TE VERWACHTEN Nee 41% Ja 59%

Opmerkingen: • Termijnen zijn niet duidelijk en worden ook niet duidelijk gecommuniceerd. • Betere communicatie gewenst.

R = 58

WEET DAT EEN SUBSDIE BOVEN € 5.000 VERANTWOORDT MOET WORDEN Nee 34%

Ja 66%

Opmerkingen: • Wordt door indexering van de subsidies ook de drempel verhoogd? • Belangrijk om drempel te houden omdat we het over gemeenschapsgeld hebben.

R = 58

AANVRAAG EN VERANTWOORDING TIJDENS HETZELFDE CONTACTMOMENT Nee 24%

Ja 76%

Opmerkingen: • Dit is niet voor iedere subsidieverstrekking even praktisch, het moet als optie worden gezien/aangeboden. • Verminderen administratieve lasten is altijd een goed uitgangspunt • Let op met gebroken boekjaren

R = 54

RESERVEREN ENKEL VOOR EEN DOELRESERVE M.B.T KERNACTIVITEIT Nee 2%

Ja 98%

R = 54 Opmerkingen: • Er moet rekening worden gehouden met het resultaat over een langere periode. Het ene jaar zijn er meer investeringen dan het andere jaar. Hetzelfde geldt voor meevallers en tegenvallers. • Luiheid omtrent inkomsten werven moet niet worden beloond. Doel moet voorop staan niet de inkomsten • Maatwerk.

MEER INCIDENTELE MOGELIJKHEDEN Nee 24%

Ja 76%

R = 29

Opmerkingen: • Extra subsidie is nodig voor: onderhoud, toernooien, promotie van verenigingen bij scholen. • Ruimte voor ondernemerschap laten bij de verenigingen zelf.

MEER INCIDENTEEL OOK WANNEER DIT TEN KOSTE GAAT VAN STRUCTUREEL Ja 35%

Nee 65%

R = 26

MINDER MAATWERK?

Ja 35%

Nee 65%

R = 54

Opmerkingen: • Maatwerk moet zeker afhankelijk van het bedrag mogelijk zijn/blijven. • Er zijn organisaties die ledensubsidie krijgen zonder dat ze leden hebben. • Zelfde basismeetlat maar er kunnen en mogen wel verschillen zijn tussen typen organisaties.

TE LAAT, GEEN SUBSIDIE? Ja 27%

Nee 73%

Opmerkingen: • Wens om geattendeerd te worden. • Je mag stellig zijn als de procedure helder is. • Voorkom dat (dossier)kennis binnen de gemeentelijke organisatie verloren gaat.

R = 56

STARTENDE ACTIVITEITEN MOETEN NA DRIE JAAR OP EIGEN BENEN STAAN, ANDERS GEEN SUBSIDIE

Ja 45% Nee 55%

R = 42

Informatie over verantwoording halen we uit: 40 35 30 25 20 15 10 5 0

ASV

Regeling

Beschikking

Historie

Afspraken

R = 74

*meerdere antwoorden waren toegestaan

STRENGERE CONTROLE DOOR GEMEENTE OP SUBSIDIES

Ja 44%

Nee 56%

R = 57

Conclusie plenaire sessies Informatie over de subsidieregelingen De website van de gemeente moet de plaats zijn waar organisaties hun subsidie informatie vandaan halen. Het moet duidelijk zijn waarvoor en hoe subsidie aangevraagd kan worden en wanneer. Ook moeten de regelingen hier goed vindbaar zijn. Ook zijn organisaties benieuwd naar subsidiemogelijkheden en fondsenwerving in bredere zin. Het is het bekijken waard welke rol de gemeente hierin kan vervullen (in informerende zin). Wanneer organisaties meer financiële middelen kunnen vergaren komt dit de samenleving ten goede. De aanvraag Het is wenselijk dat er aanvraagformulieren komen voor de subsidieregelingen. Zo weten aanvragers hoe ze de aanvraag moeten indienen en weet de gemeente zeker dat aanvragen volgens hetzelfde stramien worden vormgegeven. Dit kan zo simpel als doormiddel van een pdf, maar het is te adviseren hier een digitaal formulier voor te gebruiken. Wanneer de gemeente wil optimaliseren moet er worden nagedacht over een subsidieportaal. Het proces Deadlines zijn momenteel niet duidelijk genoeg, terwijl ze wel duidelijk in de verordening staan. O.a. hieruit maken we op dat de verordening niet de voornaamste bron van informatie is. We moeten deadlines daarom duidelijk op de website plaatsen. Ook is het belangrijk om het proces van aanvraag tot en met vaststelling te verhelderen.

We kunnen bijvoorbeeld de ontvangstbevestiging gebruiken om het verdere proces te schetsen. Ditzelfde kunnen we doen in de beschikking én in de ontvangstbevestiging bij de verantwoording. Hiervoor kunnen we een tijdlijn vormgeven die we in de documenten en mailings plaatsen. Wanneer het proces helder is mag de gemeente strenger handhaven op deadlines. Het attenderen op deadlines verdient wel de voorkeur van subsidieontvangers. De gemeente moet voorkomen dat dossierkennis verloren gaat. Het subsidiedossier moet dus op een centrale plek (digitaal) worden opgeslagen. Inclusief verslaglegging van contact tussen ontvanger en verstrekker. Vormen van een reserve Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor hun exploitatie. De subsidie is één middel ter bekostiging van de activiteiten van de organisatie. Één van de doelen van de herziening van het beleid is duurzame financiering. Het moet daarom mogelijk zijn voor organisaties om geld te reserveren voor toekomstige projecten, onderhoud, investeringen. Dit gaan we daarom ook toestaan in de verordening / subsidieregelingen. Reserveren moet mogelijk zijn in de vorm van doelreserve. Mogelijke definitie doelreserve: een reservering voor een bepaalde activiteit / evenement / investering / onderhoud rechtsreeks verbonden aan de kernactiviteit van de organisatie.

Eén basismeetlat De subsidieregelingen worden opgebouwd vanuit éénzelfde basismeetlat. Onderscheid tussen typen organisaties moet mogelijk blijven. Niet iedere organisatie is hetzelfde.

Tafelgesprekken De wijze waarop subsidiemiddelen nu worden verdeeld past niet bij de huidige situatie waarin organisaties verkeren. De afgelopen jaren hebben kostenverhogingen zijn uitwerking gehad op de exploitaties van verenigingen. De indexeringen van de gemeente hebben dit niet geheel opgevangen omdat de gemeente met lagere indexen werkt. De huidige subsidie is sterk afhankelijk van leden. Dit zou meer afhankelijk moeten zijn van vaste kosten en activiteiten / doelstellingen. Enkele belangrijke ontwikkelingen / aandachtspunten: • Het is verenigingen niet duidelijk wat de subsidiabele kosten zijn. • Subsidie aan de kernoverleggen is toereikend. • De subsidie aan de zonnebloem is vreemd omdat deze organisatie geen leden heeft. • Er zijn grote verschillen tussen verschillende typen organisaties. • Samenwerking tussen verenigingen moet worden gestimuleerd. • Het werven van vrijwilligers en het behouden is de grootste uitdaging voor organisaties. • Mensen kiezen steeds meer voor individuele sport. Conclusie / wat moeten we doen: We verleggen de focus van subsidie op basis van leden naar subsidies op basis van personeel- en accommodatiekosten. Dit vergroot tevens de mogelijkheden voor het meenemen van stichtingen als subsidieaanvrager. Er blijft een vast component. Er moet worden beschreven waar deze vaste kant voor bedoeld is.

Mogelijk kan dit worden ingezet voor het behoud van een bestuur en deugdelijke financiële huishouding. We gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn rondom individuele subsidies. Dit zijn subsidies die kunnen worden aangevraagd door natuurlijke personen voor bijvoorbeeld muziekles en/of sport. Subsidie minder afhankelijk laten zijn van leden en meer van accommodatie of personeelskosten Sommige subsidieregelingen leggen sterke focus op een ledensubsidie. Er is brede consensus dat subsidie niet in eerste aanleg ledenafhankelijk moet zijn. Zeker sportverenigingen hechten weinig waarde aan de ledensubsidie omdat deze slechts een laag bedrag betreft. Subsidie op basis van: • Activiteiten • Doelstellingen (maatschappelijke organisaties) • Algemeen belang (kernoverleggen) • Accommodatie, wel moeten we definiëren wat accommodatiekosten zijn. Vanwege de grote verschillen onder sportverenigingen o.a. • Personeel • Staffel voor ledensubsidie is een mogelijkheid • Meer subsidie op basis van vaste lasten dan op basis van leden, veel kosten zijn niet ledenafhankelijk. • Stimuleren van samenwerking Conclusie / wat moeten we doen: We verleggen de focus van subsidie op basis van leden naar subsidie op basis van vaste kosten zoals: • Accommodatiekosten

Wat verstaan we hier precies onder? Bijvoorbeeld: Huurkosten ▪ Binnensport ▪ Huur van velden o Onderhoud? ▪ brandveiligheid ▪ Sanitair ▪ Keuken ▪ Waterdicht ▪ Voldoen aan de voorwaarden Personeelskosten Activiteiten o o

• •

Veel van de aangedragen punten hebben betrekking op het proces Aanvullingen op de plenaire sessies: • Transparantie en helderheid • Ondersteuning en helpen bij het proces van aanvragen • Meerjarige subsidies breder inzetten. Dus niet meer ieder jaar aanvragen. • Steekproefcontroles Conclusie / wat moeten we doen: Zie conclusie plenaire sessies. We willen weten hoeveel subsidie collega organisaties ontvangen en waarom. Iedereen was voor transparantie, maar geven tegelijk aan niet heel veel met deze informatie te kunnen/willen. Daarbij komt dat het publiceren van een subsidieregister een toekomstige verplichting wordt in het kader van de WOO. Conclusie / wat moeten we doen: • We gaan een specifieke pagina op de website maken aangaande subsidies. Hier moet alle informatie vindbaar zijn of duidelijk naar worden verwezen. • Ook zal hier op termijn een subsidieregister volgen, wanneer dit verplicht wordt. • Toevoegen op de site wat de status van een aanvraag is, zo kan de aanvrager zien wat de voortgang van zijn aanvraag is. o Tijdsbalk in ontvangstbevestiging / formulier ▪ Incidenteel ▪ structureel Mag de gemeente verplichtingen verbinden aan de subsidie? Over het verbinden van verplichtingen aan de subsidie waren de beelden sterk wisselend.

Van de ene kant vindt men dat de gemeente zeker wat mag terugvragen, maar het initiatief en ondernemerschap moet wel bij de organisatie blijven. Een belangrijk punt aangaande het verbinden van verplichtingen is de controleerbaarheid. Hoe gaat de gemeente controleren of een organisatie zijn of haar verplichtingen nakomt. Over het algemeen is een thema als veilig verenigingsklimaat iets wat je zou kunnen verbinden aan de subsidie. Echter gaat iedere organisatie hier anders mee om, en dit zou ook zo moeten blijven. Andere verplichtingen die je zou kunnen verbinden is samenwerking met andere organisaties, activiteiten rondom volksfeesten en het betrekken van mensen die moeite hebben met participeren in de samenleving. Ook input voor nieuw gemeentelijk beleid mag de gemeente terugverwachten.

Veel verplichtingen worden al via de sportbonden opgelegd richting sportverenigingen. Er is wel behoeft aan herhaaltrainingen veilig sporten. Op geen van de tafels was er overeenstemming over dit punt. Ook een beloningssysteem werd niet als de oplossing gezien. Conclusie / wat moeten we doen: Omdat het verbinden van verplichtingen moeilijk controleerbaar is verbinden we enkel verplichtingen wanneer deze ook op een uniforme wijze te verantwoorden zijn. Suggestie: geen prestatieverplichting maar een inspanningsverplichting. Wanneer we gemeentelijke beleidsdoelstellingen verbinden aan de subsidie doen we dit in de vorm van een inspanningsverplichting. Hierbij vragen we organisaties op welke wijze zij een bepaald thema onder de aandacht hebben gebracht. Dit doen we bij de subsidieverantwoording doormiddel van een vraag in het formulier. We vragen geen hele boekwerken op of kwantitatieve data. We vragen enkel te motiveren hoe organisaties met een bepaald thema omspringen. Niet zozeer met het doel om organisaties af te rekenen maar ter motivatie en onderbouwing dat de subsidie bijdraagt aan gemeentelijke doelstellingen. Een inspanningsverplichting past beter bij het subsidie instrument dan een prestatieverplichting. Een prestatieverplichting past beter bij inkoop. Organisaties kunnen zich meer inspannen om naar andere financiering te krijgen.

Er is een brede wens om verder te kijken naar financieringsmogelijkheden. Op een enkeling na hebben organisaties echter niet de kennis of het overzicht. De gemeente kan hierin een faciliterende rol aannemen, dit wordt ook gewenst door de organisaties. Termen die voorbij zijn gekomen: subsidieloket, gezamenlijk inkopen, advies over zaalhuur, wijzen op alternatieven wanneer een subsidiebudget van de gemeente is uitgeput. Conclusie / wat moeten we doen: Iedere organisatie is verantwoordelijk voor de eigen exploitatie. Op het gebied van incidentele subsidies kunnen we een verplichting stellen dat een X% van de kosten door de organisatie zelf moet worden ingebracht/verworven. Veelgebruik van incidentele subsidieregelingen door één vereniging moet worden voorkomen. Een regeling moet zo worden opgebouwd dat deze toegankelijk is voor meerdere organisaties. Er kan worden gewerkt met een maximaal aantal aanvragen per jaar per organisatie. Ook is het belangrijk een goede verhouding van subsidiebedragen na te streven. Het hebben van incidentele subsidiemogelijkheden voor activiteiten werd over de gehele breedte als belangrijk gezien. Hierbij is het niet erg dat organisaties af en toe buiten de boot vallen omdat een budget op is, het is geven en nemen wat dit betreft.

Echter gaven ook een aantal verenigingen aan dat er niet gewerkt mocht worden met subsidieplafonds, indien uitgeput moet het budget worden opgehoogd. Gebruik de regeling BOSA als voorbeeld voor investeringen. Bij het opzetten van nieuwe regelingen zou het fijn zijn om potentiële ontvangers te consulteren. Conclusie / wat moeten we doen:

• • •

Daar waar we regelingen hebben voor incidentele activiteiten/investeringen/evenementen beperken we het aantal aanvragen per organisatie per jaar/ twee jaar / drie jaar. Ook moeten er minimale en maximale subsidiebedragen worden genoemd in de regelingen. De verhouding tussen de maximale subsidie per aanvraag en het beschikbare budget moet ‘goed’ zijn. Hiermee bedoelen we dat er meerdere aanvragen per openstelling moeten kunnen worden toegekend.

Een vereniging met minder dan 15 leden is niet levensvatbaar Brede consensus over het feit dat levensvatbaarheid niet kan worden bepaald aan de hand van leden alleen. Als een kleine organisatie met weinig leden alsnog een sluitende exploitatie kan realiseren zou er volgens de subsidieontvangers niets aan de hand mogen zijn. Neem dus het hebben van een meerjarig sluitende exploitatie als uitgangspunt. Conclusie / wat moeten we doen: In de basis gaan we niet werken met een minimaal ledenaantal. Bij sportverenigingen moeten we wel een beperking inbouwen om het oprichten van kleinschalige clubs tegen te gaan. Met kleinschalige clubs bedoelen we clubs die ook het doel hebben om klein te blijven en enkel zich verenigen om voor subsidie in aanmerking te komen. Als uitgangspunt nemen we dat voor een structurele subsidie een aanvrager rechtspersoonlijkheid moet hebben. Een uitzondering moet gemaakt worden bij structurele maatschappelijke inwonersinitiatieven. (Ook hier mag een motivatie en onderbouwing gevraagd worden, zodat de subsidie bijdraagt aan gemeentelijke doelstellingen).

Onderbouwen van startende organisaties denk aan het aanleveren van: • Doelstellingen • Waar willen we naartoe • Waar staan we over x termijn Vanaf 0 beginnen, waarvoor moet een organisatie subsidie krijgen? Gedurende de gesprekken zijn er een veelheid aan subsidiabele kosten/activiteiten voorbij gekomen, de meest genoemde zaken zijn: • • • • • • • • • • •

Een basisbedrag voor het bestaan van de organisatie Accommodatiekosten (Jeugd)leden Activiteiten: bewegen en gezondheid Vervoer, aangedragen door ouderenverenigingen Werven en behouden van vrijwilligers Personeelskosten, opletten dat het inhuren van trainers niet gepromoot wordt met de subsidie. Vrijwilligers zijn soms ook afdoende Onderhoud Bijdrage aan evenementen en volksfeesten Opslag van erfgoed Het niet hebben van een verdienmodel bij binnensport, geen kantine hebben.

In lijn met eerdere vragen ligt het accent van hetgeen men graag zou zien niet op ledensubsidie. Het probleem rondom vrijwilligers en bestuursleden wordt veel genoemd als groot risico. Organisaties besteden hier veel energie aan.

Belangrijk is dat wordt uitgewerkt wat wordt verstaan onder de verschillende vormen van kosten voor subsidie in aanmerking komen. Zeker binnen de sportsector zijn er verschillende vormen van eigendom van accommodaties. Ook moeten scheve situaties van nu worden rechtgetrokken, zo heerst er bijvoorbeeld brede consensus m.b.t. de bijzondere situatie van de zwemclub. Conclusie / wat moeten we doen: Als eerste moeten scheve situaties in het huidige beleid worden rechtgetrokken. Dit gaan we doen door subsidies zowel voor stichtingen als verenigingen beschikbaar te maken, daar waar nodig. Een voorbeeld van een scheve situatie is de zwemvereniging die geen accommodatiesubsidie krijgt, ook dit wordt rechtgetrokken. We gaan de volgende opbouw van de subsidie als uitgangspunt nemen: • Subsidie per lid blijft bestaan maar zal verlagen. • De subsidie voor accommodatie wordt verhoogd en de mogelijkheden breiden we uit, onderhoudskosten is een mogelijke toevoeging. • Personeelskosten subsidie wordt verhoogd. • Basisbedrag per subsidieaanvraag blijft bestaan. Doel van dit alles: ongeveer gelijke subsidiebedragen t.o.v. de huidige situatie maar met minder risico voor de ontvangers. Ook ontstaat er meer zekerheid bij stijgende vaste lasten. Het bovenstaande moet worden gezien als een uitgangspunt bij een herberekening.

Wanneer blijkt dat dit buitenproportioneel veel zal gaan kosten zal dit worden heroverwogen. Wat mag de gemeente terugverwachten? Dat wat de gemeente mat terugverwachten is sterk afhankelijk van het type organisatie. Zo was de tendens bij sport anders dan bij cultuur. Bij sport lijkt er meer draagvlak te zijn voor het bijdragen aan gezondheidsdoelen. Al moet de gemeente in geen geval gaan betuttelen. Binnen cultuur kwam weinig tot geen reactie op deze vraag, als alleen dat cultuurverenigingen bijdragen aan het uitdragen van de gemeente en het organiseren van leefbaarheid en activiteiten. Maatschappelijke organisaties denken dat hun meerwaarde ligt bij het geven van input richting de gemeente waarom de gemeente met nieuw beleid aan de slag kan. Ook het tegengaan van eenzaamheid werd hier genoemd. Andere zaken die werden gezegd: • Activeren van jeugd • Er mag door de gemeente kritisch worden gekeken naar activiteiten • Valpreventie door de judoclub • Jaarlijkse gesprekken organiseren per organisatie om zo de maatschappelijke teruggave te bespreken en te bepalen. • Organisaties, bijvoorbeeld zoals PSW, passen goed bij projecten en minder bij structurele activiteiten. Conclusie / wat moeten we doen: Zie: mag de gemeente verplichtingen verbinden aan de subsidie? Wat verstaan we onder een lid? De observatie tijdens de gesprekken was dat er veel verschillende soorten leden zijn.

Enkele aanknopingspunten voor een definitie zijn:

• Een contributie betalend lid • Een actief lid, wanneer mogelijk aangemeld bij de sportbond • Een actief lid, niet primair bezig met de kernactiviteit. N.a.v. voorbeeld bootcamp bij judo. Belang m.b.t. het maken van een definitie werd wel onderschreven. Ook werd door sommigen aangegeven dat slapende leden of passieve leden best buiten de boot mogen vallen. Conclusie / wat moeten we doen: Eerste aanzet definitie: Een lid is een contributie betalend lid, actief binnen een vereniging. Passieve leden, steunende leden en ereleden worden niet aangemerkt als lid en komen niet in aanmerking voor subsidie. Vraag: bouwen we een beperking in dat het leden woonachtig in de gemeente Beesel moeten zijn? Suggestie: we kijken wat buurgemeenten doen op dit punt en trekken één lijn. • Gemeente Venlo heeft het niet over woonachtig in, maar verstrekt ook geen subsidie per lid. • Gemeente Roermond spreekt wel over ‘woonachtig in’. Voorwaarden: • Een vereniging zorgt dat het ten alle tijden beschikt over een actuele (geanonimiseerde) ledenlijst waarop onderscheid gemaakt wordt tussen actieve leden en niet-actieve leden. • Indien gewenst kan de gemeente deze lijst tijdens het aanvraagproces, dan wel tijdens de looptijd van de subsidie opvragen bij de subsidieontvanger. • Een ledenlijst hoeft niet te worden meegestuurd bij de aanvraag.

Enkel het aantal actieve en niet-actieve leden moet worden opgegeven. Dit doen we om het risico op niet geanonimiseerde ledenlijsten bij de gemeente te beperken. Wat is de grootste kostenpost met het grootste risico? Bij de behandeling van deze vraag werd niet veel meer verteld dan eerder aangegeven. De grootste kostenposten zijn: • Accommodatie • Personeel: o Personeel verbonden aan de kernactiviteit van de organisatie. • (dit zou beter moeten worden uitgewerkt, regels maken over wat we als personeel zien en of daar subsidie voor willen inzetten) Het grootste risico van organisaties is het verliezen van vrijwilligers. Ook het sport-consumerend gedrag van inwoners is een groot risico. Mensen zijn veel individualistischer geworden. Dit is een risico voor de saamhorigheid, een belangrijke eigenschap binnen een organisatie. Conclusie / wat moeten we doen: Accommodatiekosten en personeelskosten gaan zwaarder wegen binnen het subsidiebedrag. Hierdoor spelen we in op een aantal risico’s: • Stijgende kosten (als we indexeren als gemeente een X% daarvan moet worden doorberekend in de contributie naar de leden) > index gemeente is index contributie o Als stelling inbrengen bij de terugkomdag, constaterende dat verenigingen moeite hebben met het indexeren en de reactie van de leden.

• Moeilijk kunnen vinden van vrijwilligers • Gedeeltelijk verhelpen van negatieve gevolgen van sport-consumptie. Verbinden van contributieverplichtingen

Hierover heerst veel twijfel. Verenigingen zien de noodzaak voor het verhogen maar zijn ook angstig om dit te doen vanwege de reacties. Het verbinden van harde contributieverplichtingen is men geen voorstander van. Van de andere kant vinden sommige verenigingen ook dat wanneer je vanuit de gemeente indexatie verwacht, je dit zelf ook moet nastreven bij de contributie. Conclusie / wat moeten we doen: We gaan geen contributieverplichtingen opleggen. Het is niet aan de gemeente om te beslissen of de contributie moet worden opgehoogd. We vinden echter wel dat wanneer verenigingen de gemeente vraagt te indexeren ze ook met eenzelfde blik naar de contributie moeten kijken. We gaan verenigingen bij de aanvraag en/of bij de verantwoording dan ook de volgende vraag stellen: • Heeft u het afgelopen jaar/jaren de contributie verhoogd? • Waarom wel / waarom niet? Hoewel dit geen sturingselement is kunnen we op basis van deze gegevens wel het gesprek aan met verenigingen over dit thema.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beesel&id=635b5eb7-9a18-49f3-b9e1-80edad774432